<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR750853_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Someren 2026</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Someren</dcterms:creator><dcterms:modified>2025-12-19</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-553823">gmb-2025-553823</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Someren 2026</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=228a&amp;g=2025-02-12">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2025-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2025-12-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Someren 2026</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Someren;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025;</al><al/><al>gelet op:</al><al/><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=228a">artikel 228a van de Gemeentewet</extref>:</al><al/><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Someren 2026</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente, een en ander met inbegrip van het gemeentelijk grondwater en oppervlaktewater;</al></li><li nr="b."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.</al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering;</al></li><li nr="2."><al>Als het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorwerp van de belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voorwerp van de belasting is een perceel.</al></li><li nr="2."><al>Als perceel wordt aangemerkt:</al></li><li nr="a."><al>de onroerende zaak, bedoeld in <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0007119/2020-01-01">hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken</extref>; </al></li><li nr="b."><al>de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; </al></li><li nr="c."><al>een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; </al></li><li nr="d."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; </al></li><li nr="e."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al><lijst><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per jaar per perceel</al></li><li nr="a."><al>dat in hoofdzaak tot woning dient € 224,00</al></li><li nr="b."><al>dat niet in hoofdzaak tot woning dient € 337,00</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bedraagt de belasting voor een ongebouwde onroerende zaak dan wel een bebouwde onroerende zaak met een bruto vloeroppervlak van minder dan 40 m2 - € 56,00 per jaar.</al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt niet geheven van:</al><lijst><li nr="a."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;</al></li><li nr="b."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li><li nr="d."><al>onroerende zaken waarvoor met betrekking tot het kalenderjaar bedoeld in artikel 7 een WOZ-waarde is vastgesteld lager dan € 5.000,00.</al></li></lijst></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><lijst><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al><lijst><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.</al><lijst><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0004770/2019-01-01#HoofdstukII_Artikel9">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990</extref> moet(en) de aanslag(en) worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) en bestuurlijke boete(s) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.</al></li><li nr="5."><al>De <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0002448/2010-10-10">Algemene termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al><lijst><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de Rioolheffing.</al><lijst><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘<extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-528799.html">Verordening rioolheffing 2025</extref>’ van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.</al></li></lijst><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing Someren 2026.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,</functie><functie>de raadsgriffier, de voorzitter,</functie><functie/><functie/><functie/><functie>M.A.M. van Arensbergen P.J.M.G. Blanksma</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>