<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR749858_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Sociaal Domein Berkelland 2026</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2026-01-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-545607">gmb-2025-545607</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Sociaal Domein Berkelland 2026</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2025-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-07-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening Sociaal Domein Berkelland 2025.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Sociaal Domein Berkelland 2026</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Berkeland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De Verordening Sociaal Domein Berkelland 2026, bijlage 1, vaststellen en in werking laten treden per 1 januari 2026.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Sociaal Domein Berkelland 2025 intrekken per 1 januari 2026.</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1</nr><titel>Inleiding verordening Sociaal Domein</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Deze <vet>verordening</vet> sluit aan bij het beleidskader ‘Samen denken Samen doen’ en geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="•"><al>werken; </al></li><li nr="•"><al>meedoen in de samenleving;</al></li><li nr="•"><al><vet>uitkeringen; </vet></al></li><li nr="•"><al>schuldhulpverlening;</al></li><li nr="•"><al>gezond en veilig opgroeien; </al></li><li nr="•"><al>vervoer naar <vet>school;</vet></al></li><li nr="•"><al><vet>hulp</vet> aan <vet>inwoners</vet> met een <vet>beperking;</vet></al></li><li nr="•"><al>wonen in een veilige en gezonde omgeving; en</al></li><li nr="•"><al>melden van verward <vet>gedrag.</vet></al></li></lijst><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>1.1</nr><titel>Waarom deze regels?</titel></kop><structuurtekst><al>Het is belangrijk dat <vet>inwoners</vet> actief kunnen meedoen in de samenleving en hun financiën op orde hebben. Ook is het belangrijk dat <vet>inwoners</vet> een eigen huishouding kunnen voeren en dat kinderen gezond en veilig opgroeien. <vet>Inwoners</vet> moeten in de eerste plaats daar zelf voor zorgen. Lukt dat niet, dan is het de taak van de <vet>gemeente</vet> om <vet>inwoners</vet> te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt waarin dat staat. Het gaat om de:</al><lijst><li nr="•"><al><vet>Participatiewet</vet> (<vet>PW</vet>);</al></li><li nr="•"><al><vet>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers</vet> (<vet>IOAW</vet>)</al></li><li nr="•"><al><vet>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</vet> (<vet>IOAZ</vet>)</al></li><li nr="•"><al><vet>Wet gemeentelijke schuldhulpverlening</vet> (<vet>Wgs</vet>);</al></li><li nr="•"><al><vet>Wib</vet><vet>: Wet inburgering 2021</vet> (<vet>Wib</vet> 2021)</al></li><li nr="•"><al><vet>Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</vet> (<vet>Wmo</vet> 2015);</al></li><li nr="•"><al><vet>Jeugdwet</vet>; </al></li><li nr="•"><al><vet>Wet kinderopvang</vet> (Wko);</al></li><li nr="•"><al><vet>Wet op het primair onderwijs</vet>, de <vet>Wet op de expertisecentra</vet> en de <vet>Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020)</vet> (voor leerlingenvervoer); en de</al></li><li nr="•"><al><vet>Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (</vet><vet>Wvggz</vet><vet>).</vet></al></li></lijst><al>De regels in deze <vet>verordening</vet> zijn nodig om de wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren. Deze regels vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde onderwerpen worden uitgewerkt. Burgemeester en <vet>wethouders</vet> kunnen zulke uitvoeringsregels maken. Die regels staan niet in deze <vet>verordening</vet>, maar in andere regelingen, zoals beleidsregels. Op verschillende plekken in de <vet>verordening</vet> zijn wetsartikelen opgenomen. Die artikelen zijn wel iets anders opgeschreven. Dat maakt ze beter leesbaar. Zo zijn de belangrijkste punten van het gemeentelijke sociaal domein goed te zien en kan de lezer de samenhang tussen de regels ontdekken. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>1.2</nr><titel>Uitgangspunten van de regels</titel></kop><structuurtekst><al>De regels in deze <vet>verordening</vet> zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels:</al><lijst><li nr="1."><al>zijn goed leesbaar; </al></li><li nr="2."><al>kunnen goed uitgevoerd worden en zijn duidelijk voor de <vet>inwoners</vet>;</al></li><li nr="3."><al>zijn afgestemd op elkaar;</al></li><li nr="4."><al>sluiten aan bij de <vet>wetten</vet> die hierboven zijn genoemd; </al></li><li nr="5."><al>helpen om de doelen van de wetgever te bereiken en belangrijke internationale regels na te komen; en</al></li><li nr="6."><al>houden de administratieve kosten voor <vet>gemeente</vet> en <vet>inwoners</vet> zo laag mogelijk.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>1.3</nr><titel>Kernwaarden</titel></kop><structuurtekst><al>Bij het toepassen van de regels uit deze <vet>verordening</vet> houdt de <vet>gemeente</vet> rekening met de genoemde <vet>wetten</vet>. De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat het effect van een besluit past bij de bedoeling van die <vet>wetten</vet>. De <vet>gemeente</vet> gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Iedere </cursief><vet><cursief>inwoner</cursief></vet><cursief> kan naar vermogen deelnemen aan de samenleving.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Iedere </cursief><vet><cursief>inwoner</cursief></vet><cursief> heeft onderdak en een gezonde financiële huishouding.</cursief></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Kinderen</cursief></vet><cursief> groeien veilig en gezond op.</cursief></al></li><li nr="4."><al><cursief>De </cursief><vet><cursief>inwoner</cursief></vet><cursief> benut maximaal eigen mogelijkheden, talenten en zijn sociale netwerk (bijvoorbeeld familie, vrienden of het verenigingsleven).</cursief></al></li><li nr="5."><al><cursief>De </cursief><vet><cursief>hulpvraag</cursief></vet><cursief> staat centraal. De </cursief><vet><cursief>gemeente</cursief></vet><cursief> helpt bij het duidelijk maken van de hulpvraag.</cursief></al></li><li nr="6."><al><cursief>Vrij toegankelijke </cursief><vet><cursief>hulp</cursief></vet><cursief> gaat voor </cursief><vet><cursief>hulp-op-maat</cursief></vet><cursief>.</cursief></al></li><li nr="7."><al><cursief>De </cursief><vet><cursief>inwoner</cursief></vet><cursief> is zelf verantwoordelijk, de </cursief><vet><cursief>gemeente</cursief></vet><cursief> helpt als dat nodig is. Dit betekent niet dat de </cursief><vet><cursief>gemeente</cursief></vet><cursief> altijd met een oplossing komt.</cursief></al></li></lijst><al>Deze kernwaarden geven richting aan de uitvoering van de <vet>verordening</vet>. Het zijn geen regels, maar principes en overtuigingen. Die vormen de basis van de regels. De kernwaarden in deze paragraaf gelden voor alle hoofdstukken. Daarnaast kan elk hoofdstuk nog bijzondere kernwaarden hebben. Dat zijn kernwaarden die speciaal voor dat hoofdstuk gelden. Ten slotte: de begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 14. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>1.4</nr><titel>Uitvoering van de regels</titel></kop><structuurtekst><al>De teams van Voormekaar van de <vet>gemeente</vet> Berkelland en <vet>Fijnder</vet> geven uitvoering aan deze verordening. Zij passen de regels toe en betrekken daarbij bovengenoemde kernwaarden (paragraaf 1.3). De teams van Voormekaar en <vet>Fijnder</vet> bestaan uit <vet>medewerkers</vet> met verschillende specialismen en inhoudelijke deskundigheid. Ze kijken welke kennis en expertise nodig is om een <vet>inwoner</vet> met een ondersteuning- of zorgvraag zo goed mogelijk verder te helpen. Dit kan op het gebied van zorg en welzijn, opvoeden, opgroeien, wonen en werken zijn. </al><al/><al>Voormekaar en <vet>Fijnder</vet> zijn er voor alle <vet>inwoners</vet> uit Berkelland. Zij werken vanuit de overtuiging dat zorg en ondersteuning zo goed mogelijk moeten aansluiten bij de individuele <vet>inwoner</vet>. Met de <vet>inwoner</vet> denken ze daarom mee met wat helpt om het leven te kunnen leiden waar hij/zij zich het prettigst bij voelt. Voormekaar weet welke (andere) oplossingen er mogelijk zijn; dichtbij huis en/of met behulp van familie en naasten. Daar waar dat echt niet kan of moeilijker gaat, is Voormekaar er om passende zorg te bieden of om te kijken wat er nodig is om te kunnen accepteren dat sommige uitdagingen bij het leven horen.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>1.5</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><structuurtekst><al>Wat staat in deze <vet>verordening</vet>? Na de Inleiding staat eerst hoe en waar een <vet>inwoner hulp</vet> kan vragen aan de <vet>gemeente</vet> en hoe die <vet>hulpvraag</vet> wordt opgepakt. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels over de gemeentelijke taken zijn. Die regels gaan bijvoorbeeld over <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> om de stap naar werk te zetten (H. 3), <vet>hulp</vet> bij de opvoeding van <vet>kinderen</vet> (H. 4), en <vet>hulp</vet> bij schulden (H. 7). In die hoofdstukken staat wanneer <vet>inwoner hulp</vet> kunt krijgen, wat die <vet>hulp</vet> inhoudt en welke rechten en plichten de <vet>inwoner</vet> heeft. Daarna zijn er enkele hoofdstukken over de vorm die de <vet>hulp</vet> heeft, over wat <vet>inwoners</vet> en <vet>gemeente</vet> van elkaar kunnen verwachten en hoe de <vet>hulp</vet> georganiseerd is (H. 8-12). De <vet>verordening</vet> eindigt met een uitleg van belangrijke begrippen die in deze <vet>verordening</vet> worden gebruikt (deze woorden zijn dikgedrukt in de <vet>verordening</vet>) en met slotbepalingen (H. 13 en 14). </al><al/><al>Elk hoofdstuk begint met een korte inleiding. Daarin staat waarover het hoofdstuk gaat en welke bijzondere kernwaarden voor dat hoofdstuk gelden. Daarna volgen de regels. Die regels zijn gebaseerd op de <vet>wetten</vet> die bij 1.1 zijn genoemd. Bij elk artikel staat op welke <vet>wet</vet> of welke <vet>wetten</vet> het precies gebaseerd is. Dit kan per artikel en zelfs per hoofdstuk of paragraaf verschillend zijn. In deze <vet>verordening</vet> komt een aantal keer het woord ‘<vet>Gemeentewet’</vet> voor. We bedoelen daarmee de <vet>wet</vet> die bepaalt dat de gemeenteraad zelf iets kan regelen. We noemen dat de algemene of aanvullende regelingsbevoegdheid van de gemeenteraad (art. 108, eerste lid, 121, en 147, eerste lid, <vet>Gemeentewet</vet>). Bij een aantal artikelen staat de afkorting ‘<vet>Awb</vet><vet>’</vet> (<vet>Algemene wet bestuursrecht</vet>). Daarmee bedoelen we dat in de <vet>Awb</vet> specifieke bepalingen over dat onderwerp staan. Bijvoorbeeld bij artikel 3.4.9 en 3.4.10 (over subsidies), 8.2 (over geld) en 11.1 t/m 11.3 (over klachten). </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>De hulpvraag </titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Soms lukt het <vet>inwoners</vet> niet om zelf hun problemen op te lossen. <vet>Inwoners</vet> kunnen dan <vet>hulp</vet> vragen aan de <vet>gemeente</vet>. In dit hoofdstuk staat hoe een <vet>inwoner die hulpvraag</vet> kan stellen. Ook staat in dit hoofdstuk hoe de <vet>hulpvraag</vet> wordt behandeld en hoe de <vet>gemeente</vet> tot een besluit komt. Uitgangspunt is dat alle <vet>hulpvragen</vet> in één keer kunnen worden gesteld. Maar voor bepaalde <vet>hulpvragen</vet> geldt soms een bijzondere route. In dit hoofdstuk staat ook, hoe <vet>inwoners</vet> en hulpverleners signalen kunnen doorgeven aan de <vet>gemeente</vet>, als ze zich zorgen maken over andere inwoners. Geeft de <vet>gemeente hulp</vet>, dan zorgt de <vet>gemeente</vet> ervoor dat de <vet>hulp</vet> aansluit bij andere vormen van <vet>hulp</vet> die de <vet>inwoner</vet> al krijgt. <vet>Inwoners</vet> en professionals kunnen ook informatie vinden op gemeenteberkelland.nl. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarden:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> helpt de <vet>inwoner</vet> om zijn<vet> hulpvraag</vet> op de juiste plek te stellen.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> maakt <vet>hulp</vet> makkelijk bereikbaar.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> onderzoekt de <vet>hulpvraag</vet> zorgvuldig.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>2.1</nr><titel>Fase 1: Melding bij de gemeente </titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.1.1</nr><titel>Melden hulpvraag</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Wvggz</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>] </vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Inwoners</vet> die <vet>hulp</vet> nodig hebben kunnen zich melden bij de integrale Toegang Sociaal Domein van de gemeente. Dat kan telefonisch via 0545-250300 of via het digitale contactformulier. Deze is te vinden op www.gemeenteberkelland.nl/voormekaar/.</al></li><li nr="2."><al><vet>Inwoners</vet> die maatschappelijke opvang nodig hebben, kunnen zich ook rechtstreeks melden bij de <vet>gemeente</vet> Doetinchem (zie ook art. 5.4) </al></li><li nr="3."><al>Voor sommige vormen van <vet>hulp</vet> kan de <vet>inwoner</vet> direct een <vet>aanvraag</vet> doen. De <vet>inwoner</vet> kan in ieder geval direct een <vet>aanvraag</vet> doen voor de volgende vormen van <vet>hulp</vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>een <vet>bijstandsuitkering</vet> voor <vet>levensonderhoud</vet>, voor <vet>inwoners</vet> van 27 jaar of ouder;</al></li><li nr="b."><al>een <vet>IOAW</vet>- of <vet>IOAZ-uitkering</vet>; </al></li><li nr="c."><al>bepaalde <vet>inkomensvoorzieningen</vet>;</al></li><li nr="d."><al><vet>jeugdhulp</vet>; en</al></li><li nr="e."><al>persoonlijke ondersteuning bij werk en <vet>voorzieningen</vet> die het werk ondersteunen (zie paragraaf 3.5)</al></li><li nr="f."><al>Leerlingenvervoer (zie hoofdstuk 6). </al></li></lijst></li></lijst><al>In artikel 2.3.1 staat hoe een <vet>aanvraag</vet> kan worden gedaan. </al><lijst><li nr="4."><al>Als het gaat om een <vet>bijstandsuitkering</vet> voor <vet>levensonderhoud</vet> kan de <vet>inwoner</vet> die jonger is dan 27 jaar pas een <vet>aanvraag</vet> indienen als er na de <vet>melding</vet> en het invullen van <extref doc="http://www.werk.nl/"><onderstreept>www.werk.nl</onderstreept>,</extref> onderdeel uitkering, vier weken voorbij zijn gegaan waarin de <vet>inwoner</vet> op zoek is gegaan naar werk of opleidingsmogelijkheden. Behalve als de <vet>melding</vet> is gedaan door:</al><lijst><li nr="a."><al>gehuwden en één van de echtgenoten 27 jaar of ouder is;</al></li><li nr="b."><al><vet>inwoners</vet> die uiterlijk één jaar voorafgaand aan de <vet>aanvraag</vet> ingeschreven hebben gestaan bij het praktijkonderwijs (pro) of voortgezet <vet>speciaal onderwijs</vet> (vso). Deze uitzondering duurt een jaar;</al></li><li nr="c."><al><vet>inwoners</vet> met een medische urenbeperking;</al></li><li nr="d."><al><vet>inwoners</vet> die loonkostensubsidie ontvangen of mogelijk tot de doelgroep van loonkostensubsidie behoren.</al></li></lijst></li></lijst><al>Zij kunnen de <vet>melding</vet> en <vet>aanvraag</vet> op hetzelfde moment doen. </al><al>In artikel 2.3.1 staat hoe een <vet>aanvraag</vet> kan worden gedaan. </al><lijst><li nr="5."><al>Als het nodig is helpen de <vet>medewerkers</vet> van Voormekaar of <vet>Fijnder</vet><vet> inwoners</vet> bij het vinden van de juiste <vet>medewerker</vet>, voor een gesprek over de <vet>hulpvraag</vet>. </al></li><li nr="6."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor, dat <vet>inwoners</vet> goed worden geïnformeerd over de mogelijkheden om een <vet>melding</vet> of een <vet>aanvraag</vet> te doen. </al></li><li nr="7."><al>De <vet>werkgever</vet> kan ook een <vet>aanvraag</vet> doen voor persoonlijke ondersteuning bij werk en voorzieningen die het werk ondersteunen. De <vet>gemeente</vet> heeft hiervoor een aanvraagformulier.</al></li><li nr="8."><al>Iemand anders kan ook een <vet>melding</vet> of, met een machtiging, een <vet>aanvraag</vet> namens de <vet>inwoner</vet> doen met diens toestemming.</al></li><li nr="9."><al>Iedereen die zich zorgen maakt over het zorgwekkende <vet>gedrag</vet> van een ander, kan dat melden. Voor deze <vet>meldingen</vet> bestaat het Landelijk Meldpunt Zorgwekkend Gedrag (0800-1205). Het Landelijk Meldpunt Zorgwekkend Gedrag neemt de <vet>melding</vet> in ontvangst voor de <vet>gemeente</vet> en onderzoekt of de inwoner moet worden geholpen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.1.2</nr><titel>Doel en procedure melding </titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het doel van de <vet>melding</vet> is om de hulpvraag te bespreken en te onderzoeken of er <vet>hulp</vet> nodig is. De <vet>gemeente</vet> spreekt met de <vet>inwoner</vet> af, waar en wanneer een gesprek met een <vet>medewerker</vet> van de <vet>gemeente</vet> plaats vindt. De <vet>gemeente</vet> geeft aan waarover het gesprek gaat en welke gegevens de <vet>inwoner</vet> beschikbaar moet hebben. Het gesprek kan bij de <vet>inwoner</vet> thuis zijn, als dit belangrijk is voor de <vet>hulpvraag</vet>, maar kan ook telefonisch of via beeldbellen plaatsvinden. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>inwoner</vet> met een lichamelijke <vet>beperking</vet> kan ook direct na de <vet>melding</vet> aangemeld worden voor een gesprek met een deskundige. In het kader van herstelgerichte ondersteuning heeft de <vet>gemeente</vet> afspraken gemaakt met meerdere fysiotherapiepraktijken. In de fysiotherapiepraktijk vindt een intakegesprek plaats met een fysieke meting door een fysiotherapeut. Er volgt een deskundig advies. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> informeert de <vet>inwoner</vet> over de gratis hulp die een cliëntondersteuner kan geven.</al></li><li nr="4."><al>De <vet>inwoner</vet> kan zelf een plan opstellen waarin de <vet>inwoner</vet> uitlegt hoe zijn <vet>persoonlijke situatie</vet> is. In dat plan geeft de <vet>inwoner</vet> ook aan wat te willen bereiken met de vraag (dat plan heet een persoonlijk plan of een familiegroepsplan). De <vet>gemeente</vet> informeert de <vet>inwoner</vet> over die mogelijkheid. De <vet>inwoner</vet> krijgt de gelegenheid om na de <vet>melding</vet> binnen 7 dagen een <vet>persoonlijk plan</vet> in te leveren bij Voormekaar. De termijn van 7 dagen geldt niet voor <vet>jeugdhulp</vet>. </al></li><li nr="5."><al>Het kan zijn dat het niet nodig is om verder in gesprek te gaan. De <vet>gemeente</vet> overlegt hierover met de <vet>inwoner</vet> die de <vet>hulpvraag</vet> heeft gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.1.3</nr><titel>Gegevens </titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><al>De <vet>inwoner</vet> zorgt ervoor, dat de <vet>gemeente</vet> alle gegevens krijgt die nodig zijn voor het gesprek over de <vet>hulpvraag</vet>. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.2</nr><titel>Fase 2: Gesprek na de melding</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.2.1</nr><titel>Doel en procedure van het gesprek</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de <vet>hulpvraag</vet>, van het effect dat de <vet>inwoner</vet> wil bereiken en van zijn <vet>persoonlijke situatie</vet>. Het gesprek vindt zo snel mogelijk na de <vet>melding</vet> plaats. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>inwoner</vet> kan iemand meenemen van uit het (sociale) netwerk naar het gesprek voor ondersteuning. De <vet>inwoner</vet> kan daarnaast ook gebruik maken van een cliëntondersteuner. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>inwoner</vet> laat altijd een geldig identiteitsbewijs zien. Voor de <vet>Jeugdwet</vet> is het genoeg het burgerservicenummer te controleren. Dit kan met een document waar dit op staat of met een check in de Basisregistratie Personen.</al></li><li nr="4."><al>Als de <vet>inwoner</vet> een <vet>persoonlijk plan</vet> of een familiegroepsplan heeft gemaakt, betrekt de <vet>medewerker</vet> dit plan bij het gesprek. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.2.2</nr><titel>Gesprek en onderzoek </titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>medewerker</vet> bespreekt met de <vet>inwoner</vet> de <vet>melding</vet> en onderzoekt als volgt: </al><lijst><li nr="-"><al>Stap 1: De <vet>gemeente</vet> stelt eerst vast wat de <vet>hulpvraag</vet> van de <vet>inwoner</vet> is en welk <vet>effect</vet> de <vet>inwoner</vet> wil bereiken.</al></li><li nr="-"><al>Stap 2: De <vet>gemeente</vet> stelt hierna vast welke problemen, <vet>beperkingen</vet> of (on)mogelijkheden er precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen van de <vet>hulpvraag</vet>. </al></li><li nr="-"><al>Stap 3: De <vet>gemeente</vet> brengt in kaart welke <vet>hulp</vet> nodig is. </al></li><li nr="-"><al>Stap 4: De <vet>gemeente</vet> onderzoekt wat de <vet>inwoner</vet> zelf kan doen om het probleem op te lossen (<vet>eigen kracht</vet>), al dan niet met <vet>gebruikelijke hulp</vet> (zie artikel 2.2.2.1), met <vet>algemeen gebruikelijke voorzieningen</vet>, met <vet>hulp</vet> van anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, of met <vet>andere voorzieningen</vet>. </al></li><li nr="-"><al>Stap 5: De <vet>gemeente</vet> bepaalt welke aanvullende <vet>hulp</vet> de <vet>gemeente</vet> kan geven om het probleem op te lossen en het gewenste <vet>effect</vet> te bereiken. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Informatie die de <vet>medewerker</vet> na het gesprek ontvangt, betrekt de <vet>medewerker</vet> bij zijn onderzoek. </al></li><li nr="3."><al>Het gesprek kan telefonisch of via beeldbellen plaatsvinden als dat voldoende is voor het beoordelen van de <vet>hulpvraag</vet>. </al></li><li nr="4."><al>Als het nodig is, betrekt de <vet>medewerker</vet> ook anderen bij het gesprek of onderzoek. Als de <vet>inwoner</vet><vet>mantelzorg</vet> krijgt, gaat de <vet>medewerker</vet> na of de <vet>mantelzorger</vet> ondersteuning nodig heeft. </al></li><li nr="5."><al>Gaat het om <vet>Wmo</vet>- of <vet>jeugdhulp</vet>, dan informeert de <vet>medewerker</vet> de <vet>inwoner</vet> over de mogelijkheid om te kiezen voor <vet>hulp in natura</vet> of een persoonsgebonden budget (<vet>pgb</vet>). Als de <vet>inwoner</vet> een pgb wil ontvangen, dan maakt een Bewustkeuzegesprek deel uit van het onderzoek. Dat gesprek gaat over de taken en werkzaamheden die horen bij een <vet>pgb</vet>. Het gesprek gaat ook over de voorwaarden om een <vet>pgb</vet> te kunnen krijgen. </al></li><li nr="6."><al>Gaat het om <vet>Wmo</vet><vet>-hulp</vet> waarvoor de <vet>inwoner</vet> een bijdrage in de kosten moet betalen, dan informeert de <vet>medewerker</vet> de <vet>inwoner</vet> hierover. </al></li><li nr="7."><al>De <vet>medewerker</vet> voert het gesprek vanuit het gedachtegoed van <vet>positieve gezondheid</vet>.</al></li><li nr="8."><al>Een onderzoek naar een <vet>aanvraag</vet> voor leerlingenvervoer wordt niet met toepassing van dit artikel afgehandeld. Hiervoor geldt hoofdstuk 6 van deze <vet>verordening</vet>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.2.2.1</nr><titel>Gebruikelijke hulp</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Gebruikelijke hulp</vet> is de mate waarin de <vet>inwoner</vet> met <vet>gebruikelijke hulp</vet> het aanvaardbare niveau van <vet>zelfredzaamheid</vet> en <vet>participatie</vet> of het zich handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: </al><lijst><li nr="a."><al>Huisgenoten van een <vet>inwoner</vet> zijn altijd zelf als eerste verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden, de <vet>zelfredzaamheid</vet> en de <vet>participatie</vet> of het zich kunnen handhaven in de samenleving. </al></li><li nr="b."><al><vet>Gebruikelijke hulp</vet> heeft een verplichtend karakter. Het hoeft niet te betekenen dat de huisgenoten deze hulp zelf uitvoeren. De <vet>gebruikelijke hulp</vet> kan de <vet>inwoner</vet> ook door andere personen laten doen of met eigen geld inkopen. </al></li><li nr="c."><al>Bij uitval van een persoon wordt door huisgenoten, ook naast een fulltime (vrijwilligers)werk of opleiding, zorggedragen voor een herverdeling en overname van de (huishoudelijke) taken, zorg- en begeleidingsactiviteiten. </al></li><li nr="d."><al>De hulp die van <vet>kinderen</vet> wordt gevraagd hangt af van de leeftijd van het <vet>kind</vet>. Van <vet>kinderen</vet> onder de 18 jaar wordt verwacht dat zij helpen in het huishouden. Van iedere volwassene van 18 jaar of ouder wordt in ieder geval verwacht naast een volledige baan of opleiding een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Van iedere volwassene vanaf 23 jaar wordt in ieder geval verwacht een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Het hebben van een fulltimebaan of het volgen van een voltijdsopleiding staat het leveren van <vet>gebruikelijke hulp</vet> dus niet in de weg. Het bieden van <vet>gebruikelijke hulp</vet> gaat verder ook voor op andere activiteiten van huisgenoten in het kader van hun maatschappelijke <vet>participatie</vet>. </al></li><li nr="e."><al>Fysieke afwezigheid van de huisgenoot belemmert het bieden van <vet>gebruikelijke hulp</vet> in principe niet. Van ieder (volwassen) mens wordt verwacht een volledige <vet>school</vet>- of werkweek (inclusief overwerk en <vet>reistijden</vet>) te kunnen combineren met huishoudelijke taken. Afwezigheid vanwege <vet>school</vet>- of arbeidsgerelateerde activiteiten kan er wel toe leiden dat de gebruikelijke hulpverlener de uitvoering van de taken moet plannen op momenten waarop hij/zij wel thuis is.</al></li><li nr="f."><al>Bij de beoordeling of en in welke mate er sprake is van <vet>gebruikelijke hulp</vet> worden in ieder geval de volgende aspecten gewogen: </al><lijst><li nr="I."><al>De aard van de benodigde ondersteuning. </al></li><li nr="II."><al>De mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde ondersteuning. </al></li><li nr="III."><al>De frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning. </al></li><li nr="IV."><al>De duur van de benodigde ondersteuning. Is er sprake van een kortdurende situatie met uitzicht op herstel of een langdurende (chronische) situatie waarin extra ondersteuning nodig is. </al></li><li nr="V."><al><vet>Gebruikelijke hulp</vet> geldt niet of minder als uit objectief onderzoek blijkt dat huisgenoten niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen door: </al><lijst><li nr="•"><al>langdurige fysieke afwezigheid </al></li><li nr="•"><al>een <vet>beperking</vet> of een beperkte leerbaarheid. </al></li><li nr="•"><al>(dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast onder spanning staat. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en <vet>gebruikelijke hulp</vet> en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en <vet>gebruikelijke hulp</vet> voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan het bieden van <vet>gebruikelijke hulp</vet> in principe niet in de weg staan. Bij (dreigende) overbelasting kan die indicatie van korte duur zijn om de huisgenoten de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.2.3</nr><titel>Ondersteuningsplan</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>medewerker</vet> maakt een <vet>ondersteuningsplan</vet> van de uitkomsten van het onderzoek. </al></li><li nr="2."><al>Gaat het om een <vet>hulpvraag</vet> voor <vet>Wmo</vet>- of <vet>jeugdhulp</vet>, dan deelt de <vet>medewerker</vet> het <vet>ondersteuningsplan</vet> met de <vet>inwoner</vet> via het <vet>Burger Portaal</vet> of post. Opmerkingen of latere aanvullingen van de <vet>inwoner</vet> worden als bijlage aan het <vet>ondersteuningsplan</vet> toegevoegd. Bij het <vet>ondersteuningsplan</vet> wordt ook een aanvraagformulier gevoegd, tenzij de <vet>inwoner</vet> al een <vet>aanvraag</vet> heeft gedaan. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.3</nr><titel>Fase 3: Aanvraag </titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.3.1</nr><titel>Aanvraag </titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> kan een <vet>aanvraag</vet> doen, nadat het onderzoek naar de <vet>hulpvraag</vet> is afgerond. Dit geldt niet voor de hulpvragen zoals bedoeld in art. 2.1.1. lid 3. De <vet>inwoner</vet> kan ook zes weken na de <vet>melding</vet> een <vet>Wmo</vet><vet>-aanvraag</vet> doen. </al></li><li nr="2."><al>Conform artikel 2.1.1 lid 3 kan een <vet>aanvraag</vet> voor <vet>jeugdhulp zonder voorafgaand onderzoek</vet> naar de <vet>hulpvraag</vet> gedaan worden. De <vet>aanvraag</vet> kan schriftelijk en in bepaalde gevallen ook digitaal worden gedaan. Na de <vet>aanvraag</vet> vindt het onderzoek plaats. Het doel van het onderzoek is te bepalen of de <vet>gemeente hulp</vet> gaat verlenen en zo ja, welke vorm die <vet>hulp</vet> dan heeft. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>inwoner</vet> gebruikt een aanvraagformulier om een <vet>aanvraag</vet> te doen. </al></li><li nr="4."><al>Een <vet>aanvraag</vet> wordt gedaan bij de <vet>gemeente</vet>, behalve als het gaat om een digitale <vet>aanvraag</vet> voor een <vet>bijstandsuitkering voor levensonderhoud, IOAW</vet> of voor een <vet>IOAZ-uitkering</vet>. Aanvragen voor een <vet>bijstandsuitkering levensonderhoud</vet> en <vet>IOAW</vet> worden gedaan via de website van UWV (<extref doc="http://www.werk.nl/"><onderstreept>www.werk.nl</onderstreept></extref>). In bijzondere situaties kan een <vet>uitkering voor levensonderhoud</vet> ook schriftelijk worden aangevraagd. Als het gaat om een <vet>aanvraag</vet> voor een <vet>IOAZ-uitkering</vet>, dan kan de <vet>inwoner</vet> voor meer informatie en het indienen van een <vet>aanvraag</vet> contact opnemen met ROZ via de website <extref doc="http://www.rozgroep.nl/"><onderstreept>www.rozgroep.nl</onderstreept></extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.3.2</nr><titel>Voorwaarden voor hulp-op-maat</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, </vet><vet>Wgs</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Vraagt de <vet>inwoner</vet> <vet>hulp</vet> die speciaal is afgestemd op de <vet>inwoner</vet> (<vet>hulp-op-maat</vet>), dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>hulp</vet> is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde <vet>wetten</vet> te bereiken;</al></li><li nr="b."><al>De <vet>inwoner</vet> heeft geen mogelijkheden om het gewenste <vet>effect</vet> op <vet>eigen kracht</vet> te bereiken. De <vet>inwoner</vet> kan dit <vet>effect</vet> ook niet op andere manieren bereiken, zoals met de inzet van hulp van huisgenoten, met <vet>mantelzorg</vet>, met hulp vanuit het sociale netwerk, met <vet>algemeen gebruikelijke voorziening</vet><vet>en</vet> of met behulp van <vet>andere voorzieningen </vet>of organisaties; en</al></li><li nr="c."><al>De hulp is geschikt om het gewenste <vet>effect</vet> te bereiken en past bij de <vet>persoonlijke situatie</vet> van de <vet>inwoner</vet>. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor sommige vormen van <vet>hulp</vet> zijn er in de <vet>wet</vet> of in deze <vet>verordening</vet> extra voorwaarden gesteld. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>hulp-op-maat</vet> is niet duurder dan nodig is en duurt niet langer dan nodig is. De <vet>gemeente</vet> kiest daarom voor de goedkoopste <vet>voorziening</vet> die geschikt is om het gewenste <vet>effect</vet> te bereiken. </al></li><li nr="4."><al>Als sprake is van een levenslange <vet>beperking</vet> of aandoening en er geen zicht op verbetering is, wordt de afweging gemaakt of <vet>hulp-op-maat</vet> (<vet>Wmo</vet>; zowel persoonsgebonden budget als Zorg in Natura) voor onbepaalde tijd passend is. De <vet>gemeente</vet> onderzoekt periodiek of de <vet>hulp-op-maat</vet> nog passend is. Tussentijdse wijzigingen in omstandigheden en/of beleid kunnen van invloed zijn op de <vet>hulp-op-maat</vet>.</al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente </vet>kan <vet>hulp-op-maat</vet> in ieder geval weigeren als:</al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>hulpvraag</vet> het gevolg is van verwijtbaar <vet>gedrag</vet> van de <vet>inwoner</vet> en hij deze <vet>hulpvraag</vet> had kunnen voorkomen; </al></li><li nr="b."><al>de <vet>inwoner</vet> de gevraagde <vet>hulp</vet> zelf al heeft geregeld of ingekocht voordat een <vet>Wmo</vet> <vet>melding</vet> is gedaan;</al></li><li nr="c."><al>de <vet>inwoner</vet> de gevraagde <vet>hulp</vet> zelf al heeft geregeld of ingekocht, tussen de periode van de <vet>melding</vet> en de <vet>aanvraag</vet>, tenzij de <vet>gemeente</vet> daarvoor toestemming heeft verleend of achteraf de noodzaak nog vastgesteld kan worden;</al></li><li nr="d."><al>de <vet>gemeente</vet> de noodzaak van de <vet>hulp</vet> niet kan vaststellen;</al></li><li nr="e."><al>de <vet>hulp-op-maat </vet>gezien de <vet>beperkingen</vet> van de <vet>inwoner</vet>, onveilig voor de <vet>inwoner</vet> en/of zijn omgeving is, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en/of anti-revaliderend werkt; </al></li><li nr="f."><al>uit wetenschappelijk onderzoek onvoldoende de toegevoegde waarde blijkt van <vet>hulp-op-maat</vet> in het wegnemen van <vet>beperkingen</vet> in de <vet>zelfredzaamheid</vet> en <vet>participatie</vet>. De <vet>gemeente</vet> kan deze <vet>hulp</vet> wel toekennen wanneer deze in de <vet>persoonlijke situatie</vet> als meest passend wordt bevonden;</al></li><li nr="g."><al>De <vet>hulp-op-maat</vet> niet doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt de <vet>gemeente</vet> door vast te stellen of de <vet>hulp-op-maat</vet> wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de <vet>hulpvraag</vet> en [waar beschikbaar] wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. De <vet>gemeente </vet>kan hiervoor gebruik maken van de NJI Databank Effectieve jeugdinterventies, Richtlijnen <vet>Jeugdhulp</vet> en GGZ-standaarden;</al></li><li nr="h."><al>blijkt dat <vet>ouders</vet> begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van de <vet>gemeente</vet> geen sprake is van een <vet>hulpvraag</vet> als bedoeld in de <vet>Jeugdwet</vet>. Wel kan dan ondersteuning geboden worden vanuit een andere <vet>wet</vet>.</al></li><li nr="i."><al>huisgenoten<vet> gebruikelijke hulp </vet>kunnen bieden. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.3.3</nr><titel>Advisering </titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat de <vet>medewerker</vet> die een <vet>melding</vet> of <vet>aanvraag</vet> behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze <vet>melding</vet> of <vet>aanvraag</vet> goed te kunnen beoordelen. Als de <vet>medewerker</vet> die deskundigheid niet heeft, zorgt de <vet>gemeente</vet> ervoor dat iemand die wel deskundig is een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de <vet>gemeente</vet> bij de beoordeling van de <vet>melding</vet> of de <vet>aanvraag</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.3.4</nr><titel>Beoordelen aanvraag</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><al>Om te bepalen of de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp</vet> verleent, volgt de <vet>gemeente</vet> de stappen zoals vermeld in artikel 2.2.2 lid 1. Als deze onderzoeksstappen al voor de <vet>aanvraag</vet> zijn doorlopen dan volgt in deze fase het besluit op de <vet>aanvraag</vet> op basis van de uitkomsten van het onderzoek.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.3.5</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> beslist zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de <vet>aanvraag</vet> is ontvangen. Gaat het om een <vet>aanvraag</vet> in het kader van de <vet>Wmo</vet>, dan beslist de <vet>gemeente</vet> binnen 2 weken nadat de <vet>aanvraag</vet> voor <vet>Wmo-hulp</vet> is ontvangen. De beslistermijn kan schriftelijk worden verlengd als de <vet>inwoner</vet> onvoldoende gegevens heeft verstrekt. De <vet>gemeente</vet> vraagt de <vet>inwoner</vet> dan opnieuw om de ontbrekende gegevens te verstrekken. </al></li><li nr="2."><al>Als de <vet>gemeente</vet> een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kan nemen, dan noemt de <vet>gemeente</vet> een nieuwe termijn waarbinnen het besluit wordt genomen. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.4</nr><titel>Fase 4. Beslissing</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.4.1</nr><titel>Inhoud besluit</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> legt in een brief uit wat het besluit is, en stuurt deze brief naar de <vet>inwoner</vet>. Als de <vet>inwoner</vet> een <vet>vertegenwoordiger</vet> heeft, dan wordt de brief naar die persoon gestuurd. In het besluit staat of de <vet>gemeente</vet> wel of geen <vet>hulp</vet> geeft. Als de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp</vet> geeft, staat in het besluit ook of de <vet>hulp in natura</vet>, in de vorm van een <vet>pgb</vet>, in geld of op een andere manier wordt gegeven. </al></li><li nr="2."><al>Geeft de <vet>gemeente</vet> de <vet>hulp ‘in natura’</vet> (een product of een dienst), dan staat in het besluit in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>welke <vet>hulp</vet> wordt toegekend en wat het doel van de <vet>hulp</vet> is;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de <vet>hulp</vet> ingaat en hoe lang de <vet>hulp</vet> duurt;</al></li><li nr="c."><al>door wie de <vet>hulp</vet> wordt gegeven. De <vet>zorgaanbieder</vet> maakt samen met de <vet>inwoner</vet> een <vet>zorgplan</vet> waarin afspraken staan over hoe de <vet>hulp</vet> wordt gegeven; en</al></li><li nr="d."><al>welke voorwaarden en verplichtingen er voor de <vet>hulp</vet> gelden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Geeft de <vet>gemeente</vet> de <vet>hulp</vet> in de vorm van een <vet>pgb</vet>, dan staat in het besluit in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke <vet>hulp</vet> het <vet>pgb</vet> bedoeld is;</al></li><li nr="b."><al>wat het doel is van die <vet>hulp</vet>;</al></li><li nr="c."><al>hoe hoog het <vet>pgb</vet> is en hoe dat berekend is;</al></li><li nr="d."><al>wanneer het <vet>pgb</vet> ingaat en wanneer het <vet>pgb</vet> eindigt;</al></li><li nr="e."><al>hoe de besteding van het <vet>pgb</vet> verantwoord wordt; en</al></li><li nr="f."><al>welke voorwaarden en verplichtingen er voor het <vet>pgb</vet> gelden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Geeft de <vet>gemeente</vet> de <vet>hulp</vet> in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>hoeveel het is;</al></li><li nr="b."><al>voor welk doel het geld wordt gegeven;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het geld wordt betaald;</al></li><li nr="d."><al>hoe vaak het geld wordt betaald; en</al></li><li nr="e."><al>welke voorwaarden en verplichtingen er gelden voor het uitgeven van geld.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> informeert de <vet>inwoner</vet> in het besluit ook over een eventuele bijdrage in de kosten.</al></li><li nr="6."><al>De <vet>gemeente</vet> informeert de <vet>inwoner</vet> over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen het besluit (zie ook artikel 11.5).</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.5</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.5.1</nr><titel>Jeugdhulp via arts en andere hulpverleners</titel></kop><al><vet> [Jeugdwet, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat de <vet>jongere</vet> <vet>jeugdhulp</vet> krijgt, als de huisarts, jeugdarts of medisch specialist de <vet>jongere</vet> doorverwijst naar een <vet>jeugdhulpaanbieder</vet>, of als de rechter in het kader van het jeugdstrafrecht of Gecertificeerde <vet>Instelling</vet> in het kader van een maatregel <vet>jeugdhulp</vet> nodig vindt.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, Gecertificeerde <vet>Instellingen</vet> en zorgverzekeraars over doorverwijzingen.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> contracteert <vet>jeugdhulpaanbieders</vet> en zorgt voor een dekkend zorglandschap. Verwijzingen naar niet gecontracteerde <vet>aanbieders</vet> worden niet toegekend of vergoed. </al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kan overgaan tot het sturen van een brief richting de <vet>inwoner</vet>, indien <vet>jeugdhulp</vet> middels een verwijzing van huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, Gecertificeerde <vet>instellingen</vet> wordt ingezet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.5.2</nr><titel>Spoedeisende gevallen</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, </vet><vet>Llv</vet><vet>, </vet><vet>Wgs</vet><vet>]</vet></al><al>In spoedeisende gevallen kan de <vet>gemeente</vet> afwijken van de normale procedure om ervoor te zorgen dat de <vet>inwoner</vet> de <vet>hulp</vet> krijgt die nodig is. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.5.3</nr><titel>Inburgeringsplichtigen</titel></kop><al><vet>[</vet><vet>WiB</vet><vet>]</vet></al><al>Met de komst van de <vet>Wet inburgering 2021</vet> is de <vet>gemeente</vet> verantwoordelijk voor het aanbieden van passende inburgeringstrajecten aan nieuwe <vet>inburgeringsplichtigen</vet>. <vet>Asielmigrant</vet>en worden vanuit een asielzoekerscentrum gekoppeld aan de <vet>gemeente</vet> Berkelland. Waar mogelijk begint de <vet>brede intake </vet>al op het asielzoekerscentrum. Gezinsmigranten krijgen een kennisgeving van de Dienst Uitvoering Onderwijs (<vet>DUO</vet>) over de inburgeringsplicht. In de <vet>DUO</vet> portal krijgt de <vet>gemeente</vet> een seintje wanneer de gezinsmigrant zich in de <vet>gemeente</vet> heeft ingeschreven. Dat is het signaal dat de <vet>gemeente </vet>betrokkene moet uitnodigen voor de <vet>brede intake</vet>. De regisseur nieuwkomers nodigt de gezinsmigrant uit voor een <vet>brede intake</vet>. Daarnaast krijgen de <vet>inburgeringsplichtigen</vet> een andere <vet>brede intake</vet> dan de intake zoals in fase 1 tot en met fase 4 (artikelen 2.1 tot en met 2.4) beschreven staat. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.5.3.1</nr><titel>Brede intake</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> neemt bij de <vet>inburgeringsplichtigen </vet>een <vet>brede intake</vet> af. De <vet>brede intake</vet> geeft een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de <vet>inwoner</vet>. In overleg met de <vet>inwoner</vet> en op basis van de uitkomsten van de <vet>brede intake</vet>, geeft de <vet>gemeente</vet> invulling aan het inburgeringstraject.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>brede intake</vet> wordt zo vroeg mogelijk afgenomen. Als het kan wordt de <vet>brede intake</vet> gepland zodra de <vet>inwoner</vet> bekend is bij de <vet>gemeente</vet>. Voor asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de <vet>gemeente</vet>. Voor <vet>gezinsmigranten en overige migranten</vet> is dit het moment van inschrijving in de <vet>gemeente</vet>.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>brede intake</vet> bestaat in ieder geval uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de <vet>inwoner</vet>;</al></li><li nr="b."><al>een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de <vet>inwoner</vet>, zoals de fysieke en mentale gezondheid; </al></li><li nr="c."><al>voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het <vet>kind</vet> van de <vet>inwoner</vet> deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de <vet>Wet</vet> <vet>kinderopvang</vet>, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de <vet>Wet</vet> <vet>op het primair onderwijs </vet>en</al></li><li nr="d."><lijst><li nr="a."><al>het taalniveau van de <vet>inwoner</vet>;</al></li><li nr="b."><al>de mogelijkheden tot (arbeids)<vet>participatie</vet>;</al></li><li nr="c."><al>de mate van <vet>zelfredzaamheid </vet>en</al></li><li nr="d."><al>de wensen van de <vet>inwoner</vet> over inburgering en arbeids<vet>participatie</vet>.</al></li></lijst><al>een leerbaarheidstoets. De <vet>gemeente</vet> brengt met de <vet>brede intake</vet> in ieder geval in kaart:</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> legt de uitkomsten van de <vet>brede intake</vet> schriftelijk vast in het <vet>Persoonlijk plan Inburgering en Participatie</vet> (PIP). </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.5.3.2</nr><titel>Persoonlijk plan Inburgering en Participatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na afronding van de <vet>brede intake</vet> en op basis van de hieruit ontvangen informatie, stelt de <vet>gemeente</vet> het <vet>Persoonlijk plan Inburgering en Participatie</vet> (PIP) op. Dit gebeurt zoveel mogelijk in samenspraak met de <vet>inburgeringsplichtige</vet>. In ieder geval worden in het gesprek over de PIP de volgende onderwerpen besproken:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitkomsten van de <vet>brede intake</vet>;</al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke einddoelen van de <vet>inwoner</vet> in het inburgeringstraject;</al></li><li nr="c."><al>welke leerroute als passend wordt gezien en waarom;</al></li><li nr="d."><al>de rechten en plichten van de <vet>inwoner</vet> tijdens het inburgeringstraject;</al></li><li nr="e."><al>de verwachtingen van de <vet>inwoner</vet> over het traject; </al></li><li nr="f."><al>de rol van de <vet>gemeente</vet> bij dit traject; en</al></li><li nr="g."><al>voor <vet>gezinsmigranten en overige migranten</vet>: het aanbod aan passend en kwalitatief goed inburgeringsonderwijs waarmee de migrant de leerroute kan volgen en voltooien.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In het PIP staat wat de <vet>inwoner</vet> moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de <vet>inwoner</vet> gedurende het inburgeringstraject. De <vet>gemeente</vet> stemt het plan af op de <vet>persoonlijke situatie</vet>, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> stelt het PIP vast uiterlijk binnen 10 weken na inschrijving van de <vet>inwoner</vet> in de Basisregistratie Personen (BRP) van de <vet>gemeente</vet> waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het AZC, tenzij betrokkene op dat moment nog niet woonachtig is in de <vet>gemeente</vet>. Dus voor gezinsmigranten 10 weken na schriftelijke kennisgeving <vet>DUO</vet> en voor statushouders 10 weken na inschrijving in BRP <vet>gemeente</vet>.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de <vet>inwoner</vet> voor wie de leerroute al is vastgesteld verhuist naar de <vet>gemeente</vet> Berkelland, stelt de <vet>gemeente</vet> het PIP opnieuw vast. Dit gebeurt binnen 10 weken na de dag van verzending van de schriftelijke kennisgeving inburgeringsplicht door <vet>DUO</vet>. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door de <vet>gemeente</vet> van vertrek is vastgesteld.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3</nr><titel>Werken en meedoen in de samenleving</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Dit hoofdstuk gaat over werk en <vet>participatie</vet> (meedoen in de samenleving). Het is belangrijk dat <vet>inwoners</vet> in hun eigen <vet>levensonderhoud</vet> kunnen voorzien. De <vet>gemeente</vet> verwacht daarom van <vet>inwoners</vet> met een <vet>uitkering</vet> die kunnen werken, dat zij werk zoeken. De <vet>gemeente</vet> wil <vet>inwoners</vet> daarbij ondersteunen. Welke <vet>hulp</vet> de <vet>gemeente</vet> kan geven, staat in dit hoofdstuk. Die <vet>hulp</vet> noemen we ook wel: een <vet>voorziening</vet>. De <vet>gemeente</vet> kan iets terugvragen van <vet>inwoners</vet> met een <vet>uitkering</vet>. Dat wordt een tegenprestatie genoemd. In dit hoofdstuk wordt daar meer over uitgelegd. De <vet>gemeente</vet> vindt het belangrijk dat <vet>inwoners</vet> meedoen in de samenleving. Dat kan via werk, maar ook op andere manieren. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de <vet>inwoner</vet> zelf of van de <vet>gemeente,</vet> maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar). In dit hoofdstuk staan de belangrijkste regels voor de <vet>hulp</vet> die de <vet>gemeente </vet>kan geven om mee te doen in de samenleving. De regels in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de <vet>Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang</vet> en/of op de <vet>Jeugdwet</vet> de <vet>Wet</vet> <vet>maatschappelijke ondersteuning 2015</vet> (<vet>Wmo</vet>) en <vet>Wet inburgering 2021</vet>.</al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende <vet>kernwaarden</vet>:</al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> ondersteunt de <vet>inwoner</vet> zo goed mogelijk in zijn ontwikkeling naar <vet>participatie</vet> of werk. </cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>Betaald werk gaat voor onbetaald werk en voor inkomensondersteuning van de <vet>gemeente</vet>.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>3.1</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Inwoners</vet> zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om werk te vinden. Als dat niet lukt, kan de <vet>gemeente</vet> de volgende <vet>inwoners</vet> helpen om een stap <vet>richting</vet> werk te zetten, hierna te noemen de doelgroep:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Inwoners</vet> met een gemeentelijke <vet>uitkering</vet> die niet op <vet>eigen kracht</vet> of met de <vet>hulp</vet> van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunnen vinden; </al></li><li nr="b."><al><vet>Inwoners</vet>, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, die geen <vet>hulp</vet> kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of <vet>werkgevers</vet>. Per persoon beoordeelt de <vet>gemeente</vet> of er <vet>hulp</vet> wordt gegeven;</al></li><li nr="c."><al><vet>Jongeren</vet> tot 27 jaar die geen werk hebben of onderwijs volgen, en geen havo-diploma, vwo-diploma of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebben. De <vet>gemeente</vet> helpt hen een passende opleiding of passend werk te vinden, of leidt hen naar passende hulpverlening of zorg. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Inwoners</vet> moeten kunnen meedoen in de samenleving. Meedoen is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van <vet>inwoners</vet> zelf. De <vet>gemeente</vet> helpt in ieder geval de volgende <vet>inwoners</vet> om mee te doen in de samenleving, als dat op <vet>eigen kracht</vet> of op andere manieren niet lukt: </al><lijst><li nr="b."><al><vet>Inwoners</vet> met een <vet>beperking</vet>;</al></li><li nr="c."><al><vet>Inwoners</vet> met een langdurig psychisch of psychosociaal probleem.</al></li></lijst></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Samenwerking voor werk</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> werkt samen met <vet>werkgevers</vet>, UWV, regio-gemeenten, en andere organisaties. De <vet>gemeente</vet> doet dat om <vet>inwoners</vet> te helpen werk te vinden, dat bij hen past. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> ondersteunt <vet>werkgevers</vet> die <vet>inwoners</vet> uit de doelgroep werk willen aanbieden. De <vet>gemeente </vet>doet dat bijvoorbeeld via het <vet>Werkgevers</vet>servicepunt Achterhoek.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.3</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> kan per soort <vet>voorziening</vet> een budgetplafond vaststellen. Een budgetplafond is het maximale bedrag dat de <vet>gemeente</vet> per kalenderjaar kan uitgeven aan een bepaalde <vet>voorziening</vet>. Als dit budgetplafond bereikt is, verstrekt de <vet>gemeente</vet> zo’n <vet>voorziening</vet> niet meer. Voor wettelijke loonkostensubsidie en voor beschut werk kan de <vet>gemeente</vet> geen budgetplafond vaststellen. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.4</nr><titel>Voorzieningen – werk</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ. </vet><vet>Wsw</vet><vet>, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> bekijkt per <vet>inwoner</vet> welke <vet>hulp</vet> nodig is. De <vet>gemeente</vet> zet passende <vet>voorzieningen</vet> in. Voor mensen die ver van de arbeidsmarkt afstaan zijn er mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Van ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding tot regulier werk. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om een stapje terug te doen als het even wat minder gaat.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>voorzieningen</vet> van de <vet>gemeente</vet> zijn bedoeld voor <vet>inwoners</vet> uit de bovengenoemde doelgroep (zie artikel 3.1 lid 1). In bepaalde situaties kan de <vet>gemeente</vet> een <vet>voorziening</vet> ook voor andere <vet>inwoners</vet> inzetten, bijvoorbeeld als de <vet>Participatiewet</vet> dat aangeeft.</al></li><li nr="3."><al>Sommige <vet>voorzieningen</vet> worden aan <vet>werkgevers</vet> verstrekt, zoals loonkostensubsidie. Dit kan op initiatief van de <vet>gemeente</vet> of op <vet>aanvraag</vet> van de <vet>werkgever</vet>.</al><al> De <vet>gemeente</vet> houdt zich aan het preferente proces loonkostensubsidie dat voortkomt uit landelijke samenwerkingsafspraken. Deze zijn te vinden op de website (<extref doc="http://www.fijnder.nl">www.fijnder.nl</extref>).</al></li><li nr="4."><al>Het kan ook zijn dat bepaalde <vet>voorzieningen</vet> niet voor iedereen uit de doelgroep kunnen worden ingezet. Als dat zo is, wordt dat hieronder per <vet>voorziening</vet> aangegeven. </al></li><li nr="5."><al>Het doel van een <vet>voorziening</vet> is het vinden of behouden van werk dat geschikt is voor de <vet>inwoner</vet>. De <vet>gemeente</vet> kan tenminste de volgende <vet>voorzieningen</vet> inzetten:</al><lijst><li nr="a."><al>proefplaatsing;</al></li><li nr="b."><al>werkervaringsplaats;</al></li><li nr="c."><al><vet>participatie</vet>plaats;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering;</al></li><li nr="e."><al>beschut werk;</al></li><li nr="f."><al><vet>hulp</vet> bij een leer-werktraject;</al></li><li nr="g."><al>plaatsingssubsidie; </al></li><li nr="h."><al>wettelijke loonkostensubsidie;</al></li><li nr="i."><al>scholing;</al></li><li nr="j."><al><vet>hulp</vet> bij het leren van de Nederlandse taal;</al></li><li nr="k."><al>kinderopvang.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Deze <vet>voorzieningen</vet> worden hieronder toegelicht.</al></li><li nr="8."><al>De <vet>gemeente</vet> beoordeelt per persoon of het zinvol is om een <vet>voorziening</vet> in te zetten. De <vet>gemeente</vet> bepaalt in overleg met de <vet>inwoner</vet>, welke <vet>voorziening</vet> wordt ingezet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de <vet>gemeente</vet> naar verschillende dingen: de omstandigheden van de <vet>inwoner</vet>, zijn mogelijkheden en eventuele <vet>beperkingen</vet>, de zorg voor <vet>kinderen</vet>, <vet>mantelzorg</vet>, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. Gaat het om <vet>hulp-op-maat</vet>, dan zijn ook de voorwaarden uit artikel 2.3.2 van toepassing.</al></li><li nr="9."><al>In een plan van aanpak legt de <vet>gemeente</vet> vast welke <vet>hulp</vet> de <vet>inwoner</vet> krijgt. In dit plan staat welke afspraken er tussen de <vet>gemeente</vet> en de <vet>inwoner</vet> zijn gemaakt. </al></li><li nr="10."><al>De gemeenteraad ontvangt ieder jaar een jaarverslag met daarin de doeltreffendheid en de <vet>effecten</vet> van de inzet van de <vet>voorzieningen</vet>.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>3.4.1</nr><titel>Proefplaatsing </titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>uitkering</vet>sgerechtigde <vet>inwoner</vet> bij wijze van proef tijdelijk laten werken bij een <vet>werkgever</vet>. Deze <vet>inwoner</vet> houdt wel een <vet>uitkering</vet> tijdens die periode. </al></li><li nr="2."><al>Bij het aanbieden van een proefplaatsing betrekt de <vet>gemeente</vet> de mogelijkheden, interesses en vaardigheden van de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="3."><al>Het doel van de proefplaatsing is dat de <vet>werkgever</vet> kan kijken of de <vet>inwoner</vet> geschikt is voor het werk. </al></li><li nr="4."><al>Als de <vet>inwoner</vet> geschikt is voor het werk, volgt er een dienstverband. Dit is een voorwaarde bij een proefplaatsing. </al></li><li nr="5."><al>Het werk mag geen andere <vet>werknemers</vet> bij hetzelfde bedrijf verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere organisaties.</al></li><li nr="6."><al>De proefplaatsing is alleen mogelijk als de <vet>werkgever</vet> de <vet>inwoner</vet> goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Hierover worden afspraken gemaakt voor de start van de proefplaatsing. Wordt de proefplaatsing niet omgezet in een dienstverband dan moet de <vet>werkgever</vet> uitleggen wat hij heeft gedaan om de <vet>inwoner</vet> te begeleiden. </al></li><li nr="7."><al>De duur van de proefplaatsing hangt af van de duur van het dienstverband. Normaal duurt de proefplaatsing twee maanden. Met goede reden is er de mogelijkheid de proefplaatsing te verlengen met maximaal vier maanden. Bij een proefplaatsing van twee maanden volgt een dienstverband van minstens zes maanden. Bij een proefplaatsing tussen de twee en zes maanden volgt een dienstverband van minimaal twaalf maanden. </al></li><li nr="8."><al>De <vet>gemeente</vet> weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met plaatsingssubsidie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.2</nr><titel>Werkervaringsplaats </titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>inwoner</vet> een werkervaringsplaats bij een organisatie aanbieden. De <vet>inwoner</vet> houdt dan zijn <vet>uitkering</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Bij het aanbieden van een werkervaringsplaats betrekt de <vet>gemeente</vet> de mogelijkheden, interesses en vaardigheden van de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="3."><al>Een werkervaringsplaats heeft verschillende doelen: </al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoner</vet> doet werkervaring op;</al></li><li nr="b."><al>De <vet>inwoner</vet> leert om in een dienstverband te functioneren;</al></li><li nr="c."><al>De <vet>inwoner</vet> doet werkritme op. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De werkervaringsplaats is alleen mogelijk als de organisatie de <vet>inwoner</vet> goed begeleidt. De organisatie geeft de <vet>inwoner</vet> kansen om te oefenen en te leren in het werk. </al></li><li nr="5."><al>De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de <vet>gemeente</vet>, de organisatie en de <vet>inwoner</vet>. In die overeenkomst worden het doel van de werkervaringsplaats en de begeleiding van de <vet>inwoner</vet> verder uitgewerkt.</al></li><li nr="6."><al>De activiteiten die de <vet>inwoner</vet> bij de organisatie doet, mogen <vet>werknemers</vet> in die organisatie niet verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere organisaties.</al></li><li nr="7."><al>De werkervaringsplaats duurt maximaal 6 maanden en kan 1 keer worden verlengd met maximaal 6 maanden.  </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.3</nr><titel>Participatieplaats</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>inwoner </vet>ouder dan 27 jaar die algemene bijstand ontvangt en die een kleine kans heeft op betaald werk en voorlopig niet aan het werk kan, een <vet>participatie</vet>plaats aanbieden. De <vet>participatie</vet>plaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de betrokken partijen.</al></li><li nr="2."><al>Bij het aanbieden van een <vet>participatie</vet>plaats betrekt de <vet>gemeente</vet> de mogelijkheden, interesses en vaardigheden van de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="3."><al>Het doel van een <vet>participatie</vet>plaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De <vet>inwoner</vet> kan langdurig op een bepaalde werkplek werken. Zo doet de <vet>inwoner</vet> werkervaring op. De <vet>inwoner</vet> houdt zijn <vet>uitkering</vet>. Het gaat om werkzaamheden die passend zijn en speciaal op de <vet>inwoner</vet> zijn afgestemd.</al></li><li nr="4."><al>Een <vet>participatie</vet>plaats duurt maximaal 2 jaar. Dit kan met 2 keer 1 jaar worden verlengd als daardoor de arbeidskansen groter worden. </al></li><li nr="5."><al>Het werk mag geen andere <vet>werknemers</vet> bij hetzelfde bedrijf verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere organisaties. </al></li><li nr="6."><al>De <vet>inwoner</vet> kan telkens na 6 maanden een premie ontvangen. De gemeenteraad stelt deze premie vast op nihil.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.4</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>inwoner</vet> die er nog niet aan toe is om te werken, activiteiten aanbieden die de <vet>inwoner</vet> dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. Dat kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van sociale activering is om <vet>inwoners</vet> te helpen weer grip op hun leven te krijgen, sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.5</nr><titel>Beschut werk</titel></kop><al><vet>[PW]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> biedt een <vet>inwoner</vet> een beschutte werkplek aan als UWV heeft geadviseerd dat dit nodig is. Dat is nodig, als de <vet>inwoner</vet> alleen kan werken zodra het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die <vet>inwoner</vet>. <vet>Inwoners</vet> met een <vet>uitkering</vet> van UWV en <vet>inwoners</vet> zonder werk kunnen ook in aanmerking komen voor een beschutte werkplek. Voor deze <vet>inwoners</vet> geldt dit artikel ook. </al></li><li nr="2."><al>Het doel van beschut werk is om <vet>inwoners</vet> die alleen aangepast werk kunnen doen, een passende werkplek te bieden.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> biedt het maximale aantal beschutte werkplekken aan, dat het Rijk de <vet>gemeente</vet> opdraagt. </al></li><li nr="4."><al>Het kan zijn, dat een <vet>inwoner</vet> niet meteen een beschutte werkplek kan krijgen. Dat kan als de <vet>gemeente</vet> alle beschutte werkplekken voor het kalenderjaar al ingevuld heeft. De <vet>inwoner</vet> komt dan op een wachtlijst. De <vet>gemeente</vet> heeft hiervoor ‘Beleidsregels wachtlijst nieuw Beschut Werk Fijnder 1 juli 2024’’ opgesteld. De geldende beleidsregels zijn te vinden op www.overheid.nl. </al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> biedt de volgende <vet>voorzieningen</vet> aan, zodat een <vet>inwoner</vet> beschut kan werken:</al><lijst><li nr="a."><al>wettelijke loonkostensubsidie;</al></li><li nr="b."><al>aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;</al></li><li nr="c."><al>werk opsplitsen in kleinere taken;</al></li><li nr="d."><al>aanpassing van werktempo, arbeidsduur of werkbegeleiding.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De <vet>gemeente</vet> kan voor <vet>inwoners</vet> die op de wachtlijst Beschut Werk staan, ter overbrugging, de volgende <vet>voorzieningen</vet> inzetten:</al><lijst><li nr="a."><al> sociale activering;</al></li><li nr="b."><al><vet>participatie</vet>plaats; of</al></li><li nr="c."><al> een vergelijkbare <vet>voorziening</vet>. </al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De <vet>gemeente</vet> kan <vet>inwoners</vet> die in aanmerking komen voor beschut werk, helpen om de stap naar beschut werk makkelijker te maken. De <vet>gemeente</vet> gebruikt daar de volgende <vet>voorzieningen</vet> voor:</al><lijst><li nr="a."><al> sociale activering;</al></li><li nr="b."><al> scholing; </al></li><li nr="c."><al><vet>participatie</vet>plaats;</al></li><li nr="d."><al> werkervaringsplaats; of</al></li><li nr="e."><al> een vergelijkbare <vet>voorziening</vet>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.6</nr><titel>Hulp bij een leer- werktraject </titel></kop><al><vet>[PW] </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>jongere</vet> <vet>hulp</vet> aanbieden bij het volgen van een leer-werktraject, als dit nodig is om de stap naar werk te zetten. Het moet gaan om <vet>jongeren:</vet></al><lijst><li nr="a"><al>van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of </al></li><li nr="b"><al>van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Met startkwalificatie wordt bedoeld: een havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2"><al>De <vet>gemeente</vet> biedt <vet>hulp</vet> bij een leer-werktraject alleen aan, als de ondersteuning van <vet>school</vet> of <vet>werkgever</vet> onvoldoende is om het leer-werktraject te kunnen volgen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.7</nr><titel>Plaatsingssubsidie</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>werkgever</vet> die een <vet>inwoner</vet> in dienst neemt, voor een korte periode plaatsingssubsidie geven. Dit doet de <vet>gemeente</vet> alleen, als de <vet>werkgever</vet> voor deze <vet>inwoner</vet> geen wettelijke loonkostensubsidie kan krijgen (zie artikel 3.4.8), en ook niet in aanmerking komt voor andere <vet>vergoedingen</vet> voor het in dienst nemen van de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Het doel van deze subsidie is om <vet>werkgevers</vet> te stimuleren <vet>inwoners</vet> die moeilijk aan het werk komen in dienst te nemen. Extra kosten die <vet>werkgevers</vet> maken voor het begeleiden van deze <vet>inwoners</vet> worden hiermee vergoed.</al></li><li nr="3."><al>De plaatsingssubsidie is maximaal 50% van het <vet>Wettelijk minimumloon</vet>, tot maximaal € 500 per maand. De plaatsingssubsidie duurt maximaal zes maanden, maar kan één keer worden verlengd met maximaal zes maanden. </al></li><li nr="4."><al>Het werk mag geen andere <vet>werknemers</vet> bij hetzelfde bedrijf verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere organisaties. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.8</nr><titel>Wettelijke loonkostensubsidie</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kent de <vet>werkgever</vet> een wettelijke loonkostensubsidie toe als de <vet>inwoner</vet> bij de <vet>werkgever</vet> in dienst komt, maar niet het <vet>wettelijk minimumloon</vet> kan verdienen. De <vet>werkgever</vet> en <vet>inwoner</vet> moeten wel aan de voorwaarden van artikel 10d van de <vet>Participatiewet</vet> voldoen.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van deze subsidie is om <vet>werkgevers</vet> te stimuleren <vet>inwoners</vet> met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en productieverlies te vergoeden.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> stelt vast of het gaat om een <vet>inwoner</vet> die niet in staat is om het <vet>wettelijk minimumloon</vet> te verdienen. Om te bepalen hoe productief de <vet>inwoner</vet> op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft), past de <vet>gemeente</vet> een erkende methode toe. Dit kan ook vastgesteld worden na het begin van het dienstverband of proefplaatsing door inzet van de <vet>Praktijkroute</vet>. Informatie hierover kan worden opgevraagd bij het Werkgeversservicepunt Achterhoek. Contactgegevens zijn te vinden op de website <extref doc="https://wspachterhoek.nl/"><onderstreept>https://wspachterhoek.nl/</onderstreept></extref>.</al></li><li nr="4."><al>De loonkostensubsidie aan de <vet>werkgever </vet>hangt af van de loonwaarde. De hoogte van de loonkostensubsidie is maximaal 70% van het <vet>wettelijk minimumloon</vet>. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een <vet>vergoeding</vet> voor <vet>werkgever</vet>slasten bij. </al></li><li nr="5."><al>Totdat de loonwaarde is gemeten, kan de <vet>gemeente</vet> de <vet>werkgever</vet> maximaal zes maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie toekennen van maximaal 50% van het <vet>wettelijk minimumloon</vet>. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een <vet>vergoeding</vet> voor <vet>werkgever</vet>slasten bij. </al></li><li nr="6."><al>De <vet>gemeente</vet> stelt binnen dertien weken na ontvangst van de <vet>aanvraag</vet> de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de <vet>werkgever</vet> plaatsingssubsidie van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.9</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.10</nr><titel>Scholing</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>inwoner</vet> scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap naar werk te maken en andere organisaties geen passende scholing kunnen aanbieden. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> bepaalt in overleg met de <vet>inwoner</vet> de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op de mogelijkheden van de <vet>inwoner</vet> en zijn positie op de arbeidsmarkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.11</nr><titel>Hulp bij het leren van de Nederlandse taal </titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ] </vet></al><al>Het beheersen van de Nederlandse taal is nodig voor het vinden en behouden van een werkplek. De <vet>gemeente</vet> kan aan een <vet>inwoner</vet> die de Nederlandste taal onvoldoende beheerst een <vet>voorziening</vet> aanbieden om de taal beter te leren. Soms is het volgen van scholing verplicht. De <vet>gemeente</vet> heeft ‘Beleidsregels taaleis <vet>Participatiewet</vet> <vet>Fijnder</vet>’ vastgesteld. De geldende beleidsregels zijn te vinden op <extref doc="http://www.overheid.nl"><onderstreept>www.overheid.nl</onderstreept></extref>. Daarnaast kan in overleg met de <vet>inwoner</vet> ondersteuning worden geboden bij laaggeletterdheid. Deze ondersteuning kan plaatsvinden bij een onderwijsinstelling of binnen de <vet>gemeente</vet> via het Taalhuis.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.12</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, als: </al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>inwoner</vet> meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en </al></li><li nr="b."><al>opvang niet mogelijk is binnen het sociale netwerk van de <vet>inwoner</vet>. </al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De <vet>inwoner</vet> die van de Belastingdienst kinderopvangtoeslag ontvangt, kan van de <vet>gemeente</vet> een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang die de <vet>inwoner</vet> zelf moet betalen. De <vet>inwoner</vet> moet voldoen aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoner</vet> heeft een gemeentelijke <vet>uitkering</vet> of een <vet>Anw-uitkering</vet>; en </al></li><li nr="b."><al>De kinderopvang is nodig om mee te kunnen doen aan een activiteit van de <vet>gemeente</vet> die de <vet>inwoner</vet> dichter bij werk brengt (een <vet>voorziening</vet>);</al><al>Of: </al></li><li nr="c."><al>De <vet>inwoner</vet> volgt voltijds mbo-, hbo- of universitair onderwijs, <vet>voortgezet onderwijs</vet> of <vet>vavo-onderwijs;</vet> en</al></li><li nr="d."><al>De kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een gastouderbureau. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.13</nr><titel>Andere voorzieningen en vergoedingen</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan <vet>andere voorzieningen</vet> inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> kan inkomsten uit deeltijdwerk gedeeltelijk vrijlaten voor de <vet>uitkering</vet>. De regels staan in artikel 31 van de <vet>Participatiewet</vet>, artikel 8 van de <vet>IOAW</vet> en in artikel 8 van de <vet>IOAZ</vet>.</al></li><li nr="3."><al>Voor <vet>inwoners</vet> met een gemeentelijke <vet>uitkering</vet> die als zelfstandig ondernemer gaan starten, is er een bijzondere regeling: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). De <vet>gemeente</vet> kan de <vet>inwoner</vet> financieel ondersteunen, onder bepaalde voorwaarden. </al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kan de kosten vergoeden die de <vet>inwoner</vet> moet maken bij deelname aan een <vet>voorziening</vet> of bij betaald of onbetaald werk. Dit kan de <vet>gemeente</vet> alleen doen, als de <vet>inwoner</vet> die kosten niet op een andere manier vergoed kan krijgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4.14</nr><titel>Innovatie </titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan – binnen de kaders van de uitgangspunten van dit hoofdstuk – als experiment <vet>andere voorzieningen</vet> inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. </al></li><li nr="2."><al>Het doel van het experiment is om in het belang van de <vet>inwoners</vet>, nieuwe <vet>voorzieningen</vet> en werkwijzen te onderzoeken. </al></li><li nr="3."><al>Een experiment duurt niet langer dan 3 jaar. Wanneer de uitkomst van het experiment reden geeft om de <vet>verordening</vet> aan te passen, kan de periode van het experiment verlengd worden tot het moment dat de nieuwe <vet>verordening</vet> geldig is.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.5</nr><titel>Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>3.5.1</nr><titel>Aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan op eigen initiatief of op <vet>aanvraag</vet> persoonlijke ondersteuning bij werk en overige <vet>voorzieningen</vet> verstrekken aan een <vet>inwoner</vet> met een arbeidsbeperking.</al></li><li nr="2."><al>Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige <vet>voorzieningen</vet> is er sprake van individueel maatwerk. Verder gelden, naast artikel 2.3.2., de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>inwoner</vet> behoort tot de doelgroep en is minimaal 18 jaar oud, tenzij hij praktijkonderwijs (pro) of voortgezet <vet>speciaal onderwijs</vet> (vso) heeft gevolgd;</al></li><li nr="b."><al>de <vet>inwoner</vet> kan zonder deze vorm van ondersteuning niet werken;</al></li><li nr="c."><al>de <vet>voorziening</vet> komt niet in aanmerking voor <vet>vergoeding</vet> vanuit de UWV-werk<vet>voorzieningen</vet> (<extref doc="http://www.uwv.nl/particulieren/voorzieningen">www.uwv.nl/particulieren/voorzieningen</extref>);</al></li><li nr="d."><al>het gaat niet om een algemeen beschermingsmiddel waarvoor de <vet>werkgever</vet> verantwoordelijk is;</al></li><li nr="e."><al>het gaat niet om een mee te nemen <vet>voorziening</vet> die tot de standaarduitrusting van de <vet>werkgever</vet> behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;</al></li><li nr="f."><al>de kosten van de <vet>voorziening</vet> moeten in verhouding zijn. Dat wil zeggen dat de investering in de <vet>voorziening</vet> moet opwegen tegen de opbrengsten uit het werk of de opbrengsten van uitstroom naar werk. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De <vet>aanvraag</vet> voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 26 weken na de start van de arbeidsovereenkomst zijn ontvangen. Behalve als bij de start van de arbeidsovereenkomst de noodzaak voor ondersteuning nog niet bekend kon zijn.</al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een deskundig advies inwinnen als dit nodig is om een <vet>aanvraag</vet> te beoordelen.</al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente </vet>spreekt met de <vet>werkgever</vet> en <vet>werknemer</vet> af op welke manier de ondersteuning wordt geboden, ook voor hoelang en tot wanneer. De <vet>gemeente</vet> legt dit vast in een beschikking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.2</nr><titel>Persoonlijke ondersteuning bij werk</titel></kop><al><vet>PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wsw</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>inwoner</vet> persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden in de vorm van:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>jobcoaching</vet> door een jobcoach van <vet>Fijnder</vet> of een coach waarmee <vet>Fijnder</vet> een contract heeft; </al></li><li nr="b."><al>een subsidie aan de <vet>werkgever</vet> voor het inzetten van een jobcoach;</al></li><li nr="c."><al>subsidie aan de <vet>werkgever</vet> voor extra werkbegeleiding. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.3</nr><titel>Hulp op de werkplek van een jobcoach </titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wsw</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>inwoner</vet> een jobcoach vanuit <vet>Fijnder</vet> aanbieden als de <vet>inwoner</vet> extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. De <vet>gemeente</vet> kan ook een subsidie aan de <vet>werkgever</vet> geven voor het inzetten van een jobcoach.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de jobcoach is om de<vet> werknemer</vet> te helpen zijn werk goed te doen. De jobcoach kan de <vet>inwoner</vet> begeleiden bij zijn ontwikkeling op de werkplek. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> spreekt met de <vet>werkgever</vet> af hoe de jobcoach wordt ingezet. Deze afspraken komen in een overeenkomst met de <vet>werkgever</vet> te staan. </al></li><li nr="4."><al>De <vet>jobcoaching</vet> wordt ingezet voor een aaneengesloten periode van maximaal zes maanden, na deze periode kan <vet>jobcoaching</vet> eenmalig verlengd worden met zes maanden.</al></li><li nr="5."><al>Een externe jobcoach moet werken bij een erkende Jobcoachorganisatie, op basis van het erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV. Deze is te vinden op <extref doc="http://www.uwv.nl"><onderstreept>www.uwv.nl</onderstreept></extref>.</al></li><li nr="6."><al>Als de <vet>gemeente </vet>zelf één of meer jobcoaches in dienst of gecontracteerd heeft, biedt de <vet>gemeente</vet> deze bij voorrang aan. </al></li><li nr="7."><al>Voor <vet>jobcoaching</vet> door een erkende jobcoach worden de begeleidingsniveau’s ’licht’, ’midden’ en ’intensief’ gebruikt. Voor welk niveau van <vet>jobcoaching</vet> in een situatie wordt gekozen, hangt af van de ondersteuningsbehoefte van een <vet>werknemer</vet> in deze situatie. Voor iedere <vet>werknemer</vet> die <vet>jobcoaching</vet> gaat krijgen, wordt vastgesteld voor welk maximumbedrag die <vet>werknemer</vet> <vet>jobcoaching</vet> kan krijgen. </al></li><li nr="8."><al>De maximumbedragen zijn gebaseerd op de normbedragen <vet>voorzieningen</vet> van het UWV zoals die zijn gepubliceerd in het geldende Besluit normbedragen <vet>voorzieningen</vet> UWV. Bij wijziging van de normbedragen door het UWV worden de <vet>vergoedingen</vet> aangepast met ingang van het nieuwe kalenderjaar. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.4</nr><titel>Subsidie voor het organiseren van jobcoaching</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wsw</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al> De <vet>gemeente</vet> kan een subsidie geven aan de <vet>werkgever</vet> voor het organiseren van <vet>jobcoaching</vet>. De <vet>werkgever</vet> kan daar een <vet>aanvraag</vet> voor doen.</al></li><li nr="2."><al> Subsidie voor het organiseren van <vet>jobcoaching</vet> kan op basis van artikel 3.5.3 worden verleend. Daarnaast als: </al><lijst><li nr="a."><al>er een coachingsplan is vastgesteld. Daarin staat beschreven welke activiteiten een jobcoach uitvoert, de voortgang van de <vet>jobcoaching</vet> en hoe de evaluatie plaatsvindt;</al></li><li nr="b."><al>de hoeveelheid en de kwaliteit van de georganiseerde <vet>jobcoaching</vet> aansluit bij de <vet>werknemer</vet>;</al></li><li nr="c."><al>de <vet>werknemer</vet> voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk laat weten het eens te zijn met het organiseren van <vet>jobcoaching</vet> door de <vet>werkgever</vet>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.5</nr><titel>Subsidie voor interne werkbegeleiding</titel></kop><al><vet>PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wsw</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een subsidie geven aan de <vet>werkgever</vet> voor meer begeleiding aan <vet>medewerkers</vet> op de werkvloer dan normaal gebruikelijk. De subsidie is bedoeld voor de aangetoonde meerkosten die gemaakt zijn voor het organiseren van de <vet>interne</vet><vet>werkbegeleiding</vet> van een <vet>medewerker</vet>. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> kan voor <vet>werkgevers</vet> een training verzorgen in het bieden van <vet>interne</vet> <vet>werkbegeleiding</vet> aan <vet>medewerkers</vet>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.6</nr><titel>Ondersteuning bij een visuele of motorische beperking</titel></kop><al><vet> [PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wsw</vet><vet>]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>voorziening</vet> in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen. Dit is <vet>hulp</vet> of ondersteuning voor taken die een <vet>inwoner</vet> bij het werken niet goed zelf kan doen door problemen met zien of met bewegen.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.7</nr><titel>Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>inwoner</vet> een meeneembare <vet>voorziening</vet> toekennen, als dit nodig is voor iemand om te kunnen werken. </al></li><li nr="2."><al>Er is geen lijst van <vet>voorzieningen</vet>. In principe kan elk product als een mee te nemen <vet>voorziening</vet> worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde op het werk aan te tonen is.</al></li><li nr="3."><al>De meeneembare <vet>voorziening</vet> wordt in principe in bruikleen gegeven. In bijzondere gevallen kan de <vet>gemeente</vet> besluiten dat de <vet>inwoner</vet> de <vet>voorziening</vet> krijgt. De <vet>inwoner</vet> wordt dan dus eigenaar van de <vet>voorziening</vet>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.8</nr><titel>Ondersteuning door de inzet van een vervoersvoorziening</titel></kop><al><vet> [PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wsw</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een vervoers<vet>voorziening</vet> toekennen aan de <vet>inwoner</vet> die door zijn <vet>beperking</vet> niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaatsing of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoers<vet>voorziening</vet> kan als product of dienst worden gegeven of in de vorm van een <vet>vergoeding</vet> in geld.</al></li><li nr="2."><al>Als er een vervoers<vet>voorziening</vet> van de <vet>werkgever</vet> mogelijk is, maakt de <vet>medewerker</vet> daar gebruik van.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een vervoers<vet>voorziening</vet> aanbieden als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>inwoner</vet> kan door zijn <vet>beperking</vet> niet zelfstandig reizen of gebruikmaken van het <vet>openbaar vervoer</vet>; en</al></li><li nr="b."><al>kan niet carpoolen; en </al></li><li nr="c."><al>het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De hoogte van de <vet>vergoeding</vet> in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt. Bij reizen met eigen vervoer vergoedt de <vet>gemeente</vet> de reiskosten tot een bedrag van de maximale onbelaste kilometer<vet>vergoeding</vet> (vastgesteld door de Belastingdienst). Bij reizen met het <vet>openbaar</vet> <vet>vervoer</vet> baseert de <vet>gemeente</vet> de <vet>vergoeding</vet> op de goedkoopst en meest passende manier van reizen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5.9</nr><titel>Jeugdwetvervoer</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de<vet> jongere</vet> van en naar de <vet>jeugdhulpaanbieder</vet>.</al></li><li nr="2."><al>Een vervoers<vet>voorziening</vet> wordt alleen toegekend als naar het oordeel van de <vet>gemeente</vet> is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot inzet van vervoer;</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> beschouwt een aantal keer per week zelf rijden in ieder geval als behorend tot de eigen mogelijkheden. De <vet>gemeente</vet> kan nadere regels vaststellen ter uitvoering hiervan.</al></li><li nr="4."><al>Een vervoers<vet>voorziening</vet> wordt alleen verstrekt aan de <vet>jongere</vet> voor het vervoer van de <vet>jongere</vet> naar en van de locatie waar de <vet>jeugdhulp</vet> plaatsvindt. </al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden van de <vet>jongere</vet> of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor vervoer op zich te nemen. </al></li><li nr="6."><al>Als naar het oordeel van de <vet>gemeente</vet> een passende <vet>voorziening</vet> beschikbaar is waardoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze <vet>voorziening</vet> voorliggend.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.6</nr><titel>Tegenprestatie</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>3.6.1</nr><titel>Doel van de tegenprestatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> legt een <vet>inwoner</vet> met een gemeentelijke <vet>uitkering</vet> een tegenprestatie op, als de <vet>gemeente</vet> dit een passende manier voor de <vet>inwoner</vet> vindt om iets terug te doen voor de samenleving.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente </vet>kan als tegenprestatie vragen om onbetaald werk te gaan doen dat de <vet>gemeente</vet> nuttig vindt voor de samenleving. </al></li><li nr="3."><al>Het doel van de tegenprestatie is dat de <vet>inwoner</vet> zich inzet voor de samenleving. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.6.2</nr><titel>Voorwaarden tegenprestatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de <vet>gemeente</vet> rekening met alle persoonlijke omstandigheden van de <vet>inwoner</vet>, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele <vet>beperkingen</vet> en vrijwilligerswerk. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>inwoner</vet> hoeft geen tegenprestatie te leveren als dit niet te combineren is met <vet>mantelzorg</vet> of vrijwilligerswerk. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.6.3</nr><titel>Duur en omvang tegenprestatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegenprestatie die de <vet>gemeente</vet> van de <vet>inwoner</vet> verwacht duurt maximaal 6 maanden per jaar en maximaal 8 uur per week. Dit is om de volgende redenen:</al><lijst><li nr="a."><al>De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten;</al></li><li nr="b."><al>De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van <vet>werknemers</vet> en tot oneerlijke concurrentie. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd door de <vet>inwoner</vet> of de organisatie waar de tegenprestatie wordt uitgevoerd. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.7</nr><titel>Meedoen in de samenleving </titel></kop><structuurtekst><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>, Jeugdwet, PW]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> vindt het belangrijk dat <vet>inwoners</vet> meedoen aan activiteiten in de samenleving. Door te werken doen <vet>inwoners</vet> mee aan de samenleving. Maar <vet>inwoners</vet> kunnen ook op andere manieren meedoen. Daarom zijn er in de <vet>gemeente</vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>plekken waar <vet>inwoners</vet> elkaar kunnen ontmoeten, zoals verenigingen;</al></li><li nr="b."><al>activiteiten die voor alle <vet>inwoners</vet> worden georganiseerd; </al></li><li nr="c."><al>mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen; en </al></li><li nr="d."><al>maatschappelijke organisaties waar <vet>inwoners</vet> terecht kunnen.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al><vet>Inwoners</vet> zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om mee te doen. Een <vet>inwoner</vet> kan daar <vet>hulp</vet> bij nodig hebben, vanwege een <vet>beperking</vet> of een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. Die<vet> inwoner</vet> kan aan de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp</vet> vragen, als diegene zelf geen oplossing kan vinden voor zijn problemen. De <vet>hulp</vet> kan verschillende vormen hebben. Gaat het om <vet>hulp-op-maat</vet>, dan zijn er wel enkele voorwaarden. Die zijn te vinden in artikel 2.3.2. De <vet>hulp</vet> moet daarnaast langdurig nodig zijn. Hieronder staat welke <vet>hulp-op-maat</vet> door de <vet>gemeente</vet> in ieder geval kan worden ingezet als het nodig is.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>3.7.1</nr><titel>Herstelgerichte ondersteuning </titel></kop><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Om te voorkomen dat mensen minder zelfstandig worden, richt de <vet>gemeente</vet> zich ook met andere manieren op ondersteunen van <vet>inwoners</vet>. Er is aandacht voor de verbetering van zelfstandigheid van ouderen in hun eigen leefomgeving. De ondersteuning is gericht op verbetering van de situatie van de <vet>inwoner</vet> in plaats van een <vet>voorziening</vet> of ondersteuning waarbij zaken worden overgenomen. Een gericht bewegingsprogramma onder begeleiding van daarvoor opgeleide fysiotherapeuten wordt aangeboden aan <vet>inwoners</vet> die zich met een <vet>hulpvraag</vet> door fysieke <vet>beperkingen</vet> melden bij de <vet>Wmo</vet> en waarvoor herstelgerichte ondersteuning een passende oplossing kan zijn voor hun <vet>hulpvraag</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Een <vet>inwoner</vet> kan in aanmerking komen voor herstelgerichte ondersteuning, als uit deskundig advies blijkt dat herstelgerichte ondersteuning een passende <vet>voorziening</vet> is.</al></li><li nr="3."><al>Herstelgerichte ondersteuning kan op zichzelf staand worden geïndiceerd, maar kan ook gecombineerd worden met andere <vet>hulp-op-maat</vet>, als uit het deskundig advies hiervoor de noodzaak blijkt. </al></li><li nr="4."><al>Andere <vet>hulp-op-maat </vet>wordt niet ingezet wanneer uit het advies van de deskundige (artikel 2.1.2. lid 2) blijkt dat die <vet>voorziening(en)</vet> anti-revaliderend werken voor de <vet>inwoner</vet>. Dat wil zeggen dat het herstel ermee wordt tegengewerkt.</al></li><li nr="5."><al>Als de herstelgerichte ondersteuning eerder wordt beëindigd, ontvangt de <vet>gemeente </vet>een afrondende rapportage van de deskundige (artikel 2.1.2. lid 2).</al></li><li nr="6."><al>Als herstelgerichte ondersteuning is ingezet als goedkoopst passende <vet>voorziening</vet> (artikel 2.3.2 lid 3 van de <vet>verordening</vet>) en een <vet>inwoner</vet> maakt hier zonder gegronde reden geen gebruik van, dan kan de <vet>inwoner</vet> geen andere <vet>hulp-op-maat</vet> krijgen voor de ondersteuningsbehoefte waarvoor de herstelgerichte ondersteuning is ingezet. De herstelgerichte ondersteuning gaat voor op andere <vet>hulp-op-maat</vet>. Gegronde reden wil zeggen dat uit het advies van de deskundige blijkt dat er redenen zijn waardoor deelname niet mogelijk is (zie artikel 2.1.2. lid 2). Denk daarbij bijvoorbeeld aan het niet veilig kunnen deelnemen in de trainingsgroep, de instructies niet kunnen opvolgen of een acute klacht hebben waardoor bewegen niet kan of mag (bijvoorbeeld een gebroken been). </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.2</nr><titel>Wmo Begeleiding </titel></kop><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><al><vet>Wmo</vet> begeleiding helpt <vet>inwoners</vet> vanaf 18 jaar die een verstandelijke of lichamelijke <vet>beperking</vet> hebben, of die (langdurige) psychische problemen, psychosociale problemen of verslavingsproblemen hebben. De <vet>hulp</vet> wordt zoveel mogelijk gegeven in de eigen omgeving van de <vet>inwoner</vet>. Andere <vet>voorliggende</vet> <vet>voorzieningen</vet> en <vet>hulp</vet> in de buurt zijn voor deze <vet>inwoner</vet> niet voldoende geschikt.</al><al><vet>Wmo</vet> begeleiding is gericht op het vergroten van de <vet>zelfredzaamheid</vet> en <vet>participatie</vet> van de <vet>inwoner</vet>. Deze begeleiding heeft als doel om bijvoorbeeld praktische vaardigheden te stimuleren die nodig zijn in het dagelijks leven. Maar ook om de eigen regie en <vet>zelfredzaamheid</vet> van de <vet>inwoner</vet> te vergroten en de <vet>inwoner</vet> maatschappelijk te laten meedoen. De verschillende vormen van <vet>Wmo</vet> begeleiding zijn bedoeld om de <vet>eigen kracht</vet> en mogelijkheden van de <vet>inwoner</vet> te vergroten. Afhankelijk van de behoefte van de <vet>inwoner</vet> vindt de begeleiding individueel of in een groep plaats. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.2.1</nr><titel>Begeleiding individueel</titel></kop><al>De begeleiding richt zich op het vergroten of behouden van vaardigheden en/of het voorkomen van achteruitgang. Begeleiding heeft ook een signalerende functie; voorkomen van overvraging en signaleren van achteruitgang. Doel van de begeleiding is het vergroten of behouden van de <vet>eigen kracht</vet> en eigen regie met positief <vet>effect</vet> op een of enkele leefgebieden. De begeleiding wordt geboden op de beste plek. Dit kan thuis bij de <vet>inwoner</vet> zijn, maar ook elders. In aanvulling daarop kan begeleiding op afstand door middel van (beeld) bellen worden geboden, wanneer dit aansluit bij de <vet>hulpvraag</vet> en mogelijkheden van de <vet>inwoner</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.2.2</nr><titel>Begeleiding individueel extra</titel></kop><al>De begeleiding helpt <vet>inwoners</vet> om stabiel te worden, te herstellen en zich te ontwikkelen. Bij de begeleiding wordt een plan gevolgd. De begeleiding let op signalen en merkt problemen op. Als dat nodig is, grijpt de begeleiding op tijd in om te voorkomen dat iemand uit balans raakt. Het doel van de begeleiding is dat iemand zijn of haar <vet>eigen kracht</vet> terugkrijgt of vergroot en meer zelf kan bepalen. Dit heeft een positief <vet>effect</vet> op verschillende gebieden in het leven. De begeleiding wordt gegeven op de beste plek. Dit kan thuis zijn, maar ook ergens anders. Daarnaast kan begeleiding op afstand via (video) bellen worden gegeven, als dit past bij de <vet>hulpvraag</vet> en mogelijkheden van de <vet>inwoner</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.2.3</nr><titel>Begeleiding individueel beschermd thuis</titel></kop><al>De begeleiding helpt <vet>inwoners</vet> om te herstellen, zich te ontwikkelen en vast te houden wat ze hebben bereikt. De begeleiding let op signalen en merkt problemen op. Als dat nodig is, grijpt de begeleiding op tijd in om te voorkomen dat iemand uit balans raakt. Het doel van de begeleiding is dat iemand zijn of haar <vet>eigen kracht</vet> terugkrijgt of vergroot en meer zelf kan bepalen. Dit heeft een positief <vet>effect</vet> op verschillende gebieden in het leven en het weer zelfstandig kunnen wonen. De begeleiding kan veranderen naar een situatie waarin de persoon samen met zijn omgeving om kan gaan met de <vet>beperkingen</vet> zonder extra <vet>hulp</vet> of met planbare <vet>hulp</vet>. De begeleiding is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar. Als het nodig is, kan de begeleider binnen 45 minuten bij de <vet>inwoner</vet> (thuis) zijn.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.2.4</nr><titel>Begeleiding groep ontwikkelgericht</titel></kop><al>De begeleiding helpt <vet>inwoners</vet> om zich op lange(re) termijn te ontwikkelen. Het doel is dat <vet>inwoners</vet> uit de <vet>hulp</vet> op maat/maatwerk<vet>voorziening</vet> gaan naar een volgende plek: (gesubsidieerde) betaalde arbeid, <vet>participatie</vet>baan, vrijwilligerswerk of onderwijs. De begeleiding helpt bij het aanleren van (werk)vaardigheden om zelfredzaam te worden en mee te doen in de samenleving: inzet op maximale persoonlijke ontwikkeling in een werkomgeving of een hogere trede op de <vet>participatiel</vet>adder. Waar nodig ondersteunt de begeleiding bij behandeling en herstel. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.2.5</nr><titel>Begeleiding groep belevingsgericht</titel></kop><al>De <vet>inwoner</vet> heeft behoefte aan dagactiviteiten die structuur geven en de dag zinvol maken, om sociaal isolement te voorkomen. De begeleiding helpt bij het behouden van vaardigheden en ontlast de <vet>mantelzorger</vet> of thuissituatie. Ontwikkelingsgerichte dag invulling is voor deze groep niet passend of niet meer mogelijk. De activiteiten zijn vooral recreatief en gericht op sociale contacten, het versterken van het sociale netwerk en ontmoeting. Voorbeelden van activiteiten zijn wandelen, knutselen, klussen, gymnastiek/sporten, zingen, samen koken en andere mensen ontmoeten.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.3</nr><titel>Vervoer in de eigen omgeving </titel></kop><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>, Jeugdwet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> kan in aanmerking komen voor een vervoers<vet>voorziening</vet>, als hij door een <vet>beperking</vet> in de mobiliteit onvoldoende contact met anderen kan hebben of noodzakelijke activiteiten niet kan doen. De <vet>inwoner</vet> wordt dan geholpen bij het vervoer dichtbij huis. </al></li><li nr="2."><al>Het moet gaan om het:</al><lijst><li nr="a."><al>zich verplaatsen rondom de <vet>woning</vet>; of</al></li><li nr="b."><al>zich verplaatsen over ten hoogste 20 kilometer van de <vet>woning</vet>. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> wil graag dat <vet>collectief taxivervoer</vet> beschikbaar en betaalbaar blijft voor <vet>inwoners</vet> die dat nodig hebben. Daarom kijkt de <vet>gemeente</vet> eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met <vet>collectief taxivervoer</vet>. Zo ja, dan kan de <vet>inwoner </vet>gebruik maken van <vet>collectief taxivervoer</vet> voor een lager tarief, via ZOOV. </al></li><li nr="4."><al>De<vet> inwoner</vet> betaalt een eigen bijdrage van € 60 per jaar, als de <vet>inwoner</vet> gebruikt maakt van ZOOV voor sociaal-recreatief vervoer. Dit geldt niet voor vervoer naar dagbesteding of werk. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.4</nr><titel>Rolstoel </titel></kop><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> die zich niet kan verplaatsen in en om de <vet>woning</vet>, kan in aanmerking komen voor een rolstoel als deze noodzakelijk is voor dagelijks zittend gebruik. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.5</nr><titel>Sportvoorziening</titel></kop><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> die door een <vet>beperking</vet> niet kan sporten zonder een aangepaste sport<vet>voorziening</vet> en niet op een andere wijze op een aanvaardbaar niveau kan participeren, kan eens in de 3 jaar in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming als bijdrage in de aanschaf en het onderhoud van een sport<vet>voorziening</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Deze bijdrage wordt één keer per 3 jaar verstrekt en bedraagt maximaal € 3.250. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7.6</nr><titel>Aanpassing of vervanging voorziening</titel></kop><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><al>Als het gaat om aanpassing of vervanging van een vervoermiddel of rolstoel die door de <vet>gemeente</vet> is verstrekt, dan is een vervangende <vet>voorziening</vet> mogelijk wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>de normale afschrijvingstermijn is afgelopen; of</al></li><li nr="b."><al><vet>de voorziening</vet> onbruikbaar is geworden en dat niet veroorzaakt is door de <vet>inwoner</vet>; of </al></li><li nr="c."><al>de normale afschrijvingstermijn niet is afgelopen en de <vet>inwoner</vet> geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; of</al></li><li nr="d."><al>de<vet> voorziening</vet> geen oplossing meer is voor de <vet>hulpvraag</vet> van de <vet>inwoner</vet>.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.8</nr><titel>Inburgeren</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>3.8.1</nr><titel>Kernpunten van het inburgeringstraject</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> heeft een centrale rol in de begeleiding en ondersteuning van de <vet>inburgeringsplichtige</vet>n. Hierbij gelden de volgende kernpunten:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat de <vet>inburgeringsplichtige</vet> tijdig kan starten met het inburgeringstraject (tijdige start);</al></li><li nr="b."><al>De <vet>inburgeringsplichtige</vet> rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van 3 jaar af. De <vet>gemeente</vet> let erop dat het traject niet langer duurt dan nodig is (snelheid);</al></li><li nr="c."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat iedere <vet>inburgeringsplichtige</vet> een passend traject kan volgen (maatwerk); </al></li><li nr="d."><al>De <vet>inburgeringsplichtige</vet> combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen aan de maatschappij (dualiteit); </al></li><li nr="e."><al>De <vet>gemeente </vet>stelt eisen aan de kwaliteit van het aanbod en zorgt ervoor dat die kwaliteit en de continuïteit gewaarborgd is (kwaliteit).</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4</nr><titel> Gezond en veilig opgroeien</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al><vet>Jongeren </vet>moeten zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de <vet>ouders</vet>, de <vet>jongeren</vet>, en van hun netwerk. Als zij daarbij <vet>hulp</vet> nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de <vet>gemeente</vet>. Deze <vet>hulp</vet> wordt zo vroeg mogelijk geboden. Zo kan het beroep op gespecialiseerde <vet>hulp</vet> worden beperkt. Bij het geven van <vet>hulp</vet> staat de <vet>eigen kracht</vet> van <vet>ouders</vet> en <vet>jongeren</vet> voorop. De <vet>hulp</vet> sluit hierbij aan en vergroot het probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving. Met <vet>jongeren</vet> bedoelen we in deze <vet>verordening</vet> <vet>kinderen</vet> en tieners tot 18 jaar, en in bepaalde situaties tot 23 jaar. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarden:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><vet><cursief>Jongeren</cursief></vet><cursief> groeien zo ‘thuis’ mogelijk op.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>hulp</vet> aan <vet>jongeren</vet> is zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>[Jeugdwet]</vet></al></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>4.1</nr><titel>Uitgangspunten </titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Bij het bieden van <vet>hulp</vet> houdt de <vet>gemeente</vet> rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de <vet>jongere</vet> en de <vet>ouders</vet>. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> richt zich op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de <vet>jongere</vet>, zijn <vet>ouders</vet> en hun sociale netwerk. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> betrekt de voorkeuren van de <vet>jongere</vet> en zijn <vet>ouders</vet> bij de keuze welke <vet>jeugdhulp</vet> wordt ingezet. </al></li><li nr="4."><al>In bepaalde situaties kunnen <vet>ouders</vet> en <vet>jongeren</vet> hun problemen niet op <vet>eigen kracht</vet> of met het sociale netwerk oplossen. Als de <vet>gemeente</vet> deze <vet>jongeren</vet> en hun <vet>ouders</vet> kan ondersteunen met <vet>hulp</vet> die vrij toegankelijk is, dan wordt die <vet>hulp</vet> ingezet. Kan het gewenste <vet>effect</vet> niet bereikt worden met die <vet>hulp</vet>, dan wordt <vet>hulp-op-maat</vet> ingezet. Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden. Die zijn te vinden in artikel 2.3.2.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>4.1.2</nr><titel>Eigen kracht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Jongeren</vet> of <vet>ouders</vet> komen pas in aanmerking voor een individuele <vet>voorziening</vet> als zij zelf aantoonbaar geen oplossing kunnen vinden voor de <vet>hulpvraag</vet> binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (<vet>eigen kracht</vet>). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>gebruikelijke hulp</vet> van <vet>ouders</vet> en/of andere verzorgers of opvoeders</al></li><li nr="b."><al>bovengebruikelijke <vet>hulp</vet> van <vet>ouders</vet> voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke <vet>hulp</vet> te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke <vet>hulp</vet> geen financiële problemen in het gezin ontstaan</al></li><li nr="c."><al>de ondersteuning vanuit het sociale netwerk</al></li><li nr="d."><al>het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Gebruikelijke hulp</vet> is <vet>hulp</vet> die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van <vet>ouders</vet> en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige <vet>jongeren</vet> te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de <vet>jongere</vet> een ziekte, aandoening, <vet>beperking</vet> of andere problematiek heeft. Bij uitval van één van de <vet>ouders</vet> neemt de andere ouder de <vet>gebruikelijke hulp</vet> over. Dit geldt ook bij gescheiden <vet>ouders</vet>. Er wordt dan ook rekening gehouden met de <vet>gebruikelijke hulp</vet> van de ouder waar de <vet>jongere</vet> niet woont. </al></li><li nr="3."><al>Om vast te stellen of sprake is van <vet>gebruikelijke hulp</vet> beoordeelt de <vet>gemeente</vet> of de benodigde <vet>hulp </vet>uitgaat boven de <vet>hulp</vet> die een <vet>jongere</vet> van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, <vet>beperking</vet> of andere problematiek nodig heeft. De <vet>gemeente</vet> houdt hierbij rekening met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>de leeftijd van de <vet>jongere</vet></al></li><li nr="b."><al>de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een <vet>jongere</vet> van die leeftijd nodig heeft </al></li><li nr="c."><al>de aard en de duur van de <vet>hulp</vet> en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de <vet>jongere</vet></al></li><li nr="d."><al>de mate van planbaarheid van de <vet>hulp</vet></al></li><li nr="e."><al>de behoeften en mogelijkheden van de <vet>jongere</vet> |</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Als sprake is van <vet>gebruikelijke</vet> <vet>hulp</vet> verstrekt de <vet>gemeente</vet> geen <vet>hulp-op-maat.</vet> Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de <vet>ouders</vet> door (dreigende) overbelasting de <vet>gebruikelijke hulp</vet> niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de <vet>hulp</vet> aan de <vet>jongere</vet>.</al></li><li nr="5."><al>Gaat het om <vet>hulp</vet> die de <vet>gebruikelijke hulp</vet> overstijgt, zijn de <vet>ouders</vet> in de eerste plaats nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke <vet>hulp</vet>. De <vet>gemeente</vet> beoordeelt dan of van <vet>ouders</vet> verwacht mag worden dat ze deze <vet>hulp</vet> bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. De <vet>gemeente</vet> maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:</al><al>- <onderstreept>Kortdurend:</onderstreept> er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende <vet>zelfredzaamheid </vet>van de <vet>jongere</vet>. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.</al><al>- <onderstreept>Langdurend:</onderstreept> het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de <vet>jeugdhulp</vet> langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. De <vet>gemeente</vet> verwacht van <vet>ouders</vet> dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke <vet>hulp</vet> bieden, tenzij dit gelet op de aard van de <vet>hulp</vet> niet kan worden verwacht of de <vet>ouders</vet> door (dreigende) overbelasting de <vet>hulp</vet> niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de <vet>hulp</vet> aan de <vet>jongere</vet>. </al></li><li nr="6"><al>Bij de beoordeling in langdurige situaties maakt de <vet>gemeente</vet> een afweging rekening houdend met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de duur van de <vet>hulp</vet> en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de <vet>jongere</vet></al></li><li nr="b."><al>de mate van planbaarheid van de <vet>hulp</vet></al></li><li nr="c."><al>het lichamelijk en geestelijk welzijn van de <vet>ouders</vet></al></li><li nr="d."><al>de manier van omgaan van <vet>ouders</vet> met de problemen van de <vet>jongere</vet></al></li><li nr="e."><al>vaardigheden van de <vet>ouders</vet> om zelf <vet>hulp</vet> te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond)</al></li><li nr="f."><al>of er sprake is van problematiek bij de <vet>ouders</vet>, zoals relationele problemen of schulden </al></li><li nr="g."><al>welke verplichtingen de <vet>ouders</vet> hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen</al></li><li nr="h."><al>het belang van <vet>ouders</vet> om een <vet>inkomen</vet> uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen</al></li><li nr="i."><al>de woonsituatie</al></li><li nr="j."><al>de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet)</al></li><li nr="k."><al>is er een <vet>sociaal netwerk</vet> en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het <vet>sociaal</vet> <vet>netwerk</vet> om de <vet>jongere</vet> of zijn <vet>ouders</vet> te ondersteunen </al></li><li nr="l."><al>overige individuele omstandigheden die door <vet>jongere</vet> en <vet>ouders</vet> worden ingebracht</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de <vet>hulp</vet> door de <vet>ouders</vet>, bij de beschikbaarheid van de <vet>ouders</vet> voor het verlenen van de <vet>hulp</vet>, bij de belasting van de <vet>ouders</vet> en bij de financiële situatie van de <vet>ouders</vet> wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke <vet>hulp</vet> (eventueel deels) verlenen. De <vet>gemeente</vet> verstrekt dan geen <vet>hulp-op-maat</vet>.</al></li><li nr="8."><al>Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende:</al><lijst><li nr="-"><al>Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de <vet>jongere</vet>.</al></li><li nr="-"><al>Als de overbelasting veroorzaakt wordt door spanningen in het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de <vet>jongere</vet> om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. </al></li><li nr="-"><al>Bij een <vet>aanvraag</vet> voor een individuele <vet>voorziening</vet> tot <vet>jeugdhulp</vet> bekijkt de <vet>gemeente</vet> wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. </al></li><li nr="-"><al>Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. </al></li><li nr="-"><al>Het verlenen van <vet>hulp</vet> aan je <vet>kind</vet> gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. </al></li><li nr="-"><al>Een <vet>pgb</vet> voor het verlenen van <vet>hulp</vet> aan een <vet>jongere</vet> door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van <vet>hulp</vet> overnemen om de overbelasting te stoppen. </al></li></lijst></li><li nr="9."><al>Als <vet>ouders</vet> een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde <vet>hulp</vet> aan de <vet>jongere</vet> wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de <vet>eigen kracht</vet>. De <vet>gemeente</vet> verstrekt hiervoor geen <vet>hulp-op-maat. </vet></al></li><li nr="10."><al>Als de <vet>jongere</vet> en/of de <vet>ouders</vet> een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde <vet>hulp</vet> (deels) vergoedt, moeten <vet>ouders</vet> deze aanspreken. De <vet>gemeente</vet> verstrekt dan geen <vet>hulp-op-maat</vet> of alleen een aanvullende <vet>voorziening</vet> voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.1.3</nr><titel>Meewerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De ouder(s) en/of <vet>jongere</vet> zijn verplicht om, binnen hun mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek gericht op de doelmatige inzet van <vet>jeugdhulp</vet>.</al></li><li nr="2."><al> Als de ouder(s) en/of <vet>jongere</vet> naar het oordeel van de <vet>gemeente</vet> niet of onvoldoende meewerken, kan de omvang van de benodigde ondersteuning niet worden vastgesteld en kan door de <vet>gemeente</vet> worden besloten geen <vet>hulp-op-maat</vet> te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of eerder toegekende <vet>hulp-op-maat</vet> in te trekken.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.2</nr><titel>Vrij toegankelijke hulp</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> zet zich ervoor in dat <vet>jongeren</vet> zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken biedt de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp</vet> aan die vrij toegankelijk is. De <vet>inwoner</vet> kan van deze <vet>hulp</vet> gebruik maken, zonder besluit van de <vet>gemeente</vet>. Ook heeft de <vet>inwoner</vet> geen verwijzing nodig van een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat signalen over opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen, en dat daarbij ook zo vroeg mogelijk <vet>hulp</vet> wordt geboden. </al></li><li nr="3."><al>De volgende vormen van overige <vet>voorzieningen</vet> zijn beschikbaar: </al><lijst><li nr="a."><al>Het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving;</al></li><li nr="b."><al>Informatie, advies en trainingen over opvoeding en ouderschap; </al></li><li nr="c."><al>Jeugdgezondheidszorg;</al></li><li nr="d."><al><vet>Jongerenwerk</vet>;</al></li><li nr="e."><al>Ondersteuning bij opleidings- en loopbaankeuzes;</al></li><li nr="f."><al>Onafhankelijke cliëntondersteuning;</al></li><li nr="g."><al>Peuter- en voorschoolse vroegtijdige educatie;</al></li><li nr="h."><al><vet>Mantelzorg</vet>ondersteuning;</al></li><li nr="i."><al>Een vertrouwenspersoon via het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ);</al></li><li nr="j."><al>Onafhankelijke cliëntondersteuning.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.3</nr><titel>Individuele voorzieningen (Hulp-op-maat)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Als vrij toegankelijke <vet>hulp</vet> niet voldoende is, kan de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp-op-maat</vet> aanbieden. Deze <vet>hulp</vet> is niet vrij toegankelijk. De <vet>inwoner</vet> heeft daarvoor een besluit van de <vet>gemeente</vet> nodig of een verwijzing door een jeugdarts, een huisarts, een medisch specialist, of een Gecertificeerde <vet>Instelling</vet>. Artikel 2.3.2 is van toepassing op een besluit van de <vet>gemeente</vet>. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> kan in ieder geval de volgende <vet>voorzieningen</vet> aanbieden, als het nodig is:</al><lijst><li nr="a."><al> Ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien; </al><lijst><li nr="1."><al> Ondersteuning individueel</al></li><li nr="2."><al> Ondersteuning groep</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een <vet>instelling</vet>, als thuis wonen (tijdelijk) niet mogelijk is</al></li><li nr="c."><al>Specialistische <vet>jeugdhulp</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Behandeling individueel</al></li><li nr="2."><al>Behandeling groep</al></li><li nr="3."><al> Behandeling groep orthopedisch dagcentrum</al></li><li nr="4."><al> Behandeling basis GGZ</al></li><li nr="5."><al> Behandeling specialistisch GGZ</al></li><li nr="6."><al> Behandeling hoog complex GGZ</al></li><li nr="7."><al> Behandeling diagnostiek </al></li><li nr="8."><al> Medicatiecontrole</al></li><li nr="9."><al> Ambulante spoedhulp</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Hulp bij persoonlijke verzorging</al></li><li nr="e."><al> Logeeropvang</al></li><li nr="f."><al> Crisishulp</al></li><li nr="g."><al><vet>Hulp</vet> bij ernstige enkelvoudige dyslexie</al></li><li nr="h."><al> Jeugdbescherming</al></li><li nr="i."><al> Jeugdreclassering</al></li><li nr="j."><al> Integrale hoog specialistische <vet>hulp</vet> met verblijf</al></li><li nr="k."><al> Mobiele brigade</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De volgende individuele <vet>voorzieningen</vet> hebben in beginsel de volgende maximale duur en frequentie:</al><lijst><li nr="a."><al>Ondersteuning groep: Ondersteuning groep wordt geïndiceerd in dagdelen, een dagdeel kent 4 uur. Per etmaal kunnen maximaal 2 dagdelen worden ingezet.</al></li><li nr="b."><al>Behandeling individueel: Behandeling jeugdigen duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt. De maximale duur is twaalf (12) maanden. Het verlengen van de behandeltermijn kan alleen in overleg met én na goedkeuring van team Voormekaar.</al></li><li nr="c."><al>Behandeling groep: Behandeling groep jeugdigen wordt geïndiceerd in dagdelen, een dagdeel kent 4 uur. Per etmaal kunnen maximaal 2 dagdelen worden ingezet. De maximale inzet is 8 dagdelen per week. Behandeling duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt. De maximale duur is twaalf (12) maanden. Het verlengen van de behandeltermijn kan alleen in overleg met én na goedkeuring van team Voormekaar. </al></li><li nr="d."><al>Behandeling basis GGZ: Een behandeling in het kader van de Jeugd GGZ duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt. De maximale duur is twaalf (12) maanden. Het verlengen van de behandeltermijn kan alleen in overleg met én na goedkeuring van team Voormekaar. Het aanvragen van langdurige indicaties Jeugd GGZ (langer dan twaalf maanden) kan alleen in nauw overleg met Voormekaar en na een gefundeerde onderbouwing van de <vet>aanvraag</vet>.</al></li><li nr="e."><al>Behandeling specialistisch GGZ: Een behandeling in het kader van de Jeugd GGZ duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt. De maximale duur is twaalf (12) maanden. Het verlengen van de behandeltermijn kan alleen in overleg met én na goedkeuring team Voormekaar. Het aanvragen van langdurige indicaties Jeugd GGZ (langer dan twaalf maanden) kan alleen in nauw overleg met team Voormekaar en na een gefundeerde onderbouwing van de <vet>aanvraag.</vet></al></li><li nr="f."><al>Ambulante spoedhulp: ASH wordt ingezet voor de duur van maximaal 28 dagen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al> De <vet>inwoner </vet>kan gebruik maken van Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld  en/of kindermishandeling. Het advies-en meldpunt is te bereiken via telefoonnummer 0800-2000 (gratis) of via <extref doc="http://www.veiligthuis.nl"><onderstreept>www.veiligthuis.nl</onderstreept></extref>.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>4.3.1</nr><titel>Vaktherapie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vaktherapie is een non-verbale behandelvorm die uitgaat van doen en ervaren. Vaktherapie is de overkoepelende naam voor de volgende vaktherapeutische disciplines:</al><lijst><li nr="a."><al>Beeldende therapie; </al></li><li nr="b."><al>Danstherapie;</al></li><li nr="c."><al>Dramatherapie; </al></li><li nr="d."><al>Muziektherapie; </al></li><li nr="e."><al>Psychomotorische therapie; </al></li><li nr="f."><al>Speltherapie </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Vaktherapie wordt uitgevoerd door een vaktherapeut. Dat is een professional die een erkende opleiding op HBO/master niveau voor vaktherapie heeft volbracht. Een erkende opleiding is een door de NVAO geaccrediteerde opleiding, een door de desbetreffende beroepsverenigingen voor vaktherapeutische beroepen (aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen) erkende bachelor of masteropleiding in een van de vaktherapeutische beroepen of een door de beroepsverenigingen erkende buitenlandse bachelor of masteropleiding. </al></li><li nr="3."><al>Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de <vet>wet</vet> als naar het oordeel van de <vet>gemeente</vet> sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de <vet>hulp-op-maat</vet> en als er geen alternatief beschikbaar is.</al></li><li nr="4."><al>Vaktherapie kan alleen worden ingezet onder verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Afhankelijk van de zorginstelling en de aard van de behandeling, kan een regiebehandelaar een psychiater, klinisch psycholoog, GZ-psycholoog, psychotherapeut, of een andere <vet>BIG</vet>-geregistreerde zorgverlener zijn.</al></li><li nr="5."><al>Het maximaal aan uren behandeling dat vergoed wordt door de <vet>gemeente</vet> is twintig. Als <vet>ouders</vet> aanvullend verzekerd zijn, dan moet het maximaal aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van het maximale aantal uren dat voor deze behandeling kan worden geïndiceerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.3.2.</nr><titel>Ernstige Dyslexie </titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De zorg voor <vet>kinderen</vet> tot 13 jaar met Ernstige Dyslexie (ED) valt onder de <vet>Jeugdwet</vet>.</al></li><li nr="2."><al> Voor Ernstige Dyslexiezorg geldt dat deze alleen toegankelijk is voor de jeugdige nadat de toegang van de gecontracteerde <vet>aanbieders</vet> op basis van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling versie 3.0 van oordeel is dat diagnostiek dan wel de behandeling van Ernstige Dyslexie noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.3.3.</nr><titel>Kinderopvang en buitenschoolse opvang </titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van <vet>jeugdhulp</vet>.</al></li><li nr="2."><al> In uitzonderlijke situaties wanneer een <vet>kind</vet> extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door <vet>medewerkers</vet> van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de <vet>Jeugdwet</vet> in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang een maatwerk<vet>voorziening</vet> worden toegekend.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.4</nr><titel>Overgang van 18- naar 18+</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat <vet>jongeren</vet> die <vet>jeugdhulp</vet> krijgen, ondersteund blijven als ze 18 jaar worden, en die ondersteuning nodig blijft. Als de <vet>jongere</vet> begeleiding naar scholing of werk nodig heeft, dan kan de <vet>jongere</vet> gebruik maken van de diensten van JouwUnit van <vet>Fijnder</vet>. </al></li><li nr="2."><al><vet>Jeugdhulp</vet> kan in bepaalde gevallen worden verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de <vet>jongere</vet> 23 jaar wordt. Er is een aantal voorwaarden voor verlengde <vet>jeugdhulp</vet>. Deze <vet>hulp</vet> kan alleen worden ingezet als deze <vet>hulp</vet> vanaf 18 jaar niet onder een andere <vet>wet</vet> valt en:</al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>jongere</vet> al voor zijn 18e levensjaar <vet>jeugdhulp </vet>kreeg en de <vet>gemeente</vet> voortzetting noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>na beëindiging van de <vet>jeugdhulp</vet> (die was begonnen voor het 18e levensjaar) binnen een half jaar de <vet>gemeente</vet> vaststelt dat hervatting van de <vet>jeugdhulp</vet> noodzakelijk is;</al></li><li nr="c."><al>voor de leeftijd van 18 jaar is bepaald dat <vet>jeugdhulp</vet> noodzakelijk is;</al></li><li nr="d."><al>de <vet>jeugdhulp</vet> wordt ingezet in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Pleegzorg wordt ingezet tot de dag dat de <vet>jongere</vet> 21 jaar wordt als:</al><lijst><li nr="a."><al>de pleegzorg was begonnen vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar; of</al></li><li nr="b."><al>de pleegzorg die was begonnen vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar binnen een termijn van een half jaar na beëindiging wordt hervat. </al></li></lijst></li><li nr=""><al>De pleegzorg is na 18 jaar vrijwillig en stopt wanneer de <vet>jongere</vet> heeft aangegeven hiervan geen gebruik te willen maken. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Verblijf in een gezinshuis wordt ingezet tot de dag dat de <vet>jongere</vet> 21 jaar wordt, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>jongere</vet> dat zelf niet wil;</al></li><li nr="b."><al>en/of de gezinshuisouder(s) niet instemmen;</al></li><li nr="c."><al>en/of voor alle partijen (inclusief de <vet>jongere</vet>) duidelijk is dat de <vet>jongere</vet> andere passende <vet>hulp</vet> nodig heeft en die <vet>hulp</vet> ook beschikbaar is;</al></li><li nr="d."><al>en/of de <vet>jongere</vet> voldoet aan de criteria van de Wlz. </al></li></lijst></li><li nr=""><al>Als voorwaarde wordt gesteld dat in overleg tussen <vet>gemeente</vet>, <vet>jongere</vet>, gezinshuisouder(s) en indien betrokken, de behandelverantwoordelijke, een perspectief voor de toekomst is vastgesteld. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.5</nr><titel>Afstemming met andere vormen van hulp</titel></kop><structuurtekst><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat de <vet>hulp</vet> aansluit bij andere vormen van <vet>hulp</vet> die aan de <vet>jongere</vet> of zijn <vet>ouders</vet> wordt gegeven. Om dat te bereiken kan de <vet>gemeente</vet> afspraken maken met hulpverleners, <vet>instellingen</vet>, onderwijs, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken kunnen onder andere gaan over:</al><lijst><li nr="•"><al>procedures die gelden bij doorverwijzing naar <vet>hulp</vet>;</al></li><li nr="•"><al>communicatie met andere organisaties;</al></li><li nr="•"><al>afbakening van taken en verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="•"><al>een goede aansluiting tussen vrij toegankelijke <vet>hulp</vet> en <vet>hulp-op-maat</vet>.</al></li></lijst><al>De afspraken kunnen worden vastgelegd in een plan of in een andere geschikte vorm.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.6</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermings- maatregelen en jeugdreclassering </titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college baseert in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren <vet>jeugdhulp</vet> op ten minste de volgende kostprijselementen:</al><lijst><li nr="a."><al>cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; </al></li><li nr="b."><al>cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; </al></li><li nr="c."><al>overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>kosten voor indexering; </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Heeft voor de start van de aanbesteding <vet>jeugdhulp</vet> een kostprijsanalyse laten uitvoeren door een onafhankelijk bureau. Deze analyse is gevoegd bij de inkoop stukken.</al></li><li nr="3."><al>Het college hanteert voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering de landelijke tarieven. </al></li><li nr="4."><al>Het college hanteert voor de Essentiële Functies het intensiteitenmodel. Dit is een objectief tariefmodel, waarmee er ruimte ontstaat om voor groepen met een verschillende begeleidingsintensiteit een verschillend tarief te hanteren. Het intensiteitenmodel werkt met genormeerde kostprijselementen, waarbij het geheel van de elementen <vet>aanbieders</vet> de mogelijkheid biedt kostendekkend te kunnen werken.</al></li><li nr="5."><al>Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde <vet>aanbieders</vet> van preventie, <vet>jeugdhulpaanbieders</vet> of gecertificeerde <vet>instellingen</vet> dat zij het verlenen van preventie, <vet>jeugdhulp</vet>, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid. </al></li><li nr="6."><al>Het eerste en vijfde lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, <vet>jeugdhulp</vet>, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun <vet>ouders</vet> en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>5</nr><titel>Wonen in een veilige en gezonde omgeving</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al><vet>Inwoners</vet> met een <vet>beperking</vet> kunnen problemen hebben bij het gebruik van hun <vet>woning</vet> of bij het voeren van het huishouden. Als <vet>inwoners</vet> zulke problemen niet zelf kunnen oplossen, kan de <vet>gemeente</vet> hen helpen. Welke <vet>hulp</vet> dat kan zijn, wordt in dit hoofdstuk uitgelegd. De <vet>gemeente</vet> kan ook helpen, als <vet>inwoners</vet> met een <vet>beperking</vet> niet goed voor zichzelf kunnen zorgen, en als <vet>inwoners</vet> opvang of <vet>hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen nodig hebben. Ten slotte speelt de <vet>gemeente</vet> een rol bij het ondersteunen van <vet>mantelzorgers</vet>. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de <vet>hulp</vet> die de <vet>gemeente</vet> op grond van de <vet>Wmo</vet> aan al deze <vet>inwoners</vet> kan geven. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, geldt voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarde:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><vet><cursief>Inwoners</cursief></vet><cursief> kunnen zo lang mogelijk veilig en gezond wonen en leven in hun eigen omgeving.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>5.1</nr><titel>Uitgangspunten </titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is belangrijk dat <vet>inwoners</vet> zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de <vet>normale dagelijkse activiteiten</vet> kunnen doen en een huishouden kunnen voeren. Dat is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de <vet>inwoner</vet> zelf. Het kan zijn dat een <vet>inwoner</vet> <vet>hulp</vet> nodig heeft, vanwege een <vet>beperking</vet> of door een langdurig psychisch of een psychosociaal probleem. Die <vet>inwoner</vet> kan aan de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp</vet> vragen als hij zelf geen oplossing kan vinden voor zijn problemen. De <vet>hulp</vet> kan verschillende vormen hebben. Gaat het om <vet>hulp-op-maat</vet>, dan zijn er wel enkele voorwaarden. Die zijn te vinden in artikel 2.3.2. en artikel 2.2.2.1. De <vet>hulp</vet> moet daarnaast langdurig nodig zijn, tenzij het gaat om <vet>hulp</vet> bij huishouden (huishoudelijke ondersteuning). Als de <vet>inwoner</vet> <vet>hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen of opvang nodig heeft, dan moet de <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> eraan bijdragen dat de <vet>inwoner</vet> zichzelf zo snel mogelijk weer kan redden in de samenleving<cursief>.</cursief> <vet>Inwoners</vet> worden zoveel mogelijk thuis en in hun eigen wijk geholpen.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> geeft alleen <vet>hulp-op-maat</vet>, als dat nodig en passend is. De <vet>inwoner</vet> kan daarom in elk geval geen <vet>hulp</vet> krijgen, als: </al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>inwoner</vet> zijn problemen zelf of met behulp van zijn omgeving kan oplossen of verminderen door zijn dagelijks leven anders te organiseren, bijvoorbeeld bij de huishoudelijke taken;</al><lijst><li nr="-"><al>het gaat om een aanpassing of vervanging van een <vet>voorziening</vet> die door de <vet>gemeente</vet> is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn nog niet is afgelopen. Een vervangende <vet>voorziening</vet> is mogelijk wanneer: de afschrijvingstermijn is afgelopen, of;</al></li><li nr="-"><al>de eerder afgegeven <vet>voorziening</vet> onbruikbaar is geworden, en dat niet veroorzaakt is door de <vet>inwoner</vet>, of </al></li><li nr="-"><al>de <vet>voorziening</vet> geen oplossing meer is voor de <vet>hulpvraag</vet> van de <vet>inwoner</vet>,</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingstermijn niet is afgelopen en de <vet>inwoner</vet> geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de <vet>voorziening</vet> niet noodzakelijk was geweest wanneer de <vet>inwoner</vet> rekening had gehouden met de aard, omvang en ontwikkeling van zijn <vet>beperkingen</vet>.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>5.2</nr><titel>Zelfstandig en veilig wonen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de <vet>inwoner</vet> die voldoet aan de voorwaarden uit artikel 5.1 zijn in bepaalde gevallen de volgende <vet>voorzieningen</vet> beschikbaar.</al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>5.2.1</nr><titel>Geschikte woning (woonvoorziening)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> met een <vet>beperking</vet> kan in aanmerking komen voor een verbouwing of een hulpmiddel om de <vet>woning</vet> goed te kunnen gebruiken, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het normale gebruik van de <vet>woning</vet> niet mogelijk is door de <vet>beperking</vet> van de <vet>inwoner</vet>; en</al></li><li nr="b."><al>verhuizing naar een geschikte <vet>woning</vet> niet mogelijk is of duurder is dan de verbouwing of het hulpmiddel.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Het <vet>effect</vet> hiervan is dat de <vet>woning</vet> voor de <vet>inwoner</vet> bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar gemaakt wordt. </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Als verhuizing voorgaat, dan kan de <vet>inwoner</vet> in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte <vet>woning</vet>. Deze tegemoetkoming in de verhuiskosten is € 2.500.</al></li><li nr="3."><al>Als de <vet>inwoner</vet> zijn hoofdverblijf in een <vet>Wlz-instelling</vet> heeft, kan één <vet>woning</vet> bezoekbaar worden gemaakt voor maximaal € 2.500.</al></li><li nr="4."><al>De <vet>inwoner</vet> kan geen woon<vet>voorziening</vet> krijgen in de volgende situaties:</al><lijst><li nr="a."><al>De belemmeringen die de <vet>inwoner</vet> in de <vet>woning</vet> ervaart, zijn het gevolg van de materialen die in de <vet>woning</vet> zijn gebruikt; </al></li><li nr="b."><al>De woon<vet>voorziening</vet> is bedoeld voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex;</al></li><li nr="c."><al>Het gaat om <vet>voorzieningen</vet> die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden; </al></li><li nr="d."><al>De<vet> inwoner</vet> is verhuisd vanuit een woonruimte waar de <vet>inwoner</vet> geen problemen had bij het normale gebruik van de <vet>woning</vet> en er was geen belangrijke reden voor de verhuizing;</al></li><li nr="e."><al>De <vet>inwoner</vet> is verhuisd naar een <vet>woning</vet> die niet de meest geschikte <vet>woning</vet> is om de <vet>beperkingen</vet> van de <vet>inwoner </vet>te verminderen of weg te nemen, tenzij de <vet>gemeente</vet> daar toestemming voor heeft gegeven;</al></li><li nr="f."><al>De belemmeringen die de <vet>inwoner </vet>ervaart, zijn het gevolg van de bouwkundige of woon-technische staat van de <vet>woning</vet>. Daaronder valt ook de toegankelijkheid van de <vet>woning</vet>;</al></li><li nr="g."><al>De noodzaak voor een woon<vet>voorziening</vet> is het gevolg van achterstallig onderhoud aan de <vet>woning</vet>;</al></li><li nr="h."><al>De gevraagde <vet>voorziening</vet> is alleen maar gericht op renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd;</al></li><li nr="i."><al>De gevraagde <vet>voorziening</vet> is niet grotendeels op de <vet>inwoner</vet> gericht; </al></li><li nr="j."><al>De <vet>inwoner</vet> heeft zijn hoofdverblijf niet of zal zijn hoofdverblijf niet hebben in de <vet>woning</vet> waarvoor de woon<vet>voorziening</vet> wordt gevraagd;</al></li><li nr="k."><al>De <vet>inwoner</vet> woont in een woonruimte die niet geschikt is voor permanente bewoning zoals hotels/pensions, (trekkers)woonwagens, tweede <vet>woningen</vet>, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers, ADLclusterwoning of een woonruimte waarvoor de <vet>inwoner</vet> geen huurtoeslag kan krijgen;</al></li><li nr="l."><al>Als de <vet>inwoner</vet> een Wlz-indicatie heeft en op de wachtlijst staat voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wlz;</al></li><li nr="m."><al>Voorzover het <vet>voorzieningen</vet> in woongebouwen betreft die specifiek gericht zijn op ouderen of mensen met <vet>beperkingen</vet>.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De eigenaar-<vet>inwoner</vet> die een woningaanpassing heeft ontvangen wordt gevraagd om dit bij verkoop van de <vet>woning</vet> zo snel mogelijk te melden aan de <vet>gemeente</vet>. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.2.2</nr><titel>Een schone en leefbare woning</titel></kop><al>Een huis is schoon en leefbaar als het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. </al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> met een <vet>beperking</vet> die zijn <vet>woning</vet> niet schoon en leefbaar kan houden, kan in aanmerking komen voor <vet>hulp</vet> bij het huishouden (huishoudelijke ondersteuning). </al></li><li nr="2."><al>Als er in het huishouden van de <vet>inwoner</vet> minderjarige <vet>kinderen</vet> zijn, dan kan de <vet>hulp</vet> ook bestaan uit het voor een korte periode overnemen van de <vet>hulp</vet> die <vet>kinderen</vet> normaal gesproken moeten bieden (<vet>gebruikelijke hulp</vet>). Deze <vet>hulp</vet> is vooral bedoeld om de periode tot er andere <vet>hulp</vet> is te overbruggen, of totdat de <vet>kinderen</vet> in staat zijn de <vet>gebruikelijke hulp</vet> (weer) te leveren.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>hulp</vet> bij het huishouden (huishoudelijke ondersteuning) zorgt voor het schoonmaken van het huis. Op basis van maatwerk kan de <vet>gemeente</vet> besluiten dat de schoonmaakhulp meer doet, zoals het klaarzetten van maaltijden of het helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt die <vet>hulp</vet> ook bij het organiseren van het huishouden. Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat helpt de <vet>inwoner</vet> om het huishouden zelfstandig uit te voeren.</al></li><li nr="4."><al>Voor het toekennen van huishoudelijke ondersteuning, maken we gebruik van het meest recente HHM-normenkader. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>5.3</nr><titel>Hulp bij het (zelfstandig) wonen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> kan in aanmerking komen voor <vet>hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen, als de <vet>inwoner</vet> psychische en/ of psychosociale problemen heeft. Het gaat niet om problematiek die voortkomt uit een (acute) crisissituatie waarin de <vet>gemeente</vet> nog geen noodzaak voor <vet>hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen kan vaststellen. Daarvoor is de <vet>voorziening</vet> maatschappelijke opvang beschikbaar (zie artikel 5.4). </al></li><li nr="2."><al>De <vet>inwoner</vet> kan in aanmerking komen voor <vet>hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen, als andere vormen van <vet>hulp-op-maat</vet> onvoldoende passend zijn.</al></li><li nr="3."><al><vet>Hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen kent verschillende vormen: Beschermd Wonen, Beschut Wonen en Wonen gericht op zelfstandigheid. </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>5.3.1</nr><titel>Beschermd wonen 5.3.2 Beschut wonen</titel></kop><al>Vanwege problemen is het nodig dat de <vet>inwoner</vet> in een <vet>instelling</vet> met toezicht en begeleiding gaat wonen. Het verblijf is tijdelijk en in veilige omgeving, en helpt de <vet>inwoner</vet> om zelfredzaam te worden, mee te doen in de samenleving, beter te functioneren, een stabieler psychiatrisch ziektebeeld te krijgen, verwaarlozing of overlast te voorkomen, en gevaar voor zichzelf of anderen af te wenden. De ondersteuning richt zich op door- en uitstroom. De begeleiding is altijd dichtbij en de <vet>inwoner</vet> kan op elk moment om <vet>hulp</vet> vragen. De begeleiding moet flexibel zijn om snel te kunnen reageren. Samenwerken met het informele netwerk, begeleiders/behandelaren en andere belangrijke partners is nodig en onderdeel van de begeleiding. De begeleiding merkt ook dingen op.</al><al/><al>Dagbesteding of individuele begeleiding is geen onderdeel van beschermd wonen en kan apart geregeld worden. Dagbesteding kan bij een andere <vet>aanbieder</vet> plaatsvinden dan de <vet>woonaanbieder</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.3.2 </nr><titel>Beschut wonen</titel></kop><al>De <vet>inwoner</vet> kan tijdelijk niet zelfstandig wonen en heeft baat bij een veilige en gezamenlijke woonomgeving met zorg en 24-uurs nabijheid door bereikbaarheid. De begeleiding helpt de <vet>inwoner</vet> om meer zelf te kunnen beslissen, nieuwe vaardigheden te leren of verloren vaardigheden terug te krijgen. Het doel van de begeleiding is ook om de <vet>inwoner</vet> zelfredzamer te maken en stabiliteit te waarborgen. Soms is het nodig om de sturing van de <vet>inwoner</vet> over te nemen, maar het doel is altijd om naar eigen regie te streven.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.3.3</nr><titel>Wonen gericht op zelfstandigheid 18-/18+</titel></kop><al>De <vet>inwoner</vet> heeft <vet>hulp</vet> nodig om meer grip te krijgen op zijn of haar leven en zelfstandiger te worden. Dit kan gaan om een <vet>jongere</vet> of volwassene die is opgegroeid in een situatie die niet goed past bij wat hij of zij nodig heeft. De mensen om de <vet>inwoner</vet> heen kunnen hierbij niet genoeg helpen. De <vet>inwoner</vet> is klaar om een volgende stap te zetten richting volwassenheid, maar kan nog niet helemaal zelfstandig wonen. De <vet>inwoner</vet> werkt eraan om zo zelfstandig mogelijk mee te doen in de samenleving en leert de vaardigheden die daarvoor nodig zijn.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.3.4</nr><titel>Safehouses</titel></kop><al>Een Safehouse biedt begeleiding gericht op herstel aan volwassen <vet>inwoner</vet>s met verslavingsproblematiek en psychosociale en/of psychiatrische problemen. Deze voorziening biedt een veilige en gezonde, afgeschermde omgeving, waarin vaardigheden en gedrag die noodzakelijk zijn voor blijvend herstel na een verslaving worden aangeleerd en wordt geoefend in een huiselijke omgeving met groepsgenoten. </al><al/><al>De begeleiding in een Safehouse is met name voor <vet>inwoner</vet>s die net een behandeling tegen verslaving hebben afgerond, kampen met multi-problematiek, een terugval hebben gehad of gebaat zijn bij een ‘’oefenplek’’ zonder de verleiding van hun oude (verslavings-)netwerk. Het doel is om te leren hoe je zonder verslaving kunt leven. De <vet>inwoner</vet> leert bijvoorbeeld hoe je een dagritme opbouwt, zelfstandig kunt wonen en omgaan met problemen. Ook is er aandacht voor psychische en sociale problemen.</al><al/><al>De begeleiders letten goed op hoe het met de <vet>inwoner</vet> gaat. Ze kijken of er signalen zijn van terugval of andere problemen. Als het nodig is, grijpen ze op tijd in. De <vet>inwoner</vet> leert ook om problemen te herkennen en ermee om te gaan. De begeleiders werken samen met behandelaars, familie of andere belangrijke mensen in het leven van de <vet>inwoner</vet>. De begeleiding gebeurt op een vaste locatie van de organisatie, in Nederland. De plek is veilig en geschikt voor de doelgroep. Het verblijf duurt maximaal een jaar. Er is overdag begeleiding aanwezig en er is altijd iemand bereikbaar. Bij spoed kan er binnen 45 minuten iemand op locatie zijn. Er is ook een gezamenlijke ruimte voor groepsactiviteiten. De <vet>inwoner</vet> woont samen met anderen die ook werken aan hun herstel. Ze kunnen elkaar helpen door ervaringen te delen. Begeleiding op afstand, zoals beeldbellen, gebeurt in principe niet. Wel kunnen begeleiders de <vet>inwoner</vet> telefonisch ondersteunen. Als er iets misgaat, kunnen zij snel in actie komen. De begeleiding gebeurt vooral op de plek waar de <vet>inwoner</vet> woont. Dat is belangrijk voor het gevoel van veiligheid en het herstelproces.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>5.4</nr><titel>Maatschappelijke opvang</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> kan in aanmerking komen voor tijdelijke (maatschappelijke) opvang, als: </al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>inwoner</vet> dakloos is en opvang nodig heeft, omdat hij zich niet op <vet>eigen kracht</vet> kan redden in de samenleving. Dat komt door psychische of psychosociale problemen; of </al></li><li nr="b."><al>er sprake is van huiselijk geweld. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De opvang is erop gericht, dat de <vet>inwoner</vet> zich weer kan redden in de samenleving. De opvang wordt pas aangeboden, als <vet>andere voorzieningen</vet> niet geschikt zijn om dat doel te bereiken.</al></li><li nr="3."><al>Voor <vet>inwoners</vet> die maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende <vet>verordening</vet> van de <vet>gemeente</vet> Doetinchem, en de daarop gebaseerde regels. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>5.5</nr><titel>Mantelzorg</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Inwoners</vet> die ziek zijn of een <vet>beperking</vet> hebben, worden vaak geholpen door familieleden, vrienden of kennissen. Deze <vet>hulp</vet> wordt <vet>mantelzorg</vet> genoemd als de <vet>hulp</vet> langdurig en onbetaald wordt gegeven en verder gaat dan wat gebruikelijk is tussen mensen. Degene die deze <vet>hulp</vet> geeft is de <vet>mantelzorger</vet>. <vet>Mantelzorg</vet> is maatschappelijk van groot belang voor een leefbare samenleving en sociale samenhang. De <vet>gemeente</vet> wil zorgen voor huidige en toekomstige <vet>mantelzorgers</vet> in Berkelland en hen passende ondersteuning bieden. </al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>5.5.1</nr><titel>Ondersteuning mantelzorger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> die <vet>mantelzorg</vet> ontvangt kan in aanmerking komen voor respijtzorg als deze niet vanuit een <vet>voorliggende voorziening</vet> of andere wetgeving wordt verstrekt. Respijtzorg is het logeren in een accommodatie van een <vet>instelling</vet> of in een logeergezin. Respijtzorg heeft als doel het tijdelijk ontlasten van de <vet>mantelzorger</vet> of diens omgeving, of om ontsporing van de situatie te voorkomen. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>mantelzorger</vet> kan voor (specialistische) vragen op het gebied van <vet>mantelzorg</vet> terecht bij de mantelzorgcoach van het <vet>Voormekaarteam</vet>. </al></li><li nr="3."><al>De jonge <vet>mantelzorger</vet> kan voor (specialistische) vragen op het gebied van <vet>mantelzorg</vet> terecht bij de mantelzorgcoach van het Voormekaarteam of bij de <vet>jongerenwerk</vet>ers van de JiB (Jeugd in Berkelland). </al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kan naast bovengenoemde vormen van ondersteuning besluiten ook andere vormen van ondersteuning te bieden aan <vet>mantelzorgers</vet> en zal deze vormen van ondersteuning vastleggen in een Mantelzorgregeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.5.2</nr><titel>Mantelzorgwaardering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> waardeert de inzet van <vet>mantelzorgers</vet>. De <vet>mantelzorger</vet> kan jaarlijks éénmalig een mantelzorgwaardering aanvragen. De mantelzorgwaardering bedraagt minimaal € 50,00. De <vet>gemeente</vet> stelt in het Financieel Besluit de hoogte van de mantelzorgwaardering vast. De mantelzorgwaardering is bedoeld voor de <vet>mantelzorger(s)</vet> van de <vet>inwoner</vet> (zorgvrager) die in de <vet>gemeente</vet> Berkelland woont.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> organiseert jaarlijks rondom de Dag van de <vet>Mantelzorg</vet> activiteiten voor <vet>inwoners</vet> die <vet>mantelzorger</vet> zijn om hen te waarderen en in het zonnetje te zetten.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> kan nadere regels stellen over de mantelzorgwaardering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.5.3</nr><titel>Mantelzorgwoning</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> kan <vet>inwoners</vet> die een mantelzorgwoning willen realiseren, ondersteunen. Een mantelzorgwoning is tijdelijke woonruimte op het erf van een <vet>inwoner</vet>, die is bedoeld om goede <vet>mantelzorg</vet> mogelijk te maken. De mantelzorgwoning kan bewoond worden door de <vet>mantelzorger</vet> of door de <vet>inwoner</vet> die <vet>mantelzorg</vet> ontvangt. De ondersteuning van Voormekaar houdt in dat beoordeeld wordt of er sprake is van een mantelzorgsituatie waardoor een <vet>inwoner</vet> in aanmerking komt voor het vergunningsvrij plaatsen van een mantelzorgwoning. Voor vragen over de regels voor het realiseren van een mantelzorgwoning of woonunit kan een <vet>inwoner</vet> terecht bij het team Dienstverlening Omgeving. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>6</nr><titel>Vervoer naar school (bekostiging leerlingenvervoer)</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Ieder <vet>kind</vet> heeft recht op passend onderwijs dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de <vet>ouders</vet>. Soms is de afstand van huis naar <vet>school</vet> groot voor het <vet>kind</vet> of kan het <vet>kind</vet> vanwege zijn <vet>beperking</vet> niet zelfstandig naar <vet>school</vet> reizen. <vet>Ouders</vet> kunnen dan in bepaalde gevallen een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de <vet>gemeente</vet> <vet>ouders</vet> ondersteunt bij het vervoer van hun <vet>kind</vet> naar <vet>school</vet>. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, geldt voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarde: </vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><vet><cursief>Kinderen</cursief></vet><cursief> moeten veilig kunnen reizen naar de <vet>school</vet> die aansluit bij hun mogelijkheden, levensovertuiging en godsdienst.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>[</vet><vet>Llv</vet><vet>]</vet></al></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>6.1</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al><vet>Ouders</vet> zijn er zelf verantwoordelijk voor dat hun <vet>kinderen</vet> naar <vet>school</vet> gaan. <vet>Ouders</vet> kunnen bij de <vet>gemeente</vet> een <vet>aanvraag</vet> doen voor <vet>hulp</vet> bij het vervoer van hun <vet>kind</vet> van de <vet>woning</vet> naar <vet>school</vet>. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> heet een vervoers<vet>voorziening</vet>. Het kan gaan om een <vet>vergoeding</vet> voor reiskosten of om <vet>aangepast vervoer</vet> dat wordt geregeld door de <vet>gemeente</vet>, zoals een taxibusje. Het kan zijn dat <vet>ouders</vet> van <vet>kinderen</vet> op de <vet>basisschool</vet> een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat is de eigen bijdrage en wordt geregeld in artikel 6.4.1 van dit hoofdstuk. </al></li><li nr="3."><al>Als <vet>ouders</vet> een vervoers<vet>voorziening</vet> krijgen en het <vet>kind</vet> wordt meerderjarig, dan wordt de vervoers<vet>voorziening</vet> niet langer aan de <vet>ouders</vet> verstrekt. Het <vet>kind</vet> kan dan zelf in aanmerking komen voor een vervoers<vet>voorziening</vet>, als hij aan de voorwaarden voldoet. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>6.2</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> onderzoekt of <vet>ouders</vet> in aanmerking komen voor een vervoers<vet>voorziening</vet>. Als dat zo is gaat de <vet>gemeente</vet> na welke <vet>voorziening</vet> er nodig is. Bij nieuwe aanvragen, bij nieuw onderwijs en bij 9-jarigen en ouder kan het gesprek over zelfstandigheid worden gevoerd. De <vet>gemeente</vet> onderzoekt dan met welk vervoermiddel het <vet>kind</vet> kan reizen en welke route naar <vet>school</vet> de kortste veilige route voor het <vet>kind</vet> is. Ook gaat de <vet>gemeente</vet> na of er begeleiding nodig is bij het reizen. </al></li><li nr="2."><al>Voor het bepalen van de route naar <vet>school</vet> maakt de <vet>gemeente</vet> gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB. De <vet>gemeente</vet> berekent wat de kortste afstand is van de <vet>woning</vet> van het <vet>kind</vet> naar <vet>school</vet>. </al></li><li nr="3."><al>Gaat het <vet>kind</vet> naar de <vet>basisschool</vet>, dan onderzoekt de <vet>gemeente</vet> hoe hoog het <vet>inkomen</vet> van de <vet>ouders</vet> is. Dat is nodig om te bepalen of <vet>ouders</vet> een eigen bijdrage moeten betalen. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>6.3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>6.3.1</nr><titel>Vervoervoorziening naar school</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Vervoersvoorziening vanwege een langdurige beperking</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> verstrekt een vervoers<vet>voorziening</vet> aan <vet>ouders</vet> voor hun <vet>kind</vet> dat in de <vet>gemeente</vet> Berkelland verblijft, en: </al><lijst><li nr="a."><al>minimaal 4 jaar oud is, of minimaal 3 jaar oud is als het om een doof of slechthorend <vet>kind</vet> gaat dat <vet>speciaal onderwijs</vet> volgt; en</al></li><li nr="b."><al>naar de <vet>basisschool</vet> of een speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet> gaat, of <vet>speciaal onderwijs</vet> of <vet>voortgezet onderwijs</vet> volgt; en </al></li><li nr="c."><al>vanwege een langdurige <vet>beperking</vet> niet zelfstandig met het <vet>openbaar vervoer</vet> (OV) of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of <vet>aangepast vervoer</vet> nodig heeft. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet> Vervoersvoorziening vanwege de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school </vet> De <vet>gemeente </vet>verstrekt ook een vervoers<vet>voorziening</vet> aan <vet>ouders</vet>, voor hun <vet>kind</vet> dat in de <vet>gemeente</vet> Berkelland verblijft, en:</al><lijst><li nr="a."><al>minimaal 4 jaar oud is; en</al></li><li nr="b."><al>naar de <vet>basisschool</vet> of een speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet> gaat of <vet>speciaal onderwijs</vet> volgt (niet <vet>voortgezet onderwijs</vet>); en</al></li><li nr="c."><al>de dichtstbijzijnde voor het <vet>kind</vet> toegankelijke <vet>school</vet>, meer dan 4 kilometer van de <vet>woning</vet> van het <vet>kind</vet> afligt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Gaat het <vet>kind</vet> niet naar de dichtstbijzijnde, toegankelijke <vet>school</vet>, vanwege een specifiek onderwijskundige behoefte van het <vet>kind</vet>, dan wordt slechts een vervoers<vet>voorziening</vet> toegekend als voldaan is aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>ouders</vet> overtuigend hebben aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van hun <vet>kind</vet>; </al></li><li nr="b."><al><vet>ouders</vet> overtuigend hebben aangetoond dat de dichtstbijzijnde, toegankelijke <vet>school</vet> niet het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod biedt; en</al></li><li nr="c."><al>met het <vet>samenwerkingsverband</vet> primair- of <vet>voortgezet onderwijs</vet> overleg is gevoerd over het aanbod van onderwijs bij de dichtstbijzijnde, toegankelijke <vet>school</vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kan ook een vervoers<vet>voorziening</vet> aan <vet>ouders</vet> verstrekken voor hun <vet>kind</vet> dat in de <vet>gemeente</vet> Berkelland verblijft, en:</al><lijst><li nr="a."><al>voortgezet <vet>speciaal onderwijs</vet> volgt; en</al></li><li nr="b."><al>zelfstandig van het <vet>openbaar vervoer</vet> of de fiets gebruik kan maken of in staat is om zelfstandig te leren reizen met het <vet>openbaar</vet> <vet>vervoer</vet> of de fiets; en</al></li><li nr="c."><al>de dichtstbijzijnde toegankelijke <vet>school</vet> meer dan 4 kilometer van de <vet>woning</vet> van het <vet>kind</vet> afligt.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Deze bepaling is vooral bedoeld om het <vet>kind</vet> te stimuleren zelfstandig te gaan reizen en kan als afbouwregeling gebruikt worden.</al></li><li nr="5."><al> Met toegankelijke <vet>school</vet> wordt in dit hoofdstuk bedoeld:</al><lijst><li nr="a."><al>een <vet>school</vet> die het soort onderwijs geeft dat het <vet>kind</vet> nodig heeft, vanwege zijn lichamelijke of geestelijke situatie; en </al></li><li nr="b."><al>van de gewenste levensbeschouwelijke of godsdienstige richting is, of het openbaar onderwijs; en</al></li><li nr="c."><al>waar plaats is voor het <vet>kind</vet>. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="6."><al><vet>Ouders</vet> krijgen geen <vet>vergoeding</vet> voor het vervoeren van hun <vet>kind</vet>, als het <vet>kind</vet> meereist met een andere ouder die van de <vet>gemeente</vet> een <vet>vergoeding</vet> krijgt voor het vervoeren van zijn eigen <vet>kind</vet>. </al></li><li nr="7."><al>De <vet>gemeente</vet> kan aan <vet>ouders</vet> een <vet>vergoeding</vet> verstrekken voor de reiskosten van een begeleider, wanneer het <vet>kind</vet> een vervoers<vet>voorziening</vet> toegekend heeft gekregen en begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar <vet>school</vet>. <vet>Ouders</vet> moeten daarbij overtuigend aantonen dat het <vet>kind</vet> niet zelfstandig met het <vet>openbaar</vet> <vet>vervoer</vet>, de fiets of het <vet>aangepast vervoer</vet> kan reizen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>6.3.2</nr><titel>Vervoersvoorziening naar stage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als er al aanspraak bestaat op een vervoers<vet>voorziening </vet>naar <vet>school</vet> kan op verzoek een vervoers<vet>voorziening</vet> worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke <vet>aanvraag</vet> ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De vervoers<vet>voorziening</vet> naar een stageadres wordt, in aanvulling op de voorwaarden die gelden voor een vervoers<vet>voorziening</vet> naar <vet>school</vet>, slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de <vet>school</vet>gids van de <vet>school</vet> of in het stagecontract;</al></li><li nr="b."><al>de stagetijden komen overeen met de reguliere <vet>school</vet>tijden; </al></li><li nr="c."><al>de stage vindt plaats op één stageadres;</al></li><li nr="d."><al>het stageadres is gelegen op de route van de <vet>woning</vet> naar de <vet>school</vet> of kan worden gecombineerd met een bestaande vervoersroute van een door de <vet>gemeente</vet> gecontracteerde vervoerder. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Een vervoers<vet>voorziening</vet> wordt alleen toegekend over de afstand tussen de <vet>woning</vet> van het <vet>kind</vet> en het dichtstbijzijnde, toegankelijke stageadres.</al></li><li nr="4."><al>Het stagecontract kan voor de beoordeling van de <vet>aanvraag</vet> worden opgevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>6.3.3</nr><titel>Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als er aanspraak bestaat op een vervoers<vet>voorziening</vet> van de <vet>woning</vet> naar een <vet>school</vet> en terug kan op verzoek een vervoers<vet>voorziening</vet> worden toegekend voor het vervoer van een buitenschoolse opvang naar de <vet>school</vet> of terug. </al></li><li nr="2."><al>De vervoers<vet>voorziening</vet> van de buitenschoolse opvang naar de <vet>school</vet> of terug wordt alleen verstrekt als deze op de route van de <vet>woning</vet> naar <vet>school</vet> ligt of de kosten voor de <vet>gemeente</vet> vergelijkbaar zijn met de kosten voor het vervoer van de <vet>woning</vet> naar de <vet>school</vet> en terug.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>6.3.4</nr><titel>Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> verstrekt <vet>ouders</vet> van een <vet>kind</vet> dat <vet>speciaal onderwijs</vet> volgt en daarom in een internaat of pleeggezin verblijft, een vervoers<vet>voorziening</vet> voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het weekendvervoer van hun <vet>kind</vet> van het internaat of pleeggezin naar de <vet>woning</vet> van de <vet>ouders</vet> en terug, behalve als de weekenden vallen in een <vet>school</vet>vakantie;</al></li><li nr="b."><al>het vakantievervoer van hun <vet>kind</vet> van het internaat of pleeggezin naar de <vet>woning </vet>van de <vet>ouders</vet> en terug, eenmaal per <vet>school</vet>vakantie van 2 dagen of meer. De <vet>school</vet>vakantie moet in de <vet>school</vet>gids van de <vet>school</vet> worden genoemd. </al></li></lijst><al>De regels uit dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4 lid 4, onderdeel a.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>6.3.5</nr><titel>Tijdelijk verblijf buiten de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het college kan een tijdelijke vervoers<vet>voorziening</vet> voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de <vet>ouders</vet> van een <vet>kind,</vet> die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de <vet>gemeente</vet> verblijft als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het <vet>kind</vet> blijft zijn eigen <vet>school</vet> bezoeken;</al></li><li nr="b."><al>in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de <vet>gemeente</vet>, is een vervoers<vet>voorziening</vet> toegekend op grond van deze <vet>Verordening</vet>; en</al></li><li nr="c."><al>de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke <vet>gemeente</vet>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Het besluit waarin de vervoers<vet>voorziening</vet> is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoers<vet>voorziening</vet> wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de <vet>gemeente</vet> en herleeft weer zodra het <vet>kind</vet> terugkeert in de <vet>gemeente</vet>, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>6.4</nr><titel>Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> bepaalt de vervoers<vet>voorziening</vet> aan de hand van de afstand tussen de <vet>woning</vet> of de <vet>opstapplaats</vet> en de dichtstbijzijnde toegankelijke <vet>school</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Gaat het om een speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet>, dan wordt de vervoers<vet>voorziening</vet> vastgesteld over de afstand tussen de <vet>woning</vet> van het <vet>kind</vet> en </al><lijst><li nr="a."><al>de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet> in het <vet>samenwerkingsverband</vet> van de <vet>school</vet> waar het <vet>kind</vet> vandaan komt, of </al></li><li nr="b."><al>een andere speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet> in dat <vet>samenwerkingsverband</vet>, als het vervoer naar die <vet>school</vet> voor de <vet>gemeente</vet> minder zou kosten dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet>. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Als aan de voorwaarden is voldaan, stemt de <vet>gemeente</vet> de vervoers<vet>voorziening</vet> af op de goedkoopste manier van reizen. </al><lijst><li nr="a."><al>Kan het <vet>kind</vet> niet fietsen naar <vet>school</vet>, ook niet met begeleiding, dan kunnen de <vet>ouders</vet> een <vet>vergoeding</vet> krijgen voor het OV. </al></li><li nr="b."><al>Als <vet>ouders</vet> in aanmerking komen voor <vet>aangepast vervoer</vet>, dan kunnen <vet>ouders</vet> daarvan gebruikmaken voor het vervoer van hun <vet>kind</vet>.</al></li><li nr="c."><al><vet>Ouders</vet> kunnen het <vet>kind</vet> ook zelf vervoeren, als de <vet>gemeente</vet> toestemming geeft. Gaat het <vet>kind</vet> naar de <vet>basisschool</vet>, dan betalen de <vet>ouders</vet> de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.4.1). </al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Ouders</vet> komen in aanmerking voor <vet>aangepast</vet><vet>vervoer</vet>, in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="a."><al>het <vet>kind</vet> is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de <vet>reistijd</vet> met <vet>aangepast vervoer</vet> kan teruggebracht worden tot 50% van de <vet>reistijd</vet> met het OV;</al></li><li nr="b."><al>OV naar <vet>school</vet> ontbreekt en het <vet>kind</vet> kan niet met de fiets naar <vet>school</vet> (ook niet met begeleiding);</al></li><li nr="c."><al>het <vet>kind</vet> kan niet begeleid worden door de <vet>ouders</vet> of anderen, of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk;</al></li><li nr="d."><al>het <vet>kind</vet> heeft langdurige <vet>beperkingen</vet> waardoor hij niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding);</al></li><li nr="e."><al>het <vet>kind</vet> is op 1 augustus van het lopende <vet>school</vet>jaar (de peildatum) jonger dan 9 jaar.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Aan het toekennen van een vervoers<vet>voorziening</vet> in de vorm van <vet>aangepast vervoer</vet> kan de voorwaarde worden verbonden dat het <vet>kind</vet> deelneemt aan leerprojecten voor het gebruik van het <vet>openbaar vervoer</vet> of de fiets. </al></li><li nr="6."><al>Het <vet>aangepast vervoer</vet> vindt plaats in aansluiting op de standaard <vet>school</vet>dagen en <vet>school</vet>tijden zoals deze zijn opgenomen in de <vet>school</vet>gids van de <vet>school</vet> waar het <vet>kind</vet> heen gaat. Tenzij de <vet>ouders</vet> toereikend bewijs aanleveren waaruit blijkt dat de mogelijke lesuren van het <vet>kind</vet> vanwege de langdurige <vet>beperking</vet> afwijken van de standaard <vet>school</vet>tijden. </al></li><li nr="7."><al>Wanneer een <vet>kind</vet> tijdens het <vet>aangepast vervoer</vet> onaanvaardbaar gedrag vertoont en daarmee de veiligheid van zichzelf of anderen in gevaar brengt, kan de <vet>gemeente</vet> besluiten de deelname aan het <vet>aangepast vervoer</vet> te herzien, dan wel tijdelijk of voor de resterende duur van het <vet>school</vet>jaar op te schorten of in te trekken.</al></li><li nr="8."><al>Als aanspraak bestaat op een vervoers<vet>voorziening</vet>, kan de <vet>gemeente</vet> na overleg met de <vet>ouders</vet> een bekostiging verstrekken voor een andere passende <vet>voorziening</vet>, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het <vet>openbaar</vet> <vet>vervoer</vet>.</al></li><li nr="9."><al>Als een begeleider meerdere <vet>kinderen</vet> begeleidt, dan vergoedt de <vet>gemeente</vet> de reiskosten van één begeleider. </al></li><li nr="10."><al>Bestaat de vervoers<vet>voorziening</vet> uit een <vet>vergoeding</vet> voor de reiskosten, dan is de hoogte van die <vet>vergoeding</vet> afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde voor het <vet>kind</vet> toegankelijke <vet>school</vet>. De reisafstand wordt bepaald via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB. Als <vet>ouders</vet> recht hebben op een vervoers<vet>voorziening</vet> op basis van het OV, dan is de <vet>vergoeding</vet> gebaseerd op de kosten van het OV.</al></li><li nr="11."><al>De <vet>gemeente</vet> houdt bij het vaststellen van de vervoers<vet>voorziening</vet> rekening met andere (gedeeltelijke) <vet>vergoedingen</vet> voor de reiskosten die <vet>ouders</vet> voor het <vet>kind</vet> ontvangen. Die andere <vet>vergoedingen</vet> trekt de <vet>gemeente</vet> af van de <vet>vergoeding</vet> die de <vet>gemeente</vet> geeft. Bij <vet>aangepast vervoer</vet> brengt de <vet>gemeente</vet> dan een bedrag (de eigen bijdrage) bij de <vet>ouders</vet> in rekening. </al></li><li nr="12."><al>De <vet>vergoeding</vet> van de <vet>gemeente</vet> voor het gebruik van een <vet>eigen vervoermiddel</vet> wordt berekend op basis van een kilometer<vet>vergoeding </vet>van € 0,23 per afgelegde kilometer.</al></li><li nr="13."><al>Als <vet>ouders</vet> meerdere <vet>kinderen</vet> tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de <vet>gemeente</vet> éénmaal de kilometer<vet>vergoeding</vet> van € 0,23 euro per afgelegde kilometer.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>6.4.1</nr><titel>Bijzondere regeling vervoer naar basisschool</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Is de reisafstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke <vet>basisschool</vet> meer dan 20 kilometer, dan betalen <vet>ouders</vet> de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de <vet>gemeente</vet> zorgt voor <vet>aangepast vervoer</vet>, dan betalen de <vet>ouders</vet> de eigen bijdrage aan de <vet>gemeente</vet>. Als het <vet>kind</vet> op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de <vet>vergoeding</vet> die de <vet>ouders</vet> van de <vet>gemeente</vet> krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per gezin per <vet>school</vet>jaar berekend en hangt af van het <vet>inkomen</vet> van de <vet>ouders</vet> in het <vet>peiljaar</vet>:</al><al/><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet><cursief>Inkomen</cursief></vet><cursief> in euro’s (<vet>school</vet>jaar 2025-2026)</cursief> </al></entry><entry><al><cursief>Eigen bijdrage in euro’s (<vet>school</vet>jaar 2025-2026)</cursief> </al></entry></row><row><entry><al>€ 0 tot 42.000</al></entry><entry><al>Nihil </al></entry></row><row><entry><al>€ 42.000 – 50.000</al></entry><entry><al>€ 185 </al></entry></row><row><entry><al>€ 50.000 – 58.000</al></entry><entry><al>€820</al></entry></row><row><entry><al>€ 58.000 – 65.000</al></entry><entry><al> €1520</al></entry></row><row><entry><al>€ 65.000 – 74.500</al></entry><entry><al>€2230</al></entry></row><row><entry><al>€ 74.500 – 81.500</al></entry><entry><al>€2990</al></entry></row><row><entry><al>€ 81.500</al></entry><entry><al>Voor elke extra € 5.000: € 715 erbij</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> stopt de vervoers<vet>voorziening</vet> als <vet>ouders</vet> de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan de <vet>gemeente</vet>. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> past de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en tweede lid, en van de eigen bijdragen in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). De <vet>gemeente</vet> volgt daarbij de wijzigingen die de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) aan de <vet>gemeente</vet> doorgeeft. </al></li><li nr="4."><al>Voor <vet>ouders</vet> van <vet>kinderen</vet> die vanwege langdurige <vet>beperkingen</vet> niet zelfstandig met het OV kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>6.5</nr><titel>Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening</titel></kop><structuurtekst><al>Een vervoers<vet>voorziening</vet> gaat in op de datum die de <vet>ouders</vet> aangeven. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop de <vet>gemeente</vet> de <vet>aanvraag</vet> heeft ontvangen. Voor <vet>aangepast vervoer</vet> geldt dat de vervoers<vet>voorziening</vet> zo snel mogelijk na het besluit van de <vet>gemeente</vet> ingaat.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>7</nr><titel>Inkomen en schulden</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Voor <vet>inwoners</vet> die te weinig <vet>inkomen</vet> hebben om de dagelijkse kosten te kunnen betalen heeft de <vet>gemeente</vet> een financieel vangnet: een maandelijkse <vet>bijstandsuitkering</vet>. Om deze <vet>inwoners</vet> en andere <vet>inwoners</vet> met een laag <vet>inkomen</vet> extra te ondersteunen heeft de <vet>gemeente</vet> een aantal aanvullende <vet>uitkeringen</vet> en toeslagen beschikbaar. In dit hoofdstuk staan de aanvullingen. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de <vet>hulp</vet> die de <vet>gemeente</vet> kan bieden bij een schuldenprobleem.</al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende <vet>kernwaarden:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>Schulden worden snel gesignaleerd, <vet>hulp</vet> wordt snel ingezet.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> biedt in een vroeg stadium <vet>hulp</vet> bij (dreigende) schulden.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>Voorkomen is beter dan genezen.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>7.1</nr><titel>Armoedebeleid</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> heeft als taak om armoede en schulden tegen te gaan. In deze paragraaf staat waar de <vet>gemeente </vet>rekening mee houdt bij het uitvoeren van die taak. </al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>7.1.1</nr><titel>Wat wil de gemeente?</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> vindt het belangrijk dat <vet>inwoners</vet> met een laag <vet>inkomen</vet> en zonder <vet>financiële buffer</vet> hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen. De <vet>inwoner</vet> heeft een <vet>financiële</vet> <vet>buffer</vet>, als zijn vermogen hoger is dan de toepasselijke vermogensgrens uit de <vet>Participatiewet</vet>. Is het vermogen hoger dan die grens, dan kan de <vet>inwoner</vet> in principe geen financiële ondersteuning van de <vet>gemeente</vet> krijgen. Voor bijzondere bijstand kan de <vet>gemeente</vet> andere vermogensgrenzen vaststellen. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> biedt <vet>inwoners</vet> die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben <vet>hulp</vet> aan. Het doel van die <vet>hulp</vet> is dat <vet>inwoners</vet> blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De <vet>gemeente </vet>stimuleert initiatieven van <vet>inwoners</vet> om armoede te bestrijden en schulden tegen te gaan. </al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> zet zich ervoor in, dat <vet>inwoners</vet> met een <vet>inkomen</vet> net boven de <vet>bijstandsnorm</vet> voldoende ondersteund worden. </al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor, dat <vet>voorzieningen</vet> op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden, als ze voor een bepaalde periode zijn verstrekt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>7.2</nr><titel>Bijzondere bijstand</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW]</vet></al><al>Bijzondere bijstand is een belangrijke <vet>voorziening</vet> van de <vet>gemeente</vet> om <vet>inwoner</vet>s financieel te helpen, als zij bepaalde onverwachte kosten niet kunnen betalen. In deze paragraaf staan de belangrijkste uitgangspunten van de <vet>gemeente</vet> over bijzondere bijstand.</al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>7.2.1</nr><titel>Vangnet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet. Bijzondere bijstand is bedoeld voor <vet>inwoners</vet> met een laag <vet>inkomen</vet> en zonder <vet>financiële buffer</vet>, die extra noodzakelijke uitgaven niet kunnen betalen. Dat zijn onverwachte kosten die niet uit het maandelijkse <vet>inkomen</vet> kunnen worden betaald door bijzondere omstandigheden. </al></li><li nr="2."><al>Als de <vet>gemeente</vet> een <vet>aanvraag</vet> voor bijzondere bijstand beoordeelt, dan betrekt de <vet>gemeente</vet> de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid daarbij. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> heeft beleidsregels over bijzondere bijstand. Daarin is geregeld wanneer de <vet>inwoner</vet> in aanmerking kan komen voor bijzondere bijstand en hoe hoog de bijstand dan is. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>7.3</nr><titel>Studietoeslag </titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW]</vet></al><al>Studenten met een <vet>beperking</vet> hebben soms extra <vet>hulp</vet> nodig om een opleiding te volgen. Met een studietoeslag krijgen deze studenten een financiële steun in de rug. Het <vet>inkomen</vet> uit studiefinanciering wordt dan maandelijks aangevuld wanneer er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. De regeling over de studietoeslag staat in artikel 36b van de <vet>Participatiewet</vet>. Meer informatie staat in het besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag <vet>Participatiewet</vet> 2021.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>7.4</nr><titel>Individuele inkomenstoeslag</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW]</vet></al><al>Met de individuele inkomenstoeslag kan het <vet>inkomen</vet> worden aangevuld. Het is een toeslag die jaarlijks kan worden aangevraagd. In deze paragraaf staat voor welke <vet>inwoners</vet> de individuele inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden. </al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>7.4.1</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor de <vet>inwoner</vet> van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de <vet>Aow</vet><vet>-leeftijd</vet> die:</al><lijst><li nr="a."><al>in een ononderbroken periode van 36 maanden een <vet>inkomen</vet> heeft gehad dat lager is dan 105% van de <vet>bijstandsnorm</vet>; </al></li><li nr="b."><al>geen <vet>financiële buffer</vet> heeft; en</al></li><li nr="c."><al>geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.4.2</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de toeslag vindt u op <onderstreept>www.fijnder.nl,</onderstreept> wanneer u zoekt op inkomenstoeslag. De inkomenstoeslag wordt per jaar in één bedrag uitbetaald en bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een alleenstaande: € 512,00 per jaar.</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder: € 658,00 per jaar.</al></li><li nr="c."><al>voor gehuwden: € 729,00 per jaar.</al></li><li nr="d."><al>de onder a t/m c genoemde bedragen betreffen de bedragen die in 2024 gepubliceerd zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor gehuwden en <vet>samenwonenden</vet> geldt het volgende: als één van de partners geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag, krijgt de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Het gaat om situaties, waarbij de partner uitgesloten is van de individuele inkomenstoeslag op grond van artikel 11 en 13, eerste lid, van de <vet>Participatiewet</vet>.</al></li><li nr="3."><al>De bedragen uit dit artikel worden jaarlijks aangepast. Ze volgen de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.</al></li><li nr="4."><al>Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>7.5</nr><titel>Meedoenregeling </titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, Gemeentewet]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> wil <vet>kinderen </vet>helpen die opgroeien in armoede, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen aan sociale, culturele en sportieve activiteiten. De <vet>gemeente</vet> heeft maatregelen genomen om deze <vet>kinderen</vet> te ondersteunen. Deze maatregelen zijn vastgelegd in ‘Beleidsregels meedoen <vet>gemeente</vet> Berkelland’. De geldende beleidsregels zijn te vinden op <extref doc="http://www.overheid.nl"><onderstreept>www.overheid.nl</onderstreept></extref>. Daarin is geregeld wanneer een <vet>inwoner</vet> in aanmerking kan komen voor ondersteuning en hoe hoog de ondersteuning dan is. </al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>7.5.1</nr><titel>Doelgroep meedoen voor kinderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvrager moet voldoen aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>Staat ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP) van de <vet>gemeente</vet> Berkelland;</al></li><li nr="b."><al>Beschikte in de twee maanden voorafgaand aan de <vet>aanvraag</vet> en op het moment van <vet>aanvraag</vet> over een <vet>inkomen</vet> dat niet hoger was dan 110% van de voor hem geldende <vet>bijstandsnorm</vet> en niet over vermogen boven de vermogensgrens.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als het <vet>inkomen</vet> van de aanvrager hoger is dan 110% van de voor hem geldende <vet>bijstandsnorm</vet> wordt de eigen draagkracht berekend.</al></li><li nr="3."><al>De faciliteiten en regelingen worden telkens voor één kalenderjaar toegekend. Als de situatie niet verandert wordt dit vanzelf verlengd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.5.2</nr><titel>Inhoud meedoenregeling voor kinderen</titel></kop><al>Vanuit de meedoenregeling voor <vet>kinderen</vet> kunnen de volgende zaken worden vergoed:</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.5.2.1</nr><titel>Vergoeding zwemlessen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> vergoedt maximaal € 300,- voor zwemles voor <vet>kinderen</vet> van aanvrager die het zwemdiploma A nog niet hebben. Deze <vet>vergoeding</vet> ontvangt de ouder in de vorm van een voucher in de meedoenapplicatie.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>vergoeding</vet> stopt zodra: </al><lijst><li nr="a."><al>Het zwemdiploma A is behaald; of </al></li><li nr="b."><al>De zwemles wordt beëindigd vóór het behalen van het zwemdiploma A. </al></li><li nr="c."><al>De maximale hoogte van de <vet>vergoeding</vet> is bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De <vet>vergoeding</vet> wordt rechtstreeks aan het zwembad betaald, nadat de <vet>inwoner</vet> de voucher bij het zwembad heeft ingeleverd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.5.2.2</nr><titel>Participatieregeling voor kinderen van 0-18 jaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> geeft een <vet>vergoeding</vet> van € 200,- per kalenderjaar, voor het betalen van activiteiten die bedoeld zijn voor educatie, sport, cultuur of <vet>participatie</vet> voor ieder <vet>kind</vet> binnen het gezin van aanvrager in de leeftijd van 0 tot 18 jaar. </al></li><li nr="2."><al>Deze activiteiten of producten kunnen worden uitgezocht in de meedoenapplicatie van <vet>Fijnder</vet>. Nadat een activiteit of product is uitgezocht krijgt de <vet>inwoner</vet> een voucher die kan worden gescand bij betaling van de activiteit. <vet>Fijnder</vet> betaalt de <vet>vergoeding</vet> hiermee rechtstreeks aan de organisatie of persoon die de activiteit aanbiedt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.5.2.3</nr><titel>Vergoeding indirecte schoolkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Fijnder</vet> geeft een <vet>vergoeding</vet> aan aanvrager voor indirecte <vet>school</vet>kosten voor zijn <vet>kind</vet>(<vet>eren</vet>) in de leeftijd van 4 tot 18 jaar, die op de eerste dag van een <vet>school</vet>jaar ingeschreven zijn bij een <vet>basisschool </vet>of <vet>school</vet> voor <vet>voortgezet onderwijs</vet>. Indirecte <vet>school</vet>kosten zijn kosten die nodig zijn om mee te kunnen doen (aan activiteiten) in het onderwijs.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>vergoeding</vet> bedraagt € 175,- voor een <vet>kind</vet> op de <vet>basisschool</vet> en € 350,- voor een <vet>kind</vet> in het <vet>voortgezet onderwijs</vet>.</al></li><li nr="3."><al>Als aan het begin van het kalenderjaar wordt ingeschat dat het <vet>kind</vet> op de eerste dag van het <vet>school</vet>jaar zal zijn ingeschreven op een <vet>school</vet> voor <vet>voortgezet onderwijs</vet>, wordt voor het hele kalenderjaar de <vet>vergoeding</vet> voor het <vet>voortgezet onderwijs</vet> voor dit <vet>kind</vet> gegeven zoals bedoeld in het vorige lid.</al></li><li nr="4."><al>De bestemming van de <vet>school</vet>kosten kunnen worden uitgezocht in de Meedoen applicatie van <vet>Fijnder</vet>. Nadat de bestemming voor de <vet>school</vet>kosten is uitgezocht, krijgt de <vet>inwoner</vet> een voucher die kan worden gescand bij betaling van de <vet>school</vet>kosten. <vet>Fijnder</vet> betaalt de <vet>vergoeding</vet> hiermee rechtstreeks aan de organisatie of persoon die de activiteit aanbiedt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.5.2.4</nr><titel>Verstrekking van computer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> verstrekt één computerconfiguratie aan een gezin tot een maximum bedrag van € 500,- aan aanvrager voor zijn <vet>kind(eren)</vet> tot 18 jaar in het voortgezet- of beroepsonderwijs.</al></li><li nr="2."><al>Eén keer per 5 jaar kan een computerconfiguratie worden aangeschaft bij een verkoper aangesloten bij de Meedoen applicatie van <vet>Fijnder</vet>.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>7.6</nr><titel>Collectieve zorgverzekering</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW]</vet></al><al>Voor <vet>inwoner</vet>s met een <vet>inkomen</vet> tot 130% van de <vet>bijstandsnorm</vet> heeft de <vet>gemeente</vet> een collectieve zorgverzekering afgesloten. De <vet>gemeente</vet> heeft beleidsregels gemaakt. Daarin staat wanneer en hoe deze <vet>inwoners</vet> kunnen meedoen aan de collectieve zorgverzekering. <vet>Inwoners</vet> kunnen zich aanmelden via <extref doc="http://www.gezondverzekerd.nl"><onderstreept>www.gezondverzekerd.nl</onderstreept></extref>.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>7.7</nr><titel>Schuldhulpverlening</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[</vet><vet>Wgs</vet><vet>]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> heeft de taak om <vet>inwoners </vet>met schulden te helpen. <vet>Inwoner</vet>s kunnen daarom de <vet>gemeente</vet> om <vet>hulp</vet> vragen. De <vet>gemeente</vet> helpt bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de <vet>gemeente</vet> voor het geven van <vet>hulp</vet>. </al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>7.7.1</nr><titel>Samenwerking en toegang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat <vet>inwoners</vet> hoge schulden krijgen. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat <vet>inwoner</vet>s op een eenvoudige manier om <vet>hulp</vet> kunnen vragen. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> informeert <vet>inwoner</vet>s over de <vet>hulp</vet> die zij kan aanbieden en zorgt dat die <vet>hulp</vet> echt beschikbaar is.</al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> sluit geen enkele <vet>inwoner</vet> bij voorbaat uit van <vet>hulp</vet>. Een uitzondering op deze regel is de <vet>inwoner</vet> die geen geldige verblijfstitel heeft.</al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> benadert <vet>inwoner</vet>s actief, zodra andere organisaties schulden melden bij de <vet>gemeente</vet>. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.7.2</nr><titel>Schuldhulpverlening</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat een <vet>inwoner</vet> die <vet>hulp</vet> kan krijgen bij het oplossen van schulden, die <vet>hulp</vet> zo snel mogelijk krijgt. De <vet>gemeente</vet> zet hierbij in op duurzame resultaten en zal bij ingezette trajecten nazorg leveren om herhaling te voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>7.7.3</nr><titel>Besluit</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> informeert de <vet>inwoner</vet> die <vet>hulp</vet> kan krijgen over de manier waarop de <vet>hulp</vet> wordt gegeven. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>8</nr><titel>De vorm van de hulp</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Als <vet>inwoners</vet> <vet>hulp</vet> kunnen krijgen van de <vet>gemeente</vet>, moet de <vet>gemeente</vet> ook bepalen in welke vorm die <vet>hulp</vet> dan wordt gegeven. De <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente </vet>kan in de vorm van geld zijn, of ‘in natura’: de <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat er <vet>hulp</vet> wordt ingezet (een dienst of een product). Gaat het om <vet>Wmo-hulp</vet> of <vet>jeugdhulp</vet>, dan kan de <vet>inwoner</vet> ook kiezen voor een <vet>pgb</vet>, als aan de voorwaarden is voldaan. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm de <vet>hulp</vet> wordt ingezet en welke regels daarbij horen. Ook is geregeld wanneer de <vet>gemeente</vet> een financiële bijdrage aan de <vet>inwoner</vet> kan vragen op grond van de <vet>Wmo</vet>. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarden: </vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> biedt passende hulp die zo snel mogelijk wordt ingezet.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> gaat respectvol om met de <vet>aanvraag</vet>. </cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> praat open en eerlijk over de behandeling.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>8.1</nr><titel>Financiële hulp</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Llv</vet><vet>, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> die <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> ontvangt, krijgt die <vet>hulp</vet> in de vorm van geld, als dat in de <vet>wet</vet> of in deze <vet>verordening</vet> zo is geregeld. Financiële <vet>hulp</vet> kan een lening zijn of een bedrag ‘om niet’ (hoeft niet terugbetaald te worden). </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> betaalt de <vet>inwoner</vet> binnen 6 weken nadat een betalingsbesluit is genomen. Dat is de wettelijk vastgestelde termijn. De <vet>gemeente</vet> kan een andere termijn vaststellen, als er niet binnen 6 weken betaald kan worden. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> betaalt op het bankrekeningnummer dat de <vet>inwoner</vet> heeft doorgegeven. De <vet>gemeente</vet> kan het bedrag op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon betalen. De <vet>gemeente</vet> kan dat doen, als het doel van de <vet>hulp</vet> alleen op die manier kan worden bereikt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een hulpverlener of een schuldeiser van de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kan het geld verrekenen met een vordering op de <vet>inwoner</vet>, als dit volgens de wettelijke regels mogelijk is. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de <vet>wetten</vet> waarop deze <vet>verordening</vet> is gebaseerd. </al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een betalingsbesluit nemen, zonder de <vet>inwoner </vet>daar met een brief over te informeren. De <vet>gemeente</vet> stelt de <vet>inwoner</vet> dan wel op een andere geschikte manier op de hoogte van het betalingsbesluit. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>8.2</nr><titel>Een product of een dienst</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> die <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> ontvangt, krijgt die <vet>hulp in natura</vet> (een dienst of een product), tenzij in de <vet>wet</vet> of in deze <vet>verordening</vet> iets anders is geregeld. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen, huur of eigendom verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> zet zich ervoor in dat de <vet>aanbieder</vet> van een dienst of een product:</al><lijst><li nr="a."><al>de wettelijke regels over garantie naleeft; en </al></li><li nr="b."><al>de <vet>inwoner</vet> informeert over alles wat belangrijk is om te weten over de dienst of het product. </al></li></lijst></li><li nr=""><al>In hoofdstuk 12 is daarover meer geregeld. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>8.3</nr><titel>Persoonsgebonden budget (pgb)</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>8.3.1</nr><titel>Voorwaarden – algemeen </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> kan kiezen voor een <vet>pgb</vet>, als hij in aanmerking komt voor <vet>hulp-op-maat</vet> op grond van de <vet>Wmo</vet> of <vet>Jeugdwet</vet>. De <vet>gemeente</vet> moet er wel van overtuigd zijn, dat de <vet>inwoner</vet> voldoet aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoner</vet> kan voldoende voor zijn eigen belangen opkomen. Daardoor kan hij de taken die bij het <vet>pgb</vet> horen op een verantwoorde manier uitvoeren, eventueel met <vet>hulp</vet> van iemand uit het sociale netwerk, of met iemand die hem vertegenwoordigt. </al></li><li nr="b."><al>De <vet>inwoner</vet> maakt de <vet>gemeente</vet> duidelijk waarom hij een <vet>pgb</vet> wil ontvangen. Gaat het om <vet>jeugdhulp</vet>, dan moet de <vet>inwoner</vet> motiveren waarom <vet>hulp-op-maat</vet> door een <vet>aanbieder</vet> van de <vet>gemeente</vet>, niet passend is.</al></li><li nr="c."><al>De <vet>hulp</vet> die de <vet>inwoner</vet> met het <vet>pgb</vet> wil betalen, is van goede kwaliteit. De <vet>hulp</vet> moet veilig en doeltreffend zijn en op de <vet>inwoner</vet> gericht. Dit moet duidelijk worden uit het <vet>pgb</vet><vet>-plan</vet> van de <vet>inwoner</vet>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>pgb</vet> in elk geval weigeren in de volgende situaties:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoner</vet> kan het <vet>pgb</vet> niet zelf beheren en wil het <vet>pgb</vet> laten beheren door de hulpverlener. </al></li><li nr="b."><al>De <vet>gemeente</vet> heeft eerder <vet>hulp-op-maat</vet> of een <vet>pgb</vet> toegekend, en dit besluit is herzien of ingetrokken. </al></li><li nr="c."><al>De <vet>inwoner</vet> vraagt een <vet>pgb</vet> voor kosten die zijn gemaakt, voordat de <vet>aanvraag</vet> is gedaan. Tenzij de <vet>gemeente</vet> daarvoor toestemming heeft verleend of achteraf de noodzaak nog vastgesteld kan worden.</al></li><li nr="d."><al>Soms is zelf ingekochte zorg duurder dan zorg in natura. Dat is geen reden om een <vet>pgb</vet> te weigeren. Maar de <vet>gemeente</vet> hoeft ook geen extra geld uit te geven. De <vet>gemeente</vet> mag beslissen dat de <vet>inwoner</vet> alleen het bedrag krijgt dat de zorg in natura zou kosten. De meerkosten betaalt de <vet>inwoner</vet> dan zelf. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het <vet>pgb</vet> is bedoeld voor <vet>hulp</vet>, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het <vet>pgb</vet> kan niet besteed worden aan:</al><lijst><li nr="a."><al>kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;</al></li><li nr="b."><al>het voeren van een <vet>pgb</vet>-administratie;</al></li><li nr="c."><al>ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een <vet>pgb</vet>-administratie; en </al></li><li nr="d."><al>kosten voor een feestdagen<vet>uitkering</vet> aan de hulpverlener(s);</al></li><li nr="e."><al>reiskosten van de zorgverlener.</al></li><li nr="f."><al>Kosten voor <vet>aanvraag</vet> van een Verklaring Omtrent gedrag </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> staat het niet toe dat een <vet>pgb</vet> als “maandloon-optie” wordt ingezet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>8.3.2</nr><titel>Professionele of niet-professionele hulp</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het vaststellen van de hoogte van het <vet>pgb</vet>, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele <vet>hulp</vet>.</al></li><li nr="2."><al>Van professionele <vet>hulp</vet> is sprake als de <vet>hulp</vet> verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1<sup>e</sup> of 2<sup>e</sup> graad van de <vet>inwoner</vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>iemand die in dienst is van een <vet>instelling</vet> die bedrijfsmatig de <vet>hulp</vet> verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregister<vet>wet</vet> 2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van maatschappelijke ondersteuning of <vet>jeugdhulp. </vet>Ook voldoet de <vet>hulp</vet>(verlener) aan de kwaliteits- en opleidingseisen zoals die ook gelden voor door de <vet>gemeente</vet> gecontracteerde <vet>aanbieders. </vet>Voor Jeugdhulp en Wmo (Wonen, Wonen Gericht op zelfstandigheid en Begeleiding) zijn deze te vinden op <extref doc="https://www.sociaaldomeinachterhoek.nl"><onderstreept>www.sociaaldomeinachterhoek.nl</onderstreept></extref>; of </al></li><li nr="b."><al>iemand die als Zelfstandige zonder personeel de beschikking heeft over een Beschikking geen loonheffingen (BGL) en ten aanzien van de uit het <vet>pgb</vet> te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregister<vet>wet </vet>2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van de <vet>Jeugdwet </vet>of de <vet>Wmo. </vet>Ook voldoet de <vet>hulp</vet>(verlener) aan de kwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 4 van de <vet>Jeugdwet</vet> of hoofdstuk 3 van de <vet>Wmo </vet>en de kwaliteits-en opleidingseisen zoals die ook gelden voor de <vet>gemeente</vet> gecontracteerde <vet>aanbieders</vet>. Voor Jeugdhulp en Wmo (Wonen, Wonen Gericht op zelfstandigheid en Begeleiding) zijn deze te vinden op <extref doc="https://www.sociaaldomeinachterhoek.nl"><onderstreept>www.sociaaldomeinachterhoek.nl</onderstreept></extref>.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De<vet> inwoner</vet> mag het <vet>pgb</vet> besteden aan <vet>hulp</vet> die wordt gegeven door een professionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon:</al><lijst><li nr="a."><al>moet op verzoek van de <vet>gemeente</vet>, een ‘verklaring omtrent <vet>gedrag</vet> natuurlijke personen (VOG)’ overleggen, specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’; De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden, voorafgaand aan de datum van de <vet>aanvraag</vet>.</al></li><li nr="b."><al>moet voor het bieden van <vet>jeugdhulp</vet> aantonen de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te gebruiken en <vet>SKJ</vet> of <vet>BIG</vet> geregistreerd zijn.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Van niet-professionele <vet>hulp</vet> is sprake als:</al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>hulp</vet> wordt geboden door personen, al dan niet uit het <vet>sociaal netwerk</vet>, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2;</al></li><li nr="b."><al>de <vet>hulp</vet> niet wordt geboden in het kader van een <vet>hulp</vet>verlenend beroep.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De <vet>inwoner</vet> mag het <vet>pgb</vet> besteden aan <vet>hulp</vet> die wordt gegeven door een niet-professionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon:</al><lijst><li nr="a."><al>heeft aannemelijk gemaakt dat de <vet>hulp</vet> niet tot overbelasting leidt en dat hij kwalitatief goede <vet>hulp</vet> kan bieden, en</al></li><li nr="b."><al>moet op verzoek van de <vet>gemeente</vet>, een ‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG)’ overleggen, specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de <vet>aanvraag</vet>. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al><vet>Hulp</vet> waarbij het essentieel is dat voldoende professionele afstand wordt bewaard kan niet verleend worden door een niet-professionele hulpverlener.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>8.3.3</nr><titel>Hoogte en tarief pgb</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> stelt de hoogte van het <vet>pgb</vet> voor een product vast aan de hand van, en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de <vet>inwoner</vet> goedkoopst compenserende <vet>hulp in natura</vet>. Het <vet>pgb</vet> is toereikend voor de aanschaf van het product bij minimaal één <vet>aanbieder</vet>.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> houdt bij het vaststellen van de hoogte van het <vet>pgb</vet> voor een product rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekering. Met uitzondering van een woon<vet>voorziening</vet>, de <vet>inwoner</vet> is hierbij zelf verantwoordelijk voor de verzekering van het product. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> kan de hoogte van het <vet>pgb</vet> voor een product vaststellen op basis van een offerte van de <vet>aanbieder</vet> uit het goedgekeurde<vet> Pgb-plan</vet> en/of een door de <vet>gemeente</vet> opgevraagde offerte. De <vet>gemeente </vet>stelt de hoogte van het <vet>pgb</vet> vast op het bedrag van de laagste offerte.</al></li><li nr="4."><al>Voor professionele <vet>hulp</vet> wordt de hoogte van het <vet>pgb</vet> als volgt vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al> voor formele <vet>hulp</vet> vanuit de <vet>Jeugdwet</vet> en <vet>Wmo</vet> (Wonen, Wonen Gericht op zelfstandigheid en Begeleiding) hanteert de <vet>gemeente </vet>het geldende <vet>hulp</vet> in natura tarief, gebaseerd op het kostprijsmodel van Sociaal Domein Achterhoek (<extref doc="https://www.sociaaldomeinachterhoek.nl"><onderstreept>www.sociaaldomeinachterhoek.nl</onderstreept></extref>), verminderd met een percentage aan overheadkosten. Het percentage kan wisselen per product. Het <vet>pgb</vet> is toereikend voor de aanschaf van het product of dienst bij minimaal 1 <vet>aanbieder</vet>. Maatwerk is mogelijk.</al></li><li nr="b."><al> voor <vet>hulp</vet> bij het huishouden (<vet>Wmo</vet>) hanteert de <vet>gemeente </vet>het geldende <vet>hulp</vet> in natura tarief verminderd met 15% overheadkosten. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>De hoogte van het <vet>pgb</vet> voor niet-professionele <vet>hulp</vet>, met uitzondering van logeren, is gelijk aan het wettelijk minimum (uur)loon. Het gaat om het uurloon bij een 36-urige werkweek per 1 januari van het jaar waarin het <vet>pgb</vet> wordt verstrekt, inclusief vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten. </al></li><li nr="6."><al>Voor logeren uitgevoerd door niet-professionele <vet>hulp</vet> bedraagt de tegemoetkoming € 141 per kalendermaand, tenzij, op basis van het<vet> pgb-plan</vet> van de <vet>inwoner</vet>, een lagere tegemoetkoming genoeg is. De <vet>inwoner</vet> dient een “Verklaring <vet>hulp</vet> uit het <vet>sociaal</vet><vet>netwerk</vet>” in te vullen en in te dienen bij de <vet>gemeente</vet> die deze doorstuurt naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB). </al></li><li nr="7."><al>Het <vet>pgb</vet> is voldoende om <vet>hulp</vet> in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen die staan in de <vet>wet</vet> en deze <vet>verordening</vet>. En het is geschikt voor het doel waarvoor het <vet>pgb</vet> wordt toegekend.</al></li><li nr="8."><al>De <vet>gemeente</vet> stelt jaarlijks in het besluit maatschappelijke ondersteuning en <vet>jeugdhulp</vet> Berkelland de hoogte van het <vet>pgb</vet> vast op basis van de in dit artikel vermelde regels. Aanpassing van de lopende <vet>pgb</vet>-budgetten vindt, indien nodig, plaats door middel van een overgangsregeling. De <vet>gemeente</vet> stelt hiervoor nadere regels vast.</al></li><li nr="9."><al>Als de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, dan wordt het budget met die lasten verhoogd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>8.3.4</nr><titel>Verantwoording pgb</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan de <vet>inwoner</vet> vragen om duidelijk te maken hoe het <vet>pgb</vet> is besteed en welke resultaten de <vet>hulp</vet> voor de <vet>inwoner</vet> heeft gehad. De <vet>inwoner</vet> is verplicht die informatie te geven. De <vet>gemeente</vet> kan daarvoor een formulier vaststellen dat de <vet>inwoner</vet> moet gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Als een <vet>inwoner</vet> <vet>hulp-op-maat</vet> in de vorm van een <vet>pgb</vet> krijgt, wordt alleen de <vet>hulp</vet> uitbetaald die echt geleverd is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>8.3.5</nr><titel>Opschorten pgb</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> kan aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het <vet>pgb</vet> helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het <vet>pgb</vet> weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de <vet>gemeente</vet> doen als zij een sterk vermoeden heeft dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>inwoner</vet> onjuiste of onvolledige informatie heeft gegeven, terwijl het geven van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de <vet>gemeente</vet>;</al></li><li nr="b."><al>de <vet>inwoner</vet> niet voldoet aan de voorwaarden die horen bij het ontvangen van het <vet>pgb</vet>; </al></li><li nr="c."><al>de <vet>inwoner</vet> het <vet>pgb</vet> niet of voor een ander doel (heeft) gebruikt; </al></li><li nr="d."><al>de <vet>inwoner</vet> in een <vet>instelling</vet> verblijft als bedoeld in de <vet>Wlz</vet> of de Zorgverzekerings<vet>wet</vet>; of als </al></li><li nr="e."><al>de <vet>inwoner </vet>een modulair pakket thuis of volledig pakket thuis ontvangt vanuit de<vet> Wlz</vet>.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>8.4</nr><titel>Kostprijs</titel></kop><structuurtekst><al><vet> [Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><al>De kostprijs van een product of dienst wordt als volgt bepaald: </al><lijst><li nr="a."><al>voor <vet>hulp-op-maat</vet> in natura of voor een algemene <vet>voorziening</vet> uit deze <vet>verordening</vet>: door een aanbesteding, na het raadplegen van <vet>aanbieders</vet> of na overleg met de <vet>aanbieder</vet>;</al></li><li nr="b."><al>voor een hulpmiddel wordt de kostprijs ook bepaald door de vraag of de <vet>inwoner</vet> dit product in bruikleen of eigendom krijgt. De kostprijs is inclusief de kosten van verzekeringen, beheer en onderhoud. </al></li><li nr="c."><al>de kostprijs voor een woningaanpassing die in eigendom is verstrekt, is gelijk aan het bedrag van de offerte dat moet worden voldaan na afronding van de woningaanpassing. </al></li><li nr="d."><al>de kostprijs voor een woningaanpassing die in bruikleen is verstrekt, is gelijk aan het aanschafbedrag, plaatsingskosten, verzekeringen, beheer en onderhoud;</al></li><li nr="e."><al>voor <vet>hulp-op-maat</vet> vanuit de Jeugdwet of Wmo in de vorm van een <vet>pgb</vet> wordt de kostprijs vastgesteld op basis van het geldende <vet>hulp </vet>in natura tarief, gebaseerd op het kostprijsmodel van Sociaal Domein Achterhoek (<extref doc="https://www.sociaaldomeinachterhoek.nl">www.sociaaldomeinachterhoek.nl</extref>), verminderd met een percentage aan overheadkosten. Dit percentage kan wisselen per product. Het <vet>pgb</vet> is toereikend voor de aanschaf van de <vet>hulp</vet> bij minimaal 1 <vet>aanbieder</vet>. Maatwerk is mogelijk.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>8.5</nr><titel>Bijdrage in de kosten</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[</vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> betaalt een bijdrage in de kosten voor <vet>Wmo-hulp-op-maat </vet>in de vorm van een hulpmiddel of een woningaanpassing totdat de kostprijs van de <vet>voorziening</vet> is bereikt. Voor alle overige <vet>Wmo-hulp-op-maat</vet> betaalt de <vet>inwoner</vet> een bijdrage in de kosten zolang de de <vet>inwoner</vet> gebruik maakt van die <vet>hulp</vet> of voor de periode waarvoor een <vet>pgb</vet> is verstrekt. Zolang een indicatie niet wordt stopgezet maakt de <vet>inwoner</vet> gebruik van de <vet>hulp</vet>. Gaat het om een product, dan betaalt de <vet>inwoner</vet> een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De <vet>inwoner</vet> betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit <vet>Wmo</vet> 2015. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor <vet>hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen in de vorm van beschermd wonen en opvang is afhankelijk van het <vet>inkomen</vet> en vermogen van de <vet>inwoner</vet> en diens eventuele echtgenoot op grond van het Uitvoeringsbesluit <vet>Wmo</vet> 2015.</al></li><li nr="2."><al>Lid 1 geldt niet voor collectief vervoer ‘ZOOV Op Maat’. Hiervoor stelt de <vet>gemeente</vet> de hoogte van de bijdrage vast. Deze eigen bijdrage is vastgesteld op maximaal €60,- per jaar. De <vet>gemeente</vet> kan nadere regels stellen over de wijze waarop deze bijdrage wordt opgelegd.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>inwoner</vet> betaalt een bijdrage in de kosten van <vet>Wmo-hulp</vet> voor de Mantelzorgregeling, zolang de <vet>inwoner</vet> gebruik maakt van die <vet>hulp</vet>. De Mantelzorgregeling is een algemene <vet>voorziening</vet> die bedoeld is om <vet>mantelzorgers</vet> te ondersteunen. De <vet>inwoner</vet> betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van de periodieke bijdrage van de <vet>inwoner</vet> is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit <vet>Wmo</vet> 2015. </al></li><li nr="4."><al>Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige <vet>inwoner</vet>, dan betalen de onderhoudsplichtige <vet>ouders</vet> de bijdrage. Die verplichting geldt ook voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de ouder tegen wie een <vet>vaderschapsactie</vet> is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek); en voor </al></li><li nr="b."><al>degene die samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige <vet>inwoner</vet>, maar die niet zelf een ouder is. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> vraagt geen bijdrage voor: </al><lijst><li nr="a."><al>de onder lid 1 genoemde <vet>hulp-op-maat</vet> aan <vet>inwoner</vet>s die gehuwd zijn of een gezamenlijke huishouding voeren en waarvan één van de partners de <vet>Aow</vet><vet>-leeftijd</vet> nog niet heeft; </al></li><li nr="b."><al>een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik en het onderhoud daarvan; </al></li><li nr="c."><al>sport<vet>voorziening</vet><vet>en</vet>;</al></li><li nr="d."><al>ondersteuning bij verhuizing en inrichting van de nieuwe woonruimte. </al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>9</nr><titel>Afspraken tussen inwoner en gemeente </titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de <vet>gemeente</vet> en de <vet>inwoner</vet> met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de <vet>gemeente</vet> zich moet <vet>gedragen</vet> en wat er van de <vet>inwoner</vet> wordt verwacht. Als de <vet>inwoner</vet> rechten heeft, dan staan daar plichten tegenover. Houdt de <vet>inwoner</vet> daar onvoldoende rekening mee, dan kan de <vet>gemeente</vet> de <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet> beëindigen, terugvorderen of verlagen. Hieronder staan de hoofdregels die daarvoor gelden. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarden:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> en de <vet>inwoner</vet> zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemee</vet></cursief><vet><cursief>nte</cursief></vet><cursief> en de <vet>inwoner</vet> geven elkaar de informatie die nodig is.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> ziet de <vet>inwoner</vet> als volwaardig partner.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>9.1</nr><titel>Hoe gaan we met elkaar om?</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, Gemeentewet, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>9.1.1</nr><titel>De rol van de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> zoekt samen met de <vet>inwoner</vet> naar een oplossing voor zijn probleem. <vet>Gemeente</vet> en <vet>inwoner</vet> gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De <vet>gemeente</vet> zorgt voor het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor de <vet>inwoner</vet> is het duidelijk wie er namens de <vet>gemeente</vet> contact met hem onderhoudt. De <vet>gemeente</vet> houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk.</al></li><li nr="b."><al>De <vet>inwoner</vet> heeft, om zijn probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek met een <vet>medewerker</vet>.</al></li><li nr="c."><al>De <vet>gemeente</vet> helpt de <vet>inwoner</vet> om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van <vet>hulp</vet> bij dit probleem een taak is voor die organisatie. </al></li><li nr="d."><al>De websites van de <vet>gemeente</vet> voldoen aan erkende kwaliteitseisen.</al></li><li nr="e."><al>De <vet>gemeente</vet> streeft naar eenvoudige aanvraagformulieren. Daarmee kan de <vet>inwoner</vet> een <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet> aanvragen. Het is voor de <vet>inwoner</vet> duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn.</al></li><li nr="f."><al>De <vet>gemeente</vet> informeert de <vet>inwoner</vet> over procedures die worden gevolgd. De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. </al></li><li nr="g."><al>De <vet>gemeente</vet> respecteert zoveel mogelijk de privacy van de <vet>inwoner</vet>. De <vet>gemeente</vet> maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de <vet>gemeente</vet> aanwezig zijn. De <vet>gemeente</vet> vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de <vet>hulpvraag</vet>.</al></li><li nr="h."><al>De <vet>gemeente</vet> wijst de <vet>inwoner</vet> op cliëntondersteuning. Cliëntondersteuning kan meedenken met de <vet>inwoner</vet>, de <vet>hulpvraag</vet> van de <vet>inwoner</vet> verduidelijken en de wegwijzen in het sociale domein. Doel is dat de <vet>inwoner</vet> weer zelfstandig verder kan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> reageert op een professionele manier op ontoelaatbaar <vet>gedrag</vet> van de <vet>inwoner</vet>. De <vet>gemeente</vet> zorgt voor het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoner</vet> wordt op tijd geïnformeerd over:</al><lijst><li nr="•"><al>rechten en plichten;</al></li><li nr="•"><al>wat er van de <vet>inwoner</vet> wordt verwacht;</al></li><li nr="•"><al>welk gedrag niet deugt;</al></li><li nr="•"><al>wat de reactie van de <vet>gemeente</vet> is op gedrag dat niet deugt; en </al></li><li nr="•"><al>waarom de <vet>gemeente </vet>tegen het gedrag optreedt.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat de <vet>inwoner</vet> voldoende geïnformeerd blijft over deze punten.</al></li><li nr="b."><al>De <vet>gemeente</vet> geeft de <vet>inwoner</vet> de kans om zijn mening te geven vóórdat de <vet>gemeente</vet> beslist om op het gedrag van de <vet>inwoner</vet> te reageren door een maatregel te nemen.</al></li><li nr="c."><al>De reactie van de <vet>gemeente</vet> op ontoelaatbaar gedrag past bij: </al><lijst><li nr="•"><al>de ernst van het gedrag;</al></li><li nr="•"><al>de mate waarin dat de <vet>inwoner</vet> verweten kan worden; en </al></li><li nr="•"><al>de <vet>persoonlijke situatie</vet> van de <vet>inwoner</vet>.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>De <vet>gemeente</vet> stuurt de <vet>inwoner</vet> een brief met daarin duidelijk vermeld wat de <vet>gemeente</vet> gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de <vet>inwoner</vet> en wat de <vet>inwoner</vet> daartegen kan doen. De <vet>gemeente</vet> maakt de <vet>inwoner</vet> ook duidelijk op welke manier de <vet>inwoner</vet> het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de <vet>gemeente</vet> eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.1.2</nr><titel>De rol van de inwoner</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. De <vet>gemeente</vet> vult de mogelijkheden van de <vet>inwoner</vet> en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De <vet>inwoner</vet> zorgt voor het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoner</vet> gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen. </al></li><li nr="b."><al>Als de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp</vet> verleent werkt de <vet>inwoner</vet> mee aan de oplossing van zijn probleem. De <vet>inwoner</vet> doet wat nodig is om de <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> tot een minimum te beperken. </al></li><li nr="c."><al>De <vet>inwoner</vet> zorgt ervoor dat de <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> niet langer duurt dan nodig is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>inwoner</vet> denkt mee en heeft <vet>inspraak</vet> in de manier waarop zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoner</vet> informeert de <vet>gemeente</vet> zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de <vet>hulpvraag</vet>, de <vet>persoonlijke situatie</vet> en de rechten en plichten van de <vet>inwoner</vet>. Dit geldt ook als de <vet>hulp</vet> al is toegekend. </al></li><li nr="b."><al>De <vet>inwoner</vet> houdt zich aan termijnen die de <vet>gemeente</vet> heeft gesteld. De <vet>gemeente</vet> geeft duidelijk aan hoeveel tijd de <vet>inwoner</vet> krijgt om alle informatie aan te leveren.</al></li><li nr="c."><al>De <vet>inwoner</vet> brengt de <vet>gemeente</vet> zo snel mogelijk op de hoogte van veranderingen in zijn situatie, als die van belang kunnen zijn voor de <vet>gemeente</vet>.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>9.2</nr><titel>Het verlagen van een uitkering</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>9.2.1</nr><titel>Wanneer wordt de uitkering verlaagd? </titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt een <vet>uitkering</vet> als dat volgens de regels van de <vet>wet</vet> en deze <vet>verordening</vet> past bij de houding of het <vet>gedrag</vet> van de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Als de <vet>gemeente</vet> besluit om de <vet>uitkering</vet> te verlagen, houdt de <vet>gemeente</vet> rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de ernst van het <vet>gedrag dat tot het verlagen van de uitkering heeft geleid</vet>;</al></li><li nr="b."><al>de mate waarin de <vet>inwoner</vet> het gedrag verweten kan worden; en</al></li><li nr="c."><al>de <vet>persoonlijke situatie</vet> van de <vet>inwoner</vet>.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voordat een <vet>uitkering</vet> wordt verlaagd, geeft de <vet>gemeente</vet> de <vet>inwoner</vet> de kans om zijn mening te geven. De <vet>inwoner</vet> kan dat doen met een brief of in een persoonlijk gesprek. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.2</nr><titel>Geen verlaging</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>uitkering</vet> niet als:</al><lijst><li nr="a."><al>het <vet>gedrag</vet> de <vet>inwoner</vet> niet te verwijten is;</al></li><li nr="b."><al>er meer dan één jaar ligt tussen het gedrag van de <vet>inwoner</vet> en het moment waarop de <vet>gemeente</vet> dat gedrag heeft vastgesteld;</al></li><li nr="c."><al>de <vet>gemeente</vet> daarvoor dringende redenen ziet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.3</nr><titel>Het besluit om de uitkering te verlagen</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> stuurt de <vet>inwoner</vet> een brief als de <vet>uitkering</vet> wordt verlaagd. In die brief staat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>waarom de <vet>uitkering</vet> wordt verlaagd;</al></li><li nr="b."><al>hoe groot het bedrag van de verlaging is;</al></li><li nr="c."><al>wanneer de verlaging ingaat;</al></li><li nr="d."><al>hoe lang de verlaging duurt; en</al></li><li nr="e."><al>waarom de <vet>gemeente</vet> afwijkt van de hoofdregels, als dat het geval is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.4</nr><titel>Ingangsdatum en periode verlaging</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><al>De verlaging gaat in op de eerste dag van de kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging duurt één maand of langer. Als de <vet>uitkering</vet> tijdens die periode wordt beëindigd, dan kan de verlaging niet volledig worden uitgevoerd. De <vet>gemeente</vet> legt dan het overgebleven deel van de verlaging alsnog op, als de <vet>inwoner</vet> binnen twaalf maanden na de beëindiging opnieuw een <vet>uitkering</vet> gaat ontvangen.   </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.5</nr><titel>Berekening verlaging</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>uitkering</vet> wordt verlaagd met een percentage van de <vet>uitkeringsnorm</vet>. De <vet>uitkeringsnorm</vet> is de <vet>uitkering</vet> die de <vet>inwoner</vet> in zijn situatie maximaal kan krijgen. Krijgt de <vet>inwoner</vet> bijstand, dan gaat het om de <vet>bijstandsnorm</vet>. Krijgt de <vet>inwoner</vet> een <vet>IOAW</vet>- of <vet>IOAZ</vet>-<vet>uitkering</vet>, dan is het de grondslag uit de<vet> IOAW</vet> of <vet>IOAZ</vet>. Hieronder staat met welk percentage de <vet>uitkeringsnorm</vet> verlaagd wordt. </al></li><li nr="2."><al>De verlaging wordt berekend over de <vet>uitkeringsnorm</vet> die geldt in de maand(en), waarin de verlaging wordt toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.6</nr><titel>Niet nakomen wettelijke (geüniformeerde) arbeidsverplichtingen </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>bijstandsuitkering</vet> met een maand met 100% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als de <vet>inwoner</vet> een verplichting uit artikel 18, vierde lid, aanhef en onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h van de <vet>Participatiewet</vet> niet nakomt. Het gaat om bijzondere verplichtingen in verband met werk. De verlaging kan over 2 maanden worden uitgesmeerd. Dit doet de <vet>gemeente</vet> alleen als dit past bij bijzondere omstandigheden van de <vet>inwoner</vet>. De <vet>bijstandsuitkering</vet> wordt dan 2 maanden achter elkaar met 50% van de <vet>uitkeringsnorm</vet> verlaagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.7</nr><titel>Niet nakomen andere verplichtingen in verband met werk en tegenprestatie</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>bijstandsuitkering</vet> een maand met 50% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als de <vet>inwoner</vet>: </al><lijst><li nr="a."><al>jonger is dan 27 jaar en niet of niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van </al><lijst><li nr="•"><al>een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a <vet>Participatiewet</vet>, of</al></li><li nr="•"><al>een werkplan waarin de stappen <vet>richting</vet> werk worden vastgelegd;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>niet of niet voldoende meewerkt aan het afleggen van een taaltoets uit artikel 18b van de <vet>Participatiewet</vet>;</al></li><li nr="c."><al>niet of niet voldoende een opgedragen tegenprestatie uitvoert; of</al></li><li nr="d."><al>alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om dichter bij werk te komen; De <vet>gemeente</vet> heeft daarom de ontheffing van de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de <vet>Participatiewet</vet>, ingetrokken. </al></li><li nr="e."><al>Niet of niet voldoende de in artikel 56a, tweede lid, van de <vet>Participatiewet</vet> neergelegde verplichting nakomt. Het gaat hierbij om meewerken aan het betalen van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering, gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat. De <vet>gemeente</vet> verricht die betalingen uit de toegekende bijstand in naam van de <vet>inwoner</vet>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>bijstandsuitkering</vet> een maand met 100% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als de <vet>inwoner</vet> niet voldoende probeert werk te vinden.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>IOAW</vet>- of <vet>IOAZ</vet>-<vet>uitkering</vet> een maand met 50% van de <vet>uitkeringsnorm</vet> als de <vet>inwoner</vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>niet of niet voldoende gebruikmaakt van een aangeboden <vet>voorziening</vet>. Dit <vet>gedrag</vet> heeft er niet toe geleid dat de <vet>voorziening</vet> niet doorging of te vroeg moest worden beëindigd;</al></li><li nr="b."><al>niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken;</al></li><li nr="c."><al>niet of niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een werkplan waarin de stappen richting werk worden vastgelegd; </al></li><li nr="d."><al>door houding of gedrag moeilijker aan het werk komt;</al></li><li nr="e."><al>niet of niet voldoende een door de <vet>gemeente</vet> opgedragen tegenprestatie uitvoert; of</al></li><li nr="f."><al>alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om dichter bij werk te komen. De <vet>gemeente</vet> heeft daarom de ontheffing van de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de <vet>Participatiewet</vet>, ingetrokken. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>IOAW</vet>- of <vet>IOAZ</vet>-<vet>uitkering</vet> een maand met 100% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als de <vet>inwoner</vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldoende probeert werk te vinden;</al></li><li nr="b."><al>aangeboden werk niet accepteert;</al></li><li nr="c."><al>door eigen schuld ontslagen wordt of ontslag neemt; of</al></li><li nr="d."><al>niet of niet voldoende gebruikmaakt van een door de <vet>gemeente</vet> aangeboden <vet>voorziening</vet>, en dit gedrag er toe geleid heeft dat de <vet>voorziening</vet> niet doorging of te vroeg is beëindigd.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> kan besluiten de <vet>uitkering</vet> niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de <vet>inwoner</vet> zich niet aan de verplichtingen van dit artikel houdt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.8</nr><titel>Te weinig besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><al><vet>[PW, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>bijstandsuitkering</vet> van een <vet>inwoner</vet> die te weinig beseft dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen <vet>levensonderhoud</vet>. Door dat <vet>gedrag</vet> heeft de <vet>inwoner</vet> meer of langer <vet>uitkering</vet> nodig, dan als de <vet>inwoner</vet> zich verantwoordelijk had gedragen. De <vet>gemeente</vet> is daardoor benadeeld. De verlaging hangt af van het bedrag dat de <vet>gemeente</vet> meer heeft uitbetaald dan nodig was (benadelingsbedrag).</al></li><li nr="2."><al>De verlaging duurt één maand en is:</al><lijst><li nr="a."><al>10% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, bij een benadelingsbedrag tot € 1.000;</al></li><li nr="b."><al>20% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000;</al></li><li nr="c."><al>40% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000;</al></li><li nr="d."><al>100% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000;</al></li><li nr="e."><al>20% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.9</nr><titel>Ontoelaatbaar gedrag (zeer ernstige misdragingen)</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>uitkering</vet> van een <vet>inwoner</vet> die zich ontoelaatbaar gedraagt tegenover personen en instanties die de <vet>Participatiewet</vet>, de <vet>IOAW</vet> en <vet>IOAZ</vet> uitvoeren. De <vet>uitkering</vet> wordt één maand verlaagd met 50% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>.   </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.10</nr><titel>Niet nakomen van andere verplichtingen</titel></kop><al><vet>[PW, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> verlaagt de <vet>bijstandsuitkering</vet> een maand, als de <vet>inwoner</vet> een opgelegde verplichting uit artikel 55 of 57 van de <vet>Participatiewet</vet> niet of niet voldoende nakomt. Het gaat om een verplichting die hieronder wordt genoemd. De verlaging is:</al><lijst><li nr="a."><al>20% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op het krijgen van werk;</al></li><li nr="b."><al>20% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als het gaat om een verplichting in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>50% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als het gaat om een verplichting die is gericht op vermindering van de bijstand;</al></li><li nr="d."><al>100% van de <vet>uitkeringsnorm</vet>, als het gaat om een verplichting die is gericht op beëindiging van de bijstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> kan besluiten de <vet>bijstandsuitkering</vet> niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de <vet>inwoner</vet> de verplichting uit het eerste lid, onder a, niet nakomt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.11</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Gedrag</vet> waardoor de <vet>inwoner</vet> meerdere verplichtingen als bedoeld in deze paragraaf niet nakomt, leidt tot 1 verlaging. De <vet>uitkering</vet> wordt dan verlaagd met het hoogste percentage dat voor het niet nakomen van 1 van de verplichtingen geldt. </al></li><li nr="2."><al>Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd. De <vet>gemeente</vet> stelt de verlaging naar beneden bij, als de gedragingen nauw met elkaar samenhangen en de totale verlaging niet meer in verhouding staat tot de ernst van de gedragingen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.2.12</nr><titel>Herhaling (recidive)</titel></kop><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de <vet>inwoner</vet> binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit zich opnieuw zo gedraagt dat de <vet>uitkering</vet> wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld als de <vet>gemeente</vet> eerder alleen een waarschuwing heeft gegeven. Het moet dan gaan om een gedraging die kan leiden tot eenzelfde of grotere verlaging dan bij de eerdere gedraging. </al></li><li nr="2."><al>Een herhaalde verlaging op grond van artikel 9.2.6 kan maximaal drie maanden duren.</al></li><li nr="3."><al>Het bedrag van de verlaging wordt verdubbeld, als de <vet>uitkering</vet> van de <vet>inwoner</vet> is verlaagd vanwege ontoelaatbaar <vet>gedrag</vet> en de <vet>inwoner</vet> binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit zich opnieuw ontoelaatbaar gedraagt. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>9.3</nr><titel>Handhaving in de Wet Inburgering 2021</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>9.3.1</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De <vet>inburgeringsplichtige</vet> is verplicht om:</al><lijst><li nr="a."><al> na de oproep te verschijnen bij de <vet>brede intake</vet> en hieraan mee te werken; en</al></li><li nr="b."><al> de afspraken in het Plan inburgering en <vet>participatie</vet> (PIP)na te komen, waaronder deelname aan voortgangsgesprekken en aan activiteiten in het kader van de Module Arbeidsmarkt en <vet>Participatie </vet>(<vet>MAP</vet>) en het Participatieverklaringstraject (<vet>PVT</vet>).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel te nemen aan de taallessen en andere activiteiten van de gevolgde leerroute.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.3.2</nr><titel>Handhaving verplichtingen bij de brede intake</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Wanneer de <vet>inburgeringsplichtige</vet> na de eerste oproep voor de <vet>brede intake</vet> niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de <vet>gemeente</vet> een schriftelijke waarschuwing. De <vet>gemeente</vet> wijst daarbij op de gevolgen voor de <vet>inburgeringsplichtige</vet> als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de <vet>brede intake</vet>. De <vet>gemeente</vet> nodigt de <vet>inburgeringsplichtige</vet> opnieuw uit om te verschijnen binnen twee weken.</al></li><li nr="2."><al> Wanneer de <vet>inburgeringsplichtige</vet> na deze volgende oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt de <vet>gemeente</vet> de <vet>inburgeringsplichtige</vet> een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit inburgering 2021.</al></li><li nr="3."><al> Voordat de <vet>gemeente</vet> een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de <vet>inburgeringsplichtige</vet> niet komt of onvoldoende meewerkt. De <vet>inburgeringsplichtige</vet> krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de <vet>inburgeringsplichtige</vet> niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de <vet>gemeente</vet> hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen twee weken per brief, digitaal of in een gesprek duidelijk te maken.</al></li><li nr="4."><al> De <vet>gemeente</vet> legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat de <vet>inburgeringsplichtige</vet> niets te verwijten valt.</al></li><li nr="5."><al> De <vet>gemeente</vet> legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit inburgering 2021, als op basis van de reactie van de <vet>inburgeringsplichtige</vet> aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is. </al></li><li nr="6."><al> De <vet>inburgeringsplichtige</vet> is verantwoordelijk voor het aantonen van feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot een verlaging van de opgelegde boete. Als de <vet>gemeente</vet> op de hoogte is van bijzondere omstandigheden, wordt daarmee bij het opleggen van de boete rekening gehouden.</al></li><li nr="7."><al> In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt de <vet>gemeente</vet> de <vet>inburgeringsplichtige</vet> opnieuw uit om binnen twee weken alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de <vet>inburgeringsplichtige</vet> hieraan niet voldoet, legt de <vet>gemeente</vet> weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1.1 van het Besluit inburgering 2021.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.3.3</nr><titel>Handhaving tijdens het inburgeringstraject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De <vet>gemeente</vet> legt een boete op als de <vet>inburgeringsplichtige</vet> de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt. </al></li><li nr="2."><al> De <vet>gemeente</vet> legt de asielstatushouder een boete op als hij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute. </al></li><li nr="3."><al> Voordat de <vet>gemeente</vet> een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De <vet>inburgeringsplichtige</vet> krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de <vet>inburgeringsplichtige</vet> niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de <vet>gemeente</vet> hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen twee weken per brief of digitaal kenbaar te maken.</al></li><li nr="4."><al> Mede op basis van het gesprek met de <vet>inburgeringsplichtige</vet> dan wel zijn of haar schriftelijke zienswijze bepaalt de <vet>gemeente</vet> de mate van verwijtbaarheid. De <vet>gemeente</vet> beoordeelt of er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid en stemt de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit inburgering 2021.</al></li><li nr="5."><al> De <vet>gemeente</vet> legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat de <vet>inburgeringsplichtige</vet> niets te verwijten valt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.3.4</nr><titel>Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Houdt een <vet>inburgeringsplichtige</vet> met een <vet>bijstandsuitkering</vet> (<vet>Participatiewet</vet>) zich niet aan verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het bevorderen van <vet>participatie</vet> en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, dan vindt bij voorkeur verlaging van de <vet>uitkering</vet> plaats op grond van artikel 18 <vet>Participatiewet</vet> en de <vet>verordening</vet> zoals bedoeld in artikel 9.2.1. De <vet>gemeente</vet> legt voor hetzelfde gedrag dan geen <vet>bestuurlijke boete</vet> op grond van de <vet>Wet inburgering 2021</vet> op. </al></li><li nr="2."><al> Houdt een <vet>inburgeringsplichtige</vet> met een <vet>bijstandsuitkering</vet> zich niet aan verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, dan legt de <vet>gemeente</vet> bij voorkeur een boete op grond van de <vet>Wet inburgering</vet> <vet>2021</vet> op. De <vet>gemeente</vet> verlaagt in dat geval voor hetzelfde gedrag de <vet>bijstandsuitkering</vet> niet.</al></li><li nr="3."><al> Bij de keuze tussen i) handhaven op grond van de <vet>Participatiewet</vet> door een verlaging van de <vet>uitkering</vet> en ii) handhaven op grond van de <vet>Wet</vet> <vet>inburgering 2021</vet> via een boete, weegt de <vet>gemeente</vet> ook af wat het best bijdraagt aan het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.</al></li><li nr="4."><al> Wanneer gedrag leidt tot een overtreding van de <vet>Participatiewet</vet> en artikel 18 of 18 b van de <vet>Participatiewet</vet> laat de <vet>gemeente</vet> geen ruimte om af te zien van verlaging van de bijstand, dan legt de <vet>gemeente</vet> een maatregel op en geen boete op grond van de <vet>Wet</vet> <vet>inburgering 2021</vet>.</al></li><li nr="5."><al> In de brief (beschikking) aan de <vet>inburgeringsplichtige </vet>vermeldt de <vet>gemeente</vet> of er een boete op grond van de <vet>Wet</vet> <vet>inburgering 2021</vet> wordt opgelegd of dat de <vet>uitkering</vet> wordt verlaagd op grond van de <vet>Participatiewet</vet>. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.3.5</nr><titel>Verrekening boete met bijstandsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De <vet>gemeente</vet> kan de <vet>bestuurlijke boete</vet> die op grond van de <vet>Wet inburgering 2021</vet> aan de <vet>inburgeringsplichtige </vet>is opgelegd, verrekenen met de algemene <vet>bijstandsuitkering</vet>. Onder verrekenen wordt in dit artikel verstaan verrekenen zoals geregeld in artikel 4.93 van de <vet>Awb</vet>. De <vet>gemeente</vet> houdt hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5% van de <vet>bijstandsnorm</vet> die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>9.4</nr><titel>Terugvorderen uitkering</titel></kop><structuurtekst><al><vet> [PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> vordert gemeentelijke <vet>uitkeringen</vet> terug in de gevallen die in de <vet>wet</vet> zijn beschreven. De <vet>gemeente</vet> doet dat volgens de regels van de <vet>wet</vet> en de gemeentelijke ‘Beleidsregels Terugvordering en Verhaal <vet>Fijnder</vet>’. De geldende beleidsregels zijn te vinden op <extref doc="http://www.overheid.nl"><onderstreept>www.overheid.nl</onderstreept></extref>. De <vet>gemeente</vet> vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor de <vet>inwoner</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Bij de incasso zorgt de <vet>gemeente</vet> ervoor dat <vet>inwoner</vet>s een <vet>inkomen</vet> blijven houden dat past bij hun <vet>persoonlijke situatie</vet>. Dit <vet>inkomen</vet> is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. Dat is het bedrag dat de <vet>inwoner</vet> in ieder geval moet overhouden van zijn <vet>inkomen</vet>. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>9.5</nr><titel>Beëindigen en terugvorderen voorziening </titel></kop><artikel><kop><label/><nr>9.5.1</nr><titel>Beëindiging voorziening</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een <vet>voorziening</vet> geheel of gedeeltelijk beëindigen als dat in de <vet>wet</vet> of in deze <vet>verordening</vet> is aangegeven. De <vet>voorziening</vet> kan in ieder geval worden beëindigd, vanaf het moment dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>voorziening</vet> niet langer passend of nodig is;</al></li><li nr="b."><al>de <vet>inwoner</vet> zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de <vet>voorziening</vet> zijn verbonden;</al></li><li nr="c."><al>de <vet>gemeente</vet> niet langer kan beoordelen of de <vet>inwoner</vet> in aanmerking komt voor de <vet>voorziening</vet>, omdat de <vet>inwoner</vet> onvoldoende of onjuiste informatie geeft, of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de <vet>voorziening</vet>;</al></li><li nr="d."><al>de <vet>voorziening</vet> is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de <vet>inwoner</vet>;</al></li><li nr="e."><al>de <vet>voorziening</vet> voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; of</al></li><li nr="f."><al>het gemeentelijk beleid is gewijzigd, en de <vet>inwoner</vet> daarom niet meer in aanmerking komt voor een <vet>voorziening</vet>. De <vet>gemeente</vet> houdt dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>voorziening</vet> kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). De <vet>gemeente</vet> trekt dan het toekenningsbesluit in. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een besluit om een <vet>voorziening</vet> in <vet>pgb</vet> toe te kennen intrekken, als de <vet>inwoner</vet> het <vet>pgb</vet> niet binnen drie maanden na toekenning heeft gebruikt om de <vet>voorziening</vet> te betalen waarvoor het <vet>pgb</vet> is bestemd, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de <vet>gemeente</vet> een langere termijn heeft bepaald; of </al></li><li nr="b."><al>de <vet>inwoner</vet> niet te verwijten is dat hij het <vet>pgb</vet> niet binnen die termijn heeft gebruikt. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.5.2</nr><titel>Terugvordering en verrekening voorziening</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Wgs</vet><vet>, </vet><vet>Llv</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kan de <vet>voorziening</vet>, of de waarde daarvan, van de <vet>inwoner</vet> terugvorderen. Dat kan de <vet>gemeente</vet> doen vanaf het moment waarop is voldaan aan één van de intrekkingsgronden die genoemd worden in artikel 9.5.1. </al></li><li nr="2."><al>Een <vet>Wmo</vet>-<vet>voorziening</vet> kan alleen worden teruggevorderd als die <vet>voorziening</vet> is ingetrokken omdat de <vet>inwoner</vet> opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan de <vet>gemeente</vet> heeft verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> kan een vordering op de <vet>inwoner</vet> op grond van dit artikel, verrekenen met een vordering die de <vet>inwoner</vet> op de <vet>gemeente</vet> krijgt op grond van één van de <vet>wetten</vet> waarop deze <vet>verordening</vet> is gebaseerd. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>9.6</nr><titel>Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>9.6.1</nr><titel>Controle</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> controleert regelmatig of de <vet>inwoner</vet> die een <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet> van de <vet>gemeente</vet> ontvangt, recht heeft op een <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet>. De <vet>gemeente</vet> kan daarvoor gebruik maken van:</al><lijst><li nr="a."><al>huisbezoeken: <vet>medewerkers</vet> van de <vet>gemeente</vet> gaan langs bij de <vet>inwoner</vet> en kijken in en om de <vet>woning</vet>. De <vet>gemeente</vet> kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet. Het huisbezoek vindt alleen plaats met toestemming van, en samen met de <vet>inwoner</vet>;</al></li><li nr="b."><al>waarnemingen: <vet>medewerkers</vet> van de <vet>gemeente</vet> verzamelen gegevens over de <vet>inwoner</vet> zonder dat de <vet>inwoner</vet> hierover vooraf is geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek;</al></li><li nr="c."><al>bestandsvergelijkingen: de <vet>gemeente</vet> vergelijkt de gegevens van de <vet>inwoner</vet> met de gegevens die bekend zijn over deze <vet>inwoner</vet> bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten;</al></li><li nr="d."><al>signalen en tips van organisaties of particulieren;</al></li><li nr="e."><al>andere onderzoeksmethoden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het controleren van <vet>voorzieningen</vet> is ook bedoeld om de kwaliteit van de <vet>voorziening</vet> te beoordelen en om te kijken of de <vet>voorziening</vet> op de juiste manier wordt gebruikt.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> en het Dagelijks Bestuur van <vet>Fijnder</vet> houden zich aan de regels die horen bij het onderzoek naar rechtmatig gebruik van <vet>voorzieningen</vet> en <vet>uitkeringen</vet>.</al></li><li nr="4."><al>Bij beëindiging van de <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet> op verzoek van de <vet>inwoner</vet>, informeert de <vet>gemeente</vet> wat de reden is van de beëindiging. De <vet>gemeente</vet> gaat ook na of de <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet> tot de einddatum terecht is verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.6.2</nr><titel>Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> stelt alles in het werk om <vet>misbruik en oneigenlijk gebruik</vet> te voorkomen (preventie). Daarom informeert de <vet>gemeente</vet> <vet>inwoners</vet> op een duidelijke en volledige manier over de rechten en plichten. Ook informeert de <vet>gemeente</vet> <vet>inwoner</vet>s over de gevolgen van <vet>misbruik en oneigenlijk</vet> <vet>gebruik</vet> van <vet>uitkeringen</vet> en <vet>voorzieningen</vet>.</al><al> Bij het niet (behoorlijk) nakomen van de inlichtingenplicht kan de <vet>gemeente</vet> een waarschuwing geven of een boete opleggen. De <vet>gemeente</vet> heeft hiervoor ‘Beleidsregels <vet>bestuurlijke boete</vet> <vet>PW</vet>, <vet>IOAW</vet> en <vet>IOAZ</vet> <vet>Fijnder</vet> 1 juli 2024’ opgesteld. De geldende beleidsregels zijn te vinden op <extref doc="http://www.overheid.nl"><onderstreept>www.overheid.nl</onderstreept></extref>.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.6.3</nr><titel>Privacy bij controle op misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> werkt met een protocol voor het afleggen van een huisbezoek bij een <vet>inwoner</vet> die een <vet>uitkering</vet> ontvangt. Dit protocol moet ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van <vet>inwoner</vet>s plaatsvindt. De <vet>inwoner</vet> kan dit protocol inzien. </al></li><li nr="2."><al>Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de <vet>gemeente</vet> ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. De <vet>gemeente</vet> kiest de onderzoeksvorm die voor de <vet>inwoner</vet> het minst belastend is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.6.4</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, </vet><vet>Awb</vet><vet>]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> kan één of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de <vet>wetten</vet> zoals in deze <vet>verordening</vet> benoemd en de bijbehorende regels worden nageleefd. Voor <vet>Wmo-hulp</vet> geldt dat de <vet>gemeente</vet> verplicht is toezichthouders aan te wijzen. De <vet>gemeente</vet> wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van de <vet>Jeugdwet</vet>, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de <vet>wet.</vet></al></artikel><artikel><kop><label/><nr>9.6.5</nr><titel>Rechtmatigheid en doelmatigheid</titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> treft de nodige maatrelen om de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte <vet>hulp-op-maat</vet> en <vet>pgb</vet>’s te waarborgen en <vet>misbruik en oneigenlijk gebruik</vet> te voorkomen. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval:</al><lijst><li nr="1."><al><vet>De gemeente </vet>zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van <vet>misbruik en oneigenlijk gebruik</vet> op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen;</al></li><li nr="2."><al><vet>De gemeente</vet> verricht zo nodig, al dan niet met tussenkomst van derden, onderzoek bij <vet>aanbieders</vet> die een subsidie- of contractrelatie met de <vet>gemeente</vet> onderhouden;</al></li><li nr="3."><al><vet>De gemeente</vet> maakt afspraken met <vet>aanbieders</vet> van <vet>voorzieningen</vet> over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties;</al></li><li nr="4."><al><vet>De gemeente</vet> beperkt waar nodig de looptijd van de indicaties en voert periodiek controles uit bij indicaties;</al></li><li nr="5."><al><vet>De gemeente</vet> bezoekt <vet>inwoner</vet>s en locaties, waarbij door middel van een schouw een feitelijk onderzoek gedaan wordt naar de ervaringen met en de uitvoering van de geboden ondersteuning;</al></li><li nr="6."><al><vet>De gemeente </vet>voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een <vet>pgb</vet> op:</al><lijst><li nr="a."><al>de regiemogelijkheden van de <vet>inwoner</vet> of degene die de <vet>inwoner</vet> als <vet>vertegenwoordiger</vet> wenst in te schakelen;</al></li><li nr="b."><al>de kwaliteit van de invulling van het door de <vet>inwoner </vet>te overleggen <vet>pgb-plan</vet>, mede met het oog op de te bereiken resultaten;</al></li><li nr="c."><al>de kwaliteit van de door de <vet>inwoner</vet> in te schakelen hulpverlener.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al><vet>De gemeente </vet>monitort het gebruik van het <vet>pgb</vet> en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen;</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>10</nr><titel>Inwonerparticipatie</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>Het beleid dat de <vet>gemeente</vet> maakt en uitvoert is bedoeld voor de <vet>inwoners</vet>. Met de ervaringen van de <vet>inwoner</vet>s kan de <vet>gemeente</vet> haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe <vet>inwoner</vet>s hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er adviesraden zijn en staat de taak van deze raden beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier <vet>inwoner</vet>s met leveranciers, zoals <vet>zorgaanbieders</vet>, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor <vet>inwoner</vet>s met een <vet>beperking</vet>. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, geldt voor dit hoofdstuk de volgende <vet>kernwaarde:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> biedt de <vet>inwoner</vet> verschillende vormen van </cursief><vet><cursief>inspraak.</cursief></vet></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>10.1</nr><titel>Inspraak van inwoners</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> kiest ervoor om <vet>inwoners</vet> <vet>inspraak</vet> te geven in de onderwerpen die in deze <vet>verordening</vet> worden geregeld. De regels van de Inspraak<vet>verordening</vet><vet>gemeente</vet> Berkelland zijn daarop van toepassing en worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. <vet>Inwoner</vet>s kunnen <vet>inspraak</vet> hebben bij:</al><lijst><li nr="a."><al>plannen voor beleid en regels;</al></li><li nr="b."><al>de manier waarop de <vet>gemeente</vet> beleid en regels uitvoert;</al></li><li nr="c."><al>de manier waarop <vet>medewerkers </vet>van de <vet>gemeente</vet> omgaan met <vet>inwoner</vet>s (bejegening);</al></li><li nr="d."><al>de manier waarop <vet>aanbieders</vet> van <vet>hulp</vet> hun taken uitvoeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet>Inspraak</vet> houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>gemeente</vet> kan <vet>inwoner</vet>s op verschillende manieren <vet>inspraak</vet> geven:</al><lijst><li nr="a."><al>via de cliëntenraad <vet>Participatiewet</vet>;</al></li><li nr="b."><al>via de Welzijnsraad;</al></li><li nr="c."><al>via de <vet>Jongerenraad</vet>;</al></li><li nr="d."><al>via <vet>inwoner</vet>s , bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten;</al></li><li nr="e."><al>door samen met <vet>inwoner</vet>s een plan te ontwerpen; of</al></li><li nr="f."><al>op andere geschikte manieren.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kiest die vorm van <vet>inspraak</vet> die past bij het onderwerp en bij de groep waar het om gaat. </al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>10.2</nr><titel>Hulp van de gemeente bij inspraak</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt voor goede <vet>inspraak</vet> en doet dat op de volgende manier: </al><lijst><li nr="a."><al>De <vet>inwoners</vet> krijgen voldoende tijd om invloed te kunnen hebben op plannen van de <vet>gemeente</vet> over beleid, regels of de uitvoering daarvan. </al></li><li nr="b."><al>De <vet>inwoner</vet>s worden deskundig ondersteund, zodat de <vet>inspraak</vet> volwaardig is.</al></li><li nr="c."><al>De <vet>inwoner</vet>s kunnen inbreng hebben in het overleg met de <vet>gemeente</vet> over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan.</al></li><li nr="d."><al>De <vet>inwoner</vet>s krijgen op tijd voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>10.3</nr><titel>Cliëntenraad Participatiewet</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[PW, IOAW, IOAZ]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> zet zich ervoor in dat er een cliëntenraad <vet>Participatiewet</vet> is die betrokken wordt bij de uitvoering van de <vet>Participatiewet</vet>, de <vet>IOAW</vet> en de <vet>IOAZ</vet>. De cliëntenraad vormt een afspiegeling van de <vet>inwoners</vet> die <vet>Fijnder</vet> ondersteunt. Het doel van de cliëntenraad is het geven van advies over beleid van de <vet>gemeente</vet> bij de uitvoering van de genoemde <vet>wetten</vet>. </al></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>10.3.1</nr><titel>Samenstelling en werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De cliëntenraad bestaat uit minimaal vijf en maximaal elf personen.</al></li><li nr="2."><al>De cliëntenraad komt minimaal vier keer per jaar bij elkaar.</al></li><li nr="3."><al>De leden worden benoemd door het dagelijks bestuur voor vier jaar. Leden kunnen maximaal twee keer worden herbenoemd. Er is een onafhankelijk voorzitter.</al></li><li nr="4."><al><vet>Inwoners</vet> kunnen een vergadering van de cliëntenraad bijwonen, behalve als er een zwaarwegend belang is om dit niet te doen. <vet>Inwoner</vet>s kunnen bij de cliëntenraad onderwerpen voor de agenda aanmelden. De cliëntenraad informeert <vet>inwoner</vet>s waar en wanneer de vergaderingen zijn en hoe zij onderwerpen kunnen aanmelden. </al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt voor goede ondersteuning van de cliëntenraad, bijvoorbeeld door</al><lijst><li nr="a."><al>de inzet van een <vet>medewerker</vet> van <vet>Fijnder</vet> als secretaris. De secretaris zorgt voor de administratieve en organisatorische ondersteuning van de cliëntenraad; </al></li><li nr="b."><al>geschikte vergaderruimte; </al></li><li nr="c."><al>voldoende informatie over plannen voor nieuw beleid;</al></li><li nr="d."><al>voldoende tijd om advies over nieuw beleid te kunnen geven. De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat een plan voor nieuw beleid bij de cliëntenraad ligt, uiterlijk zes weken voordat het dagelijks bestuur van <vet>Fijnder</vet> een besluit wil nemen of een advies daarover wil geven aan de gemeenteraad of het algemeen bestuur van <vet>Fijnder</vet>;</al></li><li nr="e."><al><vet>medewerkers</vet> van de <vet>gemeente</vet> of <vet>Fijnder</vet> een toelichting te laten geven over plannen voor nieuw beleid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>10.3.2</nr><titel>Taken en bevoegdheden </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De cliëntenraad geeft gevraagd en ongevraagd advies over plannen voor nieuw beleid van burgemeester en wethouders of van de gemeenteraad. De cliëntenraad kan ook advies geven over het geldende beleid. </al></li><li nr="2."><al>Het advies over plannen voor nieuw beleid wordt uitgebracht, uiterlijk tien dagen voordat het dagelijks bestuur van <vet>Fijnder</vet> het beleid wil vaststellen of een advies daarover wil doorsturen naar de gemeenteraad.</al></li><li nr="3."><al>De cliëntenraad houdt zich niet bezig met individuele klachten en bezwaarschriften of met andere zaken over een bepaalde <vet>inwoner</vet>. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>10.3.3</nr><titel>Budget, verslag, vergoeding en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur van <vet>Fijnder</vet> stelt elk jaar een budget vast voor de kosten van de cliëntenraad, op basis van een onderbouwde begroting van de cliëntenraad. De cliëntenraad moet de begroting uiterlijk in januari van het jaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar aanleveren. </al></li><li nr="2."><al>De cliëntenraad brengt jaarlijks voor één april aan het dagelijks bestuur verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het afgelopen jaar en van de besteding van het budget over dat jaar. </al></li><li nr="3."><al>De leden van de cliëntenraad ontvangen een onkosten<vet>vergoeding</vet> per bijgewoonde openbare vergadering van de cliëntenraad, een werkgroep of van een commissie uit de cliëntenraad.</al></li><li nr="4."><al>De leden van de cliëntenraad ontvangen een <vet>vergoeding</vet> voor de reiskosten die worden gemaakt om deel te nemen aan deze vergaderingen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>10.4</nr><titel>Welzijnsraad </titel></kop><structuurtekst><al>De <vet>gemeente</vet> heeft een Welzijnsraad. De Welzijnsraad heeft als taak om de <vet>gemeente</vet> gevraagd en ongevraagd te adviseren over de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk beleid binnen het sociaal domein. In de Regeling Welzijnsraad <vet>gemeente</vet> Berkelland 2022 staan de regels die gelden voor het functioneren van de Welzijnsraad. </al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label/><nr>10.5</nr><titel>Jongerenraad </titel></kop><al>De <vet>gemeente</vet> heeft een Welzijnsraad. De Welzijnsraad heeft als taak om de <vet>gemeente</vet> gevraagd en ongevraagd te adviseren over de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk beleid binnen het sociaal domein. In de Regeling Welzijnsraad <vet>gemeente</vet> Berkelland 2022 staan de regels die gelden voor het functioneren van de Welzijnsraad. </al><al/></artikel><artikel><kop><label/><nr>10.6</nr><titel>Inspraak bij aanbieders</titel></kop><al><vet> [Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>]</vet></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Aanbieders</vet> zijn verplicht om <vet>inwoners</vet> die gebruik maken van hun diensten of producten, <vet>inspraak</vet> te geven en daarover regels te maken. Dat kan bijvoorbeeld door middel van een cliëntenraad of andere vormen van <vet>inspraak</vet>. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> ziet erop toe dat de <vet>aanbieder</vet> van <vet>Wmo-hulp</vet> de regels over <vet>inspraak</vet> naleeft. De <vet>gemeente</vet> overlegt regelmatig met deze <vet>aanbieders</vet> over de dienstverlening en onderzoekt jaarlijks hoe tevreden <vet>inwoner</vet>s met de <vet>aanbieder</vet> zijn. Voor <vet>jeugdhulp</vet> is het toezicht geregeld in de <vet>Jeugdwet. </vet>De Inspectie voor de Volksgezondheid ziet erop toe dat de <vet>aanbieder</vet> van <vet>jeugdhulp</vet> de regels uit de <vet>Jeugdwet</vet> naleeft.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>11</nr><titel>Aanmerkingen op de uitvoering </titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>De <vet>gemeente</vet> probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat <vet>inwoner</vet>s het niet eens zijn met de aanpak van de <vet>gemeente</vet>. Wanneer een <vet>inwoner</vet> niet tevreden is, vindt de <vet>gemeente</vet> dit een belangrijk signaal. De <vet>gemeente</vet> wil dan graag de feedback met de <vet>inwoner</vet> bespreken en nagaan of er een oplossing is. Als dit niet mogelijk is, bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. Bij problemen met <vet>jeugdhulp</vet>, kan de <vet>inwoner</vet> een vertrouwenspersoon spreken. Dit hoofdstuk sluit aan bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarden:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> gaat respectvol om met de mening van de <vet>inwoner</vet>.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> is betrokken en gaat oplossingsgericht te werk.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>gemeente</vet> heeft de procedure om een klacht in te dienen duidelijk omschreven.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>11.1</nr><titel>Doelen klacht- en bezwaarprocedure</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[</vet><vet>Awb</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> ziet een klacht of bezwaar als:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanleiding om een besluit te heroverwegen;</al></li><li nr="b."><al>een mogelijkheid om de dienstverlening aan <vet>inwoner</vet>s te verbeteren;</al></li><li nr="c."><al>een aanleiding om een vertrouwensbreuk te herstellen; en</al></li><li nr="d."><al>een aanzet om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te herstellen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>inwoner</vet> die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. </al></li><li nr="3."><al>De <vet>inwoner</vet> kan feedback op de uitvoering van wettelijke taken door de <vet>gemeente</vet> uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure.</al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld.</al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> zet zich ervoor in dat de <vet>inwoner</vet> die een klacht of bezwaar heeft ingediend, zich gehoord voelt.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>11.2</nr><titel>Klachtenprocedure</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[</vet><vet>Awb</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><al>De <vet>inwoner</vet> kan een klacht indienen over het <vet>gedrag</vet> van bestuursorganen en <vet>medewerkers</vet> van de <vet>gemeente</vet> bij de uitvoering van hun taak. In de <vet>Awb</vet> en de Klachtenregeling <vet>gemeente</vet> Berkelland staan de regels die gelden voor het indienen en behandelen van klachten. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>11.3</nr><titel>Klachten over andere personen of organisaties</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[</vet><vet>Awb</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De <vet>inwoner</vet> met een klacht over het <vet>gedrag</vet> van een <vet>medewerker</vet> van een organisatie die namens de <vet>gemeente</vet> <vet>hulp</vet> verleent, kan die klacht indienen bij die organisatie. De organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de <vet>gemeente</vet> hebben gedeeld. Is de <vet>inwoner</vet> niet tevreden over de behandeling van de klacht, dan kan de <vet>inwoner</vet> zijn klacht alsnog indienen bij de <vet>gemeente</vet>. </al></li><li nr="2."><al>Als de <vet>inwoner</vet> niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de gecontracteerde persoon of organisatie is afgehandeld, verwijst de <vet>aanbieder</vet> de <vet>inwoner</vet> door naar de <vet>gemeente</vet>. De <vet>inwoner</vet> kan dan een klacht indienen bij de <vet>gemeente</vet>.</al></li><li nr="3."><al>De <vet>inwoner</vet> die geraakt is door geweld of ander strafbaar <vet>gedrag</vet> van personen of van een organisatie die die <vet>hulp</vet> verlenen op grond van een besluit van de <vet>gemeente</vet>, kan dit melden bij de <vet>gemeente</vet>. De <vet>gemeente</vet> bepaalt hoe die <vet>melding</vet> wordt behandeld.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>11.4</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[Jeugdwet]</vet></al><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat de <vet>inwoner</vet> die <vet>jeugdhulp</vet> krijgt, een onafhankelijke vertrouwenspersoon kan spreken. De vertrouwenspersoon kan de <vet>inwoner</vet> ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de <vet>jeugdhulp</vet>. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>11.5</nr><titel>Bezwaar</titel></kop><structuurtekst><al><vet>[</vet><vet>Awb</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als de <vet>gemeente</vet> een besluit neemt, informeert de <vet>gemeente</vet> de <vet>inwoner</vet> over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. </al></li><li nr="2."><al>De <vet>inwoner</vet> die het niet eens is met een besluit kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de <vet>Awb </vet>en de <vet>verordening</vet> commissie bezwaarschriften. Als het gaat om besluiten die door of namens het dagelijks bestuur van <vet>Fijnder</vet> zijn genomen, dan zijn de regels van de Procedureregeling commissie bezwaarschriften <vet>Fijnder</vet> 2023 van toepassing. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>12</nr><titel>Kwaliteit, inkoop en aanbesteding</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>De diensten en producten die de <vet>gemeente</vet> en <vet>aanbieders</vet> leveren, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoeften van de <vet>inwoner</vet>. Producten moeten veilig, degelijk en goed bruikbaar zijn voor de <vet>inwoner</vet>. De <vet>gemeente</vet> moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende<vet> kernwaarden:</vet></al></entry></row><row><entry><lijst><li nr="✤"><al><cursief>Diensten en producten van de <vet>gemeente</vet> zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de <vet>inwoner</vet>.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De <vet>aanbieder</vet> van diensten en producten is klantgericht.</cursief></al></li><li nr="✤"><al><cursief>De diensten en producten zijn gericht op het versterken van de <vet>zelfredzaamheid</vet> van de <vet>inwoner</vet>.</cursief></al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><vet>[Jeugdwet, </vet><vet>Wmo</vet><vet>, Gemeentewet]</vet></al></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>12.1</nr><titel>Kwaliteit</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Alle diensten en producten die de <vet>gemeente</vet> in het kader van deze <vet>verordening</vet> aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn zodat het gewenste <vet>effect</vet> voor de <vet>inwoner</vet> wordt bereikt.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een <vet>aanbieder</vet>; of</al></li><li nr="b."><al>een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een overeenkomst met een <vet>aanbieder.</vet> </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De diensten en producten:</al><lijst><li nr="a."><al>passen bij de behoefte van de <vet>inwoner</vet>;</al></li><li nr="b."><al>zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de <vet>inwoner</vet>;</al></li><li nr="c."><al>voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard;</al></li><li nr="d."><al>worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de <vet>inwoner</vet> worden geleverd;</al></li><li nr="e."><al>worden geleverd volgens een bepaalde structuur, die op tijd aan de<vet> inwoner</vet> wordt meegedeeld.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> kan aanvullende kwaliteitseisen en andere voorschriften vaststellen en controleert of <vet>aanbieders</vet> zich aan deze eisen houden. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>12.2</nr><titel>Inkoop en aanbesteding</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt er voor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze <vet>verordening</vet> gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding toetst de <vet>gemeente</vet> of <vet>aanbieders</vet> rekening houden met de voorwaarden uit artikel 12.1, het derde lid.</al></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> houdt bij het vaststellen van prijzen rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het soort dienst of product; </al></li><li nr="b."><al>het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van <vet>werknemers</vet>;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor werkoverleg, bijscholing, ziekte en verlof van <vet>werknemers</vet>;</al></li><li nr="e."><al>reis- en opleidingskosten van <vet>werknemers</vet>;</al></li><li nr="f."><al>het jaarlijks aanpassen van de reële prijs in verband met wijziging van de kosten;</al></li><li nr="g."><al>andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor <vet>aanbieders</vet>, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij inkoop en aanbesteding verwacht de <vet>gemeente</vet> van <vet>aanbieders</vet> dat zij:</al><lijst><li nr="a."><al>diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en </al></li><li nr="b."><al>zich houden aan de regels van het arbeidsrecht als zij <vet>werknemers</vet> hebben</al></li></lijst></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>12.3</nr><titel>Kwaliteitseisen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al><vet>Aanbieders</vet> zorgen voor een goede kwaliteit van <vet>voorzieningen</vet>, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van <vet>voorzieningen</vet> op de <vet>persoonlijke situatie</vet> van de <vet>inwoner</vet>;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van <vet>voorzieningen</vet> op andere vormen van zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van <vet>voorzieningen</vet> handelen in overeenstemming met de professionele standaard;</al></li><li nr="d."><al>een integraal <vet>zorgplan</vet> per <vet>inwoner</vet>; en rapportages over resultaten;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De <vet>gemeente</vet> kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van <vet>voorzieningen</vet>, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet de <vet>gemeente</vet> toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de <vet>aanbieders</vet>, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de <vet>inwoner</vet> ter plaatse controleren van de geleverde <vet>voorzieningen</vet>.</al></li><li nr="4."><al>De <vet>gemeente</vet> zorgt ervoor dat als een <vet>aanbieder</vet> gebruik maakt van een onderaannemer, deze er als <vet>hoofdaanbieder</vet> verantwoordelijk voor is dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die de <vet>gemeente</vet> aan de ondersteuning stelt.</al></li><li nr="5."><al>De <vet>gemeente</vet> draagt er zorg voor dat de <vet>aanbieder</vet> er zorg voor draagt dat de door hem ingeschakelde <vet>medewerkers</vet> en vrijwilligers voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen.</al></li><li nr="6."><al>De <vet>gemeente</vet> onderzoekt periodiek en steekproefsgewijs de kwaliteit van de door de <vet>aanbieder</vet> geboden ondersteuning.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>13 </nr><titel>Begrippenlijst</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>In deze <vet>verordening</vet> worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de <vet>wetten</vet> waarop deze <vet>verordening</vet> is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? </al><lijst><li nr="•"><al>Soms worden bepaalde begrippen in meerdere <vet>wetten</vet> gebruikt en hebben ze in die <vet>wetten</vet> een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze <vet>verordening</vet> is. </al></li><li nr="•"><al>Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze <vet>verordening</vet> een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde <vet>wetten</vet>, omdat we zoveel mogelijk aansluiten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.</al></li><li nr="•"><al>Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze <vet>verordening</vet> wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.</al></li><li nr="•"><al>Ten slotte worden in deze <vet>verordening</vet> ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de <vet>wetten</vet>. Ook die zijn hier omschreven. </al></li></lijst><al><vet>Aanbieder: </vet>de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de <vet>gemeente</vet>.</al><al/><al><vet>Aangepast vervoer</vet><vet>: </vet>vervoer met een besloten (<vet>school</vet>)bus, taxi, treintaxi of bustaxi, niet zijnde <vet>openbaar</vet><vet> vervoer</vet>.</al><al/><al><vet>Aanvraag</vet><vet>: </vet>een verzoek van een <vet>inwoner</vet> om een besluit te nemen.</al><al/><al><vet>Algemeen gebruikelijke voorziening: </vet>een <vet>voorziening</vet> die</al><lijst><li nr="•"><al>niet specifiek bedoeld is voor personen met een <vet>beperking</vet>;</al></li><li nr="•"><al>daadwerkelijk beschikbaar is;</al></li><li nr="•"><al>een passende bijdrage levert aan het realiseren van <vet>zelfredzaamheid</vet> of <vet>participatie</vet>; en</al></li><li nr="•"><al>financieel kan worden gedragen met een <vet>inkomen</vet> op minimumniveau. Volgens de Centrale raad van Beroep is hiervan sprake wanneer een <vet>voorziening</vet> naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen gangbaar is te achten voor de gehele bevolking.</al></li></lijst><al><vet>Andere voorziening</vet>: een <vet>voorziening</vet> waarop de <vet>inwoner</vet> een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan <vet>hulp-op-maat</vet>. Het gaat om <vet>voorzieningen</vet> die buiten de regeling liggen van de aangevraagde <vet>voorziening</vet> of om <vet>voorzieningen</vet> die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de <vet>inwoner</vet>. Dat kan bijvoorbeeld een andere <vet>uitkering</vet> zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of <vet>voorliggende</vet> <vet>voorziening</vet>, of <vet>voorliggende</vet> <vet>voorzieningen</vet> op grond van andere regelingen, zoals alimentatie en toeslagen. </al><al/><al><vet>Anw-uitkering</vet><vet>:</vet> een maandelijkse <vet>uitkering</vet> op grond van de <vet>Algemene nabestaandenwet</vet>.</al><al/><al><vet>Aow-leeftijd: </vet>leeftijd waarop een <vet>uitkering</vet> (pensioen) op grond van de <vet>Algemene</vet> <vet>ouderdomswet</vet> ingaat.</al><al/><al><vet>Arbeidsverplichting</vet>: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de <vet>Participatiewet</vet>, artikel 37 van de <vet>IOAW</vet> en artikel 37 van de <vet>IOAZ</vet>.</al><al/><al><vet>Asielmigrant: </vet>Deze <vet>inwoner</vet> is als vluchteling in Nederland gekomen en heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze <vet>inwoner</vet> is verplicht om inburgering te volgen.</al><al/><al><vet>Awb: </vet>Algemene wet bestuursrecht </al><al/><al><vet>Basisonderwijs</vet><vet>: </vet>onderwijs op een <vet>basisschool</vet> of speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet> als bedoeld in de <vet>Wet</vet><vet>op het primair onderwijs</vet>.</al><al/><al><vet>Basisschool</vet><vet>: basisschool</vet> als bedoeld in de <vet>Wet op het primair onderwijs</vet>.</al><al/><al><vet>Beperking: </vet>de vermindering van mogelijkheden door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap. Dat heeft tot gevolg gehad dat er een belemmering is ontstaan in het sociaal-maatschappelijk functioneren of het gebruik van de elementaire woonfuncties, of, als het om vervoer naar <vet>school</vet> gaat, het vervoer naar <vet>school</vet>.</al><al/><al><vet>Bestuurlijke boete</vet>: een boete, vanwege het niet (behoorlijk) nakomen van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17, eerste lid, van de <vet>Participatiewet</vet>, artikel 13, eerste lid, van de <vet>IOAW</vet>, artikel 13, eerste lid, van de <vet>IOAZ</vet>, of artikel 30c van de <vet>Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en</vet> <vet>inkomen</vet>.</al><al/><al><vet>BIG</vet><vet>:</vet> Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. De Wet <vet>BIG</vet> geeft regels voor beroepen in de gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Op grond van de <vet>Wet</vet> <vet>BIG</vet> zijn bepaalde zorgverleners verplicht zich in te schrijven in het <vet>BIG</vet>-register. </al><al/><al><vet>Brede intake:</vet> voor de Wet inburgering wordt er een <vet>brede intake</vet> afgenomen. De <vet>brede intake</vet> is een onderzoek naar de mogelijkheden die de <vet>inburgeringsplichtige</vet> heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen. De <vet>brede intake</vet> bestaat in ieder geval uit een leerbaarheidstoets, een onderzoek over het onderwijs dat is gevolgd en de werkervaring uit het land van herkomst. Daarnaast bestaat de <vet>brede intake</vet> uit een verkenning naar de persoonlijke omstandigheden. En tot slot een verkenning van de mogelijkheden om het <vet>kind</vet> van de <vet>inburgeringsplichtige</vet> deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie.</al><al/><al><vet>Burger Portaal:</vet> is een digitale toegang tot uw gegevens. In Mijn <vet>Burger Portaal</vet> kan de <vet>inwoner</vet> zelf zien wat er met zijn/haar <vet>aanvraag</vet> om <vet>hulp</vet> of ondersteuning gebeurt. Inloggen gaat via DigiD.</al><al/><al><vet>Bijstandsnorm</vet><vet>: </vet>de maximale hoogte van de <vet>bijstandsuitkering</vet>, bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de <vet>Participatiewet</vet>. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de <vet>inwoner</vet>.</al><al/><al><vet>Bijstandsuitkering</vet>: de algemene bijstand voor <vet>levensonderhoud</vet>, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de <vet>Participatiewet</vet>. Gaat het om een <vet>jongere</vet> van 18 tot 21 jaar, dan wordt met <vet>bijstandsuitkering</vet> bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de <vet>Participatiewet</vet>.</al><al/><al><vet>Collectief taxivervoer</vet><vet>:</vet> vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).</al><al/><al><vet>Dichtstbijzijnde school: school</vet> die het dichtst bij de <vet>woning</vet> of <vet>opstapplaats</vet> van het <vet>kind</vet> ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het <vet>kind</vet> veilig kan reizen. Als het <vet>kind</vet> naar een speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet> gaat, dan is de <vet>dichtstbijzijnde</vet><vet>school</vet> de <vet>school</vet> in het <vet>samenwerkingsverband</vet> waarop het <vet>kind</vet> eerst zat, of een andere speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet> binnen dit <vet>samenwerkingsverband</vet>, als het vervoer naar die <vet>school</vet> voor de <vet>gemeente</vet> goedkoper is.</al><al/><al><vet>DUO:</vet> Dienst Uitvoering Onderwijs.</al><al/><al><vet>Effect</vet>: het resultaat. </al><al/><al><vet>Eigen kracht: </vet>Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.</al><al/><al><vet>Eigen vervoermiddel</vet><vet>: </vet>een vervoermiddel dat de <vet>inwoner</vet> zelf bezit of dat hij kan gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel zoals een deel-, leen- of lease-auto.</al><al/><al><vet>Fijnder: </vet>Werkleerbedrijf Oost-Achterhoek</al><al/><al><vet>Financiële buffer</vet>: het vermogen boven de vermogensgrens uit artikel 34, lid 3 van de <vet>Participatiewet</vet>, dat past bij de leefsituatie. Vermogen is de waarde van geld en bezittingen. </al><al/><al><vet>Gebruikelijke hulp:</vet> de <vet>hulp</vet> die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, <vet>ouders</vet>, inwonende <vet>kinderen</vet> of andere huisgenoten. Voor de <vet>Jeugdwet</vet> worden met <vet>ouders</vet> ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. </al><al/><al><vet>Gedrag(en)</vet><vet>: </vet>het geheel van acties en reacties van een persoon.</al><al/><al><vet>Gemeente</vet>: het college van burgemeester en wethouders van de <vet>gemeente</vet> Berkelland.</al><al/><al><vet>Geüniformeerde arbeidsverplichtingen:</vet> de verplichtingen die een <vet>inwoner</vet> met een <vet>bijstandsuitkering</vet> heeft om werk te zoeken en te aanvaarden, of om mee te werken aan activiteiten om aan het werk te komen, zoals het volgen van een opleiding. Deze verplichtingen staan concreet opgesomd in artikel 18, vierde lid, van de <vet>Participatiewet</vet>.</al><al/><al><vet>Gezinsmigranten en overige migranten:</vet> Deze <vet>inwoners</vet> zijn als migranten naar Nederland gekomen omdat zij een Nederlandse partner hebben of omdat zij <vet>ouders</vet> of <vet>kinderen</vet> in Nederland hebben wonen. Zij zijn inburgeringsplichtig en hebben een reguliere verblijfsvergunning in Nederland voor bepaalde tijd.</al><al/><al><vet>Hulp</vet>: </al><lijst><li nr="•"><al>ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de <vet>Participatiewet</vet>, artikel 36 van de <vet>IOAW</vet> en artikel 36 van de <vet>IOAZ</vet>;</al></li><li nr="•"><al>bijstand als bedoeld in artikel 7 <vet>Participatiewet</vet>;</al></li><li nr="•"><al>een <vet>uitkering</vet> als bedoeld in artikel 5 <vet>IOAW</vet> en artikel 5 <vet>IOAZ</vet>;</al></li><li nr="•"><al>inkomensondersteuning op grond van de artikelen 108, eerste lid, en 147, eerste lid, <vet>Gemeentewet</vet>;</al></li><li nr="•"><al>maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de <vet>Wmo</vet>;</al></li><li nr="•"><al><vet>jeugdhulp</vet> als bedoeld in artikel 1.1 van de <vet>Jeugdwet</vet>;</al></li><li nr="•"><al>schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de <vet>Wgs</vet>; of </al></li><li nr="•"><al>een vervoers<vet>voorziening</vet> als bedoeld in hoofdstuk 6 (vervoer naar <vet>school</vet>).</al></li></lijst><al><vet>Hulp in natura:</vet> <vet>hulp</vet> of zorg die de <vet>gemeente</vet> voor de <vet>inwoner</vet> inzet en betaalt</al><al/><al><vet>Hulp-op-maat</vet>: een op de <vet>inwoner</vet> afgestemde <vet>voorziening</vet>:</al><lijst><li nr="•"><al>Als het gaat om een <vet>voorziening</vet> in het kader van de <vet>Wmo</vet>: een maatwerk<vet>voorziening</vet> (in natura of als <vet>pgb</vet>).</al></li><li nr="•"><al>Als het gaat om een <vet>voorziening</vet> in het kader van de <vet>Participatiewet</vet>: een <vet>voorziening</vet> bij de arbeidsinschakeling die speciaal op de <vet>inwoner</vet> is afgestemd of bijzondere bijstand. </al></li><li nr="•"><al>Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de <vet>Wet gemeentelijke schuldhulpverlening</vet>: op de <vet>inwoner</vet> afgestemde <vet>hulp</vet> bij het aflossen van schulden. </al></li><li nr="•"><al>Als het gaat om een <vet>voorziening</vet> in het kader van de <vet>Jeugdwet</vet>: een <vet>voorziening</vet> die op een <vet>jongere</vet> of zijn <vet>ouders</vet> is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de <vet>Jeugdwet</vet>.</al></li></lijst><al><vet>Hulpvraag</vet>: het probleem dat de <vet>inwoner</vet> wil oplossen.</al><al/><al><vet>Inburgeringsplichtige:</vet> de inburgeringsplicht is bedoeld voor <vet>inwoners</vet> die vreemdeling zijn in Nederland en op basis van artikel 8, onderdelen a en c, van de <vet>Vreemdelingenwet</vet> een rechtmatig verblijf in Nederland hebben. Zij zijn ouder dan 18 jaar, maar hebben de pensioenleeftijd nog niet bereikt.</al><al/><al><vet>Inkomen</vet>: het <vet>inkomen</vet>, uit artikel 32, lid 1 van de <vet>Participatiewet</vet>. Gaat het om vervoer naar <vet>school</vet> (hoofdstuk 6) dan wordt onder <vet>inkomen</vet> verstaan: inkomensgegevens als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de <vet>Algemene wet inzake rijksbelastingen</vet>. Het <vet>inkomen</vet> wordt dan gemeten over het <vet>peiljaar</vet> (artikel 4, zevende lid, van de <vet>Wet op het primair onderwijs</vet>).</al><al/><al><vet>Inspraak</vet>: <vet>inspraak</vet> als bedoeld in artikel 150 van de <vet>Gemeentewet</vet>. Met <vet>inspraak</vet> wordt in artikel 10.1 van deze <vet>verordening</vet> ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen.</al><al/><al><vet>Instelling: </vet>een organisatie die bedrijfsmatig zorg of <vet>hulp</vet> verleent. </al><al/><al><vet>Interne werkbegeleiding</vet>: dagelijkse werkbegeleiding bij de <vet>werkgever</vet> door een <vet>medewerker</vet> in dienst van de <vet>werkgever</vet>.</al><al/><al><vet>Inwoner</vet>: de persoon die zijn/haar woonplaats heeft binnen de <vet>gemeente</vet> volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om:</al><lijst><li nr="•"><al><vet>Wmo</vet>-<vet>hulp</vet>, dan betreft het de ingezetene van de <vet>gemeente</vet> als bedoeld in artikel 1.2.1 <vet>Wmo</vet> en de ingezetene van Nederland die zich bij de <vet>gemeente</vet> meldt voor maatschappelijke opvang of <vet>hulp</vet> bij het (zelfstandig) wonen;</al></li><li nr="•"><al><vet>Jeugdhulp</vet>, dan betreft het de jeugdige die zijn woonplaats in de <vet>gemeente</vet> heeft op grond van artikel 1.1 <vet>Jeugdwet</vet>; </al></li><li nr="•"><al>Schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de <vet>gemeente</vet> als ingezetene is ingeschreven. </al></li></lijst><al>Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder <vet>inwoner</vet> ook verstaan: de persoon die <vet>hulp</vet> van de <vet>gemeente</vet> heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor <vet>hulp</vet> door de <vet>gemeente</vet>.</al><al/><al><vet>IOAW</vet>: <vet>Wet inkomensvoorziening</vet> oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze <vet>werknemers</vet>.</al><al/><al><vet>IOAZ</vet>: <vet>Wet</vet> <vet>inkomensvoorziening</vet> oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al><al/><al><vet>Jeugdhulp</vet><vet>:</vet> <vet>hulp</vet> als bedoeld in artikel 1.1 van de <vet>Jeugdwet</vet>.</al><al/><al><vet>Jobcoaching:</vet> door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan <vet>inwoners</vet> met een arbeidsbeperking, gericht op het vinden en behouden van werk.</al><al/><al><vet>Jongere(n)</vet>: Als het gaat om de <vet>Jeugdwet</vet>: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de <vet>Jeugdwet</vet>. Als het om werk en <vet>inkomen</vet> gaat: personen die jonger zijn dan 27 jaar. </al><al/><al><vet>Kind(eren):</vet> de minderjarige(n) (0-18 jaar).</al><al/><al><vet>Jongerenwerk: </vet>activiteiten die bij JiB worden georganiseerd. Jib is de plek en het netwerk van <vet>jongeren</vet> voor <vet>jongeren</vet> waar inspirerende en nuttige activiteiten worden georganiseerd. De jongerenwerkers helpen bij het proces van zelforganisatie door <vet>jongeren</vet>, <vet>ouders</vet>, vrijwilligers, maatschappelijke partners en ondernemers. De jongerenwerkers werken nauw samen met politie, BOA’s, scholen, Voormekaarteams en hulpverleners. </al><al/><al><vet>Levensonderhoud</vet>: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.</al><al/><al><vet>Llv:</vet> de <vet>wetten</vet> die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden, dat wil zeggen de <vet>Wet op het primair</vet> <vet>onderwijs</vet>, de <vet>Wet voortgezet</vet> <vet>onderwijs</vet> <vet>2020</vet> en de <vet>Wet op de expertisecentra</vet>.</al><al/><al><vet>Mantelzorg: </vet>langdurige, vrijwillige en onbetaalde zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, <vet>kind</vet> of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal acht uur per week en langer dan drie maanden.</al><al/><al><vet>MAP: </vet>de Module Arbeidsmarkt en <vet>Participatie</vet>, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de <vet>Wet inburgering</vet> <vet>2021.</vet></al><al/><al><vet>Medewerker</vet>: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. </al><al/><al><vet>Melding:</vet> het kenbaar maken van een <vet>hulpvraag</vet> aan de <vet>gemeente</vet>.</al><al/><al><vet>Misbruik en oneigenlijk gebruik: </vet>het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een <vet>uitkering</vet> of een <vet>voorziening</vet> is, en om de duur en hoogte van die <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet> vast te stellen. Hierdoor wordt een <vet>uitkering</vet> of <vet>voorziening</vet> helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.</al><al/><al><vet>Normale dagelijkse activiteiten:</vet> noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de <vet>Wmo</vet>.</al><al/><al><vet>Ondersteuningsplan:</vet> Een plan dat de opdrachtgever samen met de <vet>inwoner</vet> opstelt, waarin de resultaten worden beschreven ) die bijdragen aan het realiseren van de beoogde <vet>effecten</vet> voor de cliënt.</al><al/><al><vet>Openbaar vervoer (OV):</vet> openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Daaronder valt ook een buurtbus. </al><al/><al><vet>Opstapplaats</vet>: plaats die is aangewezen door de <vet>gemeente</vet>, vanaf waar het <vet>kind</vet> (de leerling) gebruik kan maken van het vervoer naar <vet>school</vet>.</al><al/><al><vet>Ouders:</vet> <vet>ouders</vet>, voogden of verzorgers van de <vet>jongere</vet>.</al><al/><al><vet>Participatie: </vet>deelnemen aan het maatschappelijke verkeer als bedoeld in artikel 1.1.1 van de <vet>Wmo</vet>.</al><al/><al><vet>Peiljaar</vet><vet>: </vet>het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het <vet>school</vet>jaar begint, waarvoor een vervoers<vet>voorziening</vet> voor leerlingenvervoer wordt aangevraagd. </al><al/><al><vet>Persoonlijk plan</vet>: een plan van aanpak dat de <vet>inwoner</vet> opstelt, waarin de knelpunten staan die de <vet>inwoner</vet> ervaart en de gewenste <vet>hulp</vet> wordt geïnventariseerd. Gaat het om <vet>jeugdhulp</vet>, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.</al><al/><al><vet>Persoonlijk plan Inburgering en Participatie:</vet> het <vet>Persoonlijk</vet> <vet>plan</vet> <vet>Inburgering</vet><vet>en</vet> <vet>Participatie</vet> (PIP) wordt opgesteld op basis van de <vet>brede intake</vet>. Hierin staat welke leerroute de <vet>inburgeringsplichtige</vet> gaat volgen. Welke begeleiding en ondersteuning hij daarbij gaat krijgen. De intensiteit van het participatieverklaringstraject en de <vet>MAP</vet> wordt in het PIP beschreven. Wanneer de <vet>inwoner</vet> een <vet>kind</vet> heeft dat nog niet naar de <vet>basisschool</vet> gaat worden er afspraken gemaakt over deelname aan de voorschoolse educatie.</al><al/><al><vet>Persoonlijke situatie</vet>: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de <vet>inwoner</vet> die van belang zijn.</al><al/><al><vet>Pgb:</vet> persoonsgebonden budget dat de <vet>gemeente</vet> beschikbaar stelt, hiermee kan de <vet>inwoner</vet> zelf zijn ondersteuning of <vet>voorziening</vet> regelen en betalen.</al><al/><al><vet>Pgb-plan:</vet> een plan van aanpak dat de <vet>inwoner</vet> opstelt over de <vet>hulp</vet> die hij nodig heeft en die hij met het <vet>pgb</vet> wil inkopen. In het plan geeft de <vet>inwoner</vet> onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke <vet>hulp</vet> gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die <vet>hulp</vet> gewaarborgd worden.</al><al/><al><vet>Positieve gezondheid:</vet> het vermogen om je aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven.</al><al/><al><vet>Praktijkroute: </vet>het proces om de <vet>inwoner</vet> toegang tot het doelgroepregister te laten verkrijgen. Dit gebeurt door het vaststellen van de loonwaarde op de werkplek.</al><al/><al><vet>PVT:</vet> het <vet>Participatie</vet>verklaringstraject, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de <vet>Wet inburgering 2021</vet>.</al><al/><al><vet>PW:</vet> <vet>Participatiewet.</vet></al><al/><al><vet>Reistijd:</vet> de tijd tussen het moment van het verlaten van de <vet>woning</vet> en de starttijd van de <vet>school</vet> volgens de <vet>school</vet>gids. Van deze <vet>reistijd</vet> mag maximaal 10 minuten worden afgetrokken als het <vet>kind</vet> gewoonlijk iets voor de start van de <vet>school</vet> aankomt op <vet>school</vet>. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de <vet>school</vet>dag volgens de <vet>school</vet>gids en de aankomst bij de <vet>woning</vet> van het <vet>kind</vet>. Hierbij kan maximaal 10 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor <vet>openbaar</vet> <vet>vervoer</vet> of <vet>aangepast</vet><vet>vervoer</vet>.</al><al/><al><vet>Richting</vet>: godsdienstige of levensbeschouwelijke visie.</al><al/><al><vet>Samenwerkingsverband:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>voor het primair onderwijs: <vet>samenwerkingsverband</vet> als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de <vet>Wet op het primair onderwijs</vet>; of</al></li><li nr="2."><al>voor het <vet>voortgezet</vet> <vet>onderwijs</vet>: <vet>samenwerkingsverband</vet> als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de <vet>Wet op het</vet> <vet>voortgezet</vet> <vet>onderwijs.</vet></al></li></lijst><al><vet>Samenwonenden</vet>: degenen die een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de <vet>Participatiewet.</vet></al><al/><al><vet>School: basisschool</vet>, speciale <vet>school</vet> voor <vet>basisonderwijs</vet>, of <vet>school</vet> waar speciaal of <vet>voortgezet</vet><vet>onderwijs</vet> wordt gegeven. </al><al/><al><vet>SKJ: </vet>Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Dat is het beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland. </al><al/><al><vet>Sociaal netwerk</vet>: huisgenoten of andere personen met wie de <vet>inwoner</vet> een sociale relatie onderhoudt. </al><al/><al><vet>Sociale basis:</vet> de <vet>sociale</vet> <vet>basis</vet> (voorheen: voorliggend veld, inclusief algemene <vet>voorzieningen</vet>) bestaat uit drie onderling nauw verbonden pijlers: de <vet>inwoners</vet> zelf, hun netwerken en de meer formele, georganiseerde <vet>sociale</vet> <vet>basisvoorzieningen</vet>. De <vet>sociale basis</vet> heeft een belangrijke preventieve functie, verkleint de behoefte aan zwaardere (zorg)<vet>voorzieningen</vet> en raakt aan alle aspecten van het dagelijks leven. Zoals ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. Alles bij elkaar vormt de <vet>sociale basis</vet> een vangnet voor <vet>hulp</vet> en steun. De <vet>sociale basis</vet> is zichtbaar en laagdrempelig, iedereen kan er gebruik van maken.</al><al/><al><vet>Speciaal onderwijs: </vet>onderwijs als bedoeld in de <vet>Wet op de expertisecentra</vet>.</al><al/><al><vet>Uitkering(en)</vet>: de <vet>bijstandsuitkering</vet>, de <vet>IOAW</vet>- of de <vet>IOAZ</vet>-<vet>uitkering</vet>.</al><al/><al><vet>Uitkeringsnorm</vet>: de maximale hoogte van een <vet>uitkering</vet>; dit is de <vet>bijstandsnorm</vet> uit de <vet>Participatiewet</vet> of de grondslag bedoeld in de <vet>IOAW</vet> of <vet>IOAZ.</vet> Gaat het om een <vet>jongere</vet> van 18 tot 21 jaar, dan wordt met <vet>uitkeringsnorm</vet> bedoeld: de <vet>bijstandsnorm</vet> plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de <vet>Participatiewet.</vet></al><al/><al><vet>Vaderschapsactie: </vet>een procedure die de biologische moeder van een <vet>kind</vet> instelt tegen een (vermoedelijke) vader, als een <vet>kind</vet> buiten een huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt geboren, en de biologische vader het <vet>kind</vet> niet heeft erkend. Deze procedure dient om alimentatie van de vader te kunnen ontvangen en schept geen familierechtelijke band tussen de vader en het <vet>kind</vet>.</al><al/><al><vet>Vavo-onderwijs: </vet>voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.</al><al/><al><vet>Vergoeding(en): vergoeding</vet> van kosten<vet>. I</vet>n het kader van hoofdstuk 6 (vervoer naar <vet>school</vet>): de gehele of gedeeltelijke bekostiging van reiskosten, bedoeld in artikel 4 <vet>Wet op het primair onderwijs</vet>, artikel 8.28 <vet>Wet</vet><vet>voortgezet</vet><vet>onderwijs</vet> 2020 en artikel 4 van de <vet>Wet op de expertisecentra</vet>.</al><al/><al><vet>Verordening:</vet> bundeling van regels die door de gemeenteraad van Berkelland zijn vastgesteld.</al><al/><al><vet>Vertegenwoordiger:</vet> iedereen die omdat hij benoemd is vanuit de <vet>wet</vet> bevoegd is of door de <vet>inwoner</vet> is aangewezen om de belangen van die <vet>inwoner</vet> te behartigen.</al><al/><al><vet>Voorliggende voorziening: </vet>een <vet>voorziening</vet> op grond van een andere regeling of van een andere organisatie. Gaat het om bijstand, dan wordt ermee bedoeld een <vet>voorziening</vet> als bedoeld in artikel 5 onderdeel e van de <vet>Participatiewet</vet>.</al><al/><al><vet>Voortgezet onderwijs: </vet>onderwijs als bedoeld in de <vet>Wet</vet><vet>voortgezet</vet> <vet>onderwijs</vet> 2020.</al><al/><al><vet>Voorziening(en)</vet>: <vet>hulp</vet> in de vorm van een dienst, activiteit, product, <vet>pgb</vet>, geldbedrag, of een combinatie daarvan. </al><al/><al><vet>Werkgever: </vet>degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een <vet>werknemer</vet> gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie. Voor de <vet>Wsw</vet>-doelgroep kan de inlener gezien worden als <vet>werkgever</vet>.</al><al/><al><vet>Werknemer: </vet>persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de <vet>werkgever</vet> of waar de <vet>werkgever</vet> van plan is om een dienstverband aan te bieden. </al><al/><al><vet>Wet</vet>: de <vet>Participatiewet</vet>, de <vet>IOAW</vet>, de <vet>IOAZ</vet>, de <vet>Wet gemeentelijke schuldhulpverlening</vet>, de <vet>Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</vet>, de <vet>Jeugdwet</vet>, de <vet>Algemene wet bestuursrecht</vet>, de <vet>Gemeentewet,</vet> de <vet>Wet kinderopvang</vet>, de <vet>Wet sociale werkvoorziening</vet>, de <vet>Wet op het primair onderwijs</vet>, de <vet>Wet op het</vet> <vet>voortgezet</vet> <vet>onderwijs</vet> of de <vet>Wet op de expertisecentra</vet>.</al><al/><al><vet>Wettelijk minimumloon</vet><vet>:</vet> het <vet>wettelijk</vet> <vet>minimumloon</vet>, bedoeld in de <vet>Wet Minimumloon en</vet> <vet>minimumvakantiebijslag</vet>. Voor personen jonger dan 21 jaar: het leeftijdsgebonden minimumloon op grond van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag. </al><al/><al><vet>Wgs</vet><vet>:</vet> <vet>Wet gemeentelijke schuldhulpverlening</vet>.</al><al/><al><vet>Wib</vet>: <vet>Wet inburgering 2021</vet>.</al><al/><al><vet>Wlz-instelling:</vet> een <vet>instelling</vet> die zorg verleent op grond van de <vet>Wet langdurige zorg</vet> (Wlz). </al><al/><al><vet>Wmo</vet>: <vet>Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</vet>.</al><al/><al><vet>Wmo-hulp</vet><vet>:</vet> de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de <vet>Wmo</vet>.</al><al/><al><vet>Woning: </vet>de woonruimte waar de <vet>inwoner</vet> zijn hoofdverblijf heeft. Gaat het om vervoer naar <vet>school</vet> (hoofdstuk 6), dan is de <vet>woning</vet> de plaats waar het <vet>kind</vet> structureel (over een langere periode) en feitelijk verblijft.</al><al/><al><vet>Wsw: Wet sociale werkvoorziening</vet>.</al><al/><al><vet>Wvggz:</vet> <vet>Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg</vet>.</al><al/><al><vet>Zelfredzaamheid</vet><vet>: </vet>in staat zijn tot het uitvoeren van de <vet>normale</vet> <vet>dagelijkse</vet> <vet>activiteiten</vet> en het voeren van een gestructureerd huishouden, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de <vet>Wmo</vet>.</al><al/><al><vet>Zorgplan:</vet> een plan dat de <vet>zorgaanbieder</vet> samen met de <vet>inwoner</vet> opstelt over de invulling en inzet van de zorg en/of ondersteuning (het ‘HOE’) en de wijze waarop deze bijdraagt aan de realisatie van de door de Voormekaar opgestelde resultaten en <vet>effecten</vet>. Het hulpverleningsplan en het (wettelijk verplichte) behandelplan kunnen hiervan onderdeel zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>14</nr><titel>Van oud naar nieuw</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke <vet>verordening</vet>en vervangen worden door deze <vet>verordening</vet> en wanneer deze <vet>verordening</vet> ingaat. In dit hoofdstuk staat ook dat de <vet>gemeente</vet> uitvoeringsregels kan vaststellen, en dat de <vet>gemeente</vet> van deze <vet>verordening</vet> kan afwijken als dit nodig is. </al><al/><al><vet>[Gemeentewet]</vet></al></artikel><paragraaf><kop><label/><nr>14.1</nr><titel>Uitvoeringsregels</titel></kop><structuurtekst><al>De <vet>gemeente</vet> kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze <vet>verordening</vet> zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de <vet>gemeente</vet> met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de <vet>verordening</vet> verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de <vet>wet</vet>.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>14.2</nr><titel>Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)</titel></kop><structuurtekst><al>De <vet>gemeente</vet> kan afwijken van een bepaling uit deze <vet>verordening</vet>. Dit kan als toepassing van die bepaling volgens de <vet>gemeente</vet> een onredelijke uitkomst heeft voor de <vet>inwoner</vet> of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>14.3</nr><titel>Intrekken oude verordeningen</titel></kop><structuurtekst><al>De verordening Sociaal Domein Berkelland 2025, vastgesteld door de gemeenteraad op 4 maart 2025, wordt ingetrokken. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>14.4</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een periodieke <vet>voorziening</vet> of <vet>uitkering</vet> die is verstrekt over een periode die doorloopt na 1 januari 2026 blijft onder dezelfde voorwaarden doorlopen, totdat de <vet>gemeente</vet> een nieuw besluit over die <vet>voorziening</vet> of <vet>uitkering</vet> heeft genomen. </al></li><li nr="2."><al>Op een <vet>aanvraag</vet> die de <vet>inwoner</vet> heeft ingediend voor 1 januari 2026 maar waar op voor 1 januari 2026 nog niet is beslist, behandelt de <vet>gemeente</vet> deze aanvraag volgens de ingetrokken <vet>verordening</vet>. Maar als een besluit volgens deze nieuwe <vet>verordening</vet> gunstiger uitpakt voor de <vet>inwoner</vet>, past de <vet>gemeente</vet> deze <vet>verordening</vet> toe.</al></li><li nr="3."><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de bij 14.3 genoemde ingetrokken <vet>verordening</vet>, past de <vet>gemeente</vet> die ingetrokken <vet>verordening</vet> toe.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>14.5</nr><titel>Ingangsdatum en naam </titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze <vet>verordening</vet> wordt genoemd: <vet>Verordening</vet> Sociaal Domein Berkelland 2026.</al></li><li nr="2."><al>Deze <vet>verordening</vet> treedt in werking op 1 januari 2026. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Berkelland in zijn openbare vergadering gehouden op 9 december 2025,</functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>de griffier,</functie><functie>drs. J.A. Satijn</functie><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>de voorzitter, </functie><functie>drs. J.H.A. van Oostrum</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>