<lvbbu:Consolidaties schemaversie="1.2.0" xmlns:lvbbu="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <lvbbu:Consolidatie>
    <consolidatie:ConsolidatieIdentificatie xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR749831</consolidatie:FRBRWork>
      <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_006</consolidatie:soortWork>
      <consolidatie:isConsolidatieVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/gm0590/2025/Warmteprogramma</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_019</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isConsolidatieVan>
    </consolidatie:ConsolidatieIdentificatie>
    <consolidatie:Toestanden xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:bekendOp>2025-12-12</consolidatie:bekendOp>
      <consolidatie:ontvangenOp>2025-12-12</consolidatie:ontvangenOp>
      <consolidatie:BekendeToestand>
	<consolidatie:FRBRExpression>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR749831/nld@2025-12-15</consolidatie:FRBRExpression>
	<consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/gm0590/2025/WarmteprogrammaDEFPROD</consolidatie:doel>
	</consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	<consolidatie:geldigheid>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-12-15</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-12-15</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	</consolidatie:geldigheid>
	<consolidatie:instrumentVersie>/akn/nl/act/gm0590/2025/Warmteprogramma/nld@2025-12-12</consolidatie:instrumentVersie>
      </consolidatie:BekendeToestand>
    </consolidatie:Toestanden>
    <lvbbu:RegelingVersie schemaversie="1.2.0">
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/gm0590/2025/Warmteprogramma</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/gm0590/2025/Warmteprogramma/nld@2025-12-12</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_019</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingVersieMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:versienummer>1</data:versienummer>
      </data:RegelingVersieMetadata>
      <tekst:RegelingVrijetekst xmlns:tekst="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	<tekst:RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <tekst:Al>Warmteprogramma Papendrecht</tekst:Al>
	</tekst:RegelingOpschrift>
	<tekst:Lichaam eId="body" wId="body">
	  <tekst:Divisie eId="div_1" wId="gm0590_1-0__div_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Voorwoord</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_1__content_1" wId="gm0590_1-0__div_1__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Beste inwoners van Papendrecht,</tekst:Al>
		<tekst:Al>In 2050 moeten alle gebouwen in Nederland op een duurzame manier worden verwarmd. Dat is belangrijk om minder CO2 uit te stoten en ons land klaar te maken voor de toekomst. Ook in Papendrecht gaan we stap voor stap onze huizen en overige gebouwen op een duurzame manier verwarmen. Hoe we dat gaan doen, leggen we elke vijf jaar vast in een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">Warmteprogramma</tekst:IntRef>. Dat zijn we ook verplicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">Warmteprogramma</tekst:IntRef> staat in welke buurten we de komende tien jaar willen beginnen met een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Dat zijn: de Erasmusbuurt, Den Briel, Centrum, Kraaihoek-Zuid en de Schrijversbuurt. In elke <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> maken we een plan op maat. Dat doen we samen met u. En we starten pas als het kan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de andere buurten of wijken geven we, als we dat nu al weten, aan welke warmteoplossing we daar na 2035 verwachten. Wat de best passende oplossing ook wordt: isoleren blijft altijd belangrijk! Veel mensen zijn daar gelukkig al mee begonnen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor een groot deel van Papendrecht is een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> waarschijnlijk de beste oplossing. Dat is goed nieuws. Het is duurzaam, betrouwbaar en uiteindelijk de meest betaalbare keuze. Via leidingen onder de grond komt er warmte in huis, afkomstig van een duurzame warmtebron: een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">geothermie</tekst:IntRef> centrale in Sliedrecht. Uw huis wordt dan warm zonder aardgas. De aanpassingen in huis zijn vaak beperkt, alleen koken wordt dan wel elektrisch.</tekst:Al>
		<tekst:Al>We zijn al goed onderweg. Woonkracht10 en HVC hebben in de afgelopen jaren al meerdere huurwoningen aangesloten op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Misschien heeft u de werkzaamheden in de Constantijn Huijgenslaan wel gezien. Dat was soms even spannend voor de bewoners, maar leverde uiteindelijk veel positieve reacties op. We willen deze stap ook mogelijk maken voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE&#x2019;s) in onze gemeente. Met dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> geven we meer duidelijkheid over de plannen in uw <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> en of we voor of na 2035 aan de slag gaan, zodat u zich goed kunt voorbereiden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>We kunnen dit niet alleen. In de beginfase is steun van de landelijke overheid hard nodig, duidelijke regels en voldoende subsidies zijn essentieel. Daar blijven we als gemeente bij het Rijk op aandringen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Tot slot: we kijken verder dan alleen techniek. Als we in een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> aan de slag gaan, zoeken we ook naar kansen om de leefbaarheid en openbare ruimte te verbeteren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">Warmteprogramma</tekst:IntRef> zetten we een belangrijke stap richting een duurzame toekomst. Dat doen we samen met u en voor u.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Arno Janssen, wethouder Duurzaamheid</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_2" wId="gm0590_1-0__div_2">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Samenvatting</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_2__content_1" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Alle gemeenten in Nederland moeten uiterlijk in 2026 een zogenoemd <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> opstellen. Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is een programma onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">Omgevingswet</tekst:IntRef>. Dit programma beschrijft hoe wij als gemeente Papendrecht onze buurten en wijken de komende 10 jaar gaan verduurzamen en op termijn van het aardgas af willen halen. De warmteprogramma&#x2019;s stellen we samen met andere Drechtstedengemeenten op: Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht en Zwijndrecht. We werken hierbij nauw samen met de woningcorporaties, warmtebedrijf HVC, netbeheerder Stedin en in Dordrecht ook met de energieco&#246;peratie Drechtse Stromen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Wat is het warmteprogramma?</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is de opvolger van de Transitievisie Warmte uit 2021. In dit nieuwe programma staat:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_2__content_1__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>Wat we als gemeente willen bereiken;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>Welke buurten we als eerste aanpakken;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al>Wat de mogelijkheden zijn voor andere buurten;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_1__item_d" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_1__item_d">
		    <tekst:Al>Wat inwoners, ondernemers en organisaties kunnen verwachten;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_1__item_e" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_1__item_e">
		    <tekst:Al>En hoe we verder werken aan de overstap naar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> geeft een duidelijke koers en vormt de basis voor de uitvoeringsplannen per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>. Die plannen werken we later verder uit. Elke vijf jaar bekijken we of het programma nog actueel is, en passen we het aan als dat nodig is.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Terugblik 2021-2025</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>De afgelopen jaren is vooral veel aandacht geweest voor isolatie van woningen. Dat blijft ook de komende jaren belangrijk. Tot nu toe zijn er nog maar weinig particuliere woningen aangesloten op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Dat blijft een uitdaging onder andere omdat landelijke regels en financi&#235;le steun nog onvoldoende zijn geregeld. Daarover lees je meer in paragraaf 2.4 van het volledige rapport. Daarnaast is het belangrijk dat inwoners goed worden ge&#239;nformeerd en dat ze weten wat ze kunnen doen. Omdat er veel factoren zijn die van invloed zijn op de plannen, moeten we soms bijsturen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er zijn ook al belangrijke stappen gezet:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_2__content_1__list_o_2" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_2__item_a" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_2__item_a">
		    <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> in Oostpolder is begin 2024 overgenomen van Eneco door HVC.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_2__item_b" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_2__item_b">
		    <tekst:Al>In het centrum zijn nieuwe warmtenetten aangelegd, waarmee flats van Woonkracht10 (WK10) zijn aangesloten. WK10 is hiermee de startmotor van de uitbreiding van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> als duurzame warmtebron.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_2__item_c" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_2__item_c">
		    <tekst:Al>In 2024 zijn de flats aan de Constantijn Huijgenslaan aangesloten op een tijdelijk <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_2__content_1__list_o_2__item_d" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__list_o_2__item_d">
		    <tekst:Al>In 2025 volgde het complex aan de Markt en de nieuwbouwwijk Kraaihoek-Zuid.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Deze projecten zijn uitgevoerd in samenwerking met HVC, WK10 en de gemeente Papendrecht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder zijn er gesprekken over de aanleg van een backbone voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> vanuit Sliedrecht door Papendrecht en de oversteek naar Zwijndrecht of Hendrik Ido Ambacht, onder de naam Grand Design Drechtsteden. Doel is: een groot <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> in de Drechtsteden met duurzame bronnen en met overal dezelfde warmteprijs. We zijn er trots op hoe wij hierin met alle partijen goed samenwerken en elkaar blijven ondersteunen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Waar gaan we naartoe?</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Samen met de andere deelnemende Drechtstedengemeenten en de betrokken samenwerkingspartners hebben we afspraken gemaakt voor dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef>. Belangrijk uitgangspunt is dat de overstap naar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> voor iedereen haalbaar en betaalbaar moet zijn. Dat is nu nog niet overal het geval omdat niet alle randvoorwaarden op orde zijn. We pakken de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> stap voor stap aan en gaan aan de slag waar dit kan. Daar waar de overstap naar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> nog niet haalbaar en betaalbaar is, gaan we op zoek naar tussenstappen. Een belangrijke eerste stap is het toepassen van isolatie en andere vormen van energiebesparing.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Warmte perspectiefkaart</tekst:u>: wat is waar mogelijk?</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op basis van de bovengenoemde uitgangspunten, afwegingscriteria en lokale context hebben we voor elke <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> in kaart gebracht wat op dit moment de beste warmte-oplossing is en op welk moment we daarmee aan de slag kunnen. We hebben hierbij gekeken naar de laagste nationale kosten volgens de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving 2025, duurzame warmtebronnen in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>, wat het betekent voor de openbare ruimte, mogelijkheden om werkzaamheden te combineren en hoe duurzaam de oplossing is. Soms wijkt ons oordeel af van het beeld in de Startanalyse omdat wij als gemeente de lokale situatie beter kennen.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur eId="div_2__content_1__img_o_1" wId="gm0590_1-0__div_2__content_1__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Warmteperspectiefkaart Papendrecht</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="00_warmteperspectiefkaart_samenvatting.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="2806" hoogte="1984" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>Sommige opties zijn vervallen, zoals het gebruik van klimaatneutraal gas als eindoplossing (dat is nu nog te onzeker). Alle buurten waar alleen elektrische oplossingen mogelijk zijn, krijgen voorlopig 2050 als richtjaar. Dit heeft te maken met overbelasting van het stroomnet. In de Transitievisie Warmte werd hier nog het onderscheid gemaakt tussen 2040 en 2050.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Warmte <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> laat zien wat onze voorkeuren en dat van onze partners zijn per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> op de korte en lange termijn. Tegelijk staan we open voor andere idee&#235;n, zoals initiatieven van bewoners of kleine duurzame projecten. Hiervoor is het zogenaamde uitnodigingskader opgezet: dat is bedoeld voor iedereen die met een goed alternatief komt. Bijvoorbeeld buurtinitiatieven of kleine aanbieders van duurzame warmte.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Wat gaan we doen tot en met 2035</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>We verwachten tot 2035 aan de slag te gaan in de Erasmusbuurt, Den Briel, Centrum, Kraaihoek-Zuid en de Schrijversbuurt. Voor deze buurten kunnen we alleen een goed aanbod doen als het Rijk voldoende subsidie beschikbaar stelt om een haalbaar en betaalbaar aanbod te kunnen doen. Deze buurten zijn op de kaart op pagina 6 aangegeven in donkergroen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Wat kunt u verwachten?</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>We hebben een enqu&#234;te gehouden onder inwoners. Daaruit blijkt dat mensen graag op buurtniveau betrokken willen worden. Dus niet in grote lijnen voor de hele gemeente, maar specifiek voor hun eigen wijk/buurt. Die wens nemen we mee bij de uitwerking van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> en de ontwikkeling van de uitvoeringsplannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Tot slot: we houden de voortgang naar een aardgasvrije gemeente in 2050 goed in de gaten. Door te monitoren kunnen we straks zorgvuldig beoordelen wat goed gaat, en wat beter kan en zo nodig ons programma bijstellen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_3" wId="gm0590_1-0__div_3">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>1.</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_3__content_1" wId="gm0590_1-0__div_3__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit hoofdstuk is de context rondom het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> geschetst, wat de veranderingen zijn ten opzichte van de Transitievisie Warmte en hoe dit programma tot stand is gekomen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisie eId="div_3__div_1" wId="gm0590_1-0__div_3__div_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Context (landelijk, regionaal, lokaal)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_3__div_1__content_1" wId="gm0590_1-0__div_3__div_1__content_1">
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In 2050 zijn alle Nederlandse gebouwen verduurzaamd. We gebruiken dan geen aardgas meer in onze woningen en bedrijven. De ambitie van het Klimaatakkoord is om in 2030 1,5 miljoen woningen van het aardgas of aardgasvrij-ready te hebben. Ook is afgesproken dat de regierol voor deze <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> bij de gemeenten ligt. Hoe de gemeenten deze transitie vormgeven, is in de Transitievisie Warmte voor het eerst vastgelegd. In 2021 ontbrak het wettelijk kader en de instrumenten om gemeenten ook daadwerkelijk de bevoegdheden te geven die nodig zijn om regie te voeren in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_3__div_1__content_2" wId="gm0590_1-0__div_3__div_1__content_2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>1.1.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Drechtsteden: regionale samenwerking aan 100% procent aardgasvrij</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In de afgelopen jaren is in de Drechtsteden verder gewerkt aan het gezamenlijk groeien naar 100% <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef>, uiterlijk in 2050. Deze belangrijke opgave kan alleen worden gerealiseerd met samenwerking en collectieve inzet van alle partijen op de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>. De samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, HVC, provincie en Stedin loopt al geruime tijd en is geborgd in het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">Versnellingsprogramma</tekst:IntRef> Drechtsteden uit 2024. We zijn trots op deze basis en de al behaalde resultaten in het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> maken van de Drechtsteden. We concluderen ook dat de huidige inzet nog niet leidt tot de benodigde snelheid voor de realisatie van de lokale-, regionale- of landelijke doelstellingen . De regio Drechtsteden zet daarom, tezamen met onze samenwerkingspartners actief in op lobby richting het Rijk.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_3__div_1__content_3" wId="gm0590_1-0__div_3__div_1__content_3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>1.1.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Ambitie regionaal warmtenet</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> in Papendrecht is onderdeel van het gezamenlijke Drechtsteden <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. De ambitie van dit gezamenlijke <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> is om tenminste 60.000 aansluitingen op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> te realiseren in 2050, dit is exclusief bedrijventerreinen. Anno februari 2025 zijn er in heel de Drechtsteden ruim 12.000 warmtenetaansluitingen gerealiseerd. Daarnaast is in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_23" scope="Begrip">Regionale Energiestrategie (RES)</tekst:IntRef> Drechtsteden opgenomen dat er tenminste een aanvullende 12.000 woningequivalenten (WEQ) <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> wordt gemaakt voor 2030 met een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Liever nog sluiten we voor 2030 tenminste 25.000 WEQ op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aan. Deze doelstelling komt bovenop de 7.500 WEQ die toen al waren aangesloten. De RES Drechtsteden is vastgesteld in 2021.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Momenteel is er nog veel onduidelijkheid en onzekerheid over de wet- en regelgeving voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>. Deze wet- en regelgeving is essentieel voor het behalen van onze ambitie. In dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> zijn de randvoorwaarden zoals betaalbaarheid en subsidies opgesteld die nodig zijn om onze ambitie te halen, zie paragraaf 2.4.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	    </tekst:Divisie>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_3__content_2" wId="gm0590_1-0__div_3__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ambitie van de gemeente</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>We hebben de verplichting om als gemeente in 2050 volledig <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> te zijn. Samen met de andere Drechtsteden hebben wij de ambitie om de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> als geheel te versnellen. In dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> opgenomen waar de aardgasvrije voorkeursoplossing per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> is aangegeven, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingezoomd op de buurten waar de komende 10 jaar mee aan de slag wordt gegaan. Uiterlijk iedere 5 jaar wordt dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> herijkt. En worden de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> en de plannen voor de komende 10 jaar geactualiseerd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_3__content_3" wId="gm0590_1-0__div_3__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Doel van dit warmteprogramma</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is een programma onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">Omgevingswet</tekst:IntRef>. Grote inhoudelijke thema's zoals de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> worden onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">Omgevingswet</tekst:IntRef> uitgewerkt in een programma, waarmee de gemeente haar taken en bevoegdheden voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving concretiseert. In het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> beschrijft een gemeente haar plannen voor de verduurzaming van de buurten voor de komende 10 jaar.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is de opvolger van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">Transitievisie Warmte (TVW)</tekst:IntRef> die gemeenten in 2021 hebben vastgesteld. In de Transitievisie Warmte van 2021 zijn de sporen naar een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> Papendrecht voor het eerst vastgelegd. In dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> zijn deze sporen geactualiseerd en is aangegeven waar we de komende 10 jaar aan de slag gaan met <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met dit nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> willen we het onderstaande bereiken:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_3__content_3__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_3__content_3__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_3__content_3__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_3__content_3__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>Duidelijkheid en handelingsperspectief voor bewoners, professionele partners, ondernemers en andere gebouweigenaren. Onder andere door het benoemen van buurten of wijken die voor en na 2035 worden aangepakt richting <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_3__content_3__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_3__content_3__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>Een zorgvuldige basis voor de wijk- of buurtgerichte aanpak, de uitvoeringsplannen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_3__content_3__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_3__content_3__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al>Heldere rapportages over de plannen van de lokale <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> en de voortgang daarvan doormiddel van monitoring.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> legt een basis voor de buurtgerichte aanpak met de kennis van nu. De uiteindelijke aanpak kan afwijken van wat in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is opgeschreven. De oplossingen gepresenteerd in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> kunnen veranderen. Dit kan bijvoorbeeld komen door een initiatief van bewoners voor een alternatieve duurzame warmtebron, doordat alternatieven haalbaarder en betaalbaarder worden. Of door toekomstige ontwikkelingen die we nu nog niet voorzien, zoals technische innovaties en veranderend beleid vanuit het Rijk.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_3__content_4" wId="gm0590_1-0__div_3__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Veranderingen ten opzichte van de Transitievisie Warmte</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De veranderingen tussen de Transitievisie Warmte en het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">Warmteprogramma</tekst:IntRef> zijn zowel inhoudelijk als juridisch.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Juridisch</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Juridisch betekent dit dat het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> een verplicht programma onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">Omgevingswet</tekst:IntRef> is. Dit programma verplicht de gemeente om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de doelen uit het programma worden gehaald. Die verplichting gold niet voor de Transitievisie Warmte omdat de TVW een beleidsstuk is zonder de bindende verplichtingen van een programma.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarnaast krijgt de gemeente uit de toekomstige <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_38" scope="Begrip">Wet collectieve warmte (Wcw)</tekst:IntRef> en de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_41" scope="Begrip">Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)</tekst:IntRef> de instrumenten in handen die noodzakelijk zijn om de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> te versnellen. De Wcw geeft de gemeente de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen die van aardgas overstappen naar een collectieve warmteoplossing en om te bepalen wie dat exploiteert. Met de Wgiw krijgt de gemeente de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> voor het be&#235;indigen van het aardgastransport binnen een bepaalde termijn. In hoofdstuk 4 geven we duidelijkheid over de toepassing van de Wgiw en Wcw in onze gemeente.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Inhoudelijk</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Transitievisie Warmte werd gesproken over maatschappelijke kosten. In het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is dit aangepast naar nationale kosten. Onder nationale kosten worden alle kosten en baten verstaan die we als samenleving maken voor een bepaalde <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef>, ongeacht wie wat betaalt. Niet-financi&#235;le en indirecte effecten zoals luchtvervuiling en geluidshinder zijn geen onderdeel van deze nationale kosten. Onder maatschappelijke kosten vallen ook deze indirecte effecten die niet meetbaar zijn. Vandaar dat in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> wordt gerekend met de nationale kosten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Transitievisie Warmte werd voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> uitgegaan van CBS-wijken. Papendrecht heeft vijf grote wijken. Voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is uitgegaan van buurten. Dit maakt het specifieker en meer inzichtelijk wat het perspectief is per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>. Een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> kan hiermee meerdere perspectieven hebben.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De locatie van de duurzame warmtebron en mogelijke koppelkansen zijn bepalend voor welke gebieden daadwerkelijk worden aangesloten op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. In dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> deze slag gemaakt met de kennis die anno 2025 voor handen is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er zijn wel minder perspectieven dan op de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> in de Transitievisie Warmte. Zo is er nog maar &#233;&#233;n variatie van de besparingsbuurt, namelijk dat bij de volgende herijking de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> opnieuw beoordeeld wordt. Eerst was hier ook de variant met een perspectief voor groen gas, door de onzekerheden rondom klimaatneutraal gas wordt dit nu niet meer als eindperspectief gezien. Voor een verdere toelichting zie paragraaf 3.1.5. Daarnaast is door (dreigende) <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" scope="Begrip">netcongestie</tekst:IntRef> besloten alle buurten met een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">all-electric</tekst:IntRef> perspectief de einddatum 2050 te geven. In de Transitievisie Warmte werd hier nog onderscheid gemaakt tussen 2040 en 2050.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_3__content_5" wId="gm0590_1-0__div_3__content_5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Proces warmteprogramma</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Bij het opstellen van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> zijn verschillende partijen betrokken. Samen met woningcorporaties, netbeheerder Stedin en warmtebedrijf HVC, gemeenteambtenaren en de regio Drechtsteden is dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> in samenspraak opgesteld. Ook is er een enqu&#234;te uitgezet onder inwoners om op te halen hoe zij ge&#239;nformeerd willen worden bij het vervolg van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> en hoe zij willen meedenken over de uitvoeringsplannen, zie paragraaf 2.3. Uit de enqu&#234;te blijkt dat de huidige visie op participatie (inwoners uitgebreid betrekken op buurt- of wijkniveau in plaats van op gemeentelijk niveau) de voorkeur heeft. In de uitvoering van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> en de ontwikkeling van de uitvoeringsplannen wordt hier verder vorm aangegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om de plannen in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> tot uitvoering te brengen wordt een strategie opgesteld. Om deze uitvoeringsstrategie succesvol te laten zijn moet aan voorwaarden voldaan worden. Dat houdt in dat de Wgiw en de Wcw in werking zijn getreden, dat er een definitie is bepaald voor betaalbaarheid en dat de beschikbare warmteoplossingen betaalbaar zijn.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_4" wId="gm0590_1-0__div_4">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>2.</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Regie, samenwerking en participatie</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_4__content_1" wId="gm0590_1-0__div_4__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit hoofdstuk lichten we toe hoe de gemeente invulling geeft aan haar regierol. Ook wordt er ingegaan op de samenwerking met partnerorganisaties en op inwonerparticipatie. Het hoofdstuk eindigt met de uitgangspunten, deze punten vormen de basis voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> van de zes genoemde gemeenten in de Drechtsteden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_4__content_2" wId="gm0590_1-0__div_4__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Invulling regierol</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Met het opleveren van de Transitievisie Warmte in 2021 heeft&#x202f;de gemeente Papendrecht&#x202f;haar regierol opgepakt in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>. Hoewel wettelijk (nog) niet is vastgelegd hoe de regierol er precies uitziet, hebben we samen met de andere gemeenten in de Drechtsteden in onze uitgangspunten wel gekozen voor een strategische visie op deze regierol.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Onze visie:</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_4__content_2__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_4__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_4__content_2__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_4__content_2__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>We willen voor inwoners en stakeholders <tekst:strong>helderheid </tekst:strong>scheppen over de opties voor <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> en de volgorde wanneer buurten of wijken van het gas afgaan. Het <tekst:strong>eerlijke verhaal</tekst:strong> staat centraal in de aanpak voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">Warmteprogramma</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_4__content_2__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_4__content_2__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>We willen <tekst:strong>tempo maken</tekst:strong> met de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> en vinden het versnellen van de resultaten belangrijk. De uitrol van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> zien we daarbij als belangrijke motor om het elektriciteitsnet te ontlasten en de gehele energietransitie te versnellen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_4__content_2__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_4__content_2__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al>We werken in <tekst:strong>samenspraak</tekst:strong> met vele partners aan het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef>. Deze partnersaanpak borgt een <tekst:strong>zorgvuldige belangenafweging</tekst:strong> in de gekozen <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> oplossing per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_4__content_2__list_o_1__item_d" wId="gm0590_1-0__div_4__content_2__list_o_1__item_d">
		    <tekst:Al>We pakken de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> aan <tekst:strong>in samenhang</tekst:strong> met ruimtelijke en sociaaleconomische opgaven. We werken hierin samen met partners en andere afdelingen van de gemeente. We streven met deze aanpak naar het beperken van kosten, werk en hinder voor inwoners door <tekst:strong>opgaven slim te combineren</tekst:strong>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_4__content_2__list_o_1__item_e" wId="gm0590_1-0__div_4__content_2__list_o_1__item_e">
		    <tekst:Al>We kiezen voor daadkrachtig sturen om <tekst:strong>leiding te geven</tekst:strong> aan deze complexe en maatschappelijke opgave. Dit is de regio waar we het waar kunnen maken, wij zijn er klaar voor en leveren het <tekst:strong>voorbeeld voor heel Nederland</tekst:strong>. De regio neemt daarin zijn verantwoordelijkheid en werkt heel goed samen voor het realiseren van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>. We pakken deze rol ook in de landelijke lobby onder andere op het gebied van betaalbaarheid en subsidieregelingen omdat we relatief veel praktijkervaring hebben met de inzet hiervan.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_4__content_3" wId="gm0590_1-0__div_4__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Partnersamenwerking</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In de Drechtsteden wordt er op veel vlakken met elkaar samengewerkt zoals bijvoorbeeld met deze warmteprogramma&#x2019;s. Ook zijn er verschillende samenwerkingsovereenkomsten gesloten zoals het Energieakkoord Drechtsteden en het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">Versnellingsprogramma</tekst:IntRef> Drechtsteden 100% <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Warmteprogramma&#x2019;s</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Zes van de zeven Drechtsteden, naast onze gemeente zijn dat Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht en Zwijndrecht, hebben in een gezamenlijk regionaal traject gewerkt aan de warmteprogramma&#x2019;s 2025. Net als ook bij het opstellen van de Transitievisies Warmte in 2021. Door dit gezamenlijke proces wordt optimale afstemming binnen de regio verzekerd. De Drechtsteden groeien met elkaar naar een 100% aardgasvrije regio in uiterlijk 2050. Deze belangrijke opgave kan alleen worden gerealiseerd met samenwerking en collectieve inzet op de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>. De samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, warmtebedrijf HVC, Provincie Zuid-Holland, Stedin en Nationaal Programma Lokale <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">Warmtetransitie</tekst:IntRef> (NPLW) loopt al geruime tijd.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Energieakkoord Drechtsteden</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de regio Drechtsteden werken ruim 35 partners aan het Energieakkoord Drechtsteden. De partners vertegenwoordigen organisaties die elk hun eigen ambities en planning hebben als het gaat om de energietransitie, maar die samen meer kunnen bereiken. Met elkaar zijn we bereid om kennis, mensen en middelen in te zetten om het gebruik van fossiele energiebronnen terug te dringen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>De doelstelling van de regio</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Een betaalbare, betrouwbare, duurzame en rechtvaardige energievoorziening.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>In het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">Versnellingsprogramma</tekst:IntRef> Drechtsteden 100% <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> is vastgelegd dat zowel individuele oplossingen als het collectieve spoor in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> versnelling nodig heeft. Anders wordt het doel om in 2050 energieneutraal te zijn niet gehaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">Versnellingsprogramma</tekst:IntRef> is ondertekend in januari 2024 door alle gemeenten en woningcorporaties in de regio Drechtsteden, de provincie Zuid-Holland, HVC en Stedin.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">Versnellingsprogramma</tekst:IntRef> onderstrepen we de urgentie en ambitie om de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> in de Drechtsteden op basis van solidariteit en samenwerking tijdig te realiseren. Waarbij we ons nadrukkelijk inzetten om de uitvoering van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> fors te versnellen. Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">Versnellingsprogramma</tekst:IntRef> beschrijft hoe wij elkaar in deze opgave vasthouden en ons individueel en gezamenlijk inzetten om deze ambitie en versnelling tot stand te brengen. De inzet heeft zowel betrekking op collectieve oplossingen zoals een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>, als op het collectief organiseren van individuele oplossingen zoals warmtepompen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een van de afspraken uit het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">Versnellingsprogramma</tekst:IntRef> is dat de gemeenten in 2025 de warmteprogramma&#x2019;s hebben opgesteld. Dit is eerder dan de wettelijke actualisatietermijn van 31 december 2026. Met deze planning wordt voldaan aan het zo snel mogelijk inzichtelijk maken van de gewenste duidelijkheid waar welke <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> de voorkeur heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Warmtebod</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Op initiatief van het Uitvoeringsoverleg Gebouwde Omgeving en het Nationaal Klimaat Platform is in het voorjaar van 2024 een aantal partijen bij elkaar gebracht om te doorgronden waarom de ontwikkeling van warmtenetten stagneert. Deze partijen, verzameld in de Warmtealliantie, zijn zich gaan verdiepen in de analyse en het vinden van oplossingen om de ontwikkeling van warmtenetten weer op de rails te krijgen. Dit heeft geleid tot het Warmtebod.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het Warmtebod beschrijft de Warmtealliantie de positieve impact op de warmtemarkt als aan de juiste randvoorwaarden wordt voldaan. De belangrijkste randvoorwaarden volgens de Warmteallantie zijn:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_4__content_3__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_4__content_3__list_o_1" type="expliciet">
		  <tekst:Li eId="div_4__content_3__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_4__content_3__list_o_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Beheersing van de betaalbaarheid van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_4__content_3__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_4__content_3__list_o_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Meer toegesneden financiering en optimalisering van subsidiesystemen voor warmtenetten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_4__content_3__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_4__content_3__list_o_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Snelle duidelijkheid over de marktordening.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Alle Drechtsteden gemeenten hebben zich aangesloten bij deze Warmtealliantie en steunen het Warmtebod. Het op orde krijgen van alle randvoorwaarden zoals beschreven in het Warmtebod vraagt tijd en aanvullende Rijksmiddelen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_4__content_4" wId="gm0590_1-0__div_4__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Visie op inwonerparticipatie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> raakt vroeg of laat iedere inwoner in de gemeente. Het is een grote en ingrijpende opgave om de gehele bebouwde omgeving <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> te maken. De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> is alleen succesvol als iedereen meedoet en de nodige stappen zet naar een aardgasvrije woning of gebouw. Regionaal hebben de Drechtsteden een participatieblauwdruk opgesteld om invulling te geven aan het participatietraject voor de warmteprogramma&#x2019;s. In twee sessies waarbij alle gemeenten, de regio en HVC vertegenwoordigd waren, is deze blauwdruk opgesteld, zie bijlage 1. Vervolgens heeft de gemeente deze blauwdruk verder uitgewerkt tot een participatiestrategie. Een onderdeel van deze participatiestrategie is een gemeentelijke landingspagina over het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> op het platform duurzaam-drechtsteden.nl, zie een verdere toelichting van deze strategie in bijlage 2.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is nog een vrij abstract document voor (de meeste) inwoners, omdat hier de plannen voor de komende 10 jaar worden geduid, maar nog niet wordt ingezoomd op buurtniveau. Uit de huidige trajecten in buurten en wijken, weten we inmiddels dat de uitvoeringsplannen meer invloed op de directe leefomgeving van inwoners, bedrijven en organisaties hebben. Voor de meeste inwoners is het daarom relevanter om vanaf buurtniveau actief mee te denken. Er is daarom gekozen om inwoners niet te laten meedenken over de regionale en gemeente brede keuzes die zijn gemaakt in de warmteprogramma&#x2019;s, maar om uit te vragen hoe zij bij het vervolg van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> ge&#239;nformeerd en betrokken willen worden. En de uitgebreide warmteopties te bespreken in het buurt- of wijkuitvoeringsplan, waar inwoners kunnen meedenken over de verschillende warmteopties. Uiteindelijk bepaalt en kiest de woningeigenaar welke oplossing de voorkeur heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Inwoners hadden van 17 februari tot en met 9 maart 2025 de mogelijkheid om dit door middel van een enqu&#234;te aan te geven. Uit de enqu&#234;te kwam naar voren dat de meeste deelnemers op de hoogte willen worden gehouden via e-mail of huis-aan-huisbladen. Jongeren (18-35 jaar) hebben vaker een voorkeur voor communicatie via sociale media. Bijna een kwart van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan zeker mee te willen denken over de keuzes die gemaakt worden in een uitvoeringsplan. Veel bewoners zijn bereid om mee te denken over het uitvoeringsplan, mits hun inbreng daadwerkelijk invloed heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er heerst een sterke behoefte aan transparantie en keuzevrijheid, vooral op financieel gebied. Mensen willen niet alleen op de hoogte worden gehouden, maar ook actief kunnen meebeslissen over de kosten en de warmteoplossingen die worden aangeboden. De grootste zorg ligt bij de betaalbaarheid (zie ook paragraaf 2.4) bewoners willen niet verplicht worden tot dure systemen zonder voldoende alternatieven. Daarnaast is er ook behoefte aan betere informatie. Bewoners vragen om duidelijke en toegankelijke uitleg over de verschillende mogelijkheden, kosten en gevolgen, zodat ze goed ge&#239;nformeerd kunnen deelnemen aan het proces. Zie bijlage 2 voor alle resultaten van deze enqu&#234;te.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_4__content_5" wId="gm0590_1-0__div_4__content_5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Uitgangspunten</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De keuzes die in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> zijn gemaakt, zijn gebaseerd op de uitgangspunten die samen met bewoners en professionele partners zijn opgesteld in 2021 voor de Transitievisie Warmte. De zes Drechtsteden die onderdeel zijn van het regionale traject om gezamenlijk tot de warmteprogramma&#x2019;s te komen, hebben samen met hun professionele partners deze uitgangspunten herijkt, wat heeft geleid tot de volgende uitgangspunten:</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>1. Voortvarend aan de slag met isolatie en andere vormen van energiebesparing</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Goede isolatie, ventilatie en de overstap naar elektrisch koken zijn essentieel om onze gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier te verwarmen. Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> maken van de gebouwde omgeving is een stapsgewijs proces. Ook in buurten waar nog geen betaalbare of passende oplossing is om van het aardgas af te gaan, kunnen woningen en gebouwen al worden voorbereid op de transitie. In die buurten is het van belang gebouweigenaren te stimuleren en te ondersteunen om gebouwen &#x2018;transitie gereed&#x2019; te maken door aan de slag te gaan met tussenstappen zoals isoleren, elektrisch koken en hybride oplossingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen de Drechtsteden zijn we samen met Alblasserdam, Sliedrecht en Zwijndrecht gestart met het Meerjarige Collectieve Ontzorgingsprogramma (MCO). Het MCO-Programma heeft als doel om de verduurzamingsimpact te maximaliseren binnen de beschikbare tijd, middelen, expertise en capaciteit. Het MCO-Programma heeft een doorlooptijd tot en met 31 augustus 2028 met de optie om tweemaal te verlengen met 12 maanden. Met deze aanpak worden eigenaren van grondgebonden koopwoningen ontzorgd met het verduurzamen van hun woning. Alle deelnemende woningeigenaren worden ontzorgd in de vorm van een advies en soms ook financieel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In eerste instantie is gekozen voor een doelgroep benadering. Hierbij is vooral gekeken naar gebouwkenmerken en/of er sprake is van energiearmoede. Met het in beeld komen van verschillende transitiepaden in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> wordt binnen het MCO-Programma gekeken naar een meer gebiedsgerichte aanpak. Immers die gebieden die het eerst <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> worden gemaakt, moeten ook als eerste transitiegereed zijn voor wat betreft isolatie. In deze aanpak wordt voor alle deelnemende woningen toegewerkt naar de standaard isolatiewaarde. Met deze isolatiewaarde is een woning voldoende ge&#239;soleerd voor zowel warmtenetten als warmtepompen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>2. Iedereen moet mee kunnen doen</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Betaalbaarheid is voor inwoners van de Drechtsteden een belangrijk vraagstuk. Er is nog veel onzekerheid over de kosten van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> en de verdeling ervan. Er ligt een taak bij de Rijksoverheid om dit op te lossen. Wat we wel weten is dat de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> alleen kan slagen als iedereen mee kan doen, ook mensen met lagere inkomens, en dat daar oplossingen voor moeten komen. Sommige gebouwen, bijvoorbeeld monumenten, zijn moeilijk <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> te maken, ook deze gebouweigenaren hebben handelingsperspectief nodig. Daarom pakken we de transitie gefaseerd aan en gaan we pas van het aardgas af als het alternatief voor aardgas maatschappelijk aanvaardbaar en voor iedereen toegankelijk is. We erkennen dat deze transitie veel meer is dan een technische operatie. De sociaal-maatschappelijke kant van de transitie is essentieel. Voldoende beschikbaarheid van goede begeleiding en ondersteuning voor gebouweigenaren is daarbij een randvoorwaarde.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>3. Bij een collectieve voorkeursoplossing is er altijd een </tekst:u><tekst:i><tekst:u>opt-out</tekst:u></tekst:i><tekst:u> mogelijkheid</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>Gebouweigenaren en/of bewoners worden altijd betrokken bij de keuze voor de warmtevoorziening in hun <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef>. De gebouweigenaar maakt zelf de keuze over het alternatief voor zijn of haar woning of gebouw. De praktijk zal echter ook uitwijzen dat er niet altijd sprake is van een vrije keuze uit alle oplossingen, vanwege technische of financi&#235;le beperkingen. Er is bijvoorbeeld niet overal een grootschalig <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> mogelijk. Ook is het niet realistisch om te verwachten dat overal <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">duurzaam gas</tekst:IntRef> beschikbaar komt. De verwachting is dat dit zeer beperkt beschikbaar is voor de gebouwde omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is belangrijk een balans te vinden tussen keuzevrijheid en betaalbaarheid, want meer van het &#233;&#233;n betekent soms minder van het ander. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer in een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> meerdere eigenaren kiezen voor een individuele oplossing in een gebied waar een collectieve oplossing de (nationaal) meest betaalbare optie is. Die keuze maakt de collectieve oplossing minder betaalbaar. In wijken waar een collectieve warmteoplossing voor de hand ligt, is het daarom niet vanzelfsprekend om particulieren aan te moedigen te kiezen voor een individuele <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef>. Desalniettemin heeft een gebouweigenaar altijd de optie om niet mee te doen met de eventueel aangeboden collectieve oplossing, de zogenoemde <tekst:i>opt-out</tekst:i>. Gebouweigenaren kunnen ook samen met buurtgenoten werken aan een gezamenlijke aardgasvrije oplossing, denk hierbij bijvoorbeeld aan een mini-warmtenet. Zie paragraaf 3.5 voor een toelichting op dit uitnodigingskader. In ieder geval is aardgas op termijn geen optie meer.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>4. Randvoorwaarden op orde</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>In uitgangspunt 2 &#x2018;iedereen moet mee kunnen doen&#x2019; is het al beschreven: betaalbaarheid is cruciaal. Zolang de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> niet betaalbaar en haalbaar is, zal er geen grootschalige uitrol van aardgasvrije woningen plaatsvinden. Bij de Rijksoverheid ligt nu de taak om het betaalbaarheidsvraagstuk op te lossen. Ook wordt door het Rijk gewerkt aan de benodigde wet- en regelgeving. De regio Drechtsteden zet zich actief in voor de lobby om deze randvoorwaarden op orde te krijgen en neemt daar waar dit mogelijk is het initiatief om zelf oplossingen te vinden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zo is door de gemeenten gewerkt aan een eigen betaalbaarheidskader, zie paragraaf 4.2. Op deze manier verwachten we de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> in het benodigde tempo te realiseren. Voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> is veel elektriciteit nodig, genoeg ruimte op het elektriciteitsnet is noodzakelijk. Momenteel is dat er niet, daarom wordt gewerkt aan verzwaring en verslimming van het net. Dit kost tijd en vraagt om een slimme fasering van maatregelen voor de energietransitie. De uitkomsten van dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> zijn getoetst aan het energiesysteem, zie paragraaf 3.6.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_5" wId="gm0590_1-0__div_5">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>3.</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Transitiepaden en fasering</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_5__content_1" wId="gm0590_1-0__div_5__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit hoofdstuk zijn de mogelijke duurzame warmteopties voor een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> toegelicht. Ook zijn de criteria voor het bepalen van de beste <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> en de criteria voor de volgorde van de buurten benoemd. De warmte <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> laat de beste <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> zien per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>. Daarnaast is de warmte <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> getoetst aan het energiesysteem.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisie eId="div_5__div_1" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Duurzame warmteopties</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_1__content_1" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1__content_1">
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In deze paragraaf zijn de verschillende mogelijke aardgasvrije perspectieven voor een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> toegelicht. Dit zegt nog niets over de fasering of planning per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>, dit is nader toegelicht in paragraaf 3.4. Ook is benoemd hoe koeling wordt meegenomen.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_1__content_2" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1__content_2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.1.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Isolatie</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Ongeacht de beoogde <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> voor een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> is het van belang dat de warmtevraag wordt teruggedrongen en andere noodzakelijke gebouwaanpassingen worden gemaakt. Dit zijn schilmaatregelen, zoals isolatie van de gevel, dak en vloer en vervanging van glas, aanpassingen in de binnen installatie, zoals radiatoren, ventilatie, het dichten van kieren en elektrisch koken. Ook kan er worden gekozen voor een hybridewarmtepomp als tussenoplossing. Bij gebouw gebonden maatregelen is het altijd de vraag hoever er moet worden gegaan om transitie gereed te zijn.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>In dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> wordt als uitgangspunt genomen dat aan het einde van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> zoveel mogelijk gebouwen het standaardniveau voor isolatie hebben bereikt. Deze zogenoemde <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_12" scope="Begrip">isolatiestandaard</tekst:IntRef> is een niveau dat als toekomstbestendig kan worden beschouwd. De betreffende woning hoeft dan voor 2050 niet nogmaals ge&#239;soleerd te worden, bij aansluiting op duurzame (warmte)bronnen met een lagere temperatuurwarmte. Voorwaarde is wel dat de temperatuur daarvan ten minste 50&#176;C is (voor vooroorlogse woningen is dat 70&#176;C). Isoleren naar de Standaard zorgt ervoor dat een naoorlogse woning in ieder geval met 70 graden kan worden verwarmd en ook met 50 graden als de binnen installatie daarvoor geschikt wordt gemaakt. De isolatie 'standaard' is dus een niveau om zonder spijt '<tekst:i>no-regret</tekst:i>' transitie gereed te zijn voor (bijna) alle warmteopties. Bovendien is uit onderzoek van TNO en het Centraal Planbureau gebleken dat, in doorsnee, de kosten en baten van isoleren tot de standaard ongeveer overeenkomen.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>In 2021 zijn op nationaal niveau Standaard en Streefwaarden ingevoerd, die per woningtype inzicht geven in de manier waarop het '<tekst:i>no-regret</tekst:i>' niveau kan worden behaald. De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_12" scope="Begrip">isolatiestandaard</tekst:IntRef> is voor de ene woning lastiger te bereiken dan voor de andere. Nieuwere woningen zitten vaak al op dit niveau en oude gebouwen, veelal vooroorlogs of monumentaal, zijn zo oud dat je een relatief hoge warmtevraag overhoudt, ook al doe je het maximale binnen de bestaande schil. Voor deze woningen zijn de geschikte warmteopties beperkt. Zodra de gemeente in deze <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> start met een uitvoeringsplan is maatwerk nodig.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Uit ervaring is gebleken dat een blok voor blok aanpak voor isoleren niet werkt, inwoners kiezen zelf wanneer het beste (natuurlijke) moment is voor hen om te isoleren. Het MCO-Programma gaat uit van een continu aanbod voor bewoners. Om urgentie te cre&#235;ren wordt binnen dit aanbod wel gewerkt met een zogenaamde <tekst:i>call to action</tekst:i> datum. Dat betekent enerzijds dat inwoners geactiveerd worden om over te gaan tot het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Anderzijds betekent dit dat inwoners op een voor hun natuurlijk moment ontzorgd kunnen worden. Je hoeft niet in &#233;&#233;n keer je gehele woning te isoleren, je kunt dit ook in stappen doen. Voor zowel isoleren in stappen als in &#233;&#233;n keer is <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE)</tekst:IntRef> beschikbaar. Inwoners kunnen terecht bij het platform duurzaam-drechtsteden.nl voor meer informatie over subsidiemogelijkheden.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_1__content_3" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1__content_3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.1.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Warmtenet</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> is een infrastructuur van ondergrondse, ge&#239;soleerde leidingen die warm water vervoeren naar meerdere gebouwen. Er is dan sprake van een collectieve warmtevoorziening. De woning heeft in vergelijking met <tekst:i>all-electric</tekst:i> over het algemeen minder ingrepen aan de schil en de binnen installatie nodig. In de woning is technisch alleen een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_3" scope="Begrip">afleverset</tekst:IntRef> benodigd. De temperatuur van het via de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_3" scope="Begrip">afleverset</tekst:IntRef> aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen en in samenhang zijn met de temperatuur van de bron. Voor veel woningen is een midden temperatuur <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> dat 70 graden levert op de koudste dagen van het jaar de oplossing met de laagste nationale kosten. Bij 70 graden aanvoer en een isolatieniveau van de &#x2018;standaard&#x2019; wordt een optimaal punt bereikt tussen techniek, kosten en wooncomfort.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Warmtenetten hebben als belangrijk kenmerk dat er grote investeringen in de infrastructuur nodig zijn. Hierdoor zijn warmtenetten alleen haalbaar in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid. Door het stedelijke karakter van de Drechtsteden is een groot deel van de bestaande bouw geschikt voor warmtenetten. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> in een relatief kort tijdsbestek moet worden ontwikkeld. Om snel voldoende aansluitingen te realiseren waarmee voorinvesteringen worden voorkomen en sneller aansluiten op een duurzame bron mogelijk is. Zo blijft het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> haalbaar en betaalbaar.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>De slib- en afvalverbranding van warmteleverancier HVC wordt gebruikt als duurzame bron voor het regionale midden temperatuur <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> en er wordt op termijn gestart met de bouw van een geothermiecentrale in Sliedrecht. Zolang de warmtenetten van de verschillende Drechtsteden gemeenten niet met elkaar verbonden zijn, wordt er gebruik gemaakt van tijdelijke bronnen.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Een variant op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> op 70 graden aanvoer is een laagtemperatuur <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> met een maximale aanvoertemperatuur van circa 40 graden. Deze variant is voor de bestaande bouw minder logisch door de hogere gebouw gebonden investeringen om die warmte vast te houden. Voor grootschalige nieuwbouwontwikkelingen kan het interessant zijn om een laagtemperatuurwarmtenet te ontwikkelen. Dit moet per project bekeken worden.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>In principe heeft een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> geen koelsysteem waar je gebouwen ook mee kunt koelen, zoals bij een bronnet met Warmte-Koude-Opslag (WKO) wel het geval is (zie 3.1.3 all-electric). Voor grote complexen wordt het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> soms gecombineerd met een koel- en ventilatiesysteem. Voor grondgebonden woningen zijn andere maatregelen zoals, vergroening en zonwering, vaak vele malen (kosten)effectiever.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_1__content_4" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1__content_4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.1.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>All-electric</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al><tekst:i>All-electric</tekst:i> betekent dat er in principe alleen nog een elektriciteitsnet in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef> die warmte haalt uit de buitenlucht of de bodem. Elke individuele vastgoedeigenaar kan op ieder moment de keuze maken om zijn huis niet alleen te isoleren, maar ook de gasketel te vervangen door bijvoorbeeld een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef>. De individuele vastgoedeigenaar is dus veel minder afhankelijk van keuzes en beperkingen van andere vastgoedeigenaren in de straat of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is echter beperkt en is bijvoorbeeld ook nodig voor de realisatie van laadpalen voor elektrische mobiliteit. Het elektriciteitsnet moet worden verzwaard, niet alleen op buurtniveau, maar ook op gemeentelijk-, regionaal-, nationaal- en internationaal niveau. Dit is een ingrijpend en langdurig traject.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Een variant van <tekst:i>all-electric</tekst:i> is het lokale bronnet. Een bronnet is een lokale, kleinschalige warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> waar &#233;&#233;n of enkele gebouwen op zijn aangesloten. Net zoals bij <tekst:i>all-electric</tekst:i> staat in het gebouw of de woning een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef>. In plaats van de bodem of buitenlucht gebruikt deze <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef> het aangevoerde water van het bronnet. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling. Ook bij een bronnet moet de capaciteit van het elektriciteitsnet in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> vaak worden verhoogd. Bronnetten worden veel toegepast op utiliteitsgebouwen, omdat deze gebouwen naast een vraag naar warmte ook een vraag naar koeling hebben. Door de omvang van het gebouw is het elektriciteitsgebruik vaak hoog. Vanwege de lage energiebelasting op elektriciteit zijn de kosten voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> maken met warmtepompen daarom relatief laag.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Buurten waar <tekst:i>all-electric</tekst:i> oplossingen de laagste nationale kosten hebben zijn meestal buurten met veel eengezinswoningen, gebouwd na 1990. In deze buurten worden vaak niet alleen de radiatoren en het gasfornuis vervangen, maar komt er ook een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef> en eventueel een verzwaring van de elektriciteitsaansluiting om de overstap naar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">all-electric</tekst:IntRef> te kunnen maken. In deze buurten is het gasnet doorgaans nog nieuw, evenals de gasketels. Tegelijkertijd zijn deze buurten al goed ge&#239;soleerd, waardoor er relatief weinig klimaatwinst valt te behalen. Dit geeft de mogelijkheid om in deze buurten in een eigen tempo de transitie te doorlopen. Bovendien zijn binnen <tekst:i>all-electric</tekst:i> nog veel innovaties te verwachten. De belangrijkste innovaties zijn warmtepompen die ook effici&#235;nt hoge temperaturen kunnen maken en innovaties op het gebied van energieopslag in de woning. Deze innovaties kunnen op termijn leiden tot een besparing van nationale kosten, bijvoorbeeld doordat het elektriciteitsnet minder hoeft te worden verzwaard of omdat ook oude, complexe buurten gasvrij kunnen worden. Ook vanwege deze innovaties is het onwenselijk om een <tekst:i>all-electric</tekst:i> <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> in hoog tempo gasvrij te maken.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_1__content_5" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1__content_5">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.1.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Besparingsbuurt</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Voor sommige buurten is het momenteel lastig om het aardgasvrije voorkeursperspectief te bepalen. Dit komt bijvoorbeeld doordat de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> een diverse woningvoorraad heeft met verschillende typen woningen van verschillende bouwjaren. Een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> heeft bijvoorbeeld een lage woningdichtheid waardoor een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> zeer kostbaar is, maar ook een lage isolatiegraad, wat een <tekst:i>all-electric</tekst:i> oplossing ook kostbaar maakt. Voor deze buurten moet verder onderzoek worden gedaan om bij een herijking van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> een eindperspectief te kunnen bieden. Het perspectief voor deze woningen is om nu toe te werken naar de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_12" scope="Begrip">isolatiestandaard</tekst:IntRef>. Ook kan worden gekozen voor een hybridewarmtepomp als tussenoplossing. Er wordt de komende 5 jaar actief gemonitord op de isolatiegraad in deze gebieden.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_1__content_6" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1__content_6">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.1.5</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Klimaatneutraal gas</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In de Transitievisie Warmte van 2021 werd voor sommige buurten het perspectief klimaatneutraal gas (ook wel groen gas genoemd) geschetst. Er werd toen als randvoorwaarde genoemd dat er op termijn voldoende <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">duurzaam gas</tekst:IntRef> is, zoals groengas of waterstofgas. En dat er ook rekening mee moet worden gehouden dat <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">duurzaam gas</tekst:IntRef> ook voor andere doeleinden nodig is, zoals in de industrie en het zware transport. In de afgelopen 5 jaar is er niet meer perspectief gekomen wat betreft klimaatneutraal gas. Er is nog steeds erg veel onzekerheid. Het verdelingsprincipe van klimaatneutraal gas is nog heel onzeker, de landelijke infrastructuur is nog onbekend. Er is nog zoveel onzekerheid rondom klimaatneutraal gas dat dit in de Drechtsteden niet wordt gezien als een eindoplossing, een enkele uitzondering daargelaten. Voor deze uitzonderingen geldt dat ervoor een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> weinig ruimte is in de ondergrond en de graafwerkzaamheden de fundering van de woningen zouden kunnen aantasten. Isoleren van deze woningen is voor een <tekst:i>all-electric</tekst:i> oplossing lastig vanwege de leeftijd van de woningen en de eventuele monumentenstatus.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_1__content_7" wId="gm0590_1-0__div_5__div_1__content_7">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.1.6</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Koeling</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Door het veranderende klimaat, met langere warme periodes als gevolg, is het van steeds groter belang dat woningen ook koel blijven in de zomermaanden. Isolatie helpt om de warmte buiten het huis te houden. Maar wanneer de warmte eenmaal in het huis is gekomen, is een goed ge&#239;soleerd huis lastig om te koelen. Vanuit het Overleg Standaarden Klimaatadaptatie (OSKA) is de ladder van koeling ontwikkeld: waarbij de meest duurzame koelmaatregelen als eerste worden gestimuleerd. Dit betekent eerst werken aan koelte in de omgeving, daarna warmte zoveel mogelijk buiten houden en af te voeren en tot slot pas milieuvriendelijk koelen.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Voor de integratie van het thema koeling in het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef>, is koeling in 3 uitwerkingen van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> meegenomen.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>1) In de <tekst:strong>isolatieaanpak</tekst:strong> wordt voorkomen van hitte meegenomen door voorlichting en adviseren van maatregelen voor het weren van directe zoninval, mogelijkheden voor ventilatie of het doorluchten van de woning.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>2) Bij het <tekst:strong>buurt- of wijkuitvoeringsplan</tekst:strong> worden opgaves zoveel mogelijk integraal gecombineerd. De klimaateffect kaarten en aanpak voor hittestress worden meegenomen in de ontwikkeling van de buurt- of wijkuitvoeringsplannen. We wegen alternatieven die naast warmte ook koeling kunnen leveren in buurten die gevoelig zijn voor hittestress mee in de keuze voor het alternatief en organiseren maatregelen conform de ladder van koeling.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>3) Voor <tekst:strong>nieuwbouw</tekst:strong> is het vanaf januari 2021 verplicht om maatregelen te nemen om oververhitting te voorkomen. De indicator hiervoor heet TOjuli. Deze woningen zijn beter bestand tegen hittestress en hebben als voordeel dat actieve koelmaatregelen (die de energievraag in de woning vergroten) voorkomen kunnen worden. Zie ook paragraaf 6.7.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	    </tekst:Divisie>
	    <tekst:Divisie eId="div_5__div_2" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Criteria voor warmteoptie per buurt</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_2__content_1" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_1">
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Om te bepalen welke toekomstige <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> de voorkeur heeft, zijn in 2021 voor de Transitievisie Warmte met inbreng van inwoners, de gemeenteraad en stakeholders afwegingscriteria opgesteld. Deze afwegingscriteria zijn nog steeds leidend in het bepalen van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_2__content_2" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.2.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Laagste nationale kosten</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>We streven naar warmteopties met de meest gunstige verhouding van kosten en baten. Onder nationale kosten worden alle kosten en baten verstaan die we als samenleving maken voor een bepaalde <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef>, ongeacht wie wat betaalt. Niet-financi&#235;le en indirecte effecten zoals luchtvervuiling en geluidshinder zijn geen onderdeel van deze nationale kosten. Daarnaast hebben we rekening gehouden met de kosten voor het totale systeem, dus niet alleen maar de kosten die specifiek gelden voor een betreffende gebied of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> om versnippering van infrastructuren te voorkomen. Zoals ook eerder in paragraaf 2.4 genoemd blijft betaalbaarheid een heikel punt in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Met dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> worden niet alle vragen rondom betaalbaarheid opgelost, maar het sorteert wel voor op de meest betaalbare transitie door per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> met de laagste nationale kosten te kiezen. De laagste nationale kosten per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> zijn in de Transitievisie Warmte van 2021 bepaald aan de hand van een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">onderzoeksbeeld</tekst:IntRef>. Voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> hebben wij dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">onderzoeksbeeld</tekst:IntRef> meegenomen en vergeleken met de Startanalyse 2025 van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Deze Startanalyse is een wat-als studie en schetst het beeld wanneer heel Nederland dezelfde aardgasvrije optie heeft, bijvoorbeeld iedere woning gebruikt een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef>, en daarna worden de nationale meerkosten vergeleken. De data geven een goed gemiddeld beeld voor Nederland, maar voor specifieke situaties zullen andere uitgangspunten gelden. Er wordt in deze Startanalyse geen rekening gehouden met bestaande plannen en beleid, zoals afspraken met de woningcorporaties. Als gemeente hebben wij samen met onze stakeholders een beter zicht op de lokale situatie, hierdoor kan het voorkeursperspectief per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> afwijken van het gegeven perspectief in de Startanalyse.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>In de Startanalyse wordt ook klimaatneutraal gas meegenomen, er is hiervoor een aanname gemaakt hoeveel klimaatneutraal gas er in de toekomst beschikbaar zal zijn. Er is nog zoveel onzekerheid rondom klimaatneutraal gas dat dit in de Drechtsteden niet wordt gezien als een eindoplossing, een enkele uitzondering daargelaten.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_2__content_3" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.2.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Duurzaamheid</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Bij de keuze van warmteopties krijgen de oplossingen die de meeste CO2-reductie leveren en waarbij lokale energiebronnen kunnen worden ingezet de voorkeur. Het gaat hierbij niet alleen om verduurzaming op korte termijn, maar ook om het kiezen voor de oplossingen en infrastructuur die toekomstige duurzame bronnen het beste kan ontsluiten.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> in Papendrecht wordt op termijn verbonden met haar buurgemeenten in de Drechtsteden, ook wel het Grand Design Drechtsteden genoemd. Papendrecht is dan aangesloten op twee duurzame bronnen. Namelijk <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_24" scope="Begrip">restwarmte</tekst:IntRef> uit de slibverwerkings-installatie in Dordrecht en aardwarmte uit de geothermiecentrale in Sliedrecht. Tot die tijd wordt het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> verwarmd met tijdelijke warmtecentrales.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>In de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_23" scope="Begrip">Regionale Energiestrategie (RES)</tekst:IntRef> is de voorkeursvolgorde van bronnen voor nieuwe manieren van verwarming vastgesteld: deze voorkeursvolgorde is leidend voor dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> en is als volgt:</tekst:Al>
		  <tekst:Lijst eId="div_5__div_2__content_3__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_3__list_o_1" type="expliciet">
		    <tekst:Li eId="div_5__div_2__content_3__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_3__list_o_1__item_a">
		      <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al><tekst:strong>Direct bruikbare warmte</tekst:strong> (bijvoorbeeld <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_24" scope="Begrip">restwarmte</tekst:IntRef> uit afvalverbranding en diepe geothermie)</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li eId="div_5__div_2__content_3__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_3__list_o_1__item_b">
		      <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al><tekst:strong>Op te waarderen warmte</tekst:strong> (elektrische warmtepompen met omgevingswarmte uit bijvoorbeeld een bronnet, bodemlussen of lucht). Aandachtspunten zijn het energetisch rendement (dat bijvoorbeeld veel beter is voor een bronnet dan voor individuele warmtepompen) en het beperken van piekbelasting op het elektriciteitsnet (voor een collectief systeem kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een batterij om energie op te slaan).</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li eId="div_5__div_2__content_3__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_3__list_o_1__item_c">
		      <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al><tekst:strong>Te maken warmte</tekst:strong> (duurzame brandstoffen zoals groene waterstof en groen gas)</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		  </tekst:Lijst>
		  <tekst:Al>Vanuit de RES is bekend dat er in de regio Drechtsteden beperkte ruimte is voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Daartegenover staat dat er een grote aanwezigheid van warmtebronnen is. Concreet wordt de slib- en afvalverbranding van warmteleverancier HVC gebruikt als duurzame bron voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> en wordt er op termijn gestart met de bouw van een geothermiecentrale in Sliedrecht. Zolang de warmtenetten van de verschillende Drechtsteden gemeenten niet met elkaar verbonden zijn, wordt er gebruik gemaakt van tijdelijke bronnen. Er wordt ook rekening gehouden met de samenhang in brontemperaturen, temperaturen waarmee gebouwen verwarmd worden en infrastructuren. Het behoud van lucht-, bodem- en waterkwaliteit is een randvoorwaarde voor een duurzame transitie. De milieueffecten van verschillende bronnen zijn in de RES verder ge&#239;nventariseerd.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_2__content_4" wId="gm0590_1-0__div_5__div_2__content_4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.2.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Inpasbaarheid in de ondergrond en de openbare ruimte</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Een alternatief voor aardgas moet inpasbaar zijn in de ondergrond en de openbare ruimte. Zo is het aanleggen van een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> niet altijd mogelijk door de complexe ondergrond die bijvoorbeeld voorkomt in een historische dijklint of binnenstad. <tekst:i>All-electric</tekst:i> vraagt vaak om extra verzwaring van het elektriciteitsnet, wat impact heeft op de openbare ruimte in de vorm van extra transformatorhuisjes in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef>. De inpasbaarheid van warmteopties is meegenomen in de afweging.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	    </tekst:Divisie>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_5__content_2" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Criteria voor volgorde buurten</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Naast het bepalen van de beste <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> is er ook een volgordelijkheid tussen de buurten. De buurten waar al gestart is met de aanleg van een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> zijn meestal buurten met woningcorporatiebezit en/of nieuwbouw. Woningcorporaties fungeren als startmotor in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> onder andere door de inzet van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)</tekst:IntRef>. Er kunnen ook koppelkansen zijn, zoals bijvoorbeeld riolering die moet worden vervangen in de komende paar jaar, dan hoeft de straat slechts &#233;&#233;n keer te worden opengebroken in plaats van twee keer. Of een nieuwbouwproject dat wordt aangesloten op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Ook speelt de ligging van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> ten opzichte van de duurzame bron een rol en/of er al een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> is aangelegd in omliggende buurten. Vanwege <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" scope="Begrip">netcongestie</tekst:IntRef> wordt er bewust nog niet gestart met een buurtaanpak in buurten waar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">all-electric</tekst:IntRef> de beoogde <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit is een overzicht in willekeurige volgorde van criteria die meespelen om prioritering tussen buurten aan te brengen:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_5__content_2__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>Haalbaarheid</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>Betaalbaarheid</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al>Netcongestie</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_d" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_d">
		    <tekst:Al>Woningvoorraad</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_e" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_e">
		    <tekst:Al>Investeringsagenda infrastructuur</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_f" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_f">
		    <tekst:Al>Investeringsagenda vastgoed</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_g" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_g">
		    <tekst:Al>Buurtontwikkeling</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_h" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_h">
		    <tekst:Al>Sociale karakteristieken van de buurt</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_5__content_2__list_o_1__item_i" wId="gm0590_1-0__div_5__content_2__list_o_1__item_i">
		    <tekst:Al>Contracteerbaarheid</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Daarnaast wordt de uitrol van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> bepaald door een combinatie van de kennis van het gebied, de expertise van alle betrokken partijen, de warmtenettrac&#233;s die al gerealiseerd zijn en het aardgasvrije perspectief dat eerder ontwikkeld is.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_5__content_3" wId="gm0590_1-0__div_5__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Perspectiefkaart per buurt</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor het bepalen van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef> per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> worden de uitgangspunten uit paragraaf 2.4, de afwegingscriteria uit paragraaf 3.2 en de prioriteringscriteria uit paragraaf 3.3 meegenomen. Buurten met een hoge dichtheid aan woningequivalenten en corporatiebezit zijn aantrekkelijk voor de aanleg van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Door de hoge dichtheid zijn er veel aansluitingsmogelijkheden (volloop) op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Dat zorgt voor een goedkoper <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> ten opzichte van een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> in een dun bebouwd gebied. In de Transitievisie Warmte zijn enkele gebieden voor een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aangewezen die relatief ver van elkaar vandaan liggen met daartussen geen kansrijk warmtenetgebied. Het is dan erg kostbaar om deze gebieden met elkaar te verbinden. De positionering van de duurzame bron en mogelijke koppelkansen zijn dan bepalend voor welke gebieden uiteindelijk daadwerkelijk worden aangesloten op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. In dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> deze slag gemaakt met de kennis die wij nu voor handen hebben. In bijlage 3 vindt u een toelichting op het warmteperspectief per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur eId="div_5__content_3__img_o_1" wId="gm0590_1-0__div_5__content_3__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Perspectiefkaart Warmte 2025</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="01_warmtekaart_2025.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="2806" hoogte="1984" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_5__content_4" wId="gm0590_1-0__div_5__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Uitnodigingskader</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> is het perspectief van de gemeente en stakeholders op de korte en lange termijn <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef>. Echter staat de gemeente open voor andere initiatieven via het uitnodigingskader. Voor het regionale <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_32" scope="Begrip">warmtekavel</tekst:IntRef> in de Drechtsteden is HVC de beoogde partij voor het publieke warmtebedrijf. Dit is de partner waar de Drechtsteden met stakeholders afgelopen jaren stappen hebben gezet in het zelfstandig ontwikkelen van een haalbaar regionaal <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Voor bronnetten en andere kleinschalige duurzame warmteoplossingen bestaat binnen de Drechtsteden het uitnodigingskader. Dit uitnodigingskader nodigt initiatiefnemers uit om met de gemeente in gesprek te gaan voor deze ontwikkelingen. Dit uitnodigingskader geldt voor zowel bewonersinitiatieven (die kunnen uitgroeien naar warmtegemeenschappen) als kleinschalige initiatieven die gebruik maken van de uitzonderingspositie in de Wcw. Dit gaat ook om initiatieven die eventueel gebruik willen maken van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">toegangsmodel voor derden (nTPA)</tekst:IntRef> voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> van HVC.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisie eId="div_5__div_3" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Energiesysteem toets</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_3__content_1" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_1">
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Een energiesysteem is het samenspel tussen de vraag en het aanbod van energie, en het transport en opslaan van energie. Onze vraag naar energie verandert. Het huidige systeem is daar niet meer goed op ingericht. Het stoppen met aardgas als belangrijkste bron voor het verwarmen van onze huizen heeft ook impact op het energiesysteem. Om de gevolgen in beeld te brengen, maken we gebruik van een digital twin. De digital twin is een online simulatiemodel met daarin de energiehuishouding per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> voor alle sectoren (gebouwde omgeving, industrie, land- en tuinbouw, mobiliteit en transport), en de energie-uitwisseling tussen de buurten in de regio, en tussen de regio en de rest van het land. De twin is al toegepast voor het provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) en perspectiefscenario&#x2019;s voor de transitie, en is daarnaast ook geschikt voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef>. Met de twin kunnen analyses worden uitgevoerd op regio-, gemeente-, en buurtniveau.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_3__content_2" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.6.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Uitgangspunten</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>De warmte perspectiefkaarten van alle zes de gemeenten zijn ingeladen in de Digital Twin. Om het effect van de gewenste warmteopties goed in beeld te brengen, is het belangrijk om alle sectoren, zoals vervoer en opwek van duurzame energie, te modelleren. Voor deze analyses zijn wij uitgegaan van een duurzaam toekomstbeeld met gemiddelde groeiprognoses voor duurzame energie en besparing. De belangrijkste aannames hierin zijn dat alle RES-doelstellingen zijn behaald, transport en personenvervoer grotendeels elektrisch zijn, en er flinke percentages zon op dak en thuisbatterijen zijn ge&#239;nstalleerd.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Daarnaast zijn we uitgegaan van de aansluitpercentages op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> zoals gehanteerd in de volloopscenario&#x2019;s van het warmtebedrijf (HVC). Hiermee heeft een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> die is aangegeven als warmtenetbuurt dus niet een aansluitpercentage van 100%, maar een deel hiervan. Dit deel is gebaseerd op een aangenomen aansluitpercentage per type woning en eigenaarschap (sociale huur, particulieren, grondgebonden, meergezinswoning), bijvoorbeeld 35-60% bij grondgebonden woningen in particulier eigendom en 85% bij appartementen in eigendom van een woningcorporatie.</tekst:Al>
		  <tekst:Al><tekst:u>Scenario&#x2019;s</tekst:u></tekst:Al>
		  <tekst:Al>We hebben de huidige situatie in beeld gebracht. Hierbij maakt warmte ongeveer 30% uit van de totale vraag naar energie, naast motorbrandstoffen en elektriciteit. Vervolgens zijn er twee toekomstscenario&#x2019;s doorgerekend:</tekst:Al>
		  <tekst:Lijst eId="div_5__div_3__content_2__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_2__list_o_1" type="expliciet">
		    <tekst:Li eId="div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_a">
		      <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>Het eerste scenario is als de warmte <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef>, zoals in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is beschreven wordt gerealiseerd.</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		    <tekst:Li eId="div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_2__list_o_1__item_b">
		      <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		      <tekst:Al>Het tweede scenario laat zien wat er gebeurt als het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> in de Drechtsteden blijft steken op het huidige niveau, en alle andere buurten kiezen voor warmtepompen.</tekst:Al>
		    </tekst:Li>
		  </tekst:Lijst>
		  <tekst:Al>Voor beide scenario&#x2019;s geldt dat aardgas voor een klein deel als warmtebron wordt meegenomen. Dit komt door hybride warmteoplossingen in de industrie en een aantal buurten.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	      <tekst:Divisietekst eId="div_5__div_3__content_3" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Nummer>3.6.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Effecten op het energiesysteem</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al><tekst:u>Regionaal</tekst:u></tekst:Al>
		  <tekst:Al>De hoeveelheid benodigde energie voor warmte neemt zowel in scenario 1 als 2 af, met respectievelijk 57% en 71%, zie figuur 1. Dat komt deels door isolatie en besparing. Het grootste deel wordt veroorzaakt door de effici&#235;ntie van warmtepompen ten opzichte van Cv-ketels. Warmtepompen kunnen van 1 kilowattuur elektriciteit ongeveer 4 kilowattuur warmte produceren, gebruikmakend van de omgevingswarmte.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Dit is ook de reden dat het energiegebruik voor warmte in scenario 2 lager is dan in scenario 1. Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> wordt hierin vervangen door warmtepompen, waarvan het elektriciteitsgebruik lager is om dezelfde hoeveelheid warmte mee te cre&#235;ren. Dit leidt wel tot een veel hogere elektriciteitsvraag ten behoeve van warmte. Dit leidt samen met de toegenomen elektriciteitsvraag, voornamelijk veroorzaakt door het elektrificeren van vervoer, tot problemen met <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" scope="Begrip">netcongestie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  <tekst:Figuur eId="div_5__div_3__content_3__img_o_1" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_3__img_o_1">
		    <tekst:Titel>Figuur 1: Energiegebruik naar sector in de Drechtsteden</tekst:Titel>
		    <tekst:Illustratie naam="02_energiegebruik_naar_sector.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="571" hoogte="560" alt="" dpi="150" uitlijning="start"/>
		  </tekst:Figuur>
		  <tekst:Al>Belangrijke kanttekening is dat in een toekomstbestendig energiesysteem voor elektriciteitsgebruik van warmtepompen in de winter veel opslag nodig zal zijn. De huidige (thuis)batterijen zijn hier te klein voor. Veel technieken voor seizoensopslag (denk bijvoorbeeld aan waterstof) hebben erg hoge verliezen, vaak wel tot twee derde van de origineel opgewekte elektriciteit.</tekst:Al>
		  <tekst:Al>Als we kijken naar een uitsplitsing van het energiegebruik voor warmte, figuur 2, zien we dat op dit moment aardgas verreweg de meest dominante warmtebron is. In het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> scenario (scenario 1) zien we dat het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> voor de zes deelnemende Drechtsteden gemeenten 46% van het energiegebruik van warmte voor zijn rekening neemt. Kijkend naar de totale warmtevraag wordt zelfs in dit scenario meer warmte geleverd door warmtepompen dan door het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>, echter door de eerder benoemde effici&#235;ntie van warmtepompen is de elektriciteitsvraag kleiner dan de vraag van warmte uit het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. In scenario 2 zijn warmtepompen de dominante warmtebron, met als gevolg een stijging van 28% van de huidige elektriciteitsvraag alleen al ten behoeve van warmte.</tekst:Al>
		  <tekst:Figuur eId="div_5__div_3__content_3__img_o_2" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_3__img_o_2">
		    <tekst:Titel>Figuur 2: Uitsplitsing energiegebruik voor warmte naar bron</tekst:Titel>
		    <tekst:Illustratie naam="03_uitsplitsing_energiegebruik_naar_bron.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="750" hoogte="456" alt="" dpi="150" uitlijning="start"/>
		  </tekst:Figuur>
		  <tekst:Al>Scenario 1 heeft twee grote voordelen ten opzichte van het scenario 2. De eerste is de eerder genoemde betere seizoensbalans en dus minder verliezen in opslag en conversie. De tweede is het verlagen van de piekbelasting op het elektriciteitsnet, momenteel een van de grootste bottlenecks in het energiesysteem. In beide toekomstscenario&#x2019;s neemt de piekbelasting op het elektriciteitsnet enorm toe (zie figuur 3). Dit komt voornamelijk door het elektrificeren van vervoer en transport, en door warmtepompen. Ondanks dat er in beide toekomstscenario&#x2019;s veel extra verzwaring nodig is, is de piekbelasting in scenario 1 13% lager dan in scenario 2. Hiermee is het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> een van de meest effectieve middelen tegen <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" scope="Begrip">netcongestie</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  <tekst:Figuur eId="div_5__div_3__content_3__img_o_3" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_3__img_o_3">
		    <tekst:Titel>Figuur 3: Piekbelasting afname elektriciteitsnet. Let op, dit is de piekbelasting van het volledige systeem, waarin naast warmte ook een flinke toename in de piekbelasting t.b.v. elektrische mobiliteit en andere elektrische apparaten is te zien.</tekst:Titel>
		    <tekst:Illustratie naam="04_piekbelasting_afname_elektriciteitsnet.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="750" hoogte="450" alt="" dpi="150" uitlijning="start"/>
		  </tekst:Figuur>
		  <tekst:Al><tekst:u>Lokaal</tekst:u></tekst:Al>
		  <tekst:Al>In Papendrecht zal het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> flink uitbreiden. Dit leidt tot een daling van 46% energiegebruik voor warmte. Dit is relatief weinig vergeleken met andere gemeentes door de beperktere inzet van warmtepompen. Dit is opnieuw wel zonder de verliezen voor de opslag van elektriciteit die in een geheel duurzaam energiesysteem nog meegenomen moeten worden voor warmtepompen. Het grote aandeel <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> leidt wel tot een flinke vermindering van maximale netbelasting op afname van 17%.</tekst:Al>
		  <tekst:Figuur eId="div_5__div_3__content_3__img_o_4" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_3__img_o_4">
		    <tekst:Titel>Figuur 4: Energiegebruik naar sector in Papendrecht</tekst:Titel>
		    <tekst:Illustratie naam="05_energiegebruik_naar_sector.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="353" hoogte="358" alt="" dpi="96" uitlijning="start"/>
		  </tekst:Figuur>
		  <tekst:Figuur eId="div_5__div_3__content_3__img_o_5" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_3__img_o_5">
		    <tekst:Titel>Figuur 5: Uitsplitsing energiegebruik voor warmte naar bron in Papendrecht</tekst:Titel>
		    <tekst:Illustratie naam="06_bronnen_warmtevraag.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="480" hoogte="290" alt="" dpi="96" uitlijning="start"/>
		  </tekst:Figuur>
		  <tekst:Figuur eId="div_5__div_3__content_3__img_o_6" wId="gm0590_1-0__div_5__div_3__content_3__img_o_6">
		    <tekst:Titel>Figuur 6: Piekbelasting afname elektriciteitsnet Papendrecht. Let op, dit is de piekbelasting van het volledige systeem, waarin naast warmte ook een flinke toename in de piekbelasting t.b.v. elektrische mobiliteit en andere elektrische apparaten is te zien.</tekst:Titel>
		    <tekst:Illustratie naam="07_piekbelasting_afname_elektriciteitsnet.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="480" hoogte="286" alt="" dpi="96" uitlijning="start"/>
		  </tekst:Figuur>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	    </tekst:Divisie>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_6" wId="gm0590_1-0__div_6">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>4.</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Juridisch kader</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_6__content_1" wId="gm0590_1-0__div_6__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In dit hoofdstuk zijn de ontwikkelingen uit de Wet Gemeentelijke Instrumenten <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">Warmtetransitie</tekst:IntRef> (Wgiw) toegelicht en is er een vooruitblik gegeven op de stappen na invoering van de Wet Collectieve Warmte (Wcw). Tot slot is de uitgevoerde plan-MER-beoordeling toegelicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is de eerste stap van een aantal instrumenten die vereist zijn vanuit verschillende wetgeving. Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is een verplicht programma onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">Omgevingswet</tekst:IntRef>. Dit programma verplicht de gemeente om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de doelen uit het programma worden gehaald. De Transitievisie Warmte blijft wel van kracht, maar het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> gaat &#x201c;voor&#x201d; bij eventuele tegenstrijdigheden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In onderstaand processchema is weergegeven hoe de volgorde van stappen eruit zou kunnen zien vanuit de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">Omgevingswet</tekst:IntRef>, de Wet Gemeentelijke Instrumenten <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">Warmtetransitie</tekst:IntRef> en de Wet Collectieve Warmte. Van dit processchema kan worden afgeweken.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur eId="div_6__content_1__img_o_1" wId="gm0590_1-0__div_6__content_1__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="07a_tijdslijn_wetgeving_warmtetransitie.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="1457" hoogte="560" alt="" dpi="220" uitlijning="start"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_6__content_2" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkelingen uit de Wgiw</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten de regie krijgen in de wijkgerichte aanpak om de gebouwde omgeving <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> te maken. Deze regierol is wettelijk verankerd in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_41" scope="Begrip">Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)</tekst:IntRef> en voor collectieve warmtesystemen ook in de Wet Collectieve Warmte (Wcw). De Wgiw treedt naar verwachting 1 januari 2026 in werking.<tekst:br/>Vanuit de Wgiw wordt de regierol geconcretiseerd in de beschrijving van de stappen van het planproces die uiteindelijk kunnen leiden tot de inzet van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef>. Met de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> kunnen gemeenten vanuit hun regierol gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De stappen in het planproces bestaan uit:</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>1) Warmteprogramma</tekst:strong> - de eerste stap is een verplicht programma onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">Omgevingswet</tekst:IntRef> (warmteprogramma). Gemeenten worden verplicht om het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> uiterlijk 31 december 2026 vast te stellen en deze elke 5 jaar te actualiseren. In het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> wordt het voornemen beschreven van de wijken waar mogelijk binnen 10 jaar de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> zal worden ingezet. Verder wordt (voor zover bekend) het handelingsperspectief van alle buurten of wijken beschreven.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>2) Buurt- of wijkuitvoeringsplan</tekst:strong> - Als tweede stap in het planproces in de Drechtsteden wordt het (vrijwillige) <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of wijkuitvoeringsplan gemaakt. In het buurt- of wijkuitvoeringsplan werken we de volgende 6 stappen uit in samenspraak met de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef>. De verwachting is dat de totstandkoming van een uitvoeringsplan minimaal 2 jaar duurt.</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_6__content_2__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_1" type="expliciet">
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Samen starten - kaders, uitgangspunten en procesplan voor besluitvorming vaststellen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Onderzoeken - variantenstudie warmteoplossingen en een wijkbesluit over de optimale aanpak nemen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Uitwerken - de gekozen aanpak uitwerken in een definitief ontwerp en uitvoeringsplan.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_1__item_d" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_1__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Besluiten - go/no go om tot uitvoering van het plan over te gaan.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_1__item_e" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_1__item_e">
		    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Aanbieden - aanbod aan bewoners en contracten voor werkzaamheden.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_1__item_f" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_1__item_f">
		    <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Uitvoeren - het uitvoeren van het plan voor een aardgasvrije <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al><tekst:strong>3) Wijziging omgevingsplan</tekst:strong> - Het daadwerkelijk aanwijzen van een gebied waar de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> wordt ingezet, gebeurt in het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">omgevingsplan</tekst:IntRef>. In het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> (stap 1) bereiden we het besluit om een gebied aan te wijzen beleidsmatig voor en geven we de begrenzing van het gebied aan. Daarnaast moet de motivatie van de inzet van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> en de wijziging van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">omgevingsplan</tekst:IntRef> aan een aantal vereisten voldoen:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_6__content_2__list_o_2" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_2__item_a" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_2__item_a">
		    <tekst:Al>De haalbaarheid van de gekozen warmteoplossing en de aanpak, voor bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_2__item_b" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_2__item_b">
		    <tekst:Al>De betaalbaarheid van de gekozen warmteoplossing, zowel de nationale kosten als de eindgebruikerskosten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_2__item_c" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_2__item_c">
		    <tekst:Al>De totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van de energie-infrastructuur met zich meebrengt.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_2__list_o_2__item_d" wId="gm0590_1-0__div_6__content_2__list_o_2__item_d">
		    <tekst:Al>De gevolgen voor de aanleg en het beheer van de energie-infrastructuur.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Hiermee ontstaat de juridische bevoegdheid om de levering van gas te be&#235;indigen. Deze vereisten hebben als doel dat inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, verhuurders en netbeheerder duidelijkheid over het beoogde tijdspad naar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> krijgen. De redelijke termijn die nu als minimaal wordt gezien voor dit tijdspad is 8 jaar. De gemeenteraad is bevoegd voor het wijzigen van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">omgevingsplan</tekst:IntRef>. Tegen het wijzigingsbesluit zelf staat beroep open bij de Raad van State. Daarmee is dit instrument vatbaar voor beroep. Het wijzigen van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">omgevingsplan</tekst:IntRef> is een nieuw instrument.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op dit moment bestaat er nog geen duidelijkheid over de inhoud van een wijziging van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">omgevingsplan</tekst:IntRef> voor de inzet van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef>. Voordat de Drechtsteden gemeenten de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> kunnen inzetten, zal het Rijk eerst duidelijkheid moeten geven via de uitwerking van de Wgiw in lagere uitvoeringsregelgeving: het Besluit gemeentelijke instrumenten <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> (Bgiw). Het Besluit gemeentelijke instrumenten <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> (Bgiw) is (anno april 2025) een concept algemene maatregel van bestuur (AMvB).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Drechtsteden zullen met deze versie van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> dan ook de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> niet kunnen inzetten. Een (partiele) herijking van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> zal bij meer duidelijkheid als eerste stap ingezet worden, alsook het voldoen aan de uitgangspunten van dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef>, zoals de beschikbaarheid van een haalbaar en betaalbaar aanbod voor alle bewoners.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_6__content_3" wId="gm0590_1-0__div_6__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Vooruitblik overgangsregeling en aanwijzingen na invoering Wcw</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor de uitwerking van de stappen volgend uit de invoering van de Wcw zijn op moment van schrijven de volgende stappen voorzien.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>1. Vaststellen (voorlopig) warmtekavel</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De Drechtsteden bepalen met elkaar de grootte van een of meerdere warmtekavels. De inrichting van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_32" scope="Begrip">warmtekavel</tekst:IntRef> is voor een groot deel afhankelijk van de lokaal beschikbare warmtebronnen en de verbondenheid daarvan. De grootschalige warmtebronnen in de regio worden op termijn met elkaar verbonden (Dordrecht, Sliedrecht, Papendrecht, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht). Voor de uitwerking van de kavelstrategie wordt gezamenlijk met de gemeenten in de regio en de betrokkenen bij het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> een proces opgestart om de opties en definitieve keuze rondom kavels te bepalen. Een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_32" scope="Begrip">warmtekavel</tekst:IntRef> kan na verdere uitwerking gewijzigd worden (Wcw artikel 2.8).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit proces is op dit moment qua termijn en inhoud nog niet verder te bepalen omdat de ontwikkeling van de Wcw nog niet is afgerond en het onduidelijk is wanneer de wet wordt ingevoerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>2. Aanwijzen publiek warmtebedrijf</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De hoofdregel uit de Wcw is dat alleen warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang kunnen worden aangewezen als publiek warmtebedrijf. In een publiek warmtebedrijf heeft een overheidsorganisatie, zoals de gemeente, de meerderheid van de aandelen. Door mede-eigenaar te zijn, heeft de gemeente invloed op de kosten en opbrengsten. Ook kan de gemeente zo beter bepalen uit welke bron de warmte voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> komt en voorrang geven aan lokale duurzame bronnen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een publiek warmtebedrijf biedt voordelen. Een publiek bedrijf kan goedkoper geld lenen, omdat de overheid garant staat. Het kan beter laten zien hoe de kosten ontstaan en waar het geld naartoe gaat. En het heeft niet het doel om winst te maken, maar om warmte te leveren tegen zo laag mogelijke kosten. Dit maakt warmtenetten haalbaar &#233;n betaalbaar. In de regio is op basis van vrijwilligheid al meer dan 10 jaar met HVC gewerkt aan de ontwikkeling en de totstandkoming van het huidige <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. De insteek is daarbij altijd geweest om een publiek warmtebedrijf neer te zetten. Daarmee loopt de regio voor op de invoering op de vereisten van de Wcw waarbij een warmtebedrijf in publieke handen voorgeschreven wordt. De inschatting is dan ook dat invoering van de Wcw voor het aanwijzen van een warmtebedrijf en de kavelstrategie een pragmatisch proces wordt.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Overgangsrecht</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Al>De Wcw geldt straks voor bestaande warmtenetten en warmtebedrijven. Warmtebedrijven die momenteel een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> exploiteren dat onder het overgangsrecht valt, worden op grond van de Wcw voor maximaal 30 jaar aangewezen als warmtebedrijf en het gebied waarover het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> zich uitstrekt wordt aangemerkt als een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_32" scope="Begrip">warmtekavel</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>3. Visie betaalbaarheid</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Als gemeente doen we er alles aan om de overstap naar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> wonen betaalbaar te maken voor onze inwoners. We weten dat er zorgen zijn over de kosten van de overstap en dat inwoners verschillend denken over het begrip betaalbaarheid. Daarom willen we dat er duidelijkheid komt, zodat iedereen precies weet wat we met betaalbaarheid bedoelen. Papendrecht bepaalt niet zelfstandig wat betaalbaar is. Het Rijk is bezig om dit uit te werken. De verwachting is dat er eind 2025 meer duidelijkheid over komt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dat betekent niet dat we nu niets kunnen doen. Ook wij houden ons bezig met dit vraagstuk. De gemeente Dordrecht heeft meegedaan aan een landelijk onderzoek met vijftien andere gemeenten over wat inwoners betaalbaar vinden en welke randvoorwaarden daarbij gelden. Zie voor de achtergronden paragraaf 2.3. De resultaten van het onderzoek zijn hieronder verwoord in onze visie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij het bepalen of een warmteperspectief betaalbaar is voor een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> hanteren we, in ieder geval tot er duidelijkheid is vanuit het Rijk, de volgende uitgangspunten:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_6__content_3__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_6__content_3__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_6__content_3__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_6__content_3__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>We streven ernaar dat zoveel mogelijk inwoners hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als de huidige maandelijkse kosten, of minder. We werken dit het liefst uit op basis van de verwachte eindverbruikerskosten op buurt- of wijkniveau. We kunnen gelijkblijvende of lagere kosten niet in individuele situaties garanderen. We houden bij het bepalen van de eindverbruikerskosten natuurlijk rekening met eventuele subsidies voor inwoners, maar ook voor het warmtebedrijf.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_3__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_6__content_3__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>Voor zover dat binnen onze bevoegdheden ligt, zorgen we ervoor dat een warmtebedrijf transparant is over de opbouw van de te hanteren tarieven. We streven ernaar om samen met het warmtebedrijf op buurt- of wijkniveau te onderzoeken onder welke voorwaarden individuele inwoners willen overstappen. Aspecten zoals mate van ontzorging, de timing, de verdeling van de lusten en de lasten in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> kunnen hierbij een rol spelen. We zijn duidelijk over welke andere voordelen overstappen op duurzame warmte er zijn en over de duurzaamheid van de warmtetechniek op buurt- of wijkniveau.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_6__content_3__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_6__content_3__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al>Betaalbaarheid is niet hetzelfde als financierbaarheid. Toegang tot financi&#235;le instrumenten, zoals subsidies en leningen met geen of een lage rente, zijn in sommige situaties noodzakelijk om de overstap te kunnen financieren.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_6__content_4" wId="gm0590_1-0__div_6__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Plan-MER-beoordeling</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In het kader van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is een zogeheten plan-MER-beoordelingsprocedure doorlopen. In de plan-MER-beoordelingsprocedure moet het bevoegde gezag (in dit geval de gemeente Papendrecht) nagaan of de ontwikkelingen in het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> kunnen leiden tot aanzienlijk (negatieve) milieueffecten, die het doorlopen van een (uitgebreide) plan-MER-procedure voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> noodzakelijk maken. De gemeente heeft een plan-MER-beoordelingsprocedure doorlopen, hieruit is gebleken dat naar verwachting de ontwikkelingen in dit programma niet zullen leiden tot aanzienlijke (negatieve) milieueffecten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er is voor de Drechtsteden gekozen voor een plan-MER-beoordelingsprocedure in plaats van een plan-MER-procedure. Deze keuze komt voornamelijk voort uit praktische redenen, zo was het streven om in mei 2025 een ontwerp-warmteprogramma aan te bieden aan de colleges. Deze planning is te krap voor een plan-MER-procedure, die kost minimaal een half jaar. Er is daarnaast geen meerwaarde gezien voor een plan-MER-procedure en het brengt ook veel meer kosten met zich mee. De warmtestrategie&#235;n zijn redelijk logisch en geven geen aanleiding voor alternatievenonderzoek. Een plan-MER-beoordeling geeft ook inzicht in milieueffecten, alleen op een hoger abstractieniveau dan een plan-MER-procedure. Daarnaast worden er geen juridische risico&#x2019;s verwacht, het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is alleen bindend voor de overheid die het opstelt en daarmee niet voor anderen voor hoger beroep vatbaar. Ook het plan-MER-beoordelingsbesluit is niet voor hoger beroep vatbaar, het is alleen bindend voor diegene die wel of geen plan-MER moet opstellen, in dit geval de gemeente.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_7" wId="gm0590_1-0__div_7">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>5.</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Aanpak tot en met 2035</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_7__content_1" wId="gm0590_1-0__div_7__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De komende 10 jaar gaan de gemeente en haar partners in vijf buurten aan de slag. Namelijk de Erasmusbuurt, Den Briel, Centrum, Kraaihoek-Zuid en de Schrijversbuurt. Met als belangrijkste randvoorwaarde ruimhartige subsidies vanuit het rijk om een haalbaar en betaalbaar aanbod te kunnen doen. Deze buurten zijn donker groen gearceerd op de kaart hieronder.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is niet mogelijk om in alle buurten tegelijkertijd aan de slag te gaan en daarom wordt er gestart in een aantal buurten, een toelichting op de volgordelijkheid is te lezen in paragraaf 3.3. In het volgende <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> wordt opnieuw bepaald welke buurten logisch zijn om in de 10 daaropvolgende jaren mee aan de slag te gaan. In de paragrafen van dit hoofdstuk wordt de aanpak per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> beschreven, deze aanpak ligt nog niet vast.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De aanpak in het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> vormt het startpunt voor het buurtproces. Samen met bewoners, ondernemers, onze partners en andere belangrijke organisaties in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> werken we aan een uitvoeringsplan waarin we deze aanpak vertalen naar de praktijk. De inbreng van bewoners heeft een bepalende rol in de aanpak per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef>, waardoor de hierna beschreven plannen nog kunnen wijzigen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Per buurt:</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Figuur eId="div_7__content_1__img_o_1" wId="gm0590_1-0__div_7__content_1__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="08_buurten_tot_2035.jpg" formaat="image/jpeg" breedte="2806" hoogte="1984" alt="" dpi="300" uitlijning="start"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_7__content_2" wId="gm0590_1-0__div_7__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Erasmusbuurt</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> Erasmusbuurt valt onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> Westpolder en heeft een woningvoorraad van 697 woningen. 51% van de woningen zijn koopwoning, 42% zijn corporatiebezit en 7% valt onder overige huur. Hiervan zijn 305 woningen met het woningtype appartement en het overige deel van de gebouwen in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> zijn voornamelijk tussen- en hoekwoningen of 2-onder-1 kapwoningen. Vrijwel alle gebouwen komen uit de bouwperiode 1960-1972.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Haalbaarheid</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Erasmusbuurt is al een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aanwezig wat aangesloten is op een tijdelijke warmtecentrale. Daarnaast zijn de woningen technisch gezien, met de huidige kennis, geschikt om aan te sluiten op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Samen met de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> wordt een mogelijke aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> nader onderzocht, met als doel om te komen tot een haalbaar en betaalbaar alternatief voor aardgas.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 zijn haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke randvoorwaarden. Zolang ruimhartige subsidies vanuit het rijk ontbreken, zullen er geen woningen worden aangesloten op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Tot die tijd zullen wij bewoners helpen en adviseren op welke wijze zij hun woning <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> ready kunnen maken en waar nodig de technische haalbaarheid gezamenlijk verder onderzoeken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Einddatum gaslevering</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>We voorzien voor de levering van aardgas nog geen einddatum.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_7__content_3" wId="gm0590_1-0__div_7__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Den Briel</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> Den Briel valt onder de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> Westpolder en heeft een woningvoorraad van 208 woningen. Ruim 99% (204 woningen) hiervan zijn corporatiebezit. De meeste woningen hebben het woningtype appartement. Het overige deel van de gebouwen zijn (bedrijfs-)panden. De meeste gebouwen, 86%, komen uit de bouwperiode 1965-1975, ongeveer 14% komt uit de bouwperiode van na 2000.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Haalbaarheid</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 zijn haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke randvoorwaarden. Uitdagingen lagen vooral bij het behalen van de 70% draagvlagregeling en de persoonlijke ondersteuning van de bewoners vanwege de hogere leeftijd. Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> is inmiddels gerealiseerd bij het corporatiebezit en omvat 204 aansluitingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Einddatum gaslevering</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>We voorzien voor de levering van aardgas nog geen einddatum.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_7__content_4" wId="gm0590_1-0__div_7__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Centrum</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> Centrum ligt in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> Westpolder en heeft een woningvoorraad van 673 woningen. Het merendeel, 54% hiervan zijn koopwoningen, 23% van de woningcorporatie en 32% overige huurwoningen. 567 woningen zijn appartementen en het overige deel van de gebouwen zijn voornamelijk tussen- of geschakelde woningen en enkele vrijstaande woningen. De gebouwen komen uit een zeer gevarieerde bouwperiode van 1917-2021.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Haalbaarheid</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In het centrum is al een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aanwezig wat aangesloten is op een tijdelijke warmtecentrale. Samen met de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> wordt een mogelijke aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> nader onderzocht, met als doel om te komen tot een haalbaar en betaalbaar alternatief voor aardgas.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 zijn haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke randvoorwaarden. Zolang ruimhartige subsidies vanuit het rijk ontbreken, zullen er geen woningen worden aangesloten op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Tot die tijd zullen wij bewoners helpen en adviseren op welke wijze zij hun woning <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> ready kunnen maken en waar nodig de technische haalbaarheid gezamenlijk verder onderzoeken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Einddatum gaslevering</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>We voorzien voor de levering van aardgas nog geen einddatum.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_7__content_5" wId="gm0590_1-0__div_7__content_5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Kraaihoek-Zuid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> Kraaihoek Zuid ligt in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> Kraaihoek en heeft een woningvoorraad van 975 woningen. Het merendeel hiervan, 77%, in deze <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> is corporatiebezit, 20% zijn koopwoningen en 3% valt onder overige huur. Er zijn 525 adressen met het woningtype tussenwoning en het overige deel van de gebouwen in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> zijn voornamelijk appartementen of hoekwoningen. Vrijwel alle gebouwen komen uit de bouwperiode 1933-1962.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Haalbaarheid</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In Kraaihoek-Zuid is al een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aanwezig wat aangesloten is op een tijdelijke warmtecentrale. Samen met de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> wordt een mogelijke aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> nader onderzocht, met als doel om te komen tot een haalbaar en betaalbaar alternatief voor aardgas.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 zijn haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke randvoorwaarden. Zolang ruimhartige subsidies vanuit het rijk ontbreken, zullen er geen woningen worden aangesloten op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Tot die tijd zullen wij bewoners helpen en adviseren op welke wijze zij hun woning <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> ready kunnen maken en waar nodig de technische haalbaarheid gezamenlijk verder onderzoeken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Einddatum gaslevering</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>We voorzien voor de levering van aardgas nog geen einddatum.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_7__content_6" wId="gm0590_1-0__div_7__content_6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Schrijversbuurt</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> Schrijversbuurt ligt in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> Westpolder en heeft een woningvoorraad van 846 woningen. Het merendeel van de woningvoorraad zijn koopwoningen met 77%, verder is 16% van de woningcorporatie en 7% overige huurwoningen. Er zijn hier 356 woningen met het woningtype tussenwoning, het overige deel kan worden opgesplitst in appartementen en hoekwoningen. De meeste gebouwen komen uit de bouwperiode van 1950-1970.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Haalbaarheid</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Schrijversbuurt is nog geen <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aanwezig, deze <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> grenst echter wel aan het beoogde <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> trac&#233; wat nog in ontwikkeling is. Zodra de planvorm van dit stuk trac&#233; concreter wordt, kan ook hier samen met de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> een mogelijke aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> nader worden onderzocht, met als doel om te komen tot een haalbaar en betaalbaar alternatief voor aardgas.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 zijn haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke randvoorwaarden. Zolang ruimhartige subsidies vanuit het rijk ontbreken, zullen er geen woningen worden aangesloten op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. Tot die tijd zullen wij bewoners helpen en adviseren op welke wijze zij hun woning <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> ready kunnen maken en waar nodig de technische haalbaarheid gezamenlijk verder onderzoeken.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Einddatum gaslevering</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>We voorzien voor de levering van aardgas nog geen einddatum.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_8" wId="gm0590_1-0__div_8">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>6.</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Warmtetransitie per doelgroep</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_1" wId="gm0590_1-0__div_8__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Tot nu toe is er in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> steeds per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> gekeken, maar in een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> bevinden zich verschillende doelgroepen. In dit hoofdstuk is per paragraaf het perspectief geschetst per doelgroep.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_2" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Utiliteit</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het Klimaatakkoord heeft voor utiliteitsbouw dezelfde ambitie vastgelegd als de woningbouw. Dit betekent dat ook voor utiliteitsbouw geldt dat deze in 2050 <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> zijn. Gemeenten zijn ook voor deze verduurzamingsopgave verantwoordelijk. Het gaat daarbij om commercieel en maatschappelijk vastgoed, zoals kantoren, bedrijfspanden, winkels, scholen, musea, zorg- en sportaccommodaties. Er zijn een aantal losse initiatieven met name op het gebied van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Verder benadert HVC actief utiliteit voor het aansluiten van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:u>Daarnaast lopen er 3 sporen op specifieke doelgroepen:</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_2__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>Convenant zorg (Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>(Toekomstig) convenant scholen (Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al>Ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed (Provincie Zuid-Holland)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al><tekst:u>De landelijke kaders waaruit verder doelgroepgericht de utiliteit benaderd worden:</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_2__list_o_2" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_2__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_2__item_a">
		    <tekst:Al>Energiebesparingsplicht geldt voor bedrijven en maatschappelijke instellingen, met een jaarlijks energieverbruik boven de grens van 50.000 kWh of 25.000 m3. Deze bedrijven en instellingen moeten alle maatregelen voor verduurzaming van het energiegebruik treffen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Potentieel wordt dit naar 7 jaar uitgebreid. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_2__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_2__item_b">
		    <tekst:Al>Financiering loopt via verschillende landelijke regelingen onder andere voor sportclubs, maatschappelijk vastgoed en investeringssubsidies voor duurzame energie, en verschillende fiscale regelingen voor ondernemers voor milieu- en energie investeringen4.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al><tekst:u>Wat zijn de uitdagingen?</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_2__list_o_3" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_3" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_3__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_3__item_a">
		    <tekst:Al>Er bestaat momenteel geen regionale aanpak voor utiliteit buiten bedrijventerreinen, dus alle gemeenten zijn individueel aan zet voor deze aanpak. De Provincie ondersteunt alleen op verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_3__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_3__item_b">
		    <tekst:Al>Gebiedsgericht versus doelgroep gericht - lopende initiatieven zijn met name op specifieke doelgroepen gericht. Dit is een andere aanpak dan de gebiedsgerichte aanpak van de uitvoeringsplannen. Het is zinvol om de synergie tussen deze sporen te gaan zoeken. De bedrijventerreinen aanpak (paragraaf 6.6) is hier een goed voorbeeld van.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_3__item_c" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_3__item_c">
		    <tekst:Al>Gemeentelijk vastgoed als voorbeeldfunctie - idealiter is het gemeentelijk vastgoed koploper en het voorbeeld voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> maken van de utiliteit. De voorbeeldfunctie van gemeentelijk vastgoed voor het bereiken van de diverse doelgroepen is een belangrijke stap in het cre&#235;ren van draagvlak voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> in de directe omgeving van inwoners.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al><tekst:u>Uitgangspunten voor dit Warmteprogramma</tekst:u></tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_2__list_o_4" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_4" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_4__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_4__item_a">
		    <tekst:Al>Iedere gemeente werkt met HVC een uitvoeringsplan uit voor het aansluiten van gemeentelijk vastgoed, waarin gewerkt wordt naar het aansluiten onder redelijke voorwaarden en binnen een tijdspad dat past in de natuurlijke vervanging van installaties.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_2__list_o_4__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_2__list_o_4__item_b">
		    <tekst:Al>Uitbouwen ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed vanuit de provincie met de kaders en perspectieven van de warmte perspectiefkaarten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_3" wId="gm0590_1-0__div_8__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Sociale woningbouw</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De woningcorporaties in de Drechtsteden werken met de gemeenten en HVC gezamenlijk aan het aansluiten van woningen op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>. De woningcorporaties hebben de afgelopen jaren de rol van startmotor op zich genomen, zoals beschreven in het Klimaatakkoord van 2019 en de Nationale Prestatieafspraken van 2022. Dit betekent dat de woningcorporaties de eerste partij zijn in een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> waar het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> wordt aangesloten. Ook worden de belangen van de huurders meegenomen in deze trajecten door waardevolle samenwerkingen met huurdersverenigingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De woningcorporatie is het aanspreekpunt voor huurders bij het aansluiten van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> en informeert huurders zodra de woning aan de beurt is. HVC is verantwoordelijk voor afhandeling van de contracten met de huurders en de realisatie van de aansluitingen. In de perspectiefkaarten is te zien op welke termijn verwacht wordt dat dit gaat spelen. Is de aardgasvrije oplossing nog niet gekozen, dan is de woningcorporatie dit nog met de gemeente aan het onderzoeken. Ondertussen kunnen huurwoningen wel transitie gereed of voorbereid worden op de aardgasvrije oplossing door isolatie, ventilatie en elektrisch koken aan te passen of te verbeteren in de woning.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_4" wId="gm0590_1-0__div_8__content_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Overige huurwoningen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Ook voor huurwoningen in de vrije sector van woningcorporaties, institutionele beleggers, zakelijke verhuurders en particuliere verhuurders is de overstap naar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> belangrijk. De eigenaren van deze woningen maken ook aanspraak op subsidie zoals de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er zijn binnen de Drechtsteden geen collectieve afspraken voor de verduurzaming van deze woningen. Wel worden al deze woningen ook in het buurt- of wijkuitvoeringsplan meegenomen door de gemeente.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_5" wId="gm0590_1-0__div_8__content_5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Vereniging van Eigenaren (VvE&#x2019;s)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Vereniging van Eigenaren moeten gezamenlijk besluiten over de verduurzaming van hun gebouw. De voorbereiding van deze besluitvorming kost veel tijd en begeleiding. Het is te adviseren minimaal 3 jaar voor de feitelijke uitvoering te starten met het proces rondom de besluitvorming. Voor VvE's die niet actief zijn (geen beslissingen maken over onderhoud) is een veel langer traject nodig en kan de doorlooptijd tussen de 7 en 10 jaar vari&#235;ren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Rijksoverheid heeft een aantal belemmeringen in beeld gebracht om de verduurzaming van VvE's te versnellen. Met name de opkomsteis en een verhoogde meerderheid bij VvE-vergaderingen met besluitvorming zijn aangemerkt als vertragende factor.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De overheid werkt daarom aan wetgeving en trajecten voor:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_5__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_8__content_5__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_5__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_5__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>Eenvoudigere besluitvorming</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_5__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_5__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>Betere ondersteuning bij verduurzaming</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_5__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_8__content_5__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al>Aanstellen van procesbegeleiders en landelijk vve-verduurzamingsloket</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_5__list_o_1__item_d" wId="gm0590_1-0__div_8__content_5__list_o_1__item_d">
		    <tekst:Al>Verbeterde subsidies en leningen</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Er zijn binnen de Drechtsteden geen collectieve afspraken voor de verduurzaming van deze woningen. Wel zullen al deze woningen ook in het buurt- of wijkuitvoeringsplan worden meegenomen door de gemeente.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vereniging van Eigenaren zijn een belangrijke doelgroep om tot een bijna energieneutraal Papendrecht te komen. Via het platform Duurzaam-Drechtsteden.nl/Papendrecht kunnen VvE&#x2019;s en hun leden informatie vinden over verduurzamingsmogelijkheden, energiebesparing en landelijke regelingen voor VvE&#x2019;s.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In 2026 wordt er vanuit de gemeente procedurele hulp geboden aan VvE's om tot verduurzaming te komen. VvE's die kansrijk zijn om op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aan te sluiten krijgen voorrang, mits dit de haalbaarheid van de aanleg van een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> vergroot. De mogelijkheden om VvE&#x2019;s extra te ondersteunen met betrekking tot informatie over verduurzaming, de organisatie en procedures wordt verder onderzocht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Als aansluiting van de VvE&#x2019;s op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> kansrijk wordt geacht, zal de VvE in contact worden gebracht met het warmtebedrijf.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_6" wId="gm0590_1-0__div_8__content_6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Eigenaar grondgebonden woning</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor particuliere eigenaren van grondgebonden woningen is er minder complexiteit in de besluitvorming om over te stappen naar een andere <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">warmteoptie</tekst:IntRef>. Daarentegen is de betaalbaarheid een groter punt omdat de kosten niet collectief kunnen worden gedeeld. Iedere woningeigenaar bepaalt voor zich. Echter zorgt dit er meteen ook voor dat het tempo waarin dit gebeurt niet te sturen valt. De ervaring, ook met isolatieaanpak, leert dat een blok voor blok aanpak bij eengezinswoningen niet werkt. De natuurlijke momenten voor besluitvorming binnen een blok wisselen daarvoor te veel. Wel is uiteraard gebruik te maken van eigen inzet en groepsvorming van bewoners zelf (bottom-up). Voor eigenaar-bewoners is individuele ondersteuning te krijgen via het Energieloket van de Drechtsteden (duurzaam-drechtsteden.nl).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_7" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Bedrijventerreinen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De aanpak voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> maken van bedrijventerreinen is deels&#x202f;een andere opgave dan die van woonwijken. Dit is de reden dat in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" scope="Begrip">perspectiefkaart</tekst:IntRef> deze terreinen een ander label krijgen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er zijn verschillende redenen waarom bedrijventerreinen een ander label krijgen:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_7__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al>De warmtebehoefte is anders. Bedrijventerreinen hebben een grotere verscheidenheid in energiegebruik en warmtebehoefte. Een lagere warmtevraag voor kantoren en specifieke temperatuurvereisten voor industri&#235;le processen maken bijvoorbeeld een standaard aanpak minder geschikt. Dit maakt een uniforme aanpak complexer dan in woonwijken.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al>De verduurzaming van bedrijven, kantoren en de industrie vallen vaak onder andere beleidskaders en regelgeving ten aanzien van bijvoorbeeld <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> en energiebesparing.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Het is echter belangrijk om te kijken naar bedrijventerreinen, vooral als er kansen zijn voor uitwisseling van <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_24" scope="Begrip">restwarmte</tekst:IntRef> met de omgeving of collectieve warmteoplossingen. Geen perspectief bieden aan bedrijven, leidt tot situaties van een &#x2018;stilstand&#x2019; of bedrijven besluiten te elektrificeren en dat moeten we willen voorkomen.&#x202f;Collectieve oplossingen hebben de voorkeur boven individuele oplossingen&#x202f;in verband met <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" scope="Begrip">netcongestie</tekst:IntRef>.&#x202f;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kans die er speelt voor bedrijventerreinen is het volgende: In de gehele Drechtsteden bevinden zich 64 bedrijventerreinen en in 2025 zijn 17 daarvan al gestart met het opzetten van&#x202f;energieco&#246;peraties. De regio werkt in de komende vier jaar toe om op nog 45&#x202f;bedrijventerreinen energiehubs op te richten.&#x202f;Daarvoor werkt de regio nauw samen met de Werkgevers Drechtsteden. De ondernemers zijn hierbij in de lead en zetten een zogeheten Innovatietafel Energiedelen op. De gemeenten zijn faciliterend door het beschikbaar stellen van een energie-expert en digital twin (zie paragraaf 3.6).&#x202f;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Energieco&#246;peraties&#x202f;zijn lokale samenwerkingen tussen gebruikers en producenten van energie. In een energiehub wordt energieopwek, -transport, -opslag, -conversie en -verbruik op elkaar afgestemd. Deze afstemming wordt in eerste instantie gebruikt om <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" scope="Begrip">netcongestie</tekst:IntRef> tegen te gaan, maar energieco&#246;peraties&#x202f;gaan niet alleen over elektriciteit. Een energieco&#246;peratie&#x202f;kan bijvoorbeeld ook worden gebruikt om samen warmte en duurzame gassen te&#x202f;verbruiken, uit te wisselen en/of te produceren.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>De uitgangspunten voor het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> maken van bedrijventerreinen:</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_7__list_o_2" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_a">
		    <tekst:Al>Het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> maken van bedrijventerreinen gaat fasegewijs. Hierbij doorlopen we de volgende stappen:</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst eId="div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		      <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_1">
			<tekst:Al>Het identificeren van kansen</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_2">
			<tekst:Al>Het cre&#235;ren van betrokkenheid van ondernemers</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_3" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_3">
			<tekst:Al>Het (nader) onderzoeken van warmtealternatieven</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_4" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_a__list_o_1__item_4">
			<tekst:Al>Het organiseren van financiering en ondersteuning</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_b">
		    <tekst:Al>We starten met een onderzoek naar het identificeren van kansen voor de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> op bedrijventerreinen. Welke bedrijven hebben <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_24" scope="Begrip">restwarmte</tekst:IntRef> en/of kunnen bijvoorbeeld aansluiten bij het warmtenet? Of zijn er bedrijventerreinen die naast woonwijken liggen waar mogelijke synergie in uitwisseling van energie kan worden gerealiseerd?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_c" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_c">
		    <tekst:Al>We sluiten aan bij lopende projecten en initiatieven.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_d" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_d">
		    <tekst:Al>In de aanpak van de energieco&#246;peraties&#x202f;wordt warmtetransitie&#x202f;als&#x202f;een vast onderdeel&#x202f;meegenomen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_7__list_o_2__item_e" wId="gm0590_1-0__div_8__content_7__list_o_2__item_e">
		    <tekst:Al>Nieuwe bedrijventerreinen worden sinds 1 juli 2018 gasloos opgeleverd. Op elk nieuw bedrijventerrein dat wordt gerealiseerd is de ambitie om aan de voorkant te starten met een energieco&#246;peratie&#x202f;en hier ook meteen de warmtevraag in mee te nemen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_8" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Nieuwbouw</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Sinds 2018 moet alle nieuwbouw <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aardgasvrij</tekst:IntRef> worden opgeleverd. De eisen voor bijna energie-neutrale gebouwen (BENG) zorgen ervoor dat nieuwbouw goed ge&#239;soleerd is en een lage warmtevraag heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het uitgangspunt om nieuwbouw wel of niet op een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> aan te sluiten, wordt door een gemeente bepaald op basis van het beleid in haar <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef>. Als een initiatiefnemer van woningbouw de kosten van de aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> te hoog vindt, moet de initiatiefnemer dit aantonen door een vergelijkende berekening tussen <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> en <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef> (of gelijkwaardig). Deze berekening dient gemaakt te worden door een onpartijdige deskundige derde partij.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het nadeel van nieuwbouwwoningen is dat de koelbehoefte bij goed ge&#239;soleerde woningen groter is. Met name bij woningen gebouwd voor 2021 want toen was de TOjuli eis, de indicator die sinds 2021 geldt voor het risico voor temperatuuroverschrijding in de maand juli, nog niet in werking. Ontwerpen met deze indicator zorgen voor een woning die beter bestand zijn tegen hittestress en hebben als voordeel dat actieve koeling (die de energievraag van woningen vergroten) voorkomen kan worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunten voor de technische oplossing:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_8__list_o_1" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_1" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_1__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_1__item_a">
		    <tekst:Al><tekst:strong>Netbewust</tekst:strong> - Dit betekent dat energiesystemen worden gezocht die minder elektriciteit verbruiken (met name op piekmomenten) en dus het elektriciteitsnet minder belasten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_1__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_1__item_b">
		    <tekst:Al><tekst:strong>Collectieve</tekst:strong> oplossingen hebben daarin de voorkeur (vanwege het beheersen van de piekbelasting).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_1__item_c" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_1__item_c">
		    <tekst:Al><tekst:strong>Passief koelen</tekst:strong> heeft de voorkeur, inclusief warmtewering, nachtventilatie en de inrichting van de buitenruimte. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de ladder van koeling.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Bij nieuwe ontwikkelingen verwachten we dat deze een bijdrage leveren aan de doelen uit de Omgevingsvisie 2.0. E&#233;n van die doelen is dat Papendrecht in 2040 klimaatbestendig en bijna energieneutraal is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>We werken toe naar het vervangen van energie die is opgewekt met fossiele brandstoffen door schone energie. Daar waar mogelijk gaan we verder dan de landelijke regelgeving mits prestaties in de praktijk haalbaar zijn. Ook is er aandacht voor koeling, waarbij we verdere elektrificatie van de gebouwde omgeving proberen te voorkomen, onder andere via de 3-30-300 regel.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:i>Voorkeursvolgorde voor warmte</tekst:i></tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Regionale Energiestrategie 1.0 en de Omgevingsvisie heeft Papendrecht een voorkeursvolgorde voor warmte opgenomen (zie ook 3.2.2.).</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_8__list_o_2" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_2" type="expliciet">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_2__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_2__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Aanwezige warmte: <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_24" scope="Begrip">restwarmte</tekst:IntRef> van bedrijven, zoals HVC. Dit is een duurzaam alternatief en maatschappelijk gezien de goedkoopste.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_2__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_2__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Op te waarderen warmte: warmte uit bodem, lucht of water die wordt opgewaardeerd via een <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">warmtepomp</tekst:IntRef>. Een goed alternatief voor wijken met relatief jonge bebouwing en daar waar het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> niet komt.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_2__item_c" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_2__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Te maken warmte: <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">duurzaam gas</tekst:IntRef>. Een mogelijke bron op de zeer lange termijn en dan met name voor de historische binnenstad met monumenten waar het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> niet komt en die niet voldoende ge&#239;soleerd kunnen worden.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Bij nieuwbouw ontwikkelingen in <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> buurten zoals aangegeven in de warmtekaart van Papendrecht wordt er in de planfase onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> alvorens er naar alternatieven wordt gekeken. Dat sluit aan bij de gemeentelijke doelstellingen voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving en het beperken van de elektriciteitsvraag.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het onderzoek van de planfase moeten de onderstaande aspecten worden onderzocht:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst eId="div_8__content_8__list_o_3" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_3" type="ongemarkeerd">
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_3__item_a" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_3__item_a">
		    <tekst:Al>De haalbaarheid van aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li eId="div_8__content_8__list_o_3__item_b" wId="gm0590_1-0__div_8__content_8__list_o_3__item_b">
		    <tekst:Al>De betaalbaarheid van de aansluiting op het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_8__content_9" wId="gm0590_1-0__div_8__content_9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Warmtegemeenschap</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In het uitnodigingskader van dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> en ook de nieuwe <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_38" scope="Begrip">Wet collectieve warmte (Wcw)</tekst:IntRef> wordt nadrukkelijk de rol van lokale initiatieven benadrukt. Deze initiatieven kunnen groeien naar de status van offici&#235;le <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_31" scope="Begrip">warmtegemeenschap</tekst:IntRef> zoals bedoeld in de Wcw of energiegemeenschap zoals bedoeld in de Energiewet. We denken hierbij aan buren die met elkaar een eigen warmtebron of bronnet willen aanleggen of een onderzoek willen doen naar de alternatieven. Ook een bestaande energieco&#246;peratie van bedrijven valt onder deze definitie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Financi&#235;le ondersteuning in de aanloopfase van deze initiatieven wordt o.a. verzorgd door Provincie Zuid-Holland via de Lokale initiatieven regeling (2023). Deze regeling is beschikbaar tot medio 2027. Vereisten voor deze aanvraag zijn onder andere: er is draagvlak in de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> of <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">wijk</tekst:IntRef> voor het initiatief, naast de gemeente en het initiatief is er een andere privaatrechtelijke partij bij de samenwerking betrokken en er is aandacht voor inclusiviteit. Organisatorisch kunnen bewonersinitiatieven via verschillende instanties zoals Energiesamen Zuid-Holland en LSA bewoners ondersteuning ontvangen in kennis, proces en organisatie voor het initiatief.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie eId="div_9" wId="gm0590_1-0__div_9">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>7.</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Monitoring en evaluatie</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_9__content_1" wId="gm0590_1-0__div_9__content_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om de voortgang naar een aardgasvrije gemeente in 2050 te kunnen bijhouden is het belangrijk om te monitoren. Dit is verplicht voor buurten waar in de komende 10 jaar het voornemen is de Wgiw in te zetten. Men moet zeker weten dat een alternatief voor aardgas voor alle gebouweigenaren daadwerkelijk beschikbaar en toegepast is voordat de levering van aardgas stopt. Dit heet de vergewisplicht. Ook is het belangrijk om de aanpak te evalueren en waar nodig bij te stellen. In dit hoofdstuk is de monitorings- en evaluatieaanpak toegelicht.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_9__content_2" wId="gm0590_1-0__div_9__content_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>7.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Monitoring</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om de voortgang van de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" scope="Begrip">warmtetransitie</tekst:IntRef> goed te kunnen monitoren worden een aantal indicatoren bijgehouden, deze zijn toegelicht in de volgende tabel.</tekst:Al>
		<tekst:table eId="div_9__content_2__table_o_1" wId="gm0590_1-0__div_9__content_2__table_o_1">
		  <tekst:title/>
		  <tekst:tgroup align="left" cols="4">
		    <tekst:colspec colname="col1" colnum="1"/>
		    <tekst:colspec colname="col2" colnum="2"/>
		    <tekst:colspec colname="col3" colnum="3"/>
		    <tekst:colspec colname="col4" colnum="4"/>
		    <tekst:thead valign="top">
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Indicator</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Uitwerking</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Frequentie</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>Bron/actiehouder</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		    </tekst:thead>
		    <tekst:tbody valign="top">
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Isolatiegraad</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Zie toelichting onder deze tabel</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Jaarlijks</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>Gemeente</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Hoofdverwarmings-installatie</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Samenvatting per buurt (cv-ketel, warmtenet, warmtepomp, anders)</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Jaarlijks</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>CBS</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Betaalbaarheid van de warmtetechnieken</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Actualisatie van de inschatting van eindgebruikerskosten voor de gekozen warmtetechnieken per buurt</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Incidenteel</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>Gemeente</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Gasverbruik gebouwen</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Gemiddeld gasverbruik per buurt</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Jaarlijks</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>CBS</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Bewonersbewustzijn</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Bewonersenqu&#234;te</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Tweejaarlijks</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>Gemeente</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Aantal aansluitingen warmtenet*</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Aantal aangesloten gebouwen op het warmtenet voor gebieden waar een warmtenet wordt gerealiseerd, zie toelichting onder deze tabel</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Halfjaarlijks</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>HVC</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Opt-out*</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Aantal gebouweigenaren dat gemeld heeft een alternatieve warmteoplossing te willen realiseren en het aantal dat dit al gerealiseerd heeft in een gebied waar een collectieve oplossing wordt gerealiseerd</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Jaarlijks</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>Gemeente</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		      <tekst:row>
			<tekst:entry colname="col1">
			  <tekst:Al>Aantal aardgasvrije gebouwen*</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col2">
			  <tekst:Al>Aantal gebouwen zonder aardgasaansluiting</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col3">
			  <tekst:Al>Jaarlijks</tekst:Al>
			</tekst:entry>
			<tekst:entry colname="col4">
			  <tekst:Al>Stedin</tekst:Al>
			</tekst:entry>
		      </tekst:row>
		    </tekst:tbody>
		  </tekst:tgroup>
		</tekst:table>
		<tekst:Al>* Alleen in gebieden waar de gemeente de <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aanwijsbevoegdheid</tekst:IntRef> inzet, moet deze data gedeeld worden.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Isolatiegraad</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>De wens is om op termijn voor iedere woning de isolatiegraad inzichtelijk te hebben, dit is een grote opgave. De focus ligt daarom in eerste instantie op de buurten die nu een besparingsbuurt perspectief hebben. Voor deze buurten wordt de komende 5 jaar actief de isolatiegraad gemonitord zodat bij de herijking van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> het perspectief voor deze <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> kan worden geactualiseerd. Het monitoringsplan hiervoor moet nog verder worden vormgegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Al><tekst:strong>Aantal aansluitingen warmtenet</tekst:strong></tekst:Al>
		<tekst:Al>Om de voortgang van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" scope="Begrip">warmtenet</tekst:IntRef> goed te kunnen monitoren is er allereerst een startpunt nodig, zie de warmtenetaansluitingen per <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">buurt</tekst:IntRef> in bijlage 5 (peildatum 20 februari 2025).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst eId="div_9__content_3" wId="gm0590_1-0__div_9__content_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>7.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Evaluatie en herijking</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De uitkomsten van de monitoring worden jaarlijks besproken met het ambtelijk projectteam. Daarbij betrekken we onze partners en de regio. We maken een monitoringsverslag dat wordt gedeeld met de gemeenteraad. Hierin doen we ook een aanbeveling voor het uitvoeringstempo in relatie tot de risico&#x2019;s en kansen met betrekking tot betaalbaarheid, <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" scope="Begrip">netcongestie</tekst:IntRef> en draagvlak. Bij de vaststelling van het volgende <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> in 2030 beschrijven we de voortgang van de periode 2025-2030. Het huidige <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> kijkt terug op de periode 2021-2025, zie bijlage 4.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De plannen in dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> worden aangepast als de evaluaties daar aanleiding tot geven. Als dit gevolgen heeft voor budget, planning of doelen neemt het managementteam van de gemeente hierover een besluit. In andere gevallen besluit het projectteam. Het is denkbaar dat de evaluatie ertoe leidt dat dit <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> gewijzigd moet worden. Bijvoorbeeld om een volledig andere warmteoplossing mogelijk te maken dan hier is beschreven. Voor een dergelijke wijziging van het <tekst:IntRef ref="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">warmteprogramma</tekst:IntRef> is een nieuw besluit van het college van B&amp;W nodig.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	</tekst:Lichaam>
	<tekst:Bijlage eId="cmp_I" wId="gm0590_1-0__cmp_I">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>I</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Begrippen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst eId="cmp_I__content_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_I__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Begrippenlijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1">
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <tekst:Term>aanwijsbevoegdheid</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Onderdeel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is de aanwijsbevoegdheid. Die biedt gemeenten de mogelijkheden om in het omgevingsplan binnen hun grondgebied gebieden aan te wijzen die binnen een bepaalde termijn overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dan dus eindigt.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <tekst:Term>aardgasvrij</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos, er kan duurzaam gas worden toegepast.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <tekst:Term>afleverset</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Bij een warmtenet wordt er gebruik gemaakt van een afleverset in de woning. De afleverset bevindt zich in de meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van de woning bereikt.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <tekst:Term>all-electric</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp).</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
		  <tekst:Term>aquathermie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater dat kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet of lokaal bronnet.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
		  <tekst:Term>buurt</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Het is op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen afgebakend.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
		  <tekst:Term>duurzaam gas</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of geproduceerd is met duurzame energie, zoals biogas of groene waterstof.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
		  <tekst:Term>geothermie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Warmte afkomstig uit de aarde (aardwarmte) die ingezet kan worden als bron voor warmtenetten.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
		  <tekst:Term>hoge temperatuur-verwarming</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 75 graden of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
		  <tekst:Term>hybride warmteoplossing</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Warmtelevering met elektrische oplossing, vaak een warmtepomp, in combinatie met een cv-ketel op gas. Een klein maar noodzakelijk deel van de warmte wordt opgewekt door verbranding van een gas. Op langere termijn moet hier worden uitgegaan van een duurzaam gas.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
		  <tekst:Term>investeringssubsidie duurzame energie (ISDE)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De ISDE kan worden gebruikt om een woning te verduurzamen. Je kunt subsidie aanvragen nadat je een (hybride)warmtepomp, zonneboiler of elektrische kookvoorziening laat installeren. Of nadat je een woning isoleert of deze aansluit op een warmtenet.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_12" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
		  <tekst:Term>isolatiestandaard</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De standaard is de term die gebruikt wordt voor de nieuwe standaard voor woningisolatie. Deze standaard geeft aan wanneer de woning goed genoeg ge&#239;soleerd is om aardgasvrij te worden. De standaard is er voor woningen van voor 1945 en voor na 1945.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
		  <tekst:Term>lage temperatuur-verwarming</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 graden of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
		  <tekst:Term>lokaal bronnet</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet in combinatie met een warmtepomp in het gebouw. Een bekende vorm is de warmte-koudeopslag (WKO).</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
		  <tekst:Term>midden temperatuur-verwarming</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 tot 75 graden wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
		  <tekst:Term>netcongestie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>File op het elektriciteitsnet. Netcongestie treedt op als de volledige capaciteit van het net is bereikt. Hierdoor kunnen bedrijven, nieuwbouw- en energieprojecten vaak geen of minder extra elektriciteit afnemen of terugleveren.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_17">
		  <tekst:Term>onderzoeksbeeld</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Het onderzoeksbeeld geeft weer welke warmteoptie in welke buurt de laagste nationale kosten heeft. Aan het onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies ten grondslag.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_18">
		  <tekst:Term>omgevingsplan</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Een omgevingsplan bevat algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving, waaronder de warmtevoorziening. Iedere gemeente heeft &#233;&#233;n omgevingsplan onder de Omgevingswet.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_19">
		  <tekst:Term>omgevingswet</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_20" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_20">
		  <tekst:Term>opt-out</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De mogelijkheid waarbij gebouweigenaren niet kiezen voor de beoogde warmteoptie in de buurt, maar hij/zij zelf voor een gelijkwaardig alternatief zorgt (de opt-out regeling).</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_21">
		  <tekst:Term>perspectiefkaart</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De perspectiefkaart geeft voor iedere buurt de beoogde warmteoptie en bijbehorende tijdsaanduiding weer.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_22" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_22">
		  <tekst:Term>provinciale meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat (pMIEK)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>In het pMIEK wordt op provinciaal niveau keuzes vastgelegd over energie-infrastructuurprojecten, zoals hoogspanningsleidingen, transformatorstations of waterstofleidingen.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_23" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_23">
		  <tekst:Term>regionale energiestrategie (RES)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>In de RES onderzoeken 30 energieregio&#x2019;s hun vraag naar warmte en elektriciteit en geven ze aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_24" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_24">
		  <tekst:Term>restwarmte</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Warmte die vrijkomt bij industri&#235;le processen en gebruikt wordt als bron voor warmtenetten.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_25" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_25">
		  <tekst:Term>stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor verhuurders die de overstap willen maken van aardgas naar een lokaal of regionaal warmtenet. De regeling biedt een tegemoetkoming in de kosten die binnen en buiten de woning gemaakt moeten worden voor de aansluiting op een andere warmtebron.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_26" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_26">
		  <tekst:Term>toegangsmodel voor derden (nTPA)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>HVC (in het geval van onze regio) dient andere warmteleveranciers tegen een redelijke vergoeding toegang te verlenen/bieden tot de door haar aangelegde thermische infrastructuur zodat andere warmteleveranciers daarvan gebruik kunnen maken.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_27" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_27">
		  <tekst:Term>transitievisie warmte (TVW)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Document opgesteld in 2021 waar op gemeenteniveau richting is gegeven aan een aardgasvrije toekomst. De TVW is gebruikt als basis voor dit warmteprogramma. Bij tegenstrijdigheden tussen de TVW en het warmteprogramma is het warmteprogramma leidend.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_28" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_28">
		  <tekst:Term>transitiepad</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>In een transitiepad schetsen we per buurt de route om tot een warmteoptie te komen.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_29" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_29">
		  <tekst:Term>Uitvoeringsplan</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Per buurt of wijk wordt een uitvoeringsplan opgesteld om dit gebied met een gebiedsgerichte aanpak aardgasvrij te maken. Dit plan wordt samen met bewoners en gebouweigenaren uit de buurt of wijk bepaald. De nationale kosten, kosten voor bewoners/gebouweigenaren en de lokale situatie worden hierin meegewogen.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_30">
		  <tekst:Term>versnellingsprogramma</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Regionaal document dat in januari 2024 is ondertekend door gemeenten en partners. Het versnellingsprogramma beschrijft hoe de partijen elkaar vasthouden in deze warmtetransitie en ons individueel en gezamenlijk inzetten om de ambitie en versnelling tot stand te brengen.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_31" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_31">
		  <tekst:Term>warmtegemeenschap</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Een warmtegemeenschap is een warmtebedrijf van, voor en door de eindgebruikers. Dat betekent dat het eigendom en de zeggenschap over het warmtenet liggen bij de eindgebruikers van het warmtenet. Warmtegemeenschap is een term die in de Wet collectieve warmte (Wcw) is ge&#239;ntroduceerd. Belangrijke eigenschappen zijn: lokaal eigendom, democratisch zeggenschap en geen winstoogmerk.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_32" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_32">
		  <tekst:Term>warmtekavel</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Een gebied waarvoor een warmtebedrijf is of kan worden aangewezen voor de inkoop, productie, transport en levering van warmte.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_33">
		  <tekst:Term>warmtenet</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Dit wordt ook wel stadsverwarming of stadswarmte genoemd. Warmtenetten kunnen verschillende aanvoertemperaturen hebben.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_34">
		  <tekst:Term>warmteoptie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De beoogde infrastructuur voor aardgasvrije warmtelevering per buurt.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_35">
		  <tekst:Term>warmtepomp</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur en staat die hogere temperatuur weer af aan een ruimte.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_36">
		  <tekst:Term>warmteprogramma</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Het warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet. In dit programma beschrijft de gemeente haar plannen voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van buurten en wijken voor de komende 10 jaar. En daar waar dit bekend is wordt ook het perspectief van de overige buurten gegeven. Het warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte die in 2021 is vastgesteld.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_37">
		  <tekst:Term>warmtetransitie</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De warmtetransitie is de overgang van het gebruik van aardgas om gebouwen te verwarmen naar duurzame alternatieven.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_38" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_38">
		  <tekst:Term>wet collectieve warmte (wcw)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de Warmtewet. Het doel van de nieuwe wet is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen. Gemeenten krijgen meer sturingsmogelijkheden om in het kader van de wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen en worden tevens voorzien in instrumenten om publieke belangen (betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid) beter te waarborgen. Collectieve warmtelevering kan uitsluitend plaatsvinden nadat een gemeente hiervoor voorzien heeft middels een aanwijzing of ontheffing.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_39">
		  <tekst:Term>wijk</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Wijken zijn optellingen van &#233;&#233;n of meer aaneengesloten buurten.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_40" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_40">
		  <tekst:Term>woningequivalent (weq)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>Het warmteverbruik van utiliteitsgebouwen is anders dan dat van woningen. Om het vergelijkbaar te houden wordt de eenheid WEQ gebruikt. Een WEQ is de hoeveelheid warmte die voor &#233;&#233;n woning gemiddeld gebruikt wordt. Bij vastgoed met een grootverbruikaansluiting (bijvoorbeeld een ziekenhuis) geldt een omrekenfactor van vermogen in kW/10, bijvoorbeeld 100 kW = 10 WEQ.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_41" wId="gm0590_1-0__cmp_A__content_o_1__list_o_1__item_o_41">
		  <tekst:Term>wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (wgiw)</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten de bevoegdheid om regie te kunnen voeren over de wijkgerichte aanpak om woningen en gebouwen te verduurzamen (de warmtetransitie). De wet bevat hiervoor de noodzakelijke waarborgen. Een belangrijk instrument is de aanwijsbevoegdheid.</tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
	      </tekst:Begrippenlijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage eId="cmp_II" wId="gm0590_1-0__cmp_II">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>II</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Overzicht PDF Informatieobjecten</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst eId="cmp_II__content_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Begrippenlijst eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1">
		<tekst:Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <tekst:Term>Bijlage 1 Participatieblauwdruk Warmteprogrammas Drechtsteden</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
            <tekst:ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_1_Participatieblauwdruk_Warmteprogrammas_Drechtsteden/nld@2025-12-11;1">/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_1_Participatieblauwdruk_Warmteprogrammas_Drechtsteden/nld@2025-12-11;1</tekst:ExtIoRef>
        </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <tekst:Term>Bijlage 4 Terugblik 2021-2025</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
            <tekst:ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_4_Terugblik_2021-2025/nld@2025-12-11;1">/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_4_Terugblik_2021-2025/nld@2025-12-11;1</tekst:ExtIoRef>
        </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <tekst:Term>Bijlage 2 Uitkomsten enquete inwoners</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
            <tekst:ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_2_Uitkomsten_enquete_inwoners/nld@2025-12-11;1">/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_2_Uitkomsten_enquete_inwoners/nld@2025-12-11;1</tekst:ExtIoRef>
        </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <tekst:Term>Bijlage 3 Toelichting op het warmteperspectief per buurt</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
            <tekst:ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" wId="gm0590_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_3_Toelichting_op_het_warmteperspectief_per_buurt/nld@2025-12-11;1">/join/id/regdata/gm0590/2025/Bijlage_3_Toelichting_op_het_warmteperspectief_per_buurt/nld@2025-12-11;1</tekst:ExtIoRef>
        </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
	      </tekst:Begrippenlijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
      </tekst:RegelingVrijetekst>
    </lvbbu:RegelingVersie>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR749831</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR749831/nld@2025-12-15</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:heeftCiteertitelInformatie>
	  <data:CiteertitelInformatie>
	    <data:citeertitel>Warmteprogramma Papendrecht</data:citeertitel>
	    <data:isOfficieel>true</data:isOfficieel>
	  </data:CiteertitelInformatie>
	</data:heeftCiteertitelInformatie>
	<data:eindverantwoordelijke>/tooi/id/gemeente/gm0590</data:eindverantwoordelijke>
	<data:maker>/tooi/id/gemeente/gm0590</data:maker>
	<data:officieleTitel>Warmteprogramma Papendrecht</data:officieleTitel>
	<data:onderwerpen>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</data:onderwerp>
	</data:onderwerpen>
	<data:rechtsgebieden>
	  <data:rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</data:rechtsgebied>
	</data:rechtsgebieden>
	<data:soortRegeling>/join/id/stop/regelingtype_010</data:soortRegeling>
	<data:soortBestuursorgaan>/tooi/def/thes/kern/c_28ecfd6d</data:soortBestuursorgaan>
      </data:RegelingMetadata>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
  </lvbbu:Consolidatie>
</lvbbu:Consolidaties>
