<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74930_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Roerdalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad2015, 50453</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Roerdalen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Europese dienstenrichtlijn</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>invoering nadere regels reclamebeleid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/12/17/16</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Rechtspraak en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels reclamebeleid gemeente Roerdalen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR429522_1">Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016</extref>.</al><al>Deze verordening vervangt de algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2008 ​</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening roerdalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b.</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn.</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluiten van 4 december
                                    1979 en20 augustus 1991.</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening, namelijk elke constructie van enige omvang van
                                    hout, steen, metaal, of ander materiaal, die op de plaats van
                                    bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden
                                    is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond,
                                    bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet.</al></li><li nr="h."><al>reclame: iedere kennelijke vorm van aanprijzen of aandacht
                                    vestigen op goederen, diensten,activiteiten of namen, met
                                    inbegrip van bevestigings- en hulpconstructies en zichtbaar
                                    vanaf de weg.</al></li><li nr="i."><al>handelsreclame: reclame waarbij het commercieel belang centraal
                                    staat bij het aanprijzen of aandacht vestigen.</al></li><li nr="j."><al>ideële reclame: reclame waarbij een sociaal, maatschappelijk of
                                    politiek belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht
                                    vestigen en de statuten van de organisatie uitsluitsel geven of
                                    sprake is van ideële reclame.</al></li><li nr="k."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><lijst><li nr="l."><al>omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in
                                            artikel 2.1, eerste lid of artikel 2.2 van de Wet
                                            algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht
                                weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor een
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4,
                                eerste lid;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3:9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12,
                                artikel 4:11 of artikel 4:23.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan vier weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al><al>-</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid, of</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Toepassing paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                            toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:25, eerste lid: vergunning evenementen;</al></li><li nr="b."><al>artikel 2:28: exploitatievergunning horeca;</al></li><li nr="c."><al>artikel 2:39: speelgelegenheden;</al></li><li nr="d."><al>artikel 3:4: seksinrichtingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg te vechten, deel te nemen aan
                                    een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                    gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        degene die zich gedraagt in strijd met de wettelijke
                                        bepalingen, als in de bijlage bij dit artikel genoemd, een
                                        verbod opleggen zich te bevinden in een door het college
                                        aangewezen gebied en de daarin gelegen voor het publiek
                                        toegankelijke gebouwen en inrichtingen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het
                                        besluit van de burgemeester genoemde tijdvak van ten hoogste
                                        24 uur nadat dit aan diegene in het belang van de</al><al> openbare orde naar het oordeel van de burgemeester bij
                                        diens besluit bekend is gemaakt. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        diegene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste
                                        lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na
                                        het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij zich
                                        opnieuw gedraagt in strijd de het eerste lid bedoelde
                                        artikelen een verbod opleggen zich te bevinden in een door
                                        het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor
                                        het publiektoegankelijke gebouwen en inrichtingen voor een
                                        tijdvak van ten hoogste 3 maanden en op de door de
                                        burgemeester aangewezen tijdstippen.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het voorgaande geldt niet indien de
                                        belanghebbende in het door het college aangewezen gebied
                                        zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of
                                        hulpverlenende instanties bezoekt, alsdan wordt de kortste
                                        route aangewezen, langs welke belanghebbende het gebied
                                        dient te betreden dan wel te verlaten.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>BIJLAGE BIJ ARTIKEL 2:1a GEBIEDSONTZEGGINGEN</vet></al><al>De strafbare feiten waarop gebiedsontzeggingen van toepassing kunnen
                                zijn, luiden: </al><lijst><li nr="·"><al>Lokaalvredebreuk (artikel 138 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Openlijke geweldpleging (artikel WvSr 141)</al></li><li nr="·"><al>Wederspannigheid (artikel 180 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Niet voldoen aan bevel of vordering (artikel 184 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Belediging ambtenaar in functie (artikel 266 en 267
                                        WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Bedreiging (artikel 285 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Geweld tegen politie en/of burgers (artikel 300, 301 en 302
                                        WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Deelnemen vechterij (artikel 306 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Diefstal (artikel 310, 311, 312, 313, 314, 315 en 316
                                        WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Vernieling en vandalisme (artikel 350 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Baldadigheid (artikel 424 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Dronken de orde verstoren (artikel 426 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Openbare dronkenschap (artikel 453 WvSr)</al></li><li nr="·"><al>Wapenbezit (artikelen 26 en 27 Wet Wapens en Munitie)</al></li><li nr="·"><al>Dealen (artikelen 2 en 3 Opiumwet)</al></li><li nr="·"><al>Samenscholing en ongeregeldheden (vechten op de openbare
                                        weg) (artikel 2:1 APV)</al></li><li nr="·"><al>Ordeverstoring in horecabedrijf (2:33 APV)</al></li><li nr="·"><al>Hinderlijk gedrag op of aan de weg (artikel 2:47 APV)</al></li><li nr="·"><al>Hinderlijk drankgebruik (artikel 2:48 APV)</al></li><li nr="·"><al>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen (artikel 2:49 APV)</al></li><li nr="·"><al>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
                                        (artikel 2:50 APV)</al></li><li nr="·"><al>Drugshandel op straat en drugsgebruik (artikel 2:74 en 2:74a
                                        APV)</al></li><li nr="·"><al>Weggooien van spuiten (artikel 2:74b APV)</al></li><li nr="·"><al>Straatprostitutie (artikel 3:9 APV)</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging
                                    en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis geven aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>A: vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                                    weg in strijd met de publieke functie van de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college
                                    de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                                    de publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B: afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28, achtste lid;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li><li nr="d."><al>reclame als bedoeld in artikel 1:1, onder h.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al><lijst><li nr="a."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel
                                            geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                            wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                                            of het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het
                                            vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>C: vergunning van rechtswege</titel></kop><al>Indien het college niet binnen de in artikel 1:2 genoemde termijn op
                                de aanvraag heeft beslist wordt de vergunning geacht te zijn
                                verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>D: vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A niet geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een
                                    vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te
                                    breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van
                                    de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                    brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
                                    alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als een omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                            indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                            bestemmingsplan, beheersverordening of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, het Provinciaal
                                    wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een
                                    uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd
                                    gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid onder a en c genoemde werkzaamheden worden
                                    in beheer van de gemeente uitgevoerd, tenzij het bevoegd gezag
                                    toestemming verleent om deze werkzaamheden in eigen beheer uit
                                    te voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Waterschapskeur of het
                                    Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>(vervallen) ​</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende de maanden april tot en met september.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad, of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25
                                    meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af
                                    gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><al/><al>1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                evenement te organiseren.</al><al>2. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                evenementen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement een barbecue of straatfeest in de open lucht
                                        betreft;</al></li><li nr="b."><al>het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 100
                                        personen;</al></li><li nr="c."><al>het evenement tussen 09.00 en 00.00 uur plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>niet later dan tot 23.00 uur muziek ten gehore wordt
                                        gebracht;</al></li><li nr="e."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                        of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor
                                        het verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m2 per object en niet meer dan 2 objecten
                                        per straat;</al></li><li nr="g."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="h."><al>de organisator tenminste vier weken voorafgaand aan het
                                        evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                        burgemeester.</al></li></lijst><al>3. De burgemeester kan binnen 2 weken na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al><al>4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                logies wordt verstrekt of dranken worden</al><al>geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden
                                bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval
                                verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens
                                verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere
                                aanhorigheden.</al><al>b.terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend
                                deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de
                                    vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in
                                    de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of
                                    zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning,
                                    waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                    komen te staan door de exploitatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de
                                    horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het horecabedrijf gelden dezelfde sluitingstijden als voor
                                    de winkel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></li><li nr="b."><al>een horecabedrijf in musea.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de vergunningaanvraag mede betrekking heeft op één of
                                    meer bij het horecabedrijf behorende terrassen op de weg,
                                    beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die weg ten
                                    behoeve van het terras.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De burgemeester kan de ingebruikneming van de weg als bedoeld in
                                    het achtste lid weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg
                                            dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                            of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>Indien het gebruik een belemmering kan worden voor het
                                            doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant van een horecabedrijf verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven: tussen 03.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het 1<sup>e</sup> lid genoemde verbod geldt met carnaval
                                    in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en
                                    van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het 1<sup>e</sup> lid genoemde verbod geldt tijdens de
                                    kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis
                                    plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op
                                    maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het 1<sup>e</sup> lid genoemde verbod geldt op
                                    nieuwjaarsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li><li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li><li nr="-"><al>inrichting,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li><li nr="-"><al>sterke drank,</al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li><li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon dat zich voornamelijk richt op
                                    het organiseren van activiteiten waarbij het facilliteren van
                                    sociale interactie een voorname rol speelt mag alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang tot
                                    uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt
                                    gehouden in verband met de statutaire doelen van de
                                    rechtspersoon die gebruik maakt van de voorziening, maar niet
                                    later dan 02.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen mogen alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en
                                    tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt
                                    uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de
                                    rechtspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                                zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>het stellen van voorschriften en beperken vergunning</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare
                                orde, de veiligheid, de zedelijkheid, de volksgezondheid en ter
                                bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en
                                Horecawet voorschriften aan de vergunning te verbinden en de
                                vergunning beperken tot zwak alcoholhoudende drank. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon
                                    is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het
                                    Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens
                                    het door de burgemeester vastgestelde model.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon
                                    is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de
                                    burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te
                                    leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid zijn in
                                    Recreatiepark “Elfenmeer” acht speelautomaten toegestaan,
                                    waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of op een andere voor het publiek
                                    toegankelijke plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij
                                    zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden :</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom, zonder toezicht en zonder
                                            begeleiding;</al></li><li nr="d."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van</al><al> van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste lid genoemde verplichting
                                    ontheffing verlenen voor zover de eigenaar of houder van een
                                    hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                    begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar is
                                    gekwalificeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats
                                        of op het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                                eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het
                                                die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
                                                aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                                muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de
                                                houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                                gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                                muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2:57, lid 1 onder c, geldt voor het
                                        bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                        moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                        identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
                                                kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen,
                                                die door middel van een stevige riem rond de hals
                                                zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig
                                                is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                                de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht
                                                dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de
                                                afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening
                                                van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen
                                                de korf aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
                                                met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die
                                                niet langer is dan 1,50 meter.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>(Vervallen)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het- college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te
                                    voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door de Wegenverordening provincie Limburg.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffingverlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen </al><al>als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk gebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor</al><al>publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2
                                en 3 van de Opiumwet te</al><al>gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te
                                verrichten of ten behoeve van</al><al>dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b</nr><titel>Weggooien van spuiten</titel></kop><al>Het is verboden injectiespuiten of onderdelen daarvan, zoals
                                naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke op of aan de openbare
                                weg, op voor het publiek toegankelijke plaatsen dan wel in
                                afvalbakken achter te laten. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:47,
                                2:48, 2:49, 2:50, 2:73 of 5:34 van de Algemene plaatselijke
                                verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere voor eenieder toegankelijke
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afloop van de in het eerste lid bepaalde duur worden
                                    cameraprojecten geëvalueerd. De burgemeester betrekt de
                                    gemeenteraad bij de evaluatie van cameraprojecten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al> lokaal maximumstelsel: maximaal 1 seksinrichting binnen het
                                        grondgebied van de gemeente Roerdalen;</al></li><li nr="j."><al>regionaal maximumstelsel: het maximum aantal
                                        seksinrichtingen zoals dat door het regionaal college
                                        Limburg-Noord is vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="d."><al>een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van
                                            de Kamer van Koophandel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="·"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 04.00 uur en 12.00 uur</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7.a</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan de op basis van artikel 3:4 verleende
                                vergunning voor een seksinrichting intrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder dient er voortdurend op toe te
                                    zien dat in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning als bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersveiligheid of
                                            verkeersvrijheid;</al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                            prostituee;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, kan
                                    voorts worden geweigerd wanneer bij vestiging of exploitatie het
                                    door de burgemeester vastgestelde lokale dan wel regionale
                                    maximum van het aantal toegelaten seksinrichtingen wordt
                                    overschreden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, kan
                                    voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden,
                                    bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het
                                    Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet
                                    worden gevraagd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><al>1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid,
                                onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan</al><al>binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al><al>2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging
                                in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid,
                                aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al><al>3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                    escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet
                                    van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 8 weken na het in werking treden daarvan;</al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft
                                            ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                    genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van
                                    in die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer kernen van de gemeente Roerdalen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt
                                    door de inrichting bedraagt niet meer dan 20 dB(A) boven de
                                    algemeen geldende geluidsnormen voor de inrichting, gemeten op
                                    de gevel van een geluidgevoelig gebouw<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.30 uur te worden
                                    beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste 15
                                    werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan
                                    in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de
                                    houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt
                                    door de inrichting bedraagt niet meer dan 20 dB(A)
                                    boven de algemeen geldende geluidsnormen voor de
                                        inrichting<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.30 uur te worden
                                    beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>Het ten gehore brengen van onversterkte muziek in een inrichting is
                                in de nachtperiode niet uitgezonderd van de genoemde geluidsnormen
                                in artikel 2.18, eerste lid onder f van het Besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening Limburg.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7a</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van
                                            het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg onmiddellijk na het ontstaan van de
                                            verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;</al></li><li nr="b."><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid
                                            van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg onmiddellijk na de beëindiging van de
                                            werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren,
                                            elke dag onmiddellijk na beëindiging van de
                                            werkzaamheden op die dag; te reinigen of te doen
                                            reinigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement Limburg van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal, of één of meer
                                            bomen;;</al></li><li nr="b."><al>hakhout; één of meert bomen, die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen;</al></li><li nr="c."><al>bomenlijst: een door het bevoegd gezag vastgestelde
                                            lijst met houtopstanden, die zonder omgevingsvergunning
                                            niet mogen worden geveld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, zowel boven- als ondergronds, die de
                                    dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand
                                    ten gevolge kunnen hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>(Vervallen)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    een houtopstand, die staat vermeld op een door het bevoegd gezag
                                    vastgestelde bomenlijst te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuur- en ecologische waarde van de
                                            houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last
                                            van het college;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                            reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>houtopstand ten aanzien waarvan bij een geldend
                                            bestemmingsplan of bij een voorbereidingsbesluit is
                                            bepaald, dat het verboden is deze te vellen zonder
                                            omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op grond van
                                            artikel 2.1, lid 1 onder b van de Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Omgevingsvergunning van rechtswege</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Vervaltermijn omgevingsvergunning</titel></kop><al>Een omgevingsvergunning voor zover deze betrekking heeft op het
                                vellen of doen vellen van een houtopstand als bedoeld in deze
                                afdeling vervalt, indien daarvan niet binnen één jaar na het
                                onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt. In het
                                geval het een omgevingsvergunning voor meer dan één boom betreft is
                                de omgevingsvergunning voor alle bomen, geveld of niet slechts voor
                                één jaar geldig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Bijzondere omgevingsvergunningvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften
                                    kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de
                                    houtopstand voorkomende flora en fauna, met name het niet
                                    uitvoeren van kapwerkzaamheden in het broedseizoen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning wordt verleend onder de
                                    standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment
                                    dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de bezwaartermijn voor derden is verstreken zonder dat
                                            bezwaar is ingediend, dan wel op bezwaar is
                                            beslist;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening
                                            gedurende de bezwaartermijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>(Vervallen)</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>(Vervallen)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Bestrijding Iepziekte</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Monumentale bomen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen,
                                            landbouwplastic en oude metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof:op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                    Ordening of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of
                                    aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                    behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                    vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het
                                            inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                            kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                            zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de
                                            langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben
                                            op:</al><lijst><li nr="-"><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter
                                                  verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                  zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                  hebben;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of
                                                  op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van
                                            in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                            degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                            bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                            aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde
                                            bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke
                                            betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                            dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                            aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                    aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                    feitelijke betekenis hebben, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk
                                            kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst
                                            van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen
                                            blijken; </al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                            weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het
                                    verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving
                                    te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al><lijst><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt
                                            niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23a</nr><titel>Verbod reclame en nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden reclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt nadere regels vast wanneer het verbod in het
                                    eerste lid van dit artikel niet van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23b</nr><titel>Handhaving reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij overtreding van het in artikel 4:23a genoemde verbod of de
                                    gestelde nadere regels, kan het college een last onder
                                    bestuursdwang toepassen in de vorm van het (laten) verwijderen
                                    van de reclame, onverminderd de andere bestuursrechtelijke
                                    handhavingsmiddelen die het college ten dienste staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college voornemens is de reclame te verwijderen zoals
                                    bedoeld in het eerste lid, zal het college daaraan uitvoering
                                    geven door de reclame weg te nemen na de overtreder daarvan
                                    schriftelijk in kennis te hebben gesteld door middel van in
                                    ieder geval een vermelding van het voornemen op de reclame
                                    zelf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering zoals bedoeld in het tweede lid geschiedt
                                    tenminste één week nadat de overtreder schriftelijk daarvan in
                                    kennis is gesteld. Tijdens deze termijn heeft de overtreder de
                                    gelegenheid zelf een einde te maken aan de overtreding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijderde reclame wordt gedurende één week opgeslagen in
                                    een gemeentedepot. Tijdens deze periode heeft de overtreder de
                                    gelegenheid de reclame-uiting op te halen hetgeen mogelijk is na
                                    betaling van € 188,-- zijnde het bedrag van de kosten van de
                                    uitvoering van de last onder bestuursdwang.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de reclame niet is opgehaald en de kosten van de
                                    bestuursdwang niet zijn vergoed, wordt de reclame na de termijn
                                    zoals bedoeld in het derde lid, vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BESCHERMING VAN PADDESTOELEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Bescherming paddestoelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd plaatsen aan te wijzen waar het, ter
                                    bescherming van het natuur-, landschap- of dorpsschoon, verboden
                                    is paddestoelen te plukken of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college krachtens het eerste lid
                                    aangewezen plaats paddestoelen te plukken of bij zich te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter
                                    plaatse verkregen dan wel elders afkomstige paddestoelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in
                                    het kader van normale onderhoudswerkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of
                                kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:27</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te
                                        houden buiten een</al><al> kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                        bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen recreatief gebruik voor maximaal 2 aaneengesloten
                                        weken op het achtererf van een woonlocatie door de
                                        rechthebbende van de locatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:28</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op
                                    vijf achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een weg
                                    binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig of ander mobiel object op, aan of langs
                                de weg te parkeren met het doel om daarmee reclame te maken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is binnen de bebouwde kom verboden een voertuig dat, met
                                    inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of
                                    een hoogte van 2,4 meter op de weg te parkeren in verband met
                                    het uiterlijk aanzien van de gemeente of de beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als
                                    bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld
                                    in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                    snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een
                                    standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 21.00 uur en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van het
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:15 geldt niet voor venten met gedrukte
                                    of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden
                                    geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het
                                    anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van
                                    fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met het
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van een vergunning voor het hebben van een
                                    standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                    verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                    komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar
                                    hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                    verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                    standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste
                                    lid wegens strijd met het bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>(Vervallen) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al>1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al><al>2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van
                                deze terreinen:</al><al>a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al><al>b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al><al>c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al><al>3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                verstaat.</al><al>4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en</al><al>verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder
                                i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets
                                of een paard.</al><al>2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al><al>a. in het belang van het voorkomen van overlast;</al><al>b. in het belang van de bescherming van natuur- of
                                milieuwaarden;</al><al>c. in het belang van de veiligheid van het publiek.</al><al>3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden:</al><al>a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening
                                en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer
                                en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al><al>b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al><al>c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                                voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al><al>d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                bedoeld;</al><al>e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                de onder d bedoelde personen.</al><al>4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><al>a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994;</al><al>b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen
                                als 'toestel'.</al><al>5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening
                            bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met </al><al>hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2008 wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Roerdalen.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raad van de gemeente Roerdalen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>R.J.J. Notermans Drs. C.A.M. Hanselaar-van Loevezijn</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>