<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74915_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Gemeente Schinnen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schinnen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schinnen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Gemeente Schinnen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2004-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Gemeente Schinnen
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Gemeente
                        Schinnen</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>Reïntegratieverordening</vet>
          </al>
          <al>De raad van de gemeente Schinnen</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
                                van 10 augustus 2004;</al></li>
            <li nr="-"><al>gezien het advies van de adviesraad Sociale zaken van 23 augustus
                                2004;</al></li>
            <li nr="-"><al>gezien het advies van de Raadscommissie Zorg van 24 augustus
                                2004;</al></li>
            <li nr="-"><al>gezien het advies van de Raadscommissie BZK van 26 augustus
                                2004;</al></li>
            <li nr="-"><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7
                                en 8 en 10 tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34,
                                35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 van de
                                Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen werknemers, besluit vast te stellen de volgende
                                verordening</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente
                        Schinnen</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge
                                        de Wet werk en bijstand, de IOAW of de IOAZ;</al></li>
                <li nr="b."><al>Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene
                                        nabestaandenwet en die als werkloze werkzoekenden staan
                                        ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen
                                        (CWI);</al></li>
                <li nr="c."><al>Nuggers: personen die als werkzoekenden zijn geregistreerd
                                        bij het CWI en die geen uitkeringsgerechtigden zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>jongeren: uitkeringsgerechtigden niet ouder dan 27
                                        jaar;</al></li>
                <li nr="e."><al>voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid
                                        onder a van de wet, deze verordening en het beleidsplan als
                                        bedoeld in artikel 3 eerste lid;</al></li>
                <li nr="f."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li>
                <li nr="g."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li>
                <li nr="h."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li>
                <li nr="i."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Schinnen;</al></li>
                <li nr="j."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Schinnen;</al></li>
                <li nr="k."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li>
                <li nr="l."><al>Werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld
                                        in artikel 10, tweede lid van de wet.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Beleid en financiën</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Opdracht college</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college biedt aan bijstandsgerechtigden tot 65 jaar, aan
                                personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering,
                                niet-uitkeringsgerechtigden alsmede personen als bedoeld in artikel
                                10, tweede lid van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
                                aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een
                                voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste
                                lid van de wet is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt,
                                waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet
                                op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt, het meest
                                doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan
                                ondersteuning en voorzieningen en houdt daarbij rekening met de aard
                                en omvang van door hen te bepalen doelgroepen en de voorzieningen
                                die het meest geschikt zijn voor de leden van die doelgroepen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de
                                opvang van kinderen jonger dan 12 jaar voor belanghebbende, voor
                                zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject of voor
                                deelname aan een voorziening.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Beleidsplan</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                jaarlijks een beleidsplan vast, waarin beleidsprioriteiten worden
                                aangegeven, alsmede de hoogte en wijze van financiering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeente raad een verslag
                                over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag
                                wordt vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van
                                de wet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het beleidsplan als bedoeld in het eerste lid alsmede het verslag
                                als bedoeld in het tweede lid bevat het oordeel van de
                                cliëntenraad.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Aanspraak op ondersteuning</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers alsmede personen als
                                bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op
                                ondersteuning bij het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid of
                                als dat doel niet bereikbaar is, bij zelfstandige maatschappelijke
                                participatie. Deze ondersteuning kan bestaan uit het aanbieden van
                                een traject, waarbij zonodig voorzieningen kunnen worden ingezet, of
                                door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar
                                andere instanties.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening, het in artikel 3 genoemde beleidsplan en
                                dat is afgestemd op de in de persoon gelegen factoren en/of
                                omstandigheden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan voordat besloten wordt tot een traject en/of tot de
                                inzet van voorzieningen een onderzoek (laten) doen naar de
                                mogelijkheden van de belanghebbende en naar de geschiktheid voor hem
                                van de voorzieningen of andere vormen van begeleiding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Geen aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling hebben
                                bovenbedoelde personen indien hun gezinsinkomen meer bedraagt dan €
                                2.500,-bruto (excl. vakantietoeslag) per maand.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Geen aanspraak op ondersteuning bestaat indien sprake is van een
                                voorliggende voorziening welke naar de mening van het college in
                                voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de aanvrager.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Verplichtingen van de cliënt</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een uitkeringsgerechtigde die door het college een voorziening wordt
                                aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken en wel op zodanige
                                wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid onverkort kan
                                plaatsvinden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de wet, deze verordening,
                                alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden
                                voorziening heeft verbonden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening,
                                niet voldoet aan het gestelde in het eerste en tweede lid, zal het
                                college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in
                                de Afstemmingsverordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien de persoon, die gebruik maakt van een voorziening, niet
                                voldoet aan het gestelde in het tweede lid, zal het college de
                                kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk
                                terugvorderen. Dit geldt onverminderd hetgeen gesteld is in artikel
                                8 lid 3 onder a.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>In bijzondere individuele omstandigheden kan het college afwijken
                                van het gestelde in lid 3 en 4.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Sluitende aanpak</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Elke uitkeringsgerechtigde krijgt een aanbod voor een voorziening
                                gericht op inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft
                                bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing van de
                                arbeidsverplichting geldt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in
                                het eerste lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Budget- en subsidieplafonds</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of
                                budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een
                                door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een
                                weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke
                                    voorziening<cursief>.</cursief></al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Voorzieningen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In het beleidsplan als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld welke
                                voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de
                                voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze
                                verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere
                                verplichtingen verbinden:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt de
                                        daaraan verbonden verplichtingen niet nakomt;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de wet;</al></li>
                <li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        voorziening;</al></li>
                <li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een snelle
                                        arbeidsinschakeling</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien achteraf blijkt dat een voorziening is toegekend op onjuiste
                                of onvolledige inlichtingen kan het college de kosten van of de
                                kosten gemaakt in verband met de toegekende voorziening, dan wel de
                                subsidie, geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Reïntegratieverordening Wet
                            Werk en Bijstand gemeente Schinnen”</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2004.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 september
                        2004.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>de griffier</ondertekening>
        <ondertekening>de voorzitter</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Reïntegratieverordening WWB</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Toelichting algemeen</tussenkop>
        <al>De verordening regelt de ondersteuning die het college biedt bij de
                    arbeidsinschakeling van werklozen die behoren tot de doelgroep. De opdracht om
                    die ondersteuning te bieden is geregeld in artikel 7 van de Wet werk en bijstand
                    (WWB). Het voorschrift om een verordening vast te stellen waarin deze
                    ondersteuning nader vorm wordt gegeven volgt uit artikel 8 WWB.</al>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop>
        <al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wet
                    werk en bijstand.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Opdracht college</tussenkop>
        <al-groep>
          <al>De WWB geeft aan het college de verantwoordelijkheid voor het bieden van
                        ondersteuning. Hoewel belanghebbenden aanspraak kunnen maken op
                        ondersteuning is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de manier
                        zoals de belanghebbende dat mogelijk het liefst zou willen hebben.</al>
          <al>Het is aan het college om zorg te dragen voor een voldoende aanbod van
                        voorzieningen, waarbij het college te maken heeft met beperkte financiële
                        middelen, terwijl de vraag naar ondersteuning afhankelijk is van een
                        veelheid aan sociaal-economische factoren.</al>
        </al-groep>
        <al>In het eerste lid is de opdracht aan het college vormgegeven analoog aan artikel
                    7 van de WWB. Hiervoor is gekozen uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie.
                    Door middel van een verwijzing naar artikel 40, eerste lid van de WWB is in
                    artikel 10 lid 3 WWB aangegeven dat de aanspraak op voorzieningen alleen geldt
                    voor die personen die ook daadwerkelijk inwoners van de gemeente zijn. Door deze
                    verwijzing ook aan de opdracht aan het college te koppelen, wordt aangegeven dat
                    voorzieningen alleen voor de eigen doelgroep ingezet worden.</al>
        <al>Het derde en het vierde lid is de vertaling van de opdracht uit de WWB dat de
                    gemeente evenwichtige aandacht aan de diverse doelgroepen moet besteden en
                    rekening moet houden met de combinatie arbeid en zorg. In het beleidsplan komt
                    vervolgens tot uiting hoe dit punt uitgewerkt wordt.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Beleidsplan</tussenkop>
        <al>Zoals ook in de algemene toelichting is gesteld, vraagt de WWB aan de
                    gemeenteraad om het reïntegratiebeleid in een verordening vast te leggen. Hier
                    is gekozen voor de systematiek om niet alles in de verordening te regelen, maar
                    ook gebruik te maken van beleidsplannen en uitvoeringsbesluiten.</al>
        <al>Het tweede lid biedt de basis voor de verantwoording van het beleid. De WWB
                    geeft aan dat het college elk jaar een voorlopig en een definitief verslag over
                    de uitvoering (VODU) naar het rijk zendt. Deze verslagen dienen gepaard te gaan
                    van een verklaring van de gemeenteraad. Daarom is ervoor gekozen expliciet op te
                    nemen dat er een verantwoordingsverslag aan de raad moet worden gezonden. Het
                    ligt voor de hand dat bij de vormgeving van het verslag op grond van deze
                    verordening wordt aangesloten bij de inhoud van het VODU.</al>
        <al>In het derde lid wordt aangegeven dat de cliëntenraad betrokken wordt bij de
                    vaststelling van en de verantwoording over het beleid.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 Aanspraak op ondersteuning</tussenkop>
        <al>De WWB stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen in de
                    verordening geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de WWB zelf geregeld.
                    Eveneens uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie is ervoor gekozen een
                    algemene bepaling over de aanspraak op te nemen (eerste lid).</al>
        <al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de cliënt en de criteria die gehanteerd worden bij het aanbieden
                    van voorzieningen.</al>
        <al>Lid 3. In de meeste gevallen zal vóórdat tot de inzet van voorzieningen wordt
                    besloten een advies worden gevraagd van een bedrijf dat gespecialiseerd is in
                    diagnoses met betrekking tot reïntegratie. Niet uitgesloten is dat het onderzoek
                    door burgemeester en wethouders wordt verricht. Eventueel kan na zo’n onderzoek
                    besloten worden alsnog advies van derden in te winnen. Ook is denkbaar dat uit
                    het eigen onderzoek al blijkt dat een diagnose door derden en/of de inzet van
                    voorzieningen niet nodig is.</al>
        <al>In lid 4 is geregeld dat de inzet van ondersteuning voor de doelgroep Nuggers en
                    Anw-ers inkomensafhankelijk is. De inzet is beperkt tot diegenen met een
                    gezinsinkomen onder de gestelde inkomensgrens.</al>
        <al>Indien gebruik gemaakt kan worden van een voorliggende voorziening (bijvoorbeeld
                    studiefinanciering) vindt geen ondersteuning op basis van deze wet plaats (lid
                    5).</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Verplichtingen van de cliënt</tussenkop>
        <al-groep>
          <al>Deelname aan reïntegratie is niet vrijblijvend. Bijstandsgerechtigden zijn
                        reeds door het ontvangen van een uitkering aan bepaalde verplichtingen
                        gehouden. Voor diegenen zonder uitkering moeten voorwaarden aan het
                        reïntegratietraject gekoppeld worden. Deze gelden vanzelfsprekend ook voor
                        de bijstandsgerechtigden. Het niet nakomen van de verplichtingen geeft de
                        mogelijkheid om een traject af te breken of gevraagde ondersteuning te
                        weigeren, bijvoorbeeld als iemand niet mee wil werken aan een onderzoek. Ook
                        is denkbaar dat gemaakte kosten van de belanghebbende worden teruggevorderd,
                        als door verwijtbaar handelen een traject niet tot het gewenste resultaat
                        leidt.</al>
          <al>Natuurlijk heeft de belanghebbende ook rechten. Tegen beslissingen op grond
                        van deze verordening staat bezwaar en beroep open op grond van de Algemene
                        wet bestuursrecht (Awb). Het recht op inzage in gegevens en zonodig
                        correctie daarvan is geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens
                        (Wbp).</al>
        </al-groep>
        <al>In de WWB is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het recht
                    op een uitkering. Wederom uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn in
                    het eerste en tweede lid de verplichtingen conform de wet geformuleerd.</al>
        <al>Het derde lid legt de verbinding met de Afstemmingsverordening. Deze verordening
                    regelt het opleggen van een maatregel indien de uitkeringsgerechtigde niet aan
                    zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel bestaat uit het verlagen van de
                    uitkering met een bepaald percentage. Echter, voor personen zonder uitkering,
                    Anw-ers en personen in gesubsidieerde arbeid kan de gemeente de uitkering niet
                    verlagen als maatregel. Daarom is in het vierde lid de mogelijkheid opgenomen
                    dat in die gevallen de gemeente (een deel van) de kosten die gemaakt zijn terug
                    kan vorderen.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Sluitende aanpak</tussenkop>
        <al>De WIW kende een wettelijke sluitende aanpak voor jongeren (artikel 9).
                    Daarnaast zijn in het kader van de Agenda voor de Toekomst afspraken gemaakt
                    over een sluitende aanpak voor nieuwe instroom en voor het zittend bestand. De
                    WWB kent geen bepaling over sluitende aanpak. De wetgever gaat ervan uit dat
                    door de systematiek van de wet er in de praktijk de facto een sluitende aanpak
                    ontstaat.</al>
        <al>Desondanks kan de gemeente van oordeel zijn dat een sluitende aanpak geregeld
                    dient te worden. Artikel 6 biedt de mogelijkheid deze sluitende aanpak te
                    regelen. Het eerste lid geeft de algemene formulering. Het tweede lid geeft aan
                    dat de sluitende aanpak niet van toepassing is op diegenen die een ontheffing
                    van de arbeidsverplichting hebben gekregen. Het derde lid geeft de mogelijkheid
                    om van de algemene sluitende aanpak in specifieke, individuele gevallen af te
                    wijken.</al>
        <tussenkop>Artikel 7 Subsidie- en budgetplafonds</tussenkop>
        <al>De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Het uitgeput zijn van
                    begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen
                    te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken kan de gemeente bij verordening
                    subsidie- en budgetplafonds instellen.</al>
        <al>De WWB stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan
                    zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke
                    andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er
                    geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening
                    een plafond wordt ingebouwd; dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander
                    instrument wordt uitgeweken.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 Algemene bepalingen over voorzieningen</tussenkop>
        <al>In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele
                    zaken te regelen die te maken hebben met alle voorzieningen, ook die
                    voorzieningen die niet met name in de verordening zijn opgenomen. Het eerste lid
                    geeft daarom aan dat de verordening geen uitputtende opsomming van voorzieningen
                    bevat.</al>
        <al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn. Zo
                    kan bepaald worden dat een cliënt gedurende het traject op gezette tijden met de
                    consulent de voortgang bespreekt.</al>
        <al-groep>
          <al>Het derde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in
                        welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan
                        het stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de
                        arbeidsovereenkomst bij een detacheringsbaan. Bij deze laatste wijze van
                        beëindigen dienen vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het
                        arbeidsrecht en de eventueel aanwezige rechtspositieregeling in acht te
                        worden genomen.</al>
          <al>Een bijzonder aandachtspunt is hier het uitbesteden van voorzieningen aan
                        reïntegratiebedrijven. Immers, bij uitbesteden wordt een deel van de regie
                        uit handen gegeven. Het verdient dan ook aanbeveling dat in het contract met
                        het reïntegratiebedrijf wordt verklaard dat deze reïntegratieverordening van
                        toepassing is.</al>
        </al-groep>
        <al>In lid vier is vervolgens de mogelijkheid opgenomen dat het college, de kosten
                    van of de kosten gemaakt in verband met een toegekende voorziening kan
                    terugvorderen indien achteraf blijkt dat de voorziening op onjuiste of
                    onvolledige inlichtingen is toegekend (bijv. als achteraf blijkt dat een
                    uitkeringsgerechtigde ten onrechte een uitkering ontving en dus niet tot de
                    doelgroep behoorde.)</al>
        <tussenkop>Artikel 9 Hardheidsclausule</tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        <tussenkop>Artikel 10 Citeertitel</tussenkop>
        <al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 Inwerkingtreding</tussenkop>
        <al>Van belang is hierbij ook de Tijdelijke referendumwet. Op grond van artikel 22
                    lid 2 TRW kan de inwerkingtreding van de Reïntegratieverordening niet worden
                    vastgesteld op een datum eerder dan zes weken na bekendmaking. Tenslotte is in
                    het Invoeringsbesluit WWB bepaald dat de reïntegratieverordening en de
                    afstemmingsverordening op hetzelfde tijdstip in dienen te gaan.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>