<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74774_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Planschadeverordening provincie Limburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad van Limburg, 2010, 43</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Planschadeverordening provincie Limburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 6.7; Besluit ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.3.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-09</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, schadevergoeding</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Planschadeverordening provincie Limburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Planschadeverordening Provincie Limburg</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> wet: Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="b. "><al>besluit: Besluit ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="c. "><al>aanvrager: degene die een aanvraag indient om een tegemoetkoming in de schade als bedoel in artikel 6.1 van de wet;</al></li><li nr="d. "><al>planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de wet;</al></li><li nr="e. "><al>planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de wet. </al><al/><al>
     </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Binnen twaalf weken na het verstrijken van de in artikel 6.1.3.1 van het besluit genoemde termijnen 
geven gedeputeerde staten uitvoering aan artikel 6.1.3.2 van het besluit als volgt: 
Gedeputeerde staten wijzen een persoon als adviseur aan die beschikt over voldoende deskundigheid 
inzake advisering op het gebied van planschade. 
Indien gedeputeerde staten na advies te hebben ingewonnen van de onder a. bedoelde adviseur van 
oordeel zijn dat de aanvraag betrekking heeft op planschade in de vorm van inkomensderving en er 
gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat aan extra deskundigheid, 
wijzen gedeputeerde staten tevens een persoon als adviseur aan die deskundig is op het gebied van 
accountancy of op het gebied van financieel economische bedrijfsvoering. 
Indien gedeputeerde staten na advies te hebben ingewonnen van de onder a. bedoeld adviseur, van 
oordeel zijn dat de aanvraag betrekking heeft op planschade in de vorm van waardevermindering van 
een onroerende zaak en er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat 
aan extra deskundigheid, wijzen gedeputeerde staten tevens een persoon als adviseur aan die deskundig 
is op het gebied van de waardering van onroerende zaken als gevolg van een planologische 
verslechtering. 
Indien zij dat nodig achten, verlangen gedeputeerde staten dat de persoon die zij voornemens zijn als 
adviseur aan te wijzen tevoren aantoont dat hij op grond van opleiding en ervaring deskundig is ten 
aanzien van de in het eerste lid genoemde aspecten waarop hij de aanvraag moet beoordelen. 
Niet als adviseur kan worden aangewezen hij die is aangesteld door, ondergeschikt is aan of werkzaam 
is onder verantwoordelijkheid van het provinciebestuur of daarvan deel uitmaakt of op enigerlei andere 
wijze betrokken is bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Indien gedeputeerde staten meerdere personen als adviseur hebben aangewezen, vormen deze 
tezamen een commissie als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c., van het besluit. 
Van de in het eerste lid bedoelde commissie is de in artikel 2, eerste lid, onder a., bedoelde adviseur 
voorzitter. 
De commissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Alvorens tot aanwijzing van een adviseur als bedoeld in artikel 2 over te gaan, stellen gedeputeerde 
staten de aanvrager, de betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 
6.4a, tweede en derde lid van de wet, schriftelijk in kennis van de voorgenomen aanwijzing. 
Binnen twee weken na de in het eerste lid bedoelde inkennisstelling kan de aanvrager, een betrokken 
bestuursorgaan of een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, 
gedeputeerde staten in kennis stellen van bedenkingen die hij tegen de adviseur heeft. 
Bij hun besluit tot aanwijzing van een adviseur betrekken gedeputeerde staten de binnen de termijn 
ingediende bedenkingen als bedoel in het tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Gedeputeerde staten stellen aan de adviseur de aanvraag en alle op de aanvraag betrekking hebbende 
stukken ter beschikking. 
Gedeputeerde staten stellen aan de adviseur ambtelijke ondersteuning ter beschikking ten behoeve van 
de uitvoering van de adviesopdracht. 
De adviseur hoort de aanvrager, gedeputeerde staten, andere betrokken bestuursorganen en de 
belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, over de aanvraag. 
De adviseur bepaalt datum, tijd en plaats van de hoorzitting en de wijze waarop deze zal plaatsvinden. 
De adviseur bepaalt de datum en het tijdstip waarop hij de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt 
de aanvrager voor de plaatsopneming uit. 
De adviseur maakt met de aanvrager een afspraak ten behoeve van de taxatie van een bij de aanvraag 
betrokken onroerende zaak. 
De adviseur draagt er zorg voor dat van de hoorzitting en van de plaatsopneming een verslag wordt 
gemaakt. Het verslag maakt deel uit van het uit te brengen advies. 
Binnen zestien weken na de aanwijzing van de adviseur zendt deze een concept van het advies aan 
gedeputeerde staten, de aanvrager, een betrokken bestuursorgaan en een belanghebbende als bedoeld 
in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet. 
De adviseur kan de in het achtste lid genoemde termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier 
weken verlengen. 
De aanvrager, een betrokken bestuursorgaan en een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a, tweede 
en derde lid van de wet, kunnen binnen vier weken na de toezending van het concept van het advies 
hierop schriftelijk reageren. 
Indien binnen de in het tiende lid genoemde termijn een reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen 
vier weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan gedeputeerde staten, waarbij de 
ontvangen reacties zijn betrokken. Indien geen reactie is ingediend brengt de adviseur binnen twee 
weken na het verstrijken van die termijn advies uit aan gedeputeerde staten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen besluiten tot het inrichten van een schadeloket.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het provinciaal blad waarin zij 
wordt geplaatst. 
Deze verordening wordt aangehaald als: Planschadeverordening provincie Limburg.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd, 
 </ondertekening><ondertekening>Drs. J.J. Braam, griffier</ondertekening><ondertekening>Plv. voorzitter, W.P.G.M. Scheepens</ondertekening><ondertekening>Uitgegeven, 20 juli 2010,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>