<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74713_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële Verordening Provincie Limburg 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad van Limburg, 2014, 29</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële Verordening Provincie Limburg 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht ; Provinciewet art. 13, art. 105, eerste lid, juncto art. 143, art. 216</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-03-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 10, art. 13</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisate, financieel beheer, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>FINANCIËLE VERORDENING PROVINCIE LIMBURG 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1"><al> Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de Provincie Limburg en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="2"><al> Financiële administratie: </al><lijst><li nr="a)"><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het
                                            systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                            betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van)
                                            de organisatie van de Provincie Limburg, teneinde te
                                            komen tot een goed inzicht in:</al></li><li nr="b)"><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="c)"><al>het financiële beheer ;</al></li><li nr="d)"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="e)"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="f)"><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al> Administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding.</al></li><li nr="4"><al> Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    provincie Limburg.</al></li><li nr="5"><al> Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet-
                                    en regelgeving, waaronder provinciale verordeningen,
                                    statenbesluiten en collegebesluiten.</al></li><li nr="6"><al> Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties worden
                                    gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of
                                    met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt
                                    bereikt.</al></li><li nr="7"><al> Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en
                                    beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk
                                    worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 1 Begroting en verantwoording Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten stellen in ieder geval bij de aanvang van de
                                nieuwe statenperiode een programma-indeling vast;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Provinciale staten stellen per programma de drie W-vragen per
                                programmalijn vast: </al><lijst><li nr="a)"><al>Wat willen wij bereiken;</al></li><li nr="b)"><al>Wat gaan we daarvoor doen;</al></li><li nr="c)"><al>Wat gaat het ons kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen per programmalijn indicatoren voor met
                                betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Provinciale Staten stellen de indicatoren, bedoeld in het derde
                                lid, vast.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het verzamelen en vastleggen
                                van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door Provinciale
                                Staten, kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Producten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten werken het programmabegroting uit in een
                            productenraming.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Kaders begroting</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Gedeputeerde Staten bieden uiterlijk in de maand mei van het
                                    lopende begrotingsjaar een nota aan over de kaders voor het
                                    volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren in de vorm
                                    van de voorjaarsnota. In deze nota worden de bevindingen
                                    betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld
                                    in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></li><li nr="2"><al>Provinciale Staten stellen deze nota uiterlijk in hun
                                    vergadering in de maand juni vast.</al></li></lijst><al>Uitvoering</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Uitvoering begroting</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Gedeputeerde Staten stellen regels die waarborgen dat de
                                    uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en
                                    doeltreffend verloopt.</al></li><li nr="2"><al>Gedeputeerde Staten dragen ten aanzien van de productenraming er
                                    zorg voor dat: </al><lijst><li nr="a)"><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productenraming;</al></li><li nr="b)"><al>de budgetten uit de productenraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie;</al></li><li nr="c)"><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor dat de lasten op
                                    programmalijnniveau binnen de programma’s zoals geautoriseerd in
                                    de (gewijzigde) begroting niet worden overschreden.</al></li></lijst><al> Beheersing en Interne controle</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Interne controle</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Gedeputeerde Staten dragen ten behoeve van het getrouwe beeld en
                                    de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen nemen Gedeputeerde Staten
                                    maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2"><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor een actuele beleidsregel
                                    rondom voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik
                                    (M&amp;O).</al></li></lijst><al> Rapportage en Verantwoording</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Voortgangsrapportages</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten informeren Provinciale Staten over de realisatie
                                van de begroting van de provincie door middel van twee
                                voortgangsrapportages op afwijkingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voortgangsrapportages worden aan Provinciale Staten aangeboden
                                voor het zomerreces (behandeling Voorjaarsnota) van het lopende
                                begrotingsjaar en na het zomerreces bij de
                                Begrotingsbehandeling</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inrichting van de voortgangsrapportage sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voortgangsrapportage gaat in op relevante afwijkingen ten
                                opzichte van de door Provinciale Staten vastgestelde kaders op
                                programmalijnniveau, als deze naar verwachting de jaarresultaten
                                sterk beïnvloeden. Afwijkingen hebben betrekking op de verschillen
                                tussen de begroting en realisatie van de drie W-vragen uit de
                                (gewijzigde) programmabegroting en de verplichte paragrafen.
                                Relevante afwijkingen zijn afwijkingen die zowel financieel als
                                inhoudelijk kunnen zijn: </al><lijst><li nr="a)"><al>Financieel. Enerzijds worden in de voortgangsrapportage de
                                        te verwachten onderbestedingen (minder uitgaven, meer
                                        inkomsten) ten opzichte van de (bijgestelde) begroting van
                                        de baten en lasten op programmalijnniveau, groter dan 20 %
                                        toegelicht. Anderzijds worden alle te verwachten
                                        overschrijdingen (meer uitgaven, minder inkomsten) op
                                        programmalijnniveau toegelicht.</al></li><li nr="b)"><al>Inhoudelijk. Alleen afwijkingen in de jaarresultaten welke
                                        ervoor zorgen dat het geplande resultaat in een jaar niet
                                        behaald wordt, worden toegelicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor een adequate vertaling van
                                    de verantwoording van de organisatieonderdelen naar de
                                    productenrealisatie en naar de programmaverantwoording.</al></li><li nr="2"><al>Gedeputeerde Staten leggen verantwoording af over de uitvoering
                                    van de programma’s en hoe de resultaten zich verhouden tot de in
                                    de begroting gestelde doelen. Relevante afwijkingen worden
                                    toegelicht en hebben betrekking op de verschillen tussen de
                                    begroting en realisatie van de drie Wvragen uit de (gewijzigde)
                                    programmabegroting op programmalijnniveau.</al></li><li nr="3"><al>Provinciale Staten bepalen aan de hand van de uitvoering van de
                                    programmalijnen of de beleidsdoelen van de programmalijnen voor
                                    het lopende jaar bijgesteld moeten worden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 2 Financiële positie Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor, dat al het beleid waartoe
                                Provinciale Staten hebben besloten, in de uiteenzetting van de
                                financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Provinciale Staten autoriseren met het vaststellen van de financiële
                                positie de investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
                                    worden in beginsel niét geactiveerd; uitgezonderd van deze regel
                                    zijn: </al><lijst><li nr="a)"><al>Constructief onderhoud provinciale wegen;</al></li><li nr="b)"><al>reconstructief onderhoud provinciale wegen;</al></li><li nr="c)"><al>vervangingsinvesteringen bewegwijzering, geleiderails,
                                            wegverlichting en gladheidsbestrijdingsmaterieel
                                            provinciale wegen.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Investeringen met economisch nut worden bruto geactiveerd;
                                    bestemmingsreserves worden gelijkmatig, gedurende de
                                    afschrijvingsperiode, ten gunste van de exploitatierekening
                                    gebracht.</al></li><li nr="3"><al>Investeringen met een maatschappelijk nut worden bruto
                                    geactiveerd; bijdragen van reserves worden ten laste van een
                                    programma als eenmalige (extra) afschrijving in de
                                    exploitatierekening opgenomen; gelijktijdig wordt in het
                                    resultaatbestemmende deel van de exploitatierekening een
                                    onttrekking aan de specifieke bestemmingsreserve opgenomen.</al></li><li nr="4"><al>Financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijging- of
                                    vervaardigingprijs dan wel tegen nominale waarde.</al></li></lijst><al>Grensbedragen voor activering</al><lijst><li nr="5"><al>Investeringen met economisch nut, met een verkrijgings- of
                                    vervaardigingsprijs van minder dan € 10.000, worden niet
                                    geactiveerd.</al></li><li nr="6"><al>Investeringen met een maatschappelijk nut, met een verkrijgings-
                                    of vervaardigingsprijs van minder dan € 50.000 worden niet
                                    geactiveerd.</al></li><li nr="7"><al>Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo
                                    van agio en disagio worden niet geactiveerd.</al></li></lijst><al> Afschrijving</al><lijst><li nr="8"><al>In geval van afschrijving wordt de lineaire
                                    afschrijvingsmethodiek gehanteerd.</al></li><li nr="9"><al>De afschrijving is gebaseerd op de verwachte toekomstige
                                    gebruiksduur; deze is gelijk aan de economische levensduur van
                                    een investering.</al></li><li nr="10"><al>Bij nieuwe investeringen wordt de volgende richtlijn voor de
                                    afschrijving in acht genomen: </al><lijst><li nr="a)"><al>50 jaar: bedrijfsgebouwen, waarbij voor onderdelen,
                                            waarvoor een kortere gebruiksduur wordt verwacht, de
                                            componentenmethode wordt toegepast;</al></li><li nr="b)"><al>10-25 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen,
                                            verbouwingen, kantoormeubilair;</al></li><li nr="c)"><al>5 jaar: vervoermiddelen;</al></li><li nr="d)"><al>3-5 jaar: apparatuur automatisering en overige
                                            apparatuur;</al></li><li nr="e)"><al>geen afschrijving: gronden en terreinen.</al></li></lijst></li><li nr="11"><al>Voor investeringen met economisch nut start de afschrijving ná
                                    de gereed melding van die investering; in geval van op zichzelf
                                    staande deelprojecten worden die afzonderlijk op hun gereed
                                    melding getoetst.</al></li><li nr="12"><al>Voor investeringen met een maatschappelijk nut start de afschri
                                    jving in het jaar nadat uitgaven zijn gedaan; investeringen die
                                    zich over meerdere jaren uitstrekken worden per jaarschijf als
                                    afzonderlijk actief behandeld.</al></li><li nr="13"><al>Resultaatafhankelijke (extra) afschrijving op investeringen
                                    wordt in beginsel niet toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten geven jaarlijks in de in artikel 4 genoemde nota,
                            hun zienswijze betreffende de reserves en voorzieningen aan; hierbij
                            wordt in ieder geval behandeld: a) de vorming en besteding van reserves;
                            b) de vorming en besteding van voorzieningen; c) de toerekening en
                            verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen (indien van
                            toepassing).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de provincie wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd.
                                Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de provincie verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rechten als
                                bedoeld in artikel 223, eerste lid, provinciewet, de compensablele
                                BTW.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten dragen bij de uitoefening van de
                                financieringsfunctie zorg voor: </al><lijst><li nr="a)"><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door Provinciale Staten vastgestelde kaders van de begroting
                                        uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b)"><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s,
                                        liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c)"><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het optimaliseren van</al></li><li nr="d)"><al>het rendement van de beschikbare liquiditeiten;</al></li><li nr="e)"><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten nemen bij de uitvoering van de
                                financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: </al><lijst><li nr="a)"><al>bij het uitzetten van overtollige gelden is de Wet Fido en
                                        de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale
                                        overheden) en de Regeling schatkistbankierem decentrale
                                        overheden leidend.</al></li><li nr="b)"><al>bij het uitzetten van overtollige middelen bij decentrale
                                        overheden dient dit zo optimaal mogelijk afhankelijk van de
                                        marktsituatie te worden gedaan, waarbij het rendement
                                        minimaal gelijk dient te zijn aan het rendement op een
                                        Nederlandse staatsobligatie met vergelijbare looptijd;</al></li><li nr="c)"><al>bij het uitzetten van overtollige middelen met een looptijd
                                        langer dan 1 jaar worden tenminste drie prijsoffertes bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="d)"><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan 1 jaar worden tenminste drie prijsoffertes bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e)"><al>derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico’s;</al></li><li nr="f)"><al>bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig
                                        gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar
                                        komt.</al></li><li nr="g)"><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten
                                        van middelen of het verlenen van garanties luiden in
                                        euro;</al></li><li nr="h)"><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                        wettelijke waarden; Gedeputeerde Staten informeren
                                        Provinciale Staten indien de kasgeldlimiet of de
                                        renterisiconorm dreigen te worden overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak binnen de
                                vastgestelde kaders van het Uitvoeringskader Sturing in
                                Samenwerking. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van
                                garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van
                                de publieke taak bedingen Gedeputeerde Staten indien mogelijk
                                zekerheden en stellen zij voorwaarden. Gedeputeerde Staten motiveren
                                in hun besluit het publiek belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Gedeputeerde Staten informeren in ieder geval vooraf Provinciale
                                Staten en nemen pas een besluit, nadat Provinciale Staten in de
                                gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van
                                Gedeputeerde Staten te brengen voorzover het betreft: </al><lijst><li nr="a)"><al>het verstrekken van garanties, leningen en waarborgen naar
                                        derden voor bedragen groter dan € 1.000.000,-</al></li><li nr="b)"><al>bij garanties, leningen en waarborgen onder deze limiet
                                        geldt de actieve informatieplicht door het college van
                                        Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Gedeputeerde Staten stellen regels op ter uitvoering van het
                                gestelde onder het eerste tot en met derde lid en leggen deze
                                regels, alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                vast in een Treasurystatuut. Gedeputeerde Staten zenden het T
                                reasurystatuut ter kennisneming aan Provinciale Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Garantstellingen geconverteerde geldleningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het afgeven van
                                garantieverklaringen met betrekking tot de betaling van renten en
                                aflossingen van door gezondheidsinstellingen aan te gane
                                geldleningen ten behoeve van de conversie van reeds bij eerder
                                besluit van Provinciale Staten gegarandeerde geldleningen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan de garantstellingen als bedoeld in het eerste lid wordt als
                                voorwaarde verbonden:</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>dat de termijn van de nieuwe lening niet langer is dan de resterende
                                looptijd van de oude lening;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>dat het rendement van de lening zich beweegt op het niveau van de
                                bij het sluiten van de geldlening geldende kapitaalmarktrente;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>dat de lening voldoet aan de Wet financiering decentrale
                                overheden;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>dat de opbrengst van de af te sluiten lening wordt aangewend voor de
                                aflossing van de oude lening;</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>dat de rentebesparing opweegt tegen het lastennadeel van het
                                vervroegd aflossen (boeterente) van de oude lening;</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>dat de Provincie Limburg reeds krachtens eerder besluit garant stond
                                terzake van de te converteren geldlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Garantstellingen Groenfonds</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het afgeven van
                            garantieverklaringen voor leningen door het Groenfonds ten laste van de
                            L.N.V./I.P.O.- convenantsgelden, bestemd voor de realisering van
                            reservaats- en natuurontwikkelingsprojecten, tot een zodanig maximum,
                            dat het Limburgs aandeel in rente en aflossing binnen de voor Limburg
                            beschikbare convenantsgelden blijft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen. In de registratie worden ook
                                    opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                    cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde
                                    investeringen in de openbare ruimte.</al></li><li nr="2"><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor, dat de registratie en
                                    de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                    provincie systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande
                                    dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-) vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                    leningen, de (crediteuren-)schulden, registergoederen en
                                    bedrijfsmiddelen jaarlijks worden gecontroleerd.</al></li><li nr="3"><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen nemen
                                    Gedeputeerde Staten maatregelen voor herstel van de
                                    tekortkomingen. De resultaten van de controle en eventuele
                                    plannen van verbetering worden ter kennisneming aan Provinciale
                                    Staten aangeboden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 3 Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 Paragrafen in programmabegroting</titel></kop><al>In de Programmabegroting worden in afzonderlijke paragrafen de
                            beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige
                            aspecten, alsmede tot de provinciale heffingen. In de paragrafen wordt
                            tenminste opgenomen datgene dat nader bepaald is in de artikelen 10 tot
                            en met 16 van de BBV. Naast de verplichte paragrafen, is ook een niet
                            verplichte paragraaf opgenomen in de programmabegroting. Deze omvat de
                            majeure projecten. Over de voortgang van majeure projecten wordt in deze
                            paragraaf gerapporteerd in zowel de Begroting als in de
                            Jaarstukken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 4 Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18 Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    provincie als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b)"><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts;</al></li><li nr="c)"><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d)"><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li><li nr="e)"><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende weten regelgeving;</al></li><li nr="f)"><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Financiële administratie</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a)"><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b)"><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, het CBS,
                                    alsmede aan andere instellingen die specifieke
                                    verantwoordingsverplichtingen opleggen aan de provincie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Financiële organisatie</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor en leggen (in een besluit)
                            vast:</al><lijst><li nr="a)"><al>een eenduidige indeling van de provinciale organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de provinciale taken aan de
                                    organisatieonderdelen;</al></li><li nr="b)"><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c)"><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel 5 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking een dag na publicatie in het
                            Provinciaal Blad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening provincie Limburg 2012”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd, drs. Th.J.F.M. Bovens, voorzitter mw. drs.
                        J.J. Braam, griffier Uitgegeven, 10 april 2014</ondertekening><ondertekening>de Griffier, mw. drs. J.J. Braam</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>