<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74679_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verdelingsverordening voor het Provinciaal Stads- en dorpsvernieuwingsfonds 1994</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2014, 957</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verdelingsverordening voor het Provinciaal Stads- en dorpsvernieuwingsfonds 1994</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, art. 7, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-18</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Statenvoorstel 1122763</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidie, ruimte en wonen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verdelingsverordening voor het Provinciaal Stads- en dorpsvernieuwingsfonds 1994</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> PROVINCIALE STATEN van FRIESLAND</al><al>Gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten inzake de wijziging van de
                        Verdelingsverordening voor het provinciaal stads- en dorpsvernieuwingsfonds
                        1994 en van de Subsidieverordening voor de particuliere
                        woningverbetering:</al><al>Gelet op de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;</al><al>BESLUITEN</al><al>tot vaststelling van de volgende “Verordening tot wijziging van de
                        Verdelingsverordening voor het provinciaal stads- en dorpsvernieuwingsfonds
                        en van de Subsidieverordening voor de particuliere woningverbetering”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> stads- en dorpsvernieuwing: het beleid gericht op opheffing van
                                    knelpunten in de gebouwde omgeving met een negatieve uitstraling
                                    voor het woon- en werkmilieu;</al></li><li nr="b."><al> wet: de Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing;</al></li><li nr="c."><al> fonds: het Provinciaal Stads- en dorpsvernieuwingsfonds als
                                    bedoeld in artikel 39, 4e lid van de wet, voor de provincie
                                    Friesland;</al></li><li nr="d."><al> provinciaal verdelingsplan: een door de provincie opgestelde
                                    lijst van projecten die in principe voor een bijdrage uit het
                                    fonds in aanmerking komen;</al></li><li nr="e."><al> commissie: de Provinciale Commissie Stads- en dorpsvernieuwing
                                    als bedoeld in artikel 5, 2e lid van de wet, voor de provincie
                                    Friesland;</al></li><li nr="f."><al> gemeente: een gemeente als bedoeld in artikel 39, 4e lid van de
                                    Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing; een zogenaamde
                                    niet-rechtstreekse gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>De algemene subsidieverordening is van toepassing op het toekennen van
                            bijdragen uit het fonds, uitgezonderd wanneer daarvan in de navolgende
                            artikelen wordt afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten kennen uit het fonds slechts bijdragen toe aan
                                gemeenten, die daartoe een aanvraag hebben ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De toekenning van bijdragen geschiedt voor zover door het rijk
                                daartoe middelen in het fonds zijn gestort.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Van het fonds wordt 20% gereserveerd voor de particuliere
                                woningverbetering en de verbetering van beeldbepalende en
                                karakteristieke panden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor de onder lid 3 genoemde activiteit stelt de provincie een
                                verordening vast, op grond waarvan de gemeente aan de
                                eigenaar/bewoner geldelijke steun verleent.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks voor 1 maart verslag
                                uit aan gedeputeerde staten over de voortgang van de onder lid 3
                                bedoelte activiteiten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Te subsidiëren stads- en dorpsvernieuwingsactiviteiten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Voor de toekenning van bijdragen uit het fonds komen de volgende
                            activiteiten in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al> sanering milieuhinderlijke bedrijven;</al></li><li nr="b."><al> sloop-nieuwbouwprojecten;</al></li><li nr="c."><al> verbetering van de openbare ruimte;</al></li><li nr="d."><al> verbetering van particuliere woningen van voor 1950,
                                    gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanvragen van bijdragen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1 betreft een globale
                                aanvraag, die door de gemeenten voor 1 maart van het jaar,
                                voorafgaande aan de twee jaar waarin een bijdrage wordt gevraagd,
                                wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvraag dient vergezeld te gaan van een programma, waaruit
                                blijkt welke activiteiten de gemeente de komende jaren wenst uit te
                                voeren in de sfeer van de stads- en dorpsvernieuwing. In het
                                programma wordt aandacht besteed aan de in artikel 7 genoemde
                                aspecten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten van de bepalingen
                                in lid 1 afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Provinciaal verdelingsplan</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten stellen aan de hand van de door de gemeenten
                                ingediende programma’s een verdelingsplan op.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Zij stellen jaarlijks alle gemeenten voor 1 oktober in kennis van
                                het totale budget van het provinciaal stads- en
                                dorpsvernieuwingsfonds en van het verdelingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In het verdelingsplan kunnen gedeputeerde staten in voorkomende
                                gevallen een verdeling opnemen die zich over meerdere jaren
                                uitstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde staten winnen alvorens het provinciaal verdelingsplan
                                vast te stellen advies in van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In bijzondere gevallen kan van het bepaalde in lid 2 worden
                                afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Alleen die projecten worden in het verdelingsplan opgenomen,
                                waarbij sprake is van een gebleken noodzaak om de voortgang van de
                                stads- en dorpsvernieuwing te bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de vaststelling van het verdelingsplan betrekken gedeputeerde
                                staten voorts de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al> de continuïteit van het stads- en
                                        dorpsvernieuwingproces;</al></li><li nr="b."><al> de uitvoerbaarheid van het project;</al></li><li nr="c."><al> de urgentie van het project;</al></li><li nr="d."><al> de mate van integraliteit van het proces;</al></li><li nr="e."><al> een sobere en doelmatige uitvoering van het project;</al></li><li nr="f."><al> het gemeentelijk aandeel in de projectkosten;</al></li><li nr="g."><al> de toepassing van andere rijks- en/of provinciale
                                        regelingen;</al></li><li nr="h."><al> het maatschappelijk en economisch rendement van het
                                        project;</al></li><li nr="i."><al> de wijze van de betrokkenheid van de bevolking;</al></li><li nr="j."><al> de relatie met het provinciaal beleid.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toekennen bijdragen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor projecten die in het in artikel 6 bedoelde verdelingsplan zijn
                                geplaatst, dienen burgemeester en wethouders een aanvraag in. Deze
                                aanvraag dient vergezeld te gaan van een beschrijving en een
                                tekening van het plan, een kostenraming en een overzicht van dekking
                                van de kosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten kennen, nadat zij de commissie om advies hebben
                                gevraagd, per project een bijdrage toe;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Aan de toekenning van een bijdrage op grond van artikel 2, wordt
                                het voorschrift verbonden dat binnen één jaar met de uitvoering van
                                de gesubsidieerde activiteiten wordt begonnen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten op verzoek
                                van de gemeente de termijn genoemd in lid 3 verlengen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit niet
                                binnen één jaar na de toekenning van de bijdrage is begonnen en geen
                                toepassing is gegeven aan het bepaalde in het vierde lid kunnen
                                gedeputeerde staten de bijdrage intrekken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Voorzover de gemeente de bijdrage niet zelf aan stads- en
                                dorpsvernieuwing besteedt, besteedt ze die aan de verlening van een
                                bijdrage aan natuurlijke of rechtspersonen in het belang van de
                                stads- en dorpsvernieuwing en voor doelen waarvoor ze die bijdrage
                                van de provincie heeft ontvangen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bevoorschottting</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen voor de stads- en
                                dorpsvernieuwingsactiviteiten voorschotten verlenen tot 50% van de
                                toegekende bijdrage. Deze bevoorschotting is afhankelijk van de
                                omvang van het fonds en wordt zonodig gerelateerd aan het
                                betalingsritme van het rijk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bevoorschotting vindt plaats nadat burgemeester en wethouders
                                hebben bericht dat met de uitvoering van de gesubsidieerde
                                activiteit is gestart.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vaststelling en uitbetalingen bijdragen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bijdrage wordt definitief vastgesteld aan de hand van een opgave
                                van de werkelijk gemaakte kosten van het project en een overzicht
                                van eventuele bijdragen van derden, waarna de afrekening plaats
                                vindt. Tevens dient een verklaring van een register-accountant te
                                worden overgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op verzoek van Gedeputeerde Staten verstrekken de gemeenten alle
                                informatie die benodigd is voor het door GS op te stellen
                                bestedingsverslag en de daarbij behorende
                                accountantsverklaring.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>De afwikkeling van de toegekende bijdragen op grond van de
                            Verdelingsverordening voor het Provinciaal Stadsvernieuwingsfonds 1990
                            geschiedt conform de daarin gestelde regels.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere
                            regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1994 en kan worden
                            aangehaald als de Verdelingsverordening voor het Provinciaal Stads- en
                            dorpsvernieuwingsfonds 1994.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Leeuwarden, 24 november 1993</ondertekening><ondertekening>voorzitter H. Wiegel</ondertekening><ondertekening>griffier F. van der Ploeg</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>