<lvbbu:Consolidaties schemaversie="1.2.0" xmlns:lvbbu="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <lvbbu:Consolidatie>
    <consolidatie:ConsolidatieIdentificatie xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR746337</consolidatie:FRBRWork>
      <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_006</consolidatie:soortWork>
      <consolidatie:isConsolidatieVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/pv28/2025/N2K-096-2025-2031</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_019</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isConsolidatieVan>
    </consolidatie:ConsolidatieIdentificatie>
    <consolidatie:Toestanden xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:bekendOp>2025-11-04</consolidatie:bekendOp>
      <consolidatie:ontvangenOp>2025-11-04</consolidatie:ontvangenOp>
      <consolidatie:BekendeToestand>
	<consolidatie:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR746337/nld@2025-11-05</consolidatie:FRBRExpression>
	<consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/pv28/2025/PZH-2025-880921593</consolidatie:doel>
	</consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	<consolidatie:geldigheid>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-11-05</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-11-05</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	</consolidatie:geldigheid>
	<consolidatie:instrumentVersie>/akn/nl/act/pv28/2025/N2K-096-2025-2031/nld@2025-10-28;1</consolidatie:instrumentVersie>
      </consolidatie:BekendeToestand>
    </consolidatie:Toestanden>
    <lvbbu:RegelingVersie schemaversie="1.2.0">
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/pv28/2025/N2K-096-2025-2031</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/pv28/2025/N2K-096-2025-2031/nld@2025-10-28;1</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_019</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingVersieMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:versienummer>1</data:versienummer>
      </data:RegelingVersieMetadata>
      <tekst:RegelingVrijetekst xmlns:tekst="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	<tekst:RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
	  <tekst:Al>Natura 2000-beheerplan Coepelduynen 2025-2031</tekst:Al>
	</tekst:RegelingOpschrift>
	<tekst:Lichaam wId="body" eId="body">
	  <tekst:Divisie wId="pv28_980ed26a52d842e9a3391eb9313651e8__div_I" eId="div_o_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Samenvatting</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_3d182e9bec8f4a208defc2241476db1e__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>&#x2018;Coepelduynen&#x2019; is een bijzonder natuurgebied en vanwege de natuurwaarden door  het ministerie van EZ aangewezen als Natura 2000-gebied. Hiermee is het onderdeel van een Europees netwerk van natuurgebieden. Het doel van Natura 2000  is om de soortenrijkdom in de natuur in stand te houden en zo mogelijk te verbeteren.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_069133578ae3411ebdf9cdec5366818e__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Functie beheerplan</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor ieder Natura 2000-gebied is een beheerplan opgesteld. Het beheerplan  geeft aan hoe de aanwezige natuur het best beschermd kan worden, beschrijft de  mogelijkheden om de natuur verder te ontwikkelen en geeft een kader voor  vergunningverlening en handhaving in relatie met de activiteiten die in en rond  het gebied plaatsvinden. Voor dit gebied is het eerste beheerplan in 2017  vastgesteld. Een beheerplan geldt voor een periode van maximaal zes jaar, met de  mogelijkheid tot eenmalige verlenging. In verband met het opstellen van de  Natuurdoelanalyse voor het gebied, is het beheerplan Coepelduynen in 2023 met  twee jaar verlengd tot en met augustus 2025.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_8ba370c0e2a840bcad54828f2b433679__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Doelen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In het eerste beheerplan zijn de instandhoudingsdoelen uit het  aanwijzingsbesluit van het ministerie van EZ uitgewerkt. In 2022 is het  &#x2018;Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden&#x2019;  gepubliceerd. Hierin zijn voor het gebied doelen toegevoegd aan het  aanwijzingsbesluit. Dat betekent dat voor dit gebied de volgende doelen voor de  verschillende habitattypen en soorten zijn vastgelegd:</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_711a42a8e1e34abf83aa09d167722d30__div_I__content_1__img_o_1" eId="div_o_1__content_o_3__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel S&#x2011;1 Doelen voor verschillende habitattypen en -soorten in Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb922301d422ac45c7b9f2e60cf67f6344.png" breedte="980" hoogte="480" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="160"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De belangrijkste kernopgave voor dit gebied is:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_06bd73bb599a4ca2a5f86eeb9f2c7480__recital_o_1" eId="div_o_1__content_o_3__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Grijze duinen: Uitbreiding en herstel kwaliteit van grijze duinen (*H2130)</tekst:b>&#160;ook als habitat van tapuit (A277), velduil (A222) en  blauwe kiekendief (A082),<tekst:b>&#160;door tegengaan vergrassing en  verstruweling.<tekst:br/></tekst:b>(NB Passages die wel onderdeel zijn van de  kernopgaven, maar niet van toepassing zijn voor Coepelduynen zijn in cursief en  niet vet gedrukt opgenomen)</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_30d73bfacf344418adf6a0483b2bb4f4__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Uitgevoerde maatregelen uit het eerste beheerplan</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om de gunstige staat van instandhouding van de habitattypen te kunnen  waarborgen zijn in het eerste Natura 2000-beheerplan van dit gebied negen  specifieke maatregelen opgenomen. De maatregelen waren vooral gericht op het  verwijderen van struweel en frequent maaibeheer. Bijna alle maatregelen die zijn  opgenomen in het eerste Natura 2000-beheerplan zijn uitgevoerd. Niet uitgevoerd  is maatregel zeven (onderzoek naar verstuiving zeereep). Aangezien er veel  verstuiving is in het middenduin, is een grootschalige ingreep in de zeereep  niet wenselijk. Het onderzoek, in de geformuleerde scope, is daarom niet nodig  gebleken en niet uitgevoerd.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_d87a03a43e6b48669ad93b05135036c8__div_I__content_2" eId="div_o_1__content_o_5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Landschapsecologische systeemanalyse</tekst:Label>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor dit tweede Natura 2000-beheerplan is geen nieuwe landschapsecologische  systeemanalyse (LESA) uitgevoerd. Dit beheerplan bevat een samenvatting en  actualisatie van de LESA, zoals opgesteld voor de Natuurdoelanalyse (2022).</tekst:Al>
		<tekst:Al>De LESA schetst het beeld van een relatief jong duincomplex met een grote  afwisseling in hoogte, dat onder invloed staat van een stevige  verstuivingsdynamiek, vooral achter de zeereep in het middenduingebied. In de  zeereep is sprake van matige dynamiek.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Achter de zeereep is een goed ontwikkeld microparaboollandschap met  reli&#235;frijke duinen en kleine uitblazingsvalleien ontstaan, met lange, diep  uitgestoven paraboolduinen en valleien met ori&#235;ntatie van zuidwest naar  noordoost. Er is geen duidelijke duinrand, waardoor sprake is van een relatief  abrupte overgang naar het achterland, slechts beperkt afgeschermd met duinbos in  de binnenduinrand.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ondanks het jonge duinkarakter heeft Coepelduynen onder invloed gestaan van  de mens. Door kustaangroei, onder andere door verscheidene zandsuppleties, zijn  in de loop der jaren embryonale duinen ontstaan, aan de strandzijde van de  zeereep, buiten het N2000-gebied. Daarnaast is voor een deel een karakteristiek  &#x2018;zeedorpenlandschap&#x2019; ontstaan met in de zuidelijke helft diverse afgravingen,  maar ook een vuilstortplaats die voor bouw- en sloopafval vanuit Katwijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Mede door de vroegere menselijke invloed zijn er in het gebied goede  ontwikkelde kalkrijke duingraslanden met verscheidene zeldzame plantensoorten.  Die staan echter onder druk door onder andere onvoldoende aanvoer van kalkrijk  zand. In het midden van het gebied zijn er vooral jonge successtadia van droge  duingraslanden, afgewisseld met stukken struweel en klein bosjes. Er is een  gering aantal vochtige duinvalleien. Twee nieuw uitgegraven duinvalleien (2019)  lijken succesvol (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_4a2cb8ba353b41cfbd9a0157451dba68__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Ontwikkeling habitattypen</tekst:Label>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De getroffen maatregelen uit het vorige beheerplan zijn veelal jaarlijks  uitgevoerd vanaf het begin van de eerste beheerplanperiode. Van alle  habitattypen lijkt de kwaliteit stabiel en bij de vochtige duinvalleien is er  sprake van kwaliteitsverbetering. Verder neemt het oppervlak bij de meeste  habitattypen toe, waarbij de grijze duinen langzaam overgaan in  duindoornstruwelen en het oppervlak hierin is verschoven. Er zijn (lokaal) nog  wel knelpunten, waarvoor nieuwe maatregelen nodig zijn. Voor het totaaloverzicht  zie onderstaande tabel S-2.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_d88877eb6ba347279eceefda7823e4eb__div_I__content_1__img_o_1" eId="div_o_1__content_o_6__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel S&#x2011;2 Samenvattend overzicht ontwikkelingen en opgaven habitattypen Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb44b6e8d95ab748c18b2cb2f9fef2ec5b.png" breedte="1020" hoogte="1373" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="167"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_93281566a5434000b53d491028f73c44__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Visie op doelbereik</tekst:Label>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De  huidige visie is gebaseerd op de visie van het eerste beheerplan, aangevuld met inzichten (waaronder knelpunten) uit de evaluatie van het  eerste  beheerplan, de Natuurdoelanalyse, het advies van de  Ecologische autoriteit en het Eindoordeel Coepelduynen. Daaruit blijkt dat er nog verschillende op te lossen knelpunten zijn om de gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen te kunnen realiseren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De belangrijkste knelpunten zijn het gevolg  van:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="pv28_5b98eeae4f014e148cadd86e7a81f99f__div_I__content_1__list_o_1" eId="div_o_1__content_o_7__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="pv28_85213e1af6694cbdbbf27522a1904b26__div_I__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_o_1__content_o_7__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Overmatige  verstuivingsdynamiek (met als gevolg afnemend areaal van het  habitattype grijze  duinen, ongewenste overstuiving van vochtige duinvalleien en  omliggende  bebouwing).&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_cfaffd27555f473da4be36697c73b90b__div_I__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_o_1__content_o_7__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Te beperkte  winddynamiek in de zeereep (met daardoor kans op zandtekorten en  beperkte  aanvoer van kalkrijk zand naar het middenduin). Door maatregelen te  nemen die  de verstuivingsprocessen in de zeereep bevorderen, kan de successie  worden  &#x201c;teruggezet&#x201d;. &#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_60bd8d6ab80d4184984754b9a9fdb5dd__div_I__content_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_o_1__content_o_7__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>Stikstofdepositie  (versnelde vastlegging verstuifbaar zand en lokaal  verruiging en  vergrassing).&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_867e9ce59b6848bd927a96388cd8dd35__div_I__content_1__list_o_1__item_o_4" eId="div_o_1__content_o_7__list_o_1__item_o_4">
		    <tekst:Al>Verstruweling  en toenemende dreiging van invasieve exoten (zoals rimpelroos)&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_e39ae80a90e940309ab9cb26de4c49ed__div_I__content_1__list_o_1__item_o_5" eId="div_o_1__content_o_7__list_o_1__item_o_5">
		    <tekst:Al>Grotere  recreatiedruk (waaronder trailrunnen en hondenuitlaten).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de bestaande en  nieuwe knelpunten per habitattype die op het moment van schrijven van dit  beheerplan niet (volledig) zijn opgelost.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_1276e221775641688155761ea5d5a33d__div_I__content_1__img_o_1" eId="div_o_1__content_o_7__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel S&#x2011;3 Overzicht knelpunten voor het Natura 2000-gebied voor de huidige beheerplanperiode</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb53d191f642784105bc0cfc01ed188f95.png" breedte="964" hoogte="1065" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="158"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_39cf8c38660344fb980581597ae7a3a1__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Nieuwe maatregelen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In het kader van het eerste beheerplan is een groot aantal maatregelen  uitgevoerd die bijdragen aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen  voor het Natura 2000-gebied. Voor de komende beheerperiode is de instandhouding  en kwaliteitsverbetering van de grijze duinen (H2130A) en vochtige duinvalleien  hoofdprioriteit. Daarbij ligt het accent op proces en patroonmaatregelen binnen  het N2000-gebied, gericht op kwaliteitsverbetering en uitbreiding, nader  onderzoek (bijvoorbeeld naar saneren en benutten voormalige vuilstort, omvang  konijnenpopulatie) en het tegengaan van drukfactoren (invasieve exoten,  recreatie, vergrassing, verstruweling en verzuring).&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zie onderstaand samenvattend overzicht.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_818bb37c86c246748e799783aa228d90__div_I__content_1__img_o_1" eId="div_o_1__content_o_8__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel S-4 Overzicht maatregelen voor de huidige beheerplanperiode</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_S-4.jpg" breedte="2532" hoogte="9228" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_b85462c285134a7ebdf61fe8bb9c0c5a__div_I__content_1" eId="div_o_1__content_o_9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Monitoring</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Door middel van monitoring houden de provincies de gewenste ontwikkeling in  de gaten en zal bij de herziening van dit beheerplan worden bezien of  voortzetting dan wel aanvulling en/of bijsturing van de monitoring nodig is. Uit  de evaluatie van het eerste beheerplan en de Natuurdoelanalyse is naar voren  gekomen dat de monitoring van de kwantiteit en kwaliteitsaspecten van de  VHR-typen transparanter en meer gestructureerd uitgevoerd moet worden. Dit is  bevestigd door de ecologische autoriteit. In de monitoringsparagraaf is hier  invulling aan gegeven. Het gaat om de volgende monitoring.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Monitoring verspreiding en kwaliteit habitattypen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Monitoring gericht op de kwaliteitsaspecten van de beschermde habitattypen. Zie  onderstaande tabel S-5.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_9344b674948740b29cea49ce78f7fc3d__div_I__content_1__img_o_1" eId="div_o_1__content_o_9__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel S-5 Overzicht monitoring habitattypen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb507e6e3517fc454f93a219804905db26.png" breedte="1048" hoogte="880" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="171"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Monitoring systeemherstel en abiotische  omgevingscondities</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast meting van de grondwaterstanden en jaarlijks  reli&#235;fonderzoek drie jaarlijkse opnamen in permanente kwadranten (PQ&#x2019;s) gericht  op het verkrijgen van inzicht in de mate van systeemherstel. Zie onderstaande  tabel S-6.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_e2b73ec48ba4488e9e030a386c44b43a__div_I__content_1__img_o_2" eId="div_o_1__content_o_9__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel S&#x2011;6 Overzicht monitoring systeemherstel (SH)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afbefe95311467940f4acfb34e60c949617.png" breedte="946" hoogte="364" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="155"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Monitoring van afgesproken maatregelen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De fysieke maatregelen die zijn of worden uitgevoerd voor het behalen van de  doelen dienen ook te worden gemonitord. Het gaat hierbij om zowel monitoring van  de uitvoering als monitoring van de effecten. In onderstaande tabel S-7 is  weergegeven welke monitoring van de maatregelen is voorzien.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_2a61066a4ece4b2abbd3795c27cbfe37__div_I__content_1__img_o_3" eId="div_o_1__content_o_9__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Tabel S&#x2011;7 Overzicht monitoring maatregelen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb797f62a6394d4e8ebfc0d5a1351ee851.jpg" breedte="2971" hoogte="5890" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="Afbeelding" dpi="300"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Monitoring overige soorten</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het gebied komen ook soorten van de habitatrichtlijn voor, waarvoor Natura  2000 &#x2013; gebied Coepelduynen niet is aangewezen. Vanwege de strikte bescherming  van deze soorten is het ook van belang te weten waar deze soorten voorkomen in  het gebied. Deze soorten moeten daarom ook worden gemonitord.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_63341409e3d44bc89c62e0ca192ecbed__div_o_1__content_o_10" eId="div_o_1__content_o_10">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Vergunningverlening en handhaving</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor activiteiten, werkzaamheden en/of projecten die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied kan een vergunning noodzakelijk zijn, indien significante effecten op natuurwaarden in het Natura 2000-gebied niet zijn uit te sluiten. Dit geldt zowel voor activiteiten binnen het Natura 2000-gebied als voor activiteiten die buiten het gebied plaatsvinden en invloed hebben op het gebied. In paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_10__content_10.2">10.2</tekst:IntRef>&#160;staat een overzicht van (huidige/bestaande)activiteiten die geen significant effect hebben op die natuurwaarden en daarmee zijn vrijgesteld van vergunningplicht.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_fa1aca259ca54ba3b7c43ccdea138c68__div_II" eId="div_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>1</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_e2c05489f83b48898ca5a938de375533__div_II__content_1" eId="div_1__content_1.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Wat is Natura 2000?</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Internationaal zijn er afspraken tussen landen over het behoud en duurzaam  gebruik van planten, dieren en micro-organismen (de Verenigde Naties, 1992). De  landen binnen de Europese Unie hebben vervolgens nadere afspraken gemaakt over  de uitwerking van deze wereldwijde verdragen. Twee daarvan zijn de Europese  Vogelrichtlijn en de -Habitatrichtlijn (zie tekstkader). De Europese  Vogelrichtlijn wijst beschermingsgebieden aan voor vogels. De Europese  Habitatrichtlijn regelt de bescherming van belangrijke natuurgebieden. Binnen  Europa zijn beide richtlijnen van toepassing op het Natura 2000-netwerk van  bijna 26.000 natuurgebieden, waarin planten en dieren beschermd moeten worden.  In Nederland liggen 162 van deze Natura 2000-gebieden. De lidstaten hebben deze  richtlijnen in nationale wetgeving verwerkt. In Nederland is dat de  Omgevingswet. Door de Natura 2000-gebieden doelgericht te beheren en te beschermen, moet  het voortbestaan van de bijzondere natuurwaarden (habitattypen en leefgebieden  van soorten) verzekerd zijn. Per gebied moet een beheerplan worden opgesteld  waarin is aangegeven hoe de bijzondere natuurwaarden in dat gebied duurzaam  worden behouden.</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_4a3aaa3d7e074d8d81097780d657b80a__div_II__content_1__recital_o_1" eId="div_1__content_1.1__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Samenhang tussen Natura 2000, Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn&#160;</tekst:b>
                              </tekst:Al>
		  <tekst:Al>De Vogelrichtlijn (79/409/EEG) heeft als doel om alle in het wild levende  vogelsoorten en hun leefgebieden te beschermen. In Nederland zijn 79 gebieden  aangewezen als 'speciale beschermingszone' die vallen onder de Vogelrichtlijn:  Dit zijn gebieden waar bedreigde (trek-) vogelsoorten voorkomen en daarom  beschermd moeten worden. Daarnaast bevat de Vogelrichtlijn andere regels om  (trek-)vogels te beschermen, ook buiten de speciale zones.&#160;</tekst:Al>
		  <tekst:Al>De Habitatrichtlijn (92/43/EEG) heeft als doel om de veelheid aan planten en  dieren (biologische diversiteit) te behouden door het in stand houden van hun  natuurlijke leefgebieden. Net als bij de Vogelrichtlijn dienen Europese  lidstaten 'speciale beschermingszones' voor bedreigde dieren en planten aan te  wijzen en die te handhaven. Ook bevat de Habitatrichtlijn regels voor het  beschermen van dieren en planten los van deze beschermingszones.&#160;</tekst:Al>
		  <tekst:Al>De gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszone onder de Vogel-  en Habitatrichtlijnen hebben tezamen de aanduiding 'Natura 2000'.</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_c7798b1199fc4298a7f150b9d18549b1__div_II__content_1" eId="div_1__content_1.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Over het beheerplan</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>De juridische status&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Na aanwijzing van een Natura 2000-gebied door het Rijk (op grond van artikel  2.44 lid 1 Omgevingswet, hierna: Ow,) stelt het bevoegd gezag en de  voortouwnemer, in dit geval Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland,  een beheerplan op voor het gebied (Art. 3.8 lid 3 en 3.9 lid 3, Ow).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Natura 2000 beheerplan is juridisch onder de Ow een programma</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Ingevolge de Omgevingswet is een Natura 2000-beheerplan een wettelijk  verplicht vast te stellen programma. Het geeft een uitwerking in omvang, ruimte  en tijd van de vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. Te nemen  instandhoudings- en passende maatregelen zijn in samenhang beschreven met  inbegrip van de daarmee beoogde resultaten (artikel 4.26 Besluit kwaliteit  leefomgeving, hierna: Bkl).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarnaast kan het beheerplan beschrijven welke handelingen en ontwikkelingen  in het gebied en daarbuiten het bereiken van instandhoudingsdoelstellingen in  het gebied niet in gevaar brengen. Daarbij kan worden aangegeven dat aan  bepaalde nadere voorwaarden en beperkingen moet worden voldaan. Bij vaststelling  dat de instandhoudingsdoelstellingen daarbij niet in gevaar worden gebracht,  kunnen de positieve gevolgen van de in het gebied te treffen  instandhoudingsmaatregelen worden betrokken. De beschrijving van deze  maatregelen in combinatie met activiteiten in het beheerplan betekent dat in het  vervolg een afzonderlijke beoordeling van deze activiteiten in het kader van een  vergunningprocedure &#x2013; onder de Omgevingswet: een omgevingsvergunning voor een  Natura 2000-activiteit &#x2013; niet noodzakelijk is (artikel 11.18 van het Besluit  activiteiten leefomgeving, hierna: Bal). Er dient dan wel een voortoets,  passende beoordeling of ADC-toets te zijn gemaakt (artikel 11.21 Bal).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Geen plan-mer plicht voor Beheerplan Coepelduynen</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Beheerplannen zijn gekwalificeerd als een programma  in de zin van de Omgevingswet. Voor dergelijke programma&#x2019;s kan sprake zijn van  een plan-mer-plicht als:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_bf6b9614aa4b4958861a617d7d693b43__div_II__content_1__list_o_1" eId="div_1__content_1.3__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="pv28_d91305ededfb44f8bd9864f227daae3a__div_II__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_1__content_1.3__list_o_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>die het kader vormen voor mer(beoordelings)-plichtige besluiten over  projecten (als bedoeld in artikel 16.43 van de Omgevingswet);&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_7db5bce6b5d0461888c1ffc5090d60b8__div_II__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_1__content_1.3__list_o_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>die het kader vormen voor (andere) projecten die aanzienlijke milieueffecten  kunnen hebben;&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_cfe1506c7b1e4e77b70869835b726fc8__div_II__content_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_1__content_1.3__list_o_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>waarvoor op grond van artikel 16.53c van de Omgevingswet een passende  beoordeling moet worden gemaakt.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Voor onderhavig beheerplan geldt geen plan-mer-plicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er geldt een (algemene) verplichting om rekening te houden met taken en  bevoegdheden van andere overheden en een plicht om zo nodig afstemming te zoeken  (artikel 2.2, eerste lid, Omgevingswet). De in het beheerplan opgenomen  maatregelen moeten tijdig door de verantwoordelijke overheden worden uitgevoerd  (artikel 3.18, derde lid, Omgevingswet). Een beheerplan wordt elke zes jaar  geactualiseerd (artikel. 10.18 Ob).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Participatie</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Participatie is een belangrijke pijler in de Omgevingswet. Met participatie  wordt bedoeld het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij het proces van  de besluitvorming over een project of activiteit. Bij het vaststellen van een  programma moet worden gemotiveerd hoe belanghebbenden zijn betrokken en wat  hiervan het resultaat is (artikel 10.8, Omgevingsbesluit). Tevens vindt de  Provincie het belangrijk dat tijdens het uitwerken van het beheerplan alle  benodigde perspectieven en kennis op tafel komen. Dit leidt tot betere en  gedragen beheerplannen. Om dit te bereiken is provincie Zuid-Holland in een zo  vroeg mogelijk stadium met direct betrokkenen in gesprek gegaan. Alle  belanghebbende partijen hebben de gelegenheid gehad om hun belangen in te  brengen. Deze belangen zijn meegewogen in de totstandkoming van dit  beheerplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit beheerplan is opgesteld door de provincie Zuid-Holland in samenwerking  met Sweco<tekst:b/>en er zijn relevante gebiedspartijen betrokken door  deel uit te maken van de projectgroep of de adviesgroep. Een overzicht van deze  partijen is weergegeven in bijlage 1. Tijdens meerdere overleggen met de  projectgroep en meerdere overleggen met de adviesgroep was gelegenheid voor de  betrokken partijen om hun belangen in te brengen, input te leveren en vragen te  stellen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen de provincie zijn verschillende afdelingen en programma&#x2019;s betrokken  bij de totstandkoming van dit beheerplan, waaronder Monitoring, Omgevingsdienst  Zuid-Holland Zuid (OZHZ) en Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Hierbij zijn de  wettelijke kaders voor participatie gevolgd met als doel te komen tot een door  de omgeving gedragen beheerplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Particuliere eigenaren en de omgeving zijn ge&#239;nformeerd over de ter inzage  leggingen door middel van bewonersbrieven en het bekend maken van de publicaties  via het Digitaal Stelsel Omgevingswet en het Provinciaal Blad.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>De totstandkoming van het plan&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit plan is een opvolging van het eerste beheerplan voor het Natura  2000-gebied Coepelduynen dat in 2017 is vastgesteld door de Gedeputeerde Staten  van Zuid-Holland en de Staatssecretaris van Economische Zaken.<tekst:br/>De  Omgevingswet verplicht het bevoegd gezag om elke zes jaar een beheerplan vast te  stellen. Het eerste beheerplan is in 2023 verlengd met twee jaar. In het kader  van het eerste beheerplan is een groot aantal maatregelen uitgevoerd die  bijdragen aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura  2000-gebied. Deze maatregelen, en de verwachte effecten daarvan, zijn  uitgangspunt bij de opstelling van dit tweede beheerplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>De vaststelling van het beheerplan</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit huidige Natura 2000-beheerplan wordt (op grond van artikel 3.8  Omgevingswet) vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland  in de rol van bevoegd gezag.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De procedure is als volgt:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="pv28_6b5e17e5c5214187895cfba7d560cd70__div_II__content_1__list_o_2" eId="div_1__content_1.3__list_o_2">
		  <tekst:Li wId="pv28_52f2829c62ff4b1f9898b1a058d3df12__div_II__content_1__list_o_2__item_o_1" eId="div_1__content_1.3__list_o_2__item_o_1">
		    <tekst:Al>Het bevoegd gezag stelt eerst een ontwerp-beheerplan vast.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_5c5844e9757c4096abb58979105836e2__div_II__content_1__list_o_2__item_o_2" eId="div_1__content_1.3__list_o_2__item_o_2">
		    <tekst:Al>Deze wordt vervolgens ter visie gelegd aan een ieder, waarbij iedereen, die  het niet eens is met de nieuwe (onderdelen van) het plan (ten opzichte van het  eerdere beheerplan), een zienswijze kan indienen. Het bevoegd gezag beoordeelt  deze zienswijzen en past het plan hierop al dan niet aan.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_5e7777f8cc4742848b0fa83ad8dbcce7__div_II__content_1__list_o_2__item_o_3" eId="div_1__content_1.3__list_o_2__item_o_3">
		    <tekst:Al>Vervolgens stelt het bevoegd gezag Provincie Zuid-Holland het plan  definitief vast.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_313f81b0ec084ba5aa771372a8fbc1b3__div_II__content_1__list_o_2__item_o_4" eId="div_1__content_1.3__list_o_2__item_o_4">
		    <tekst:Al>Daarna bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid tegen het plan in beroep  te gaan. Dat beroep heeft betrekking op de beschrijvingen van handelingen die  het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen, en de  daarbij in voorkomend geval aangegeven voorwaarden en beperkingen en voor zover  nieuw ten opzichte van het eerdere beheerplan. Een beroep kan leiden tot de  aanpassing van het plan.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Leeswijzer</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_2">2</tekst:IntRef>&#160;beschrijft de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied  Coepelduynen en de bijbehorende kernopgaven voor dit gebied. In het hierop  volgende hoofdstuk (hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_3">3</tekst:IntRef>) leest u wat de kaders zijn waarin Natura 2000  is vormgegeven in de provincie Zuid-Holland. Dit is het tweede beheerplan voor  het gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_4">4</tekst:IntRef>&#160;bevat een overzicht van uitgewerkte maatregelen in het eerste  beheerplan en wat de staat van uitvoering daarvan is bij het ingaan van dit  tweede beheerplan. Voor dit tweede beheerplan is de landschapsecologische  systeemanalyse (LESA) geactualiseerd. Op basis daarvan is beschreven welke  knelpunten voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen na  uitvoering van de maatregelen nog resteren, of zich nieuw hebben voorgedaan.  Deze LESA is opgenomen in bijlage 2 en samengevat in hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_5">5</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Welke ontwikkelingen zich hebben voorgedaan in de verspreiding en kwaliteit  van habitattypen en leefgebieden en in welke mate deze aansluiten bij de  instandhoudingsdoelstellingen is beschreven in hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_6">6</tekst:IntRef>. Deze beschrijving is  gebaseerd op een uitvoerige analyse die is opgenomen in Bijlage 3. Hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_7">7</tekst:IntRef>&#160;bevat een overzicht van de knelpunten voor doelrealisatie, die in de voorgaande  hoofdstukken zijn ge&#239;dentificeerd. Deze zijn uitgewerkt in een visie op  systeemniveau en op het niveau van de instandhoudingsdoelstellingen. In  hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_8">8</tekst:IntRef>&#160;zijn de maatregelen uitgewerkt die in de komende beheerplanperiode  worden genomen om binnen de reikwijdte van het beheerplan knelpunten op te  lossen. Het beheerplan sluit af met een toelichting op de wijze waarop  monitoring van het effect en doelbereik van de maatregelen plaatsvindt  (hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_9">9</tekst:IntRef>) en een toelichting op de juridische aspecten rond  vergunningverlening en handhaving (hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_10">10</tekst:IntRef>).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_a1b82d9917dd46589b06744cfd2e5157__div_II__content_1" eId="div_1__content_1.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Coepelduynen en Natura 2000</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>&#x2018;Coepelduynen&#x2019; is een bijzonder natuurgebied en vanwege de specifieke  milieuomstandigheden van zo&#x2019;n groot belang voor bedreigde planten en dieren dat  zij zelfs op Europees niveau bijzondere aandacht krijgen om te kunnen  voortbestaan. Vanwege de bijzondere natuurwaarden zijn de Coepelduynen in 1992  aangewezen als staatsnatuurmonument. Ook vallen de Coepelduynen onder de  Habitatrichtlijn. De Vogelrichtlijn is hier niet van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kenschets&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het&#160;<tekst:IntIoRef wId="pv28_fbf123dc96de4e8aaba7b8774e76fe31__div_II__content_1__ref_o_1" eId="div_1__content_1.2__ref_o_1" ref="pv28_17fdc13f7ee94250bcf0c845ae146a64__ref_1">Natura 2000-gebied Coepelduynen</tekst:IntIoRef>&#160;is 188 ha groot en omvat de smalle strook  kustduinen tussen Katwijk en Noordwijk (Figuur 1&#x2011;1). In vergelijking met andere  duingebieden op het vasteland is deze strook duinen vrij smal. De Coepelduynen  zijn ge&#239;soleerd gelegen. Er zijn geen directe verbindingen met andere  duingebieden. Dit relatief kleine gebied is reli&#235;frijk en landschappelijk zeer  afwisselend. Het bestaat grotendeels uit witte en grijze duinen. Het is vrij  droog, mede als gevolg van vergravingen in het verleden. De witte duinen zijn  vooral in de zeereep te vinden en de grijze duinen in het middenduin. In  vergelijking met andere duingebieden heeft het nog steeds een heel open karakter waar nauwelijks bos aanwezig is. Er is geen duidelijk binnenduinrandgebied  aanwezig, waardoor de overgang naar het polderlandschap vrij abrupt is.  Kenmerkend voor de Coepelduynen is de relatief hoge dynamiek waarbij in het  middenduin nog veelvuldig zandverstuiving plaatsvindt.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_59665bbfe2c645da9b4abefff5440300__div_II__content_1__img_o_1" eId="div_1__content_1.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 1&#x2011;1 Begrenzing Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb6e55184582dc41b0b7e88a297a25035d.png" breedte="794" hoogte="1122" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="130"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>In het noordelijke deel van het middenduin is in het verleden door toedoen van  de mens een specifiek open duinlandschap ontstaan. Door het eeuwenlange gebruik  als duinakker, voor het drogen van netten en het weiden van vee is een  afwisselend landschap ontstaan met duingraslanden, struwelen en bos. Dit is het  zogenaamde zeedorpenlandschap. In de Coepelduynen komen nog op grote schaal  kalkrijke duingraslanden voor die kenmerkend zijn voor het zeedorpenlandschap.  &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Tegenwoordig hebben de Coepelduynen een belangrijke recreatieve functie,  naast de waterkerende functie. Een deel van het duingebied is vrij toegankelijk  voor wandelaars. In dit deel mogen wandelaars ook buiten de paden door het  gebied heen struinen. Langs de zeereep loopt een fietspad door het gebied. Om de  rust in het vogelbroedseizoen te waarborgen is een groot deel van het gebied in  deze periode afgesloten. De zeereep heeft een belangrijke waterkerende functie  en is daarom het gehele jaar afgesloten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Figuur 1&#x2011;2 zijn de zes deelgebieden van het betreffende Natura 2000-gebied  weergegeven. In de Coepelduynen zijn, in relatie met de kwaliteit van aanwezige  habitattypen en met stikstofdepositie, zes deelgebieden te onderscheiden. Het gaat hier om de Zeereep, CD<tekst:Noot type="voet" id="footnote-a94a179007bd45a19779e7f655b83692">
		    <tekst:NootNummer>[1]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>CD is een afkorting voor Coepelduynen</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;Noord, CD Midden, CD Zuid, Binnenduinrand en  Vuilstort.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_0610edabe1404b8ba46f3da761ed878d__div_II__content_1__img_o_2" eId="div_1__content_1.2__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Figuur 1&#x2011;2 Deelgebieden van Natura 2000-gebied &#x2013; Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb14672e1db85c4956b831e78a7ef9868a.png" breedte="563" hoogte="745" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="92"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Aanwijzingsbesluit</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Aanwijzingsbesluit voor dit Natura 2000-gebied is vastgesteld op rijksniveau (Ministerie van LNV, 18 december 2009)<tekst:Noot type="voet" id="footnote-f94dd275491c4893ab0856175a702257">
		    <tekst:NootNummer>[2]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen/coepelduynen-aanwijzing">https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen/coepelduynen-aanwijzing</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>. In het Aanwijzingsbesluit is de begrenzing van  het gebied opgenomen en is aangegeven voor welke typen natuur (habitattypen) de  Coepelduynen belangrijk is. Het aanwijzingsbesluit geeft aan welke  instandhoudingsdoelstellingen gelden voor deze habitattypen.  Instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de oppervlakte en kwaliteit  van habitattypen en geven aan of behoud of uitbreiding c.q. verbetering wordt  nagestreefd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het &#x2018;<tekst:i>Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden&#x2019;</tekst:i>&#160;(Ministerie van LNV, 23 februari 2022)<tekst:Noot type="voet" id="footnote-373a04b3eb2741bbbedfc4eef1cbccae">
		    <tekst:NootNummer>[3]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>De bedoeling van het wijzigingsbesluit is het corrigeren van wat ten aanzien van de te beschermen habitattypen van Bijlage 1 en soorten van Bijlage 2 van de Habitatrichtlijn niet goed is gegaan bij het publiceren van de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten. Het betreft vooral het alsnog beschermen van habitattypen en soorten die op het moment van aanwijzen (in voldoende mate en duurzaam) aanwezig bleken te zijn. Deze waarden en de daarvoor gestelde instandhoudingsdoelstellingen worden met dit wijzigingsbesluit aan de betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een beperkt aantal gevallen bleken typen en soorten op het moment van aanwijzen niet (in voldoende mate en duurzaam) aanwezig te zijn. Deze worden met dit wijzigingsbesluit verwijderd.</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>, ook wel&#160;<tekst:i>Veegbesluit</tekst:i>&#160;genoemd, zijn  voor Coepelduynen doelen toegevoegd aan het aanwijzingsbesluit (H2110 Embryonale  duinen en H2180 Duinbossen).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het grootste deel is in beheer van Staatsbosbeheer,  zoals te zien is in figuur 1-3. Hoogheemraadschap Rijnland beheert de westelijke  kant van de zeereep, vooral gericht op waterveiligheid. De gemeente Katwijk  beheert grond ten noorden van Katwijk (in blauw weergegeven in onderstaand  figuur), waaronder het grootste deel van de vuilstort. Het gebied rond de  bebouwde kom van Noordwijk is in beheer van particulieren en de gemeente  Noordwijk.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_eec4c6e1a1224001be76ffcb1cdecd8b__div_II__content_1__img_o_3" eId="div_1__content_1.2__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Figuur 1&#x2011;3 Beheerverantwoordelijkheid Natura 2000-gebied Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afbfa362b765b3c45b3a3adc8ab97bc094d.png" breedte="925" hoogte="644" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="151"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_196a4c1586334e44bb91087cef12b144__div_II__content_1__img_o_4" eId="div_1__content_1.2__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Figuur 1&#x2011;4 Eigendomssituatie Natura 2000-gebied Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb8d21e2753664419b9497e55e3603a658.png" breedte="1285" hoogte="1817" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="210"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>Het grootste deel is ook in eigendom van Staatsbosbeheer, zoals te zien is in figuur 1-4. Daarnaast is het Rijk een grote eigenaar, van de zeereep en het  gebied van en rond de vuilstort, gebieden die worden beheerd door  Hoogheemraadschap Rijnland en de gemeente Katwijk. In het gebied rond de  bebouwde kom van Noordwijk zijn de eigenaren (particulieren en de gemeente  Noordwijk) ook de beheerders.&#160;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_de757fb8a09e46eea243f5f8c3e8748b__div_III" eId="div_2">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>2</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Natura 2000-doelen en -opgaven</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_6eb41c1b3f754ebaa03853e39edadf79__div_III__content_1" eId="div_2__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor ieder  Natura 2000-gebied zijn zogenaamde instandhoudingsdoelstellingen  opgesteld en  vastgelegd in het aanwijzingsbesluit. In de Nota van toelichting  bij het  aanwijzingsbesluit zijn allereerst de algemene doelstellingen  geformuleerd. Het  aanwijzingsbesluit geeft aan voor welke habitattypen en/of  soorten het gebied  is aangewezen. Voor deze habitattypen en soorten zijn   instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd. Die doelstellingen zijn gekoppeld aan   de termen &#x2018;behoud&#x2019;, &#x2018;uitbreiding&#x2019; en &#x2018;verbetering&#x2019;. Voor een habitattype wordt   de verdeling gemaakt in oppervlakte (kwantiteit) en kwaliteit, zodat de   aanduiding van de instandhoudingsdoelstelling van een habitattype altijd in de   vorm van &#x2018;behoud&#x2019; of &#x2018;uitbreiding&#x2019; van de oppervlakte en van &#x2018;behoud&#x2019; of   &#x2018;verbetering&#x2019; van de kwaliteit wordt gegeven.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_208d571ccbd74a0b8340f780819698f5__div_III__content_1" eId="div_2__content_2.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Algemene doelen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit zijn de volgende doelen geformuleerd voor het  gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Behoud en indien van toepassing herstel van:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_6642daf68a694a199e71f9bb6ab015d8__div_III__content_1__list_o_1" eId="div_2__content_2.1__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="pv28_ffffd8b2698f4965a7bde81529a2a697__div_III__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_2__content_2.1__list_o_1__item_1">
		    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van  Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_a7b4f76ab0cd4180bce7ee00977df9cf__div_III__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_2__content_2.1__list_o_1__item_2">
		    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>de bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan  de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen  de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de  Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het  streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de  habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_3c13a8323a6e47fd928daa898fe63469__div_III__content_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_2__content_2.1__list_o_1__item_3">
		    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang  van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het  gebied is aangewezen;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_cb30415fcc6e4ea8a008b331f3405940__div_III__content_1__list_o_1__item_o_4" eId="div_2__content_2.1__list_o_1__item_4">
		    <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de  habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_385cea0b7aed4ab485057daa56f14b11__div_III__content_1" eId="div_2__content_2.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het gebied is aangewezen voor zeven habitattypen. In het aanwijzingsbesluit  (Ministerie van LNV, 2009)<tekst:Noot type="voet" id="footnote-c3deef860b244daea454b21374a8dc63">
		    <tekst:NootNummer>[4]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen/coepelduynen-aanwijzing">https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen/coepelduynen-aanwijzing</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;en Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden  vanwege aanwezige waarden&#x2019; (Ministerie van LNV, 2022)<tekst:Noot type="voet" id="footnote-73e27a672ad44951aaf9da175c9dc28c">
		    <tekst:NootNummer>[5]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>De bedoeling van het wijzigingsbesluit is het corrigeren van wat ten aanzien van  de te beschermen habitattypen van Bijlage 1 en soorten van Bijlage 2 van de  Habitatrichtlijn niet goed is gegaan bij het publiceren van de oorspronkelijke  aanwijzingsbesluiten. Het betreft vooral het alsnog beschermen van habitattypen  en soorten die op het moment van aanwijzen (in voldoende mate en duurzaam)  aanwezig bleken te zijn. Deze waarden en de daarvoor gestelde  instandhoudingsdoelstellingen worden met dit wijzigingsbesluit aan de  betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een beperkt aantal gevallen  bleken typen en soorten op het moment van aanwijzen niet (in voldoende mate en  duurzaam) aanwezig te zijn. Deze worden met dit wijzigingsbesluit verwijderd.</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;zijn voor deze habitattypen onderstaande  instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd. Prioritaire habitattypen en  prioritaire soorten zijn met een sterretje (*) aangegeven. Voor prioritaire  habitattypen en prioritaire soorten hebben de lidstaten een bijzondere  verantwoordelijkheid. Dit zijn soorten of habitattypen van de Habitatrichtlijn  die gevaar lopen te verdwijnen en waarvoor de Europese Unie een bijzondere  verantwoordelijkheid draagt omdat een belangrijk deel van hun totale  verspreidingsgebied binnen de Europese Unie ligt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Tabel 2&#x2011;1 zijn deze instandhoudingsdoelstellingen samengevat, waarbij per  doel de landelijke staat van instandhouding en de relatieve bijdrage van het  gebied aan de landelijke situatie is weergegeven&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_c5c24ea889934613887e0d1d01615f2b__div_III__content_1__img_o_1" eId="div_2__content_2.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 2&#x2011;1 Overzicht instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen in de Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_2-1.png" breedte="608" hoogte="320" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="99"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_b67290aff8a84049b58a65779c463a32__div_III__content_2" eId="div_2__content_2.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Kernopgaven</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Naast instandhoudingsdoelstellingen zijn voor elk Natura 2000-gebied  zogenaamde kernopgaven aangegeven in het landelijke Natura 2000-Doelendocument  (Ministerie van LNV, 2006). De kernopgaven zijn niet opgenomen in het  aanwijzingsbesluit, maar worden in het aanwijzingsbesluit wel beschouwd als verdere invulling voor het stellen van prioriteiten (&#x201c;richting geven&#x201d;). Zij geven aan wat de belangrijkste bijdragen van een concreet gebied aan het Natura  2000-netwerk zijn en wat de belangrijkste verbeteropgaven zijn. Coepelduynen  maakt deel uit van het Natura 2000-landschap &#x2018;Duinen&#x2019; en de kernopgave voor het  gebied is:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Grijze duinen: Uitbreiding en herstel kwaliteit van grijze  duinen</tekst:b>
                              <tekst:b>(*H2130)</tekst:b>
                              <tekst:i>&#160;ook als habitat van tapuit (A277),  velduil (A222) en blauwe kiekendief (A082),&#160;</tekst:i>
                              <tekst:b>door tegengaan  vergrassing en verstruweling.<tekst:br/></tekst:b>
                              <tekst:i>(NB Passages die wel onderdeel  zijn van de kernopgaven, maar niet van toepassing zijn voor Coepelduynen zijn in  cursief en niet vet gedrukt opgenomen)</tekst:i>
                           </tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_4fa59e0969e944988520943acdb56674__div_IV" eId="div_3">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>3</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Beleid, ambities en sociaal-economische aspecten</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_51984ac0116f45a6ac650a012148406b__div_IV__content_1" eId="div_3__content_3.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In Zuid-Holland ligt een aantal internationaal belangrijke natuurgebieden,  waaronder Coepelduynen. Natuur is niet alleen van belang vanwege ecologische  waarden, maar draagt ook in belangrijke mate bij aan een gezonde en prettige  leefomgeving. Provincie Zuid-Holland werkt daarom aan het versterken van de  natuur, zodat een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving ontstaat om in te wonen  en te werken, die toegankelijk is voor iedereen. De provincie werkt daarbij  samen met medeoverheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan het  vergroenen van Zuid-Holland.&#160;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_3d9c885eaa6b40cf91e987687265c7df__div_IV__content_2" eId="div_3__content_3.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Beleid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-8">
		    <tekst:NootNummer>[6]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/22909/visiergbl.pdf">https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/22909/visiergbl.pdf</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;vormt het kader waarbinnen provincie  Zuid-Holland werkt aan vijf belangrijke thema&#x2019;s.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De vijf belangrijke thema's zijn:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_552ec315bea14ac98d74f20d33baf56a__list_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="pv28_c4f5988761a4467982c30880386f2b51__div_IV__content_2__list_o_1__item_a" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_1">
		    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Gezonde leefomgeving voor mens en natuur</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_1840e4a185024603b0d4b00d8883c788__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_2">
		    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Groenblauw in en om de stad</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_87dd93d51ee444c7a87cd58113c7bb95__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_3">
		    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Landschap en duurzame landbouw</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_0f2568b7f285486bb17f18e43766dd2d__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_4" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_4">
		    <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Beheren, ontwikkelen en beschermen</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_e8cdbfaeb7e54e7e8a060e5958d93df0__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_5" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_5">
		    <tekst:LiNummer>5.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Beleven en genieten van de leefomgeving</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De provincie heeft een uitvoeringsagenda<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-9">
		    <tekst:NootNummer>[7]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/22910/uitvoeringsagendargbl2019.pdf">https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/22910/uitvoeringsagendargbl2019.pdf</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;vastgesteld om deze doelen te bereiken. De  komende jaren richt de provincie zich met haar partners op het verduurzamen van  de landbouw, het groener en waterrijker maken van het stedelijk landschap en het  vergroten van de biodiversiteit. Daarnaast is, vooruitlopend op de invoering van  de Omgevingswet, de Omgevingsvisie Zuid-Holland vastgesteld<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-10">
		    <tekst:NootNummer>[8]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/">https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Omgevingsvisie&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In provincie Zuid-Holland is de kern van het Natura 2000-beleid het op orde  hebben van de biodiversiteit, het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen  (in termen van behoud, verbetering kwaliteit en uitbreiding oppervlak) en het  bijdragen aan de landelijke gunstige staat van instandhouding van habitats en  soorten. Er wordt daarbij een evenwichtige situatie verwacht tussen economie en  natuur, met heldere kaders waarbinnen nieuwe economische, sociale en  maatschappelijke activiteiten zich kunnen ontwikkelen. Dit is vastgelegd in de  Omgevingsvisie Zuid-Holland die per 1 januari 2023 van kracht is gegaan<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-11">
		    <tekst:NootNummer>[9]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/">https://ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Ruimtelijke bescherming</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 15 december 2021 de  Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) vastgesteld<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-12">
		    <tekst:NootNummer>[10]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703362/">https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703362/</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>, die op 1 januari 2024 is ingegaan. Hierin is  onder andere de planologische bescherming van de natuur vastgelegd.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland  (NNN). Naast de Natura 2000-gebieden maken ook andere natuurgebieden en  ecologische verbindingszones daarvan deel uit. Het NNN heeft als doel om de  Natura 2000-gebieden met elkaar te verbinden, zodat een robuuste natuur ontstaat  die tegen een stootje kan, en waarbinnen soorten van het ene naar het andere  gebied kunnen bewegen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Natuurbeheerplan</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincies leggen elk jaar de beheerdoelen en natuurontwikkelingsdoelen  voor het NNN vast in het Natuurbeheerplan<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-13">
		    <tekst:NootNummer>[11]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://atlas.zuid-holland.nl/Geoweb56/index.html?viewer=Natuurbeheerplan">https://atlas.zuid-holland.nl/Geoweb56/index.html?viewer=Natuurbeheerplan</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>. In het Natuurbeheerplan is vastgelegd op  welke specifieke natuurdoelen het natuurbeheer moet worden gericht en welke  subsidies daarvoor beschikbaar zijn. Dat geldt ook voor nieuwe natuur,  functieverandering waarbij gronden voor natuur bestemd worden. Het  Natuurbeheerplan geeft aan voor welke doelen deze nieuwe natuur ingericht moet  worden. Voor de Natura 2000-gebieden zijn de beheerpakketten en ontwikkeldoelen  die opgenomen zijn in het provinciale Natuurbeheerplan toegespitst op de doelen  uit de aanwijzingsbesluiten van Natura 2000. Daarmee draagt het Natuurbeheerplan  met de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL) ook bij aan de Natura  2000-doelen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Watercondities</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het waterbeheer van provincies (onderdeel van de Provinciale Omgevingsvisie)  en van waterschappen is erop gericht om de watercondities voor de natuurdoelen  te behouden of te verbeteren. In Coepelduynen wordt nauw samengewerkt met het  volgende waterschap om de waterkwaliteit te optimaliseren voor de natuurdoelen:  Hoogheemraadschap Rijnland</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarnaast heeft het tegengaan van verdroging en bodemdaling, mede gezien de  klimaatontwikkeling, een hoge prioriteit.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Maatregelen ten behoeve van Natura 2000-doelen kunnen ook zijn opgenomen in  het maatregelenpakket van de Kaderrichtlijn Water. Eveneens een Europees doel  waar Rijk, provincies en waterschappen zich toe hebben verplicht.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Wet stikstofreductie en natuurherstel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Na de uitspraken van de Raad van State van 29 mei 2019, waardoor het niet  meer mogelijk was om met het Programma Aanpak Stikstof vergunningen te verlenen,  is het Rijk in nauw overleg met de provincies aan de slag gegaan met nieuw  beleid en regelgeving om de bescherming van Natura 2000 te borgen en reductie  van stikstofemissie te bewerkstelligen. Op 1 juli 2021 is de Wet  stikstofreductie en natuurherstel (Wsn) in werking getreden, waarin de reductie  van stikstof als resultaatsverplichting is opgenomen: in 2025 moet 40%, in 2030  50% en in 2035 74% van het areaal stikstofgevoelige natuur onder de kritische  depositiewaarde (KDW) zijn gebracht. Inmiddels is de Wsn opgenomen in de  Omgevingswet.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Natuurdoelanalyse</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De afgelopen jaren zijn voor de Natura 2000-gebieden natuurdoelanalyses  uitgevoerd, gericht op verbetering van de omstandigheden van de aanwezige  natuur. In deze analyses is breed gekeken naar wat nodig is voor een goede staat  van instandhouding. Voor Coepelduynen is de natuurdoelanalyse in 2022 afgerond  en begin 2023 getoetst door de Ecologische Autoriteit. Het advies van de  Ecologische Autoriteit<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-14">
		    <tekst:NootNummer>[12]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.ecologischeautoriteit.nl/docs/mer/p50/p5005/5005_advies_over_de_natuurdoelanalyse.pdf">https://www.ecologischeautoriteit.nl/docs/mer/p50/p5005/5005_advies_over_de_natuurdoelanalyse.pdf</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;is zoveel mogelijk verwerkt in dit  beheerplan.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De Ecologische Autoriteit toetst naast de natuurdoelanalyses ook de  gebiedsprogramma&#x2019;s (gebiedsplan), gebruikmakend van de natuurdoelanalyses en de  analyses van de KRW.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Sociaaleconomische aspecten</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De status van Natura 2000-gebied brengt verplichtingen, maar ook kansen met  zich mee. Voor activiteiten binnen het gebied maar ook voor de activiteiten in  de omgeving kan dat beperkingen opleveren wanneer kans is op schade aan de  natuur. Dat is bijvoorbeeld aan de orde wanneer sprake is van de uitstoot van  stoffen waar de natuur kwetsbaar voor is, bij grondwateronttrekking, of wanneer  bedrijven of activiteiten op een andere manier een verstorend effect hebben op  de natuur. Aan de andere kant biedt de nabijheid van een Natura 2000-gebied ook  kansen op het gebied van recreatie en maakt het een gemeente aantrekkelijk om in  te wonen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het uitgangspunt is dat de activiteiten die al plaatsvonden op het moment van  aanwijzing van het Natura 2000-gebied kunnen blijven bestaan, mits deze  ongewijzigd zijn en niet leiden tot verslechtering van de natuurdoelen (zie ook  hoofdstuk 10). Dat neemt niet weg dat in sommige gevallen, zoals bijvoorbeeld  bij toenemende recreatiedruk, het noodzakelijk kan zijn om in de bestaande  situatie toch bij te sturen door bijvoorbeeld delen van het gebied minder of  beperkter toegankelijk te maken. Nieuwe projecten en activiteiten moeten altijd  worden getoetst.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoofdstuk 10 bevat een verdere uitwerking van de vergunningplicht. Daarin  wordt nader ingegaan op activiteiten in en rondom het Natura 2000-gebied die  mogelijk leiden tot negatieve effecten op de natuurdoelen en activiteiten die  vrijgesteld zijn vergunningplicht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Woonomgeving</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De aanwezigheid van een Natura 2000-gebied is niet zelden een argument om de  kwaliteit van de woonomgeving aan te geven. Ook hier geldt dat het bestaande  gebruik van wonen, leven, werken, in de regel zonder beperking kan worden  voortgezet. Bij nieuwe activiteiten of bij wijziging van het huidige gebruik kan  wel sprake zijn van een vergunningplicht. Zo zijn bijvoorbeeld veel Natura  2000-gebieden erg gevoelig voor verlaging van het grondwaterpeil.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor ingrepen die de waterhuishouding kunnen be&#239;nvloeden zoals bijvoorbeeld  de aanleg van drainage of aanpassing van watergangen zal dan ook meestal een  vergunning noodzakelijk zijn.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Bedrijvigheid en stikstof</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De huidige depositie van stikstof is te hoog voor de aanwezige natuur. De  meeste natuur in Coepelduynen is (bijzonder) gevoelig voor een overmaat aan  stikstof. Een toename van stikstof moet dan ook in veel gevallen worden  beschouwd als significant schadelijk voor de natuur. Dat betekent dat de  stikstofdepositie verder moet worden teruggedrongen. Dat betekent ook dat tot  die tijd nieuwe ontwikkelingen in de omgeving, die leiden tot een toename van  stikstofdepositie, zijn uitgesloten, tenzij in het kader van een  vergunningenprocedure mitigerende of compenserende maatregelen worden  getroffen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor het terugdringen van de stikstofdepositie is op landelijk en provinciaal  niveau beleid in ontwikkeling. Dat beleid is gericht op het terugdringen van  stikstofemissie uit alle sectoren. Dit beleid wordt niet in dit beheerplan maar  in afzonderlijke provinciale en landelijke beleidsdocumenten vastgelegd De  concrete uitvoering van dit beleid zal vooral ook via gebiedsprocessen vorm  krijgen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de uitstoot van stikstof kunnen er ook andere zaken spelen die het  behalen van de Natura 2000-doelen in de weg staan. Vanuit de agrarische sector  kan gedacht worden aan de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen.  Ook verdroging of verstoring in de vorm van licht en geluid kunnen een negatief  effect hebben op de natuur. Activiteiten waarbij dit speelt zijn niet toegestaan  zonder vergunning en zonder dat hiervoor mitigerende of compenserende  maatregelen worden genomen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Agrarische bedrijvigheid</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen de meeste Natura 2000-gebieden bevinden percelen met een blijvende  agrarische bestemming zich, op een enkele uitzondering na, buiten de Natura  2000-begrenzing. Dat betekent dat hier de relatie tussen landbouw en Natura 2000  vooral betrekking heeft op de zogenaamde &#x2018;externe werking&#x2019;<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-15">
		    <tekst:NootNummer>[13]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>Externe werking betreft activiteiten die buiten het Natura 2000-gebied  plaatsvinden, maar binnen het gebied een effect kunnen hebben, bijvoorbeeld  verdroging van een Natura 2000-gebied door grondwateronttrekking buiten het  gebied, of stikstof die buiten het gebied wordt geproduceerd, maar binnen het  gebied neerslaat.</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;van het agrarisch gebruik  op de natuur. Het uitgangspunt is dat het agrarische gebruik, zoals dat op het  moment van aanwijzing als Natura 2000-gebied (plaatsing als  Habitatrichtlijngebied op de Communautaire Lijst op 7 december 2004) van  toepassing was en dat sindsdien niet in betekenende mate is gewijzigd,  vooralsnog zonder vergunning kan worden voortgezet. Leiden deze activiteiten,  ook bij ongewijzigde voortzetting, tot een verslechtering van de natuur, dan  kunnen ingrijpen en een vergunning aan de orde zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Overige bedrijvigheid</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de uitstoot van stikstof kunnen er ook andere zaken spelen die het  behalen van de Natura 2000-doelen in de weg staan. Vanuit de bedrijvensector kan  gedacht worden aan wateronttrekking, windmolens of verstoring in de vorm van  licht, geluid of anderszins. Wanneer er sprake is van kans op significante  gevolgen voor de instandhoudingsdoelen is een vergunning vereist.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De aanwezige bedrijvigheid ten tijde van de aanwijzing is ge&#239;nventariseerd in  het kader van het eerste beheerplan.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Mobiliteit</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor gemotoriseerd verkeer, waarbij sprake is van uitstoot van stikstof,  geldt hetzelfde als hierboven beschreven. Er is een noodzaak tot terugdringing  van de stikstofdepositie. Nieuwe ontwikkelingen waarbij sprake is van een  toename van stikstof zijn vergunningplichtig. Hierbij kan bijvoorbeeld worden  gedacht aan uitbreiding van parkeerplaatsen, vergroting van de wegcapaciteit of  de organisatie van verkeersaantrekkende activiteiten.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de uitstoot van stikstof kan mobiliteit ook leiden tot directe schade  aan habitattypen of leefgebieden. Dat kan bijvoorbeeld ook gelden voor  fietspaden of nieuwe mountainbike-routes. Ook daarvoor geldt dat de activiteit  getoetst moet worden en mogelijk vergunningplichtig is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Recreatie en toerisme</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De behoefte aan het recre&#235;ren in de natuur neemt nog steeds toe. Door de  toenemende mobiliteit (auto, elektrische fiets en boten) wordt de natuur meer en  intensiever benut. Recreatieverkeer is hier onderdeel van. Recreatieverkeer is  al het verkeer buiten het woon-werk verkeer en het zakelijke verkeer in het  gebied. Het varieert van familiebezoek, strandbezoek, museumbezoek tot  funshoppen. Veel voorkomende problemen zijn: files naar het strand,  verkeersstromen van en naar attractieparken en evenementen, outletcentra en  woonboulevards, gebrek aan parkeerruimte en parkeer- en verkeersoverlast bij  recreatie- en natuurgebieden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoewel het toegankelijk houden en beleven van de natuur voor de provincie  belangrijk is (Provincie Zuid-Holland, 2023 Recreatieperspectief<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-16">
		    <tekst:NootNummer>[14]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/30954/recreatieperspectief_zuid-holland_januari_2023.pdf">https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/30954/recreatieperspectief_zuid-holland_januari_2023.pdf</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>), lijkt dit in  verschillende gebieden zijn grens te bereiken. Waar recreatie leidt tot het  verdwijnen van diersoorten en het verarmen van de habitattypen is die grens  overschreden. Om ervoor te zorgen dat de natuur en de beleving daarvan in de  juiste balans blijven zal de huidige inrichting van de natuurgebieden dan moeten  worden aangepast ten gunste van de natuurdoelen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Coepelduynen vinden verschillende vormen van recreatie plaats: wandelen,  hond uitlaten, joggen, struinen in het Middenduin, fietsen (in de zomer, maar  ook regelmatig woon-werkverkeer tussen Katwijk en Noordwijk), vogels kijken,  georganiseerde excursies (door Staatsbosbeheer) en natuurwandelingen. Een deel  van het duingebied is vrij toegankelijk voor wandelaars. In dit deel mogen  wandelaars ook buiten de paden door het gebied heen struinen. Langs de zeereep  loopt een fietspad door het gebied. Om de rust in het vogelbroedseizoen te  waarborgen is een groot deel van het gebied in deze periode afgesloten. De  zeereep heeft een belangrijke waterkerende functie en is daarom het gehele jaar  afgesloten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het recreatieve gebruik in het gebied is in het kader van de natuur en  recreatieprofielenkaart in beeld gebracht. Zie figuur 3.1 voor het natuur en  recreatieprofiel van Coepelduynen. Het merendeel van het gebied (dat niet of  alleen buiten het broedseizoen toegankelijk is) is gecategoriseerd als zone D  (Natuur voorop). Het provinciale fietspad, een zuidelijk en noordelijk deel van  het duingebied en het strand bij Katwijk en Noordwijk zijn gecategoriseerd als  zone A &#x2018;intensieve recreatie&#x2019;. Het tussenliggende deel van het strand en delen  van het gebied nabij beide dorpen worden matig intensief gebruikt (met name door  wandelaars en hondenuitlaters) en een deel van de zeereep (nabij de  strandopgangen) is gecategoriseerd als extensieve recreatie.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_0699518e932c444b9fad103787413222__div_IV__content_2__img_o_1" eId="div_3__content_3.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 3&#x2011;1 Natuur en recreatieprofiel Coepelduynen[15]</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb4559bf8390574f80a64b06c5354047ed.png" breedte="845" hoogte="583" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="138"/>
		  <tekst:Bron>Natuur- en recreatieprofielenkaarten Nationaal Park Hollandse Duinen</tekst:Bron>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Faunabeheer</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Binnen het faunabeheer streeft de provincie naar een gezond evenwicht in  populaties en weegt de belangen van natuur en samenleving zorgvuldig af. Onder  faunabeheer wordt verstaan: de jacht op de wildsoorten en het beheren of  bestrijden van inheemse dieren ter bescherming van de in de wet genoemde  belangen. Het gaat dan om de bescherming van flora en fauna, openbare veiligheid  en volksgezondheid alsmede beperking van (landbouw)schade of andere wettelijke  belangen. Faunabeheer is beschreven in faunabeheerplannen<tekst:Noot type="voet" id="footnote-08509f05df864b7b83eb2f41b8071b61">
		    <tekst:NootNummer>[15]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>Zie voor de actuele plannen:&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.fbezh.nl/diersoorten/">https://www.fbezh.nl/diersoorten/</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Faunabeheer binnen de Natura 2000-gebieden kan onder andere nodig zijn om  instandhoudingsdoelen van het gebied te realiseren of om de doelstanden te  behalen, predatie te beperken of om gestelde maatschappelijke- en natuurdoelen  buiten het Natura2000-gebied te realiseren. Faunabeheer binnen de Natura  2000-gebieden is wettelijk toegestaan indien het niet in de weg staat aan het  behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Damherten</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Noord- en Zuid-Hollandse duingebieden (tussen IJmuiden en Den Haag)  komen veel damherten voor. De populatie in de regio heeft zich ontwikkeld van  enkele uitgezette en ontsnapte dieren in de vijftiger jaren van de vorige eeuw,  tot een piek van meer dan 5.500 dieren in 2016. Damherten veroorzaken  aanzienlijke schade aan natuurwaarden in het Natura 2000-gebied en doordat de  herten ook regelmatig de duingebieden verlaten, zorgen ze ook voor (dreigende)  schade in het verkeer, aan landbouwgewassen en voor overlast en schade aan  particuliere eigendommen. De provincie Zuid-Holland zet in op een gezonde  populatie damherten in het huidige leefgebied in de duinen (Kennemerland-Zuid)  waarbij wordt gestreefd wordt naar een evenwicht met de belangen  verkeersveiligheid, schade aan gewassen en aan de inheemse flora en fauna.  Buiten het huidig leefgebied vindt de provincie het vestigen van nieuwe  (populaties) (verwilderde) damherten niet wenselijk.<tekst:br/>In Coepelduynen is op  dit moment nog geen sprake van een populatie van damherten. Er zijn soms  gedurende enige tijd mannelijke damherten aanwezig die uiteindelijk weer  verdwijnen. Daarom is er voor deze leefgebieden nog geen gewenste stand of  streefstand vastgesteld. Zodra er zich in dit gebiedsdeel een populatie  ontwikkelt, zal een streefstand worden bepaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Jacht</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De jacht op de wildsoorten (op dit moment haas, fazant, wilde eend en  houtduif) is in principe het recht van de eigenaar van de grond. De  verantwoordelijke minister bepaalt wanneer de jacht is geopend; dit verschilt  per soort. De Omgevingswet verbiedt de jacht in Natura 2000-gebieden niet, maar  uiteraard geldt ook voor de jacht dat de uitvoering hiervan niet in de weg mag  staan aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Predatoren</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Ter bescherming van kwetsbare soorten waaronder ook sommige Natura  2000-doelsoorten, zet de provincie in op het voorkomen dan wel beperken van  predatie door bijvoorbeeld vossen en (verwilderde) huiskatten. Waar mogelijk  wordt de populatie vossen zo laag mogelijk gehouden in gebieden of locaties waar  de vos nog niet voorkomt of tot voor kort nog niet voorkwam ter bescherming van  grondbroeders. Het beheer van vossen vindt meestal in de schemering en &#x2019;s nachts plaats, waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur. Voor de  (verwilderde) huiskatten geldt ook dat de populatie zo laag mogelijk wordt  gehouden ter bescherming van grondbroeders en konijnen. Het beheer van  (verwilderde) huiskatten vindt plaats door middel van bijvoorbeeld een vangkooi. De terreinbeheerder beoordeelt de noodzaak om het beheer toe te passen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Ree&#235;n</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Ree&#235;n horen in het Zuid-Hollandse landschap en worden sterk gewaardeerd door  mensen. De ree&#235;npopulaties nemen toe in de provincie en zorgen op sommige  locaties voor risico&#x2019;s voor het verkeer, schade aan landbouwgewassen en overlast  en schade aan particuliere eigendommen. In Coepelduynen vindt geen  populatiebeheer plaats.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Exotenbestrijding</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Exoten zijn dieren, planten, schimmels of micro-organismen die door menselijk  handelen terechtkomen in een gebied waar ze van oorsprong niet voorkwamen en  zich daar handhaven. Zogenaamde &#x201c;Invasieve exoten&#x201d; kunnen zich snel vermeerderen  en/of verspreiden en zo inheemse soorten verdringen of op een andere manier de  omgeving voor inheemse soorten ongeschikt maken. Daarmee vormen zij een gevaar  voor onze biodiversiteit en Natura 2000-doelen evenals economische  belangen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om de verspreiding van invasieve exoten tegen te gaan is een Europese  verordening tot stand gekomen, die de lidstaten verplicht om maatregelen te  treffen voor exoten die zijn geplaatst op de zogenaamde Unielijst (NVWA, 2016).  Verschillende overheden zijn verantwoordelijk voor implementatie van deze  verordening: &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="pv28_150ec644d79648c583f77bbbdbfd7a94__list_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_2">
		  <tekst:Li wId="pv28_842a23786f8f4a19ae286517fcf074d5__div_IV__content_2__list_o_2__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_2__item_o_1">
		    <tekst:Al>Voor het bestrijden van de Chinese wolhandkrab en vijf Amerikaanse  rivierkreeftsoorten is het Rijk verantwoordelijk. &#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_0e10ec04ba6349acad3b43d881c4fb81__div_IV__content_2__list_o_2__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_2__item_o_2">
		    <tekst:Al>Voor het bestrijden van beverrat en muskusrat zijn de waterschappen  verantwoordelijk. &#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_571af09ce7d74b2da3fe6ffbe63d3fa7__div_IV__content_2__list_o_2__item_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_2__item_o_3">
		    <tekst:Al>Voor het bestrijden van een aantal exoten zoals benoemd in Bijlage Vc,  behorende bij artikel 3.67 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving is de  provincie verantwoordelijk. Daarnaast kan de provincie maatregelen treffen tegen  (invasieve) exoten waar de provincie geen wettelijke verplichting voor heeft,  als deze (instandhoudingsdoelen van) inheemse beschermde flora en fauna schaden,  al of niet in combinatie met schade aan de economie en/of de  volksgezondheid.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>De bestrijding richt zich op volledige eliminatie van nog niet gevestigde  invasieve exoten (als bedoeld onder Unielijst artikel 17) en gevestigde  uitroeibare soorten (als bedoeld onder Unielijst artikel 19a) (NVWA, 2026). Voor  invasieve exoten die al gevestigd en ruim verspreid zijn en niet in redelijkheid  uit te roeien zijn (als bedoeld onder Unielijst artikel 19b) worden  beheersmaatregelen getroffen (NVWA, 2016). De provincie prioriteert beheer van  wijdverspreide exoten in en rond eigen gebieden, NatuurNetwerk Nederland en  Natura 2000-gebieden of als deze soorten een belangrijke populatie Vogel- of  Habitatrichtlijnsoorten in het buitengebied bedreigen. Additioneel aan de  soorten op de Unielijst worden maatregelen genomen tegen exoten die het  biodiversiteitsbelang schaden binnen de provincie (zie het maatregelenoverzicht  in hoofdstuk 8).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bestrijding of beheer van exotische&#160;<tekst:b>flora</tekst:b>&#160;gebeurt veelal  door terreinbeherende organisaties (en/of andere externe partners) in opdracht  van de provincie Zuid-Holland. Bestrijding en beheer van exotische &#160;<tekst:b>fauna<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-18">
		      <tekst:NootNummer>[16]</tekst:NootNummer>
		      <tekst:Al>Voor de fauna waar de provincie verantwoordelijk voor is.</tekst:Al>
		    </tekst:Noot></tekst:b>&#160;wordt uitgevoerd door de  faunabeheereenheid (FBE) Zuid-Holland, die de co&#246;rdinatie voert, in samenwerking  met een lokale wildbeheereenheid (WBE) en/of terreinbeherende organisaties.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_6299044d24c14f3a9a307d960d06c6ad__div_IV__content_2__img_o_2" eId="div_3__content_3.2__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 3-1 Overzicht van uitgevoerde exotenbestrijding in Coepelduynen:</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_3-1.png" breedte="600" hoogte="85" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="98"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Drones&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Inzet van drones brengt ook risico&#x2019;s met zich mee, wanneer drones zonder  kennis van aanwezige natuurdoelen worden ingezet en mogelijk verstoring van deze  doelen veroorzaken. Omdat deze activiteit potentieel nadelige effecten kent op  de N2000-doelen, is deze activiteit in het kader van gebiedsbescherming in  principe vergunningplichtig. Gebruik van drones kan onder specifieke voorwaarden  worden vrijgesteld van de vergunningplicht. &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Buiten deze gebiedsbescherming kan vanuit de Omgevingswet en het Bal (Besluit  activiteiten leefomgeving) ook andere regelgeving van toepassing zijn op het  vliegen met drones in N2000&#x2010;gebieden, zoals soortenbescherming of  toegangsbeperkende besluiten. Daarnaast is de specifieke zorgplicht (artikel  11.6 Bal) altijd van kracht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het gebruik van drones binnen een N2000&#x2010;gebied is een vergunningplichtige activiteit. Gebruik van drones kan worden vrijgesteld van de vergunningplicht in  het kader  van artikel 5.1, lid 1 onder e van de Ow, als het dronegebruik voldoet  aan elk  van de volgende vier voorwaarden:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_63a9f506881441d8a4b70f7a6e2a882d__list_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_3">
		  <tekst:Li wId="pv28_b576cc8add5c4e07b7b762bf8c03474c__div_IV__content_2__list_o_3__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_3__item_1">
		    <tekst:LiNummer>1.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De vluchten worden uitgevoerd voor de uitvoering van noodzakelijk beheer en  onderhoud, noodzakelijke monitorings-, reddings-, inspectie-, toezicht-,  opsporings-, en defensietaken (waaronder HEMS5, SAR6, politie, brandweer of  kustwachtvluchten), alsmede voor de uitvoering van calamiteitenbeheer. In  algemene zin geldt in daadwerkelijke calamiteitensituaties het adagium &#x2018;nood  breekt wet&#x2019;.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_efa9bdd0b1fc4609aa6b1550506ac786__div_IV__content_2__list_o_3__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_3__item_2">
		    <tekst:LiNummer>2.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De vluchten voor de onder 1 genoemde publieke taken worden in opdracht van  de overheid, dan wel door of in opdracht van de terreinbeherende  natuurorganisatie uitgevoerd.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_44466913260f465bbb583e28f0ce8815__div_IV__content_2__list_o_3__item_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_3__item_3">
		    <tekst:LiNummer>3.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De vluchten worden uitgevoerd binnen de specifieke (drone)categorie, of met  inachtneming van een door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)  goedgekeurd handboek RPAS operaties.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_8d2a6778c586476580856e7f973135a2__div_IV__content_2__list_o_3__item_o_4" eId="div_3__content_3.2__list_o_3__item_4">
		    <tekst:LiNummer>4.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De piloot van de drone is aantoonbaar op de hoogte van de lokale en actuele  situatie ten aanzien van de beschermde natuurwaarden en de  verstoringsgevoeligheid van die waarden.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_ac9cd9e3a8104400be264c2494b159a6__div_V" eId="div_4">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>4</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Uitgevoerde instandhoudingsmaatregelen en regulier beheer</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_5614ada0545147d4a161b9c6e6dacd5e__div_V__content_1" eId="div_4__content_4.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In Tabel 4&#x2011;1 staan de knelpunten die in het eerste beheerplan gesignaleerd zijn  en de daarbij behorende maatregelen om deze knelpunten op te lossen.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_966d66b328484e01957cf5c09435c81f__div_V__content_1__img_o_1" eId="div_4__content_4.1__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 4-1 Overzicht knelpunten en bijbehorende maatregelen voorgaande beheerplanperiode</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_4-1.png" breedte="608" hoogte="218" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="99"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>Voor het eerste  beheerplan is ge&#239;nventariseerd welke bestaande activiteiten  (&#x2018;huidig gebruik&#x2019;)  er op de peildatum (1 juni 2010) plaatsvonden. Deze  activiteiten zijn getoetst  en grotendeels vergunningsvrij verklaard (zie&#160;<tekst:IntRef ref="div_10__content_10.2">10.2</tekst:IntRef>&#160;en  bijlage 4). In enkele  gevallen zijn er voorwaarden verbonden aan het gebruik. &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_4__content_4.2">4.2</tekst:IntRef>&#160; geeft een overzicht van de voortgang van de uitvoering van de  maatregelen uit  het eerste beheerplan. Indien er wijzigingen in de uitvoering  zijn opgetreden  ten opzichte van de beschrijving in het voorgaande beheerplan,  dan wordt dit  nader toegelicht in paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_5__content_5.2">5.2</tekst:IntRef>. Paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_4__content_4.2">4.2</tekst:IntRef>&#160;gaat nader in  op de  maatregelen die niet of nog niet volledig zijn uitgevoerd. Paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_4__content_4.3">4.3</tekst:IntRef>&#160; brengt  vervolgens het reguliere beheer in beeld, dat naast de in dit plan  omschreven  maatregelen wordt uitgevoerd. Ten slotte gaat paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_4__content_4.4">4.4</tekst:IntRef>&#160;in op de  effecten  van de uitgevoerde maatregelen.<tekst:br/></tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_6e82254abd7d4ad48002c2fd4b4036af__div_V__content_1" eId="div_4__content_4.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Overzicht maatregelenpakket voorgaande periode en staat van uitvoering</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Deze paragraaf geeft een overzicht van de voortgang van de uitvoering van de  maatregelen zoals deze in het voorgaande beheerplan zijn afgesproken. De  voortgang van de uitvoering voor alle maatregelen staat weergegeven in Tabel  4&#x2011;2.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_22c01368f76f4151b43128fa8fe8baa5__div_V__content_1__img_o_1" eId="div_4__content_4.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 4-2 Voortgang uitvoering maatregelen voorgaande beheerplan Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_4-2.png" breedte="610" hoogte="530" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="100"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Maatregelen die gewijzigd zijn uitgevoerd</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Maatregel 2 (Verwijderen struweel middenduin) betreft het verwijderen van 0,9  ha van struwelen ten behoeve van het habitattype kalkrijke grijze duinen. Uit  evaluatie blijkt dat er in totaal ca. 5 ha (bruto) van rimpelroos verwijderd is  ten behoeve van grijze duinen.&#160;<tekst:br/>Aanvullend hierop is duindoorn rondom  duinvalleien verwijderd (ca. 0,5ha). Hierdoor is het areaal vochtige  duinvalleien toegenomen. Het areaal kan met het reguliere beheer van de vallei  (jaarlijks maaien en afvoeren) rondom het Guytendel in stand blijven. Rond het  Spijkerdel, moet de &#233;&#233;nmalige ingreep (verwijderen duindoorn) nogmaals worden  uitgevoerd. Ter bescherming van de vochtige valleien het Guytendel en Spijkerdel  is zuidelijk van Spijkerdel een grote verstuiving vastgelegd met  duindoorn/helmgrasvegetatie (2021).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Aanvullend op maatregel 2 is op locaties met ongewenste dynamiek/verstuiving  helm aangeplant en/of zijn duindoorn staken geplaats om deze processen te  beperken ten behoeve van het behoud van de habitattypen grijze duinen  kalkrijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Nog niet (volledig) uitgevoerde  maatregelen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Maatregel 7 (Onderzoek naar verstuiving zeereep): Ter tijden van het  opstellen van het eerste beheerplan werden in een aantal duingebieden pilots  dynamisch zeereepbeheer uitgevoerd. Op basis van de resultaten van deze pilots  zou een verkenning en eventueel uitwerking plaats vinden voor de Coepelduynen.  Echter,&#160;gezien veel verstuiving in de middenduin, is grootschalig ingrijpen in de zeereep niet wenselijk. Het onderzoek is daarom  niet nodig.&#160;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_d73f4785c8a545daab457b27a97b297d__div_V__content_1" eId="div_4__content_4.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Regulier beheer</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Staatsbosbeheer past maaien en (na)-begrazen toe op locaties met rimpelroos,  duinroos of vergrast duingrasland (H2130A). Het betreft zuidoosthoek van het  gebied. Daarnaast maait zij ook jaarlijks de vochtige duinvalleien. Op locaties  waar exoten een knelpunt voor de natuurkwaliteit vormen vindt beheer en/of  bestrijding plaats. Het betreft voornamelijk Amerikaanse vogelkers in de  binnenduinrandzone. In het noorden van het gebied wordt rimpelroosbestrijding  toegepast. Het overig rimpelroos-beheer vindt plaats in het kader van  beheerplanmaatregelen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_c33e3d9a62214345833f445a421cf7cc__div_V__content_1" eId="div_4__content_4.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Effect van uitgevoerde maatregelen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Tabel 4&#x2011;3 geeft een samenvatting weer van het verwachte effect of de  uitkomsten van onderzoek van de getroffen maatregelen in het gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_e09465212fc44b21b34094890c9da52a__div_V__content_1__img_o_1" eId="div_4__content_4.4__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 4&#x2011;3 Verwacht effect van de uitgevoerde maatregelen voorgaande beheerplan Coepelduynen.</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_4-3.png" breedte="608" hoogte="796" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="99"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_f51df8d890d843bb8176f1368ba11923__div_VI" eId="div_5">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>5</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Landschapsecologische systeemanalyse in kort bestek</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_bba85cddcd0949299610db8302b390f5__div_VI__content_1" eId="div_5__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor dit tweede  Natura 2000-beheerplan is geen nieuwe landschapsecologische  systeemanalyse  (LESA) uitgevoerd. In dit hoofdstuk is een samenvatting gegeven  van de LESA,  zoals deze is opgesteld in het kader van de Natuurdoelanalyse  (Provincie  Zuid-Holland, 2022).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_c60d5775d33a40cc92042691b3f46d22__div_VI__content_1" eId="div_5__content_5.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontstaansgeschiedenis</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Coepelduynen vormt een relatief jong duingebied, desondanks heeft het gebied  al veel invloed van de mens doorstaan. De vroegere landinwaarts gelegen  strandwallen en oude duinen zijn geheel afgegraven en ontgonnen voor zandwinning  en landbouw. De rest van het gebied, met de jonge duinen, is in belangrijke mate  gevormd onder invloed van diverse menselijke activiteiten. Vanaf de  15<tekst:sup>e</tekst:sup>&#160;en 16<tekst:sup>e</tekst:sup>&#160;eeuw leefde men in Katwijk aan zee en Noordwijk  van visvangst. Pas later kwam de landbouw op gang in het gebied, onder andere  met de teelt van aardappelen en bloemen. De akkertjes, zoals bijvoorbeeld  Kikkerdel, Spijkerdel en Guytendel, werden tot net boven het grondwater  uitgegraven en bemest met stalmest, huisafval, zeewier en visafval. Ook vond  beweiding met runderen, geiten en schapen plaats. De bemesting als gevolg van  landbouw en beweiding heeft gezorgd voor geconcentreerde verstoringen in  organisch materiaal in het gebied, zich uitend in bodemverrijking. Sinds de  tweede helft van de twintigste eeuw zijn de verlaten akkers overstoven en  verdroogd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Activiteiten als maaien, plaggen en helm uitsteken hebben gezorgd voor een  afvoer van organisch materiaal. Het gevolg van deze activiteiten tezamen is dat  het omgewoelde landschap gekenmerkt wordt door een snelle omzetting van  organisch materiaal en een hoog kalkgehalte in de toplaag. Tevens werd het  gebied gebruikt als graasgebied voor vee en hakte bewoners voor brandhout bomen  en struiken om. Het is aannemelijk dat in vroegere tijden bewoners van de  kustgebieden al kleinschalige ingrepen uitvoerden om zandverstuiving en  overstroming te beperken, maar vanaf het begin van de 18e eeuw is bekend dat men  begon met het planten van helm en dennenbossen. Dit vormde een basis voor de  vastlegging van de kustlijn. Pas in tweede helft van de 19e eeuw werden  grootschaligere activiteiten ingezet voor het vastleggen van de kust in  Nederland. Gebruik van het gebied moest stoppen en helm, duinbossen en  naaldbossen werden aangeplant. In Coepelduynen is echter van grote bebossing  geen sprake geweest; alleen de zuidkant van het gebied was begroeid met dennen  tot de aantasting van het bos door de dennenscheerder. Dit leidde tot kap van  het bos in 1965 waarbij slechts een klein rijtje dennen aan de zuidkant bespaard  is gebleven. Wel is er veel aanplant van helm en duindoorn geweest, waaronder in  open-gestoven plekken in de zeereep.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_dd744ba4d97b477e8d99030ef3c0424d__div_VI__content_1" eId="div_5__content_5.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Klimaat</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Coepelduynen is een gebied waarvan de verstuivingsdynamiek onder invloed van  de wind tot een van de hoogste van Nederland behoort (met uitzondering van de  zeereep). In het middenduin is op satellietbeelden een groot gebied te zien met  zandverstuivingen. Het zand wordt vanaf hier naar het oosten verplaatst. De  dynamiek is hier enorm toegenomen; het aantal stuifkuilen in het gebied is van  2000 tot 2014 toegenomen van 68 tot 164. Desalniettemin is de zeereep onderhevig  aan een lage dynamiek. Er vindt hier wel aanstuiving van zand plaats, maar  doorverstuiving ontbreekt. Om deze reden lijkt de dynamiek in Coepelduynen  voornamelijk te worden bepaald door hoogteligging en in mindere mate door  afstand tot de kust (Natuurdoelanalyse, 2022). De dynamiek is in het noordelijk  deel van Coepelduynen het hoogst en neemt af richting het zuidelijk deel. Dit  hangt waarschijnlijk samen met het verschil in hoogteligging (Figuur 5.1) .</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_c53bf65f06b9473e9f8ea44d5a2a0b08__div_VI__content_1__img_o_1" eId="div_5__content_5.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 5-1 Klimatologische landschapskaart voor de winddynamiek (op basis van luchtfoto en hoogtekaart)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding5-1.png" breedte="347" hoogte="489" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="56"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De laatste 30 jaar was volgens de Wereld Meteorologische Organisatie  wereldwijd de warmste periode in 1.400 jaar<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-19">
		    <tekst:NootNummer>[17]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="http://www.knmi.nl">www.knmi.nl</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>. In de 21ste eeuw wordt een verdere stijging  van de gemiddelde temperatuur op aarde verwacht. Het klimaat verandert onder  invloed van natuurlijke factoren met schommelingen en trends in onder andere de  temperatuur. De afgelopen eeuw is de invloed van de mens op het klimaat  toegenomen door met name de uitstoot van broeikasgassen als koolstofdioxide en  methaan.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Door klimaatverandering neemt de kans toe op weersextremen, wateroverlast,  hitte, droogte en overstromingen. In oktober 2023 heeft het KNMI nieuwe  klimaatscenario&#x2019;s uitgebracht. De scenario&#x2019;s zijn gebaseerd op de hoeveelheid  uitstoot van broeikasgassen (en daarmee de wereldwijde opwarming) en de mate van  neerslagverandering in Nederland. Alle vier de scenario&#x2019;s laten zien dat we hoe  dan ook te maken krijgen met zeespiegel- en temperatuurstijging, drogere zomers  en nattere winters.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Effecten op de Nederlandse natuur als gevolg van de klimaatverandering worden  duidelijker. Onderzoek toont aan dat zangvogels ten opzichte van dertig jaar  geleden tien dagen eerder beginnen met broeden, met een mogelijke mismatch met  het voedselaanbod als gevolg. Daarnaast vindt naar verwachting een verschuiving  plaats van plant- en diersoorten als gevolg van het warmer wordende klimaat:  zuidelijke soorten komen Nederland binnen en andere &#x2018;eigen&#x2019; soorten schuiven op  naar het noorden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Nattere winters en extreme zomerbuien</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Langere natte periodes en piekafvoeren zorgen voor veel water in korte tijd.  Natuur kan een goede buffer zijn om dit water op te vangen. Mogelijk moet er in  de toekomst gekeken worden naar of het gebied zich hier voor leent en op welke  wijze opvang van water kan plaatsenvinden zodat mens en natuur hiervan kunnen  profiteren.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Door de toename van kwel vanwege een verhoogde rivierafvoer in de winter zijn  er mogelijk lokaal kansen voor de ontwikkeling van natte natuur.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Temperatuurstijging&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Door stijgende temperaturen kunnen de migratiepatronen van soorten  veranderen. Soorten die vanuit het noorden in de winter naar Nederland trekken  om hier te foerageren, kunnen in de toekomst wellicht voedsel vinden in het  broedgebied. Deze wintergasten zien in de toekomst mogelijk geen noodzaak om weg  te trekken uit de noordelijke broedgebieden.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Tevens zal door warmere temperaturen de watertemperatuur stijgen. Hierdoor  kunnen algen gemakkelijker groeien en wellicht ook exotische soorten makkelijker  overleven. Ook het waterleven in de watergangen kan dus veranderen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met warmere periodes zal natuurrecreatie toenemen. Een intensiever gebruik  heeft daarbij gevolgen voor de inrichting en natuurwaarde van gebieden. Er is  een toenemende behoefte aan &#x2018;gebruiksnatuur&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Droogte</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Droogte heeft een flinke impact op de natuur. De waterstand en het  vochtgehalte in de bodem daalt, boombladeren verkleuren en soorten lijden onder  het gebrek aan water en voedsel. Door de droogte moeten we ook rekening houden  met natuurbranden.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vissen komen door verdroging verder onder druk te staan net als amfibie&#235;n en  aan watergebonden planten en insecten. Daarbij neemt door droogte de kans toe op  andere negatieve effecten: achteruitgang van waterkwaliteit, komst van invasieve  exoten, verzilting, belemmering van vismigratie (door o.a. sluiten van  sluizen).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Periodes met extreme droogte hebben dus ook invloed op de kwaliteit van de  natte natuur. Veel natuurdoelen zijn in sterke mate afhankelijk van voedselarm  en gebufferd water. Indien bij langere periodes van droogte wordt overgegaan op  het inlaten van gebiedsvreemd water kan dit ten koste gaan van de kwaliteit van  de natuur in het gebied, afhankelijk van de waterkwaliteit van het  gebiedsvreemde water.<tekst:br/></tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Zeespiegelstijging</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Een hogere zeespiegel betekent een zwaardere belasting voor duinen, dijken en  stormvloedkeringen. Daarnaast komt meer zout water het land binnen via de kust  en rivieren. Dit kan negatieve effecten hebben voor de zoetwatervoorziening die  we gebruiken voor landbouw, natuur en drinkwater.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Samengevat zal door klimaatverandering de natuur veranderen. Soorten kunnen  verdwijnen en verschijnen. Of de Natura 2000-doelen kunnen standhouden, zal op  de lange termijn duidelijk worden. Dit beheerplan is voor zes jaar. In deze  periode nemen wij geen specifieke maatregelen met betrekking tot  klimaatverandering. Bij grootschalige ingrepen zal klimaatverandering worden  meegenomen, de ingreep zal zodanig worden ingepast dat het, voor zover dat te  voorspellen is, klimaatbestendig is.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_8b71c47075fc451a9fdcffcfe180badf__div_VI__content_2" eId="div_5__content_5.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Geologie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Coepelduynen is een gebied dat alleen bestaat uit jong duincomplex (Figuur 5&#x2011;2).  De landinwaarts gelegen oude duinen en strandwallen zijn volledig afgegraven en  maken geen deel meer uit van het gebied. Daarnaast is door de Oude Rijn  fluviatiel materiaal (zand en rivierklei) afgezet. In de monding van de Oude  Rijn is ook marien materiaal (zand en zeeklei) afgezet doordat de zee in  bepaalde perioden van de geschiedenis de monding binnendrong. Ter hoogte van  Coepelduynen, aan de noordzijde van de monding van de huidige Oude Rijn, is de  kleilaag niet aaneengesloten. Dit is vermoedelijk het laagpakket van Wormer in  de Formatie van Naaldwijk.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_e81c06b3b3944916aef50b8a7b7f1165__div_VI__content_2__img_o_1" eId="div_5__content_5.3__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 5&#x2011;2 Geologische landschapskaart (op basis van geologische kaart van Nederland)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding5-2.png" breedte="410" hoogte="569" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="67"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_360afdbeb6f24a09af08994d6d118234__div_VI__content_3" eId="div_5__content_5.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Geomorfologie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Kenmerkend voor Coepelduynen is de grote afwisseling in hoogte op een klein  gebied. De laagste delen liggen voornamelijk in het zuiden. Naar het noorden  lopen de hoogtes op, met toppen van duinen tot 30 meter boven NAP in het  noorden.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Door kustaangroei zijn vanaf 1990 in de loop der jaren embryonale duinen  ontstaan, waardoor de zeereep zich verder heeft uitgebouwd (Arens, 2010).  Ontwikkeling van de kustlijn is tevens be&#239;nvloed door verscheidene  zandsuppleties over de afgelopen jaren. Zand van de bodem van de Noordzee is  hierbij op het strand gespoten. Ook is de zeereep hierdoor voor een groot deel  opgehoogd, met uitzondering van het gebied direct boven het spuikanaal. Als  gevolg daarvan is de drie-meter hoogtelijn van de zeereep op enkele locaties,  voornamelijk in het noorden, zeewaarts geschoven in de periode van 1998-2009  (Natuurdoelanalyse, 2022).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Coepelduynen wordt in het westen begrensd door een lage duinenrij, direct aan  het strand. Daarachter ligt een tweede duinenrij die niet meer aangesloten is  als gevolg van windkuilen en geulen. Verder landinwaarts ligt een zone met  reli&#235;frijke duinen en kleine uitblazingsvalleien, een goed ontwikkeld  microparaboollandschap.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit landschap zijn kenmerkende lange, diep uitgestoven paraboolduinen te  vinden, evenals valleien met ori&#235;ntatie van zuidwest naar noordoost. Een  duidelijke duinrand is afwezig, wat een vrij abrupte overgang naar  polderlandschap als gevolg heeft.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het zuidelijkste deel ligt een gebied dat van nature reli&#235;farm is en door  vergraving en ophoging is aangetast. In het zuiden van de zeereep vindt erosie  plaats, terwijl meer naar het noorden depositie plaatsvindt. In het middenduin  zijn vele actieve stuifkuilen aanwezig.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Figuur 5&#x2011;3 geeft een weergave van de geomorfologische landschapskaart. Hierin  is duidelijk de zeereep te onderscheiden van de rest van het gebied. Ook is te  zien dat het middenduin voornamelijk bestaat uit hoog duincomplex afgewisseld  met valleien en relatief vlakke stukken gericht van zuidwest naar noordoost. De  binnenrand van het gebied bestaat uit een lange helling. In het zuiden van het  gebied is een aparte geleidelijk oplopende heuvel (aangegeven als relatief vlak)  te zien, die slechts gedeeltelijk is aangesloten op de rest van het gebied.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_dd0baf97c6ad4697b09f0b81738b322d__div_VI__content_3__img_o_1" eId="div_5__content_5.4__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 5&#x2011;3 Geomorfologische landschapskaart op basis van AHN3</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding5-3.png" breedte="418" hoogte="614" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="68"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_486533518efc446f97bd51af5099a730__div_VI__content_4" eId="div_5__content_5.5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Hydrologie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Coepelduynen is grotendeels een infiltratiegebied. Omdat er geen algeheel  overzicht is van de zoetwaterbel, hydrologie en grondwaterstanden voor het  gebied, is de maximale grondwaterstand op basis van de aanwezigheid van open  water in de duinvalleien ingeschat op ca 1.7 meter + NAP.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Figuur 5&#x2011;4 is dit verwerkt in een hydrologische landschapskaart. Gebieden  waar het maaiveld tussen de 2 en 3 meter + NAP ligt zijn in de landschapskaart  geclassificeerd als &#x201c;ondiep&#x201d;, de plekken waar het maaiveld tussen de 3 en 4  meter ligt als &#x201c;matig diep&#x201d; en locaties waar het maaiveld hoger ligt als &#x201c;diep&#x201d;.  Gebieden waar open water aanwezig is zijn gemarkeerd als &#x201c;open water&#x201d; gebied.  Dit betreft in ieder geval de valleien Guytendel en Spijkerdel.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_d8c0a9fb9b454a1c8c1b6082a93c165d__div_VI__content_4__img_o_1" eId="div_5__content_5.5__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 5&#x2011;4 Hydrologische landschapskaart op basis van AHN3 en peilbuisgegevens</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding5-4.png" breedte="535" hoogte="674" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="87"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_6204db242dbd4598ac4fa2246544dfee__div_VI__content_1" eId="div_5__content_5.6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Bodem</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Coepelduynen is een gebied bestaande uit jonge, kalkrijke duinen. De bodem  bestaat voornamelijk uit kalkhoudende duinvaaggronden in fijn zand, met in het  zuiden een stuk kalkhoudende vlakvaaggronden in matig fijn zand. In de ondiepere  ondergrond bevinden zich geen klei- of veenpakketten. De zeereep is  geclassificeerd als kalkhoudende vlakvaaggronden in grof zand (Zn30A). De  noordhellingen en de bodems van valleien in Coepelduynen zijn ondiep ontkalkt.  In de laagtes tussen de strandwallen zijn, onder andere aan de zuidkant van  Coepelduynen, door verzoeting lokaal veenlaagjes ontstaan.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Plaatselijk heeft  door toedoen van de mens vroeger verrijking van de grond plaatsgevonden. Echter  doordat deze activiteiten decennia geleden zijn gestopt, heeft waarschijnlijk  inmiddels verschraling van deze bodem opgetreden.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Figuur 5&#x2011;5 is te zien dat het gebied voornamelijk bestaat uit kalkrijk  fijn zand, maar dat de zeereep en een klein gebied in het zuiden door  vergravingen en ophogingen waarschijnlijk een kalkrijke grofzandige bodem  hebben. Kalkarme fijnzandige gebieden komen in Coepelduynen niet voor. De  resultaten van de veldmetingen uit maart 2021 en de boorgegevens in het kader  van havenbedrijf Rotterdam wijzen op een kalkrijke bodem met een goed bufferend  vermogen op de bemonsterde locaties in het gehele gebied, gezien de hoge pH en  de relatief hoge kalkgehaltes.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_e61e468930c74d49903c120dc72233fe__div_VI__content_1__img_o_1" eId="div_5__content_5.6__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 5&#x2011;5 Bodemlandschapskaart (op basis van bodemkaart van Nederland)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding5-5.png" breedte="411" hoogte="516" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="67"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_72bb21b3ffee4f8aa1d080a9a5461ae5__div_VI__content_1" eId="div_5__content_5.7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Vegetatie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Coepelduynen herbergt een afwisselend en reli&#235;frijk landschap dat, vanwege de  antropogene be&#239;nvloeding, ook wel aangeduid kan worden als een  zeedorpenlandschap. Door deze menselijke invloed in het verleden is een  dynamisch, open duinlandschap ontstaan waarin duingrasland, struweel en  plaatselijk bos te vinden is. Het gebied herbergt verder veel bijzondere planten  waaronder verschillende orchidee&#235;n, nachtsilene en wondklaver.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In figuur 5-6 is te zien dat de zeereep, ofwel buitenste duinenrij, voornamelijk  bestaat uit open duin aan de loefzijde en struweel aan de lijzijde. Bovenop de  brede zeereep, op het vlakke deel, is van het midden tot het noorden van het  gebied duingrasland te vinden, omgeven door struweel. In het zuiden, achter de  strandtenten bij Katwijk, is boven op de zeereep voornamelijk struweel te  vinden. In het overgrote deel van het gebied zijn goed ontwikkelde, kalkrijke  duingraslanden te vinden die verscheidene zeldzame plantensoorten herbergen. Dit  zeedorpenlandschap staat echter op een aantal plekken in het gebied onder druk,  waarschijnlijk als gevolg van een afname in bodemverstoring leidend tot  bodemstabilisatie en onvoldoende aanvoer van kalkrijk zand (Natuurdoelanalyse,  2022).</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_4f7392ed0e1c46a18c5141abac832a57__div_VI__content_1__img_o_1" eId="div_5__content_5.7__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 5&#x2011;6 Vegetatiestructuur kaart op basis van de habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding5-6.png" breedte="378" hoogte="533" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="62"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>Doordat zandverstuivingen nog veel voorkomen in het midden van het gebied,  zijn hier vooral jonge successiestadia van droge duingraslanden goed  vertegenwoordigd. Het kalkrijke duingrasland wordt afgewisseld met hier en daar  stukken struweel en kleine bosjes die voornamelijk langs de rand van het gebied  te vinden zijn. Het grootste bosgebied beslaat het noordelijke langgerekte  smalle deel van Coepelduynen. Er is een gering aantal vochtige duinvalleien. In  2019 zijn er twee nieuwe duinvalleien uitgegraven, die erg succesvol lijken. Opvallend in het gebied is de lokaal dominante aanwezigheid en toename van  duinroosjesvegetatie (Natuurdoelanalyse, 2022).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_77f54053eb664a6d87f4932c70d06655__div_VI__content_1" eId="div_5__content_5.8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Fauna</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De aanwezigheid van fauna is sterk gekoppeld aan de vegetatie. In de zeereep  komen broedende grasmussen en nachtegalen voor. Vanwege de openheid van de rest  van het gebied is hier ook nog een redelijk goed ontwikkelde broedvogelpopulatie  aanwezig met onder andere graspieper, boomleeuwerik, roodborsttapuit, kneu  (Natuurdoelanalyse, 2022). In het najaar is het gebied van belang voor  trekvogels. De vochtige duinvalleien bieden verder leefgebied aan onder andere  rugstreeppadden, tengere grasjuffer en zwervende pantserjuffer (NDFF, 2024). &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het gebied vormt belangrijk leefgebied voor onder andere de zandhagedis en de  rugstreeppad en herbergt daarnaast meer algemene soorten zoals ree, vos en  konijn.&#160;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_a5384542f9db4e688d66188c55ba2bb6__div_VI__content_2" eId="div_5__content_5.9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>De mens</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De mens heeft de Coepelduynen aanzienlijk be&#239;nvloed. De sporen van deze  invloed zijn echter nog weinig herkenbaar, met uitzondering van het zuiden van  het gebied. Het gebied rondom vogeltelpost &#x201c;de Puinhoop&#x201d; deed een tijd dienst  als vuilstortplaats, onder andere voor bouw en sloopafval vanuit Katwijk.  Belangrijke invloed van de mens in het gebied bestaat verder onder andere uit  invloed op de geomorfologie door het afgraven van de duinen voor de aanleg van  akkers, op de hydrologie door wegzijging van water uit het gebied naar  omliggende akkers, op het klimaat door afname van dynamiek als gevolg van de  aanleg van een niet dynamische zeereep en op de bodem door verrijking van de  grond.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Figuur 5&#x2011;7 geeft een indicatief beeld van waar vergravingen, ophogingen en  afgravingen hebben plaatsgevonden. Naast de fysieke be&#239;nvloeding van het gebied  heeft de mens ook de vegetatie en fauna van het gebied be&#239;nvloed door beheer en  gebruik. Zoals eerder beschreven vond er bijvoorbeeld beweiding plaats, heeft de  mens zaden naar het gebied getransporteerd en is er struweel en bos aangeplant.  De verrijking in het gebied als gevolg van landbouw en beweiding in combinatie  met de afvoer van organisch materiaal door maaien, plaggen en helm uitsteken,  heeft ook gezorgd voor een soortenrijk zeedorpenlandschap. Coepelduynen is met  uitzondering van de zeereep vrij te betreden buiten de paden. Dit geldt niet  voor het broedseizoen, dan is dat niet mogelijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De huidige invloed van mensen in het gebied bestaat vooral uit (recreatieve)  betreding met als gevolg erosie en zandsuppleties die door de aanvoer van zand  verstuiving en aanwas van embryonale duintjes veroorzaken (Natuurdoelanalyse,  2022).</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_cf36379f7dee465ab26a059c857009d1__div_VI__content_2__img_o_1" eId="div_5__content_5.9__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Figuur 5&#x2011;7 Landschapskaart van bekende fysieke menselijke be&#239;nvloeding (op basis van ontstaansgeschiedenis).</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding5-7.png" breedte="620" hoogte="771" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="101"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_5105b6f80dca47c79fb9a0b6799f25f6__div_VII" eId="div_6">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>6</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Ontwikkeling habitattypen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_94f7cfcbf30741b2bf944e5b99fca74b__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de huidige omvang en kwaliteit van  de habitattypen en de trends die daarin zichtbaar zijn. Een uitgebreide analyse  is opgenomen in Bijlage 3. De omvang en kwaliteit van de habitattypen zijn  vervolgens afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen die voor de  habitattypen gelden in het gebied. Op basis hiervan zijn de opgaven geformuleerd  (zie kader &#x201c;Instandhoudingsdoelstellingen&#x201d; hieronder). Wanneer de geconstateerde  ontwikkelingen strijdig zijn met deze instandhoudingsdoelstellingen kan sprake  zijn van een knelpunt.</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_9c1c1fb83270451e981fb83132c8edb7__div_VII__content_1__recital_o_1" eId="div_6__content_6.1__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Instandhoudingsdoelstellingen</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Instandhoudingsdoelstellingen met betrekking tot omvang van habitattypen zijn  in de Natuurdoelanalyse Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen (Sweco, 2022)  geconcretiseerd. Hiervoor zijn theoretische doelstellingen geformuleerd. Op dit  moment worden de doelstellingen geactualiseerd. De geactualiseerde  doelstellingen zijn nu alleen op provinciale niveau beschikbaar. Wanneer  geactualiseerde doelstellingen op niveau van Natura 2000 &#x2013; gebieden beschikbaar  zijn, dienen de opgaven die op basis van theoretische doelstellingen bepaald  zijn en in dit beheerplan opgenomen, op nieuw bepaald worden.</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>De informatie in dit hoofdstuk is betrokken uit de&#160;<tekst:i>profielendocumenten  van habitattypen<tekst:Noot type="voet" id="footnote-40886d86f9454293b2cc5c607a242b2c">
		      <tekst:NootNummer>[18]</tekst:NootNummer>
		      <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="http://www.natura2000.nl/profielen">www.natura2000.nl/profielen</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		    </tekst:Noot></tekst:i>&#160;en&#160;<tekst:i>Evaluatie eerste beheerplanperiode Coepelduynen</tekst:i>&#160;(Provincie  Zuid-Holland, 2023). Voor de leesbaarheid van de tekst zijn deze bronnen niet  telkens vermeld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_6__content_6.2">6.2</tekst:IntRef>&#160;gaat eerst in op de ontwikkelingen die knelpunten veroorzaken  op de instandhoudingsdoelstellingen voor het gehele gebied Coepelduynen. De  paragrafen&#160;<tekst:IntRef ref="div_6__content_6.3">6.3</tekst:IntRef>&#160;t/m&#160;<tekst:IntRef ref="div_6__content_6.9">6.9</tekst:IntRef>&#160;bevatten analyses per beschermd habitattype, gevolgd door  een samenvattend overzicht van die analyses in paragraaf&#160;<tekst:IntRef ref="div_6__content_6.10">6.10</tekst:IntRef></tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_8fcbe0a3ab864734a2a9f743cbc9ae99__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkelingen die knelpunten veroorzaken</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het Natura 2000-gebied Coepelduynen heeft te maken  met diverse ontwikkelingen, die leiden tot knelpunten die een (mogelijke)  beperking vormen voor de realisatie van de Natura  2000-instandhoudingsdoelstellingen. Zij zijn hieronder beschreven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Wind- en verstuivingsdynamiek</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Natura 2000-gebied Coepelduynen kenmerkt zich in zijn algemeenheid door  een zeer hoge dynamiek met grote stuifkuilen en flinke hoogteverschillen. Dit is  in principe gunstig voor de habitattypen witte en grijze duinen (H2120 en  H2130A). De dynamiek is de laatste jaren echter toegenomen (Evaluatierapport  Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023). Dat leidt tot areaalverlies van  bijvoorbeeld het habitattype grijze duinen (H2130A), overstuiving van vochtige  duinvalleien (H2190) en overlast voor het aanwezige fietspad en de bebouwing in  de omgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de zeereep is de dynamiek juist weer (te) beperkt. Hierdoor breiden  duindoornstruwelen in de zeereep zich uit waardoor de dynamiek in de zeereep nog  verder afneemt. De verstuiving vanuit het gebied richting achterland en het  gebrek aan verstuiving vanuit de zeereep richting het gebied zorgen ervoor dat  er op termijn mogelijk zandtekorten gaan optreden. Daarnaast leidt het gebrek  aan verstuiving vanuit de zeereep tot een beperkte aanvoer van kalkrijk zand  naar het middenduin (Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022).&#160;<tekst:br/></tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Stikstofdepositie</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De meeste habitattypen, die voor het Natura 2000-gebied Coepelduynen zijn  aangewezen, zijn stikstofgevoelig. De kritische depositiewaarde (KDW) voor  stikstof wordt voor het habitattype grijze duinen kalkrijk (H2130A)  overschreden. Voor de andere habitattypen wordt de KDW niet overschreden. In de  loop van de jaren is een dalende trend te zien, waarbij de oppervlakte grijze  duinen (kalkrijk), waar een overschrijding van de KDW optreedt, steeds minder  wordt. De verwachting is dat in 2030 slechts (9%) van de oppervlakte grijze  duinen (kalkrijk) in Coepelduynen (van in totaal 85,6 ha) matig overbelast is  (AERIUS Monitor M23).&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Stikstofdepositie draagt in de Coepelduynen bij aan toename van de  voedselrijkdom en verzuring (Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022). In de witte  duinen leidt stikstofdepositie tot vastlegging van verstuifbaar zand door  versnelde algengroei en tot opslag van duindoorn (Gebiedsanalyse Coepelduynen  2017). Een gevolg hiervan is dat de dynamiek in de zeereep en de aanvoer van  kalkrijk zand naar het middenduin afneemt. Dit draagt bij aan een beperkte  kwaliteit van het grijze duingrasland met dominantie van duinroos. Daarnaast  treedt onder invloed van stikstofdepositie plaatselijke vergrassing en  verruiging op (Gebiedsanalyse Coepelduynen 2017; Natuurdoelanalyse Coepelduynen  2022).<tekst:br/></tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Opslag en verstruweling</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De uitbreiding van duindoornstruweel in de zeereep vormt een knelpunt voor  het habitattype witte duinen. Verder leidt verstruweling met rimpelroos in de  witte en de grijze duinen tot een afname van de kwaliteit. In de duingraslanden  van de Coepelduynen hebben zich duinroos-begroeiingen en zelfs  duinroos-struwelen gevormd (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen,  2023). De vegetaties zijn op noordhellingen vaak meer dan kniehoog en hebben een  strooisellaag.<tekst:br/></tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Exoten</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De grootste probleemsoort in Coepelduynen is rimpelroos (Evaluatierapport  Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023). Rimpelroos is op diverse plaatsen met  grote groeiplaatsen aanwezig bijvoorbeeld in het noorden van de Coepelduynen  (onder andere in de zeereep) en in het zuiden rond de &#x2018;Puinhoop&#x2019; (voormalige  vuilstort). Bestrijding van rimpelroos vindt plaats door maaien.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Amerikaanse vogelkers is met name een probleemsoort  in de binnenduinrandzone. In Coepelduynen komt de soort voor in het noordoosten  in het duinbos. Andere exoten zijn in minder mate aanwezig. Met name  struiksoorten als mahonie, sneeuwbes en dwergmispel (cotoneaster) komen  verspreid in het gebied voor.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bezemkruiskruid is in het gehele gebied aanwezig, in allerlei vegetaties met  voornamelijk lage bedekking (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen,  2023). Zelfstandige vegetaties van Bezemkruiskruid komen her en der voor, vooral  in kalkrijk duingrasland, duinsterretjes-vegetaties en zeedorpenvegetaties,  waarin de soort een flinke bedekking kan halen. De grootste problemen geeft de  soort wanneer ze opduikt in het zeedorpenlandschap. Bezemkruiskruid kan na  verloop van tijd tot dominantie komen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Vergrassing</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In de eerste beheerplanperiode is vergrassing teruggedrongen door een  combinatie van maaien en afvoeren en drukbegrazing met schapen. Lokaal vormt het  nog steeds een knelpunt voor het habitattype grijze duinen kalkrijk (H2130A),  bijvoorbeeld in het zuidwesten van Coepelduynen.<tekst:br/>Verder komen in de  Coepelduynen bedekkingen van duinriet boven de 25% nauwelijks voor, alleen aan  de zuidkant rond de &#x2018;Puinhoop&#x2019; (voormalige vuilstort) en in het noordelijk deel.  Vergrassing met helm treedt plaatselijk op in de zeereepzone en in en langs  stuifkuilen. Vergrassing met kweek is waargenomen aan de zuidkant van het  Wantveld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Verzuring</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In Coepelduynen vormt verzuring plaatselijk een knelpunt in kalkrijke  vochtige duinvalleien (H2190B). Hier hangt de geconstateerde verzuring vooral  samen met de stagnatie van regenwater. Verzuring kan leiden tot een verandering  in de soortensamenstelling waarbij kenmerkende soorten verdwijnen en andere  soorten gaan domineren met verlies aan biodiversiteit en kwaliteit tot  gevolg.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Hydrologische condities</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In zijn algemeenheid vormt verdroging in de Coepelduynen geen knelpunt voor  het realiseren van de instandhoudingsdoelen. Maar in de vochtige duinvalleien is  de grondwaterstand lokaal te hoog om het gewenste maaibeheer uit te voeren  waardoor verruiging van de vegetatie optreedt. En in het Guytendel lijken de  groeiplaatsen van zwarte zegge (indicator voor verzuring) zich in de afgelopen  jaren te hebben uitgebreid door de langdurige stagnatie van regenwater op slecht  doorlatende bodems (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen,  2023).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Recreatieve ontwikkelingen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In de eerste beheerplanperiode hebben recreatieve ontwikkelingen  plaatsgevonden die een potentieel knelpunt vormen voor het gedeelte van  Coepelduynen dat als struingebied is opengesteld. In de eerste beheerplanperiode  is trailrunnen als recreatievorm populairder worden. Soms vindt dat in groepen  van wel 15 tot 20 mensen plaats. Trailrunnen in grotere groepen en/of intensief  gebruik van het struingebied door individuele trailrunners vormt mogelijk een  knelpunt. Het leidt plaatselijk tot te intensieve betreding en een ongewenste  toename van de dynamiek in het toch al (te) dynamische middenduin.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarnaast is een toename van het aantal bezoeken van honden-uitlaatservices  waargenomen in het noordelijke struingebied. Dit gebied is jaarrond vrij  betreedbaar en honden mogen loslopen. Maar de opruimplicht wordt daarbij (vaak)  niet nageleefd hetgeen plaatselijk leidt tot bodemverrijking. Bij een toename  van de bodemverrijking kan de vegetatie in het zeedorpenlandschap verruigen of  vergrassen (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023). In de  vegetatiekartering van 2020 is dan ook aangegeven dat de vegetaties onder druk  staan vanwege toegestane recreatie (bovenmatige betreding) en  hondenuitlaat-services (bodemverrijking).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Afnemende konijnenpopulatie</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is onduidelijk hoe de konijnstand in Coepelduynen is en zich ontwikkelt.  Konijnentellingen wijzen op een afname van de konijnenpopulatie vanaf 2017. Maar  helemaal verdwenen is de populatie niet. De beheerder heeft aangegeven nog  regelmatig graafsporen van konijnen te zien. Konijnen dragen met hun graas- en  graafgedrag op een natuurlijke wijze bij aan het in stand houden van grijze  duinen. Ze gaan vergrassing en verstruweling tegen en zorgen voor kleine plekjes  open zand en kleinschalige dynamiek (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied  Coepelduynen, 2023). Door het open zand en de kleinschalige dynamiek wordt de  vegetatiesuccessie plaatselijk teruggezet en komt door verstuiving vers  (kalkrijk) zand aan de oppervlakte. Bij het ontbreken van een gezonde  konijnenpopulatie treedt vergrassing en verstruweling op en neemt de  kleinschalige dynamiek af. Dit leidt tot een afname van de biodiversiteit en  kwaliteit van duingraslanden. Het is niet goed bekend in hoeverre dit knelpunt  speelt in Coepelduynen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_28995c743326410b8c1aee0d39477289__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkeling H2110 Embryonale duinen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhoudingsdoel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit is het volgende instandhoudingsdoel met toelichting  opgenomen:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_35aad52be5e4446d99646dfec176ed74__recital_o_1" eId="div_6__content_6.3__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Behoud van oppervlakte en kwaliteit</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype komt langs vrijwel de gehele kustlijn voor in de zeereep. Het  breidt zich enerzijds zeewaarts uit, anderzijds gaat het door successie over in  witte duinen (H2120).(Bron: het Aanwijzingsbesluit Ministerie van LNV, 2009 en het  Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden Ministerie  van LNV, 2022)</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_d0a1a9d4bdf847f3ba875331588bd596__recital_o_2" eId="div_6__content_6.3__recital_o_2">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Algemene kenschets</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Embryonale duinen komen met name voor op het strand aan de voet van de  zeereep, maar ook wel langs de randen van slufters, 'wash-overs' (laagten waar  incidenteel zeewater overheen spoelt) en op achterduinse strandvlakten. Dit is  de overgangszone van zout naar zoet milieu: overstroming met zeewater vindt  incidenteel tot regelmatig plaats (maar niet zo vaak dat de duintjes volledig  wegspoelen). Door de hoge dynamiek kunnen de begroeiingen een fluctuerende  oppervlakte en deels wisselende locatie innemen. Waar de embryonale duinen  voorkomen in afwisseling met kaal zand en/of vloedmerkbegroeiingen (met  bijvoorbeeld strandmelde en zeeraket), wordt daarom het gehele moza&#239;ek tot het  habitattype gerekend. Embryonale duinen komen vaak in combinatie met habitattype  witte duinen voor, die de embryonale duinen in de tijd opvolgen zodra er zodanig  veel zand is ingevangen dat er helmvegetaties gaan ontstaan. (Profieldocument  Embryonale wandelende duinen (H2110), 2008).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Embryonale duinen komen langs de het grootste deel van de kustzone van  Coepelduynen voor. Alleen nabij de strandhuisjes en -paviljoens aan de zuidkant  ontbreken embryonale duinen. De totale oppervlakte embryonale duinen is  toegenomen, maar is in deelgebied Zeereep afgenomen  (Tabel 6&#x2011;2). De grootste oppervlakte embryonale duinen komt voor in deelgebied  Zeereep Extra dat buiten de kaartgrens valt. De in het Aanwijzingsbesluit  gedefinieerde begrenzing (z<tekst:i>ie het &#x2018;kader&#x2019; met toelichting over de begrenzing  op de volgende pagina)&#160;</tekst:i>is niet op de kaart vastgelegd en is breder dan de  kaartgrens. Dat betekent dat een deel van de witte duinen in het deelgebied  Zeereep Extra binnen begrenzing van Natura 2000 &#x2013; gebied ligt, maar buiten de op  de kaart aangegeven grens van Natura 2000 - gebied.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kwaliteit van het  habitattype embryonale duinen op basis van de vegetatie is overwegend  goed. (Tabel 6-1).</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_6aad6c689d114d00b7d6b916ce5504b7__div_VII__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.3__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6-1 Oppervlakte en kwaliteit van het habitattype embryonale duinen (H2110) op basis van de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_6-1.png" breedte="610" hoogte="81" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="100"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">&#160;Bron: T1 GG2020</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_33b57e84e00946ce86d45bc4b1f8a05e__div_VII__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.3__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;2 Oppervlakte van het habitattype embryonale duinen (H2110) per deelgebied</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb84540eb484294503956fd3f9212dc71e.jpg" breedte="941" hoogte="244" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="154"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">De trend geeft de toename of afname aan ten opzichte van de T0-kaart weer.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_bc0eb4c28b864ddda9c3809c9f8b4fd9__recital_o_3" eId="div_6__content_6.3__recital_o_3">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Toelichting begrenzing Natura 2000-gebied Coepelduynen</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het Aanwijzingsbesluit legt de zeewaartse begrenzing van het Natura  2000-gebied Coepelduynen op de duinvoet van het buitenduin. De duinvoet is  gedefinieerd als de benedenrand van een duin. Meestal wordt daarmee de duinvoet  aan de zeezijde bedoeld. Voor de berekening van de Basiskustlijn is de duinvoet vastgesteld op NAP + 3 meter. Bron: Helpdesk water, begrippen waterveiligheid. De duinvoet aan de zeezijde van Coepelduynen is dynamisch en beweegt zich, onder andere onder invloed van zandsuppleties, in zeewaartse richting. In de periode 2012-2022 is de duinvoet (lijn op NAP +3 meter) circa 35 meter zeewaarts geschoven (zie onderstaande figuren). Dit betekent dat de grens zoals is  weergegeven op de kaart horend bij het aanwijzingsbesluit niet meer de huidige  begrenzing vormt. Er is op de T1-kaart een aanzienlijke oppervlakte embryonale duinen aanwezig buiten de kaartgrens van het aanwijzingsbesluit. Door de  kaartgrens aan te passen aan de definitie en de grens zeewaarts te schuiven valt  een grotere oppervlakte embryonale duinen binnen de grens van het Natura 2000-gebied. Aan de zuidkant van Coepelduynen bij de strandpaviljoens is de definitie van de  duinvoet zijnde de lijn op NAP +3 meter niet bruikbaar omdat het strand hier  kunstmatig is verhoogd waardoor de lijn hier ver zeewaarts ligt en niet op de  natuurlijke overgang van strand naar duinen.</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Figuur wId="pv28_1a5751aa6bae483a8386ca38030179e5__div_VII__content_1__img_o_3" eId="div_6__content_6.3__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Figuur hoogteligging op Jarkus raai 85000 tussen 2012 en 2022</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding6-x.png" breedte="552" hoogte="272" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="90"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_e898fde0cc6d42f3958e4af61033b9a8__div_VII__content_1__img_o_4" eId="div_6__content_6.3__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Figuur ligging Basiskustlijn</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding6y.png" breedte="551" hoogte="317" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="90"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">Ligging 3 meter lijn op Jarkus raai 85000 en 85250 in 2012 (punt aan duinzijde) en 2022 (punt aan zeezijde)</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De totale oppervlakte embryonale duinen is op de T1-kaart ten opzichte van de  T0-kaart toegenomen met 3,5 ha door de ontwikkeling van embryonale duinen aan de  zeezijde. Een deel van de oppervlakte ligt in het deelgebied Zeereep Extra dat  buiten de kaartgrens valt, maar voor een groot deel binnen de begrenzing van  Natura 2000 &#x2013; gebied ligt zoals deze tekstueel is gedefinieerd in het  aanwijzingsbesluit (z<tekst:i>ie het &#x2018;kader&#x2019; met toelichting over de begrenzing  hierboven)</tekst:i>. Hierdoor ontstaat er in praktijk onduidelijkheid over ligging  van de grens van Natura 2000 &#x2013; gebied. In deelgebied Zeereep sprake van een  afname van de oppervlakte embryonale duinen van circa 3,3 ha.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit een vergelijking van de T0-kaart met de T1-kaart blijkt dat in het  deelgebied Zeereep een successie heeft plaatsgevonden van embryonale duinen  (H2110) naar witte duinen (H2120). De successie naar witte duinen wordt versneld  door zandsuppleties (Natuurdoelanalyse Coepelduynen, 2022). Voor wat betreft de  oppervlakte embryonale duinen is er geen opgave. De kwaliteit van het  habitattype op basis van het vegetatietype is ongeveer gelijk gebleven en  overwegend goed (Figuur 6&#x2011;1).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kwaliteit</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De kwaliteit van het habitattype Embryonale duinen voor het aspect abiotische  randvoorwaarden is goed. De kritische depositiewaarde (KDW) voor het habitattype  embryonale duinen wordt niet overschreden (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied  Coepelduynen, 2023). Voor het aspect structuur en functie geldt dat de helft van  de kenmerken als goed wordt beoordeeld omdat er voldoende stuivend zand aanwezig  is en de omvang voldoende groot is. Rust voor de typische soort strandplevier is  door recreatie op het strand echter onvoldoende aanwezig (Natuurdoelenanalyse,  2022). Verder voldoet het areaal van aanwezige habitattype aan de optimale  functionele omvang van enkele hectares voor dit habitattype</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvattend</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hieronder in Tabel 6&#x2011;3 is een samenvatting van de  huidige situatie van het habitattype weergegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_97b2eb80f40243bc943e50c5fdaf65b9__div_VII__content_1__img_o_5" eId="div_6__content_6.3__img_o_5">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;3 Samenvatting van het habitattype H2110 Embryonale duinen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-3.png" breedte="870" hoogte="173" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="142"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_b5c60d8d5120401a8d2291cefe7e5c4e__div_VII__content_1__img_o_6" eId="div_6__content_6.3__img_o_6">
		  <tekst:Titel>Figuur 6&#x2011;1 Verspreiding van het habitattype embryonale duinen (H2110) in het Natura 2000-gebied Coepelduynen volgens de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Afbeelding6-1_versie_2.png" breedte="603" hoogte="835" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="98"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_c455a3197609403d907d06b646346325__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkeling H2120 Witte duinen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhoudingsdoel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit is het volgende instandhoudingsdoel met toelichting opgenomen:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_c6344ef798b64332bc5fab5cae10674a__recital_o_1" eId="div_6__content_6.4__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype kan in kwaliteit worden verbeterd door herstel van  verstuiving in de zeereep, voor zover er geen conflicten ontstaan met de  veiligheid van de zeewering. Verstuiving is mede van belang voor het  achtergelegen habitattype grijze duinen (H2130). (Bron: het Aanwijzingsbesluit  Ministerie van LNV, 2009).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_5d0af3cabe844ce79fd14de926f264f3__recital_o_2" eId="div_6__content_6.4__recital_o_2">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Algemene kenschets</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Witte duinen met helmbegroeiingen ontstaan van nature daar waar embryonale  duinen (H2110) zo ver aanstuiven dat de plantengroei buiten het bereik van zout  grondwater en overstromend zeewater komt. Dit proces vindt plaats in de zeereep  (de duinenrij die aan het strand grenst). Ook al overstromen ze niet, de invloed  van zeewater is nog steeds groot door de inwaai van fijne zoutdruppeltjes,  ontstaan bij de verneveling van opspattend golfwater (&#x2018;salt spray&#x2019;). Witte  duinen kunnen echter ook ontstaan door uitstuiving of overstuiving van eerder  vastgelegde grijze duinen of door opstuiving van door mensen aangelegde  windbarri&#232;res (rijshout en helmaanplanten). Witte duinen komen dan ook niet  alleen voor in de zeereep, maar ook op (nog of weer) actief stuivende  (macro)parabolen. (Profieldocument Wandelende duinen op de strandwal met  Ammophila arenaria (&#x201d;witte duinen&#x201d;) (H2120), 2008).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Witte duinen komen langs de hele kustzone van Coepelduynen voor. De grootste  oppervlakte witte duinen komt voor in de zeereep. In het middenduin wordt het  habitattype witte duinen echter ook waargenomen. De kwaliteit van het  habitattype witte duinen op basis van de vegetatie is overwegend goed.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_292782db4e8b43ec8b20e139cb27ed1b__div_VII__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.4__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;4 Oppervlakte en kwaliteit van het habitattype witte duinen (H2120) op basis van de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-4.png" breedte="1075" hoogte="124" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="176"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De oppervlakte witte duinen is in de eerste beheerplanperiode toegenomen (zie  Tabel 6&#x2011;4). Aan de zeezijde van Coepelduynen is de toename het grootste. De  toename hangt hier samen met de successie van embryonale naar witte duinen. Er  kan geconcludeerd worden dat er voor wat betreft de oppervlakte witte duinen  geen opgave is.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_030618de25be4459ac10a38db90d9e6c__div_VII__content_1__img_o_2" eId="div_6__content_6.4__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;5 Oppervlakte van het habitattype witte duinen (H2120) per deelgebied</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-5.png" breedte="1077" hoogte="256" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="176"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">De trend geeft de toename of afname aan ten opzichte van de T0-kaart weer.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kwaliteit</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022 is geconcludeerd dat er voor de  kwaliteit van het habitattype witte duinen wel een verbeteringsopgave is. De  kwaliteitsaspecten typische soorten en kenmerken van een goede structuur en  functie zijn niet op orde. De kwaliteit van het habitattype op basis van het  aantal typische soorten is in de eerste beheerplanperiode gelijk gebleven en  wordt geclassificeerd als matig. Het aspect kenmerken van een goede structuur en  functie kende geen tot weinig verandering geweest in de eerste  beheerplanperiode. De kenmerken van een goede &#x2018;structuur en functie&#x2019; kunnen als  volgt worden omschreven (Natuurdoelanalyse Coepelduynen, 2022):&#160;<tekst:i>de zeereep  in Coepelduynen is relatief laag met een brede vlakke bovenzijde waar de  kenmerken voor een goede structuur beperkt aanwezig zijn. Het gaat om  onregelmatig reli&#235;f, dynamiek, verstuiving en plekken met kaal zand tussen de  vegetatie. Op het buitentalud van de zeereep zijn deze kenmerken van een goede  &#x2018;structuur en functie&#x2019; in voldoende mate aanwezig.</tekst:i>&#160;Op basis hiervan is  overall de kwaliteit van de witte duinen voor het kwaliteitsaspect &#x2018;structuur en  functie&#x2019; als matig ingeschat.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Knelpunten voor het habitattype witte duinen zijn een gebrek aan dynamiek en  verstruweling met duindoorn in de zeereep. Dit in tegenstelling tot het gebied  met de grijze duinen (H2130A) waar juist sprake is van een lokaal te hoge  dynamiek (zie 6.5). Bij de witte duinen is ook verstruweling met duindoorn op  het buitentalud van de zeereep ontstaan, zelfs tot op de overgang naar de  embryonale duinen. Het effect van te weinig dynamiek wordt verder versterkt door  het vastleggen van stuivend zand door algengroei in de helmzone. De genoemde  knelpunten hangen samen: een gebrek aan dynamiek leidt tot verstruweling met  duindoorn en verstruweling verlaagt de dynamiek vervolgens verder. Uit  vergelijking van de T0-kaart met de T1-kaart blijkt dat de oppervlakte  duindoornstruweel in deelgebied de zeereep is toegenomen, deels ten koste van  het habitattype witte duinen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder vormt de opslag van rimpelroos in de  zeereep met name in het noorden van Coepelduynen een knelpunt voor het  habitattype witte duinen. De opslag van rimpelroos veroorzaakt evenals  verstruweling met duindoorn een afname van de dynamiek.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hoewel de kritische  depositiewaarde (KDW) voor het habitattype witte duinen niet wordt overschreden  leidt stikstofdepositie in de witte duinen tot vastlegging van verstuifbaar zand  doordat zand door algengroei vastkit en tot opslag van duindoorn onder andere op  het buitentalud van de zeereep (Gebiedsanalyse Coepelduynen 2017).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvattend</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hieronder in Tabel 6&#x2011;3 is een  samenvatting van de huidige situatie van het habitattype weergegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_15e251a87f7e49349e1291a9a168127f__div_VII__content_1__img_o_3" eId="div_6__content_6.4__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;6 Samenvatting van het habitattype H2120 Witte duinen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-6.png" breedte="1106" hoogte="193" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="181"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_f61f1455978a489c93bbf517d4f3c8ef__div_VII__content_1__img_o_4" eId="div_6__content_6.4__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Figuur 6&#x2011;2 Verspreiding van het habitattype witte duinen (H2120) in het Natura 2000-gebied Coepelduynen volgens de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="figuur_6-2.png" breedte="598" hoogte="846" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_75abb8ad4b774ed3a7a543948edcd947__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkeling H2130A Grijze duinen (kalkrijk)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhoudingsdoel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit is het volgende instandhoudingsdoel met toelichting opgenomen:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_1e6c2554f6c04b53ad2cf1c29569defe__recital_o_1" eId="div_6__content_6.5__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Behoud van oppervlakte en kwaliteit</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het subtype grijze duinen, kalkrijk (subtype A) is over een grote oppervlakte  in goed ontwikkelde vorm in het gebied aanwezig. Daarom is hier geen  doelstelling voor ontwikkeling of uitbreiding geformuleerd. Het gebied levert  een grote bijdrage aan het landelijke doel voor dit subtype. (Bron: het  Aanwijzingsbesluit Ministerie van LNV, 2009).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_85f4f9f83b354b1496914eb720a0824c__recital_o_2" eId="div_6__content_6.5__recital_o_2">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Algemene kenschets</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Grijze duinen ontstaan achter de zeereep op plekken waar de door de wind  veroorzaakt dynamiek voldoende laag is voor het ontstaan van gesloten  begroeiingen met kruiden en mossen. Door de bodemvorming ontstaat een zogenoemde  &#x2018;C-horizont&#x2019; met een grijze kleur, vandaar de naam van het habitattype. Dynamiek  in de vorm van lichte overstuiving, hellingprocessen (dynamiek door neerslag) en  begrazing door konijnen zorgt van nature voor de instandhouding van het type.  Vanwege de positieve invloed van verstuiving, worden ook stuifplekken binnen  graslandcomplexen tot het habitattype gerekend. De ecologische variatie van het  habitattype is groot, wat samenhangt met onder andere het kalkgehalte (in de  toplaag van de bodem) en de dikte van de humuslaag. Op grond hiervan worden drie  subtypen onderscheiden. De overgangen tussen de subtypen zijn echter gradueel.  De begroeiingen van subtype C wisselen doorgaans af met begroeiingen van subtype  A of B. Ze vormen daarbij complexen of een opeenvolging van zones. (*Vastgelegde  kustduinen met kruidvegetatie (&#x201c;grijze duinen&#x201d;) (H2130), 2008).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Kalkrijke grijze duinen komen verspreid in het hele gebied voor. Het grootste  deel van het oppervlak ligt in het deelgebied CD Zuid, gevolgd door CD Noord en  CD Midden. Volgens T0-kaart en de T1-kaart is de vegetatiekundige kwaliteit van  dit habitattype in alle deelgebieden en dus ook het Natura 2000-gebied Coepelduynen overwegend goed.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_80e0bb145348419f997e58f6f11fc5fa__div_VII__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.5__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;7 Oppervlakte en kwaliteit van het habitattype grijze duinen (kalkrijk) (H2130A) op basis van de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-7.png" breedte="898" hoogte="101" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="147"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_7ed31539983743c6b7b71e7e97afa62b__div_VII__content_1__img_o_2" eId="div_6__content_6.5__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;8 Oppervlakte van het habitattype grijze duinen (kalkrijk) (H2130A) per deelgebied</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-8.png" breedte="902" hoogte="231" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="148"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">De trend geeft de toename of afname aan ten opzichte van de T0-kaart weer.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De oppervlakte grijze duinen is in de eerste  beheerplanperiode afgenomen (zie Tabel 6&#x2011;78). Op het middenduin (CD Noord, CD  Midden, CD Zuid) van Coepelduynen is de afname het grootste. De afname hangt  hier voornamelijk samen met de te grote dynamiek.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit in tegenstelling tot het gebied met de Witte duinen (H2120) waar juist  sprake is van een lokaal te lage dynamiek (zie 6.4). De afname van oppervlakte  grijze duinen uit de vergelijking van de T0- en T1-kaart, is in werkelijkheid  kleiner en heeft te maken met verschil in karteringsschaal toegepast bij T0- en  T1-kaart. Hierdoor zijn aantallen duindoornvegetaties op de T0-kaart meegerekend  als grijze duinen. Op de T1-kaart zijn deze apart gekarteerd. Dit kan tot  overschatting van oppervlakte van grijze duinen in de T0-situatie leiden  (expertkennis Staatsbosbeheer). In de Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022 is  geconcludeerd dat er voor de oppervlakte grijze duinen een opgave van 29 ha is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kwaliteit&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Op basis van vegetatie is de kwaliteit van de grijze duinen overwegend goed.  Lokaal is sprake van opslag van rimpelroos en vergrassing. Op diverse locaties  is rimpelroos in de eerste beheerplanperiode (2019-2021) verwijderd. Desondanks  vormt rimpelroos nog een knelpunt voor dit habitattype. Qua structuur en functie  is er verder waarschijnlijk geen tot weinig verandering geweest gedurende de  eerste beheerplanperiode en blijft de kwaliteit op basis van dit  kwaliteitsaspect goed. De kwaliteit voor het aspect typische soorten is  beoordeeld als goed en is in de eerste beheerplanperiode eveneens ongewijzigd  gebleven (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Knelpunt voor het habitattype grijze duinen is een toename aan verstuiving  die leidt tot afname van de oppervlakte. Verder leiden vergrassing, vergrassing  met duinriet, een sterk verhoute duinroosvegetatie en opslag van rimpelroos tot  een afname van de kwaliteit. Hierbij zorgt stikstofdepositie gedeeltelijk voor  de vergrassing en verruiging, naast verzuring, verrijking van de standplaats en  afname in biodiversiteit. Hoewel verstruweling nog geen groot knelpunt vormt is  het wenselijk struweelvorming in het open duin te voorkomen. Beperkte aanvoer  van de kalkrijke zand vanuit de zeereep is (op termijn) knelpunt voor de  kalkrijke duinen. Verder zorgt de afname van de konijnenpopulatie mogelijk voor  onvoldoende begrazing van gras en jonge struiken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kritische depositiewaarde (KDW) voor het habitattype grijze duinen wordt  overschreden en leidt daardoor tot de knelpunten die hierboven zijn genoemd  (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarnaast is in  de vegetatiekartering van 2020 aangegeven dat de vegetaties in het  hondenlosloopgebied onder druk staan vanwege toegestane recreatie (bovenmatige  betreding) en hondenuitlaat-services (verrijking). Verder is het de vraag of de  toename van de recreatie in het struingebied niet leidt tot een ongewenste  toename van de verstuiving in dit toch al dynamische gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvattend</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hieronder in Tabel 6&#x2011;3 is een samenvatting van de huidige situatie van het habitattype weergegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_9da01f2d1e9240c39bfd18b282e58710__div_VII__content_1__img_o_3" eId="div_6__content_6.5__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;9 Samenvatting van het habitattype H2130A grijze duinen (kalkrijk)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-9_2.png" breedte="931" hoogte="246" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="152"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_6de7d235d0574e33a92639fa140eb8bd__div_VII__content_1__img_o_4" eId="div_6__content_6.5__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Figuur 6&#x2011;3 Verspreiding van het habitattype grijze duinen (kalkrijk) (H2130A) in het Natura 2000-gebied Coepelduynen volgens de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="figuur_6-3-_versie_2.png" breedte="600" hoogte="847" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="98"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_23f42c3e70ef41ee87a392aab0907c37__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkeling H2160 Duindoornstruwelen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhoudingsdoel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit is het volgende instandhoudingsdoel met toelichting opgenomen:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_ffb3007256084b0aa865cb478f814297__recital_o_1" eId="div_6__content_6.6__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Behoud van oppervlakte en kwaliteit</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype duindoornstruwelen (H2160) is over een beperkte oppervlakte  aanwezig. Gezien de landelijk gunstige staat van instandhouding van  duindoornstruwelen en aangezien uitbreiding van het type ten koste kan gaan van  onder meer habitattype grijze duinen (H2130), wordt behoud van oppervlakte en  kwaliteit nagestreefd. Om de kwaliteit te behouden is het gewenst dat alle  successiestadia in het gebied voorkomen. (Bron: het Aanwijzingsbesluit  Ministerie van LNV, 2009).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_59e1f38590b148d1ad0ce6059a7d269e__recital_o_2" eId="div_6__content_6.6__recital_o_2">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Algemene kenschets</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Duindoorn is voor kieming en vestiging gebonden aan humusarm, kalkrijk zand  met een lage indringingsweerstand. Goed ontwikkelde jonge duindoornstruwelen  komen dan ook vooral voor na een sterk stuivende fase met Helm (habitattype  witte duinen, H2120), waarbij de relatief kalkrijke bodem ontsloten is.  Duindoorn vormt wortelknolletjes met stikstofbindende actinomyceten (Frankia) en  heeft een goed verteerbaar bladstrooisel. Op de relatief kalkrijke bodems leidt  dit tot trage humusvorming en een verhoogde beschikbaarheid van stikstof. In  zeer kalkrijke duinen kunnen deze struwelen enkele eeuwen oud worden. Voor de  biodiversiteit zijn met name de struwelen belangrijk die ontstaan als gevolg van  voortgaande successie op meer beschutte plekken (vooral op plekken waar door  hellingprocessen organisch materiaal ophoopt). Naast duindoorn nemen dan de  bovengenoemde andere struiken een belangrijke plaats in. Wanneer deze struiken  echter te hoog worden, wordt duindoorn door beschaduwing verdrongen. (Bron:  profieldocument H2160).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Duindoornstruwelen komen verspreid in het hele Natura 2000-gebied in alle  deelgebieden voor. Het grootste deel van dit habitattype is in deelgebied  Zeereep aanwezig. De oppervlakte duindoornstruwelen is in de eerste  beheerplanperiode toegenomen. Volgens de T1-kaart is de vegetatiekundige  kwaliteit van dit habitattype in alle deelgebieden overwegend goed.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_0c740ddf52ab4e3e90c881e713d8951a__div_VII__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.6__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;10 Oppervlakte en kwaliteit van het habitattype duindoornstruwelen (H2160) op basis van de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-10.png" breedte="901" hoogte="105" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="147"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_1fa99ed04d834f4ca7dd1cdd6df34b96__div_VII__content_1__img_o_2" eId="div_6__content_6.6__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;11 Oppervlakte van het habitattype duindoornstruwelen (H2160) per deelgebied</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-11.png" breedte="902" hoogte="195" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="148"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">De trend geeft de toename of afname aan ten opzichte van de T0-kaart weer.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Ontwikkeling en knelpunten</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>
                                 <tekst:i>Kwantiteit&#160;</tekst:i>
                              </tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De oppervlakte duindoornstruwelen is in de eerste beheerplanperiode  toegenomen (zie Tabel 6&#x2011;10). In de zeereep van Coepelduynen is de toename het  grootste. Uit een vergelijking van de T0-kaart en de T1-kaart blijkt dat de  toename van het habitattype duindoornstruwelen deels samenhangt met  verstruweling in het habitattype grijze duinen (kalkrijk) in de zeereep en het  middenduin (CD Noord, CD Midden en CD Zuid). In het middenduin is het echter  (deels) het gevolg van verschil in karteringsschaal toegepast bij T0- en  T1-kaart en niet een werkelijke ontwikkeling. Door de verschillen zijn aantal  duindoornvegetaties op de T0-kaart meegerekend als grijze duinen en op de  T1-kaart zijn deze apart gekarteerd. Dit kan tot onderschatting van oppervlakte  van duindoornstruwelen in T0-situatie leiden, waardoor er toename lijkt te zijn  in T1-situatie (expertkennis Staatsbosbeheer).&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarnaast treedt verstruweling op in het habitattype witte duinen in de  zeereep. De verstruweling in de zeereep wordt mogelijk veroorzaakt door een  afname van de dynamiek in de zeereep (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied  Coepelduynen, 2023; Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022). Zie ook 6.2. Dit  proces wordt versterkt door het vastleggen van stuivend zand door algengroei in  de helmzone (expertkennis Staatsbosbeheer). Bovendien heeft er een ontwikkeling  plaatsgevonden waarbij de vegetatie op de T0-kaart niet kwalificeert en op de  T1-kaart w&#233;l kwalificeert als duindoornstruwelen: op de T0-kaart is een deel van  de ligusterstruwelen in de zeereep niet als kwalificerend duindoornstruweel  gekarteerd en op de T1-kaart w&#233;l (expertkennis Staatsbosbeheer). Voor de  oppervlakte duindoornstruwelen is er geen opgave.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>
                                 <tekst:i>Kwaliteit&#160;</tekst:i>
                              </tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De kwaliteit van het habitattype duindoornstruwelen op basis van de vegetatie  is overwegend goed. Het aandeel van het habitattype duindoorstruwelen met een  goede kwaliteit is gedurende de eerste beheerplanperiode echter licht afgenomen.  Voor wat betreft de kwaliteit op basis van typische soorten en de structuur en  functie is er gedurende de eerste beheerplanperiode geen verandering geweest.  Voor beide aspecten wordt de kwaliteit van het habitattype duindoorstruwelen als  goed beoordeeld (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023). In  de Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022 is aangegeven dat er naar verwachting  geen knelpunten zijn voor het halen van de doelen voor dit habitattype.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kritische depositiewaarde (KDW) voor het habitattype duindoornstruwelen  wordt niet overschreden (Gebiedsanalyse Coepelduynen 2017).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvattend</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hieronder is in tabel 6.12 een samenvatting van de huidige situatie van het  habitattype weergegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_8930f1fa5ba74c22ab441b1df55c126c__div_VII__content_1__img_o_3" eId="div_6__content_6.6__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;12 Samenvatting van het habitattype H2160 duindoornstruwelen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-12.png" breedte="867" hoogte="121" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="142"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_93c9b5baf8714e88aa06bfb7682acb05__div_VII__content_1__img_o_4" eId="div_6__content_6.6__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Figuur 6&#x2011;4 Verspreiding van het habitattype duindoornstruwelen (H2160) in het Natura 2000-gebied Coepelduynen volgens de T1-habitattypenkaart&#160;</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="figuur_6-4_-_versie_2.png" breedte="601" hoogte="845" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="98"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_7813c2db042f4b6e93f83afb630025cb__div_VII__content_2" eId="div_6__content_6.7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkeling H2180C Duinbossen (binnenduinrand)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhoudingsdoel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit is het volgende instandhoudingsdoel met toelichting opgenomen:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_3e8b59aa6f644a7683d0596d0b028997__recital_o_1" eId="div_6__content_6.7__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Behoud van oppervlakte en kwaliteit</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype duinbossen (binnenduinrand) komt vooral aan de noordoostkant  van het gebied voor en in mindere mate aan de zuidkant. De kwaliteit is deels  goed, deels matig. Behoud is voldoende, omdat de mogelijkheden voor  kwaliteitsverbetering beperkt zijn (H2180C). (Bron: het Aanwijzingsbesluit Ministerie van LNV, 2009 en het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden Ministerie van LNV, 2022).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_94b1399b127a4305befe103201528a6e__recital_o_2" eId="div_6__content_6.7__recital_o_2">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Algemene kenschets</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Doordat het grootste deel van het duingebied relatief jong is en tot het  begin van de twintigste eeuw intensief werd begraasd, zijn er maar weinig oude bossen die een beeld geven van het type vegetatie dat bij ongestoorde  ontwikkeling te verwachten is. De oudste bossen zijn te vinden op de  strandwallen en aan de binnenduinrand. Deze bossen zijn echter sterk be&#239;nvloed  door gebruik als hakhout of zijn aangeplant als parkbos In de middenduinen en de buitenduinen is spontane bosvorming vrijwel beperkt  tot de duinvalleien, waar zich in eerste instantie vooral berkenbossen vormen.  Op de hogere delen van de midden- en buitenduinen is de natuurlijke  vegetatiesuccessie meestal nog niet verder gekomen dan hoge struwelen, en zijn  de meeste bossen recent aangeplant. Het is daarom lastig een goede  karakterisering van (natuurlijke) duinbossen te geven.  De tot het subtype binnenduinrandbossen zijn over het algemeen sterk door de  mens be&#239;nvloede (park)bossen die overwegend voorkomen op wat jongere,  kalkhoudende bodems. Ze zijn vaak onderdeel van landgoederen die in de 18e eeuw  aan de binnenduinrand werden aangelegd op afgegraven duingronden. De  grondwaterstanden zijn hier te diep voor de vestiging van &#x2018;natte&#x2019; soorten, maar  vaak wel zo ondiep dat capillaire opstijging vanuit het grondwater zorgt voor  een iets betere vochtvoorziening en zuurbuffering. De standplaatscondities (goed  gedraineerde, iets vochthoudende, basenrijke, rulle en humeuze bodems in  combinatie met een open bosstructuur die zorgt voor voldoende licht) zijn zeer  geschikt voor de groei van allerlei van oorsprong uitheemse bolgewassen die hier  in het verleden op grote schaal zijn aangeplant en nu deel uitmaken van de  zogenaamde &#x2018;stinzenflora&#x2019;. Bron: profieldocument H2180C.</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Habitattype duinbossen binnenduinrand H2180C komt voornamelijk voor in het  gebied binnenduinrand en aan de randen van de deelgebieden CD Zuid en CD Noord.  Er is mogelijk sprake van een toename van circa 1,1 ha op de T1-kaart ten  opzichte van de T0-kaart. Een toename is in alle deelgebieden te zien, met de  grootste absolute toename van 0,7 ha kwalificerende binnenduinrandbos-vegetatie  in CD Noord. Opvallend is verder de toename van dit  habitattype langs het fietspad in het zuidelijk deel van deelgebied Zeereep.  Aangezien het hier om bomen gaat die al ouder zijn, was deze vegetatie tijdens  de kartering ook al aanwezig maar niet als dusdanig getypeerd. Volgens de  T1-kaart is de vegetatiekundige kwaliteit van het habitattype H2180C op ca. 78%  van het oppervlakte goed.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_bf3ab3171328496681d2a1aa5db17cac__div_VII__content_2__img_o_1" eId="div_6__content_6.7__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;13 Oppervlakte en kwaliteit van het habitattype duinbossen (binnenduinrand) (H2180C) op basis van de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-13.png" breedte="841" hoogte="99" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="138"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_b366c7857eab4b28a309ef1a45057d6d__div_VII__content_2__img_o_2" eId="div_6__content_6.7__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;14 Oppervlakte van het habitattype duinbossen (binnenduinrand) (H2180C) per deelgebied</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-14.png" breedte="843" hoogte="146" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="138"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">De trend geeft de toename of afname aan ten opzichte van de T0-kaart weer.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De grootste oppervlakte duinbossen binnenduinrand is aanwezig in het  deelgebied Binnenduinrand en daarna aan de noordkant van deelgebied CD Noord. De  oppervlakte duinbossen is in de eerste beheerplanperiode lichtelijk toegenomen  (zie Tabel 6&#x2011;6-14). De toename treedt met name op aan de noordkant van  Coepelduynen en langs het fietspad in het zuiden van Coepelduynen. Het bosje  langs het fietspad betreft een esdoornbosje met een soortenarme ondergroei van  o.a. Welriekende salomonszegel (mededeling Staatsbosbeheer). In de  Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022 is geconcludeerd dat er voor de oppervlakte  duinbossen geen opgave is.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kwaliteit&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Volgens de T1-kaart is de kwaliteit op basis van de vegetatie overwegend  goed. De kwaliteit op basis van abiotische randvoorwaarden wordt beoordeeld als  goed en de beoordeling op basis van het aantal typische soorten is matig. Aan  het grootste deel van de kenmerken van een goede structuur en functie wordt niet  voldaan. Zo wordt aan de optimale omvang niet voldaan en is in ca. 78% van  areaal H2180C het aandeel exoten in de boomlaag te hoog. Door de relatief  abrupte overgang naar het polderlandschap en bebouwing is er op landschapsschaal  aan de binnenduinrandzijde geen sprake van bosranden en zijn er geen  soortenrijke open plekken aanwezig, waardoor aan dit criterium eveneens niet  wordt voldaan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Knelpunten voor het habitattype duinbossen zijn het ontbreken van kenmerkende  soorten, het ontbreken van ondergroei van stinzen, de aanwezigheid van exoten en  het ontbreken van een soortenrijke randzone aan de binnenduinrand door een  abrupte overgang.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kritische depositiewaarde (KDW) voor het habitattype duinbossen  (binnenduinrand) wordt niet overschreden (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied  Coepelduynen, 2023).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvattend</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hieronder is in tabel 6.15 een samenvatting van de huidige situatie van het  habitattype weergegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_bcb656e144514678bc21c416e4032fb0__div_VII__content_2__img_o_3" eId="div_6__content_6.7__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;15 Samenvatting van het habitattype H2180C duinbossen (binnenduinrand)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb86e03d539a57470f8571e6ebb0ec3552.png" breedte="868" hoogte="257" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="142"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_13adf13954a4417d91e27e4ac93562dc__div_VII__content_2__img_o_4" eId="div_6__content_6.7__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Figuur 6&#x2011;5 Verspreiding van het habitattype duinbossen (binnenduinrand) (H2180C)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="figuur_6-5-_versie_2.png" breedte="594" hoogte="838" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="97"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_c49cbfcaf2be4ee78248a5c303c8ed72__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkeling H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhoudingsdoel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit is het volgende instandhoudingsdoel met toelichting opgenomen:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_55bcb46389b642a0bcadc1ce0780f8c4__recital_o_1" eId="div_6__content_6.8__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype vochtige duinvalleien, kalkrijk (subtype B) en hoge  moerasplanten (subtype D) is over een beperkte oppervlakte aanwezig. Er zijn  potenties voor het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype in het  gebied; hiervoor worden reeds inspanningen geleverd. Voor de oppervlakte van het  habitattype in dit gebied zijn de mogelijkheden volledig benut. (Bron: het  Aanwijzingsbesluit Ministerie van LNV, 2009).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_360b1390e1fd4b9d9e882d4da8e168e8__recital_o_2" eId="div_6__content_6.8__recital_o_2">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Algemene kenschets</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype vochtige duinvalleien is veelomvattend: het betreft open  water, vochtige graslanden, lage moerasvegetaties en rietlanden, alle voor zover  voorkomend in (min of meer natuurlijke) laagten in de duinen. Mede door de grote  ecologische variatie is het aantal kenmerkende soorten zeer groot. Het gaat om  relatief jonge successiestadia.  Het subtype vochtige duinvalleien kalkrijk komt voor in geheel of vrijwel  geheel verzoete primaire duinvalleien en in secundaire duinvalleien die zijn  ontstaan door uitstuiving. Kenmerkend zijn vooral de natte omstandigheden,  waarbij de standplaatsen in de winter onder water staan en in voorjaar  droogvallen. Vanwege de afwijkende dynamiek van het duinwatersysteem kunnen  echter ook jaren optreden waarin valleien vrijwel permanent onder water staan en  jaren waarin de valleien ook in de winter droog staan. Dit kan leiden tot  schijnbaar dramatische verschuivingen in de vegetatiesamenstelling, maar in een  natuurlijke duinsysteem met voldoende natte valleien en veel variatie in  maaiveldhoogte is de veerkracht van de populaties voldoende om dit soort  extremen te overleven.(Bron: profieldocument H2190).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het habitattype vochtige duinvalleien (kalkrijk) komt enkel voor in het  deelgebied CD Zuid. Volgens de T0-kaart en de T1-kaart zijn alle aanwezige  vegetaties kenmerkend voor een goede kwaliteit. Er is sprake van een afname van  dit habitattype op de T1-kaart ten opzichte van de T0-kaart. Dit habitattype  komt voor in Guytendel, Spijkerdel en een ander klein duinvalleitje ten zuiden  van Guytendel en Spijkerdel.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_bdd6a796704b425497dc19ff852f8300__div_VII__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.8__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;16 Oppervlakte en kwaliteit van het habitattype vochtige duinvalleien (kalkrijk) (H2190B) op basis van de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-16.png" breedte="842" hoogte="99" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="138"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_c95bad674b4841579fbd052cc09dc3f4__div_VII__content_1__img_o_2" eId="div_6__content_6.8__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;17 Oppervlakte van het habitattype vochtige duinvalleien (kalkrijk) (H2190D) per deelgebied</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-17.png" breedte="842" hoogte="73" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="138"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">De trend geeft de toename of afname aan ten opzichte van de T0-kaart weer.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De oppervlakte van vochtige duinvalleien kalkrijk is mogelijk afgenomen in de  eerste beheerplanperiode. Dit habitattype komt voor in Guytendel, Spijkerdel en  een ander klein duinvalleitje ten zuiden van Guytendel en Spijkerdel. In de  Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022 is geconcludeerd dat voor de oppervlakte  vochtige duinvalleien (kalkrijk) een opgave is van 0,4 ha.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_0d8e90adf9394ffd9b444d778efc8568__div_VII__content_1__img_o_3" eId="div_6__content_6.8__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Figuur 6&#x2011;6 Verspreiding van het habitattype vochtige duinvalleien (H2190B) in het Natura 2000-gebied Coepelduynen volgens de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="figuur_6-6_-_versie_2.png" breedte="598" hoogte="840" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="98"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kwaliteit&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Volgens de T1-kaart is de kwaliteit op basis van de vegetatie goed. De  kwaliteit van het H2190B op basis van de abiotische randvoorwaarden en structuur  en functie zijn beoordeeld als goed en niet veranderd tijdens de eerste  beheerplanperiode (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023). De  kwaliteit van het habitattype op basis van typische soorten is beoordeeld als  matig en gedurende de eerste beheerplanperiode ongewijzigd gebleven.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Staatsbosbeheer geeft aan dat de afname van het oppervlakte vochtige  duinvalleien kalkrijk in het noorden van het Guytendel samenhangt met verruiging  met riet (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023). Dit  gedeelte van het Guytendel kan in sommige jaren niet worden gemaaid vanwege te  natte terreinomstandigheden. In het zuidelijk deel van het Guytendel lijkt  lokaal sprake te zijn van verzuring waardoor het aandeel kleine zeggen  (waaronder zwarte zegge) en gewoon puntmos toeneemt. Plaatselijk heeft er een  ontwikkeling richting vochtige duinvalleien met hoge moerasplanten H2190D  plaatsgevonden. Het oppervlak van dit habitattype is volgens de  vegetatiekartering uit 2020 namelijk toegenomen in Guytendel. Dit hangt eveneens  samen met de lokaal natte omstandigheden waardoor maaien lastig is. Verder is er  mogelijk kwalificerend habitat verloren gegaan doordat zand instuift  (Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022). In de Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022  is verder een te kleine oppervlakte voor een optimale functionele omvang als  knelpunt genoemd.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de winter van 2018-2019 is struweel verwijderd op een oppervlakte van 0,5  ha rondom de Guytendel en Spijkerdel. In het najaar van 2019 is gebleken dat  hierdoor een groter areaal aan vochtige duinvallei gemaaid kon worden en werd  een toename van o.a. orchidee&#235;n in de gemaaide zone bemerkt. Anno 2021 is de  situatie zodanig dat het nogmaals verwijderen van duindoornvegetatie rondom  Guytendel niet nodig is. Het areaal kan met het reguliere beheer van de vallei  (jaarlijks maaien en afvoeren) in stand blijven. Rond het Spijkerdel, moet de  ingreep op in deze beheerplanperiode nogmaals worden uitgevoerd.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder is ter bescherming van de vochtige valleien Guytendel en Spijkerdel  zuidelijk van Spijkerdel een grote verstuiving vastgelegd met  duindoorn/helmgrasvegetatie. Dit heeft z&#x2019;n uitwerking gehad en de verstuiving is  afgeremd. Ten westen van Guytendel is in de afgelopen jaren een grote  verstuiving ontstaan. Naar aanleiding hiervan is in de eerste beheerplanperiode  onderzoek uitgevoerd naar de invloed van winddynamiek op kwalificerend habitat  (Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013; gebied Coepelduynen, 2023). Hieruit is gebleken  dat op een aantal locaties zeker sprake is van toename van verstuivingen ten  koste van H2130A en H2190, maar dat dit niet overal leidt tot problemen. Naar  aanleiding van het onderzoek is de verstuiving ten westen van Guytendel  vastgelegd met duindoorn/helmgras (uitgevoerd in 2021). Verder wordt er  aanvullend onderzoek met zandvangers uitgevoerd dat meer inzicht moet geven in  de invloed van verstuivingen (omvang/afstand).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarnaast zijn op de voormalige akkertjes ten zuiden van Spijkerdel vochtige  duinvalleien gerealiseerd, op locaties waar de grondwaterstand bij een  ontgraving van 0,75m voldoende hoog staat. Hier treedt in de winter inundatie op  en in de zomer zakt de grondwaterstand beperkt uit.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om dichtstuiven te voorkomen zijn verstuivingsvlakken ingeplant met (dode)  duindoorn en helmgras. In 2020 kwam er een pioniersvegetatie tot ontwikkeling,  welke zich in 2021 heeft uitgebreid. Momenteel is circa 50-60 % van de  valleibodem bezet met pioniersvegetatie en mossen. Deze ontwikkeling moet de  komende jaren worden gevolgd. Dit zijn kansrijke locaties voor de ontwikkeling  van het habitattype vochtige duinvalleien (kalkrijk). Het gaat om een oppervlak  van ongeveer 0,3 ha.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De getroffen maatregelen zullen naar verwachting tot toename van oppervlakte  en tot kwaliteitsverbetering van de al bestaande kalkrijke vochtige duinvalleien  leiden. Dat moet nog uit monitoring of vegetatiekartering blijken. Het is daarom  in huidige situatie is nog niet zeker of de uitbreiding van oppervlakte  voldoende is om de optimale functionele omvang te borgen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kritische depositiewaarde (KDW) voor het habitattype vochtige duinvalleien  (kalkrijk) wordt niet overschreden (Gebiedsanalyse Coepelduynen 2017).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvattend</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hieronder is in tabel 6.18 een samenvatting van de huidige situatie van het  habitattype weergegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_28d48fa5eb914ce3bd7774e22c732a56__div_VII__content_1__img_o_4" eId="div_6__content_6.8__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;18 Samenvatting van het habitattype H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-18.png" breedte="870" hoogte="284" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="142"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_e424c83120974993acddb761fb8c06ce__div_VII__content_2" eId="div_6__content_6.9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Ontwikkeling H2190D Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhoudingsdoel</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het aanwijzingsbesluit is het volgende instandhoudingsdoel met toelichting opgenomen:</tekst:Al>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_90b4cbcf4c18431a81cbd075ef41e589__recital_o_1" eId="div_6__content_6.9__recital_o_1">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Behoud van oppervlakte en verbetering van kwaliteit</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype vochtige duinvalleien, kalkrijk (subtype B) en hoge  moerasplanten (subtype D) is over een beperkte oppervlakte aanwezig. Er zijn  potenties voor het verbeteren van de kwaliteit van het habitattype in het  gebied; hiervoor worden reeds inspanningen geleverd. Voor de oppervlakte van het  habitattype in dit gebied zijn de mogelijkheden volledig benut. (Bron: het  Aanwijzingsbesluit Ministerie van LNV, 2009 en het Wijzigingsbesluit  Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden Ministerie van LNV, 2022).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Kadertekst wId="pv28_3e4c7426e70f42a1a93842dd854393c6__recital_o_2" eId="div_6__content_6.9__recital_o_2">
		  <tekst:Al>
                                 <tekst:b>Algemene kenschets</tekst:b>
                                 <tekst:br/>Het habitattype vochtige duinvalleien is veelomvattend: het betreft open  water, vochtige graslanden, lage moerasvegetaties en rietlanden, alle voor zover  voorkomend in (min of meer natuurlijke) laagten in de duinen. Mede door de grote  ecologische variatie is het aantal kenmerkende soorten zeer groot. Het gaat om  relatief jonge successiestadia.  Vegetaties met hoge moerasplanten als Riet en grote zeggen komen vooral voor  aan de randen van duinmeertjes, waar ze langdurig of permanent in ondiep water  staan. Het zwaartepunt van dergelijke vegetaties ligt in kalkrijke of tenminste  kalkhoudende duingebieden. In kalkarme gebieden zijn de productiviteit en de pH vaak te laag voor het  ontstaan van de hoogproductieve moerasvegetaties, maar lokaal kunnen zich ook  hier uitgestrekte rietvegetaties ontwikkelen. De vegetaties zijn vooral van  belang voor de fauna, onder meer als broedbiotoop van allerlei  moerasvogels.(Bron: profieldocument H2190).</tekst:Al>
		</tekst:Kadertekst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het habitattype H2190D vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten) komt voor  in het deelgebied CD Zuid. Er is mogelijk sprake van een toename van ca. 0,27  ha. Deze toename hangt vooral samen met een  vegetatie-ontwikkeling waardoor de vegetatie zich niet meer kwalificeert als  H2190B maar als H2190D. Volgens de T1-kaart is de vegetatiekundige kwaliteit van  H2190D goed.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_b1f84ec457f74a3484c6cd0d843166d0__div_VII__content_2__img_o_1" eId="div_6__content_6.9__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;19 Oppervlakte en kwaliteit van het habitattype vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten) (H2190D) op basis van de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-19.png" breedte="859" hoogte="102" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="140"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_08d50d4a0d6a40f4accad91e451b7fd2__div_VII__content_2__img_o_2" eId="div_6__content_6.9__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 6&#x2011;20 Oppervlakte van het habitattype vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten) (H2190D) per deelgebied</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-20.png" breedte="866" hoogte="80" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="142"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">De trend geeft de toename of afname aan ten opzichte van de T0-kaart weer.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De oppervlakte vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten) is in de eerste  beheerplanperiode toegenomen (zie Tabel 6&#x2011;20). In het Guytendel heeft  plaatselijk een ontwikkeling plaatsgevonden van het habitattype vochtige  duinvalleien kalkrijk (H2190B) naar vochtige duinvalleien hoge moerasplanten  (H2190D). Deze ontwikkeling heeft plaatsgevonden, omdat regulier beheer,  namelijk jaarlijks maaien door natte omstandigheden niet elk jaar mogelijk was.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kwaliteit</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De kwaliteit van de kwalificerende vegetatie is in 2020 is overwegend goed.  De kwaliteit van dit habitattype op basis van de abiotische randvoorwaarden is  niet bekend. De kwaliteit op basis van structuur en functie is beoordeeld als  goed. De kwaliteit op basis van typische soorten is matig. Er zijn diverse  maatregelen in de vochtige duinvalleien uitgevoerd die hebben geleid tot  kwaliteitsverbetering.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de Natuurdoelanalyse Coepelduynen 2022 is een te kleine oppervlakte voor  een optimale functionele omvang genoemd als knelpunt. Verder is de  grondwaterstand lokaal te hoog om een goed beheer te kunnen uitvoeren.&#160;<tekst:br/>De  kritische depositiewaarde (KDW) voor het habitattype vochtige duinvalleien (hoge  moerasplanten) wordt niet overschreden (Gebiedsanalyse Coepelduynen 2017).</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvattend</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Hieronder in tabel 6.21 is een samenvatting van de huidige situatie van het habitattype weergegeven.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_e3e07156f2074e0492902d97a3558a55__div_VII__content_2__img_o_3" eId="div_6__content_6.9__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Tabel 6.21 Samenvatting van het habitattype H2190D Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-21.png" breedte="872" hoogte="139" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="143"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_891d57eaf9a3474ea8d15b865d979a89__div_VII__content_2__img_o_4" eId="div_6__content_6.9__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Figuur 6&#x2011;7 Verspreiding van het habitattype vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten) (H2190D) in het Natura 2000-gebied Coepelduynen volgens de T1-habitattypenkaart</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="figuur_6-7_-_versie_2.png" breedte="599" hoogte="846" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="98"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_d07ab27857464b158cecd83cb84ad5ef__div_VII__content_1" eId="div_6__content_6.10">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.10</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Samenvatting ontwikkeling en opgaven habitattypen Coepelduynen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de ontwikkeling en status van de zeven beschermde habitattypen in Coepelduynen.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_511911c1790846a6aa3688289a756b74__div_VII__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.10__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 6-22 samenvattende tabel status van de zeven beschermde habitattypen in Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel_6-22_versie_2.png" breedte="651" hoogte="850" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="106"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_2403a4d8879143f1aa01e2c0f3d37887__div_VIII" eId="div_7">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>7</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Visie op doelbereik</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_cb376983aa794639a988ba142d9f53ae__div_VIII__content_1" eId="div_7__content_7.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>7.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit hoofdstuk schetst aan de hand van verschillende niveaus (systeem- en  instandhoudingsdoelstellingen) een visie op het duurzaam realiseren van de  doelstellingen voor Coepelduynen. De bestaande knelpunten en de kernopgaven,  samen met de overige doelen, zijn als uitgangspunt genomen bij de uitwerking van  onderstaande visie. Deze visie is gebaseerd op de eerder opgestelde visie in het  beheerplan 2017-2025 (Provincie Zuid-Holland, 2017), aangevuld met inzichten  (waaronder knelpunten) uit de vorige hoofdstukken, de Natuurdoelanalyse, het  advies van de Ecologische autoriteit en het Eindoordeel Coepelduynen  (Eindoordeel, 2024).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_9bdce4a5b71d489297d75d060e6a1474__div_VIII__content_1" eId="div_7__content_7.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>7.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Knelpunten</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De belangrijkste knelpunten zijn het gevolg van:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="pv28_f021563ea77e4788a86be86635526139__div_VIII__content_1__list_o_1" eId="div_7__content_7.2__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="pv28_0104e60f87604c418e96fb6b2244874d__div_VIII__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_7__content_7.2__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Overmatige verstuivingsdynamiek (met als gevolg afnemend areaal van het  habitattype grijze duinen, ongewenste overstuiving van vochtige duinvalleien en  omliggende bebouwing).&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_592c6e1b5ed14ba59f50022eae67853a__div_VIII__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_7__content_7.2__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Te beperkte winddynamiek in de zeereep (met daardoor kans op zandtekorten en  beperkte aanvoer van kalkrijk zand naar het middenduin). &#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_6e003303609d465a8a11f45a1cd883ee__div_VIII__content_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_7__content_7.2__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>Stikstofdepositie (versnelde vastlegging verstuifbaar zand en lokaal  verruiging en vergrassing).&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_4bfc0411a209402da0d48ba5ad468742__div_VIII__content_1__list_o_1__item_o_4" eId="div_7__content_7.2__list_o_1__item_o_4">
		    <tekst:Al>Verstruweling en toenemende dreiging van invasieve exoten (zoals rimpelroos)&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_71270139f39d46db98ceedf005b59d85__div_VIII__content_1__list_o_1__item_o_5" eId="div_7__content_7.2__list_o_1__item_o_5">
		    <tekst:Al>Grotere recreatiedruk (waaronder trailrunnen en hondenuitlaten).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Tabel 7-1 geeft een samenvattend overzicht van de bestaande en nieuwe knelpunten  per habitattype die op het moment van schrijven van dit beheerplan nog niet  (volledig) zijn opgelost.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_348a3c9f199945dbb224fa2319c9597e__div_VIII__content_1__img_o_1" eId="div_7__content_7.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 7-1 Overzicht knelpunten voor het Natura 2000-gebied voor de huidige beheerplanperiode</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_7-1.png" breedte="608" hoogte="714" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="99"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_3035b2a0a7904f1a819c27c98ccd7584__div_VIII__content_1" eId="div_7__content_7.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>7.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Visie op systeemniveau</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om de doelstellingen voor Coepelduynen te kunnen bereiken is er de noodzaak  om de komende jaren diverse herstelmaatregelen uit te voeren en de  omstandigheden voor de beschermde habitattypen op basis van de potenties (zoals  beschreven in de Natuurdoelanalyse<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-20">
		    <tekst:NootNummer>[19]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>Natuudoelanalyse Natura 2000 &#x2013; 96 Coepelduynen. Provincie Zuid-Holland 14 maart 2022.</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>) te verbeteren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Draaien aan systeemherstelknoppen waar mogelijk</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In een duingebied als Coepelduynen is be&#239;nvloeding van de  verstuivingsdynamiek de belangrijkste knop om aan te draaien voor verbetering  van het natuurlijk duinsysteem. Realisatie van instandhoudingsdoelen is op  langere termijn gebaat bij voldoende dynamiek en salt-spray in de zeereep. Door  maatregelen te nemen die de verstuivingsprocessen in de zeereep bevorderen,  wordt de successie &#x201c;teruggezet&#x201d;. Habitattypen blijven hierdoor behouden en  versterkt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Buiten Coepelduynen en in de zeereep is dat op korte termijn en met  grootschalige ingrepen lastig te realiseren. We hebben te maken met  zandsuppleties ter hoogte van Katwijk voor het behoud van de kustlijn, waardoor  de embryonale duinen buiten het N2000-gebied ontstaan en niet zijn beschermd.  Dat betekent dat de beschermende grens aangepast zal moeten worden. Daarnaast  werken kleinschalige ingrepen In en achter de zeereep (zoals pleksgewijs  verwijderen duindoornstruweel) aan het gericht terugbrengen van de gewenste  winddynamiek.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Normaliter dragen hydrologische aanpassingen, zoals reductie van  grond(drink)waterwinningen en verhoging van het oppervlaktewaterpeil achter het  duin, ook bij aan duinsysteem. Drinkwaterwinning is hier echter niet aan de orde  en peilverhoging in het gebied ten oosten van het duingebied is momenteel niet  re&#235;el, omdat dit gebied bestaat uit bebouwd en bewoond gebied. De hydrologische  omstandigheden voor de vochtige duinvalleien zijn geen knelpunt. Ze zijn  momenteel eerder te nat dan te droog, wat het (maai)beheer kan bemoeilijken. &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een derde systeemherstelknop is reductie van stikstofdepositie. Hiermee nemen  voor alle kwalificerende habitattypen verzurende en vermestende invloed in het  duingebied af. De maatregelen die hiervoor moeten worden genomen liggen buiten  het gebied zelf, maar binnen het gebied zijn ook zogenaamde proces- en  patroonmaatregelen voorzien gericht op het herstel van het huidige systeem.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Instandhouding en kwaliteitsverbetering grijze duinen en vochtige  duinvalleien is hoofdprioriteit</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Coepelduynen is volgens het Aanwijzingsbesluit (ministerie van LNV, 2009) &#233;&#233;n  van de belangrijkste gebieden van Nederland voor het habitattype grijze duinen  (kalkrijk). Eerste prioriteit is dan ook de invulling van de kernopgave voor  H2130A Grijze duinen. De landelijke staat van instandhouding van dit subtype op  de aspecten oppervlakte en kwaliteit is namelijk beoordeeld als respectievelijk  &#x201c;matig ongunstig&#x201d; en &#x201c;zeer ongunstig&#x201d;. In afwijking van de landelijke  uitbreidings- en verbeteringsdoelstelling is specifiek voor de Coepelduynen een  behoudsopgave opgesteld. De reden hiervoor is dat dit subtype van de grijze  duinen in de Coepelduynen nog over een grote oppervlakte in goed ontwikkelde  vorm voorkomt. Bovendien zijn in de Coepelduynen geen goede mogelijkheden voor  uitbreiding van de oppervlakte van het subtype van de grijze duinen (LNV/PDN/  2009-096). Dit met uitzondering van voormalige vuilstort locatie, waar bij  sanering potentie ligt voor het ontwikkelen van kalkrijke grijze duinen (H2130A)  &#233;n van vochtige duinvalleien (H2190). De komende beheerplanperiode zal  onderzocht worden in hoeverre deze locatie bij kan dragen aan mogelijke  uitbreiding van deze habitattypen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De komende beheerperiode ligt het accent op het tegengaan van lokale  vergrassing , verstruweling en verzuring. Vergrassing, meestal veroorzaakt door  een verhoogde nutri&#235;nteninput, speelt in de Coepelduynen plaatselijk een rol.  Verstruweling is met name in de zeereep een knelpunt wat de komende  beheerplanperiode wordt aangepakt. De grijze duinen zijn gebaat door aanvoer van  kalkrijke zand door meer verstuiving vanuit de zeereep. Beheer dient hierop  blijvend te worden afgestemd.<tekst:br/>Verzuring is een lokaal op te lossen knelpunt  bij de vochtige duinvalleien, bijvoorbeeld door middel van afplaggen. Daarnaast  is het noodzakelijk om met gerichte plaatsing van duindoornrillen onderstuiven  van deze waardevolle vochtige duinvalleien te beperken en de dynamiek in de  grijze duinen te verminderen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Verminderen overige drukfactoren (exoten, recreatie)</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Een van de bedreigingen voor de instandhoudingsdoelen is de aanwezigheid van  invasieve exoten. In Coepelduynen is dat vooral rimpelroos en Amerikaanse  vogelkers. Daarnaast zijn er soorten die in lagere aantallen voorkomen. Om  natuurherstel te bevorderen zal planmatig de bestrijding worden aangepakt, op  basis van nauwere samenwerking tussen de beheerders in het gebied en een  gezamenlijk plan van aanpak. Recreatie is de laatste jaren toegenomen in en rond  Coepelduynen, ook met nieuwe trends, zoals trailrunning. Het is wenselijk om  meer inzicht te hebben in omvang en de effecten op het gebied, op basis waarvan  eventueel gerichte maatregelen kunnen worden ingevoerd. Beheerders benadrukken  de gedragsregels in dit natuurgebied via publieksacties en toegangregels.&#160;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_354b0053fde847eea2a6c5a1d4794cfb__div_VIII__content_1" eId="div_7__content_7.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>7.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Visie op realisatie instandhoudingsdoelstellingen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Hieronder leest u welke potenties in het gebied aanwezig zijn om de  instandhoudingsdoelstellingen te realiseren (bron: Natuurdoelanalyse, Sweco,  2022). Vervolgens is aangegeven of met de in de eerste beheerplan periode  uitgevoerde maatregelen de doelstelling behaald kan worden volgens het  Eindoordeel<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-21">
		    <tekst:NootNummer>[20]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>Eindoordeel is een aanvulling op Natuurdoelanalyse.</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>.  Hierbij zijn deze drie categorie&#235;n gehanteerd:</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_be1df6393416405fa651fd26fa8877eb__div_VIII__content_1__img_o_1" eId="div_7__content_7.4__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Categorie&#235;n beoordeling instandhoudingsdoelstellingen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_categorien_beoordeling.png" breedte="612" hoogte="362" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="100"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>H2110 Embryonale duinen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat met de huidige oppervlakte van de  embryonale duinen het theoretische doel is gehaald, wanneer de oppervlakte  buiten de Natura2000-begrenzing is meegenomen. Wel zijn maatregelen nodig om het  areaal ook duurzaam te kunnen behouden. Er zijn in het kader van het beheerplan  2017-2025 geen maatregelen genomen om de oppervlakte te waarborgen. Het  eindoordeel voor dit habitattype is hiermee &#x2018;<tekst:u>nee, tenzij</tekst:u>&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>H2120 Witte duinen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat in het gebied voldoende potentie is voor  het bereiken van het theoretische doel: Een habitat met een goede kwaliteit en  een totaal areaal van maximaal ca 26,7 ha (T0 kaart)/43,1 ha (vegetatiekaart  2020). Daarnaast is uitbreiding nog mogelijk door autonome toename van de  verstuivingen in het middenduin ten koste van areaal H2130A. Uit het eindoordeel  blijkt dat de mogelijkheden in de Coepelduynen voor een toename van het  habitattype met goede kwaliteit gunstig zijn bij uitvoering van de uitgevoerde  herstelmaatregelen. Deze herstelmaatregelen zijn echter niet bewezen. Omdat  behoud geborgd is, en verbetering van de kwaliteit wel in zicht , is het  eindoordeel &#x2018;<tekst:u>ja, mits</tekst:u>&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>H2310A Grijze duinen (kalkrijk)</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat het theoretische doel in principe kan  worden behaald, maar gaat dit wel ten koste van andere habitattypen. Er zijn in  het kader van het beheerplan 2017-2025 herstelmaatregelen genomen om  verslechtering te voorkomen. De verwachting is dat deze maatregelen positief  zullen uitpakken, maar monitoringsresultaten zijn nog beperkt beschikbaar. Het  is daarom onzeker of behoud van oppervlakte en kwaliteit geborgd is. Verder  blijven er knelpunten over omtrent de oppervlakte die met de huidige maatregelen  niet opgelost zijn. Uitbreiding van oppervlakte en verbetering kwaliteit zijn  nog niet in zicht met huidig maatregelenpakket. Omdat behoud niet geborgd is, is  het eindoordeel &#x2018;<tekst:u>nee, tenzij</tekst:u>&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>H2160 Duindoornstruwelen&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat in het gebied voldoende potenties zijn  voor het bereiken van de theoretische opgave met een goede kwaliteit zonder dat  dit ten koste gaat van ander habitat. Het eindoordeel zegt dat sprake is van een  positieve trend in oppervlakte en er geen aanwijzingen zijn dat de kwaliteit  veranderd is. Omdat behoud is geborgd is het eindoordeel &#x2018;<tekst:u>ja</tekst:u>&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>H2180C Duinbossen (binnenduinrand)</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat in het gebied voldoende potenties zijn  voor het bereiken van de theoretische opgave. Het eindoordeel zegt dat behoud  van de kwaliteit van het habitattype niet is gegarandeerd. Hiervoor zijn ook  geen maatregelen getroffen in de eerste beheerplanperiode. Omdat behoud niet  geborgd is, is het eindoordeel &#x2018;<tekst:u>nee, tenzij</tekst:u>&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>H2190B Vochtige duinvalleien  (kalkrijk)</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit de natuurdoelnanalyse blijkt dat er goede mogelijkheden zijn voor  uitbreiding van areaal van dit habitattype door bodemverlaging op laaggelegen  locaties. In het gebied zijn voldoende potenties voor het bereiken van de  theoretische opgave met een goede kwaliteit. Uit het  eindoordeel blijkt dat het onzeker is of behoud van oppervlakte en kwaliteit  geborgd is. Verder zijn er leemten in kennis over de kansenrijkdom en  grondwaterstanden die er voor kunnen zorgen dat de vochtige duinvalleien grotere  potentie kunnen krijgen. Omdat behoud niet geborgd is, is het eindoordeel &#x2018;<tekst:u>nee  tenzij</tekst:u>&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>H2190D Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Uit natuurdoelanalyse blijkt dat er goede mogelijkheden zijn voor uitbreiding  door bodemverlaging op laaggelegen locaties. In het gebied zijn voldoende  potenties voor het bereiken van de theoretische opgave met een goede kwaliteit.  De uitbreidingsmogelijkheden overlappen wel met die van H2190B. Uit het  eindoordeel blijkt dat behoud van oppervlakte en kwaliteit geborgd is. Verder  zijn er leemten in kennis betreft de kansenrijkdom en grondwaterstanden die er  voor kunnen zorgen dat de vochtige duinvalleien grotere potentie kunnen krijgen.  De verbetering van de kwaliteit is hiermee onbekend. Omdat behoud geborgd is,  maar de verbetering van de kwaliteit niet in zicht is, is het eindoordeel &#x2018;<tekst:u>ja,  mits</tekst:u>&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Samenvatting eindoordeel doelbereik habitattypen  Coepelduynen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Onderstaande tabel bevat een samenvattend overzicht van het Eindoordeel.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_5cf2f4387e8e40f998666fcee0628ed4__div_VIII__content_1__img_o_2" eId="div_7__content_7.4__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 7-2 Overzicht doelbereik habitattypen Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_7-2.png" breedte="612" hoogte="190" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="100"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_ee6a9d3ea40a4f01ab6a4053e179ff09__div_IX" eId="div_8">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>8</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Instandhoudingsmaatregelen komende beheerplanperiode</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_27f9580912b440949c268c0ca8eea8b9__div_IX__content_1" eId="div_8__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit hoofdstuk   bevat een overzicht van de maatregelen per habitattype voor de  komende   beheerplanperiode. Hierbij gaat het om de continuering en intensivering  van het   cyclische (SNL) beheer (conform afspraken Natuurbeheerplan) en de  maatregelen   uit de voorgaande beheerplanperiode, die nog (deels) uitgevoerd  moeten worden.   Daarnaast bevat het nieuwe maatregelen die voortvloeien uit de  analyse in de   voorgaande hoofdstukken.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor veel   maatregelen zijn al financieringsaanvragen gedaan in het kader van  SPUK 1   Programma Natuur (al toegekend, periode 2023-2026) en SPUK 2 Programma  Natuur   (aangevraagd periode 2025-2032). Dit maatregeloverzicht is de basis voor    (afspraken over) een uitvoeringsprogramma voor de komende zes jaar. De    maatregelen zijn beschreven per in stand te houden habitattype.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_fbe2ade5ac58470094f9012d41ddcf87__div_IX__content_1" eId="div_8__content_8.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>8.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Maatregelen H2110 Embryonale duinen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De maatregelen voor embryonale duinen zijn gericht op het opheffen van de  knelpunten en behoud van de oppervlakte en verbetering kwaliteit.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_c62626112a084730a76229e3c8eb79c9__div_IX__content_1__img_o_1" eId="div_8__content_8.1__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 8-1 Maatregelen ten behoeve van het habitattype embryonale duinen (H2110) geformuleerd tijdens het opstellen van het tweede beheerplan</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_8-1.png" breedte="573" hoogte="175" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="94"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_bb000507f4b14ce89bb9a504a2202f23__div_IX__content_1" eId="div_8__content_8.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>8.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Maatregelen H2120 Witte duinen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De maatregelen voor witte duinen zijn gericht op het opheffen van de knelpunten  en kwaliteitsverbetering. De effecten van de maatregelen op de dynamiek in de  zeereep en de doorstuiving naar het middenduin moeten worden gemonitord.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_48a9e7744c904db98bc4a2b0051973d3__div_IX__content_1__img_o_1" eId="div_8__content_8.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 8-2 Maatregelen voor habitattype witte duinen (H2120)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb5c6ef10d124d4871bacf7b496b905f3e.png" breedte="571" hoogte="352" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="93"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_ecb7c4e522b64be09dd085ef6e056af1__div_IX__content_1" eId="div_8__content_8.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>8.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Maatregelen H2130A Grijze duinen (kalkrijk)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De maatregelen voor grijze duinen zijn gericht op het opheffen van de  knelpunten, het behoud van de kwaliteit en mogelijke uitbreiding.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_16508a8584124b608128bcd888d7004f__div_IX__content_1__img_o_1" eId="div_8__content_8.3__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 8-3 Maatregelen voor het habitattype grijze duinen (kalkrijk) (H2130A)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afbd49298418a4849d7bc1a27f93d59399e.jpg" breedte="2532" hoogte="7100" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_55ef67c78d964606b7265d1309d05a39__div_IX__content_1" eId="div_8__content_8.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>8.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Maatregelen H2160 Duindoornstruwelen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Er zijn geen specifieke maatregelen nodig voor dit habitattype, omdat er zeer  beperkt knelpunten zijn en er geen opgave is voor het realiseren van de  instandhoudingsdoelen is, behalve het behoud. Wel geldt dat het altijd mogelijk  is dat in de tweede beheerplanperiode exotenbestrijding moet plaatsvinden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_612770cc8ca6498481a63ed685823e65__div_IX__content_1" eId="div_8__content_8.5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>8.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Maatregelen H2180C Duinbossen (binnenduinrand)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De maatregelen voor duinbossen zijn gericht op het opheffen van de knelpunten en  het realiseren van kwaliteitsverbetering.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_092993cf69824289abdc7ea661d0c0ef__div_IX__content_1__img_o_1" eId="div_8__content_8.5__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 8-4 Maatregelen voor het habitattype duinbossen (binnenduinrand) (H2180C)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afbf979beaf45cd4c5cb7ea7fba71eb7d7d.png" breedte="571" hoogte="627" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="93"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_b46534606c9e4d859dacce8ed0b9909d__div_IX__content_2" eId="div_8__content_8.6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>8.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Maatregelen H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) en H2190D Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De maatregelen voor vochtige duinvalleien (hoge  moerasplanten) zijn gericht op het opheffen van de knelpunten en het realiseren  van kwaliteitsverbetering. Het gaat met name om het continueren van het huidige  beheer en het kleinschalig ingrijpen om de condities te verbeteren.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er is ook voor het habitattype vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)  geen uitbreidingsdoelstelling. Maar gezien de kleine oppervlakte van dit  habitattype in de huidige situatie, is duurzaam behoud van dit habitattype  echter onzeker. Eventuele uitbreiding van dit habitattypen kan wel bijdragen aan  het cre&#235;ren van optimale functionele omvang en hiermee robuustheid van dit  habitattype. Bovendien kan deze uitbreiding bijdragen aan behalen van regionale  doelen voor dit habitattype. Uit de regionale vertaling van landelijke doelen  kan een uitbreidingsdoelstelling worden toegevoegd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het lage deel van de vuilstort is een kansrijke locatie voor uitbreiding van  kalkrijke vochtige duinvalleien (H2190B) en vochtige duinvalleien met hoge  moerasplanten (H2190D). Het gaat om ongeveer 1,7 ha. Op basis van het  aanwijzingsbesluit is er weliswaar geen uitbreidingsdoelstelling, maar gezien de  kleine oppervlakte van dit habitattype in de huidige situatie, is duurzaam  behoud van dit habitattype onzeker. Eventuele uitbreiding van dit habitattype  kan wel bijdragen aan het cre&#235;ren van optimale functionele omvang en hiermee  robuustheid van dit habitattype. Bovendien kan deze uitbreiding bijdragen aan  behalen van regionale doelen voor dit habitattype. Uit de regionale vertaling  van landelijke doelen kan namelijk een uitbreidingsdoelstelling worden  toegevoegd. Het is dan ook een wens om de vuilstort te saneren, mits haalbaar.  Daar zal eerst nader onderzoek voor moeten plaatsvinden.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_1b504ca400af4f0abe55c2fd7e080533__div_IX__content_2__img_o_1" eId="div_8__content_8.6__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 8-5 Maatregelen voor het habitattype vochtige duinvalleien (kalkrijk) (H2190B) en vochtige duinvalleien hoge moerasplanten (H2190D)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb5951d669d18b4aa29def80887b043558.jpg" breedte="608" hoogte="464" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="99"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_93b60d1c4917415583527df43a7f54da__div_IX__content_1" eId="div_8__content_8.7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>8.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Samenvatting instandhoudingsmaatregelen komende beheerplanperiode</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In onderstaande tabel staan samengevat alle maatregelen op een rij en is  aangegeven welk type maatregel het betreft. Het accent ligt op proces- en  patroonmaatregelen binnen het Natura 2000-gebied, vooral gericht op  kwaliteitsverbetering en waar mogelijk uitbreiding, het beperken van  drukfactoren en nader onderzoek.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_f57215a7c7a84bfda5dc80c9a7413487__div_IX__content_1__img_o_1" eId="div_8__content_8.7__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 8-6 Overzicht maatregelen voor de huidige beheerplanperiode</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_S-4.jpg" breedte="2532" hoogte="9228" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_e9d46aa0c4df48a19c3723cdac04efaf__div_X" eId="div_9">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>9</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Monitoring</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_f4b1009cba7145c39b259d0893fde38a__div_X__content_1" eId="div_9__content_9.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>9.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om complete en gedegen analyses uit te kunnen voeren om eventueel de  beslissing te kunnen nemen om bij te sturen op maatregelen is het noodzakelijk  dat een structurele monitoring naar al deze onderdelen wordt opgezet. Dit  hoofdstuk bevat een beschrijving wat nodig is voor informatievergaring in  ruimte, tijd, aard en omvang om bestaande informatie- en kennislacunes (t.a.v.  verspreiding van soorten, abiotische condities, connectiviteit en barri&#232;res  hierin, omvang leefgebieden, etc. zoals aangegeven in de natuurdoelanalyse, het  evaluatierapport en het advies van de ecologische autoriteit<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-25">
		    <tekst:NootNummer>[21]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>https://www.ecologischeautoriteit.nl/docs/mer/p50/p5005/5005_advies_over_de_natuurdoelanalyse.pdf</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;te dichten. Dit is nodig  om periodiek een onderbouwde analyse uit te kunnen voeren, waarna steeds een  vergelijking kan worden gemaakt met een eerder uitgevoerde analyse. Op die  manier kan de provincie de ontwikkeling volgen en nagaan of voortzetting dan wel  bijsturing van beleid, maatregelen en beheer nodig is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de in dit hoofdstuk opgenomen monitoring is het van belang dat de  onderdelen die samenvallen met de instandhoudingsdoelstellingen voor die Natura  2000-waarden (behoud/uitbreiding oppervlakte of behoud/verbetering kwaliteit  habitattype), kunnen worden beoordeeld. Hiertoe is informatie benodigd,  toegespitst en ingedeeld op de volgende onderdelen:</tekst:Al>
		<tekst:Al>Habitattypen</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_0b5bca232c3e4b8cbd476c101b9d5909__div_X__content_1__list_o_1" eId="div_9__content_9.1__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="pv28_1c61509253a44f8ea96ba06f47a0793b__div_X__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_9__content_9.1__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Oppervlakte en ruimtelijke verspreiding van habitattypen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_7baf6a1d7c504d94a38df7b128ad33c6__div_X__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_9__content_9.1__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Kwaliteitsaspecten voor habitattypen zijnde vegetatietypen, abiotiek, typische  soorten en kenmerken van goede structuur en functie, en hun onderliggende  criteria conform de profieldocumenten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Overige Monitoring</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_4f86910e6c6044688ac4e4aa80897d99__div_X__content_1__list_o_2" eId="div_9__content_9.1__list_o_2">
		  <tekst:Li wId="pv28_80ebf2df3f964166bb9670b9b288c7c8__div_X__content_1__list_o_2__item_o_1" eId="div_9__content_9.1__list_o_2__item_o_1">
		    <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Monitoring systeemherstel en abiotische omgevingscondities.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="pv28_8199dae4a0194b82a5304028570080cd__div_X__content_1__list_o_2__item_o_2" eId="div_9__content_9.1__list_o_2__item_o_2">
		    <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Monitoring maatregelen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Dit hoofdstuk geeft invulling aan wat gemonitord moet worden, met welke  dichtheid, wanneer en hoe vaak dit dient te gebeuren en welke aspecten precies  in beeld moeten worden gebracht. In tabel 9.1 is aangegeven welke indicatoren  gemeten dienen te worden om de ontwikkeling van de Natura 2000-waarden vast te  stellen. Een deel van deze indicatoren worden al gemonitord, zoals in paragrafen&#160;<tekst:IntRef ref="div_9__content_o_2">9.2</tekst:IntRef>&#160;t/m&#160;<tekst:IntRef ref="div_9__content_o_4">9.4</tekst:IntRef>&#160;is toegelicht.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_9b5abc03f1f9419e9471c6af7b6ff33a__div_X__content_1__img_o_1" eId="div_9__content_9.1__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 9-1 Overzicht van strategische doelen, plandoelen en bijbehorende effectindicatoren</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afbfaf888be5d2747eca91abcb5da2f25da.jpg" breedte="617" hoogte="270" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="101"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_a160f639d6ef45859e3fcf8c53ae317f__div_X__content_1" eId="div_9__content_o_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>9.2 Habitattypen</tekst:Label>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Oppervlakte en ruimtelijke verspreiding van  habitattypen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Conform landelijke afspraken stelt de provincie Zuid-Holland een  habitattypenkaart op en is de provincie verantwoordelijk voor de actualisatie  van deze kaart. Op basis hiervan wordt de ontwikkeling van de habitattypen in  omvang en ligging vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De uitgangssituatie is vastgelegd in een T0-habitatypenkaart (<tekst:i>versie  96-Coepelduynen - T0 - 96HT0-96_0806_38, bron: Nationale Databank Vegetatie- en  Habitatkarteringen (NDVH</tekst:i>)), de habitattypekaart van periode 2006-2010, de  periode rondom de definitieve aanwijzing van het Natura 2000-gebied. Voor  Coepelduynen is afgesproken dat iedere 12 jaar de habitattypenkaart  geactualiseerd wordt door middel van het uitvoeren van een  vegetatiekartering.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De vegetatiekartering die (eens per 12 jaar) in het kader van de  Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer wordt uitgevoerd vormt de basis van  de actualisatie van de habitattypenkaart. Deze vegetatiekartering wordt veelal  onder verantwoordelijkheid van de terreinbeheerder uitgevoerd. Een kartering  eens in de 12 jaar betekent dat niet elke beheerplanperiode een nieuwe  habitattypenkaart aanwezig is. Indien geen nieuwe kartering heeft plaatsgevonden  zal via andere bronnen met betrekking tot de vegetatie (flora karteringen,  PQ-netwerk of aanvullende waarnemingen) zo goed mogelijk in kaart worden  gebracht of de vegetatie veranderd is sinds het vorige beheerplan. Van belang  hierbij is dat terreinbeheerder(s) en provincie planning en opzet van de  vegetatiekartering afstemmen. We streven ernaar om &#233;&#233;n vlakdekkende  vegetatiekaart te maken die hierna direct omgezet wordt in een habitattypekaart.  Soms zijn ook aanvullende karteringen of aanvullende veldbezoeken nodig ten  behoeve van de habitattypenkaart. De provincie is verantwoordelijk voor het  overleg hierover met de terreinbeheerder(s).&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Kwaliteitsaspecten voor habitattypen &#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De kwaliteit van een habitattype wordt bepaald op basis van vier pijlers:  vegetatietype (v), abiotische omstandigheden (a), aanwezigheid van typische soorten (t) en overige kenmerken van structuur en functie (s). De  specifieke parameters zijn per habitattype opgenomen in het profieldocument van  dat habitattype<tekst:Noot type="voet" id="footnote-c224e7d5f05c48adbf1ada8ab6a00c46">
		    <tekst:NootNummer>[22]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>bron:&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.natura2000.nl/beschermde-natuur/habitattypen">Habitattypen  |  natura 2000</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_d968d036c8ec42239971a740f63ba11e__div_X__content_1__img_o_1" eId="div_9__content_o_2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 9-2 Overzicht monitoring habitattypen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_9-2.png" breedte="628" hoogte="621" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="103"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">O= oppervlakte en verspreiding; V=vegetatietypen (VvN); A=abiotische omstandigheden; T= aanwezigheid van typische soorten; S= overige kenmerken van structuur en functie</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_b90ec656229948a6aa39ad04d8ea6c16__div_X__content_2" eId="div_9__content_o_3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>9.3 Overige Monitoring</tekst:Label>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Monitoring systeemherstel en abiotische  omgevingscondities &#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast meting van de grondwaterstanden en jaarlijks reli&#235;fonderzoek vinden er  drie jaarlijkse opnamen plaats gericht op het verkrijgen van inzicht in de mate  van systeemherstel. Veranderingen in de vegetatie door beheeringrepen en externe  invloeden zoals bijvoorbeeld stikstofdepositie worden vaak pas na een langere  periode dan een beheerplan zichtbaar. Deze vegetatieopnamen vinden plaats in  permanente kwadraten (PQ&#x2019;s) en worden om de drie jaar uitgevoerd. De  aangetroffen soorten kunnen gebruikt worden als procesindicatoren om herstel van  het (abiotische) systeem te beoordelen.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_b82e8bfdbb6445ef9ac9778c1667bbc7__div_X__content_2__img_o_1" eId="div_9__content_o_3__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 9-3 Overzicht monitoring systeemherstel (SH)</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_9-3.png" breedte="572" hoogte="314" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="93"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Monitoring van maatregelen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De maatregelen die zijn of worden uitgevoerd ten behoeve van het behalen van  de doelen dienen ook te worden gemonitord. Het gaat hierbij om zowel monitoring  van de uitvoering als monitoring van de effecten. Effecten kunnen snel maar soms  ook pas na lange tijd zichtbaar zijn. De lijst met te nemen maatregelen staat in  hoofdstuk&#160;<tekst:IntRef ref="div_8">8</tekst:IntRef>. Bij veel van deze maatregelen staat ook aangegeven dat nabeheer  wordt meegenomen als onderdeel van de maatregel. De mate van nabeheer wordt  bepaald door de maatregelmonitoring waarin de effectiviteit van de maatregel  leidend is. In tabel 9-4 is weergegeven welke monitoring zal plaatsvinden ten  behoeve van de maatregelen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_269594bed946462194f8f09d94346e52__div_X__content_2__img_o_2" eId="div_9__content_o_3__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 9-4 Overzicht monitoring maatregelen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afb0d380609a8b645529a6d9870f2a04233.jpg" breedte="2532" hoogte="8083" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Monitoring overige soorten</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In het gebied komen ook soorten van de habitatrichtlijn voor, waarvoor Natura  2000 &#x2013; gebied Coepelduynen niet is aangewezen. Vanwege de strikte bescherming  van deze soorten is het ook van belang te weten waar deze soorten voorkomen in  het gebied. Deze soorten moeten daarom ook worden gemonitord.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_7fd13bb2cc024d0c8d628c82da364fe3__div_X__content_3" eId="div_9__content_o_4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>9.4 Uitvoering van de monitoring</tekst:Label>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Monitoring wordt uitgevoerd in opdracht van de provincie en door de  terreineigenaren of door derden. Ook op particuliere percelen worden in opdracht  van de provincie gemonitord. De wijze van monitoring zal concreet uitgewerkt  worden in een monitoringsplan (separaat document). In de Omgevingswet is  vastgelegd dat de provincie de Natura 2000-doelen en uitgevoerde maatregelen  moet monitoren. Ook is in de wet opgenomen dat eigenaren en gebruikers daaraan  medewerking moeten verlenen. De betreffende eigenaren worden altijd vooraf (ten  minste vier weken voor uitvoering) op de hoogte gesteld, zodat indien nodig  afstemming kan plaatsvinden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="pv28_f7a700252898452da07279aa46c308e1__div_XI" eId="div_10">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>10</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Vergunningverlening en handhaving</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_13785760ba6e44abb667c989328b7b01__div_XI__content_1" eId="div_10__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Dit hoofdstuk  geeft het kader dat wordt gebruikt bij vergunningverlening, op grond van de voor  natuurbescherming geldende wet- en regelgeving. Wanneer in dit hoofdstuk wordt  gesproken over &#x2018;de wet&#x2019; dan wordt daarmee bedoeld de Omgevingswet. Er wordt in  dit hoofdstuk niet ingegaan op een mogelijke vergunningplicht vanuit andere  wetgeving.&#160;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_7f85efab827c494398dae3293f39e15f__div_XI__content_1" eId="div_10__content_10.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>10.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Vergunningverlening</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Wanneer geldt de vergunningplicht voor Natura  2000-activiteiten?</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De vergunningplicht geldt voor activiteiten die afzonderlijk of in combinatie  met andere plannen of projecten een significant negatief effecten kunnen hebben  op de instandhoudingsdoelen (artikel 5.1, lid 1, onder e, Ow). Dit geldt zowel  voor activiteiten binnen het Natura 2000-gebied als voor activiteiten die buiten  het gebied plaatsvinden en invloed hebben op het gebied. Of een activiteit  vergunningplichtig is moet per situatie worden beoordeeld. Hiervoor wordt vaak  een &#x2018;voortoets&#x2019; of &#x2018;natuurtoets&#x2019; opgesteld door een (onafhankelijke) ecologisch  adviseur.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor projecten die direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer  van een Natura 2000-gebied, geldt een uitzondering op de vergunningplicht.  Daaronder vallen, onder andere, alle (instandhoudings-)maatregelen zoals deze in  dit beheerplan zijn beschreven, maar bijvoorbeeld ook het reguliere (natuur- en  water)beheer en onderhoud in het gebied alsmede uitvoeringsmaatregelen in  NNN-gebieden die verband houden met of nodig zijn voor het halen van de gunstige  staat van instandhouding van Natura 2000-waarden. Aanvullend kunnen in het  beheerplan ook vrijstellingen van de vergunningplicht worden opgenomen. In dit  beheerplan zijn geen (nieuwe) vrijstellingen opgenomen. De activiteiten die in  het vorige beheerplan getoetst zijn, blijven vrijgesteld van vergunningplicht,  mits deze sinds het moment van toetsing onveranderd zijn voortgezet.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Tot slot is er een laatste categorie maatregelen waarvoor geen  vergunningplicht geldt. Dat betreft het zogenaamde &#x2018;bestaand gebruik&#x2019;. Dit zijn  activiteiten die al v&#243;&#243;r de aanwijzing van Coepelduynen als Natura 2000-gebied plaatsvonden &#233;n sindsdien ongewijzigd  (d.w.z. met dezelfde intensiteit, op dezelfde locatie en in dezelfde periode)  zijn voortgezet<tekst:Noot type="voet" id="footnote-e1daf50165d34e32912bb261fde3ad5e">
		    <tekst:NootNummer>[23]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>zie&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen/coepelduynen-aanwijzing">https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland/coepelduynen/coepelduynen-aanwijzing</tekst:ExtRef>&#160;voor de specifieke data van aanwijzing</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>. Voor vergunningverlening gelden de data van aanwijzing als  referentie ten opzichte waarvan effecten moeten worden beoordeeld, tenzij er na  deze data een besluit is genomen dat de activiteit inperkt. Is of wordt het  huidig gebruik gewijzigd of als er, uit monitoring voortkomend, blijkt dat er  sprake is van verslechtering van de natuur, mede veroorzaakt door het huidig  gebruik, dan kan het nodig zijn om in te grijpen en kan een vergunningplicht  alsnog aan de orde zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Meer informatie over vergunningverlening kan worden gevonden via de website  van Omgevingsdienst Haaglanden, die namens de provincie Zuid-Holland  vergunningen voor Natura 2000-activiteiten toetst en verleent<tekst:Noot type="voet" id="footnote-dbb9e7b5138c43ecb592ca42e0ea93b3">
		    <tekst:NootNummer>[24]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/themas/natuurbescherming/">https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/themas/natuurbescherming/</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Welke factoren zijn bepalend voor de vergunningplicht?</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Op de website &#x2018;Beschermde natuur in Nederland<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-28">
		    <tekst:NootNummer>[25]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&amp;tab=1">https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&amp;amp;tab=1</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#x2018; is informatie te vinden over de storende  factoren van (voorgenomen) activiteiten en voor welke soorten en / of  habitattypen dit tot significante gevolgen kan leiden. Hier is onder andere de  &#x2018;effectenindicator&#x2019; te vinden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Deze geeft per Natura 2000-gebied een eerste indicatie van mogelijke effecten  van de diverse storingsfactoren op de natuurdoelen.  Indien uit een eerste  toetsing blijkt dat de activiteit een significant negatieve invloed op het  Natura 2000-gebied kan hebben, is sprake van een vergunningplichtige  activiteit. &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Wat moet een initiatiefnemer doen? &#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Als er mogelijk sprake is van een significant (negatief of schadelijk) effect  op de instandhoudingsdoelen, dan geldt een vergunningplicht en moet de  initiatiefnemer de effecten op de natuur in beeld brengen. Wanneer het niet  duidelijk is of er een vergunningplicht is, kan contact worden opgenomen met het  bevoegd gezag.  In de meeste gevallen zijn Gedeputeerde Staten van de provincie  waarin de activiteit plaatsvindt bevoegd gezag. Voor het bevoegd gezag is het  voor de beoordeling van belang dat er een duidelijke beschrijving is van de  activiteit, dat wordt aangegeven in welke mate storingsfactoren aan de orde zijn  en wat de ligging is ten opzichte van het Natura 2000-gebied.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor een uitgebreide beschrijving van de procedure voor vergunningverlening  en welke gegevens daarvoor moeten worden verstrekt, wordt verwezen naar de  eerdergenoemde websites van Omgevingsdienst Haaglanden en Omgevingsdienst  Zuid-Holland. In een beperkt aantal in de wet omschreven situaties is de  minister van LVVN bevoegd om een besluit te nemen over vergunningaanvragen,  waaronder aanvragen die betrekking hebben op luchthavens van nationaal belang,  militaire terreinen en activiteiten, hoofdwegen, hoofdwatergangen en  visserij. Dit wordt in overleg met de Omgevingsdienst Haaglanden bepaald.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Als een activiteit een significant negatief effect heeft, is het mogelijk een  vergunning te verlenen als de negatieve effecten worden voorkomen of sterk  worden verminderd door het nemen van mitigerende (&#x2018;verzachtende&#x2019;) maatregelen.  Wanneer mitigerende maatregelen onvoldoende zijn om een significant effect op de  natuurdoelen te voorkomen, dan is een zogenaamde ADC-procedure<tekst:sup/><tekst:Noot type="voet" id="footnote-29">
		    <tekst:NootNummer>[26]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al>Zie ook https://www.bij12.nl/onderwerp/stikstof/wnb-vergunning-aanvragen/adc-toets/</tekst:Al>
		  </tekst:Noot>&#160;noodzakelijk. In dat geval  kan alleen een vergunning worden verleend als er geen Alternatieven zijn, er  sprake is van een &#x2018;Dwingende reden van groot openbaar belang&#x2019; en de negatieve  effecten worden gecompenseerd.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Soortenbescherming en de zorgplicht&#160;</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de soorten met een instandhoudingsdoel, kunnen ook andere beschermde  soorten voorkomen in of rondom een Natura 2000-gebied. In Coepelduynen zijn dit  bijvoorbeeld van nature in Nederlandse duinen voorkomende broedvogels en andere  mogelijk voorkomende soorten zoals zandhagedis (PM: aanvullen met meer  voorbeelden vanuit de NDFF). &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het verstoren, beschadigen of doden van beschermde soorten is niet  toegestaan. Wanneer er toch een risico hierop bestaat, is een vergunning nodig.  Meer informatie daarover is terug te vinden op de website van Omgevingsdienst  Haaglanden<tekst:Noot type="voet" id="footnote-0adb21df400a4c9fa71fc0cf5bbcb099">
		    <tekst:NootNummer>[27]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/themas/natuurbescherming/beschermdesoortenenontheffingen/">https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/themas/natuurbescherming/beschermdesoortenenontheffingen/</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Activiteiten die vallen onder de uitzondering op de vergunningplicht voor  Natura 2000-activiteiten (zie hierboven onder &#x2018;wanneer geldt de  vergunningplicht&#x2019;), zijn ook uitgezonderd van een vergunningsplicht voor  soorten. In alle gevallen geldt de specifieke zorgplicht (artikel 11.27 van het  Besluit Activiteiten Leefomgeving).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Daarin staat dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura  2000-gebieden, overige natuurgebieden en alle in het wild voorkomende dieren en  planten. Handelingen met negatieve gevolgen voor natuurgebieden of soorten mogen  niet worden uitgevoerd of er moeten maatregelen worden genomen om negatieve  gevolgen te voorkomen en schade te herstellen of te compenseren. Hierbij is  leidend dat (leefomstandigheden van) soortenpopulaties niet mogen verslechteren  en dat het acceptabel is dat maatregelen ten behoeve van de kwaliteitsaspecten  van de leefomgeving van soorten alsmede maatregelen ten behoeve van de  uitbreiding van soorten tijdelijk lokaal negatieve effecten kunnen veroorzaken.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Toezicht en handhaving</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het Natura 2000-beheerplan dient als kader voor de uitvoering van het beheer,  het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen en ook voor  vergunningverlening en handhaving. Het halen van de Natura  2000-instandhoudingsdoelen en het daarvoor nemen van de juiste maatregelen is  een wettelijke verplichting. Toezicht en handhaving is hiervoor een van de  belangrijkste instrumenten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Toezicht en handhaving in Coepelduynen wordt uitgevoerd door toezichthouders  in dienst van de provincie, het waterschap, de gemeenten en Staatsbosbeheer.  Daarnaast zijn er ook toezichthouders in het gebied actief van bijvoorbeeld de  politie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en jachtopzichters. Vaak  trekken de verschillende toezichthouders samen op. In Zuid-Holland worden  toezicht en handhaving vanuit de Omgevingswet uitgevoerd door Omgevingsdienst  Zuid-Holland Zuid. Met hen worden per gebied specifieke afspraken gemaakt ten  aanzien van toezicht en handhaving. Op hun website is meer informatie te vinden  over toezicht en handhaving in Natura 2000-gebieden, en kan een melding worden  gemaakt van (mogelijk) illegale activiteiten<tekst:Noot type="voet" id="footnote-98fe57b2dd2a478c972b8d6f71e770f6">
		    <tekst:NootNummer>[28]</tekst:NootNummer>
		    <tekst:Al><tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://www.ozhz.nl/themas/natuur/">https://www.ozhz.nl/themas/natuur/</tekst:ExtRef></tekst:Al>
		  </tekst:Noot>. &#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>De provincie heeft een regierol bij de toezicht en handhaving van de  milieuwetgeving. Waar mogelijk worden deze wetten ook ingezet voor de  bescherming van de Natura 2000-gebieden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_c428f33131ec405f8eb5c2d33b29b778__div_XI__content_1" eId="div_10__content_10.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>10.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Vrijstellingen van vergunningplicht</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor (nieuwe) activiteiten die significante effecten (kunnen) hebben op de  instandhoudingsdoelen is sprake van een vergunningplicht. Vrijgesteld zijn  bijvoorbeeld activiteiten bijdragen aan beheer, onderhoud, onderzoek/monitoring  en surveillance en bestaande activiteiten al voor de aanwijzing plaatsvonden, in  de tussentijd niet zijn veranderd en geen significante effecten hebben op de  instandhoudingsdoelen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Vrijgesteld huidig gebruik in Natura 2000- gebied Coepelduynen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Het &#x2018;huidige gebruik&#x2019; is getoetst (&#x2018;voortoets&#x2019;): als significante effecten  zijn uitgesloten zijn kan het gebruik ongewijzigd en vergunningvrij worden  voortgezet. Zie tabel 10-1 (exclusief recreatieve activiteiten). De toetsing is  weergegeven in bijlage 5.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_5078d5a1a50f4b99b1c8c6b78f8c44bc__div_XI__content_1__img_o_1" eId="div_10__content_10.2__img_o_1">
		  <tekst:Titel>Tabel 10-1 Vrijgestelde activiteiten in Natura 2000-gebied Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="afbf2ecdaf0e5734a23952a45f7d87ce6f6.jpg" breedte="952" hoogte="1029" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="156"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Recreatie in Coepelduynen</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>In tabel 10-2 is de recreatieve openstelling van de Coepelduynen beschreven.  Hieruit blijkt dat een deel van de Coepelduynen niet is opengesteld voor  recreatie. Een groot gedeelte van het gebied is w&#233;l opengesteld waarvan een deel  vrij betreedbaar is. Er gelden beperkingen voor wat betreft de periode van  openstelling en de toegankelijkheid voor honden.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_9561233a4e9442eba406abf5534094f4__div_XI__content_1__img_o_2" eId="div_10__content_10.2__img_o_2">
		  <tekst:Titel>Tabel 10-2 Recreatieve openstelling Coepelduynen. De nummers verwijzen naar figuur 10.1.</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Tabel_10-2.png" breedte="611" hoogte="305" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="100"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="pv28_620b2b4ff81f4ced9bb1780e3a3d00e9__div_XI__content_1__img_o_3" eId="div_10__content_10.2__img_o_3">
		  <tekst:Titel>Figuur 10-1 Ruimtelijke zonering recreatieve openstelling Coepelduynen</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="Figuur_10-1.png" breedte="607" hoogte="450" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="99"/>
		  <tekst:Bijschrift locatie="boven">Zie voor omschrijving openstelling tabel 10-2.</tekst:Bijschrift>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>De recreatieve openstelling van de Coepelduynen heeft bij de huidige zonering  en recreatiedruk geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Bij een  toename van de recreatiedruk zijn negatieve effecten in het struingebied echter  niet uit te sluiten. Voor trailrunnen en wandelen in struingebieden geldt dat de  effecten hiervan in deze beheerplanperiode nader onderzocht worden. Uit dit  onderzoek kan naar voren komen dat toegangsbeperkende maatregelen of extra  zoneringsmaatregelen nodig zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Negatieve effecten van het laten loslopen van honden kan worden uitgesloten  wanneer de opruimplicht wordt opgevolgd. In de praktijk blijkt dit echter niet  altijd te gebeuren. Door een toename van het aantal loslopende honden van  bijvoorbeeld honden-uitlaatservices vormt dit langzamerhand een knelpunt. Daarom  wordt als maatregel in het hondenlosloopgebied het  aantal honden per begeleider beperkt tot drie. Deze maatregel wordt door het  aanpassen van de bebording ingevoerd. Een andere voorwaarde is dan ook dat de  opruimplicht door publieksacties onder de aandacht wordt gebracht en de  opruimplicht wordt gehandhaafd. Wanneer dit niet voldoende effect heeft moeten  toegangsbeperkende maatregelen of zoneringsmaatregelen worden toegepast.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Huidige activiteiten buiten Natura 2000-gebied Coepelduynen zonder  directe vergunningplicht</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Tabel 10.3 bevat een overzicht van bestaande activiteiten buiten het Natura  2000-gebied die (voor zover bekend) niet zijn gewijzigd en geen significant  effecten hebben op de instandhoudingsdoelen</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="pv28_ec0dd784eff645f889eed3813b255a0a__div_XI__content_1__img_o_3" eId="div_10__content_10.2__img_o_4">
		  <tekst:Titel>Tabel 10-3 Activiteiten buiten Natura 2000-gebied Coepelduynen zonder directe vergunningplicht</tekst:Titel>
		  <tekst:Illustratie naam="tabel10-3.png" breedte="611" hoogte="489" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="" dpi="100"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	</tekst:Lichaam>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_dd1c8f6c70614edfa68bce2cbcca0247__cmp_B" eId="cmp_I">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>I</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Participatie in Project- en adviesgroep</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_c8d62a5d6ca445469f8adeee05f0373c__cmp_B__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>Projectgroep N2000-Beheerplan Coepelduynen</tekst:Al>
	      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_1be401771fc04e3080040d250f556714__cmp_B__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1">
		<tekst:Li wId="pv28_9eb0e134dc204970aab35487e1e760aa__cmp_B__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Staatsbosbeheer</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_7b26063957b84386bb80392cfd5cab8a__cmp_B__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Gemeente Katwijk</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_fd0a5e577b9c4563b47cd15ac6e80740__cmp_B__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Gemeente Noordwijk</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_80e70ff11e674c3fad844c6d88ede285__cmp_B__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Hoogheemraadschap Rijnland</tekst:Al>
		</tekst:Li>
	      </tekst:Lijst>
	      <tekst:Al>Adviesgroep N2000-Beheerplan Coepelduynen</tekst:Al>
	      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_7dd418d546004865b82f7c0af7350381__cmp_B__content_o_1__list_o_2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2">
		<tekst:Li wId="pv28_8a8ae443a5264768a4f0af5668011e3a__cmp_B__content_o_1__list_o_2__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2__item_o_1">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Omgevingsdienst Haaglanden</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_852f999938f047c49d8ef03010409b6d__cmp_B__content_o_1__list_o_2__item_o_2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2__item_o_2">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_8bd229e25d664dd78958429a5fc4af5a__cmp_B__content_o_1__list_o_2__item_o_3" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2__item_o_3">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Stichting Berkheide en Coepelduynen</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_092e5b0c79e647d5a2c29cfe78e145ce__cmp_B__content_o_1__list_o_2__item_o_4" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2__item_o_4">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Stichting Duinbehoud</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_4a5628a0b49743839b7224b39a69b0e0__cmp_B__content_o_1__list_o_2__item_o_5" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2__item_o_5">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Nationaal Park Hollandse Duinen</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_d671e9bb07af4c4e80f8837c9cf1e932__cmp_B__content_o_1__list_o_2__item_o_6" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2__item_o_6">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>Natuur en Vogelbescherming Noordwijk</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_386dc23837ff410a80488aeb63adb4f9__cmp_B__content_o_1__list_o_2__item_o_7" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_2__item_o_7">
		  <tekst:LiNummer>&#x25cf;</tekst:LiNummer>
		  <tekst:Al>KNNV Bollenstreek</tekst:Al>
		</tekst:Li>
	      </tekst:Lijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_c54a167e2ea842eeb6987f830a4a6e3e__cmp_C" eId="cmp_II">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>II</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Landschapsecologische systeemanalyse Coepelduynen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_506c804610394becbdb12840f894cdfe__cmp_C__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntIoRef wId="pv28_c46bae15df6b48528fe52249bedee1ee__ref_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__ref_o_1" ref="pv28_a9135621a53547e680c1c11e330f57f1__ref_1">Bijlage_IILandschapsecologischesysteemanalyse.pdf</tekst:IntIoRef>
                           <tekst:br/>
                        </tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_2c70a5ba7f3b4334838f85419e335b03__cmp_D" eId="cmp_III">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>III</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>(Abiotische) randvoorwaarden</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_c10bc0d507e548a38cf5454b139c2936__cmp_D__content_o_1" eId="cmp_III__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntIoRef wId="pv28_db45349607d24ed8a6202bc3000f2619__ref_o_1" eId="cmp_III__content_o_1__ref_o_1" ref="pv28_94f19eb3943a46d68309e5d72f4f6cf9__ref_1">Bijlage_IIIAbiotischerandvoorwaarden.pdf</tekst:IntIoRef>
                           <tekst:br/>
                        </tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_02ac16b5cfa34da38c4ebfac55092cbf__cmp_E" eId="cmp_IV">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>IV</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Evaluatie Natura 2000 Beheerplan Coepelduynen 2017 - 2023</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_40a5840c578a4bf38083b72e87da467e__cmp_E__content_o_1" eId="cmp_IV__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntIoRef wId="pv28_4226d4e3107842bf95f3ed7a4afc2fe2__ref_o_1" eId="cmp_IV__content_o_1__ref_o_1" ref="pv28_9f1f1c8608e54b108d6876b55a1bc11d__ref_1">Bijlage_IVEvaluatieNatura2000BeheerplanCoepelduynen20172023.pdf</tekst:IntIoRef>
                           <tekst:br/>
                        </tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_a71c4dad5928454b8d7c31fbfe99b30e__cmp_F" eId="cmp_V">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>V</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Beschrijving en toetsing huidig gebruik</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_c8c3eb54976b48dca7fc7ff6794900b9__cmp_F__content_o_1" eId="cmp_V__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntIoRef wId="pv28_78ee31c3e3504ab7bbdc8a62891370d3__ref_o_1" eId="cmp_V__content_o_1__ref_o_1" ref="pv28_3ae3cf805fe446f586a4e6e3148fb47a__ref_1">Bijlage_VBeschrijvingentoetsinghuidiggebruik.pdf</tekst:IntIoRef>
                           <tekst:br/>
                        </tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_e069e1844b4d4da09a5f424c1bac573a__cmp_H" eId="cmp_VI">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>VI</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Nota van Antwoord Definitief beheerplan Coepelduynen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_9561b03415884792bd86332b4f33ac02__cmp_H__content_o_1" eId="cmp_VI__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntIoRef wId="pv28_f7629005542c4e2e8c5d4fef59ea809d__ref_o_1" eId="cmp_VI__content_o_1__ref_o_1" ref="pv28_3e8fa58814424edfad592f794f01f90f__ref_1">Bijlage_VINotavanAntwoordDefinitiefbeheerplanCoepelduynen.pdf</tekst:IntIoRef>
                        </tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_f8ace8c1dbb5481c97a0d5a4f895f042__cmp_G" eId="cmp_VII">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>VII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>Referenties</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_2dda7f63c97447b8a391ac427444e6b7__cmp_G__content_o_1" eId="cmp_VII__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>Ministerie van  LNV, 18 december 2009. Het Aanwijzingsbesluit voor dit Natura 2000-gebied  Coepeldunen.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Ministerie van  LNV, 23 februari 2022. Wijzigingsbesluit  Habitatrichtlijngebieden vanwege  aanwezige waarden.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Ministerie van  LNV, (2020). Coepelduynen &#x2013; gedetailleerde informatie. Natura 2000,&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="http://www.natura2000.nl">www.natura2000.nl</tekst:ExtRef>.&#160;</tekst:Al>
	      <tekst:Al>RVO, maart  2017. Natura 2000 &#x2013; beheerplan Coepelduynen (96). Definitief   Beheerplan.&#160;</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Ministerie  van LNV, (2008). Profieldocumenten habitattypen:</tekst:Al>
	      <tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="pv28_d9f92728b9174e0eaca9ea878717420d__cmp_G__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_VII__content_o_1__list_o_1">
		<tekst:Li wId="pv28_04bd846add8a48499c928e047ca9239a__content_XII__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <tekst:Al>Ministerie van  LNV, (2008). Profieldocument Embryonale wandelende duinen   (H2120).&#160;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_c5ec7d0512a543fa92e182f6ece2dc34__content_XII__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <tekst:Al>Ministerie van  LNV, (2008). Profieldocument Wandelende duinen op de  strandwal met Ammophila  arenaria (&#x201d;witte duinen&#x201d;) (H2120).&#160;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_ecbebef8b967485d979b66902f5774e3__content_XII__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <tekst:Al>Ministerie van  LNV, (2008). Profieldocument Vastgelegde kustduinen met  kruidvegetatie (&#x201c;grijze  duinen&#x201d;) (H2130).&#160;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_3f837e7a6e6947a6814a50d53706b269__content_XII__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <tekst:Al>Ministerie van  LNV, (2008). Profieldocument Duinen met Hippopha&#235; rhamnoides   (H2160).&#160;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_501b479026cc463e89d1d97ed5dabdc2__content_XII__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
		  <tekst:Al>Ministerie van  LNV, (2008). Profieldocument Beboste duinen van het  atlantische, continentale  en boreale gebied (H2180).&#160;</tekst:Al>
		</tekst:Li>
		<tekst:Li wId="pv28_f3b236708bff4863a5af3a9b6325ed54__content_XII__list_o_1__item_o_6" eId="cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
		  <tekst:Al>Ministerie van  LNV, (2008). Profieldocument Vochtige duinvalleien   (H2190).</tekst:Al>
		</tekst:Li>
	      </tekst:Lijst>
	      <tekst:Al>Provincie  Zuid-Holland, 14 maart 2022. Natuurdoelanalyse Natura 2000 96   Coepelduynen.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Provincie  Zuid-Holland, 2024. Eindoordeel Instandhoudingsdoelstellingen 96 &#x2013;   Coepelduynen.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Swart de E., B.  Kriesch, A. Bucholc, 2023. Evaluatierapport Natura 2000 &#x2013;  gebied Coepelduynen  .&#160;</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Kooijman, A.,  Arens, B., en van Til, M., 2020. Verstuivingsdynamiek  Coepelduynen. Advies OBN  Deskundigenteam Duin &amp; Kustlandschap.  AdviesOBN-24-DK.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Provincie  Zuid-Holland in samenwerking met H2Ruimte en Urban Synergy, Januari  2023.  Recreatieperspectief Zuid-Holland 2030: Hoe houden we Zuid-Holland   aantrekkelijk en beweegvriendelijk.</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Bureau voor  Ruimte &amp; Vrije Tijd, juni 2024. Natuur- en  recreatieprofielenkaarten  Nationaal Park Hollandse Duinen Inzicht in het huidige  recreatieve gebruik en  recreatiegevoelige natuur in de Natura 2000-gebieden van NPHD.</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
	<tekst:Bijlage wId="pv28_09775b0e1307499d8b625c6d1dbe9323__cmp_A" eId="cmp_VIII">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Label>Bijlage</tekst:Label>
	    <tekst:Nummer>VIII</tekst:Nummer>
	    <tekst:Opschrift>informatieobjecten</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="pv28_3491f3bd3dc148b5b282f071c6f53915__cmp_A__content_o_1" eId="cmp_VIII__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Begrippenlijst wId="pv28_6ab5c4b64ce443608f19f00d8b91ab24__cmp_VII__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1">
		<tekst:Begrip wId="pv28_2c8e7446939c49b29d034ba9d696e0fa__cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <tekst:Term>Bijlage II Landschapsecologische systeemanalyse.pdf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:ExtIoRef wId="pv28_a9135621a53547e680c1c11e330f57f1__ref_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_IILandschapsecologischesysteemanalyse/nld@2025-10-28;1">/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_IILandschapsecologischesysteemanalyse/nld@2025-10-28;1</tekst:ExtIoRef>
                                 </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv28_f79aba6869a44efd920a977d8ae91267__cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		  <tekst:Term>Bijlage III Abiotischerandvoorwaarden.pdf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:ExtIoRef wId="pv28_94f19eb3943a46d68309e5d72f4f6cf9__ref_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_IIIAbiotischerandvoorwaarden/nld@2025-10-28;1">/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_IIIAbiotischerandvoorwaarden/nld@2025-10-28;1</tekst:ExtIoRef>
                                 </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv28_dc21dcc13c8b4cdf9caf258544299b30__cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		  <tekst:Term>Bijlage IV Evaluatie Natura 2000 Beheerplan Coepelduynen 2017 2023.pdf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:ExtIoRef wId="pv28_9f1f1c8608e54b108d6876b55a1bc11d__ref_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_IVEvaluatieNatura2000BeheerplanCoepelduynen20172023/nld@2025-10-28;1">/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_IVEvaluatieNatura2000BeheerplanCoepelduynen20172023/nld@2025-10-28;1</tekst:ExtIoRef>
                                 </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv28_7db7f2a74f714954b7a328dc0297c5b2__cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
		  <tekst:Term>Bijlage V Beschrijving en toetsing huidig gebruik.pdf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:ExtIoRef wId="pv28_3ae3cf805fe446f586a4e6e3148fb47a__ref_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_VBeschrijvingentoetsinghuidiggebruik/nld@2025-10-28;1">/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_VBeschrijvingentoetsinghuidiggebruik/nld@2025-10-28;1</tekst:ExtIoRef>
                                 </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv28_9fdd62e289184593878653ecae849e2e__cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
		  <tekst:Term>Bijlage VI Nota van Antwoord Definitief beheerplan Coepelduynen.pdf</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:ExtIoRef wId="pv28_3e8fa58814424edfad592f794f01f90f__ref_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_VINotavanAntwoordDefinitiefbeheerplanCoepelduynen/nld@2025-10-28;1">/join/id/regdata/pv28/2025/Bijlage_VINotavanAntwoordDefinitiefbeheerplanCoepelduynen/nld@2025-10-28;1</tekst:ExtIoRef>
                                 </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
		<tekst:Begrip wId="pv28_0869ecf7cba740059b6775090bb09b8d__cmp_VII__content_o_1__list_o_1__item_o_6" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
		  <tekst:Term>Natura 2000-gebied Coepelduynen</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:ExtIoRef wId="pv28_17fdc13f7ee94250bcf0c845ae146a64__ref_1" eId="cmp_VIII__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/pv28/2025/locatiegroep_c257bba42b104c2191e9ccfb15f9e46f/nld@2025-11-03;1">/join/id/regdata/pv28/2025/locatiegroep_c257bba42b104c2191e9ccfb15f9e46f/nld@2025-11-03;1</tekst:ExtIoRef>
                                 </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
	      </tekst:Begrippenlijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
      </tekst:RegelingVrijetekst>
    </lvbbu:RegelingVersie>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR746337</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR746337/nld@2025-11-05</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:afkortingen>
	  <data:afkorting/>
	</data:afkortingen>
	<data:heeftCiteertitelInformatie>
	  <data:CiteertitelInformatie>
	    <data:citeertitel>Natura 2000-beheerplan Coepelduynen 2025-2031</data:citeertitel>
	    <data:isOfficieel>true</data:isOfficieel>
	  </data:CiteertitelInformatie>
	</data:heeftCiteertitelInformatie>
	<data:eindverantwoordelijke>/tooi/id/provincie/pv28</data:eindverantwoordelijke>
	<data:grondslagen>
	  <data:grondslag>
	    <data:TekstReferentie>
	      <data:uri>https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&amp;hoofdstuk=3&amp;afdeling=3.2&amp;paragraaf=3.2.1&amp;artikel=3.8</data:uri>
	      <data:label>Artikel 3.8, derde lid, Omgevingswet</data:label>
	      <data:soortRef>URL</data:soortRef>
	    </data:TekstReferentie>
	  </data:grondslag>
	</data:grondslagen>
	<data:maker>/tooi/id/provincie/pv28</data:maker>
	<data:officieleTitel>Natura 2000-beheerplan Coepelduynen 2025-2031</data:officieleTitel>
	<data:onderwerpen>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_a81687f1</data:onderwerp>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_db2fbedb</data:onderwerp>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_afa30a11</data:onderwerp>
	</data:onderwerpen>
	<data:overheidsdomeinen>
	  <data:overheidsdomein>/tooi/def/concept/c_67671688</data:overheidsdomein>
	  <data:overheidsdomein>/tooi/def/concept/c_86b84a9d</data:overheidsdomein>
	</data:overheidsdomeinen>
	<data:rechtsgebieden>
	  <data:rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</data:rechtsgebied>
	</data:rechtsgebieden>
	<data:soortRegeling>/join/id/stop/regelingtype_010</data:soortRegeling>
	<data:soortBestuursorgaan>/tooi/def/thes/kern/c_61676cbc</data:soortBestuursorgaan>
      </data:RegelingMetadata>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
  </lvbbu:Consolidatie>
</lvbbu:Consolidaties>
