<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74455_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2011-05-11</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=95 en 96&amp;g=2001-11-29">Gemeentewet, artikel 96 en 97</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al> de leden van de raad : de leden van de raad, die geen lid zijn van
                                het college van burgemeester en wethouders;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> commissie :een door de raad, het college van burgemeester en
                                wethouders of de burgemeester ingestelde commissie, genoemd in de
                                bij deze verordening behorende lijst;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>A.M.v.B.: het Koninklijk Besluit van 10 november 1993, Staatsblad
                                611 tot uitvoering van de artikelen 95 en 96 van de
                                Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad ontvangen per kalenderjaar een vergoeding voor
                                hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten gelijk aan de
                                bedragen, vermeld in de bij de A.M.v.B. behorende tabel I, zoals die
                                bedragen telken jare door de minister van Binnenlandse Zaken zijn of
                                worden vastgesteld voor de klasse, waartoe de gemeente Zwijndrecht
                                behoort.</al></li><li nr="2."><al>Hij/zij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de
                                raad is geweest, ontvangt de vergoeding en de tegemoetkoming in de
                                kosten, als bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het
                                aantal dagen dat hij/zij het lidmaatschap van de raad heeft
                                bekleed.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Bij overgang van de gemeente naar een lagere klasse, vermeld in de bij de
                        A.M.v.B. behorende tabel I, in verband met een vermindering van het aantal
                        inwoners, behouden de zittende leden tot hun aftreden de geldende vergoeding
                        en tegemoetkoming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van een commissie, die geen raadslid of burgerraadslid zijn,
                            ontvangen per bijgewoonde vergadering een vergoeding, zoals vermeld in
                            de bij de AMvB behorende tabel II, zoals dat bedrag ieder jaar door de
                            Minister van Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld voor de klasse
                            waartoe de gemeente behoort;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgerraadsleden ontvangen een vergoeding voor bijgewoonde vergaderingen
                            op basis van drie vergaderingen per maand, gedurende twaalf maanden per
                            jaar; de hoogte van deze vergoeding is vermeld in de bij de AMvB
                            behorende tabel II, zoals dat bedrag ieder jaar door de Minister van
                            Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld voor de klasse waartoe de
                            gemeente behoort. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeentelijke commissies worden ingedeeld in één van de volgende
                            categorieën: </al><al><vet>Categorie A</vet>: Het door éénpersoonsfracties in de gemeenteraad
                            aangewezen burgerraadslid; commissies, waaraan met het oog op het
                            behartigen van bepaalde gemeentelijke belangen, bevoegdheden van de raad
                            c.q. het college van burgemeester en wethouders zijn overgedragen. De
                            burgerraadsleden en de leden van de commissie ontvangen 100% van het
                            overeenkomstig het eerste lid berekende presentiegeld.</al><al><vet>Categorie B</vet>: Commissies, welke zijn ingesteld om
                            gemeentelijke bestuursorganen te adviseren over bepaalde
                            beleidsterreinen, zonder dat daarbij sprake is van belangenbehartiging
                            vanuit een belangengroepering. De leden van deze commissie ontvangen 75%
                            van het overeenkomstig het eerste lid berekende presentiegeld met een
                            maximum van een nader door het college van burgemeester en wethouders te
                            bepalen aantal vergoedingen per jaar. </al><al><vet>Categorie C</vet>: Commissies, waaraan een bepaalde beheersopdracht
                            is verstrekt in relatie met een zekere behartiging van eigen belangen.
                            De leden van deze commissie ontvangen 50% van het overeenkomstig het
                            eerste lid berekende presentiegeld met een maximum van een nader door
                            het college van burgemeester en wethouders te bepalen aantal
                            vergaderingen per jaar.</al><al><vet>Categorie D</vet>: Commissies, welke in hun rol van vaste
                            gesprekspartners van de gemeente Zwijndrecht optreden als
                            vertegenwoordigers van belang hebbenden c.q. belangstellenden op een
                            bepaald terrein van gemeentelijke zorg. </al><al>De leden van deze commissies ontvangen geen presentiegeld, zoals
                            omschreven in het eerste lid, maar indien nodig kan aan ieder van deze
                            commissies afzonderlijk een vergoeding voor secretariaatskosten en
                            vergaderaccommodatie worden toegekend door het college van burgemeester
                            en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indeling van een commissie in één van de in lid 2 genoemde categorieën
                            vindt plaats bij besluit van het college van burgemeester en wethouders;
                            de raad wordt van besluiten van dit college in het kader van deze
                            verordening in kennisgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>De leden van de raad en de leden van een commissie, zoals bedoeld in de
                        artikelen 2 en 4 van deze verordening, ontvangen een vergoeding van reis- en
                        verblijfkosten, gemaakt in verband met reizen buiten het grondgebied van de
                        gemeente ter uitvoering van een besluit van het gemeentebestuur of een
                        gemeentelijke commissie, welke wordt vastgesteld overeenkomstig de regels
                        voor de vergoeding, die een ambtenaar van de gemeente Zwijndrecht voor
                        dienstreizen ontvangt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Omdat geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking
                            wordt gesteld, verleent het college een (burger)raadslid op aanvraag,
                            voor de uitoefening van het (burger)raadslidmaatschap, voor een periode
                            van maximaal drie jaar een tegemoetkoming van 30% per jaar van de
                            aanschafwaarde voor </al><lijst><li nr="a."><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software,
                                    of </al></li><li nr="b."><al>gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                    software. </al></li></lijst><al>Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van een nader door de raad vast te
                            stellen aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en
                            software. Voor de raadsperiode 2010-2014 bedraagt dit maximaal €
                            1800,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvraag vergoedt het college het (burger)raadslid de aanleg- en
                            abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste lid
                            genoemde computerapparatuur. Aan deze vergoeding kan door de raad een
                            maximum worden verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>In geval van overlijden van het raadslid wordt aan de weduwe of weduwnaar
                        van wie het overleden raadslid niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag
                        uitgekeerd, gelijk aan de vergoeding voor werkzaamheden als bedoeld in
                        artikel 2, 1<sup>e</sup> lid, van deze verordening, welke het raadslid
                        laatstelijk genoot over een tijdvak van 3 maanden.</al><al>Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie het overleden raadslid
                        niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve
                        van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige
                        kinderen waarvoor de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder
                        pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de
                        opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige
                        verplichting daartoe of het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken
                        ook zodanige kinderen, dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of
                        grotendeels afhankelijk waren van de vergoeding van het raadslid.</al><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede
                        verstaan de nabestaande levenspartner met wie het overleden niet-getrouwde
                        raadslid samenwoonde en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een
                        gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd op basis van een notarieel
                        verleden samenlevingscontract bevattende wederzijdse rechten en
                        verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke
                        huishouding. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden
                        aangemerkt.</al><al>Het gemeentebestuur kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een
                        notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als
                        bedoeld in de eerste volzin is gesloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Aan het raadslid dat wegens invaliditeit ophoudt het raadslidmaatschap uit
                        te oefenen wordt, indien dit niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te
                        wijten, een uitkering verleend ter vergoeding van gederfde inkomsten voor
                        werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, 1<sup>e</sup> lid, van deze
                        verordening. De uitkering eindigt met ingang van de maand, waarin het
                        voormalige raadslid de leeftijd van 65 jaar bereikt. De uitkering bedraagt
                        70% van de in de eerste volzin bedoelde inkomsten.</al><al>Ten behoeve van de uitkering als bedoeld in het eerste lid sluit de gemeente
                        een invaliditeitsverzekering af volgens de bijgaande polis. De kosten van
                        deze verzekering komen voor rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Een lid van de raad, dat geen andere inkomstenbron heeft of een
                        inkomstenbron heeft waaraan geen (vergoeding voor een)
                        ziektekostenverzekering is verbonden, ontvangt ter zake van ziektekosten ten
                        laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een
                        ziektekostenverzekering.</al><al>Deze tegemoetkoming is gelijk aan het werkgeverspercentage IZA, berekend
                        over de vergoeding voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 2,
                        1<sup>e</sup> lid, van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Indien een lid van de raad een uitkering op grond van de Werkloosheidswet
                        ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op
                        deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer
                        bedraagt dan de vergoeding voor werkzaamheden die dit lid van de raad
                        ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het
                        bedrag van bedoelde korting.Indien een lid van de raad een uitkering op
                        grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs en onderzoekspersoneel ontvangt
                        en de na toepassing van artikel 6, 4<sup>e</sup> lid, van dat besluit
                        ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                        raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor werkzaamheden die dit
                        lid van de raad ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente
                        verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Aan het raadslid worden de gemaakte kosten vergoed van de als gevolg van het
                        uitoefenen van het raadslidmaatschap noodzakelijk opvang van tot het
                        huishouden behorende kinderen tot een leeftijd van 12 jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>Ter zake van vergoeding van aan een raadslid als gevolg van de uitoefening
                        van deze functie toegebrachte materiële en immateriële schade wordt door de
                        gemeente een zgn. politiek-molestverzekering gesloten. De premie voor deze
                        verzekering komt voor rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>De in deze verordening bedoelde vergoedingen worden zo mogelijk maandelijks
                        aan de rechthebbende uitbetaald, zulks met uitzondering van de
                        presentiegelden, welke per jaar of per half jaar worden uitgekeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ˝Verordening geldelijke
                                voorzieningen raads- en commissieleden 2001˝.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op 1 januari 2002 en werkt terug tot 1 januari
                                2001.</al></li><li nr="3."><al>De op 30 januari 1997 vastgestelde ˝Verordening geldelijke
                                voorzieningen raads- en commissieleden van de gemeente Zwijndrecht˝
                                is met ingang van 1 januari 2001 ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Zwijndrecht in zijn openbare
                        vergadering van 29 november 2001.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter, secretaris, </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al><vet>BIJLAGE BIJ DE ˝VERORDENING GELDELIJKE VOORZIENINGEN</vet></al><al><vet>RAADS- EN COMMISSIELEDEN 2001˝</vet></al><al/><al>Ingevolge het gestelde in artikel 4 van de ˝Verordening geldelijke voorzieningen
                    raads- en commissieleden 2001˝ worden de ingestelde gemeentelijke commissies als
                    volgt in de categorieën ingedeeld met ingang van 1 juni 2003.</al><al/><al><vet>Categorie A:</vet></al><al>Sub 1) Het door éénpersoonsfracties in de gemeenteraad aangewezen
                    burgerraadslid.</al><al/><al>Sub 2) Commissies, waaraan met het oog op het behartigen van bepaalde belangen,
                    Bevoegdheden van de raad c.q. het college van burgemeester en wethouders zijn
                    overgedragen;</al><lijst><li nr="A."><al> Bestuurscommissie openbaar basisonderwijs gemeente Zwijndrecht</al></li><li nr="B."><al>Dorpsraad Heerjansdam.</al></li></lijst><al/><al>Sub 3) Commissies, welke zijn ingesteld om gemeentelijke bestuursorganen te
                    adviseren over bezwaar- en beroepschriften (leden, geen voorzitter zijnde).</al><al/><al><vet>Categorie B:</vet></al><al>Commissies, welke zijn ingesteld om gemeentelijke bestuursorganen te adviseren
                    over</al><al> bepaalde beleidsterreinen, zonder dat daarbij sprake is van belangenbehartiging
                    vanuit een</al><al> belangengroepering:</al><lijst><li nr="A."><al>Vrouwenadviescommissie</al></li><li nr="B."><al>Ondernemingsraad</al></li></lijst><al/><al><vet>Categorie C:</vet></al><al>Sub 1) Commissies, waaraan een bepaalde beheersopdracht is verstrekt in relatie
                    met een Zekere behartiging van eigen belangen.</al><lijst><li nr="A."><al>Beheerscommissie Nederhoven, waarvoor een vergaderfrequentie van 3x per
                            jaar als voldoende wordt beschouwd voor het op juiste wijze uitvoeren
                            van de werkzaamheden.</al></li></lijst><al>Sub 2) Commissies, welke zijn ingesteld om gemeentelijke bestuursorganen te
                    adviseren Over bezwaar- en beroepschriften (voorzitters).</al><al/><al><vet>Categorie D:</vet></al><al>Commissies, welke in hun rol van vaste gesprekspartners van de gemeente
                    Zwijndrecht optreden als vertegenwoordigers van belanghebbenden c.q.
                    belangstellenden op een bepaald terrein van gemeentelijke zorg:</al><lijst><li nr="A."><al>Alle niet onder de categorieën A tot en met C vallende gemeentelijke
                            commissies, alsmede de platforms op het welzijnsgebied.</al></li></lijst><al/><al>Zwijndrecht, 29 april 2003.</al><al>Burgemeester en wethouders van Zwijndrecht.</al><al>De secretaris, De burgemeester,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>