<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74452_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Venray</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venray</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venray</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Peel en Maas, 30-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Venray</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet1994 art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-10-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Parkeerverordening Venray
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2010 en
                        aanvullend schrijven van 18 november 2010 (Gemeenteblad 2010, nr. 113); </al>
          <al/>
          <al>gelezen het advies van de commissie Stedelijk Beheer van 22 november 2010; </al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994, </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende verordening: </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Parkeerverordening Venray</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I.</nr>
            <titel>
              <vet>DEFINITIES EN
                            BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <al> In deze verordening wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
              <li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990
                                    met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder
                                    ia van het RVV 1990;</al></li>
              <li nr="c."><al>motorrijtuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                    eerste lid, aanhef en onder c, van de wet;</al></li>
              <li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li>
              <li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de wet
                                    aangehouden register van opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren in het register was ingeschreven;</al></li>
              <li nr="f."><al>centrale computer: computer van het bedrijf, dan wel de
                                    bedrijven waarmee de gemeente Venray een overeenkomst heeft
                                    gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in
                                    het kader van het verlenen van diensten op het gebied van
                                    betaald parkeren met gebruikmaking van een telefoon en/of
                                    internet;</al></li>
              <li nr="g."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="h."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur;</al></li>
              <li nr="i."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met E9
                                    uit bijlage 1 behorende bij het RVV 1990 of die is gelegen
                                    binnen een zone aangeduid met E9 (Zone) uit bijlage 1 behorende
                                    bij het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats
                                    niet is uitgezonderd;</al></li>
              <li nr="j."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;</al></li>
              <li nr="k."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II.</nr>
            <titel>
              <vet>PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN
                                EN VERGUNNINGBEWIJZEN</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als
                                bedoeld in artikel 3, derde lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn (categorie I);</al></li>
                <li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie
                                        II).</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Een vergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij gebruikmaking van de vergunning dient het vergunningsbewijs in
                                de vorm van een door het college te verstrekken parkeerkaart
                                duidelijk zichtbaar en volledig leesbaar achter de voorruit van het
                                motorvoertuig te zijn geplaatst.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li>
                <li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                        beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend;</al></li>
                <li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li>
                <li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li>
                <li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                        betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft
                                        voldaan;</al></li>
                <li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
                <li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li>
                <li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III.</nr>
            <titel>
              <vet>VERBODSBEPALINGEN</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li>
                <li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning;</al></li>
                <li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a"><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li>
                <li nr="b"><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV.</nr>
            <titel>
              <vet>STRAFBEPALING</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
            </kop>
            <al> Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V.</nr>
            <titel>
              <vet>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet>
            </titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Venray.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                Parkeerverordening Venray 2010.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                Venray 2010 worden geacht te zijn verleend krachtens deze
                                verordening.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 december 2010, </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening> , voorzitter , raadsgriffier</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Toelichting</label>
          <titel>op de Parkeerverordening Venray</titel>
        </kop>
        <al>
          <vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al>Parkeren is van oudsher een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer-
                    en vervoerbeleid. Een goed instrument dat de gemeente kan gebruiken voor de
                    parkeerregulering is het invoeren van betaald parkeren en parkeren door
                    vergunninghouders (ook wel belanghebbendenparkeren). </al>
        <al>In de Parkeerverordening Venray (hierna: Parkeerverordening) wordt vooral
                    aandacht besteed aan het verlenen van parkeervergunningen en is een aantal
                    verbodsbepalingen opgenomen, zoals het zonder vergunning parkeren op een
                    belanghebbendenplaats en het plaatsen van andere voorwerpen op parkeerplaatsen
                    die bestemd zijn voor betaald parkeren of belanghebbendenparkeren. De
                    Parkeerbelastingverordening gaat vooral over (het ontstaan van) de
                    belastingplicht, de maatstaf en de wijze van de heffing, de betaling en de
                    naheffingsaanslag.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>FISCALISERING EN BELANGHEBBENDENPARKEREN</vet>
        </al>
        <al>Alleen het parkeren bij parkeerapparatuur (parkeermeters, parkeerautomaten en
                    verder alles wat hieronder kan worden verstaan) kan worden gefiscaliseerd. Bij
                    deze apparatuur wordt een parkeerbelasting geheven. Het college van burgemeester
                    en wethouders wijst de gebieden aan waar het betaald parkeren wordt ingevoerd.
                    Bij niet-, niet geheel of niet tijdige betaling van de parkeerbelasting wordt
                    het verschuldigde parkeergeld nageheven en worden ook de kosten van de
                    naheffingsaanslag doorgerekend.</al>
        <al>Bij belanghebbendenparkeren wordt ook een parkeerbelasting betaald voor het
                    verkrijgen van een parkeervergunning, waarmee in een bepaald gebied mag worden
                    geparkeerd. Het college van burgemeester en wethouders wijst de gebieden aan
                    waar belanghebbendenparkeren wordt ingevoerd. Wanneer iemand zijn auto zonder
                    vergunning parkeert in een belanghebbendengebied (aangeduid met bord E9 uit
                    bijlage 1 van het RVV 1990), kan geen naheffingsaanslag worden opgelegd. Het
                    zonder vergunning parkeren is strafbaar gesteld in artikel 9 van de
                    Parkeerverordening en komt in principe alleen voor strafrechtelijke handhaving
                    via de ‘Wet Mulder’ in aanmerking.</al>
        <al>Gemeenten hebben de mogelijkheid om de handhaving binnen belanghebbendengebieden
                    toch te fiscaliseren. Zij kunnen dit doen door in het belanghebbendengebied ook
                    parkeerapparatuur neer te zetten, nadat dit gebied door het college ook als
                    betaald parkeergebied is aangewezen. In feite is dan sprake van een gecombineerd
                    gebied voor betaald parkeren én belanghebbendenparkeren. Wanneer iemand in zo’n
                    gebied parkeert zonder vergunning én zonder betaling van de parkeerbelasting,
                    kan alsnog een naheffingsaanslag worden opgelegd. Dit betekent wel dat op de
                    parkeerplaatsen, die voor belanghebbendenparkeren bestemd waren, ook andere
                    parkeerders geduld moeten worden. Om te voorkomen dat het belanghebbendengebied
                    geheel door de losse parkeerders wordt bezet, kan een hoog (dag)tarief worden
                    gehanteerd waardoor het parkeren door anderen dan vergunninghouders wordt
                    ontmoedigd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al>Aanhef</al>
        <al>In de aanhef van de Parkeerverordening dienen de artikelen 149 Gemeentewet en 2a
                    Wegenverkeerswet 1994 opgenomen te worden. Op grond van het eerste artikel mogen
                    autonome verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel
                    behouden gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het
                    onderwerp waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voor zover die regels niet in
                    strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voor zover
                    verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1</al>
        <al>b.motorvoertuigen</al>
        <al>Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden
                    geheven voor het parkeren met voertuigen. In de Parkeerverordening is ervoor
                    gekozen om de werking van deze verordening te beperken tot motorvoertuigen,
                    zoals bedoeld in artikel 1 onder z van het RVV 1990 met inbegrip van
                    brommobielen. In dit artikel wordt onder motorvoertuigen verstaan: ‘alle
                    gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en
                    gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden
                    voortbewogen’. Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1 onder ia) gedefinieerd
                    als een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie.
                    Brommobielen vallen dus niet onder de definitie van motorvoertuigen. In artikel
                    2a van het RVV 1990 is echter bepaald dat de regels voor motorvoertuigen ook van
                    toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders en passagiers van
                    brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het verkeer dus
                    gedragen als een ‘gewone’ automobilist. Dit geldt ook voor het parkeren met een
                    brommobiel. Daarom is ervoor gekozen de Parkeerverordening en de
                    Parkeerbelastingverordening ook van toepassing te verklaren op
                    brommobielen.</al>
        <al>c.motorrijtuigen</al>
        <al>Dit begrip komt terug in artikel 1, aanhef en onder e, van de
                    Parkeerverordening. Dit begrip is afkomstig van de Wegenverkeerswet 1994 (zie
                    voorts de toelichting onder e.)</al>
        <al>d.parkeren</al>
        <al>In de Parkeerverordening is aansluiting gezocht bij de definitie van het begrip
                    parkeren in artikel 225 van de Gemeentewet en dus niet bij de definitie uit
                    artikel 1 onder ac. van het RVV 1990. Er is gekozen voor deze definitie, omdat
                    het invoeren van betaald parkeren en vergunninghoudersparkeren ook gebaseerd is
                    op artikel 225 van de Gemeentewet.</al>
        <al>e.houder</al>
        <al>In de definitie van het begrip houder komt het begrip ‘motorrijtuig’ voor. Dit
                    is gedaan, omdat in de WVW 1994 bepaald is dat motorrijtuigen over een kenteken
                    moeten beschikken. Het RVV 1990, waarin onder andere bepalingen over parkeren
                    zijn opgenomen, spreekt daarentegen over motorvoertuigen. Dit is op zich
                    verwarrend, maar materieel gezien komen de definities van beide begrippen
                    goeddeels overeen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 2</al>
        <al>Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een
                    vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of
                    krachtens deze verordening te worden geregeld. Het aanwijzen van de gebieden,
                    plaatsen en tijden voor het parkeren bij parkeerapparatuur gebeurt op basis van
                    de Parkeerbelastingverordening. Uit praktische overwegingen is de
                    aanwijzingsbevoegdheid bij het college neergelegd.</al>
        <al>De aanwijzing van belanghebbendengebieden is in principe alleen mogelijk voor
                    gebieden waar een redelijke mate van parkeerdruk aanwezig is.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 3</al>
        <al>Het college kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op plaatsen voor
                    belanghebbenden of met parkeerapparatuur. Het college kan tevens nadere regels
                    stellen voor het indienen van aanvragen en het verlenen van de
                    parkeervergunning. Hierbij kan worden gedacht aan het stellen van
                    indieningsvereisten voor het aanvragen van een parkeervergunning.</al>
        <al>Ook kan het college regels stellen voor personen of bedrijven die nog niet in
                    het vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen
                    afzienbare tijd gaan doen. Zij zouden alvast op een eventuele wachtlijst voor
                    een parkeervergunning kunnen worden gezet. Wel zullen zij voldoende hard moeten
                    kunnen maken dat zij ook daadwerkelijk in het betreffende gebied gaan wonen of
                    zich daar gaan vestigen met een bedrijf. Denk hierbij een koopcontract of
                    huurcontract.</al>
        <al>In het derde lid worden verschillende categorieën belanghebbenden genoemd die in
                    aanmerking kunnen komen voor een parkeervergunning. In de Parkeerverordening
                    zijn twee categorieën opgenomen: bewoners en bedrijven.</al>
        <al>Door in de parkeerverordening te verwijzen naar categorieën en deze middels een
                    onderbord ook bij de parkeerplaats zelf te vermelden, is het de betrokken
                    vergunninghouders ook bekend waar zij kunnen parkeren. Voor een uitgebreider
                    behandeling van de parkeerbebording verwijzen wij naar de CROW-uitgave
                    'Richtlijn parkeerbebording' (publicatie 134, 1999).</al>
        <al>In het vierde lid is een soort hardheidsclausule opgenomen. In bijzondere
                    gevallen kan het college ook een (tijdelijke) parkeervergunning verlenen aan de
                    eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de
                    vereisten die in het derde lid zijn opgenomen. Hierbij kan onder andere worden
                    gedacht aan de eerder genoemde personen of bedrijven die nog niet in het
                    vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen
                    afzienbare tijd gaan doen.</al>
        <al>Om te voorkomen dat er voor een bepaald gebied teveel parkeervergunningen worden
                    uitgegeven, is het verstandig om direct bij de invoering van een
                    belanghebbendengebied het maximum aantal uit te geven vergunningen te bepalen.
                    Hierbij kan ook onderscheid worden gemaakt naar de verschillende categorieën
                    parkeervergunningen, waarbij het in de praktijk vooral zal gaan om het aantal
                    bewonersvergunningen en bedrijfsvergunningen. Hoewel een parkeervergunning geen
                    absoluut recht geeft op een parkeerplaats in een aangewezen
                    belanghebbendengebied, moet de vergunninghouder er wel op kunnen vertrouwen dat
                    hij zijn auto doorgaans kwijt kan in dat gebied. Wanneer het maximum aantal uit
                    te geven parkeervergunningen is bereikt, kan het college de parkeervergunning
                    weigeren en de betreffende persoon of het betreffende bedrijf op een wachtlijst
                    plaatsen</al>
        <al>Op grond van het zesde lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel beperkingen worden verbonden
                    met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                    tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Vergunningen kunnen ook worden
                    verleend voor bepaalde zones, om te voorkomen dat vergunninghouders overal
                    elders in de gemeente gratis kunnen parkeren.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4</al>
        <al>De termijnen waarvoor de parkeervergunningen worden verleend, verschillen sterk
                    van gemeente tot gemeente. Het varieert van vergunningen voor onbepaalde tijd
                    tot vergunningen voor een periode van 1 jaar. In Venray is ervoor gekozen de
                    vergunning te verlenen voor onbepaalde tijd.</al>
        <al>Het voordeel hiervan is dat er minder administratieve lasten bij de burger en
                    het bedrijfsleven komen te liggen, omdat zij niet steeds opnieuw een nieuwe
                    vergunning behoeven aan te vragen. Ook de administratieve lasten van het
                    gemeentelijke apparaat komen hierdoor lager te liggen dan bij tussentijdse
                    verlenging. Een mogelijk nadeel is dat eenmaal uitgegeven vergunningen alleen
                    ingetrokken of gewijzigd kunnen worden op grond van de in de verordening
                    genoemde criteria. De intrekkings- en wijzigingsgronden in artikel 5 zijn echter
                    zodanig ruim geformuleerd, dat inspelen op gewijzigde omstandigheden ook dan
                    mogelijk is.</al>
        <al>Jaarlijks wordt – na betaling van de parkeerbelasting – een nieuw
                    vergunningbewijs verstrekt. Dit vergunningbewijs moet achter de voorruit worden
                    bevestigd, zodat de parkeercontroleurs eenvoudig kunnen zien dat er nog steeds
                    sprake is van een geldige parkeervergunning.</al>
        <al>Om de controle op de naleving van het belanghebbendenparkeren efficiënt te laten
                    verlopen, wordt zo min mogelijk informatie op de vergunning vermeld. Een
                    overmaat aan informatie bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs (veel
                    lezen, kleine letters etcetera). Wanneer er toch behoefte bestaat aan meer
                    informatie, kan deze op de achterzijde van de vergunning vermeld worden of dat
                    de vergunning vouwbaar uitgevoerd wordt of een bijlage wordt verstrekt. Om
                    fraude te bemoeilijken (het maken van bij voorbeeld een fotokopie) is het
                    denkbaar de vergunning in meer kleuren uit te voeren. In dat geval moet gelet
                    worden op de kleurechtheid van de inkt en/of het papier.</al>
        <al>In artikel 4 is een nieuw lid 3 opgenomen. Om te voorkomen dat discussie
                    ontstaat waar in het motorvoertuig het vergunningsbewijs is gesitueerd, is
                    bepaald dat het vergunningsbewijs in de vorm van een parkeerkaart moet worden
                    aangebracht:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>volledig leesbaar achter de voorruit;</al></li>
          <li nr="-"><al>aan de bijrijderszijde;</al></li>
          <li nr="-"><al>zo ver mogelijk beneden.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Artikel 5</al>
        <al>In de aanhef van dit artikel wordt aangegeven dat het college een
                    parkeervergunning 'kan’ intrekken of wijzigen. Bedoeld is hiermee aan te geven
                    dat het ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders staat of
                    een vergunning daadwerkelijk moet worden ingetrokken of gewijzigd, wanneer een
                    van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief
                    bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken of
                    gewijzigd.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 6</al>
        <al>Deze bepaling is opgenomen voor situaties waarin er sprake is van een gebied
                    waarbinnen géén betaald parkeerregime geldt, maar waarbinnen alléén met een
                    parkeervergunning mag worden geparkeerd. Zoals in de algemene toelichting
                    aangegeven kan géén fiscale naheffingsaanslag worden opgelegd bij het zonder
                    vergunning parkeren in een belanghebbendengebied ‘sec’. De fiscale aanpak van
                    het niet betalen van de parkeerbelasting is, gelet op artikel 234 van de
                    Gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuurplaatsen. Daarom moet in de
                    verordening een strafbepaling worden opgenomen, die alleen voor strafrechtelijke
                    handhaving via de ‘Wet Mulder’ in aanmerking komt.</al>
        <al>Alleen indien sprake is van een gecombineerd gebied voor betaald parkeren én
                    belanghebbendenparkeren, kan wél een naheffingsaanslag worden opgelegd, wanneer
                    iemand parkeert zonder geldige vergunning én zonder te betalen in de
                    parkeerapparatuur.</al>
        <al>Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur zonder (geldige)
                    vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan immers wel het
                    fiscale regime gehanteerd worden.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 7</al>
        <al>Ook dit artikel bevat een verbodsbepaling voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten, ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan of niet, in de verordening opgenomen worden.</al>
        <al>Een 'bijvulverbod' is niet opgenomen, omdat dit in strijd zou zijn met het
                    fiscale regime. Wanneer de parkeertijd, waarvoor een bestuurder heeft betaald,
                    is verstreken moet hij (opnieuw) aangifte doen. Als hij niet aan die
                    verplichting voldoet, wordt hem, in geval van constatering, een
                    naheffingsaanslag opgelegd. Wanneer een bijvulverbod geldt, zou de parkeerder
                    een strafbaar feit plegen, terwijl hij wél aan zijn belastingplicht voldoet. Een
                    bijvulverbod is derhalve onder een fiscaal regime niet mogelijk.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 8</al>
        <al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering. Het gaat hier om gedragingen
                    die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook,
                    ongeacht of tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening worden
                    opgenomen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 9</al>
        <al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al>
        <al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop de
                    zwaarste strafsanctie te stellen. Er is daarom gekozen voor een hechtenis van
                    maximaal een maand of een geldboete van de eerste categorie. Het openbaar maken
                    van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de
                    Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 10</al>
        <al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                    individueel worden aangewezen. Voor een uitgebreide toelichting op deze
                    bepalingen verwijzen wij naar de toelichting op in de model Algemene
                    Plaatselijke Verordening (APV) van de VNG.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 11</al>
        <al>Dit artikel omschrijft de citeertitel van de verordening en spreekt voor
                    zich.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 12</al>
        <al>Gezien de nauwe samenhang die er bestaat tussen de Parkeerverordening en de
                    Parkeerbelastingverordening, dienen deze gelijktijdig in werking te treden.
                    Bovendien worden middels het tweede lid op dat ogenblik de oude verordening
                    ingetrokken. Oude vergunningen blijven van kracht middels het derde lid.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>