<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74441_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Bezoldigingsverordening 2001 gemeente Steenbergen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsverordening 2001 gemeente Steenbergen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ambtenarenwet/article=125">Ambtenarenwet, art. 125 juncto artikel 3:1 Car/Uwo</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-11-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>toevoeging art. 21a</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BM1401404</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bezoldigingsverordening 2001 gemeente Steenbergen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d . 22
                        januari 2002;</al><al>gelet op de bereikte overeenstemming in de commissie voor Georganiseerd
                        Overleg d.d. 27 juni 2001 en de verkregen instemming van de Ondernemingsraad
                        d.d. 21 december 2001 en 17 januari 2002;</al><al>mede gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ambtenarenwet/article=125">artikel 125 van de Ambtenarenwet</extref> juncto artikel 3:1 van de
                        CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen;</al><al>besluit</al><al>vast te stellen de volgende</al><al>Bezoldigingsverordening 2001 gemeente Steenbergen</al><al>Waar in deze regeling wordt gesproken in de mannelijke vorm wordt hieronder
                        mede verstaan de vrouwelijke vorm.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>I BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><afdeling><kop><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 1</tussenkop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan
                                    onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Begripsomschrijving</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>a</al></entry><entry colname="col2"><al>ambtenaar</al></entry><entry colname="col3"><al> de ambtenaar in de zin van de
                                                  CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997; de
                                                  werknemer als bedoeld in artikel 2:5:1 van de
                                                  CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b</al></entry><entry colname="col2"><al>salaris</al></entry><entry colname="col3"><al>het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede
                                                  lid, onder b, van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                                  Steenbergen 1997, onverminderd het bepaalde in
                                                  artikel 4a:3 van die regeling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c</al></entry><entry colname="col2"><al>uurloon</al></entry><entry colname="col3"><al>het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste
                                                  lid, onder o, van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                                  Steenbergen 1997;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d</al></entry><entry colname="col2"><al>salarisschaal</al></entry><entry colname="col3"><al>de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede
                                                  lid, onder a, van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                                  Steenbergen 1997, opgenomen in bijlage II en Ila
                                                  van die regeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e</al></entry><entry colname="col2"><al>maximumsalaris</al></entry><entry colname="col3"><al>het hoogste bedrag van een salarisschaal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f</al></entry><entry colname="col2"><al>salarisanciënniteit</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanduiding bestaande uit een getal dat in
                                                  een salarisschaal voor een salarisbedrag is
                                                  vermeld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g</al></entry><entry colname="col2"><al>periodieke verhoging</al></entry><entry colname="col3"><al>het verschil tussen twee opeenvolgende
                                                  bedragen in een salarisschaal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h</al></entry><entry colname="col2"><al>bezoldiging</al></entry><entry colname="col3"><al>de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1,
                                                  tweede lid, onder c, van de CAR/UWO-regeling
                                                  gemeente Steenbergen 1997;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i</al></entry><entry colname="col2"><al>conversie</al></entry><entry colname="col3"><al>de vertaling van de gevonden rangorde naar
                                                  salaris-schalen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j</al></entry><entry colname="col2"><al>betrekking</al></entry><entry colname="col3"><al>de betrekking als bedoeld in artikel 1:1,
                                                  eerste lid, onder b, van de CAR/UWO-regeling
                                                  gemeente Steenbergen 1997;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k</al></entry><entry colname="col2"><al>volledige betrekking</al></entry><entry colname="col3"><al>de volledige betrekking als bedoeld in artikel
                                                  1:1, eerste lid, onder k, van de CAR/UWO-regeling
                                                  gemeente Steenbergen 1997;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l</al></entry><entry colname="col2"><al>overwerk</al></entry><entry colname="col3"><al>het overwerk als bedoeld in artikel 1:1,
                                                  eerste lid, onder I, van de CAR/UWO-regeling
                                                  gemeente Steenbergen 1997;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>II SALARIS</titel></kop><afdeling><kop><titel>Recht op salaris</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het recht op salaris vangt aan met de dag, waarop de
                                            aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het
                                            aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld,
                                            vangt het recht op salaris aan met de dag waarop de
                                            ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.</al></li><li nr="2."><al>Het salaris wordt per maand uitbetaald.</al></li><li nr="3."><al>Een verhoging van het salaris gaat in met ingang van de
                                            eerste dag van de maand waarin overeenkomstig de overige
                                            bepalingen van deze verordening de aanspraak zal
                                            ontstaan.</al></li><li nr="4."><al>Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met
                                            ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Gebroken tijdvakken</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 3</tussenkop><al>Wanneer het salaris, een emolument of een toelage moet worden
                                    berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per
                                    dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal
                                    kalenderdagen van de desbetreffende maand.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Onvolledige betrekking</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 4</tussenkop><al>Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking
                                    wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor
                                    hem zou gelden bij een volledige betrekking.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Salarisbedragen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De salarissen van de ambtenaren, wier salaris niet bij
                                            of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op
                                            de bedragen volgens de salarisschalen en
                                            salarisanciënniteit zoals opgenomen in bijlage II of
                                            bijlage Ila van de CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen
                                            1997, of , indien voor zijn betrekking een vast bedrag
                                            geldt, op dit bedrag.</al></li><li nr="2."><al>De toepassing van bijlage II dan wel bijlage Ila van de
                                            CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997 vindt plaats
                                            conform hetgeen bepaald is in artikel 3:1, derde tot en
                                            met vijfde lid, van die regeling.</al></li><li nr="3."><al>Het salaris voor de functie van gemeentesecretaris wordt
                                            door burgemeester en wethouders vastgesteld, met dien
                                            verstande dat inschaling ten hoogste plaats kan vinden
                                            in schaal 14.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Functiewaardering</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van
                                            de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan
                                            de hand van de vastgestelde conversie de voor de
                                            ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van
                                            functioneren zich nog daartegen verzet.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen
                                            met betrekking tot de uitvoering van een
                                            functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren
                                            methode.</al></li><li nr="3."><al>Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare
                                            arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf, als
                                            bedoeld in hoofdstuk 7 respectievelijk hoofdstuk 10 van
                                            de CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997, kan
                                            zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen
                                            salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris
                                            dan dat van de reeds voor hem geldende
                                            salarisschaal.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Periodieke verhoging van het salaris</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het salaris van de ambtenaar die naar behoren
                                            functioneert, wordt binnen de voor hem geldende
                                            salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere
                                            bedrag.</al></li><li nr="2."><al>De periodieke verhoging gaat in op 1 januari of op 1
                                            juli, al naar gelang een jaar diensttijd op één dezer
                                            data is volbracht en het maximumsalaris van de geldende
                                            salarisschaal nog niet is bereikt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de datum van indiensttreding of plaatsing in een
                                            salarisschaal met een hoger maximumsalaris valt in de
                                            eerste helft van het kalenderjaar, gaat de eerstvolgende
                                            periodieke verhoging in op 1 januari van het daarop
                                            volgende jaar. Indien de datum van indiensttreding of
                                            plaatsing in een salarisschaal met een hoger
                                            maximumsalaris valt in de tweede helft van het
                                            kalenderjaar, gaat de eerstvolgende periodieke verhoging
                                            in op 1 juli van het daarop volgende jaar.</al></li><li nr="4."><al>Het tijdstip waarop ingevolge de voorgaande leden aan de
                                            ambtenaar voor de eerste maal een periodieke verhoging
                                            wordt toegekend, kan worden afgeweken indien daarvoor
                                            naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                            aanleiding bestaat.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ziekte en periodieke salarisverhoging</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 8</tussenkop><al>Een verhindering wegens ziekte bedoeld in hoofdstuk 7 van de
                                    CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997 zal niet van invloed
                                    zijn op het tijdstip van toekenning van periodieke
                                    salarisverhogingen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Extra periodieke verhoging van het salaris</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 9</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de ambtenaar, die
                                            het maximumsalaris van de voor hem geldende
                                            salarisschaal nog niet heeft bereikt, een extra
                                            salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd
                                            bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris,
                                            toekennen op grond van zeer goede of uitstekende
                                            vervulling van de betrekking, vastgesteld aan de hand
                                            van een personeels-beoordelingssysteem;</al></li><li nr="2."><al>Bij de toepassing van het eerste lid blijft het tijdstip
                                            waarop ingevolge <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7">artikel 7</extref> een salarisverhoging wordt
                                            toegekend onverlet, tenzij burgemeester en wethouders
                                            anders bepalen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Achterwege laten van een periodieke salarisverhoging</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 10</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij onvoldoende functioneren van de ambtenaar
                                            -vastgesteld aan de hand van een
                                            personeelsbeoordelingssysteem- kunnen burgemeester en
                                            wethouders bepalen dat ten aanzien van hem
                                            salarisverhogingen, als bedoeld in<extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7">artikel 7</extref>, achterwege worden gelaten.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadien bepalen dat de
                                            salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste
                                            lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met
                                            terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend.</al></li><li nr="3."><al>Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid
                                            wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk
                                            geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging
                                            zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder
                                            vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben
                                            geleid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Salaris bij bevordering naar een hogere schaal</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 11</tussenkop><lijst><li nr="1,"><al>Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een
                                            salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt</al></li><li nr="a."><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde
                                            lid, onder a, van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                            Steenbergen 1997, het salaris in de nieuwe schaal
                                            vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven
                                            het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou
                                            hebben genoten;</al></li><li nr="b."><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde
                                            lid, onder b, van de CARAJWO-regeling gemeente
                                            Steenbergen 1997, het salaris in de nieuwe schaal
                                            vastgesteld op het eersthogere bedrag in die schaal,
                                            waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het
                                            nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar
                                            tenminste 75% be¬draagt van het verschil tussen het
                                            bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het
                                            naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het
                                            naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het
                                            salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het
                                            hoogste bedrag uit die schaal.</al></li><li nr="2,"><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7">artikel 7</extref> wordt het salaris in de nieuwe
                                            salaris schaal verhoogd tot een bedrag in die schaal,
                                            zodra en voor zoveel zulks nodig is om te bereiken dat
                                            het nieuwe salaris blijft uitgaan boven het salaris dat
                                            de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ill INSTRUMENTEN VAN FLEXIBELE BELONING</titel></kop><afdeling><kop><titel>Gratificatie</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 12</tussenkop><al>Indien een ambtenaar een bijzondere individuele prestatie heeft
                                    geleverd, kunnen burgemeester en wethouders hem een gratificatie
                                    als bedoeld in artikel 15:1:28 van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                    Steenbergen 1997 toekennen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Groepsgratificatie</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 13</tussenkop><al>Aan een groep ambtenaren die een bijzondere collectieve
                                    prestatie hebben geleverd, kunnen burgemeester en wethouders een
                                    groepsgratificatie toekennen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Tijdelijke persoonlijke toelage</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 14</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar die gedurende meerdere jaren uitstekend
                                            heeft gefunctioneerd -vastgesteld aan de hand van een
                                            personeelsbeoordelingssysteem- kan door burgemeester en
                                            wethouders een tijdelijke toelage worden toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde toelage bedraagt maximaal
                                            10 procent van het salaris van de betrokken ambtenaar
                                            gedurende een periode van maximaal twee jaar. De som van
                                            dat salaris en die toelage mag het hoogste bedrag van de
                                            naasthogere salarisschaal niet overschrijden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Persoonlijke toelage na bereiken maximum functionele
                                schaal</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 15</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem
                                            geldende schaal heeft bereikt, kan door burgemeester en
                                            wethouders, wanneer daartoe naar hun oordeel op grond
                                            van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver
                                            aanleiding bestaat -vastgesteld aan de hand van een
                                            personeelsbeoordelingssysteem- een persoonlijke toelage
                                            als bedoeld in artikel 3:7:8 van de CAR/UWO-regeling
                                            gemeente Steenbergen 1997 worden toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde toelage is niet hoger dan
                                            10 procent van het salaris van de betrokken ambtenaar,
                                            met dien verstande dat de som van dat salaris en die
                                            toelage het hoogste bedrag van de naasthogere
                                            salarisschaal niet overschrijdt.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken,
                                            indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet
                                            meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders
                                            van oordeel zijn dat er omstandigheden zijn om de
                                            toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Arbeidsmarkttoelage</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 16</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar kan door burgemeester en wethouders een
                                            toelage worden toegekend om redenen van werving of
                                            behoud.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend
                                            voor een tijdvak dat tevoren is vastgesteld met
                                            inachtneming van een maximum van drie jaar.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de toelage wordt vastgesteld op een
                                            percentage van het salaris van de ambtenaar dan wel op
                                            een vast bedrag, met dien verstande dat de som van dat
                                            salaris en die toelage het hoogste bedrag van de
                                            naasthogere schaal niet overschrijdt.</al></li><li nr="4."><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de
                                            ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum.
                                            Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is
                                            gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage
                                            als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden
                                            toegekend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Bindingspremie</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 17</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar kan door burgemeester en wethouders om
                                            redenen van werving of behoud een bindingspremie warden
                                            toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde premie wordt uitgekeerd
                                            aan het eind van een tijdvak dat tevoren is vastgesteld.
                                            Burgemeester en wethouders kunnen aan de toekenning
                                            nadere voorwaarden verbinden.</al></li><li nr="3."><al>Aan de ambtenaar die niet heeft kunnen voldoen aan de in
                                            het tweede lid bedoelde voorwaarden door een naar het
                                            oordeel van burgemeester en wethouders niet aan hemzelf
                                            te wijten oorzaak, kan de premie gedeeltelijk worden
                                            toegekend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Nadere regels instrumenten flexibele beloning</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 18</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent
                                    de toepassing en de hoogte van instrumenten flexibele beloning
                                    als bedoeld in de artikelen 12 tot en
                                        met 17.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Geen afbouwregeling flexibele beloning</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 19</tussenkop><al>Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als
                                    bedoeld in artikelen 12 tot en met
                                        17 wordt geen afbouwregeling toegepast.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>IV OVERIGE TOELAGEN EN VERGOEDINGEN</titel></kop><afdeling><kop><titel>Functioneringstoelage coördinatiemodule HR 21</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar voor wiens functie de coördinatiemodule van
                                        het functiewaarderingssysteem HR 21 van toepassing is
                                        verklaard, kan door burgemeester en wethouders een
                                        functioneringstoelage worden toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De functioneringstoelage bedraagt 10 procent van het salaris
                                        van de ambtenaar met dien verstande dat de som van dat
                                        salaris en die toelage nooit meer bedraagt dan het hoogste
                                        bedrag verbonden aan de salarisschaal welke als naasthogere
                                        geldt ten opzichte van de voor de ambtenaar geldende
                                        functieschaal.</al></li><li nr="3."><al>Indien en zodra het salaris van de ambtenaar uitstijgt boven
                                        het hoogste bedrag van de voor hem geldende functieschaal,
                                        wordt de toelage verminderd c.q. op nihil gesteld voorzoveel
                                        nodig is om te kunnen voldoen aan het bepaalde in lid
                                        2.</al></li><li nr="4."><al>De functioneringstoelage wordt ingetrokken/beëindigd indien
                                        de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer
                                        aanwezig zijn.</al></li><li nr="5."><al>De ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het
                                        intrekken/beëindigen van de functioneringstoelage, een
                                        blijvende verlaging ondergaat, komt in aanmerking voor een
                                        aflopende toelage om de teruggang in zijn bezoldiging minder
                                        abrupt te doen verlopen, indien: </al><lijst><li nr="-"><al>er sprake is van een beëindiging van de
                                                functioneringstoelage gelegen in factoren buiten
                                                eigen schuld of toedoen van de ambtenaar, en</al></li><li nr="-"><al>de ambtenaar de functioneringstoelage, direct
                                                voorafgaande aan het tijdstip van de beëindiging
                                                ervan, gedurende tenminste twee jaren zonder
                                                wezenlijke onderbreking heeft genoten. Onder
                                                wezenlijke onderbreking wordt hier verstaan een
                                                onderbreking anders dan door ziekte van langer dan
                                                twee maanden.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het vijfde lid is niet van toepassing indien voor de
                                        ambtenaar voorzieningen zijn getroffen in een sociaal plan
                                        danwel de beëindiging van de toelage is te wijten aan zijn
                                        disfunctioneren.</al></li><li nr="7."><al>De berekeningsbasis voor de afbouwtoelage is het bedrag aan
                                        functioneringstoelage dat de ambtenaar over de twaalf
                                        kalendermaanden direct voorafgaande aan de beëindiging c.q.
                                        vermindering gemiddeld per maand heeft genoten.</al></li><li nr="8."><al>De duur van de afbouwtoelage is gelijk aan één vierde
                                        gedeelte van de tijd, gedurende welke de
                                        functioneringstoelage zonder wezenlijke onderbreking is
                                        genoten. Bij het berekenen van het aantal maanden vindt een
                                        afronding plaats naar boven op een geheel aantal maanden. De
                                        afbouwperiode wordt in drie gelijke delen gesplitst, waarbij
                                        het eerste en eventueel het tweede deel naar boven wordt
                                        afgerond, met dien verstande dat het totaal aantal maanden
                                        niet meer mag bedragen dan de duur van de gehele
                                        afbouwperiode.</al></li><li nr="9."><al>De afbouwtoelage begint op het tijdstip van vorenbedoelde
                                        beëindiging met dien verstande, dat indien deze beëindiging
                                        niet plaatsvindt op de eerste van een maand, het tijdstip
                                        van aanvang van de afbouwperiode wordt bepaald op de eerste
                                        dag van de volgende maand.</al></li><li nr="10."><al>De afbouwtoelage bedraagt tijdens in het zevende lid
                                        bedoelde drie delen van de afbouwperiode respectievelijk 75
                                        %, 50 % en 25 % van de berekeningsbasis.</al></li><li nr="11."><al>Indien en zodra de ambtenaar wordt ingedeeld in een hogere
                                        salarisschaal wordt de afbouwtoelage geïncorporeerd.</al></li><li nr="12."><al>Indien en zodra de bezoldiging van de ambtenaar verhoogd
                                        wordt als gevolg van een nieuw toegekende toelage wordt de
                                        afbouwtoelage verminderd met het bedrag van de nieuwe
                                        toegekende toelage. Een waarnemingstoelage wordt toegekend
                                        conform hetgeen is geregeld in artikel 3:1:2 van de
                                        CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Waarnemingstoelage</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><structuurtekst><al>Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld
                                in artikel 3:1:2 van de CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen
                                1997.</al><tussenkop> Declaraties overwerk en buitendagvenstervergoeding</tussenkop><tussenkop> Artikel 21a</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het declareren van de overwerkvergoeding- of de
                                            buitendagvenstervergoeding als bedoeld in artikel 3:8
                                            CAR/UWO geschiedt op een door het bevoegd gezag
                                            voorgeschreven wijze.</al></li><li nr="2."><al>De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de
                                            betrokkene de declaratie niet indient binnen drie
                                            maanden na de maand waarop de declaratie betrekking
                                            heeft.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Overwerkvergoeding</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 22</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met
                                            een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 van
                                            bijlage Ila wordt ingeval van overwerk een
                                            overwerkvergoeding toegekend conform hetgeen is geregeld
                                            in artikel 3:2 en 3:2:1 van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                            Steenbergen 1997.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een
                                            maximumsalaris dat gelijk is aan of hoger is dan het
                                            maximumsalaris van schaal 11 van bijlage Ila heeft geen
                                            aanspraak op de in het eerste lid bedoelde
                                            overwerkvergoeding.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Toelage voor onregelmatige dienst</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 23</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met
                                            een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 en voor
                                            wie werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel
                                            3:3 van de CAR, wordt door burgemeester en wethouders
                                            een toelage toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde toelage bedraagt per
                                            gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar
                                            geldende salaris per uur. Dit percentage bedraagt: </al><lijst><li nr="-"><al>20 voor de uren op maandag tot en met vrijdag
                                                  tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;</al></li><li nr="-"><al>40 voor de uren op maandag tot en met vrijdag
                                                  tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;</al></li><li nr="-"><al>45 voor de uren op zaterdag;</al></li><li nr="-"><al>65 voor de uren op zon- en feestdagen genoemd in
                                                  artikel 4:1:1, derde lid van de CAR, met dien
                                                  verstande dat genoemde percentages worden berekend
                                                  over ten hoogste het salaris per uur, dat is
                                                  afgeleid van het maximumsalaris van schaal 6 van
                                                  bijlage Ila van de CAR.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders
                                            een regeling treffen, welke het bepaalde in dit artikel
                                            aanvult of daarvan afwijkt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst
                                (consignatie)</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 24</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met
                                            een lager maximumsalaris dan dat van schaal 9 van
                                            bijlage Ila en die buiten de werktijdenregeling als
                                            bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 van de CAR/UWO-regeling
                                            gemeente Steenbergen 1997 ingevolge een schriftelijke
                                            aanwijzing van burgemeester en wethouders zich
                                            regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden
                                            teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een
                                            toelage toegekend.</al></li><li nr="2."><al>De toelage bedraagt per uur van bereikbaarheid en
                                            beschikbaarheid een percentage van het salaris per uur,
                                            dat is afgeleid van het maximumsalaris van schaal 6 van
                                            bijlage lla en wel: </al><lijst><li nr="a."><al>5% voor de uren op maandag tot en met
                                                  vrijdag;</al></li><li nr="b."><al>10% voor de uren op zaterdag en zondag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen
                                            die het bepaalde onder 1 en 2 aanvult of daarvan
                                            afwijkt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Afbouwtoelage onregelmatige dienst en consignatiedienst</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 25</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het
                                            buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een
                                            toelage als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22">artikelen 22</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23">23</extref> een blijvende verlaging ondergaat,
                                            wordt door burgemeester en wethouders een aflopende
                                            toelage toegekend, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van
                                                  de som van het salaris en de toelage bedoeld in de
                                                  artikelen 22 en 23;</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaar de toelage als bedoeld in de
                                                  <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22">artikelen 22</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23">23</extref> direct voorafgaande aan het tijdstip
                                                  van vorenbedoelde beëindiging of vermindering
                                                  ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder
                                                  wezenlijke onderbreking heeft genoten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt
                                            aan de ambtenaar van 55 jaar of ouder, wiens
                                            bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen
                                            beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in
                                            de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22">artikelen 22</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23">23</extref>, een blijvende verlaging ondergaat, een
                                            blijvende toelage toegekend, indien de ambtenaar de
                                            toelage als bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22">artikelen 22</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23">23</extref> direct voorafgaande aan het tijdstip
                                            van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan,
                                            gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke
                                            onderbreking heeft genoten.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat,
                                            wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en
                                            hij, onmiddellijk voor de aanvang van die toelage,
                                            gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke
                                            onderbreking een toelage als bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22">artikelen 22</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23">23</extref> heeft genoten, over in een blijvende
                                            toelage als bedoeld in het vorige lid.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder
                                            wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van
                                            langer dan twee maanden.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders nemen voor de toepassing van
                                            dit artikel de nadere regels in acht, welke door de
                                            Minister van Binnenlandse Zaken zijn of worden gesteld
                                            voor de toepassing van een dienovereenkomstige bepaling
                                            in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bezoldigingsbesluit%20Burgerlijke%20Rijksambtenaren%201984">Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren
                                                1984</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Inconveniëntentoelage</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 26</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast voor het
                                    toekennen van een toelage voor het in dienstopdracht verrichten
                                    van zware onaangename en/of gevaarlijke arbeid.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Referte-tijdvak</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 27</tussenkop><al>Onverminderd hetgeen bij of krachtens de wet geregeld is met
                                    betrekking tot de loondoorbetaling bij ziekte, worden, voor de
                                    toepassing van het bepaalde in hoofdstuk 7 van de
                                    CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997 inzake het recht van
                                    de ambtenaar op doorbetaling van de bezoldiging, de toelagen als
                                    bedoeld in de artikelen 22 en
                                        23 van deze
                                    bezoldigingsverordening slechts geacht te behoren tot de
                                    bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de
                                    twaalf kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de
                                    verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan,
                                    gemiddeld per maand aan die toelage is toegekend c.q.
                                    uitbetaald. Voorzover de ambtenaar op evenbedoelde datum minder
                                    dan twaalf kalendermaanden zijn betrekking heeft vervuld wordt
                                    gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend
                                    c.q. uitbetaald over het tijdvak waarin hij voor het ontstaan
                                    van de verhindering in dienst is geweest, tenzij dit tijdvak
                                    geen adequate maatstaf is voor het bepalen van de gemiddelde
                                    bezoldiging per maand over een kalenderjaar gezien.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Overige tegemoetkomingen en onkostenvergoedingen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 28</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor
                                    de navolgende tegemoetkomingen en onkostenvergoedingen:</al><lijst><li nr="a."><al>EHBO-vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>schoeiselvergoeding;</al></li><li nr="c."><al>vergoeding stembureau;</al></li><li nr="d."><al>telefoonvergoeding;</al></li><li nr="e."><al>vergoeding wassen handdoeken e.d.;</al></li><li nr="f."><al>tegemoetkoming woon-/werkverkeer.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>V OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><afdeling><kop><titel>Onvoorziene/bijzondere gevallen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 29</tussenkop><al>In die gevallen waarin deze verordening niet, niet geheel of
                                    niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en
                                    wethouders een bijzondere regeling.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 30</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar, die met toepassing van de
                                            bezoldigingsverordeningen van de gemeenten Dinteloord en
                                            Prinsenland, Nieuw-Vossemeer en Steenbergen zoals deze
                                            luidden voor 1 januari 1997, een vergoeding of toelage
                                            ontving, niet zijnde een onkostenvergoeding, en op grond
                                            van deze verordening niet opnieuw recht heeft op een
                                            dergelijke toelage of vergoeding, ontvangt een
                                            garantietoelage overeenkomende met het bedrag van deze
                                            vergoeding of toelage.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid
                                            ingedeeld wordt in een hogere salarisschaal wordt de
                                            bedoelde garantietoelage geïncorporeerd.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ambtenaar ingevolge deze verordening recht
                                            heeft op een andere toelage als bedoeld in het eerste
                                            lid, wordt de toegekende garantietoelage verminderd met
                                            het bedrag van de nieuw toegekende toelage.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 31</tussenkop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                    'Bezoldigingsverordening 2001 gemeente Steenbergen'.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 32</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                            januari 2001.</al></li><li nr="2."><al>De Bezoldigingsregeling 1997 gemeente Steenbergen, zoals
                                            vastgesteld in de raadsvergadering van 29 januari 1998,
                                            agendanummer 10, en zoals sindsdien gewijzigd, wordt
                                            ingetrokken.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 28 februari 2002</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op de Bezoldigingsverorden ng gemeente
                        Steenbergen 2001.</vet></al><al>Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting op de bezoldigingsverordening,
                    voorzover de tekst van de artikelen niet voor zichzelf spreekt.</al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Voor de begripsomschrijvingen is omwille van de uniformiteit en duidelijkheid
                    zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de gemeentelijke CAR/UWO-regeling.</al><al>Aan de begripsomschrijving salaris in onderdeel b is ten opzichte van de oude
                    regeling toegevoegd de zinsnede "onverminderd het bepaalde in artikel 4a:3 van
                    de CAR/UWO", teneinde mogelijk te maken dat het salaris verlaagd wordt voor
                    eventuele uitruilmogelijkheden in het kader van het cafetariamodel, bijvoorbeeld
                    een tijdelijke verlaging van het salaris in het kader van een PC-privé-regeling
                    of een fietsplan.</al><al>In onderdeel d heeft de schaal zoals opgenomen in bijlage II betrekking op de
                    oude salarisstructuur. Momenteel is nog één medewerker ingeschaald volgens de
                    salaristabel van de oude salarisstructuur. Om die reden dient hiervoor nog een
                    regeling te worden opgenomen. De schaal zoals opgenomen in bijlage Ila heeft
                    betrekking op de nieuwe salarisstructuur.</al><al>Salarisanciënniteit zoals omschreven in onderdeel f wordt in de salaristabellen
                    ook wel aangeduid als periodiek. Omdat het gebruikelijk is in aanstellingsaktes
                    het salaris te vermelden op basis van schaal en salarisanciënniteit is in deze
                    bezoldigingsverordening ook uitgegaan van de aanduiding
                    salarisanciënniteit.</al><al>In onderdeel h wordt voor het begrip bezoldiging eenvoudigheidshalve verwezen
                    naar artikel 3:1 van de gemeentelijke CAR/UWO-regeling. Hierin wordt bezoldiging
                    gedefinieerd als:"het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de
                    ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen -niet zijnde onkostenvergoedingen-
                    als omschreven in de in het eerste lid bedoelde regeling, alsmede het bedrag van
                    de functioneringstoelage en de waarnemingstoelage". Met de in het eerste lid
                    bedoelde regeling wordt dus bedoeld de onderhavige bezoldigingsverordening. De
                    functioneringstoelage verwijst naar de in artikel 3:7:8 van de CAR/UWO geregelde
                    persoonlijke toelage. Op grond van deze begripsomschrijving worden alle toelagen
                    van de hoofdstukken III en IV tot de bezoldiging gerekend. Dan blijven nog over
                    de gratificatie (artikel 12), de
                    groepsgratificatie (artikel 13), de
                    bindingspremie (artikel 17) en de
                    overwerkvergoeding (artikel 21), die een
                    incidenteel karakter dragen. Deze vallen niet onder het begrip bezoldiging.</al><al><vet>Artikelen 2 tot en met 4</vet></al><al>Dit zijn artikelen van administratief-technische aard.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Er is bewust voor gekozen om te verwijzen naar de bijlagen II en Ila van de
                    gemeentelijke CAR/UWO-regeling en niet naar bijlagen toegevoegd aan de
                    bezoldigingsverordening. Het voordeel is dat als de bijlagen II en Ila wijzigen,
                    dit automatisch wordt meegenomen voor de bezoldigingsverordening. Als in de
                    gemeente geen medewerkers meer zijn ingeschaald volgens de salaristabel van de
                    oude structuur (bijlage II), dan dient deze bepaling te worden gewijzigd. Dit
                    zal het geval zijn per 1 januari 2002. Voor wat betreft de toepassing van
                    bijlagen II en Ila is volstaan met een verwijzing naar artikel 3:1, derde tot en
                    met vijfde lid, van de gemeentelijke CAR/UWO¬regeling. Er kan ook voor gekozen
                    worden om de tekst van voornoemde artikelleden te verwerken in de
                    bezoldigingsverordening. Omdat een en ander toch een aflopende zaak is, wordt
                    zulks niet nodig geacht.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>De nadere regels met betrekking tot de uitvoering van een
                    functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode zijn vastgelegd in
                    de Procedureregeling functiebeschrijving en –waardering gemeente Steenbergen.
                    Als methode geldt het functiewaarderingssysteem HR21.</al><al>In artikel 3:1, eerste lid, van de CAR/UWO is bepaald dat de ambtenaar een
                    bezoldiging wordt toegekend binnen het kader van een afzonderlijk vast te
                    stellen bezoldigingsverordening. In artikel 3:1:1, eerste lid, van de CAR/UWO
                    worden vervolgens een aantal criteria en gezichtspunten aangeduid die van
                    invloed kunnen zijn bij de bepaling van de bezoldiging van de individuele
                    medewerker. Deze criteria en gezichtspunten zijn: aard van de betrekking, wijze
                    waarop de functie wordt vervuld, bekwaamheid en geschiktheid van de medewerker
                    in het belang van de dienst voor werkzaamheden die niet tot zijn eigenlijke
                    betrekking behoren, leeftijd en dienstjaren en andere van belang zijnde
                    omstandigheden. Met name het criterium "de aard van de betrekking" (ofwel het
                    geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten) is de basis
                    voor het vaststellen van de bezoldiging. Dit geschiedt door middel van
                    functiewaardering. De vertaling van de waardering in een daarbij behorende
                    salarisschaal, de zogenoemde functieschaal, geschiedt met behulp van een
                    conversietabel. Op grond van eerdergenoemd artikel 3:1:1 kunnen ook andere
                    elementen meegewogen worden bij de vaststelling van de bezoldiging van de
                    individuele medewerker zoals bijvoorbeeld de wijze van functievervulling.</al><al>In artikel 6 van de bezoldigingsverordening
                    ligt verankerd dat de voor de betrekking, middels een systeem van
                    functiewaardering, vastgestelde functieschaal het uitgangspunt is voor de
                    bepaling van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal. De toegevoegde
                    zinsnede "tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet" duidt er
                    evenwel op, dat ter zake ook andere factoren in aanmerking kunnen worden
                    genomen. Bijvoorbeeld is het toegestaan een aanloopschaal te hanteren wanneer
                    een medewerker nog niet aan alle functie-vereisten voldoet (opleiding,
                    ervaringsjaren, volledige functievervulling etc.). Uit de jurisprudentie blijkt
                    dat als de vorenbedoelde toevoeging ontbreekt, dit ertoe kan leiden dat de
                    medewerker recht heeft op de functionele bezoldiging ook al geeft zijn
                    functioneren daartoe nog geen aanleiding. De Centrale Raad van beroep staat op
                    het standpunt dat een ambtenaar in principe behoort te worden ingepast in de bij
                    zijn functie behorende salarisschaal. Alleen indien er van een duidelijk nog
                    niet voldoende functioneren sprake is kan daarvan worden afgeweken. Deze
                    mogelijkheid moet dan wel uitdrukkelijk in de betrokken rechtspositieregeling
                    vastliggen.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>In navolging van de bestaande regeling is gekozen voor een tweetal ingangsdata
                    van de jaarlijkse periodieke verhoging, te weten 1 januari en 1 juli. Er zou ook
                    voor gekozen kunnen worden om de ingangsdatum van aanstelling of bevordering
                    naar een hogere salarisschaal als vertrekpunt te nemen voor de jaarlijkse
                    periodieke verhoging. Omdat zulks in veel gevallen een verslechtering van de
                    rechtspositie zal inhouden dient dan ter waarborging van bestaande rechten een
                    overgangsregeling te worden getroffen.</al><al>In samenhang met de artikelen 9 en 10 dient een gradatie in functioneren te worden
                    aangegeven. Ter zake zijn verschillende terminologieën denkbaar. Bruikbare
                    alternatieven zijn: "naar behoren functioneren", "voldoende functioneren", "bij
                    voldoende bekwaamheid, geschiktheid en ijver", gemiddeld functioneren". Het gaat
                    er maar om een rangorde aan te brengen in de wijze van functioneren.</al><al>Als criterium voor het in aanmerking komen voor de jaarlijkse periodieke
                    verhoging is gekozen voor de term "naar behoren functioneren" waarbij bewust
                    geen link is gelegd naar het personeelsbeoordelingssysteem. Hierbij is in
                    ogenschouw genomen dat als algemeen uitgangspunt van het gemeentelijk loongebouw
                    geldt dat het salaris binnen een salarisschaal jaarlijks verhoogd wordt op basis
                    van diensttijd (opgedane ervaring) totdat het maximum van die schaal bereikt is.
                    Dit verklaart ook de imperatieve redactie van dit artikel: "de ambtenaar wordt
                    toegekend...". Wanneer een ambtenaar geen aanmerkingen of kritiek te horen
                    krijgt ten aanzien van zijn functioneren mag hij er van uit gaan dat hij naar
                    behoren functioneert, althans volgens de eisen en verwachtingen die de
                    organisatie c.q. leidinggevenden aan zijn functioneren stellen. Om dit nog eens
                    expliciet bevestigd te zien middels een formele personeelsbeoordeling is weinig
                    zinvol. Overigens zou dit een dusdanig zware administratieve last met zich
                    meebrengen, dat het praktisch onuitvoerbaar zou zijn. Wanneer een ambtenaar
                    zodanig onvoldoende of slecht functioneert dat er redenen aanwezig worden geacht
                    om hem de jaarlijkse periodieke verhouding te onthouden, zal wel de weg van de
                    formele personeelsbeoordeling gevolgd moeten worden (zie artikel 9). Blijft dit achterwege dan mag de ambtenaar
                    veronderstellen dat hij naar behoren functioneert en zijn salaris jaarlijks
                    verhoogd wordt voorzover hij nog periodieke verhogingen tegoed heeft in zijn
                    salarisschaal. Feitelijk geldt hier: "geen bericht is goed bericht".</al><al>Omdat op er dit moment geen ambtenaren meer zijn die bezoldigd worden volgens
                    een salarisschaal in de oude structuur waaraan zogenoemde uitloopperiodieken
                    verbonden zijn, behoeft in de thans voorliggende bezoldigingsverordening geen
                    regeling meer te worden getroffen voor de diensttijduitlopen.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Voorheen was in de CAR/UWO geregeld dat ziekte niet van invloed is op de
                    ingangsdatum van de periodieke salarisverhogingen. In artikel 7:22:4 is thans
                    vermeld dat het onderwerp salarisverhogingen tijdens ziekte in een lokale
                    regeling nader dient te worden uitgewerkt. De huidige redactie is conform de
                    vervallen bepaling in de CAR/UWO. Er mag evenwel ook een andere invulling aan
                    dit artikel worden gegeven. Bijvoorbeeld opschorting van de ingangsdatum
                    periodieke salarisverhoging bij afwezigheid wegens ziekte voor langere duur
                    (tijdsduur en criteria aangeven), hetgeen in voorkomende gevallen als extra
                    prikkel kan worden gezien voor de ambtenaar om zo snel mogelijk het werk te
                    hervatten, mits medisch verantwoord uiteraard (oordeel bedrijfsarts).</al><al><vet>Artikelen 9 en 10</vet></al><al>In tegenstelling tot het imperatief geredigeerde artikel 7 inzake de jaarlijkse periodieke verhoging, gaat het hier
                    om een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag: burgemeester en
                    wethouders kunnen toekennen ... c.q. kunnen achterwege laten...". In casu gaat
                    het om afwijkingen van de algemene regel c.q. de algemene beleidslijn. Dit
                    behoeft een goede onderbouwing. Vandaar is als eis gesteld dat een en ander
                    gebaseerd is op een personeelsbeoordeling welke is opgesteld aan de hand van een
                    beoordelingssysteem. In voorkomende gevallen dient alsdan de procedure ingevolge
                    en overeenkomstig de Regeling personeelsbeoordeling gemeente Steenbergen te
                    worden toegepast.</al><al>De beslissingsbevoegdheid ligt bij burgemeester en wethouders. Sinds de derde
                    tranche van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> is delegatie van een dergelijke
                    beslissingsbevoegdheid aan hoofden van dienst (geen bestuursorgaan) niet meer
                    mogelijk. Mandaat -het in naam van burgemeester en wethouders beslissen- kan
                    wel. Een mandaatbesluit dient schriftelijk te worden vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>In dit artikel wordt de bevorderingssystematiek geregeld. Het eerste lid onder b
                    geeft de aanvullende regels voor de nieuwe salarisstructuur weer (zie ook
                    LOGA-brief d.d. 20 december 1995, nummer Lbr. 95/259). Binnen de nieuwe
                    salarisstructuur wordt de ambtenaar, bij overgang naar een hogere schaal,
                    ingeschaald op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. Echter, in het geval
                    dat het verschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder
                    bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het bedrag dat de ambtenaar aan
                    salaris zou hebben ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan naar de nieuwe
                    schaal, maar in zijn oude schaal een periodieke verhoging zou hebben gekregen,
                    en het bedrag van zijn oude salaris, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal
                    ingeschaald op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag.</al><al>Deze bepaling dient met ingang van 1 januari 2002 te worden aangepast omdat er
                    in de gemeente geen medewerkers meer zijn ingeschaald volgens de salaristabel
                    van de oude structuur (bijlage II).</al><al><vet>III INSTRUMENTEN VAN FLEXIBELE BELONING</vet></al><al>De artikelen 12 tot en met 17 bevatten
                    instrumenten van flexibele beloning, te weten: de gratificatie, de
                    groepsgratificatie, de tijdelijke persoonlijke toelage, de persoonlijke toelage
                    bovenop het maximum salaris (ofwel de functioneringstoelage, tijdelijk dan wel
                    structureel), de arbeidsmarkttoelage en de bindingspremie . Al deze instrumenten
                    hebben als kenmerk dat hiermee op flexibele wijze kan worden gedifferentieerd in
                    beloning. De flexibiliteit zit in het tijdelijk karakter van deze
                    instrumenten.</al><al>Dit in tegenstelling tot het toekennen van extra periodieken, dat een
                    structureel karakter heeft. Hoe flexibel deze instrumenten worden toegepast,
                    hangt uiteraard af van het lokale beleid ten aanzien van flexibel belonen. Ook
                    zijn andere, minder flexibele beloningsinstrumenten denkbaar, zoals vaste
                    toelagen. Een nadeel van vaste toelagen is -naast de kosten die dit structureel
                    met zich meebrengt- dat de prikkel die van de toelage uit zou moeten gaan
                    vermindert, zo niet verdwijnt.</al><al>Er kan voor gekozen worden om een (groot) deel van de genoemde instrumenten van
                    flexibele beloning niet op te nemen in de bezoldigingsverordening, bijvoorbeeld
                    omdat de beloningsinstrumenten elders zijn c.q. worden geregeld (zoals een door
                    de gemeenteraad vastgestelde regeling/beleidsnota flexibele beloning) of geheel
                    niet worden toegepast en daartoe ook geen behoefte zal bestaan. Dit heeft niet
                    de voorkeur zoals hierna zal worden toegelicht.</al><al>Door opneming van deze instrumenten in de bezoldigingsverordening bestaat een
                    overzichtelijk geheel van maatregelen die op de hoogte van de hierin geregelde
                    bezoldiging voor de ambtenaar van invloed kunnen zijn. Nadrukkelijk zij vermeld
                    dat opneming van deze artikelen niet betekent dat men ook daadwerkelijk
                    aanspraak kan maken op deze voorzieningen. Men kan een dergelijke voorziening
                    nimmer claimen. Of de instrumenten daadwerkelijk toege¬past zullen worden is een
                    beleidskwestie. In casu betreft het een discretionaire bevoegdheid:
                    "burgemeester en wethouders kunnen toekennen...". Met opneming van deze
                    artikelen is beoogd een juridisch kader te scheppen waarbinnen burgemeester en
                    wethouders nader beleid kunnen ontwikkelen om daaraan vervolgens in de praktijk
                    uitvoering aan te (doen) geven. In ieder geval zullen, in overleg met GO en OR,
                    de uitvoeringsaspecten zoals duur, hoogte en criteria nader uitgewerkt moeten
                    worden in een nadere regeling/beleidsnotitie.</al><al>Voor wat betreft de hoogte van de vergoedingen zij vermeld dat burgemeester en
                    wethouders hierin een ruime mate van beleidsvrijheid hebben. Met het oog op het
                    hoger toezicht dient hierbij in ogenschouw te worden genomen, dat een en ander
                    niet mag leiden tot aanspraken die in de overheidsverhoudingen als excessief
                    moeten worden aangemerkt. In het belang van een evenwichtige beloningsstructuur
                    verdient het in het algemeen geen aanbeveling dat het salaris volgens
                    schaal¬bedrag + toelage in het kader van beloningsdifferentiatie uitstijgt boven
                    het maximum van de naasthogere schaal. Als zodanig is dit beginsel vastgelegd in
                    de artikel 14, 15 en 16. Er kan eventueel ook
                    voor gekozen te worden om in de bezoldigingsverordening helemaal geen kaders aan
                    te geven voor wat betreft maximale duur en hoogte der toelagen, doch hiervoor
                    met toepassing van artikel 18 een nadere
                    regeling te ontwerpen.</al><al>De artikelen 12 ten met 15 zien met name op
                    instrumenten die verband houden met de relatie tussen beloning en de wijze van
                    functioneren. De artikelen 16 en 17 zien op instrumenten die primair verband
                    houden met de relatie tussen beloning en arbeidsmarktproblematiek. Cumulatie van
                    instrumenten is in beginsel mogelijk. De artikelen 12
                        t/m 15 enerzijds en deartikelen
                        16 en 17 anderzijds dienen
                    namelijk een verschillend doel, zodat het goed mogelijk is aan een individuele
                    ambtenaar beide vormen van beloningsdifferentiatie toe te kennen. Het betreft
                    dan een ambtenaar die bijzonder goed functioneert en tegelijkertijd schaars is
                    op de arbeidsmarkt waardoor een mogelijk vertrek dreigt.</al><al>Net als bij de artikelen 7, 9 en 10 zijn
                    voor de gebruikte terminologie in de artikelen 12 tot
                        en met 15 alternatieven denkbaar. Zo wordt in artikel 12 gesproken van een bijzondere
                    individuele prestatie. Denkbare alternatieven zijn: "buitengewone toewijding of
                    bijzonder loffelijke functievervulling", "buitengewone bekwaamheid, geschiktheid
                    en ijver", "uitstekend functioneren" etc.</al><al>Hierna zal artikelsgewijs nader commentaar worden gegeven:</al><al><vet>Artikel 12 en 13</vet></al><al>Van de flexibele beloningsinstrumenten hebben de gratificatie en
                    groepsgratificatie het meest incidentele karakter. Veelal betreft het situaties
                    waarin sprake is van het leveren van een extra inspanning van tijdelijke aard en
                    redelijke omvang. Hiervoor is geen personeelsbeoordeling vereist. Deze
                    instrumenten hebben het meeste effect indien ze meteen na de prestatie toegepast
                    worden en de situatie nog voor iedereen herkenbaar is.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Dit artikel ziet op de mogelijkheid om een ambtenaar bij bovengemiddeld
                    functioneren gedurende een langere periode een tijdelijke toeslag toe te kennen.
                    Een en ander dient te steunen op een objectieve personeelsbeoordeling.
                    Toekenning is een discretionaire bevoegdheid van burgemeester en wethouders,
                    d.w.z. dat er beleidsvrijheid bestaat. Uiteraard dient hierbij de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> en de algemene beginselen van
                    behoorlijk bestuur in acht te worden genomen en mag toekenning niet willekeurig
                    geschieden. Ter invulling van vorenbedoeld beleid zal in een nadere
                    regeling/notitie uitgewerkt moeten worden wanneer er aanleiding is een
                    dergelijke toeslag toe te kennen waarbij logischerwijs een link wordt gelegd
                    naar de verkregen beoordelingsresultaten (kwalificatie, frequentie) middels
                    toepassing van het personeelsbeoordelingssysteem.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>Ingevolge artikel 3:7:8 van de CAR/UWO-regeling kan de ambtenaar die het maximum
                    van zijn functieschaal bereikt heeft, een persoonlijke toelage toegekend worden
                    (ook wel functioneringstoelage genoemd). Deze toelage is nader uitgewerkt in het
                    onderhavige artikel 15 van de
                    bezoldigingsverordening. Toekenning van deze toelage dient te steunen op een
                    objectieve personeelsbeoordeling. In een nadere regeling zal uitgewerkt moeten
                    worden welke criteria gelden om voor een dergelijke toelage in aanmerking te
                    komen waarbij in samenhang met de toepassing van de artikelen 9, 10 en 14 een link wordt gelegd naar de verkregen
                    beoordelingsresultaten middels toepassing van het personeelsbeoordelingssysteem.
                    Tevens zullen nadere criteria ontwikkeld moeten worden voor de duur van de
                    toelage.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Dit artikel geeft de mogelijkheid om differentiatie in beloning toe te passen op
                    grond van arbeidsmarktknelpunten door middel van toekenning van een zogenoemde
                    arbeidsmarkttoelage.</al><al>In de bezoldigingsverordening is in ieder geval het karakter van dit instrument
                    geregeld: een tijdelijke toelage voor maximaal drie jaren bestaande uit een vast
                    percentage van het salaris van de ambtenaar. Als plafond is aangegeven dat
                    salaris + deze toelage niet uitstijgen boven het maximum van de naasthogere
                    schaal. Uitgangspunt is dat de toelage maandelijks uitbetaald wordt en valt
                    onder de begripsomschrijving bezoldiging. Bij ziekte vindt doorbetaling plaats
                    voorzolang de toekenningstermijn (nog) niet verstreken is. Er kan ook gekozen
                    worden voor een andere opzet, mits deze binnen redelijke grenzen blijft.</al><al>Voor de toepassing van dit instrument dienen goede beleidsregels geformuleerd te
                    worden. Hierbij kan een link worden gelegd naar de jaarlijkse Trendnota
                    Arbeidszaken Overheid van de minister van Binnenlandse zaken waarin een
                    samenhangend beeld wordt geschetst van ontwikkelingen op het terrein van de
                    arbeidsvoorwaarden in de collectieve sector in het algemeen en in de
                    overheidssectoren in het bijzonder. Daarnaast dient uiteraard te worden
                    ingespeeld op de specifiek plaatselijke situatie. Als lokaal criterium kan
                    bijvoorbeeld gelden dat voor een functie minimaal tweemaal een oproep geplaatst
                    moet zijn geweest, waarbij men er niet in slaagt op "normale wijze" te werven,
                    voordat tot toekenning van een dergelijke toelage kan worden overgegaan. Een en
                    ander dient in een nadere regeling/notitie te worden uitgewerkt. Als minimale
                    voorwaarde geldt dat omtrent het voornemen tot concrete toepassing van artikel 16 (en artikel
                        17) overleg gevoerd wordt met de ondernemingsraad. Bij de eventuele
                    toekenning van een arbeidsmarkttoelage aan nieuw personeel (werving) dient te
                    allen tijde een afweging te worden gemaakt ten opzichte van het zittende
                    personeel (behoud).</al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Ook de bindingspremie is een instrument om te differentiëren in beloning op
                    basis van arbeidsmarktknelpunten. Essentieel verschil met de arbeidsmarkttoelage
                    is dat het hier niet gaat om een maandelijkse toelage, maar om een premie die na
                    afloop van een afgesproken tijdvak, dus achteraf, betaald wordt.</al><al>In tegenstelling tot de arbeidsmarkttoelage maakt de bindingspremie geen deel
                    uit van de bezoldiging. Zo zullen vooraf ook goede afspraken gemaakt moeten
                    worden over de premie-aanspraken ingeval van ziekte.</al><al>Voor de toepassing van de bindingspremie dienen zoveel mogelijk in samenhang met
                    de arbeidsmarkttoelage als bedoeld in artikel
                        16 goede beleidsregels geformuleerd te worden. Als algemeen
                    uitgangspunt voor de toepassing van deze instrumenten geldt in ieder geval:</al><lijst><li nr=""><al>- schaarste op de arbeidsmarkt;</al></li><li nr=""><al>- gevaar van vertrek in combinatie met goed functioneren.</al></li></lijst><al>Evenals bij toepassing van artikel 16 geldt
                    dat omtrent het voornemen tot concrete toepassing van artikel 17 overleg gevoerd moet worden met de ondernemingsraad.
                    Bij de eventuele toekenning van een bindingspremie aan nieuw personeel (werving)
                    dient te allen tijde een afweging te worden gemaakt ten opzichte van het
                    zittende personeel (behoud).</al><al><vet>Artikel 18</vet></al><al>Artikel 18 bevat feitelijk de opdracht aan
                    burgemeester en wethouders om het flexibel beloningsbeleid uit te werken in een
                    nadere regeling of beleidsnotitie voordat beslissingen kunnen worden genomen op
                    individuele basis. Met name zal hierbij ook aandacht besteed moeten worden aan
                    de conversie van de resultaten van de vastgestelde personeelsbeoordelingen
                    ingevolge de Regeling personeelsbeoordeling gemeente Steenbergen naar
                    belonings-differentiatie, m.a.w. de vertaling van de verkregen
                    beoordelingskwalificaties naar de toepassing van de flexibele
                    beloningsinstrumenten. Met betrekking tot de toekenning van de
                    arbeidsmarkttoelage (artikel 16) en de
                    bindingspremie (artikel 17) zullen in ieder
                    geval nadere toetsingscriteria ontwikkeld moeten worden.</al><al><vet>Artikel 19</vet></al><al>Artikel 19 regelt dat bij beëindiging van
                    (een van) de instrumenten van flexibele beloning geen afbouwregeling wordt
                    toegepast. Een afbouwtoelage zou niet passen bij het karakter van deze
                    beloningsvormen.</al><al><vet>Artikel 20</vet></al><al>Per 1 januari 2013 is het nieuwe functiewaarderingssysteem HR21 van kracht.</al><al>In tegenstelling tot het tot 1 januari 2013 toegepaste functiewaarderingssysteem
                    GFS maken coördinerende taken in HR 21 geen deel uit van de functiebeschrijving
                    en</al><al>-waardering. HR 21 biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen de module
                    coördinatie toe te voegen. Lokaal dient hiervoor dan een beloning te worden
                    vastgesteld. De module coördinatie HR21 maakt onderdeel uit van het vastgesteld
                    functieboek gemeente Steenbergen 2013.</al><al>De module coördinatie kent evenals de normfuncties binnen HR 21 een
                    standaardbeschrijving. Voor toepassing verklaring van deze module is vereist dat
                    de desbetreffende ambtenaar minimaal 5 medewerkers aanstuurt overeenkomstig de
                    gegeven taakbeschrijving</al><al>Met de in dit artikel opgenomen functioneringstoelage wordt de beloning geregeld
                    voor de ambtenaren op wiens functie de coördinatiemodule HR21 van toepassing is
                    verklaard en aldus de navolgende coördineerde taak heeft voor minimaal vijf
                    medewerkers:</al><lijst><li nr="-"><al>plannen en verdelen van de werkzaamheden en verzorgen van de
                            afstemming;</al></li><li nr="-"><al>bewaken, borgen en toetsen voortgang, kwaliteit en kwantiteit van de
                            werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>optreden als vraagbaak en klankbord voor de medewerkers;</al></li><li nr="-"><al>verzorgen van de vakinhoudelijke ondersteuning en begeleiding van de
                            medewerkers bij de uitvoering van de werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>fungeren als informant bij gesprekken in het kader van de jaarlijkse
                            gesprekscyclus.</al></li></lijst><al>In lid 1 is tot uitdrukking gebracht dat het toekennen van een
                    functioneringstoelage een discretionaire bevoegdheid is van het college van
                    burgemeester en wethouders. Koppeling van deze module aan een bepaalde functie
                    betekent niet automatisch dat de betreffende ambtenaar daarvoor een
                    functioneringstoelage wordt toegekend. Hierbij kunnen ook andere factoren een
                    rol spelen zoals het voldoen aan de functie-vereisten en/of de wijze van
                    functioneren. In het geval de module op de functie van de ambtenaar van
                    toepassing is verklaard maar de betreffende ambtenaar (nog) niet geheel
                    functioneert volgens de aan de functie gestelde eisen en verwachtingen wordt in
                    beginsel geen toelage toegekend. In de jaargesprekscyclus zouden ter zake dan
                    nadere afspraken vastgelegd kunnen worden.</al><al>In de leden 2 en 3 is geregeld dat een ambtenaar die bezoldigd wordt volgens een
                    hogere salarisschaal (garantieschaal) dan zijn functieschaal, in een voorkomend
                    geval geen of een geringere functioneringstoelage ontvangt.</al><al>In lid 4 is tot uitdrukking gebracht dat de functioneringstoelage altijd een
                    tijdelijk karakter heeft. Indien de module coördinatie niet meer op de functie
                    van de ambtenaar van toepassing is, wordt de functioneringstoelage ingetrokken
                    en in voorkomende gevallen afgebouwd conform hetgeen geregeld is in de leden 5
                    tot en met 12.</al><al>In de leden 5 tot en met 12 is een afbouwregeling getroffen voor de situatie dat
                    een ambtenaar blijvend in inkomsten achteruit gaat door het buiten zijn toedoen
                    wegvallen of verminderen van de functioneringstoelage. Deze voorziening heeft
                    niet het karakter van een garantieregeling maar van een overgangsregeling.
                    Beoogd wordt een vermindering van inkomsten minder abrupt te doen verlopen.</al><al>Bij een toekomstige indeling in een hogere salarisschaal vervalt de
                    afbouwtoelage. Toekenningen van nieuwe toelagecomponenten (hieronder ook
                    begrepen verhogingen van bestaande toelagen anders dan algemene CAO-verhogingen)
                    worden verrekend met de bedragen van de afbouwtoelage</al><al><vet>Artikelen 21 tot en met 24</vet></al><al>In de artikelen 21 tot en met 24 worden respectievelijk geregeld: de
                    waarnemingstoelage, de overwerkvergoeding, de toelage onregelmatige dienst en de
                    toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst. Deze toelagen hebben een
                    grondslag in de CAR/UWO.</al><al>Met betrekking tot de overwerkvergoeding is in artikel 22 thans expliciet
                    vastgelegd hetgeen in het verleden over de toepassing hiervan lokaal is
                    afgesproken. In de praktijk is reeds jarenlang dienovereenkomstig
                    gehandeld.</al><al>De tekst van de artikelen 23 en 24 is ongewijzigd overgenomen uit de
                    Bezoldigingsregeling 1997 gemeente Steenbergen.</al><al>In de laatste leden van artikel 23 en 24 wordt de basis gelegd voor het treffen
                    van aanvullende of afwijkende regelingen. Gedacht kan worden aan de situatie dat
                    er in de functie- beschrijving en -waardering reeds rekening is gehouden met het
                    feit dat men in een bepaalde functie geregeld onregelmatig moet werken, dan wel
                    zich geregeld bereikbaar en beschikbaar moet houden voor oproepen. In die
                    gevallen is geen toelage meer nodig c.q. bestaat geen aanspraak op een
                    afzonderlijke toelage.</al><al><vet>Artikel 21a</vet></al><al>Accountantsvoorschriften, integriteitcodes en belastingmaatregelen vereisen dat
                    dit soort bepalingen worden opgenomen. Tijdig declareren heeft ook te maken met
                    budgetbeheersing. Budgetbewaking is alleen mogelijk wanneer tijdig inzicht
                    bestaat in de uitgaven.</al><al><vet>Artikel 25</vet></al><al>In artikel 25 wordt de afbouwtoelage voor het wegvallen of verminderen van de
                    toelage onregelmatige dienst en de toelage bereikbaarheids- en
                    beschikbaarheidsdienst geregeld. Er is voor gekozen om juist bij deze toelagen
                    een afbouwtoelage toe te kennen, omdat deze toelagen sterk zijn gerelateerd aan
                    de uitoefening van bepaalde functies en het wegvallen of verminderen de
                    betreffende ambtenaar (ervan uitgaande dat het buiten zijn toedoen gebeurt)
                    onevenredig veel schade berokkent. Er is gekozen voor een aflopende
                    afbouwtoelage in plaats van een garantieregeling, om ervoor te zorgen dat er
                    geen sprake is van een eindeloze compensatie.</al><al>Met deze voorziening wordt beoogd een aanzienlijke vermindering van inkomsten
                    voor de ambtenaar minder abrupt te laten verlopen en een zekere
                    gewenningsperiode voor de ambtenaar te creëren. Het dient daarbij om een
                    blijvende inkomstenachteruitgang te gaan. Deze afbouwtoelage beoogt dus niet
                    schommelingen in de omvang van de toelage voor onregelmatige dienst en/of
                    consignatiedienst op te vangen. Veelal is sprake van een stapsgewijze afbouw in
                    maximaal drie jaar: het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50%, het derde jaar 25%
                    en het vierde jaar niets meer.</al><al>Voor wat betreft de berekeningsbasis, de duur en hoogte van de afbouwtoelage
                    wordt in lid 4 van dit artikel de desbetreffende rijksregeling van
                    overeenkomstige toepassing verklaard. Het betreft hier de door de Minister van
                    Binnenlandse Zaken vastgestelde Nadere regeling aflopende toelage artikel 18
                    BBRA 1984 d.d. 16 april 1992, nr. AB92/U465 (Stcrt. 80).</al><al>De afbouwtoelage valt onder de begripsomschrijving bezoldiging. Dit betekent dat
                    in geval van ziekte aanspraak bestaat op doorbetaling van de toelage, met dien
                    verstande dat de toelage tijdens die ziekte wel op de normale wijze dient te
                    worden afgebouwd (75% / 50% / 25%).</al><al><vet>Artikel 26</vet></al><al>Anders dan de toelagen genoemd in de artikelen 21 tot en met 24 heeft de
                    inconveniëntentoelage geen grondslag in de CAR/UWO of enige andere (wettelijke)
                    regeling, doch gaat het om een onverplichte toelage. Gemeenten zijn dus niet
                    verplicht om een toelage voor het verrichten van zware, vuile en/of gevaarlijke
                    arbeid te hanteren. Om dit wel of niet te doen is zuiver een beleidskwestie. Dit
                    artikel geeft een formeel-juridische basis voor het ontwerpen van een regeling
                    ter zake door burgemeester en wethouders. Voor de gemeente Steenbergen is een
                    dergelijke regeling reeds neergelegd in de Regeling waardering inconveniënten
                    gemeente Steenbergen. Als waarderingsmethode wordt het INCO-systeem ODRP
                    gehanteerd. Deze regeling wordt reeds toegepast vanaf 1 januari 1997.</al><al><vet>Artikel 27</vet></al><al>Artikel 7:22:3 van de CAR/UWO bepaalt dat in een lokale regeling nader dient te
                    worden uitgewerkt het referte-tijdvak dat in acht wordt genomen voor de
                    vaststelling van de gemiddelde hoogte van de toelage onregelmatige dienst, de
                    overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning, ten behoeve
                    van de vaststelling van het bedrag van de bezoldiging zoals bedoeld in hoofdstuk
                    7. Het betreft hier de doorbetaling van de bezoldiging ingeval van ziekte als
                    bedoeld in artikel 7:2 van de CAR/UWO en met name het bepalen van de hoogte van
                    het "gemiddelde loon" indien er variabele toelagen worden genoten, bijvoorbeeld
                    voor onregelmatige dienst en/of consignatiedienst. Voorheen was in de CAR/UWO
                    geregeld dat de referteperiode 13 kalenderweken bedroeg. In het onderhavige
                    artikel is deze referteperiode bepaald op 52 kalenderweken. Omdat in de gemeente
                    Steenbergen seizoensgebonden werkzaamheden voorkomen - denk bijvoorbeeld aan de
                    gemeentelijke zwembaden die alleen zomers open zijn of de sporthallen die zomers
                    juist enkele weken sluiten- wordt over een geheel jaar bezien de meest eerlijke
                    verhouding verkregen.</al><al>Zoals uit de toelichting van artikel 25 blijkt behoeft voor de overgangstoelage
                    (ofwel afbouwtoelage) onregelmatige dienst in dit kader geen specifieke regeling
                    te worden getroffen. Voor de prestatiebeloning geldt eigenlijk hetzelfde. Uit de
                    desbetreffende toeken¬ning (duur/hoogte) in combinatie met de
                    begripsomschrijving bezoldiging blijkt of, in hoeverre en gedurende welke
                    periode tijdens ziekte aanspraak op de doorbetaling van die toelage blijft
                    bestaan.</al><al>Overigens geldt met het oog op de Wet loondoorbetaling bij ziekte primair als
                    uitgangspunt: het bij ziekte door te betalen loon wordt gebaseerd op het
                    gemiddel¬de loon dat de werknemer had kunnen verdienen indien hij niet ziek
                    geweest zou zijn. In eerste instantie zijn de voor de ambtenaar geldende c.q.
                    gebruikelijke werktijden dan wel roosters dus bepalend voor het recht op
                    doorbetaling van de bezoldiging bij ziekte. Slechts in gevallen waarin dit
                    onduidelijk is c.q. niet goed vastligt, zal ten aanzien van de genoemde
                    variabele vergoedingen een gemiddeld bedrag berekend moeten worden met
                    inachtneming van de referteperiode. Overigens kan tijdens een ziekteperiode
                    nimmer aanspraak bestaan op een overwerkvergoeding of overwerkcompensatie
                    anderszins.</al><al><vet>Artikel 28</vet></al><al>Dit artikel verschaft een formeel-juridische basis om de hierin genoemde
                    toelagen te regelen. Dit betekent niet dat men altijd aanspraak kan maken op
                    deze toelagen. Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om ter zake
                    regelingen te treffen. Zij zijn hiertoe niet verplicht en hebben hierin een
                    grote mate van beleidsvrijheid. Voor wat betreft de onkostenvergoedingen geldt
                    als algemeen uitgangspunt dat wanneer een ambtenaar noodzakelijkerwijs onkosten
                    moet maken ten behoeve van de dienst deze vergoed dienen te worden, ongeacht of
                    daarvoor wel of geen specifieke regeling is ontworpen. Uiteraard dienen daarbij
                    de fiscale regels in acht te worden genomen.</al><al><vet>Artikel 29</vet></al><al>Dit artikel betreft de billijkheidsbepaling ook wel hardheidsclausule genoemd.
                    Een dergelijke bepaling is feitelijk in iedere regeling/verordening
                    onmisbaar.</al><al><vet>Artikel 30</vet></al><al>Per 1 januari 1997 zijn de afzonderlijke gemeenten Dinteloord en Prinsenland,
                    Nieuw-Vossemeer en Steenbergen (oud) samengevoegd tot één nieuwe gemeente
                    Steenbergen. Het komt voor dat medewerkers een toelage ontvingen die niet
                    geregeld is in de per 1 januari 1997 in werking getreden bezoldigingsregeling
                    voor de nieuwe gemeente dan wel waarvoor geen voorziening is getroffen middels
                    het Sociaal Statuut gemeentelijke herindeling. Een dergelijke toelage is dan
                    omgezet in een garantietoelage. Een dergelijke garantietoelage dient ook onder
                    het vigeur van de nieuwe bezoldigingsverordening te worden gegarandeerd. Bij
                    indeling c.q. bevordering naar een hogere salarisschaal dient deze
                    garantietoelage te worden geïncorporeerd. Bij eventuele functiewijzigingen
                    waaraan geen hogere salarisschaal is verbonden, doch waarbij wel aanspraak
                    bestaat op nieuwe c.q. andersoortige toelagen, dient de garantietoelage te
                    worden verminderd met het bedrag van de nieuw toegekende toelage. Hieraan doet
                    niet af dat het karakter van de nieuwe toelage wellicht totaal anders is.</al><al><vet>Artikel 31 en 32</vet></al><al>In de Bezoldigingsregeling 1997 gemeente Steenbergen was een bepaling opgenomen
                    ten aanzien van de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot wijziging van
                    de salaristabellen in het kader van de algemene salarismaatregelen. Omdat er in
                    artikel 5 voor gekozen is om te verwijzen naar de bijlagen II en Ila van de
                    gemeentelijke CAR/UWO-regeling en niet naar bijlagen toegevoegd aan de
                    bezoldigingsverordening, impliceert zulks dat wijzigingen in de salaristabellen
                    automatisch doorwerken naar de bezoldigingsverordening. Omdat de raad de
                    bevoegdheid tot wijziging van de CAR/UWO aan burgemeester en wethouders
                    gedelegeerd heeft, is een specifieke bepaling in de bezoldigingsverordening ter
                    zake niet meer nodig.</al><al>Met betrekking tot de inwerkingtreding zijn de gebruikelijke bepalingen van de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van toepassing. Aan deze verordening wordt terugwerkende
                    kracht verleend tot 1 januari 2001.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>