<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74409_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering omgeving ten zuidoosten van De Glind (fase 6)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering omgeving ten zuidoosten van De Glind (fase 6)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">Gemeentewet, art. 222 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Bekostigingsbesluit "omgeving ten zuidoosten van De Glind"</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-04-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-05-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering
            omgeving ten zuidoosten van De Glind (fase 6)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1. of 2. bedoeld eigendom dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1. of 2. bedoelde
                                eigendommen of onder 3. bedoelde gedeelten daarvan die naar de
                                omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'baatbelasting riolering omgeving ten zuidoosten van
                                De Glind (fase 6)' wordt in de vorm van een heffing ineens een
                                directe belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen
                                in de gemeente binnen de omlijning op de bij deze verordening
                                behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 januari 2006
                                zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorziening die tot
                                stand zijn of worden gebracht door of met medewerking van het
                                gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde voorziening bestaat uit de aanleg van
                                riolering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak
                                als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op
                                het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting
                                wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de
                                aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorziening genoemd in
                                artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                                overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van
                                die onroerende zaak niet geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak 2.722,68 euro.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting gedurende vijftien jaren. Het verzoek genoemd
                                in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                aanslag schriftelijk bij de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                                    Gemeentewet</extref> bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde, berekend op basis van een periode van vijftien jaren
                                en een rentevoet van 6,5%.</al></li><li nr="4."><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
                                worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde
                                van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
                                plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
                                rentevoet van 6,5%.</al></li><li nr="5."><lijst><li nr="a."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                        jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het
                                        belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of
                                        wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of
                                        beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het
                                        eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
                                        de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak,
                                        berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a., wordt op
                                        verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige
                                        de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid
                                        gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na
                                        de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a.,
                                        schriftelijk bij de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                                            Gemeentewet</extref> bedoelde gemeenteambtenaar te
                                        worden ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Termijnen van betaling</titel></kop><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de
                        eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die
                        in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden
                        later.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 mei 2006.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                baatbelasting riolering omgeving ten zuidoosten van De Glind (fase
                                6)'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 25 april 2006.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>