<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74404_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering voor de projecten Nijkerkerweg en de Hunnenweg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering voor de projecten Nijkerkerweg en de Hunnenweg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">Gemeentewet, art. 222 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Bekostigingsbesluit "bodembeschermingsgebied Noordelijk Gelderse Vallei"</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Bekostigingsbesluit "rioleringsproject Nijkerkerweg en omgeving"</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-02-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-11-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering voor de
                        projecten Nijkerkerweg en de Hunnenweg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1. of 2. bedoeld eigendom dat
                                    blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel
                                    te worden gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1. of 2. bedoelde
                                    eigendommen of onder 3. bedoelde gedeelten daarvan die naar de
                                    omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'baatbelasting riolering voor de projecten
                                    Nijkerkerweg en de Hunnenweg' wordt in de vorm van een heffing
                                    ineens een directe belasting geheven ter zake van de onroerende
                                    zaken gelegen in de gemeente binnen de blauwe omlijning op de
                                    bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte
                                    kaarten, die op 1 januari 1998 zijn gebaat door de in het tweede
                                    lid genoemde voorziening die tot stand zijn gebracht door of met
                                    medewerking van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde voorziening bestaat uit de aanleg
                                    van riolering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende
                                    zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft
                                    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                                    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die
                                    op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de
                                    belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting,
                                    bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de
                                    kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
                                    tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                    recht is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De maatstaf van heffing is de onroerende zaak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak € 2722,68.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Regeling inzake heffingi n de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van
                                    de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                    jaarlijkse belasting gedurende vijftien jaren. Het verzoek
                                    genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de
                                    dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                                        Gemeentewet</extref> bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                    verschuldigde en wordt berekend op basis van een periode van
                                    vijftien jaren en een rentevoet van 6,5%.</al></li><li nr="4."><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk
                                    jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante
                                    waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de
                                    afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen
                                    berekend naar een rentevoet van 6,5%.</al></li><li nr="5."><lijst><li nr="a."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                            jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van
                                            het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid
                                            eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van
                                            eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
                                            genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                            recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar
                                            een aanslag ineens opgelegd voor de resterende
                                            belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                                            overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a. wordt op
                                            verzoek van de in dat onderdeel bedoelde
                                            belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig
                                            het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient
                                            binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag
                                            ingevolge onderdeel a., schriftelijk bij de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                                                Gemeentewet</extref> bedoelde gemeenteambtenaar te
                                            worden ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Termijnen van betaling</titel></kop><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand
                            die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikelen 10 tot en met 13: vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13a Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 maart 1998.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                    baatbelasting riolering voor de projecten Nijkerkerweg en de
                                    Hunnenweg'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 24 februari 1998.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Laatst gewijzigd d.d. 19 mei 1998</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>