<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74385_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden gemeente Barneveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-77528.html, 22-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden gemeente Barneveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=44">Gemeentewet, art. 44 tweede en derde lid </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=95">Gemeentewet, art. 95 tot en met 99 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders">Rechtspositiebesluit wethouders </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden%20">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 11a, 11b, 22 t/m 24</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Betreft de 3e wijziging vd Verordening voorzieningen wethouders en raadsleden gemeente Barneveld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen wethouders en raadsleden gemeente Barneveld</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit
                                            van 22 maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het
                                            Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="c."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1
                                            maart 1993, Stb. 144;</al></li><li nr="d."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                            Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280,
                                            Stcrt.56;</al></li><li nr="e."><al>Regeling rechtspositie wethouders: regeling van de
                                            Minister van Binnenlandse Zaken houdende een aantal
                                            rechtspositionele aangelegenheden ten aanzien van
                                            wethouders, van 20 februari 2004, Stcrt. 41;</al></li><li nr="f."><al>Griffier: de griffier, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=107">artikel 107 van de Gemeentewet</extref>;</al></li><li nr="g."><al>Gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=102">artikel 102 van de Gemeentewet</extref>;</al></li><li nr="h."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde
                                            wethouder.</al></li><li nr="i."><al>commissielid: lid van een commissie niet zijnde een
                                            raadslid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden
                                    toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden/article=2">artikel 2, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads-
                                        en commissieleden</extref>, zoals dit bedrag jaarlijks door
                                    de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt
                                    herzien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan
                                            de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden
                                            kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld
                                            in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden/article=2">artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit
                                                raads- en commissieleden</extref>, zoals dit bedrag
                                            jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                            Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></li><li nr="2."><al>Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964%20/article=4">artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                                loonbelasting 1964</extref> voor de toepassing van
                                            de wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in
                                            afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding
                                            toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden/article=2">artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit
                                                raads- en commissieleden</extref>, zoals dit bedrag
                                            jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                            Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Berekening en betaling vaste vergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar
                                            raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in
                                            de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal
                                            dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen
                                            2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a Toelage lidmaatschap bijzondere
                                    raadscommissies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie,
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=61">artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet,</extref>
                                            dan wel de rekenkamerfunctie, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=81oa">artikel 81oa van de Gemeentewet</extref>, uitoefent
                                            dan wel lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld
                                            in artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=155a">155a, derde lid van de Gemeentewet,</extref> wordt
                                            voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan
                                            wel de duur van de activiteiten per maand een toelage
                                            toegekend van 10 % van de maandelijkse vergoeding, met
                                            een maximum per jaar van 5 % van de vergoeding voor de
                                            werkzaamheden op jaarbasis.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid stelt de
                                            burgemeester de duur van het lidmaatschap dan wel de
                                            duur van de activiteiten vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
                                            gemaakte kosten in verband met reizen buiten het
                                            grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
                                            beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en
                                                  van een taxi: een volledige vergoeding van de in
                                                  redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                                  reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                                                  vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                                  noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                                                  bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=4">artikel 4 van de Regeling rechtspositie
                                                  wethouders</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                    zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden
                                    aan het raadslid vergoed overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=4">artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie
                                        wethouders</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                            congressen, seminars en symposia die in het
                                            gemeentebelang door of namens de gemeente worden
                                            aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                            gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                            seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                            wordt aangeboden of verzorgd dient daartoe een
                                            gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                                            inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De
                                            kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname
                                            van belang is in verband met de vervulling van het
                                            raadslidmaatschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Spaarloonregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964%20/article=4">artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                        loonbelasting 1964</extref> voor de toepassing van die wet
                                    als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen
                                    aan de voor het gemeentepersoneel geldende
                                    spaarloonregeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                    arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de
                                    werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, in het geval een raadslid
                                    een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                    arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Werkloosheidswet">Werkloosheidswet</extref> ontvangt en de na
                                            toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Werkloosheidswet/article=20">artikel 20</extref> van die wet ontstane korting op
                                            deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                            raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2
                                            bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                            raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van
                                            de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde
                                            korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van het
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20Werkloosheid%20onderwijs-%20en%20onderzoekpersoneel">Besluit werkloosheid onderwijs- en
                                                onderzoekspersoneel</extref> ontvangt en de na
                                            toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20Werkloosheid%20onderwijs-%20en%20onderzoekpersoneel/article=6">artikel 6, vierde lid, van dat besluit</extref>
                                            ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                            uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan
                                            de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                            werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                            vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het
                                            bedrag van bedoelde korting</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Computer</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste
                                            van de gemeente voor de uitoefening van het
                                            raadslidmaatschap een I-pad met bijbehorende software in
                                            bruikleen ter beschikking.</al><al>2. Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een
                                            bruikleenovereenkomst waarvan het model door het college
                                            wordt vastgesteld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IIA Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11a Vergoeding bijwonen commissievergadering</titel></kop><al>Aan een commissielid wordt een vergoeding voor het bijwonen van
                                    een agendapunt van een commissievergadering toegekend die gelijk
                                    is aan de helft van het voor de van toepassing zijnde
                                    inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</extref>. De
                                    maximaal per bijgewoonde commissievergadering toe te kennen
                                    vergoeding is gelijk aan het in tabel IV van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden genoemde
                                    bedrag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11b</titel></kop><al>De artikelen 5, 6, 7 en 11 van deze verordening zijn van
                                    overeenkomstige toepassing op commissieleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 Onkostenvergoeding</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige
                                aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan
                                het bedrag, vermeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders/article=25">artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit
                                    wethouders</extref>, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister
                                van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats
                                van tewerkstelling een tegemoetkoming in de kosten van het reizen
                                verleend overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositiebesluit%20wethouders/article=3">artikel 3 van de Regeling rechtspositiebesluit
                                    wethouders</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in
                                        artikel 13 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van
                                        andere dan de in artikel 13 bedoelde reizen ten behoeve van
                                        de gemeente gemaakt. De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van
                                                een taxi: een volledige vergoeding van de
                                                reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de
                                                vergoeding als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=4">artikel 4, onderdeel b, van de Regeling
                                                  rechtspositie wethouders</extref>;</al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de noodzakelijke en
                                                redelijkerwijs gemaakte kosten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen
                                        van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor
                                        gemeentelijk personeel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Verblijfkosten</titel></kop><al>De wethouder worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 14 volledig
                                vergoed.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis
                                        buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.</al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland,
                                        niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                        toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                        deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van belang is in
                                        verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Computer</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Op aanvraag wordt de wethouder ten laste van de gemeente
                                        een I-pad met bijbehorende software in bruikleen ter
                                        beschikking gesteld.</al><al>2. De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                        bruikleenovereenkomst waarvan het model door het college
                                        wordt vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                        wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling
                                        als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964/article=19g">artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                            1964</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van: a. reis- en pensionkostenvergoeding overeenkomstig
                                het bepaalde in artikel 1 van de ministeriële regeling als bedoeld
                                in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=rechtspositiebesluit%20wethouders/article=22">artikel 22, tweede lid, van het rechtspositiebesluit
                                    wethouders</extref>; b. verhuiskosten in verband met de
                                benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van
                                de ministeriële regeling als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders/article=18">artikel 18, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit
                                    wethouders</extref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>IV De procedure van de declaratie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats
                                door:</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Betaling van kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5,
                                        6, 14, 15, 16 en 20 wordt gebruik gemaakt van een
                                        declaratieformulier waarvan het model als bijlage bij deze
                                        regeling is gevoegd.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en
                                        ondertekend en binnen 1 maand onder bijvoeging van de
                                        originele stukken indien het een wethouder betreft bij de
                                        gemeentesecretaris en indien het een raads-/commissielid
                                        betreft bij de griffier ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 14, 15,
                                        16, 17 en 20 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending
                                        van de door het raads-/commissielid, onderscheidenlijk de
                                        wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                                        gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentesecretaris indien het een wethouder betreft en de
                                        griffier indien het een raads-/commissielid betreft geeft op
                                        de factuur een toelichting op de gemaakte kosten en geeft de
                                        factuur voor betaling aan de artikel financiën.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen
                                wethouders en raads- en commissieleden gemeente Barneveld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2011.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip wordt de Verordening voorzieningen
                                        wethouders en raadsleden 2006 ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 25 oktober 2011.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>