<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74376_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Barneveld 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-02-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Barneveld 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening/article=42">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">Gemeentewet, art. 222 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht">Algemene Wet Bestuursrecht </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-02-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Barneveld 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het in (bouw)exploitatie brengen van grond: </al><lijst><li nr="-"><al>het geschikt of beter geschikt maken van grond
                                                  tot bouwgrond;</al></li><li nr="-"><al>het geschikt of beter geschikt maken van
                                                  bouwgrond;</al></li><li nr="-"><al>en het geschikt of beter geschikt maken van
                                                  reeds bebouwde grond voor nieuwe of verdere of
                                                  aanvullende bebouwing in het kader van
                                                  herontwikkeling, herinrichting,
                                                  bestemmingswijziging of reconstructie, zulks in de
                                                  vorm van : </al><lijst><li nr="1."><al>het feitelijk uitvoeren van werken en
                                                  werkzaamheden, en onverlet latend de toepassing
                                                  van overige wet- en regelgeving krachtens welke
                                                  voorschriften zijn of worden gesteld voor de
                                                  uitvoering van bedoelde werken en werkzaamheden;
                                                  alsmede</al></li><li nr="2."><al>het medewerking geven aan de voorbereiding en
                                                  uitvoering van planologische procedures waaronder
                                                  mede begrepen bestemmingsplanprocedures en
                                                  vrijstellingsprocedures, en aan bouw- en
                                                  milieuvergunningsprocedures ten behoeve van de op
                                                  de (bouw)grond op te richten bebouwing.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="b."><al>bouwgrond: grond waarop overeenkomstig de voorschriften
                                            van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref> en/of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ruimtelijke%20Ordening">Wet op de Ruimtelijke Ordening</extref> mag worden
                                            gebouwd dan wel andere werken en werkzaamheden - niet
                                            zijnde voorzieningen voor doeleinden van algemeen nut -
                                            mogen worden uitgevoerd. Met bouwgrond wordt gelijk
                                            gesteld grond waarop niet hoofdzakelijk bebouwing
                                            vereisende, met de stads- en dorpsvernieuwing
                                            samenhangende bestemmingen kunnen worden
                                            verwezenlijkt;</al></li><li nr="c."><al>exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied,
                                            waarvoor de medewerking van de gemeente aan het in
                                            bouwexploitatie brengen van de daarbinnen gelegen
                                            gronden op een der in artikel 2 bedoelde wijzen
                                            noodzakelijk, wenselijk of nuttig wordt geacht;</al></li><li nr="d."><al>exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, waarin de
                                            gemeente met een exploitant de voorwaarden overeenkomt
                                            waaronder de gemeente medewerking verleent aan het in
                                            bouwexploitatie brengen van de in de overeenkomst
                                            genoemde grond;</al></li><li nr="e."><al>exploitant: huidig of toekomstig eigenaar, erfpachter
                                            van of rechthebbende op een in het exploitatiegebied
                                            gelegen onroerende zaak en aan wie de gemeente
                                            medewerking verleent voor het in bouwexploitatie brengen
                                            van grond.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen gebieden aanwijzen als
                                    exploitatiegebied in de zin van het eerste lid onder c van dit
                                    artikel. De aanwijzing van het exploitatiegebied omvat tevens de
                                    vaststelling van een bijbehorende en daarvan onderdeel
                                    uitmakende exploitatieopzet als bedoeld in artikel 9.</al></li><li nr="3."><al>Alvorens tot aanwijzing over te gaan kan het betrokken
                                    bestuursorgaan bepalen dat de openbare voorbereidingsprocedure
                                    van Afdeling 3.4 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> wordt gevolgd.</al></li><li nr="4."><al>Het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het tweede lid treedt in
                                    werking op het tijdstip van bekendmaking op de wijze als
                                    voorzien in Afdeling 3.6 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al></li><li nr="5."><al>Tenzij burgemeester en wethouders uitdrukkelijk of blijkens hun
                                    handelen anders bepalen of beslissen, is de
                                    exploitatieverordening niet van toepassing op een
                                    grondtransactie in de vorm van eigendomsoverdracht tussen de
                                    gemeente en de exploitant, zelfs niet indien in de
                                    desbetreffende overeenkomst de medewerking als bedoeld in
                                    artikel 2 is begrepen, daarvan onderdeel uitmaakt of daarmee
                                    verband houdt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Wijzen van medewerking van de gemeente</titel></kop><al>Tot de medewerking van de gemeente aan het in bouwexploitatie brengen
                            van grond wordt gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied als bedoeld in artikel 1,
                                    van de hieronder vermelde voorzieningen voor doeleinden van
                                    openbaar nut en omvattende een of meer bouw- en/of andere werken
                                    en/of werkzaamheden: </al><lijst><li nr="-"><al>grondwerken met inbegrip van egaliseren, ophogen,
                                            opspuiten, ontgronden en afgraven van gronden en het
                                            aanbrengen en rooien van beplantingen en amoveren van
                                            bebouwing en verwijderen van funderingen, kabels en
                                            leidingen;</al></li><li nr="-"><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken,
                                            bemalinginrichtingen en rioolzuiveringsinstallatie met
                                            bijbehorende werken;</al></li><li nr="-"><al>wegen, parkeergarages en andere parkeergelegenheden,
                                            pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden,
                                            straatmeubilair, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels, verkeers-regelinstallaties en andere
                                            rechtstreeks met de aanleg en inrichting van deze
                                            voorzieningen en kunstwerken verband houdende
                                            werken;</al></li><li nr="-"><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan of
                                            bouwplan;</al></li><li nr="-"><al>openbare verlichting en brandkranen,
                                            communicatiestructuren, een en ander met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="-"><al>waterstaatkundige en waterhuishoudkundige voorzieningen,
                                            met inbegrip van dijkaanleg en kaden,
                                            drainagevoorzieningen alsmede aanleggen, dempen en
                                            kanaliseren van waterlopen.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Het uitvoeren binnen een exploitatiegebied van onder meer onder
                                    a aangegeven bouw- en andere werken en werkzaamheden ten behoeve
                                    van voorzieningen van openbaar nut, waaronder mede begrepen
                                    voorzieningen voor verkeers- en vervoersdoeleinden,
                                    (tele)communicatie, sociaal-culturele en recreatieve doeleinden,
                                    indien deze werken en werkzaamheden in overwegende mate ten
                                    dienste strekken van het desbetreffende exploitatiegebied,
                                    alsmede van overige werken en werkzaamheden welke noodzakelijk
                                    of wenselijk zijn voor een doeltreffende uitvoering van deze
                                    voorzieningen van openbaar nut.</al></li><li nr="c."><al>De aanleg van de onder a en b vermelde werken en werkzaamheden
                                    buiten het desbetreffende exploitatiegebied bedoeld onder a,
                                    voorzover het exploitatiegebied door deze werken en
                                    werkzaamheden is of kan worden gebaat.</al></li><li nr="d."><al>Het uitvoeren van de voor de totstandkoming van de onder a, b,
                                    en c bedoelde werken en werkzaamheden noodzakelijke of gewenste
                                    voorbereidings-, ontwikkelings-, toezicht- en
                                    beheershandelingen, waaronder begrepen het tot stand brengen van
                                    planologische maat-regelen, het verrichten van indicatief en
                                    nader milieukundig en archeologisch bodemonderzoek, het treffen
                                    van milieumaat-regelen, het saneren van verontreinigde grond of
                                    grondwater, alsmede het behandelen en afwikkelen van daaraan
                                    verbonden schadeclaims en kostenclaims ongeacht de daaraan ten
                                    grondslagliggende rechtsgronden en schaderegelingen en het
                                    verwerven van de benodigde gronden.</al></li><li nr="e."><al>Het uitvoeren van voorbereidings-, ontwikkelings-, toezicht- en
                                    beheershandelingen met betrekking tot de binnen het
                                    exploitatiegebied geprojecteerde of gelegen (bouw)grond waarop
                                    geen voorzieningen voor doeleinden van openbaar nut worden
                                    aangebracht. Deze handelingen omvatten mede het totstandbrengen
                                    van planologische maatregelen inclusief vrijstellingsbesluiten
                                    en bouwvergunningen en het behandelen en afwikkelen van daaraan
                                    verbonden schadeclaims en kostenclaims ongeacht de daaraan ten
                                    grondslagliggende rechtsgronden en schaderegelingen.</al></li><li nr="f."><al>Het in enigerlei vorm inbrengen van gemeentelijke gronden binnen
                                    of buiten het exploitatiegebied. Daartoe behoren in elk geval
                                    gronden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                    hetzij mede strekken of mede kunnen strekken ten behoeve van de
                                    uitvoering van de onder a tot en met d bedoelde (bouw)werken en
                                    werkzaamheden, hetzij anderszins geheel of ten dele dienstbaar
                                    kunnen zijn aan dan wel geheel of ten dele mede tot gebruik
                                    kunnen strekken van de exploitant, hetzij dienen ter afronding
                                    van of het bereiken van een samenhangend exploitatiegebied. Het
                                    inbrengen van gronden verschaft de exploitant geen (exclusieve)
                                    gebruiks- of genotsrechten hierop, tenzij zulks uitdrukkelijk is
                                    overeengekomen dan wel voortvloeit uit terzake te sluiten
                                    separate grondtransacties waarbij zakelijke rechten worden
                                    overgedragen, het vestigen van huur- en pachtrechten en
                                    persoonlijke gebruiksrechten daaronder begrepen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Uitvoering van de medewerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente zal tot de - verdere - uitvoering van de medewerking
                                    overgaan op de wijzen als bedoeld in artikel 2 nadat de grond
                                    waarop die uitvoering van medewerking noodzakelijk of gewenst
                                    is, aan de gemeente is of wordt afgestaan en de ingevolge
                                    artikel 12 door exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage is
                                    voldaan, dan wel onder voldoende garantie en zekerstellingen een
                                    regeling is getroffen met de exploitant waarbij de voldoening
                                    van de exploitatiebijdrage en de afstand van de grond zijn
                                    gewaarborgd.</al></li><li nr="2."><al>De uitvoering van de medewerking op de wijzen als bedoeld in
                                    artikel 2 geschiedt van gemeentewege voor zover de daarvan
                                    onderdeel uitmakende werken en werkzaamheden niet tot de taak
                                    van een andere publiekrechtelijk lichaam behoren en deze taak
                                    niet geheel of ten dele aan de gemeente is overgedragen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, kunnen
                                    burgemeester en wethouders de uitvoering van de aldaar bedoelde
                                    medewerking geheel of gedeeltelijk aan de exploitant
                                    toevertrouwen, indien naar het oordeel van burgemeester en
                                    wethouders een doelmatige en tijdige uitvoering onder voldoende
                                    garantie en zekerstellingen is gewaarborgd. Burgemeester en
                                    wethouders kunnen voorwaarden stellen aan de uitvoering door de
                                    exploitant. De overige bepalingen van de verordening vinden in
                                    dit geval toepassing op een voor zoveel nodig aan deze afwijking
                                    aangepaste wijze en de exploitatiebijdrage als bedoeld in
                                    artikel 12 kan gedeeltelijk in geld en in natura worden
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Aanvraag voor en aanbod tot medewerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een exploitant kan bij burgemeester en wethouders een mondelinge
                                    of schriftelijke aanvraag indienen voor medewerking aan het in
                                    bouwexploitatie brengen van gronden. De gemeente kan uit eigen
                                    beweging een aanbod tot het verlenen van medewerking doen
                                    uitgaan naar exploitant.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het
                                    op aanvraag van een exploitant in bouwexploitatie brengen van
                                    gronden krachtens een exploitatieovereenkomst of krachtens een
                                    overeenkomst tot aankoop, verkoop of ruiling van gronden en/of
                                    opstallen. Indien de medewerking is of wordt geregeld in een
                                    overeenkomst tot aankoop, verkoop of ruiling van gronden en/of
                                    opstallen is artikel 1 vijfde lid van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval kenbaar gemaakt dan wel
                                    bijgevoegd te worden: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding of omschrijving van de in bouwexploitatie
                                            te brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de exploitant
                                            eigendomsrechten, erfpachtrechten, dan wel andere
                                            exploitatierechten op de in bouwexploitatie te brengen
                                            onroerende zaken heeft verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door exploitant te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden; en</al></li><li nr="d."><al>dagtekening van de aanvraag.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Ingeval een of meerdere gegevens ontbreken kunnen burgemeester
                                    en wethouders de exploitant in de gelegenheid stellen de
                                    ontbrekende gegevens nader aan te vullen binnen een termijn van
                                    ten hoogste 4 weken.</al></li><li nr="5."><al>Ingeval een aanvraag voor een bouw- of aanlegvergunning en/of
                                    een aanvraag voor vrijstelling of bestemmingswijziging wordt
                                    ingediend door de exploitant, waarbij de verlening van de bouw-
                                    of aanlegvergunning of de medewerking aan de vrijstelling of
                                    bestemmingsplan-herziening afhankelijk is van of verband houdt
                                    met of is aan te merken als of zou kunnen leiden tot wenselijk
                                    of noodzakelijk geachte medewerking op de wijzen als bedoeld in
                                    artikel 2, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder
                                    geval voor de beslissing op de hierbedoelde aanvraag mededeling
                                    gedaan aan de aanvrager.</al></li><li nr=""><al>Daarbij kan een (voorlopige) raming van de voor rekening van de
                                    exploitant komende kosten, verbandhoudende met het in
                                    bouwexploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. De raming
                                    geschiedt zo mogelijk op basis van een (concept)exploitatieopzet
                                    waarin mede de (geprognosticeerde) schadevergoedingen als
                                    bedoeld in artikel 10, lid 1 onder I sub b zijn aangeduid.
                                    Tevens zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden
                                    gegeven tot het indienen van een aanvraag voor medewerking dan
                                    wel tot het aanvaarden van een gemeentelijk aanbod tot
                                    medewerking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Beslissing omtrent medewerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om
                                    medewerking, binnen drie maanden na de dag waarop de aanvraag is
                                    ontvangen. Deze beslistermijn kan verdaagd worden met drie
                                    maanden.</al></li><li nr="2."><al>Indien op aanvraag dan wel bij aanbod tot medewerking wordt
                                    besloten, doen burgemeester en wethouders die beslissing in
                                    tweevoud vergezellen van een ontwerp-exploitatieovereenkomst. De
                                    exploitant krijgt ingeval van instemming met de
                                    exploitatieovereenkomst, 4 weken de gelegenheid de
                                    ontwerpovereenkomst ondertekend aan burgemeester en wethouders
                                    toe te zenden. Burgemeester en wethouders zenden uiterlijk 4
                                    weken na ontvangst van de door de exploitant ondertekende
                                    ontwerpovereenkomst een door hen ondertekend exemplaar aan de
                                    exploitant.</al></li><li nr="3."><al>Door ondertekening van het ontwerp door Burgemeester en
                                    wethouders en de exploitant is de exploitatieovereenkomst
                                    rechtsgeldig en bindend tot stand gekomen inclusief en
                                    onverminderd de daarin opgenomen voorwaarden en bedingen,
                                    waaronder begrepen voorbehouden verband houdende met
                                    noodzakelijke goedkeuring door de gemeenteraad of andere
                                    overheidsorganen dan wel verband houdende met de noodzakelijke
                                    aanwijzing van het desbetreffende exploitatiegebied en/of
                                    vaststelling van de bijbehorende exploitatieopzet of
                                    herzieningen daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Aanhouding aanvraag of aanbod</titel></kop><al>De beslissing op een aanvraag of het doen uitgaan van een aanbod kan
                            worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                    zijnde bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is
                                    afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (het
                                    betreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening
                                    daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval de aanwijzing exploitatiegebieden en/of de vaststelling
                                    van de bijbehorende exploitatieopzet welke ten grondslag ligt
                                    aan de berekening van het ten laste van de exploitant vallende
                                    aandeel in de kosten van de medewerking van de gemeente, nog
                                    niet tot stand zijn gekomen of worden herzien. Alsdan stellen
                                    burgemeester en wethouders - indien geen weigeringsgrond als
                                    bedoeld in artikel 7 van toepassing is - de exploitant op de
                                    hoogte van de termijn waarbinnen in de aanwijzing
                                    respectievelijk vaststelling of herziening van het
                                    exploitatiegebieden en/of de exploitatieopzet redelijkerwijs zal
                                    zijn voorzien; en</al></li><li nr="c."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 7 genoemde
                                    weigeringsgronden binnen 8 weken na aanvraag voor medewerking
                                    zullen kunnen worden weggenomen, tot 4 weken nadat deze
                                    weigeringsgronden zijn opgeheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Weigering medewerking</titel></kop><al>De medewerking aan het in bouwexploitatie brengen van gronden behoeft
                            niet te worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in bouwexploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                    aangewezen exploitatiegebied dan wel in een gebied waarvoor een
                                    bestemmingsplan of structuurplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>indien het in bouwexploitatiebrengen van grond of de benodigde
                                    voorzieningen van particulier en/of openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan, het planologisch
                                    gemeentelijk of provinciaal beleid, de Woningwet of de Wet op de
                                    Ruimtelijke Ordening;</al></li><li nr="c."><al>het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden
                                    tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen
                                    van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het
                                    doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
                                    riolering, verkeers- en vervoersinfrastructuur,
                                    (tele)communicatie, toezicht en andere diensten;</al></li><li nr="d."><al>de exploitant, desverzocht door de gemeente, geen afstand wil
                                    doen van gronden ten behoeve van aanleg van voorzieningen van
                                    openbaar nut;</al></li><li nr="e."><al>de exploitant in voorkomende gevallen weigert een archeologisch
                                    onderzoek te doen verrichten of een onderzoek te doen uitvoeren
                                    naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging in of op de
                                    ondergrond van voorzieningen van openbaar nut dan wel weigert de
                                    ondergrond te saneren wanneer dat noodzakelijk of wenselijk
                                    is;</al></li><li nr="f."><al>het in bouwexploitatie brengen van de gronden anderszins zou
                                    leiden tot strijd met belangen van een stelselmatige
                                    doeltreffende uitbreiding, herinrichting of reconstructie van de
                                    bebouwing of naaste omgeving;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant geen of niet voldoende dan wel niet tijdige
                                    medewerking geeft aan de uitvoering van de
                                    exploitatieverordening, het totstandbrengen en het ondertekenen
                                    van een exploitatieovereenkomst daaronder begrepen.</al></li><li nr="h."><al>de exploitant weigert de gemeente te vrijwaren van de kosten en
                                    schaden voortvloeiende uit of verband houdende met de
                                    gemeentelijke medewerking aan het in bouwexploitatie brengen van
                                    (bouw)grond als bedoeld in artikel 1, lid 1 aanhef en onder
                                    a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Exploitatieovereenkomst en het aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitatieovereenkomst en het aanbod worden in schriftelijke
                                    vorm (akte) opgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De exploitatieovereenkomst en het aanbod kunnen onder meer
                                    bepalingen bevatten over: </al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de medewerking welke aan de
                                            desbetreffende in bouwexploitatie te brengen gronden is
                                            of zal worden verleend respectievelijk een verwijzing
                                            naar de relevante kostenposten van de desbetreffende
                                            exploitatieopzet behorende bij de aanwijzing van het
                                            betrokken exploitatiegebied;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de voorzieningen als bedoeld in
                                            artikel 2 zijn of worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende
                                            exploitatiebijdrage en/of kosten van de specifieke
                                            medewerking als bedoeld in artikel 12, lid 3;</al></li><li nr="d."><al>de afstand door de exploitant aan de gemeente van de in
                                            exploitatie te brengen grond ten behoeve van de
                                            totstandkoming van de medewerking op de wijzen als
                                            bedoeld in artikel 2, vrij van opstallen - met inbegrip
                                            van de zich in de grond bevindende resten, zoals
                                            fundering, leidingen en kabels -, in onbelaste en
                                            onbezwaarde eigendom;</al></li><li nr="e."><al>in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten
                                            de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de
                                            gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut
                                            aan de exploitant op te dragen, de bepaling dat ten
                                            behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                            aannemingsovereenkomst wordt gesloten waarin de gemeente
                                            als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                            aangemerkt en waarbij de gemeente wordt belast met de
                                            directievoering en het dagelijks toezicht;</al></li><li nr="f."><al>de vrijwaring van de gemeente door de exploitant van
                                            kosten en schaden die voortvloeien uit of verband houden
                                            met de gemeentelijke medewerking aan het in
                                            bouw-exploitatie brengen van (bouw)grond als bedoeld in
                                            artikel 1, lid 1, aanhef en onder a en de mate waarin en
                                            de wijze waarop de exploitant kan worden betrokken bij
                                            de schadevaststelling in en buiten rechte; en</al></li><li nr="g."><al>voorbehouden die verband houden met noodzakelijke
                                            goedkeuring door de gemeenteraad of andere
                                            overheidsorganen alsmede voorwaarden met betrekking tot
                                            de termijn waarbinnen de exploitant de ondertekende
                                            ontwerpovereenkomst aan de gemeente dient terug te
                                            zenden dan wel voorbehouden die verband houden met de
                                            totstandkoming van de noodzakelijke aanwijzing van het
                                            desbetreffende exploitatiegebied en/of vaststelling van
                                            de bijbehorende exploitatieopzet of herzieningen
                                            daarvan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Exploitatieopzet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing van een exploitatiegebied en de bijbehorende
                                    exploitatieopzet hebben in ieder geval betrekking op gronden
                                    waarop of ten behoeve waarvan medewerking als bedoeld in artikel
                                    2 is of zal worden verleend.</al></li><li nr="2."><al>De exploitatieopzet wordt vastgesteld met inachtneming van het
                                    bepaalde in artikel 10.</al></li><li nr="3."><al>Periodiek wordt nagegaan of de optredende loon- en
                                    prijswijzigingen dan wel de gerealiseerde dan wel voorgenomen
                                    wijzen van medewerking met betrekking tot het exploitatiegebied
                                    aanleiding geven het exploitatiegebied en/of de exploitatieopzet
                                    te herzien.</al></li><li nr="4."><al>Voor de berekening van de kosten, voortvloeiende uit de wijze
                                    van medewerking als bedoeld in artikel 2 met betrekking tot het
                                    betrokken exploitatiegebied, wordt ervan uitgegaan dat het
                                    exploitatiegebied in zijn geheel door een exploitant in
                                    bouwexploitatie zal worden gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Inhoud exploitatieopzet</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitatieopzet bevat de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>Een raming van de ten laste van de gronden in het
                                            exploitatiegebied komende kosten, te weten: </al><lijst><li nr="-"><al>de inbrengwaarde die toegekend wordt aan alle
                                                  binnen het exploitatiegebied gelegen gronden voor
                                                  zover die gronden in de bouwexploitatie zijn of
                                                  kunnen worden betrokken dan wel benodigd zijn voor
                                                  of in verband staan met de medewerking als bedoeld
                                                  in artikel 2. Onder inbrengwaarde wordt verstaan,
                                                  de waarde van de grond vermeerderd met de waarde
                                                  van de opstallen, die voor de verwezenlijking van
                                                  de medewerking niet gehandhaafd kunnen worden, met
                                                  de kosten van vrijmaken van de grond van opstallen
                                                  - met inbegrip van de zich in de grond bevindende
                                                  resten, zoals funderingen, leidingen en kabels -,
                                                  zakelijke en persoonlijke rechten en lasten, en
                                                  met de kosten van schadeloosstellingen;</al></li><li nr="-"><al>de kosten van voorbereiding, vaststelling en
                                                  uitvoering alsmede overige procedurekosten van
                                                  planologische maatregelen waaronder
                                                  bestemmingsplannen, wijzigings- en
                                                  uitwerkingsplannen en vrijstellingsbesluiten
                                                  alsmede inrichtingsplannen en bouwplannen, voor
                                                  zover deze kosten aan - de (bouw)gronden binnen -
                                                  het exploitatiegebied moeten worden toegerekend en
                                                  voorts schade- en kostenvergoedingen uit welke
                                                  hoofde dan ook die verband houden met de
                                                  voorbereiding, vaststelling en uitvoering van deze
                                                  maatregelen en plannen voor zover niet opgenomen
                                                  en begrepen onder de kosten van de specifieke
                                                  medewerking als bedoeld in artikel 12, lid 3.
                                                  Onder schadevergoedingen als bedoeld in de vorige
                                                  volzin zijn mede begrepen begrote en/of toegekende
                                                  schadevergoedingen op basis van besluiten
                                                  ingevolge artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke
                                                  Ordening en op basis van (zelfstandige)
                                                  schadebesluiten ingevolge andere
                                                  publiekrechtelijke of privaatrechtelijke
                                                  regelgeving, zowel met betrekking tot bouwgronden
                                                  als de overige gronden waarop voorzieningen voor
                                                  doeleinden van algemeen nut worden getroffen;</al></li><li nr="-"><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde wijze van
                                                  medewerking tenzij die wijzen van medewerking geen
                                                  verband houden met of invloed hebben op het in
                                                  bouwexploitatie brengen van gronden binnen het
                                                  exploitatiegebied, met zonodig vermelding van het
                                                  aandeel dat ten laste van de gronden in het
                                                  exploitatiegebied wordt gebracht. Onder de kosten
                                                  van de in artikel 2 genoemde wijzen van
                                                  medewerking dienen mede te worden begrepen de
                                                  investeringslasten van de reeds in het verleden
                                                  binnen of mede ten behoeve van het aan te wijzen
                                                  dan wel aangewezen exploitatiegebied uitgevoerde
                                                  (bovenwijkse) voorzieningen c.q. wijzen van
                                                  medewerking voor zover bedoelde investeringslasten
                                                  niet inmiddels op bouwexploitanten of bij
                                                  gronduitgifte of bij wege van baatbelasting op
                                                  voet van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">art. 222 van de Gemeentewet</extref> zijn
                                                  verhaald.</al></li><li nr="-"><al>een bijdrage in de kosten van het gemeentelijk
                                                  apparaat, voorzover dit rechtstreeks aan de wijzen
                                                  van medewerking als bedoeld in artikel 2 heeft
                                                  deelgenomen of zal deelnemen;</al></li><li nr="-"><al>de rentelasten van geïnvesteerde kapitalen en
                                                  overige lasten;</al></li><li nr="-"><al>de kosten van tijdelijk beheer van gronden en
                                                  opstallen;</al></li><li nr="-"><al>overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                                                  grondexploitatie binnen het exploitatiegebied
                                                  behoren te worden gebracht;</al></li><li nr="-"><al>een opslagpercentage over de onder de 1e t/m de
                                                  7e gedachtenstreep genoemde kosten voor
                                                  risicofonds.</al></li><li nr="-"><al>De kosten zoals bedoeld onder a , bij de 2e, 3e,
                                                  4e en 7e gedachtenstreep kunnen via een
                                                  opslagpercentage worden bepaald.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Een raming van de ten gunste van de grondexploitatie
                                            komende opbrengsten bestaande uit: </al><lijst><li nr="-"><al>verkoopopbrengsten van gronden voor zover daarin
                                                  kostenverhaal is begrepen;</al></li><li nr="-"><al>overheidssubsidies voor zover de gemeente die
                                                  subsidies ten gunste wenst te laten komen van
                                                  gronden binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="-"><al>bijdragen in de kosten van aanleg van
                                                  voorzieningen van de in artikel 2 genoemde wijzen
                                                  van medewerking, hetzij op privaatrechtelijke
                                                  basis (bijv. exploitatieovereenkomst), hetzij op
                                                  publiekrechtelijke basis (baatbelasting);</al></li><li nr="-"><al>renteopbrengsten van geïnvesteerde
                                                  kapitalen;</al></li><li nr="-"><al>overige bijdragen, inclusief opbrengsten uit
                                                  tijdelijke verhuring of ingebruikgeving van
                                                  gronden en opstallen;</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>De totale in lid 1 bedoelde kosten worden volledig ten laste
                                    gebracht van de gronden in het exploitatiegebied die door de
                                    voorzieningen als bedoeld in artikel 2 worden gebaat. Die kosten
                                    worden gelijkelijk aan de totaal in bouwexploitatie te brengen
                                    (bouw)gronden binnen het exploitatiegebied toegerekend. In
                                    afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan de
                                    toerekening van de totale onder lid 1 bedoelde kosten aan de in
                                    bouwexploitatie brengen (bouw)grond in het exploitatiegebied,
                                    nog nader worden onderscheiden naar de drie in artikel 1, eerste
                                    lid, onder a genoemde exploitatiewijzen, zonodig onder
                                    vermelding van de daarbij in acht te nemen verhoudingscijfers,
                                    waarin gewaardeerd wordt het profijt dat de gronden hebben van
                                    de medewerking als bedoeld in artikel 2, uitgaande van de
                                    ligging en de maximaal toegelaten gebruiksmogelijkheden van de
                                    gronden.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover in de waardering van het profijt de mate waarin de
                                    toegelaten gebruiksmogelijkheden kostenveroorzakend werken niet
                                    voldoende tot uitdrukking kan worden gebracht, wordt tevens
                                    vermeld de wijze waarop met de kostenveroorzaking rekening wordt
                                    gehouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Wijze van toerekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toerekening bedoeld in artikel 10, lid 2 wordt als
                                    rekeneenheid gebruikt het gemiddelde bedrag van de ten nutte van
                                    het exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m2
                                    grondoppervlakte.</al></li><li nr="2."><al>Onder de grondoppervlakte, als bedoeld in het vorige lid, wordt
                                    verstaan de kadastrale oppervlakte van de in bouwexploitatie te
                                    brengen (bouw)grond of uitgeefbare grond. Desgewenst kan daarbij
                                    een onderscheiding door de gemeente worden vastgesteld naar de
                                    exploitatiewijzen als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder a,
                                    zonodig vermenigvuldigd met een liggings- en bestemmingsfactor,
                                    waarin het belang bij de voorzieningen van openbaar nut tot
                                    uitdrukking komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten van de
                                    gemeentelijke medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                    gronden, het bedrag dat naar de regels van artikel 11 juncto
                                    artikel 10 tweede en derde lid, aan de door hem in exploitatie
                                    te brengen (bouw)gronden of uitgeefbare grond wordt toegerekend
                                    vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                    bouwexploitatie te brengen gronden en de kosten van kadastrale
                                    uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde van zijn in het
                                    exploitatiegebied begrepen grond (zowel de grond die aan de
                                    gemeente wordt afgestaan ingevolge artikel 3 eerste lid c.q.
                                    artikel 8 tweede lid onder d als de grond die de exploitant als
                                    in exploitatie te brengen grond overhoudt).</al></li><li nr="2."><al>De waarde van de door de exploitant in te brengen grond, wordt
                                    door de gemeente en de exploitant gezamenlijk vastgesteld.
                                    Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt
                                    deze waarde vastgesteld door een commissie van drie deskundigen,
                                    van wie één aan te wijzen door de gemeente, één door de
                                    exploitant en een derde door de beide reeds benoemde
                                    deskundigen. Indien de benoemde deskundigen niet gezamenlijk een
                                    derde deskundige kunnen aanwijzen, dan zal deze door de
                                    rechtbank te Arnhem aangewezen worden. De waarde van de door de
                                    gemeente in te brengen grond, wordt door de gemeente vastgesteld
                                    en gerelateerd aan de waarde van de door de exploitant in te
                                    brengen grond.</al></li><li nr="3."><al>De exploitant betaalt naast en boven de in eerste lid bedoelde
                                    bijdrage, de kosten van de op zijn verzoek door de gemeente te
                                    verlenen specifieke medewerking welke uitsluitend of overwegend
                                    ten dienste strekt van zijn in bouwexploitatie te brengen grond
                                    of bouwgrond voor zover die kosten niet of niet volledig zijn
                                    opgenomen in de exploitatieopzet.</al></li><li nr="4."><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 3, lid 3, de bedoelde
                                    medewerking geheel of gedeeltelijk verricht, bestaat de
                                    exploitatiebijdrage in geld uit de bijdrage zoals deze op grond
                                    van het eerste en derde lid van dit artikel 12 wordt bepaald,
                                    verminderd met de kosten van de door de exploitant uit te voeren
                                    werken en werkzaamheden, voorzover deze kosten de desbetreffende
                                    kostenposten van de door de gemeente vastgestelde
                                    exploitatieopzet niet te boven gaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Kostprijsberekening gemeentelijke
                                bouwexploitatie</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden overeenkomstige toepassing bij
                            de kostprijsberekening van de door de gemeente in bouwexploitatie te
                            brengen grond, onverminderd de bevoegdheid van de gemeente om
                            marktconforme prijsberekening bij kostenraming en bij
                            grond(uitgifte)transacties te hanteren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Afwijkende regeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In gevallen waarin toepassing van de voorgaande bepalingen tot
                                    kennelijk onjuiste of ongewenste uitkomsten leidt, behoudt de
                                    gemeente zich te allen tijde het recht voor van geval tot geval
                                    een afwijkende regeling in een exploitatieovereenkomst of aanbod
                                    te treffen, zonder dat de exploitant hierop aanspraak kan
                                    maken.</al></li><li nr="2."><al>In voorkomende gevallen blijft de legesverordening buiten
                                    toepassing ingeval met betrekking tot de gemeentelijke
                                    medewerking aan het in bouwexploitatie brengen van gronden in de
                                    zin van artikel 1, lid 1 onder a aanhef en sub 2, een
                                    exploitatieovereenkomst is gesloten en de kosten daarvan zijn
                                    opgenomen in de exploitatieopzet en bijgevolg in de
                                    exploitatiebijdrage als bedoeld in artikel 12, lid 1 en 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt met toepassing van artikel 25 van de
                                    Tijdelijke referendumwet in werking op 20 februari 2004.</al></li><li nr="2."><al>Op deze datum wordt de "Exploitatieverordening gemeente
                                    Barneveld 1996" ingetrokken</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            gemeente Barneveld 2004".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering op 17 februari 2004</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting bij de exploitatieverordening gemeente Barneveld
                    2004</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De gemeente heeft als overheidsorgaan een belangrijke rol bij het initiëren en
                    uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. Het handelt daarbij bijvoorbeeld
                    om de aanleg en instandhouding van infrastructurele werken (wegen, pleinen,
                    bruggen, plantsoenen en speelplaatsen). Veelal geschieden die activiteiten in
                    relatie tot allerlei bouwplannen en ontwikkelings- of
                    stadsvernieuwingsprojecten. Het initiatief kan daarbij uitgaan van particulieren
                    maar ook van overheidsinstanties zelf. In alle gevallen kosten de diverse
                    voorzieningen veel inspanningen en geld. Geregeld moet daarvoor ook
                    gemeentegrond worden verworven of worden ingezet (inbrengen) en dienstbaar
                    gemaakt worden voor deze bouwprojecten. Daarnaast moeten nog geregeld de
                    geldende bestemmingsplannen worden aangepast of daarvan vrijstelling verleend
                    worden, met mogelijk daaruit voortvloeiende schadeclaims van andere burgers. Het
                    spreekt voor zich dat hierdoor de particuliere grond een meerwaarde verkrijgt
                    dan wel anderszins worden gebaat. Vanuit het profijtbeginsel geredeneerd, is het
                    niet meer dan redelijk dat de betrokken grondeigenaren c.q. bouwexploitanten de
                    aan deze voorzieningen gekoppelde kosten voor haar rekening nemen. Het verhalen
                    van deze kosten oftewel kostenverhaal kan evenwel slechts op bepaalde manieren
                    geschieden.</al><al><vet>I. Vormen van kostenverhaal</vet></al><al>De gemeentelijke overheid heeft diverse instrumenten om tot kostenverhaal te
                    komen ter uitvoering van het profijtbeginsel. In dit verband is relevant de
                    uitspraak van de Waarnemend voorzitter van de Afdeling Rechtspraak van de Raad
                    van State d.d. 27 juli 1989, no R.03.89.2370 (Bouwrecht 1990, p. 107) waarin de
                    instrumenten tot kostenverhaal worden opgenoemd, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>Exploitatieverordening ex artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke
                            Ordening.</al></li><li nr="b."><al>Baat- en bouwgrondbelasting ex artikel 273 (oud) en 274 (oud), thans
                            artikel 222 der Gemeentewet</al></li><li nr="c."><al>Grondtransactie (zie ook arrest Gerechtshof Den Bosch d.d. 1 juni 1992,
                            rolnr 3030/91 HE, overweging 8.7 "grondtransactie als troef in
                            onderhandelingen".</al></li></lijst><al>ad a. Exploitatieverordening</al><al>In artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening vaststelt
                    waarin de voorwaarden worden vastgelegd waaronder de gemeente medewerking zal
                    verlenen aan de exploitatie van gronden die in de naaste toekomst voor bebouwing
                    in aanmerking komen. Artikel 42 WRO geeft aan welk soort voorschriften in elk
                    geval opgenomen dienen te worden: voorschriften omtrent afstand van de grond aan
                    de gemeente en voorschriften omtrent de wijze van toerekening en omslag van
                    kosten van voorzieningen van openbaar nut.</al><al>ad b. Fiscale middelen</al><al>Daarnaast kan de gemeente toepassing geven aan het fiscale instrumentarium van
                    de baatbelasting nieuwe stijl op grond van artikel 222 der Gemeentewet. Nadelen
                    van dit instrument: ontbreken volledige afstemming
                    exploitatieopzet/profijt-toerekening (vooraf dient bekostigingsbesluit te worden
                    genomen) en de beslissing tot invoering dient te worden genomen binnen 2 jaar
                    nadat de voorzieningen zijn voltooid. De uitvoeringskosten zijn hoog en
                    omslachtig. De heffingen kunnen over een reeks van jaren worden uitgesmeerd.
                    Bestuurlijk is dit instrument minder gewenst doordat percelen in de heffing
                    worden betrokken waarop geen of niet aanstonds (bouw)activiteiten plaats
                    hebben.</al><al>ad c. Grondtransactie</al><al>Voorts kan de gemeente besluiten toepassing te geven aan actieve grondpolitiek
                    teneinde door vrijwillige perceelsaankoop of eventueel door middel van
                    onteigening o.g.v. Titel IV der Onteigeningswet de uitvoering van de
                    voorzieningen zoals voorzien in het bestemmingsplangebied en exploitatiegebied
                    financieel en feitelijk mogelijk te maken en veilig te stellen. Na minnelijke
                    verwerving of onteigening kan de gemeente vervolgens deze gronden na
                    bouwrijp-making c.a., via gemeentelijke gronduitgifte aan gegadigden toedelen
                    tegen een uitgifteprijs waarin kostenverhaal t.a.v. te treffen en getroffen
                    voorzieningen verdisconteerd is.</al><al><vet>II. Jurisprudentie met betrekking tot kostenverhaal middels een
                        exploitatieovereenkomst.</vet></al><al>De laatste jaren is er op ruime schaal jurisprudentie ontstaan over de diverse
                    methoden die worden toegepast om tot verhaal van kosten te komen ingeval de
                    gemeente openbare voor-zieningen treft, met name met betrekking tot
                    kostenverhaal middels een exploitatieovereen-komst. In deze jurisprudentie is
                    ondermeer het volgende bepaald :</al><al>De gemeente mag in het algemeen voor de wijziging of herziening van een
                    bestemmingsplan geen financiële bijdrage bedingen (Afdeling Rechtspraak Raad van
                    State 2 maart 1984, AB 1984, 540). Ook het verlenen van medewerking aan de
                    uitwerking van een artikel 11 WRO-plan kan niet afhankelijk worden gesteld van
                    betaling door appellant van een financiële bijdrage, zo ook niet het nemen van
                    een voorbereidingsbesluit (Afdeling Rechtspraak Raad van State, 13 oktober 1983,
                    AB 1984, 30 en Voorzitter afdeling Rechtspraak Raad van State, 21 oktober 1991,
                    niet gepubliceerd) Om misverstanden te voorkomen, het gaat uitsluitend om
                    verhaal van kosten van bouwrijpmaken. Het staat de gemeente vrij voor het
                    ontwikkelen van een planherziening de kosten van publikaties e.d. via de
                    legesverordening in rekening te brengen.</al><al>De gemeente mag voorts geen bouwvergunning verlenen onder de voorwaarde dat een
                    financiële bijdrage in de exploitatiekosten wordt betaald. Immers de weigering
                    een exploi-tatieovereenkomst in de zin van artikel 42 WRO aan te gaan, mag niet
                    gehanteerd worden als grond voor het afwijzen van een bouwvergunning (Hof
                    Arnhem, 12 juli 1988, Gemeentestem no. 6894, nr 9)</al><al>Kostenverhaal c.q. het sluiten van een exploitatieovereenkomst kan in beginsel
                    niet plaats-vinden om de kosten van reeds in het verleden t.b.v. het
                    exploitatiegebied getroffen voor-zieningen te verhalen, tenzij de verordening
                    hierin voorziet. Nochtans is en blijft het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst niet afdwingbaar en de exploitant zal niet zonder meer
                    vrijwillig achteraf voor voorzieningen gaan betalen welke reeds zijn aangelegd
                    behoudens hij afhankelijk blijft van bepaalde (andere) voorzieningen. Indien
                    toch een exploitatieovereenkomst wordt gesloten voor nog te treffen
                    voorzieningen dan kunnen ook de kosten van reeds getroffen voorzieningen
                    verhaald worden, mits de kostenposten welke verhaald worden, verwoord zijn in de
                    exploitatieverordening en de exploitatieverordening terzake een aanvulling heeft
                    ondergaan.</al><al>De rechtmatigheid van een dergelijke aanvulling c.q. toevoeging moge blijken uit
                    een arrest van het Gerechtshof Arnhem d.d. 2 februari 1993, rolnr. 91/626 in de
                    kwestie gemeente Groesbeek/Versteegen. In deze uitspraak van het Gerechtshof is
                    niet alleen bepaald dat riolering bij uitstek een voorziening is waardoor een
                    perceel wordt gebaat en de kosten daarvan verhaalbaar zijn voor zover in de
                    Exploitatieverordening daarin wordt voorzien doch bovenal dat:</al><al>"De artikelen 42 en 43 Wet Ruimtelijke Ordening zijn echter zodanig ruim
                    geredi-geerd, dat deze geen beletsel zouden hebben opgeleverd voor de gemeente
                    om -voordat zij haar medewerking ging verlenen aan de exploitatie van het
                    onderhavige terrein van Versteegen- de exploitatieverordening zodanig aan te
                    passen, dat het ten laste van onder andere dit terrein brengen van de kosten van
                    de aanleg van het reeds aanwezige hoofdriool en de kosten van de nog te maken
                    aansluiting daarop, in die verordening zou zijn geregeld." (overweging 5.3). (NB
                    art. 43 WRO is thans vervallen).</al><al>Voorts verwijzen wij naar de arresten van het Gerechtshof Den Bosch in de
                    kwestie De Bont en Verhagen (Hof Den Bosch 1 juli 1992, BR 1993, p. 140 en Hof
                    Den Bosch 31 maart 1993, BR 1994, p. 956). Uit deze arresten blijkt duidelijk
                    dat er geen juridische afdwingbaarheid noch sanctiemogelijkheid op het niet
                    willen aangaan van een exploitatieovereenkomst bestaat en dat de hele idee van
                    een exploitatieovereenkomst gebaseerd is op het beginsel van contractsvrijheid.
                    Het is noodzakelijk over een adequate verordening te beschikken. Enerzijds om te
                    voldoen aan de wettelijke plicht, anderzijds om daar waar mogelijk een volledig
                    kostenverhaal na te kunnen streven en veilig te stellen. Buitendat kan de
                    exploitatieverordening zodanig worden opgesteld en ingericht dat de particuliere
                    exploitant ook evidente rechtszekerheid daaraan ontleent en derhalve een eigen
                    belang krijgt bij de toepassing daarvan. Door middel van de in deze verordening
                    geregelde mogelijkheid van gemeentelijk aanbod, kan nadrukkelijker de
                    exploitatieverordening als instrument naar de particuliere bouwexploitant worden
                    gepresenteerd en daarmee ook de contacten gestructureerd conform de
                    uitgangspunten van deze verordening.</al><al><vet>III. Actieve grondpolitiek/kostenverhaal via
                    onteigeningsinstrument</vet></al><al>Kostenverhaal in de vorm van een exploitatieovereenkomst of baatbelasting
                    behoort in beginsel bij een passief grondbeleid thuis, terwijl in het kader van
                    een actief grondbeleid het onteigeningsmiddel toepassing vindt.</al><al>Om kostenverhaal integraal veilig te stellen zal grondverwerving via de
                    onteigening de meest zekere weg zijn. Alsdan worden de perikelen rond de andere
                    instrumenten van kostenverhaal worden voorkomen. Nochtans zullen hoe dan ook die
                    andere instrumenten optimaal ingericht moeten zijn voor die gevallen waarin
                    actieve grondpolitiek niet of niet meer mogelijk is. Te denken valt aan
                    situaties waarin de grondeigenaar bereid en in staat is tot zelfuitvoering van
                    bestemmingsplannen te komen en de en de gemeente voorzieningen moet treffen mede
                    ten gunste van die gronden.</al><al><vet>IV. Noodzaak exploitatieverordening gemeente Barneveld</vet></al><al>De meeste gemeenten hebben een verordening naar het op privaatrechtelijke leest
                    geschoeide (oude) VNG-model. Deze modelverordening borduurde voort op de van
                    oudsher bestaande gemeentelijke praktijk om kosten van voorzieningen te verhalen
                    door middel van privaatrechtelijke overeenkomsten met de betrokken burger.</al><al>In artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is bepaald dat de
                    gemeenteraad een verordening behoort vast te stellen welke de voorwaarden bevat
                    waaronder de gemeente medewerking verleent aan het in bouwexploitatie brengen
                    van gronden. Een van deze voorwaarden heeft betrekking op het verhalen van
                    kosten van openbaar nut. Het kostenverhaal geschiedt door het betalen van een
                    exploitatiebijdrage. De bestaande (VNG)verordeningsmodellen voldoen om diverse
                    redenen niet langer. Enerzijds vanwege de gebezigde systematiek, de onduidelijke
                    begrippenomschrijvingen, en tot slot vanwege de negatieve invloed van recente
                    rechterlijke beslissingen op de bruikbaarheid en uitvoerbaarheid. Het nieuwe
                    VNGmodel geeft weliswaar een aantal verbeteringen te zien doch de systematiek
                    geeft nog steeds meer nadelen dan voordelen met alle uitvoeringsproblemen
                    vandien. Zo is de systematiek van een bekostigingsbesluit geïntroduceerd met
                    alle administratieve handelingen van dien, terwijl dit nauwelijks nodig is omdat
                    slechts zelden uiteindelijk een baatbelasting zal worden geheven. In het
                    voorliggende model is hiervan derhalve afgezien. Mocht ooit een baatbelasting
                    worden overwogen, dan kan te allen tijde toch een bekostigingsbesluit worden
                    genomen. De exploitatieverordening is daarvoor niet noodzakelijk.</al><al>In de voorliggende exploitatieverordening van de gemeente Barneveld is derhalve
                    de systematiek van een bekostigingsbesluit niet meer opgenomen. Ook andere
                    elementen zijn daarin verwerkt opdat de uitvoerbaarheid, flexibiliteit en
                    rechtszekerheid van de burgers een beter evenwicht krijgen. Nochtans behoeft
                    deze exploitatieverordening van Barneveld nader te worden aangevuld en aangepast
                    vanwege voortschrijdende ontwikkelingen in de jurisprudentie.</al><al>Zo is onder meer de recente uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 7 mei
                    2002 LJN. nummer AE3214 zaaknr. 00/712, van betekenis geweest voor de aanpassing
                    van de exploitatieverordening. Immers, voor het verhaal van
                    bestemmingsplanschade bij particuliere grondexploitatie c.q.
                    projectontwikkelaars/grondeigenaren is naar het oordeel van het Hof geen
                    rechtsbasis te vinden in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Ook
                    stelt het Hof zich op het standpunt dat evenmin bij de betrokken gemeente
                    (Nunspeet) in casu een andere publiekrechtelijke regeling voorziet in een
                    mogelijkheid van het verhaal van planschadekosten. Bij arrest van 2 mei 2003
                    heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof gesanctioneerd (LJN -nummer AF2848,
                    zaaknr. C02/209HR).</al><al>Teneinde hieraan tegemoet te komen is in deze exploitatieverordening mede de
                    rechtsbasis opgenomen c.q. verbreed om dergelijke kosten te verhalen op de
                    particuliere exploitant. In dit verband verwijzen wij ondermeer naar artikel 1,
                    lid 1 onder a aanhef en onder 2 in relatie tot artikel 8, lid 2 onder f en
                    artikel 10, lid 1 onder I aanhef en b.</al><al><vet>V. Karakter van de verordening</vet></al><al>Het karakter van deze verordening blijft privaatrechtelijk. Dit wil zeggen dat
                    de voorwaarden van gemeentelijke medewerking weliswaar in de vorm van een
                    verordening zijn opgenomen doch hieraan geen publiekrechtelijk karakter is
                    verbonden. Ofschoon artikel 42 WRO niet uitsluit dat er een verordening met
                    publiekrechtelijk karakter wordt geïntroduceerd, is hier-voor niet meer gekozen.
                    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitge-sproken dat
                    een publiekrechtelijke exploitatievergunning geen rechtsbasis heeft in het
                    huidige artikel 42 WRO (uitspraak d.d. 9 maart 1998, H01.96.0832 gemeente
                    Schoorl).</al><al>Overigens is een wetswijziging in voorbereiding waarbij wel aan een
                    exploitatievergunning wordt gedacht. Mocht die mogelijkheid ontstaan, dan kan
                    deze verordening hiermee worden gecompleteerd. De thans voorgestane verordening
                    kan het best vergeleken worden met algemene voorwaar-den in de zin van het
                    Burgerlijk Wetboek. Voor de rechtsbescherming zal de burger dan ook in beginsel
                    terechtkomen bij de civiele rechter.</al><al><vet>VI. Systematiek</vet></al><al>De verordening gaat in beginsel uit van het bestaan van een of meerdere
                    exploitatiegebieden. Deze gebieden worden door burgemeester en wethouders
                    aangewezen, evenals de bijbehorende exploitatieopzetten. In de exploitatieopzet
                    worden de baten en lasten aangeduid die voortvloeien uit of verband houden met
                    de voorzieningen die de gemeente voor het exploitatiegebied heeft uitgevoerd of
                    zal gaan uitvoeren. Die voorzieningen zijn te beschouwen als wijzen van
                    medewerking die de gemeente geeft bij de bouwexploitatie van gronden binnen zo'n
                    exploitatiegebied.</al><al><vet>VII. Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>In dit artikel wordt gedefinieerd in welke gevallen de exploitatieverordening
                    van toepassing is. Daarbij behoort het steeds te gaan om "het in bouwexploitatie
                    brengen van grond. Daarbij zijn drie gevallen te onderscheiden. Het gaat daarbij
                    niet alleen om het geschikt maken van grond tot bouwgrond maar ook om het
                    (beter) geschikt maken van reeds als bouwgrond aan te merken gronden en van
                    reeds bebouwde gronden. Het is alleszins redelijk en gerechtvaardigd een
                    bijdrage te vragen bij verbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing. De
                    verordening gaat er daarbij vanuit dat zulks alsdan geschiedt in het kader van
                    herontwikkeling, herinrich-ting of reconstructie.</al><al>Hierbij is te denken aan substantiële uitbreiding of verbouwing. Op basis van
                    een herinrichtingsplan kunnen bijvoorbeeld bestaande kantoorcomplexen of andere
                    bedrijfsopstallen getransformeerd worden in wooneenheden. Ook is denkbaar dat
                    een voormalig postkantoor wordt omgevormd tot hotelaccommodatie. Zeker wanneer
                    deze activiteiten gepaard gaan met gebruiksverandering c.q.
                    bestemmingsverandering is kostenverhaal noodzakelijk. De wijze waarop een
                    bouwplan wordt gerealiseerd - nieuwbouw, reconstructie of herinrichting - is
                    daarbij in het algemeen irrelevant. Het in bouwexploitatie brengen van grond kan
                    blijkens de definitiebepaling zowel geschieden via het feitelijk (doen)
                    uitvoeren van werken en werkzaamheden als in de vorm van het medewerking geven
                    aan bestemmingsplanprocedures en vrijstellingsprocedures ten behoeve van de
                    bebouwing die op de (bouw)grond wordt opgericht.</al><al>Een belangrijke toevoeging is verder opgenomen in lid 1, onder a sub 2. Dit
                    betreft met name voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die de gemeente
                    verricht ongeacht of op die gronden voorzieningen voor doeleinden en openbaar
                    nut worden aangebracht. Dit gaat dan voornamelijk om de particuliere bouwgrond
                    zelf. Als dienaangaande planologische maatregelen worden ontwikkeld,
                    bijvoorbeeld om aldaar woonbebouwing tot stand te gaan brengen, dan wordt dat
                    eveneens gekwalificeerd als een vorm van gemeentelijke medewerking waarvoor
                    kostenverhaal mogelijk is. Tenslotte is van belang dat burgemeester en
                    wethouders gebieden kunnen aanwijzen als exploitatiegebied (lid 2). Zeker bij
                    intensieve stadsvernieuwingsprocessen of belangrijke ontwikkelingsactiviteiten
                    noopt het inspelen op de nieuwe wensen en behoeften bij bouwexploitanten tot een
                    slagvaardig en flexibel overheidsbeleid. Het bijsturen van exploitatiegebieden,
                    exploitatievormen en exploitatieopzetten ligt in het verlengde hiervan.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>In dit artikel zijn wijzen opgesomd, die gerekend worden tot de door de gemeente
                    verleende of te verlenen medewerking aan het in bouwexploitatie brengen van
                    gronden. Daarbij is te denken aan bouwen andere werken van openbaar nut, welke
                    leiden tot het geschikt of beter geschikt maken van grond tot bouwgrond.</al><al>In lid 2 is de bepaling opgenomen dat eventuele niet eerder genoemde
                    werkzaamheden door hun aard wel tot de werken van openbaar nut ten behoeve van
                    het in bouwexploitatie brengen van gronden kunnen worden gerekend.</al><al>In lid 3 wordt de mogelijkheid geopend om ook de doorberekening van de
                    zogenaamde bovenwijkse (buiten het exploitatiegebied gelegen) voorzieningen in
                    de kostenomslag te betrekken. Het criterium is "het gebaat zijn" van het
                    desbetreffende exploitatiegebied. De veronderstelde mate van gebaat zijn kan een
                    verdeelsleutel betekenen, doch ook andere maatstaven of maximale doorberekening
                    kunnen onder omstandigheden redelijk zijn.</al><al>In lid 4 worden alle voorbereidings-, ontwikkelings- en beheershandelingen tot
                    wijzen van medewerking gerekend. Ook bodemonderzoek en sanering van
                    verontreinigde gronden of van het grondwater zijn daaronder begrepen en via
                    kostenverhaal ten laste van de bouwexploitan-ten te brengen. Verder is het
                    behandelen van schadeclaims en kostenclaims een onderdeel van de gemeentelijke
                    medewerking.</al><al>In lid 6 wordt met zoveel woorden aangegeven dat het beschikbaar stellen c.q.
                    aanwijzen van gemeentelijke gronden binnen het exploitatiegebied als vorm van
                    medewerking dient te worden gezien. Voor het daarmee samenhangende (mede)gebruik
                    en/of (mede)genot door de exploitant of enkel voor het aanwenden van die gronden
                    als onderdeel van het exploitatiegebied zal een vergoeding moeten worden voldaan
                    via de verrekening van de inbrengwaarde in de exploitatieopzet. Het gebruik of
                    genot is overigens niet exclusief voor de exploitant of zijn rechtsopvolgers.
                    Indien daarvan sprake zal moeten zijn, behoren grondtransactie daarin te
                    voorzien of zullen huur- en pachtrechten o.i.d. moeten worden gevestigd.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Hoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst niet kan worden afgedwongen,
                    wordt in artikel 3 bepaald dat de in artikel 2 genoemde wijzen van medewerking
                    alleen door of door tussenkomst van de gemeente kunnen worden uitgevoerd. Het
                    aanleggen van deze voor-zieningen, voorzover niet reeds verwezenlijkt, wordt
                    daarbij afhankelijk gesteld van het sluiten van deze overeenkomst. Ingeval een
                    particuliere exploitant voornemens is deze voorzieningen geheel of ten dele zelf
                    uit te voeren, kan dit worden toegestaan, mits een tijdige en kwalitatief
                    voldoende uitvoering is gewaarborgd. In een dergelijk geval zal met betrekking
                    tot het kostenverhaal en het eventuele afstand doen van gronden de verordening
                    van overeenkomstige toepassing zijn, waarbij een aanpassing van de
                    exploitatiebijdrage op voet van artikel 12 vierde lid kan plaatsvinden,
                    bijvoorbeeld door een opsplitsing van de exploitatiebijdrage te voldoen in geld
                    en in natura. De uitvoering van die werken door de particuliere exploitant zal
                    doorgaans geschieden krachtens een bij de exploitatieovereenkomst behorende
                    uitvoerings- of aannemingsovereenkomst. Aandacht dient daarbij te worden gegeven
                    aan de te bezigen privaatrechtelijke constructie in verband met de problematiek
                    omtrent het recht op aftrek van BTW -voorbelasting in het kader van aanleg van
                    openbare voorzieningen (Resolutie BTW -28 c.q. BTW -compensatiefonds per
                    01-01-2003).</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De bevoegdheid tot het sluiten van exploitatieovereenkomsten komt toe aan
                    burgemeester en wethouders.</al><al>In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie brengen van
                    een gebied. In het algemeen geschiedt dit ter uitvoering van bestemmingsplannen
                    of bouwplannen. In dat geval kan de gemeente de grondeigenaar benaderen met het
                    aanbod om in overleg de mede-werking aan bouw- en woonrijpmaken te regelen en
                    het kostenverhaal via exploitatieover-eenkomsten te waarborgen. Lukt dit niet
                    dan ontkomt men niet aan een actief grondverwer-vingsbeleid, zonodig gesteund
                    door onteigening, teneinde na verwerving en bouwrijpmaking de gronden wederom
                    uit te geven tegen prijzen waarin kostenverhaal is verdisconteerd. Het is echter
                    ook mogelijk dat de huidige of toekomstige grondeigenaar als exploitant het
                    initiatief neemt om bouwplannen uit te voeren. Wanneer daarvoor gemeentelijke
                    medewerking nodig is (anders dan voor/door de vergunningverlening zelf) via
                    vrijstelling of bestemmingsplanwijziging kan hij om die medewerking vragen door
                    middel van een bij het College ingediende aanvraag.</al><al>Ten behoeve van de rechtszekerheid van de burger en in verband met de
                    informatieplicht van de gemeente wordt, in voorkomende gevallen, een aanvrager
                    van een bouwvergunning voor de beslissing op die aanvraag gemeld dat ten behoeve
                    van het beoogde bouwplan gemeente-lijke medewerking nodig is of wenselijk kan
                    zijn. Alsdan wordt van hem of haar een bijdrage verwacht in verband met
                    benodigde voorzieningen van openbaar nut (ontsluiting en infra-structuur e.d.)
                    en voor de gemeentelijke medewerking d.m.v. planherziening en dergelijke.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>De beslistermijn is gesteld op drie maanden welke beslistermijn eventueel kan
                    worden verdaagd met nog eens drie maanden. Indien besloten is tot medewerking
                    wordt een concept-overeenkomst toegezonden aan de exploitant. Ook bij een aanbod
                    tot medewerking krijgt de exploitant een conceptovereenkomst. In beide gevallen
                    heeft de exploitant dertig dagen de tijd om de conceptovereenkomst ondertekend
                    terug te sturen, waarna ook voor Burgemeester en wethouders een termijn van
                    dertig dagen gaat lopen voor het ondertekenen en versturen van de overeenkomst.
                    Door ondertekening daarvan, is de exploitatieovereenkomst tot stand gekomen en
                    bindt zij beide partijen. De opgenomen voorbehouden waarborgen dat die
                    overeenkomst blijft beantwoorden aan de vereisten der Exploitatieverordening en
                    de uitgangspunten van de voor het exploitatiegebied geldende normen en
                    kostenopzet.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Deze bepaling biedt in een -limitatief bedoeld- aantal gevallen de mogelijkheid
                    tot aanhouding. Met name is interessant de mogelijkheid tot aanhouding indien de
                    exploitatieopzet herzien wordt, hetgeen het streven naar integraal kostenverhaal
                    ten goede komt. Overigens is de aanhouding een bevoegdheid en geen plicht.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>In dit artikel is een limitatief aantal weigeringsgronden opgenomen, waarin de
                    gemeente bevoegd is niet tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst over te
                    gaan. Deze weige-ringsgronden betreffen het veiligstellen van een zeker verband
                    tussen bouwexploitatie-initiatieven enerzijds en het wettelijk bouwregime
                    (bestemmingsplan en bouwverordening) anderzijds. Voorts is weigering mogelijk,
                    indien ondanks de door de exploitant te betalen bijdrage, zo'n overeenkomst
                    leidt tot een financieel tekort bij de gemeente. Daarbij is tevens een
                    weigeringsgrond opgenomen voor het geval dat de gemeente excessieve, bovenmatige
                    kosten zou moeten maken. Hiermee wordt het financieel belang van de gemeente
                    gediend.</al><al>Verder zijn de volgende weigeringsgronden toegevoegd: strijdigheid met het
                    bestemmingsplan, de weigering de ondergrond van de te realiseren voorzieningen
                    van openbaar nut over te dragen en de weigering van exploitant een onderzoek te
                    doen uitvoeren naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging en/of sanering
                    wanneer dat nodig mocht zijn. De bodemsanerings-problematiek, met name het
                    gebrek aan middelen voor sanering, maakt het noodzakelijk voor gemeenten
                    voorzichtigheid op dit punt te betrachten. Als laatste weigeringsgrond is
                    opgeno-men het geval waarin de exploitant geen medewerking geeft aan de
                    uitvoering van de veror-dening dan wel niet meewerkt aan het tot stand komen van
                    een exploitatieovereenkomst.</al><al>Met de mogelijkheid de medewerking te weigeren ingeval de exploitant de
                    ondergrond van de te realiseren voorzieningen van openbaar nut niet wil
                    overdragen, wordt invulling gegeven aan artikel 42 tweede lid onder a van de Wet
                    op de Ruimtelijke Ordening: "Een exploitatieveror-dening bevat onder meer
                    voorschriften omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop het treffen van de
                    voorzieningen voor doeleinden van openbaar nut afhankelijk wordt gesteld van de
                    afstand van de grond aan de gemeente". Verder biedt de verordening basis voor de
                    gemeente om medewerking te weigeren indien de exploitant op zijn beurt niet in
                    staat en garant staat voor de kosten en schaden die voortvloeien uit of verband
                    houden met de gemeentelijke medewerking. Daarbij moet gedacht worden aan
                    bestemmingsplanschade die voortvloeit uit de gemeentelijke medewerking door
                    middel van bestemmingsplanherziening en vrijstelling. Weigert de exploitant de
                    gemeente terzake te vrijwaren, dan behoeft ook de gemeente van haar kant geen
                    medewerking te verlenen.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>In deze bepaling worden de onderwerpen opgesomd, welke onderdeel kunnen uitmaken
                    van de te sluiten exploitatieovereenkomst of van het gemeentelijk aanbod. In de
                    eerste plaats is van belang aan te geven op welke wijzen de gemeente haar
                    medewerking heeft verleend of nog zal verlenen. Hierbij is de exploitatieopzet
                    richtinggevend. Eventueel kan verwezen worden naar de kostenposten van de
                    exploitatieopzet die vervolgens als bijlage bij de overeenkomst kan worden
                    gevoegd. Bovendien is van belang dat ook de planning van de wijzen van
                    medewer-king -voorzover nog niet uitgevoerd- en de planning van de door de
                    particuliere bouwexploi-tant te ondernemen activiteiten in de overeenkomst
                    worden opgenomen.</al><al>In de exploitatieovereenkomst zelf worden ook bepalingen opgenomen waarbij de
                    gemeente door de exploitant wordt gevrijwaard van kosten en schaden uit
                    vrijstellingsbesluiten en bestemmingsplanwijzigingen.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Dit artikel bevat de mogelijkheid van periodieke actualisering van de
                    exploitatieopzet. De bevoegdheid tot vaststelling van de exploitatieopzet komt
                    toe aan burgemeester en wethouders. Voorts is aangegeven dat het opstellen van
                    een exploitatieopzet dient te geschieden naar de situatie, waarin één exploitant
                    het gehele exploitatiegebied in bouwexploitatie brengt. Dit houdt verband met
                    het feit dat de berekening en omvang van de kosten van het in bouwexploitatie
                    brengen van de grond het meest zuiver en rationeel zijn te bepalen indien wordt
                    verondersteld dat het totale gebied door één exploitant in uitvoering wordt
                    gebracht.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de kosten- en opbrengstelementen,
                    welke deel uitmaken van een exploitatieopzet. Bij bepaalde kostenposten kunnen
                    opslagpercentages worden gebruikt in plaats van een inschatting van de
                    werkelijke kosten. Uitdrukkelijk is bepaald dat investeringslasten voor in het
                    verleden tot stand gebrachte voorzieningen ten behoeve van een aangewezen c.q.
                    een aan te wijzen exploitatiegebied, meegenomen kunnen worden. Rekening houdende
                    met een passende afschrijvingsduur is langs deze weg de mogelijkheid aanwezig om
                    ook achteraf deze kosten te verhalen bij nieuwe exploitanten. Eveneens zijn de
                    doorlopende rentelasten op deze reeds uitgevoerde voorzieningen door te
                    belasten. Op die investerings- en rentelasten komt in mindering het reeds voor
                    deze voorzieningen ontvangen kostenverhaal.</al><al>In de opsomming van kosten die in de exploitatieopzet worden meegenomen maken
                    ook schadevergoedingen en kostenvergoedingen onderdeel uit. Heel nadrukkelijk
                    wordt nog eens gedefinieerd wat onder schadevergoedingen moet worden verstaan.
                    Het betreft dan ondermeer schadevergoedingen gebaseerd op begrote of toegekende
                    bedragen op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en op
                    basis van al dan niet zelfstandige schadebesluiten.</al><al>Voorts is bepaald dat de toerekening van kosten geschiedt op basis van het
                    profijt, dat de gronden hebben van de wijzen waarop de gemeente medewerking
                    heeft gegeven of zal geven aan het in bouwexploitatie brengen. Deze systematiek
                    geldt zowel voor de percelen die via gemeentelijke gronduitgifte op de markt
                    worden gebracht als voor de percelen die aan kostenverhaal zijn onderworpen. Om
                    de uitvoering te vereenvoudigen is als hoofdregel gekozen voor een kostenomslag
                    die gelijkelijk op alle (bouw)gronden drukt. Differentiatie is echter mogelijk
                    indien bepaalde kosten hoofdzakelijk zijn gemaakt voor en dus behoren te drukken
                    op enkele specifieke percelen .</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Als rekeneenheid voor de bepaling van de financiële bijdrage is de
                    oppervlaktemethode gehanteerd. Hoewel ook andere methoden hiervoor worden
                    gehanteerd (bijv. toegelaten vloeroppervlaktebebouwing of bouweenhedenmethode)
                    is gekozen voor een methode op basis van de oppervlakte van de in
                    bouwexploitatie te brengen grond. Het gaat daarbij in het algemeen om bouwgrond
                    dan wel uitgeefbare gronden, d.w.z. gronden die als bouwterrein voor woning- of
                    uliteitsbouw zijn bedoeld of aangewezen. Deze systematiek sluit het beste aan
                    bij de bestaande omslagmethode welke wordt gehanteerd bij de bepaling van de
                    gronduitgifteprijzen van bouwgrond. Hierbij is, indien er verschillen in profijt
                    bestaan als gevolg van bestemming (gebruiksmogelijkheden) en/of ligging, een
                    tariefsdifferentiatie mogelijk. Een onderscheid van bouwpercelen naar ligging
                    en/of bestemming (gebruiksmogelijkheden) brengt de mate van belang dat een
                    bepaald bouwperceel heeft bij zekere voorzieningen tot uitdrukking. Zo kunnen de
                    kosten van een ontsluitingsweg die qua profiel en uitvoering specifiek is
                    bedoeld voor de bouwpercelen van het industriegebied in hoofdzaak op die
                    percelen drukken, terwijl de bouwpercelen bestemd voor woningbouw ten aanzien
                    hiervan worden ontzien. In dit laatste voorbeeld worden de bouwpercelen
                    industriegebied vermenigvuldigd met een factor &gt; 1 en de percelen woningbouw
                    met een factor &lt; 1. Voorts is denkbaar bij de bestemmingsfactoren onderscheid
                    te maken tussen bouwpercelen ten behoeve van meergezinshuizen en percelen voor
                    eengezinshuizen terwijl ook binnen die laatstbedoelde bestemming nuancering is
                    te maken naar vrijstaande woningen en aaneengesloten woonbebouwing. Een en ander
                    is afhankelijk van het betrokken exploitatiegebied en de mate van profijt welke
                    de diverse bestemmingen hebben. In elk geval dienen de werkbaarheid en
                    uitvoerbaarheid van het totale systeem voorop te staan zodat uitsluitend
                    evidente en substantiële verschillen in profijt langs de weg van liggings- en/of
                    bestemmingsfactoren behoeven te worden gecorrigeerd.</al><al>De tariefsdifferentiatie is eventueel ook aan te brengen bij de diverse vormen
                    van het in bouwexploitatie brengen, dat wil zeggen bij het geschikt of beter
                    geschikt maken van grond tot bouwgrond, van bouwgrond zelf of van reeds bebouwde
                    grond via herinrichting, reconstructie etc.. Op deze wijze is het mogelijk om
                    bijvoorbeeld bij herinrichting, de oppervlakte van het desbetreffende
                    bouwperceel te vermenigvuldigen met een factor &lt; 1 indien bij deze
                    exploitatievorm een geringer kostenverhaal rechtvaardiger wordt geacht.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>De berekening van de uiteindelijk door de exploitant te betalen financiële
                    bijdrage geschiedt volgens de regels van de artikelen 11 in verband met artikel
                    10, tweede en derde lid. Daarbij wordt op de totale toe te rekenen kosten in
                    mindering gebracht de totale inbrengwaarde van de aan de exploitant binnen het
                    exploitatiegebied toebehorende grond. Dit betreft zowel de grond van het
                    bouwperceel als de ondergrond waarop de medewerking in de zin van artikel 2
                    plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Ingeval geen overeenstemming tussen
                    partijen bestaat omtrent de vaststelling van de waarde van deze gronden,
                    geschiedt deze vaststelling door een in te stellen commissie van deskun-digen.
                    De Voorzieningenrechter van de Rechtbank van het ressort waartoe de gemeente
                    behoort - in casu Rechtbank Utrecht -, zorgt voor aanwijzing van de derde
                    deskundige indien de twee andere deskundigen niet gezamenlijk aanwijzing van de
                    derde kunnen regelen.</al><al>De inbrengwaarde van gemeentelijke gronden wordt gerelateerd aan de
                    inbrengwaarde van de gronden van de exploitant (complex-/projectbeginsel). Het
                    derde lid bevat een bepaling ingeval de exploitant bijzondere -extra wensen-
                    heeft met betrekking tot de in bouwexploitatie te brengen grond. Wanneer het
                    dergelijke vormen van medewerking betreft, komen deze volledig ten laste van de
                    exploitant. Hierbij is ook te denken aan bestemmingsplanherzieningen of
                    planwijzigingen die bedoeld zijn om bouwmogelijkheden op het eigen perceel te
                    scheppen. De daaraan verbonden kosten kunnen daarbij verhaald worden, inclusief
                    begrote of toegekende kosten en schadevergoedingen, voor zover niet opgenomen in
                    de exploitatieopzet van artikel 10. Het vierde lid betreft de situatie dat - met
                    toestemming van de gemeente - de exploitant zelf de bedoelde medewerking geheel
                    of gedeeltelijk feitelijk wenst te verrichten. In dat geval betaalt de
                    exploitant de exploitatiebijdrage verminderd met de -redelijkerwijs- te maken
                    kosten van de door de exploitant uit te voeren werken en werkzaamheden aan de
                    hand van de vastgestelde of vast te stellen exploitatieopzet. De
                    exploitatiebijdrage bestaat dan uit een gedeelte in geld en een bijdrage in
                    natura.</al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Het spreekt voor zich dat in het kader van het (bouw)gronduitgiftebeleid een
                    analoge toepassing van deze verordening noodzakelijk is zowel uit oogpunt van
                    behoorlijk bestuur (gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel) als ter
                    wille van een bedrijfsmatig en doelmatig grondbeleid. Bij de kostprijsberekening
                    mag het niet zo zijn dat de gemeente de particuliere gronden zonder meer
                    zwaarder belast dan de eigen gemeentegronden. Dit neemt niet weg dat er toch
                    enig onderscheid kan worden gemaakt tussen particuliere exploitatie en publieke
                    exploitatie. Zo kan rekening worden gehouden bij publieke exploitatie met een
                    normaal marktrisico en winstopslag. Die elementen winst en risico mogen
                    verdisconteerd worden in de uitgifteprijzen.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Het is denkbaar dat toepassing van de bepalingen inzake de exploitatiebijdrage
                    c.a. in voor-noemde gevallen tot minder gewenste of onbeoogde resultaten leidt.
                    Alsdan is de behoefte aanwezig om een meer op de concrete situatie toegesneden
                    regeling tussen partijen te treffen. In deze bepaling is de rechtsbasis hiervoor
                    neergelegd. Aan de andere kant ontleent de exploitant hieraan geen rechten. Het
                    tweede lid bevat een specifieke regeling voor die kosten die doorgaans via de
                    legesverordening worden geregeld. Voor zover de exploitatieverordening c.q.
                    exploitatieovereenkomst hierin voorziet, blijft de legesverordening buiten
                    toepassing.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>Gelet op vervallen van artikel 43 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bij wet
                    van 4 december 1997, Stb. 580, is preventief toezicht door Gedeputeerde Staten
                    op grond van die wet niet meer vereist. De verordening treedt in werking op de
                    dag na de dag van vaststelling en bekendmaking. Deze regeling sluit aan bij
                    artikel 3:40 en 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. Bekendmaking geschiedt
                    door kennisgeving van het besluit of zakelijke inhoud daarvan in bijvoorbeeld
                    een dag-, nieuws- of huis-aanhuis blad. Krachtens artikel 142 van de Gemeentewet
                    bestaat de bevoegdheid om in afwijking van de reguliere termijn van
                    inwerkingtreding aansluiting te zoeken bij de genoemde bepalingen van de
                    Algemene wet bestuursrecht. Mocht terzake artikel 22 van de Tijdelijke
                    referendumwet toepassing vinden, dan vervalt van rechtswege dit tijdstip van
                    inwerkingtreding. Wanneer een inleidend verzoek tot het houden van een
                    referendum onherroepelijk is toegelaten dan treedt de verordening niet eerder in
                    werking dan zes weken na de bekendmaking van dat besluit.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Citeertitel.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>