<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74375_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Cultuurhistorie Barneveld</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Barneveld Vandaag 22 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Cultuurhistorie Barneveld</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanhangig</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Cultuurhistorie Barneveld</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Cultuurhistorie Barneveld</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Subsidieverordening Cultuurhistorie Barneveld 2009</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
                                verstaan onder:</al><al>a. cultuurhistorische waarden: objecten of structuren van
                                historisch-bouwkundige, archeologische en/of historisch-geografische
                                waarden en/of landschapshistorische (geomorfologische) elementen,
                                zoals deze zijn opgenomen in de gemeentelijke lijst van beschermde
                                objecten of structuren;</al><al>b. duurzame instandhouding of ontwikkeling van cultuurhistorische
                                waarden: een beschermings- of ontwikkelingsaanpak, die erop is
                                gericht het verval van cultuurhistorische objecten of structuren
                                tegen te gaan en zo mogelijk schade te herstellen; hieronder vallen
                                de maatregelen op het gebied van onderhoud, restauratie,
                                inrichting;</al><al>c. haalbaarheidsonderzoek: onderzoek naar de haalbaarheid van een
                                investering die gericht is op de duurzame instandhouding van de
                                cultuurhistorische waarden;</al><al>d. college: het college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Bevoegdheid college</titel></kop><al>1. Het college is bevoegd tot verstrekking van subsidie als bedoeld
                                in deze verordening.</al><al>2. Het college hanteert bij het bepalen van de wijze waarop de
                                werkzaamheden worden uitgevoerd de “Uitvoeringsvoorschriften ten
                                behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden”
                                zoals deze door Gedeputeerde Staten van Gelderland bekend zijn
                                gemaakt.</al><al>3. Het college hanteert bij het bepalen van de subsidiabele kosten
                                de ”Lijst subsidiabele kosten en werkzaamheden ten behoeve van de
                                berekening van de subsidiabele instandhoudingskosten” zoals deze
                                door Gedeputeerde Staten van Gelderland bekend zijn gemaakt.</al><al>4. Het college is bevoegd in aanvulling/afwijking van de in lid 2 en
                                3 genoemde regelingen nadere regels vast te stellen.</al><al>5. Op subsidieverstrekking voor archeologische projecten is de
                                geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) van
                                toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Subsidieverstrekking</titel></kop><al>1. Subsidie kan worden verstrekt ten behoeve van duurzame
                                instandhouding en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden.</al><al>2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een natuurlijke of
                                rechtspersoon, al dan niet op winst gericht, die krachtens eigendom
                                of beperkt recht het genot heeft van cultuurhistorische waarden,
                                onder wiens opdracht duurzame instandhouding en ontwikkeling van
                                cultuurhistorische waarden plaatsvindt, behoudens de uitzonderingen
                                genoemd in artikel 8, tweede lid.</al><al>3. De aanvraag om subsidie wordt ingediend via een door het college
                                daartoe vastgesteld aanvraagformulier.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Onderhoudssubsidie voor gemeentelijke
                                monumenten</titel></kop><al>1. Subsidie in de kosten van onderhoud van cultuurhistorische
                                waarden bedraagt ten hoogste 20% van het totaal van de door het
                                college subsidiabel geachte kosten tot een maximumsubsidie van €
                                3.000,-- per object.</al><al>2. Per kalenderjaar kan per object één subsidieaanvraag worden
                                ingediend.</al><al>3. Bij onderhoudssubsidies worden geen voorschotten verleend.</al><al>4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan indien bij
                                een aanvraag de subsidiabele kosten meer bedragen dan €25.000,-- de
                                maximumsubsidie worden verdubbeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Restauratiesubsidie voor gemeentelijke
                                monumenten</titel></kop><al>1. Subsidie in de kosten van de restauratie van cultuurhistorische
                                waarden bedraagt 20% van het totaal van de door het college
                                subsidiabel geachte kosten tot een maximumsubsidie van € 35.000,--
                                per aanvraag.</al><al>2. Een restauratiesubsidie wordt maximaal 1 maal per jaar
                                toegekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Haalbaarheidsonderzoek</titel></kop><al>Ten behoeve van een haalbaarheidsonderzoek bedraagt de subsidie
                                maximaal 50% van de door het college subsidiabel geachte kosten, tot
                                een maximum van € 1500,-- per onderzoek</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Voorwaarden</titel></kop><al>1. Om in aanmerking te komen voor subsidie mag met de uitvoering van
                                de werkzaamheden niet worden begonnen dan nadat deze subsidie is
                                verleend.</al><al>2. Definitieve vaststelling van het subsidiebedrag en uitbetaling
                                ervan vinden plaats na goedkeuring van een na beëindiging van het
                                werk in te dienen gespecificeerde eindafrekening met
                                betaalbewijzen.</al><al>3. De uitvoering van de werkzaamheden dient conform de nadere regels
                                te zijn voltooid binnen 24 maanden na dagtekening van de beschikking
                                tot subsidieverlening, tenzij een verzoek om uitstel is
                                ingediend.</al><al>4. Degene aan wie krachtens de regeling subsidie is verstrekt, dient
                                het object met cultuurhistorische waarde in goede staat van
                                onderhoud te houden en dient deze voldoende te verzekeren en
                                verzekerd te houden tegen water-, brand-, storm- en bliksemschade
                                gedurende de periode dat sprake is van een object met
                                cultuurhistorische waarde.</al><al>5. De werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig de aanvraag.
                                Het college kan tussentijds toestemming verlenen van de aanvraag af
                                te wijken, mits nog niet met de werkzaamheden overeenkomstig de
                                gewijzigde aanvraag is begonnen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Weigering subsidie</titel></kop><al>1. Geen subsidie wordt verstrekt:</al><al>a. voor zover de te subsidiëren werkzaamheden op grond van een
                                verzekeringsovereenkomst zijn gedekt;</al><al>b. wanneer op de gemeentelijke begroting de benodigde middelen
                                ontbreken.</al><al>2.Subsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van cultuurhistorische
                                waarden, die in het bezit zijn van de staat, gemeenten of
                                provincies.</al><al>3. De door het college en andere subsidiënten verstrekte subsidie
                                samen bedraagt niet meer dan 90% van de door het college subsidiabel
                                geachte kosten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Intrekking</titel></kop><al>1. Het college kan de beschikking tot subsidieverlening intrekken
                                indien de werkzaamheden niet binnen 24 maanden na dagtekening van
                                deze beschikking zijn voltooid.</al><al>2. Het college kan terugbetaling van de uitbetaalde subsidie eisen
                                wanneer het object binnen 10 jaar na toewijzing van de subsidie op
                                grond van deze verordening, behoudens gevallen van overmacht, teniet
                                of teloor gaat.</al><al>3. Indien de aanvrager naar het oordeel van het college niet heeft
                                voldaan aan het bepaalde in artikel 2, leden 2,3 en 4 kan het
                                college de vastgestelde subsidie intrekken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Overgangsrecht</titel></kop><al>1. Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor inwerkingtreding
                                van deze verordening, worden afgehandeld volgens de op dat moment
                                geldende regeling.</al><al>2. Aanvragen, waarop met ingang van de in artikel 15, tweede lid,
                                bedoelde datum nog niet is beslist, worden met ingang van die datum
                                geacht aanvragen te zijn op grond van deze verordening, behoudens
                                aanvragen voor archeologisch onderzoek, waarop niet meer wordt
                                beschikt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Algemene Subsidieverordening</titel></kop><al>De bepalingen van de Algemene Subsidieverordening zijn niet van
                                toepassing op hetgeen in deze verordening is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Bijzondere gevallen</titel></kop><al>In bijzondere gevallen kan het college afwijken of ontheffing
                                verlenen van de procedurebepalingen en procedurevoorschriften van
                                deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Verslag</titel></kop><al>Het college brengt uiterlijk 1 januari 2010 aan de gemeenteraad
                                verslag uit over de toepassing van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Citeertitel</titel></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening
                                Cultuurhistorie Barneveld 2009”.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 januari 2009 en
                                gewijzigd in de openbare raadsvergadering van 20 december 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2011.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>