<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74348_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dantumadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dantumadiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad van Noord-Oost Friesland, 18-05-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-06-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INZAKE DE BEHANDELING VAN BEZWAARSCHRIFTEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan:</al><al>het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie:</al><al>de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;</al></li><li nr="c."><al>kamer:</al><al>het zelfstandige vaste onderdeel van de commissie, dat zich
                                bezighoudt met het horen en adviseren ter zake van een categorie van
                                bezwaarschriften, zoals vermeld in artikel 3 van deze
                                verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                                tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester als
                                bedoeld in artikel 1:5, lid 1 van de Awb.</al></li><li nr="2"><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften, welke
                                zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk
                                voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende
                                zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Samenstelling van de commissie:</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De commissie bestaat uit twee kamers, de Algemene Kamer en de
                                Ambtenarenkamer.</al></li><li nr="2"><al>Elk der kamers bestaat uit een voorzitter en twee leden, welke
                                worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college. Het college
                                gaat pas over tot benoeming en ontslag van de voorzitter en leden
                                van de algemene kamer na overleg met de commissie Samenleving.</al></li><li nr="3"><al>Het college benoemt overeenkomstig het tweede lid een genoegzaam
                                aantal plaatsvervangende leden. Het college gaat pas over tot
                                benoeming en ontslag van plaatsvervangende leden van de algemene
                                kamer na overleg met de commissie Samenleving.</al></li><li nr="4"><al>De voorzitter en de leden van de kamers kunnen geen deel uitmaken of
                                werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan der
                                gemeente Dantumadeel.</al></li><li nr="5"><al>Elk der kamers regelt de vervanging van haar voorzitter.</al></li><li nr="6"><al>Inzake bezwaarschriften betreffende ambtenarenzaken hoort en
                                adviseert de Ambtenarenkamer.</al></li><li nr="7"><al>Ten aanzien van de overige bezwaarschriften hoort en adviseert de
                                Algemene Kamer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Elk van de kamers heeft een secretaris, welke een door het college
                                aangewezen ambtenaar is.</al></li><li nr="2"><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de
                                secretaris aan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 . Zittingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter en de leden van de kamers worden in beginsel benoemd
                                voor een periode van vier jaren en treden af volgens een door het
                                college met betrekking tot de zittingsduur te hanteren
                                roulatiesystematiek.</al></li><li nr="2"><al>De in lid 1 vermelde zittingstermijn laat onverlet de mogelijkheid
                                tot eventuele tussentijdse schorsing en ontslag, zoals deze mogelijk
                                zijn ingevolge artikel 3, lid 2 van deze verordening.</al></li><li nr="3"><al>De voorzitter en de leden van de kamers kunnen op elk moment ontslag
                                nemen.</al></li><li nr="4"><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de kamers
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></li><li nr="2"><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                                spoedig mogelijk in handen van de bevoegde kamer gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7, Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna vermelde artikelen van de Awb worden
                        voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1 tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:17;</al></li><li nr="c."><al>artikel 7:4 tweede lid;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:6 vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Vooronderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter heeft de bevoegdheid zowel binnen als buiten de
                                gemeentelijke organisatie rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in
                                te winnen of te laten inwinnen.</al></li><li nr="2"><al>De voorzitter kan uit eigener beweging dan wel op verzoek vanuit de
                                desbetreffende kamer, bij deskundigen advies of inlichtingen
                                inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te
                                verschijnen.</al></li><li nr="3"><al>Indien daaraan aanmerkelijke kosten zuilen zijn verbonden is vooraf
                                machtiging van het college vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Hoorzitting</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting, waarin de
                                belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden
                                gesteld zich door de betreffende kamer te doen horen.</al></li><li nr="2"><al>De voorzitter beslist omtrent toepassing van artikel 7:3 van de Awb
                                [afzien van het horen op de in genoemd artikel sub a t/m sub d
                                vermelde gronden].</al></li><li nr="3"><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien
                                van het horen, doet hij hiervan mededeling aan de belanghebbenden en
                                aan het verwerend orgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Uitnodiging zitting</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan
                                tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></li><li nr="2"><al>Binnen drie dagen na de verzending van de schriftelijke uitnodiging
                                kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan de voorzitter
                                onder opgave van redenen verzoeken het tijdstip van de zitting te
                                wijzigen.</al></li><li nr="3"><al>De voorzitter beoordeelt of er een dringende reden tot wijziging van
                                het tijdstip van de zitting aanwezig is.</al></li><li nr="4"><al>De beslissing van de voorzitter op het gedane verzoek wordt
                                uiterlijk een week voor het tijdstip van de zitting aan de
                                belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.</al></li><li nr="5"><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen, welke in het eerst lid
                                tot en met het derde lid zijn vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Quorum</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Voor het houden van een zitting, welke tot een rechtsgeldig advies
                                aan het bestuursorgaan kan leiden, is vereist dat de meerderheid van
                                het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of diens
                                plaatsvervanger aanwezig is.</al></li><li nr="2"><al>Indien ter zitting tengevolge van onverwachte afwezigheid van
                                voorzitter of leden niet aan het in lid 1 vermelde vereiste kan
                                worden voldaan, staat, zolang de voorzitter ofwel een lid aanwezig
                                is, de mogelijkheid open tot het horen en het vervaardigen van een
                                hoorverslag [hoorzitting].</al></li><li nr="3"><al>In de situatie, omschreven in lid 2, kan op de eerstvolgende zitting
                                van de betreffende kamer, waarop dan wel aan het in lid 1 vermelde
                                vereiste dient te zijn voldaan, na kennisname van het op de
                                hoorzitting verhandelde, een rechtsgeldig advies aan het
                                bestuursorgaan worden uitgebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van een kamer nemen niet deel aan de behandeling
                        van een bezwaarschrift indien er feiten en/of omstandigheden aanwezig zijn,
                        waaruit naar redelijkheid kan worden geconcludeerd, dat daarbij hun
                        onpartijdigheid in het geding is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Openbaarheid c.q. niet openbaarheid van de
                            zitting.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting van de Algemene Kamer is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de
                                Algemene Kamer of een van de aanwezige leden dit nodig oordeelt of
                                indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></li><li nr="3."><al>Indien de Algemene Kamer vervolgens beslist, dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn, welke zich tegen de openbaarheid van de zitting
                                verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></li><li nr="4."><al>De zitting van de Ambtenarenkamer is niet openbaar en vindt plaats
                                met gesloten deuren.</al></li><li nr="5."><al>Indien de voorzitter of een van de aanwezige leden van de
                                Ambtenarenkamer van oordeel is, dat een openbare zitting dient
                                plaats te vinden, zonder dat er een risico bestaat daardoor de
                                privé-sfeer van de betreffende belanghebbende[n] wordt geschonden,
                                kan een openbare zitting worden gehouden, tenzij de betreffende
                                belanghebbende(n) daartegen bezwaar heeft/hebben.</al></li><li nr="6."><al>Indien de Ambtenarenkamer vervolgens beslist, dat er geen gewichtige
                                redenen aanwezig zijn, welke zich tegen de openbaarheid van de
                                zitting verzetten, vindt een openbare zitting plaats.</al></li><li nr="7."><al>De kamers kunnen een beslissing, als vermeld in de leden 3 en 6
                                eveneens voor de duur van meerdere hoorzittingen laten gelden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen
                                van de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></li><li nr="2"><al>Het verslag houdt een samengevatte en zakelijke weergave in van het
                                verhandelde ter zitting.</al></li><li nr="3"><al>Indien de zitting van de Algemene Kamer geheel of gedeeltelijk met
                                gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden,
                                respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid
                                zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.</al></li><li nr="4"><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></li><li nr="5"><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                van de desbetreffende Kamer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Nader onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere leden
                                van de desbetreffende kamer dit onderzoek houden.</al></li><li nr="2"><al>Nadat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn geworden beslist
                                de voorzitter of er omtrent de verkregen informatie een nadere
                                [hoorzitting] dient te worden belegd.</al></li><li nr="3"><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                aan de leden van de betreffende kamer, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbenden toegezonden dan wel aan hen ter nadere zitting ter
                                hand gesteld.</al></li><li nr="4"><al>Op een nadere [hoor]zitting zijn de bepalingen in deze verordening
                                die betrekking hebben op de [hoor]zitting, zo veel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De kamers beraadslagen en beslissen achter gesloten deuren omtrent het
                            door hen uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al/><lijst><li nr="a."><al>Elke kamer beslist bij meerderheid van stemmen omtrent het uit
                                    te brengen advies.</al></li><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van
                                    de voorzitter.</al></li><li nr="c."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                    gemaakt indien die minderheid dat verlangt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de in de
                            bezwarenfase te nemen beslissing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                            desbetreffende kamer ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                artikel 14 en eventueel door de desbetreffende kamer ontvangen
                                nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het
                                bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></li><li nr="1"><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de desbetreffende
                                kamer de termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste
                                lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het
                                uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt
                                hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></li><li nr="2"><al>Omtrent een besluit tot verdaging ontvangt de belanghebbende een
                                schriftelijke mededeling en de desbetreffende kamer een
                                afschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Overdracht bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter kan de aan hem bij deze verordening toegekende taken
                                en bevoegdheden, als bedoeld in de artikelen 7, 8, 9,10,15 en 17
                                tweede lid, overdragen aan de secretaris van de desbetreffende
                                kamer.</al></li><li nr="2"><al>De overdracht van taken en bevoegdheden ingevolge het vorige lid
                                ontslaat de voorzitter niet van zijn verantwoordelijkheid
                                terzake.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Verslag van aanbevelingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De Algemene Kamer brengt voor 1 april van ieder jaar verslag uit
                                omtrent de ingediende bezwaarschriften, de uitgebrachte adviezen
                                alsmede haar algemene bevindingen met betrekking tot het voorgaande
                                kalenderjaar.</al></li><li nr="2"><al>In het verslag kunnen tevens aanbevelingen worden gedaan met
                                betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening bezwaar-en beroepschriften Dantumadeel, zoals vastgesteld
                        door de raad van de gemeente Dantumadeel op 16 december 2003 wordt
                        ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van
                        een termijn van zes weken na de datum van haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening behandeling
                        bezwaarschriften gemeente Dantumadeel.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>