<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74323_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Deelverordening Welzijn</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dantumadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dantumadiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad Noord-Oost Friesland, 19-07-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Deelverordening Welzijn</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet%20/article=149">Gemeentewet , art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-08-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij "Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen" is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het onstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Deelverordening Welzijn</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Algemeen</al></li><li nr="In"><al>deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Subsidie:</al></li><li nr=""><al>de aanspraak op financiële middelen verstrekt met het
                                            oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                                            dan als betaling voor geleverde goederen en diensten aan
                                            de subsidieverstrekker.</al></li><li nr="b."><al>Structurele subsidie:</al></li><li nr=""><al>bedrag dat wordt toegekend voor een jaarlijks
                                            terugkerende activiteit</al></li><li nr="c."><al>Incidentele subsidie:</al></li><li nr=""><al>bedrag dat wordt toegekend voor een éénmalige
                                            activiteit</al></li><li nr="d."><al>Subsidieplafond:</al></li><li nr=""><al>het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
                                            beschikbaar is voor de verstrekking van gemeentelijke
                                            subsidies</al></li><li nr="e."><al>Cluster:</al></li><li nr=""><al>onderverdeling van subsidies in maatschappelijke
                                            participatie, culturele vorming, sport, jeugdbeleid en
                                            –zorg, ouderenwerk en natuur, recreatie en toerisme en
                                            lokale initiatieven.</al></li><li nr="f."><al>Doelreservering:</al></li><li nr=""><al>een begrotingspost bedoeld als reserve om op een later
                                            tijdstip extra middelen voor het na te streven doel te
                                            kunnen gebruiken</al></li><li nr="g."><al>Welzijn:</al></li><li nr=""><al>ontplooiing van een burger dan wel groepen burgers voor
                                            zover deze kan worden bevorderd door zorg, vorming,
                                            recreatie, kunst en cultuur.</al></li><li nr="h."><al>Prestatie:</al></li><li nr=""><al>de beoogde directe resultaten van een activiteit;</al></li><li nr="i."><al>Effect:</al></li><li nr=""><al>de beoogde gevolgen van de resultaten van een
                                            activiteit;</al></li><li nr="j."><al>Project:</al></li><li nr=""><al>een in omvang en tijd beperkte activiteit gericht op het
                                            bereiken van een omschreven doel.</al></li></lijst></li><li nr="-2."><al>Subsidievormen</al></li><li nr="In"><al>deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Productsubsidie:</al></li><li nr=""><al>een structurele subsidie waarbij de subsidievrager een
                                            bedrag krijgt toegewezen om een tevoren overeengekomen
                                            prestatie te leveren en uitsluitend verantwoording heeft
                                            af te leggen over de omvang en kwaliteit van de
                                            geleverde prestatie.</al></li><li nr="b."><al>Waarderingssubsidie:</al></li><li nr=""><al>een incidentele of structurele subsidie voor
                                            activiteiten van een organisatie, waarbij in beginsel
                                            geen verband bestaat tussen de kosten die de organisatie
                                            maakt en de subsidie die zij ontvangt.</al></li><li nr="c."><al>Begrotingssubsidie:</al></li><li nr=""><al>een incidentele of structurele subsidie als bijdrage in
                                            de kosten voor het in stand houden van de activiteiten
                                            van de organisatie.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing op de
                                    subsidiëring door de gemeente op de door de raad aangewezen
                                    terreinen van welzijn.</al></li><li nr="-2."><al>Het college is bevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al>één of meerdere bepalingen van deze verordening in
                                            individuele gevallen niet van toepassing te
                                            verklaren;</al></li><li nr="b."><al>naast de bepalingen van deze verordening bijzondere
                                            voorschriften te verbinden aan het verlenen van de
                                            subsidies.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Toepassing subsidievormen</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Bij toepassing van waarderings- en begrotingssubsidiëring wordt
                                    gebruik gemaakt van een indeling in clusters. Het college
                                    bepaalt of, en zo ja onder welke van de volgende clusters de
                                    aanvraag valt: </al><lijst><li nr="a."><al>maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="b."><al>ouderenwerk;</al></li><li nr="c."><al>jeugdbeleid en -zorg;</al></li><li nr="d."><al>natuur, recreatie en toerisme;</al></li><li nr="e."><al>sport;</al></li><li nr="f."><al>culturele vorming.</al></li><li nr="g."><al>evenementen</al></li><li nr="h."><al>incidentele lokale initiatieven</al></li></lijst></li><li nr="-2."><al>Per cluster zal deze deelverordening tenminste bepalen: </al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteiten subsidie mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>welke verplichtingen aan de subsidieverstrekking te
                                            verbinden zijn.</al></li></lijst></li><li nr="-3."><al>Bij toepassing van productsubsidies wordt gebruikt gemaakt van
                                    een uitvoeringsovereenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de
                                    afzonderlijke clusters overeenkomstig het voorgaande
                                    artikel.</al></li><li nr="-2."><al>Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de
                                    incidentele subsidieaanvragen.</al></li><li nr="-3."><al>Het college stelt het subsidieplafond vast in de maand januari
                                    van het jaar voorafgaand aan het tijdvak waarvoor het wordt
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Verdeelsleutel</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Bij structurele subsidies wordt bij overschrijding van het
                                    vastgestelde subsidieplafond het beschikbare bedrag gelijkelijk
                                    over de aanvragen verdeeld.</al></li><li nr="-2."><al>Indien de raad bij vaststelling van de begroting minder middelen
                                    ter beschikking stelt dan het college aan het subsidieplafond
                                    heeft toegekend, wordt de volgende verdeelsleutel toegepast; het
                                    verleende subsidiebedrag zal voor elke subsidieontvanger met een
                                    bepaald percentage verminderd worden overeenkomstig het
                                    percentage waarmee het subsidieplafond is verlaagd.</al></li><li nr="-3."><al>Bij incidentele subsidies wordt bij overschrijding van het
                                    vastgestelde subsidieplafond de volgende verdeelsleutel
                                    toegepast: de aanvragen worden behandeld in chronologische
                                    volgorde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Indexering</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>De hoogte van de toe te kennen subsidiebedragen van structurele
                                    waarderings- en begrotingssubsidies wordt één keer in de vijf
                                    jaar aangepast.</al></li><li nr="-2."><al>De hoogte van de toe te kennen subsidiebedragen van structurele
                                    productsubsidies wordt jaarlijks aangepast.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Algemene procedurele bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Algemene subsidiecriteria</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>De activiteiten op het gebied van welzijn worden getoetst aan de
                                    doelstellingen zoals geformuleerd in de door de raad
                                    vastgestelde programma’s.</al></li><li nr="-2."><al>De te subsidiëren activiteiten en de wijze van toekenning worden
                                    getoetst aan de volgende doelstelling: bij de verlening van
                                    subsidie moet er sprake zijn van een goed en evenwichtig aanbod
                                    van de activiteit(en) binnen de gemeente.</al></li><li nr="-3."><al>De activiteiten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moeten
                                    gericht zijn op de inwoners van de gemeente en er moet sprake
                                    zijn van in voldoende mate, rechtstreeks specifiek Dantumadeels
                                    belang.</al></li><li nr="-4."><al>Om voor een subsidie in aanmerking te komen moet er een
                                    aanwijsbare prestatie worden geleverd, waarbij de hoogte van de
                                    subsidie in relatie tot het belang van de activiteiten
                                    staat.</al></li><li nr="-5."><al>Het uitgangspunt van het gemeentelijke subsidiebeleid is dat
                                    activiteiten, uitgaande van het subsidiariteitsbeginsel, in
                                    principe kostendekkend dienen te zijn, waarbij een eigen
                                    bijdrage gewenst is door middel van contributie, entreeheffing
                                    of zelfwerkzaamheid. De gemeentelijke subsidie zal alleen dan
                                    worden verstrekt wanneer volledige kostendekking niet mogelijk
                                    of niet wenselijk is, tenzij subsidiëring nadrukkelijk elders in
                                    deze verordening mogelijk is gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Structurele subsidieaanvraag.</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Structurele subsidies worden onderverdeeld in: </al><lijst><li nr="-"><al>waarderingssubsidies;</al></li><li nr="-"><al>begrotingssubsidies; en</al></li><li nr="-"><al>productsubsidies</al></li></lijst></li><li nr="2a."><al>Aanvragen worden als waarderingssubsidie behandeld, als het te
                                    verlenen bedrag maximaal € 1.000,-- bedraagt.</al></li><li nr="2b."><al>Aanvragen worden als begrotingssubsidie behandeld, als het te
                                    verlenen bedrag tussen € 1.000,-- en € 5.000,-- bedraagt.</al></li><li nr="2c."><al>Aanvragen worden als productsubsidie behandeld, als het te
                                    verlenen bedrag meer dan € 5.000,-- bedraagt.</al></li><li nr="2d."><al>Het college kan besluiten af te wijken van bovengenoemde
                                    indeling.</al></li><li nr="3a."><al>Begrotings- en waarderingssubsidieaanvragen moeten vóór 1 maart
                                    van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="3b."><al>De indieningstermijn voor productsubsidies wordt in een
                                    uitvoeringsovereenkomst nader bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Incidentele subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele subsidies worden onderverdeeld in: </al><lijst><li nr="-"><al>waarderingssubsidies; en</al></li><li nr="-"><al>begrotingssubsidies;</al></li></lijst></li><li nr="2a."><al>Aanvragen voor lokale activiteiten worden behandeld als
                                    waarderingssubsidie, waarbij maximaal een subsidiebedrag van
                                    €500,-- per aanvraag wordt verleend.</al></li><li nr="2b."><al>Aanvragen die betrekking hebben op investeringen in
                                    sportaccommodaties worden behandeld als begrotingssubsidie.</al></li><li nr="3."><al>Incidentele subsidieaanvragen kunnen vanaf 1 juli van het jaar
                                    voorafgaand aan het subsidiejaar tot en met 1 december van het
                                    subsidiejaar worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De bedoelde aanvragen uit het voorgaande lid moeten minimaal
                                    vier weken voorafgaand aan de start van de activiteiten worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="5."><al>De aanspraak op subsidie vervalt indien de activiteit niet
                                    binnen zes maanden na afloop van het subsidiejaar is
                                    uitgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Aan een organisatie wordt subsidie verleend voor zover er is
                                    voldaan aan elk van de volgende voorschriften: </al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieaanvraag moet voldoen aan het bepaalde bij
                                            deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>de subsidie wordt slechts verleend onder de voorwaarde
                                            dat de raad voldoende middelen ter beschikking
                                            stelt.</al></li></lijst></li><li nr="-2."><al>Subsidie kan worden verleend voor een periode van meer dan één
                                    jaar.</al></li><li nr="-3."><al>Begrotingssubsidies worden verleend op basis van de begroting en
                                    een beknopt activiteitenoverzicht.</al></li><li nr="-4."><al>Productsubsidies worden verleend op basis van de begrote kosten
                                    voor de te leveren prestatie en de beoordeling van de in het
                                    voorgaande jaar uitgevoerde gesubsidieerde prestaties.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Bevoorschotting of betaling op declaratiebasis</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Structurele begrotings- en productsubsidies worden, in een
                                    aantal termijnen, met 100% bevoorschot.</al></li><li nr="-2."><al>Incidentele begrotingssubsidies kunnen voor 100% worden
                                    bevoorschot, dan wel op basis van ingediende declaraties worden
                                    uitbetaald.</al></li><li nr="-3."><al>Het college kan afwijken van artikel 11 lid 1 en 2. In de
                                    beschikking dient te worden vermeld welk bedrag wordt
                                    bevoorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt
                                    bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Waarderingssubsidies worden zonder voorafgaande verlening
                                    vastgesteld en uitbetaald.</al></li><li nr="-2."><al>Indien sprake is van begrotingssubsidies, dient het college
                                    binnen vier maanden na afloop van het betreffende jaar de
                                    volgende stukken over dat jaar te ontvangen: </al><lijst><li nr="-"><al>een inzichtelijke jaarrekening voorzien van een aan de
                                            begroting gerelateerde toelichting per post;</al></li><li nr="-"><al>een jaarverslag waarin een duidelijk inzicht wordt
                                            gegeven van de activiteiten en werkzaamheden die het
                                            afgelopen jaar werden verricht of hebben
                                            plaatsgevonden.</al></li></lijst></li><li nr="-3."><al>Indien sprake is van productsubsidies, dient het college binnen
                                    vier maanden na afloop van het betreffende jaar de volgende
                                    stukken over dat jaar te ontvangen: </al><lijst><li nr="-"><al>een door het bestuur van de instelling gewaarmerkte
                                            balans betreffende het jaar waarin de gesubsidieerde
                                            activiteiten hebben plaatsgevonden, alsmede een
                                            inzichtelijke jaarrekening voorzien van een aan de
                                            begroting gerelateerde toelichting per post;</al></li><li nr="-"><al>een jaarverslag waarin een duidelijk inzicht wordt
                                            gegeven van de activiteiten en werkzaamheden die het
                                            afgelopen jaar werden verricht of hebben
                                            plaatsgevonden;</al></li><li nr="-"><al>een (deel) product / prestatie gerelateerde
                                            afrekening.</al></li></lijst></li><li nr="-4."><al>Het college kan bepalen dat nadere gegevens, desgewenst
                                    schriftelijk, moeten worden verstrekt of dat met minder dan de
                                    in het voorgaande lid genoemde gegevens kan worden
                                    volstaan.</al></li><li nr="-5."><al>Het college kan nadere voorschriften geven voor de inrichting
                                    van het financiële jaarverslag.</al></li><li nr="-6."><al>Het college kan besluiten de subsidie te wijzigen indien blijkt
                                    dat de grondslag waarop subsidie is verstrekt is vervallen dan
                                    wel ingrijpend is gewijzigd.</al></li><li nr="-7."><al>Het college kan besluiten indien de vereiste financiële en
                                    inhoudelijke verantwoording van de aanwending van de subsidie
                                    niet, niet tijdig of onvolledig wordt ingediend, het
                                    subsidiebesluit te herzien dan wel tot terugvordering over te
                                    gaan</al></li><li nr="-8."><al>Het college kan de subsidie ambtshalve vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Afdeling 4.2.8 Awb</titel></kop><al>Het college kan bij afzonderlijk besluit bepalen dat afdeling 4.2.8 Awb
                            van toepassing verklaard wordt op de daarbij aangewezen subsidies en/of
                            organisaties.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3: Productsubsidies</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14 Toekenning in geval van productsubsidiëring</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Het college kan bepalen dat aan een organisatie een
                                    productsubsidie wordt verstrekt.</al></li><li nr="-2."><al>De omvang en het gewenste kwaliteitsniveau van de te leveren
                                    prestaties worden vastgelegd in een
                                    uitvoeringsovereenkomst.</al></li><li nr="-3,"><al>Productsubsidies kunnen voor meerdere jaren worden verleend, tot
                                    een maximum van vier kalenderjaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Ter uitwerking van de beschikking tot verlening van een
                                    productsubsidie sluit het college een uitvoeringsovereenkomst
                                    met de subsidieontvanger.</al></li><li nr="-2."><al>In een uitvoeringsovereenkomst wordt tenminste opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de te leveren prestaties, waarbij
                                            wordt</al></li><li nr="aangegeven"><al>aan welke gemeentelijke beleidsdoelstelling(en) deze een
                                            bijdrage levert(/en)</al></li><li nr="b."><al>de doelgroep(en) waar de prestatie(/s) zich op richt
                                            (/en)</al></li><li nr="c."><al>de daarbij door de stichting in te zetten middelen
                                            (personeel, faciliteiten, financiën)</al></li><li nr="d."><al>de bij de uitvoering betrokken partners</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor een uitvoeringsovereenkomst wordt
                                            aangegaan</al></li><li nr="f."><al>de hoogte van de gemeentelijke subsidie, als onderdeel
                                            van de totale</al></li><li nr="subsidiëring"><al>van de subsidieontvanger, alsmede de wijze waarop dit is
                                            berekend</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop verantwoording jegens de gemeente wordt
                                            afgelegd</al></li><li nr="h."><al>de afspraken over de wijze waarop tussentijds informatie
                                            wordt verstrekt</al></li><li nr="i."><al>de afspraken over hoe te handelen bij voorgenomen en/of
                                            noodgedwongen</al></li><li nr="wijzigingen"><al>in de door de subsidieontvanger te leveren
                                            prestaties</al></li><li nr="j."><al>bepalingen over de te treffen maatregelen indien de
                                            subsidieontvanger in gebreke bljift bij het tijdig
                                            indienen van vereiste jaarstukken</al></li></lijst></li><li nr="-3."><al>In een uitvoeringsovereenkomst kunnen voorwaarden worden gesteld
                                    over onder andere: </al><lijst><li nr="a."><al>de eigen bijdragen van deelnemers aan activiteiten</al></li><li nr="b."><al>tarieven</al></li><li nr="c."><al>kwaliteitseisen aan de te leveren prestaties</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4: Waarderings- en begrotingssubsidies</titel></kop><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Clusters</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Ten aanzien van de criteria, waaraan voldaan moet zijn om
                                        voor een waarderings- of begrotingssubsidie in aanmerking te
                                        komen, wordt gebruik gemaakt van de clusterindeling
                                        overeenkomstig artikel 3 van deze verordening.</al></li><li nr="-2."><al>Ten aanzien van de eisen die gesteld kunnen worden aan de
                                        organisaties die voor subsidie in aanmerking komen, kan het
                                        college per organisatie of soort organisatie op het bepaalde
                                        in en krachtens deze deelverordening nadere regels
                                        opstellen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.1 Maatschappelijke participatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17 Criteria</titel></kop><al>Organisaties die behoren tot de cluster maatschappelijke
                                participatie moeten, om in aanmerking te komen voor subsidie, aan
                                één of meer van de volgende criteria voldoen. Er moet sprake zijn
                                van ten minste één van de activiteiten die:</al><lijst><li nr="a."><al>een bijdrage leveren aan maatschappelijke participatie in de
                                        sociaal-educatieve en recreatieve sfeer.</al></li><li nr="b."><al>een bijdrage leveren aan maatschappelijke participatie in de
                                        hulpverlenende sfeer.</al></li><li nr="c."><al>een bijdrage leveren aan de emancipatie die met name gericht
                                        is op: </al><lijst><li nr="-"><al>het bevorderen van de bewustwording van individuele
                                                en/of groepen vrouwen met betrekking tot de rol en
                                                positie van vrouwen;</al></li><li nr="-"><al>het veranderen van situaties waarin sprake is van
                                                een ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen
                                                mannen en vrouwen;</al></li><li nr="-"><al>het veranderen van de maatschappelijke structuren en
                                                verhoudingen die belemmeringen en achterstanden voor
                                                vrouwen veroorzaken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Aantal deelnemers</titel></kop><al>Het minimum aantal deelnemers aan activiteiten gericht op
                                maatschappelijke participatie waarvoor subsidie kan worden
                                verstrekt, bedraagt tien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Ontwikkelingssamenwerking</titel></kop><al>Indien aan organisaties een subsidie wordt verleend ten behoeve van
                                activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, zijn de
                                volgende regels op de subsidiëring van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>er worden geen structurele tekorten gesubsidieerd;</al></li><li nr="b."><al>een subsidie aan een plaatselijke activiteit ten behoeve van
                                        ontwikkelingssamenwerking zal doorgaans een aanvullend
                                        karakter hebben; er dient gestreefd te worden naar andere
                                        inkomsten naast de gemeentelijke subsidie;</al></li><li nr="c."><al>zowel projecten die zich qua uitvoering direct in
                                        ontwikkelingslanden afspelen, als projecten die zich, via
                                        voorlichting en dergelijke, richten op de bewustwording van
                                        de Dantumadeelse ingezetenen met betrekking tot de
                                        problematiek van deze landen, kunnen voor subsidie in
                                        aanmerking komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Internationale contacten</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Voor het onderhouden van internationale contacten in het
                                        kader van cultuur, taal of sport kan een instelling of
                                        organisatie in aanmerking komen voor een gemeentelijke
                                        subsidie.</al></li><li nr="-2."><al>De bijdrage bedraagt 10% van de begrote kosten tot een
                                        maximum van € 500,-.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.2. Ouderenwerk</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Criterium</titel></kop><al>Organisaties die behoren tot de cluster ouderenwerk moeten, om in
                                aanmerking te komen voor subsidie, aan het volgende criterium
                                voldoen: er moet sprake zijn van activiteiten in de
                                sociaal-educatieve en/of recreatieve sfeer, gericht op ouderen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Aantal deelnemers</titel></kop><al>Het minimum aantal deelnemers aan ouderenactiviteiten waarvoor
                                subsidie kan worden verstrekt, bedraagt tien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Ouderensozen</titel></kop><al>Onder ouderensozen worden verstaan die organisaties die door middel
                                van het regelmatig organiseren van educatieve en recreatieve
                                activiteiten bijdragen aan een waardevolle tijdsbesteding en het
                                voorkomen van eenzaamheid bij ouderen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.3. Jeugdbeleid en -zorg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 Algemeen</titel></kop><al>Organisaties die tot de cluster jeugdbeleid en -zorg behoren, kunnen
                                ten aanzien van één of meer van de volgende activiteiten in
                                aanmerking komen voor subsidie:</al><lijst><li nr="a."><al>het bieden van mogelijkheden met betrekking tot het
                                        vergroten van sociale vaardigheden en lichamelijke beweging
                                        voor kinderen;</al></li><li nr="b."><al>sociaal-educatieve activiteiten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.3.1: Spelactiviteiten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Eén organisatie kan éénmaal per jaar voor het desbetreffende
                                        dorp subsidie aanvragen voor vakantiespelactiviteiten.</al></li><li nr="-2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder
                                        vakantiespelactiviteiten verstaan spelactiviteiten tijdens
                                        de vakanties die gericht zijn op alle kinderen van vier tot
                                        en met twaalf jaar uit het betreffende dorp.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Eén organisatie kan éénmaal per jaar voor het desbetreffende
                                        dorp subsidie aanvragen voor activiteiten ter gelegenheid
                                        van de verjaardag van de Koningin of een andere nationale
                                        feestdag.</al></li><li nr="-2."><al>Lid 1 is van toepassing indien de activiteiten gericht zijn
                                        op alle kinderen van vier tot en met twaalf jaar uit het
                                        betreffende dorp.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.3.2: Speelvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 27 Begripsbepaling</titel></kop><al>In de volgende artikelen wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Speelvoorziening: een door particulier initiatief beheerd
                                        openbaar speelterrein;</al></li><li nr="b."><al>Beheerscommissie: de commissie, vereniging of stichting, die
                                        belast is met het beheer van een speelvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>Speeltoestel: een door het college als zodanig aangemerkt
                                        toestel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Startsubsidie</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Indien naar het oordeel van het college de realisatie van
                                        een nieuwe speeltuin wenselijk en noodzakelijk is, kan een
                                        eenmalige startsubsidie worden verstrekt.</al></li><li nr="-2."><al>Ten behoeve van het verrichten van grondwerkzaamheden ten
                                        behoeve van een nieuw te realiseren speelvoorziening kan een
                                        eenmalige subsidie worden verstrekt.</al></li><li nr="-3."><al>Ten behoeve van het aanbrengen van een hekwerk rondom een
                                        nieuw te realiseren speelvoorziening kan een eenmalige
                                        subsidie worden verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="-1"><al>De beheerscommissie houdt toezicht op de veiligheid van het
                                        speelterrein en de daarop geplaatste speeltoestellen.</al></li><li nr="-2."><al>De beheerscommissie draagt zorg voor het onderhoud van de
                                        speeltoestellen.</al></li><li nr="-3."><al>De beheerscommissie volgt aanwijzingen van de gemeente
                                        betreffende de onderhoudssituatie en de in dat kader te
                                        verrichten werkzaamheden van de speelterreinen op.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Onderhoudssubsidie speeltoestellen</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Jaarlijks kan van gemeentewege een onderhoudssubsidie worden
                                        verstrekt.</al></li><li nr="-2."><al>Het onderhoud van de speeltoestellen is een voorwaarde om
                                        voor onderhoudssubsidie in aanmerking te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Huur grond voor speelterreinen</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>De beheerscommissie huurt de grond ten behoeve van de
                                        speelvoorziening van de gemeente.</al></li><li nr="-2."><al>De huur kan door elk van de partijen schriftelijk worden
                                        opgezegd met inachtneming van een termijn van twee
                                        maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Grond- en groenonderhoud</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Het grond- en groenonderhoud is niet verplicht.</al></li><li nr="-2."><al>Indien de beheerscommissie zelf het grond - en
                                        groenonderhoud verzorgt, kan hiervoor een jaarlijks
                                        onderhoudssubsidie worden verstrekt, aanvullend op de
                                        subsidie bedoeld in artikel 28 van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Intrekking en terugvordering</titel></kop><al>Alvorens een besluit te nemen omtrent intrekking dan wel
                                terugvordering van de op dat jaar betrekking hebbende
                                onderhoudssubsidie, wordt de beheerscommissie in de gelegenheid
                                gesteld binnen een door het college te bepalen termijn alsnog het
                                achterstallig onderhoud te verrichten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Extra bijdrage</titel></kop><al>Indien, naar het oordeel van het college, de jaarlijkse
                                onderhoudssubsidie en de inkomsten van derden niet voldoende zijn om
                                een verantwoord functioneren van de speelvoorziening mogelijk te
                                maken, kan het college besluiten om eenmalig een extra bijdrage te
                                verstrekken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.4 Sport</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 35 Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van de volgende artikelen wordt verstaan
                                onder:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringskosten: kosten die een vereniging maakt bij het
                                        aanschaffen of aanleggen van extra voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>sportvoorziening: voorziening rechtstreeks verband houdende
                                        en noodzakelijk voor de uitoefening van de sport;</al></li><li nr="c."><al>vereniging: organisatie met statutaire vestiging in de
                                        gemeente Dantumadeel, waarvan de leden met name gevestigd
                                        zijn binnen deze gemeente en waarvan de activiteiten tevens
                                        voornamelijk, indien mogelijk in verband met benodigde
                                        voorzieningen, plaatsvinden binnen de gemeente;</al></li><li nr="d."><al>kerntaak: de sportvoorzieningen die het college van
                                        burgemeester en wethouders noodzakelijk acht voor de
                                        realisatie van een minimum niveau op sportgebied in de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Aanleggen sportvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="-1"><al>Voor nieuw aan te leggen sportvoorzieningen kan het college
                                        van burgemeester en wethouders 100% subsidie verlenen -
                                        inclusief de eerste inrichting - verminderd met het bedrag
                                        dat door enige zelfwerkzaamheid opgebracht zou kunnen
                                        worden.</al></li><li nr="Om"><al>hiervoor in aanmerking te komen dient er aan de volgende
                                        voorwaarden voldaan te worden: </al><lijst><li nr="a."><al>het aanleggen van de sportvoorziening moet tot de
                                                kerntaken behoren van de gemeente, en derhalve
                                                noodzakelijk worden geacht voor het realiseren van
                                                een minimum niveau aan voorzieningen op
                                                sportgebied.</al></li><li nr="Tot"><al>de kerntaken van de gemeente behoort de aanleg van
                                                de hieronder vermelde sportvoorzieningen: </al><lijst><li nr="-"><al>de bouw van sporthallen;</al></li><li nr="-"><al>de aanleg van voetbal-, korfbal-, kaats-, en
                                                  trainingsvelden;</al></li><li nr="-"><al>de aanleg van tennisbanen;</al></li><li nr="-"><al>de aanleg van ijsbanen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de aan te leggen sportvoorziening moet in een
                                                duidelijk aantoonbare behoefte voorzien en de
                                                investering moet urgent zijn;</al></li><li nr="c."><al>de activiteiten die plaatsvinden in de
                                                sportvoorziening moeten zich richten op de gemeente
                                                Dantumadeel of aanwijsbaar ten goede komen aan de
                                                ingezetenen van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="-2"><al>Ten aanzien van de subsidie zoals geregeld in het voorgaande
                                        lid zal er, in tegenstelling tot het bepaalde in artikel 4
                                        van deze verordening, jaarlijks geen subsidieplafond worden
                                        vastgesteld.</al></li><li nr="-3"><al>Het college beslist op de subsidieaanvraag binnen een
                                        redelijke termijn na de jaarlijkse vaststelling van de
                                        begroting door de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Natte hoek</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Het college kan ten behoeve van de bouw van een natte hoek
                                        bij nieuwbouw van sportaccommodaties, die niet tot de
                                        kerntaken behoren, en bij de verbouwing en uitbreiding van
                                        sportaccommodaties, een subsidie verstrekken tot maximaal
                                        één derde van de kosten van de totale investering in het
                                        sportcomplex.</al></li><li nr="-2."><al>Artikel 36 het eerste lid, onderdelen b en c en de leden 2
                                        en 3 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38 Stimuleringsbijdrage</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Overige investeringen komen voor rekening van de vereniging.
                                        Indien de vereniging voldoet aan de criteria, zoals deze
                                        vermeld staan in het tweede lid van dit artikel, kan de
                                        vereniging in aanmerking komen voor een subsidie, die
                                        maximaal 10% bedraagt van de totale investeringskosten. Dit
                                        dient te worden beschouwd als een stimuleringsbijdrage.</al></li><li nr="-2."><al>Het college kan een vereniging 10% van de investeringskosten
                                        vergoeden, mits de aanvraag voldoet aan de volgende
                                        criteria: </al><lijst><li nr="a."><al>de investering is urgent ;</al></li><li nr="b."><al>de vereniging toont, indien mogelijk, eigen inzet
                                                ten aanzien van de realisering van de
                                                investering;</al></li><li nr="c."><al>het betreft een incidentele aanvraag;</al></li><li nr="d."><al>de investering komt niet in aanmerking voor de
                                                subsidiemogelijkheden zoals vermeld in artikel 36 en
                                                37 van deze verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.5 Culturele vorming</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 39 Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Onder culturele activiteiten worden verstaan die
                                        activiteiten die de deelname van individuen en groepen aan
                                        cultuuruitingen gericht op (persoonlijke) creatieve
                                        ontplooiing en kunstbeoefening bevorderen en/of
                                        stimuleren.</al></li><li nr="b."><al>Onder 'zangvereniging' wordt mede verstaan c.q. hiermee
                                        gelijkgesteld een kinder- of jeugdkoor, een gospelgroep en
                                        een majorettekorps.</al></li><li nr="c."><al>Onder 'muziekvereniging' wordt mede verstaan c.q. hiermee
                                        gelijkgesteld een harmonie, een fanfare, een brassband en
                                        een drumband.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40 Muziek- en zangverenigingen</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Indien een muziek- of zangvereniging in aanmerking wenst te
                                        komen voor subsidie, moet er worden voldaan aan het volgende
                                        criterium: de activiteiten van de vereniging dienen zoveel
                                        mogelijk ten dienste te staan van de burgers van
                                        Dantumadeel. Elke vereniging dient hiertoe minimaal één
                                        openbare uitvoering per jaar te verzorgen.</al></li><li nr="-2."><al>Indien een vereniging wordt opgeheven, dan wel ophoudt zijn
                                        huidige doelstelling daadwerkelijk na te streven, moet aan
                                        het instrumentarium en/of de rekwisieten in overleg met het
                                        college een bestemming worden gegeven, indien de aanschaf
                                        van dit materiaal mede met een gift à fonds perdu of een
                                        renteloze lening van de zijde van de gemeente Dantumadeel is
                                        gerealiseerd</al></li><li nr="-3"><al>Het college stelt per kalenderjaar een door de raad
                                        vastgesteld subsidiebedrag per jeugdlid beschikbaar aan de
                                        vereniging.</al></li><li nr="-4"><al>De peildatum voor vaststelling van het aantal jeugdleden van
                                        een muziek- of zangvereniging is 1 januari van het
                                        subsidiejaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 41 Toneelverenigingen</titel></kop><lijst><li nr="-1"><al>Indien een toneelvereniging in aanmerking wenst te komen
                                        voor subsidie, moet worden voldaan aan het volgende
                                        criterium: de activiteiten van de vereniging dienen zoveel
                                        mogelijk ten dienste te staan van de burgers van
                                        Dantumadeel. Elke vereniging dient hiertoe minimaal één
                                        openbare uitvoering per jaar te verzorgen.</al></li><li nr="-2"><al>Het college stelt per kalenderjaar een door de raad
                                        vastgesteld subsidiebedrag per jeugdlid beschikbaar aan de
                                        vereniging.</al></li><li nr="-3"><al>De peildatum voor de vaststelling van het aantal jeugdleden
                                        van een toneelvereniging is 1 januari van het
                                        subsidiejaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42 Volksdansverenigingen</titel></kop><lijst><li nr="-1"><al>Indien een volksdansvereniging in aanmerking wenst te komen
                                        voor subsidie, moet worden voldaan aan het volgende
                                        criterium: de activiteiten van de vereniging dienen zoveel
                                        mogelijk ten dienste te staan van de burgers van
                                        Dantumadeel. Elke vereniging dient hiertoe minimaal één
                                        openbare uitvoering per jaar te verzorgen.</al></li><li nr="-2"><al>Het college stelt per kalenderjaar een door de raad
                                        vastgesteld subsidiebedrag per jeugdlid beschikbaar aan de
                                        vereniging.</al></li><li nr="-3"><al>De peildatum voor de vaststelling van het aantal jeugdleden
                                        van een volksdansvereniging is 1 januari van het
                                        subsidiejaar.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.6. Natuur, recreatie en toerisme</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 43</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Organisaties die als doel hebben, zonder winstoogmerk, het
                                        duurzaam versterken van het toeristisch recreatieve klimaat,
                                        waaronder ook begrepen de natuurontwikkeling,
                                        landschapverbetering en milieukwaliteiten, kunnen naar het
                                        oordeel van het college van burgemeester en wethouders in
                                        aanmerking komen voor subsidie. Om hiervoor in aanmerking te
                                        komen dient de subsidieaanvraag betrekking te hebben op één
                                        of meer van de volgende aspecten: </al><lijst><li nr="a."><al>verbetering van de kwaliteit, deskundigheid en
                                                samenwerking;</al></li><li nr="b."><al>het opheffen van knelpunten in de
                                                infrastructuur.</al></li></lijst></li><li nr="-2."><al>Het betreffende verzoek moet een duidelijk aantoonbare
                                        verbetering zijn ofwel een versterking van de leefbaarheid
                                        betekenen voor zowel de lokale als regionale bevolking.</al></li><li nr="-3."><al>Er dient een duidelijk aantoonbare behoefte te zijn.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.7 Evenementen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 44 Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van de volgende artikelen wordt verstaan
                                onder:</al><al>a. evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van
                                vermaak die voldoet aan de nadere eisen als bedoeld in artikel
                                44.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45 Te subsidiëren activiteit</titel></kop><al>Het college kan subsidie verlenen voor het organiseren van
                                evenementen voorzover die van bovenlokaal of bovengemeentelijk
                                belang zijn en betrekking hebben op één of meer terreinen van
                                cultuur, welzijn of sport.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46 Nadere eisen</titel></kop><al>Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen dient het
                                evenement te voldoen aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="1."><al>het evenement draagt in positieve zin bij aan de vergroting
                                        van de naamsbekendheid van de gemeente Dantumadeel ;</al></li><li nr="2."><al>het evenement draagt bij aan het welzijn van de bewoners dan
                                        wel is van waarde voor de inwoners van Dantumadeel</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 47 Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:25, tweede lid en
                                        artikel 4:35 van de Algemene wet Bestuursrecht kunnen
                                        burgemeester en wethouders een subsidie weigeren wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>het evenement niet plaatsvindt in de gemeente
                                                Dantumadeel;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieaanvrager statutair buiten de gemeente
                                                Dantumadeel is gevestigd;</al></li><li nr="c."><al>het evenement (naar hun mening) niet of niet
                                                voldoende aansluit bij de initiatieven en de
                                                behoeften van de bevolking of groepen daaruit;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet openbaar toegankelijk is;</al></li><li nr="e."><al>overwegend partijpolitieke, godsdienstige of
                                                levensbeschouwelijke vorming of bewustwording wordt
                                                beoogd of feitelijk verricht;</al></li><li nr="f."><al>ten behoeve van het evenement al een andere
                                                gemeentelijke subsidie is of kan worden
                                                verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan afwijken van het eerste lid sub a en b, mits
                                        het evenement waarvoor subsidie wordt verleend direct ten
                                        goede komt aan de inwoners van de</al></li><li nr="gemeente"><al>Dantumadeel en het evenement niet reeds in voldoende mate
                                        door een lokale instelling wordt verricht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 48 Uitsluiting</titel></kop><al>Periodiek weerkerende straat-, wijk-, buurt- en dorpsfeesten komen
                                niet voor subsidie in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Zowel structurele als incidentele aanvragen komen voor
                                        subsidie in aanmerking.</al></li><li nr="2."><al>Op structurele aanvragen is artikel 8 van deze
                                        deelverordening van toepassing</al></li><li nr="3."><al>Op incidentele aanvragen is artikel 9 lid 3 en 4 van deze
                                        deelverordening van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.8: Incidentele lokale initiatieven</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 50</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>Het college kan een incidentele subsidie verlenen voor een
                                        eenmalige activiteit of gebeurtenis van lokale aard die een
                                        sociaal cultureel, cultureel en/of educatief karakter
                                        heeft.</al></li><li nr="-2."><al>Op een aanvraag voor een incidentele subsidie voor een
                                        lokaal initiatief zijn de bepalingen van artikel 9 van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 51 Bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="-1."><al>De raad kan in afwijking van of in aanvulling op het bepaalde in
                                    deze verordening nadere regels stellen.</al></li><li nr="-2."><al>Het college kan nadere voorschriften ter uitvoering van deze
                                    verordening geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 52 Hardheidsclausule</titel></kop><al>In het geval dat onverkorte toepassing van deze verordening zou leiden
                            tot onbillijkheden van overwegende aard, kan het college hiervan
                            afwijken</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 53 Ontheffing</titel></kop><al>Het college kan van verplichtingen, gesteld bij of krachtens deze
                            deelverordening ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 54</titel></kop><al>De deelverordening kan worden aangehaald als "Deelverordening
                            Welzijn".</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 55 Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op subsidies die voor de wijziging van deze verordening verleend zijn,
                            blijven de bepalingen zoals opgenomen in de deelverordening Welzijn,
                            vastgesteld bij raadsbesluit dd. 24 februari 2004 van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 56 Inwerkingtreding</titel></kop><al>-1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                            verstrijken van een termijn van zes weken na publicatie.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Deelverordening Welzijn vastgesteld bij raadsbesluit dd. 6 juli 1999</ondertekening><ondertekening>1e wijziging vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 6 maart 2000</ondertekening><ondertekening>2e wijziging vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 24 februari 2004</ondertekening><ondertekening>3e wijziging vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 4 juli 2006</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>