<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>74281_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme </dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2010, 71</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>2010-11-16</dcterms:issued><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme </dcterms:alternative><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankenrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Subsidieverordening economie, recreatie en toerisme, art. 1</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 108</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GSvoorstel </overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidie, economie, recreatie, toerisme</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Historie van deze regeling: Nieuwe regeling vastgesteld op 23 oktober 2007, inwerking
          getreden op 21 december 2007: Provinciaal Blad 2007, 64; 1e wijziging vastgesteld op 26
          augustus 2008, inwerking getreden op 12 september 2008, met terugwerkende kracht tot 1
          januari 2008; Provinciaal Blad 2008, 33; 2e wijziging vastgesteld op 28 oktober 2008,
          inwerking getreden op 30 januari 2009; Provinciaal Blad 2009, 9; 3e wijziging vastgesteld
          op 25 november 2008, inwerking getreden op 19 december 2008; Provinciaal Blad 2008, 44; 4e
          wijziging vastgesteld op 20 januari 2009, inwerking getreden op 30 januari 2009;
          Provinciaal Blad 2009, 10; 5e wijziging vastgesteld op 7 april 2009, inwerking getreden op
          9 april 2009, Provinciaal Blad 2009, 35; 6e wijziging vastgesteld op 12 mei 2009,
          inwerking getreden op 14 mei 2009; Provinciaal Blad 2009, 39; 7e wijziging vastgesteld op
          23 juni 2009, inwerking getreden op 2 juli 2009; Provinciaal Blad 2009, 46; 8e wijziging
          vastgesteld op 16 maart 2010, inwerking getreden op 25 maart 2010; Provinciaal Blad 2010,
          29; 9e wijziging vastgesteld op 23 maart 2010, inwerking getreden op 3 april 2010;
          Provinciaal Blad 2010, 32; 10e wijziging vastgesteld op 2 november 2010; Provinciaal Blad
          2010, 71.</al><al> </al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Uitvoeringsregeling van 23 oktober 2007, houdende regels betreffende de subsidiëring
            van activiteiten op het terrein van economie, recreatie en toerisme.
            (Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme) (laatstelijk
            gewijzigd bij besluit van 23 maart 2010)</al><al>Gedeputeerde Staten van Fryslân,</al><al>gelet op de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening provincie
            Fryslân 2006 en de Subsidieverordening economie, recreatie en toerisme,</al><al>besluiten de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme vast
            te stellen als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> minister: de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
                  Milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al> waddenfonds: het fonds als bedoeld in artikel 2 van de wet;</al></li><li nr="c."><al> waddengebied: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Planologische
                  Kernbeslissing Derde Nota Waddenzee;</al></li><li nr="d."><al> waddenzee: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Planologische Kernbeslissing
                  Derde Nota Waddenzee;</al></li><li nr="e."><al> wet: Wet op het Waddenfonds.</al></li><li nr="f."><al> Handleiding: Handleiding voor projectindieners voor het Regionaal Innovatie
                  Programma Fryslân: Fryslân Fernijt II;</al></li><li nr="g."><al> Fries vaarnetwerk: Vaarwegen gelegen in de provincie Fryslân, opgenomen in het
                  PVVP dan wel het Plan Kleine Waterrecreatie Fryslân, die voldoen aan kolom I en II
                  van tabel 1, met uitzondering van de Waddeneilanden en vaarwegen die liggen in of
                  in open verbinding staan met het IJsselmeer of de Waddenzee. Voor vaarwegen met
                  classificatie E1 geldt tevens dat de vaarweg onderdeel is van een doorgaande
                  vaarroute dan wel dat via deze vaarweg een jacht- of passantenhaven, stad of dorp
                  bereikbaar is;</al></li><li nr="h."><al> Jacht- en passantenhavens: Voor passanten toegankelijke havens met een
                  bedrijfs-matig karakter, waar pleziervaartuigen, al dan niet tegen betaling, aan
                  steigers of kaden kunnen aanleggen, niet zijnde privé aanleghavens en -kaden,
                  verkoophavens of door gedeputeerde staten daarmee gelijk te stellen havens;</al></li><li nr="i."><al> bezinningstoerisme: de fysieke beleving van materiële of immateriële cultuur,
                  erfgoed of landschap waardoor de bezoeker tot zichzelf en tot rust kan komen.</al></li><li nr="j."><al> elektrische aandrijving: een elektromotor die een vaartuig voortstuwt,
                  inclusief de voor deze aandrijving benodigde schroef en installatie, waaronder een
                  regelaar, een accupakket dat de motor voedt met elektrische energie, de daarvoor
                  benodigde lader en een accustatusindicator;</al></li><li nr="k."><al> parallelhybride aandrijving: aandrijfsysteem met zowel een elektrische
                  aandrijving als een verbrandingsmotor;</al></li><li nr="l."><al> serie hybride aandrijving: een elektrische aandrijving, waarbij het accupakket
                  wordt gevoed door middel van een ingebouwde generator;</al></li><li nr="m."><al> zonnestroomsysteem: een fotovoltaïsch zonne-energiesysteem;</al></li><li nr="n."><al> tankstation: een bestaand openbaar commercieel uitgiftepunt van
                  transportbrandstoffen dat voldoet aan de daarvoor geldende technische
                  specificaties, veiligheidsvoorschriften, toepasselijke regelgeving en vergunningen
                  en is goedgekeurd door daartoe bevoegde instanties;</al></li><li nr="o."><al> aardgasvulpunt: installatie bestaand uit een compressorinstallatie, een
                  voorraadbuffertank, waarin aardgas onder een druk van minimaal 200 bar is
                  opgeslagen en een aflevertoestel op een tankstation waarmee aardgas wordt
                  afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die aardgas als motorbrandstof
                  gebruiken;</al></li><li nr="p."><al> bio-ethanolvulpunt: installatie op een tankstation waarmee E85 motorbrandstof
                  wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die bio-ethanol als
                  motorbrandstof gebruiken;</al></li><li nr="q."><al> biodieselvulpunt: installatie op een tankstation waarmee B100 motorbrandstof
                  wordt afgeleverd in de brandstoftanks van motorvoertuigen die biodiesel als
                  motorbrandstof gebruiken;</al></li><li nr="r."><al> aanjaaggroep: een groep van onafhankelijke deskundigen uit de provincies
                  Fryslân, Groningen en Drenthe die ideeën en projecten aandragen en hierover advies
                  uitbrengen aan het projectteam;</al></li><li nr="s."><al> Noordelijk Ambitiestatement: bestuurlijk bekrachtigde afspraak over te bereiken
                  doelen in de periode 2008 - 2011 in Fryslân, Groningen en Drenthe op het gebied
                  van leren voor duurzame ontwikkeling tussen de landelijke stuurgroep Leren voor
                  Duurzame Ontwikkeling en de afzonderlijke colleges van Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr="t."><al> projectteam: team dat verantwoordelijk is voor de algemene organisatie van het
                  programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling (pijler 3) dat bestaat uit een externe
                  programmacoördinator en 3 provinciale regisseurs;</al></li><li nr="u."><al> uitvoeringsprogramma leren voor duurzame ontwikkeling: een tweemaal per jaar
                  door Gedeputeerde Staten van Fryslân vastgestelde lijst met projecten die in enig
                  jaar voor subsidie op grond van deze subsidieregeling in aanmerking komen. </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"></colspec><colspec colname="col2"></colspec><colspec colname="col3"></colspec><thead><row><entry><al>Kolom I Classificatie</al></entry><entry><al>Kolom II Minimum doorvaarthoogte bruggen [m]</al></entry><entry><al>Kolom III Genormeerde baggerdiepte [m]</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al><vet>Azm</vet> Grote zeewaardige boten</al></entry><entry><al>30,00 of BB<sup>1</sup> &gt; 3,00</al></entry><entry><al>2,50</al></entry></row><row><entry><al><vet>Bzm</vet> Niet-zeewaardige boten</al></entry><entry><al>12,5 m of BB &gt; 3,00</al></entry><entry><al>2,20</al></entry></row><row><entry><al><vet>Czm</vet> Niet-zeewaardige boten</al></entry><entry><al>12,5 m of BB &gt; 3,00</al></entry><entry><al>2,00</al></entry></row><row><entry><al><vet>Cm</vet>Grote motorboten</al></entry><entry><al>3,00</al></entry><entry><al>1,70</al></entry></row><row><entry><al><vet>Dm</vet>Motorboten</al></entry><entry><al>2,50</al></entry><entry><al>1,50</al></entry></row><row><entry><al><vet>E1</vet> Kleine zeil- en motorboten</al></entry><entry><al>2,00</al></entry><entry><al>1,25</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Algemene subsidieverordening van toepassing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op subsidieverstrekking op grond van deze uitvoeringsregeling is de Algemene
                subsidieverordening provincie Fryslân 2006 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op grond van deze uitvoeringsregeling wordt geen subsidie verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al> voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, als bedoeld
                    in art. 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="b."><al> voor een activiteit waarvoor een periodieke subsidie is verstrekt als bedoeld
                    in hoofdstuk 2 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006.</al></li><li nr="c."><al> voor een activiteit die naar het oordeel van gedeputeerde staten overwegend
                    een politiek karakter heeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Projectkosten</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2 worden als projectkosten uitsluitend in
              aanmerking genomen de noodzakelijke en rechtstreeks aan de uitvoering van de
              activiteit toe te rekenen, na het indienen van de aanvraag door de subsidieontvanger
              gemaakte en betaalde kosten. Niet bestede middelen kunnen worden teruggevorderd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Niet doelgerichte verplichting</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen bij de subsidieverlening de verplichting opleggen dat de
              subsidieontvanger, op een door gedeputeerde staten te bepalen wijze te kennen geeft
              dat de activiteit mede tot stand is gekomen met subsidie van de provincie
              Fryslân.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Titel 1 Thema Cofinanciering Waddenfonds</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel de subsidiëring van activiteiten, anders dan
                reguliere investeringen of beheers- of onderhoudswerken, die gericht zijn op of
                bijdragen aan:</al><lijst><li nr="a."><al> het vergroten en versterken van de natuur- en landschapswaarden van het
                    waddengebied;</al></li><li nr="b."><al> het verminderen of wegnemen van externe bedreigingen van de natuurlijke
                    rijkdom van de Waddenzee;</al></li><li nr="c."><al> een duurzame economische ontwikkeling in het waddengebied dan wel gericht
                    zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het
                    waddengebied en de direct aangrenzende gebieden;</al></li><li nr="d."><al> het ontwikkelen van een duurzame kennishuishouding ten aanzien van het
                    waddengebied.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Subsidiabele activiteiten - Cofinanciering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van
                  activiteiten die gericht zijn op of bijdragen aan de verwezenlijking van de in
                  artikel 5 genoemde doelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij het vaststellen van het subsidieplafond kunnen gedeputeerde staten
                  onderscheid maken naar de doelstellingen als bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt voor
                  activiteiten waarvoor tevens door de minister subsidie wordt verstrekt op grond
                  van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Subsidie op grond van deze regeling wordt voorts uitsluitend verstrekt voor
                  projecten die geheel of in overwegende mate op het grondgebied van de provincie
                  Fryslân worden uitgevoerd. Projecten die niet op het grondgebied van de provincie
                  Fryslân worden uitgevoerd kunnen evenwel voor subsidie in aanmerking komen, voor
                  zover de activiteiten naar het oordeel van gedeputeerde staten in overwegende mate
                  gericht zijn op of ten goede zullen komen aan de provincie Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Aanvraagperiode</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend binnen de door gedeputeerde staten
                  vastgestelde aanvraagperioden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten maken melding van deze aanvraagperioden in twee regionale
                  dagbladen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan worden ingediend door een bestuursorgaan, door een
                  niet-gouvernementele organisatie of door een natuurlijk persoon, niet zijnde een
                  onderneming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ondernemingen in Europeesrechtelijke zin komen niet voor subsidie in
                  aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een aanvraag wordt gericht aan gedeputeerde staten, met gebruikmaking van een
                  daartoe ter beschikking gesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid, gaat de aanvraag vergezeld van een
                  kopie van de aanvraag tot subsidieverlening en het projectplan, bedoeld in artikel
                  1.4 van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een
                  samenwerkingsverband, dient één der deelnemers in het samenwerkingsverband de
                  aanvraag mede namens de andere deelnemers in. De aanvraag gaat vergezeld van de
                  aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende overeenkomst, met daarin in
                  elk geval een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende
                  natuurlijke en rechtspersonen alsmede van de verdeling van de
                  verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de
                  verschillende deelnemers.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen op basis van rangschikking, bedoeld in artikel
                  10, tweede lid, binnen 26 weken na de laatste dag van de aanvraagperiode waarin de
                  aanvraag tot subsidieverlening is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de beschikking tot subsidieverlening niet binnen de in het eerste lid
                  genoemde termijn kan worden gegeven stellen gedeputeerde staten de aanvrager
                  daarvan in kennis en noemen een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wordt
                  gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidie kan slechts worden verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de
                  minister subsidie verstrekt op grond van de Subsidieregeling Wet op het
                  Waddenfonds.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen in elk geval afwijzend op een aanvraag indien: </al><lijst><li nr="a."><al> de minister de subsidieaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van
                      artikel 1.8 van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds.</al></li><li nr="b."><al> de subsidieaanvraag naar het oordeel van gedeputeerde staten in onvoldoende
                      mate voldoet aan de in artikel 10, eerste lid, genoemde criteria.</al></li><li nr="c."><al> het door provinciale staten beschikbaar gestelde bedrag wordt
                      overschreden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Toetsingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten toetsen de aanvragen aan de mate waarin: </al><lijst><li nr="a."><al> het project bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelen, genoemd in
                      artikel 5;</al></li><li nr="b."><al> het project past binnen de vastgestelde provinciale beleidskaders met
                      betrekking tot de Waddenzee en het Waddengebied.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten rangschikken de voor subsidieverlening in aanmerking
                  komende aanvragen zodanig dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate die
                  meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde criteria. Ten behoeve van de
                  rangschikking wegen de in het eerste lid genoemde criteria even zwaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten verdelen het beschikbare bedrag in de volgorde van de
                  rangschikking.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid, blijft een
                  rangschikking achterwege indien het bedrag van de te verlenen subsidies van de
                  voor subsidieverlening in aanmerking komende aanvragen lager is dan het
                  subsidieplafond of het bedrag dat provinciale staten beschikbaar hebben
                  gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt ten hoogste 5 procent van de subsidiabele kosten, indien
                  het een project betreft dat valt onder een of meer doelen, genoemd in artikel 5,
                  onder a, b of d. Voor projecten die vallen onder het doel als bedoeld in artikel
                  5, onder c, bedraagt de subsidie ten hoogste 30 procent van de subsidiabele
                  kosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een project uit andere hoofde wordt gesubsidieerd, wordt het
                  subsidiebedrag zodanig vastgesteld dat het totaal van alle subsidies voor dat
                  project ten hoogste 100 procent van de door gedeputeerde staten in aanmerking
                  genomen subsidiabele kosten bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien een project bijdraagt aan meer dan één doel, worden de subsidiabele
                  kosten door de subsidieaanvrager toegerekend aan de doelen waaraan wordt
                  bijgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In aanvulling op artikel 3 kunnen ook afschrijvingskosten als subsidiabel in
                  aanmerking worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor zover loonkosten in aanmerking komen voor subsidie: </al><lijst><li nr="a."><al> worden de kosten bepaald aan de hand van een uurloon, berekend op basis van
                      het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de loonstaat van de
                      betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een
                      individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor
                      sociale lasten;</al></li><li nr="b."><al> vallen de kosten van inzet van ambtenaren slechts onder de subsidiabele
                      kosten voor zover er sprake is van detachering van de betrokken ambtenaren bij
                      het project.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ontvangsten of inkomsten die betrekking hebben op een project worden in
                  mindering gebracht op de subsidiabele kosten van het project.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen: </al><lijst><li nr="a."><al> loonkosten of kosten voor eigen arbeid, mits deze rechtstreeks betrekking
                      hebben op het project;</al></li><li nr="b."><al> kosten van verbruikte materialen en verbruikte hulpmiddelen, gebaseerd op
                      historische aanschafprijzen;</al></li><li nr="c."><al> kosten in verband met aankoop van tweedehands materialen, mits de prijs
                      redelijk is en het materiaal vergezeld gaat van een verklaring van de verkoper
                      omtrent de herkomst van het materiaal;</al></li><li nr="d."><al> kosten van duurzame kapitaalgoederen, bijvoorbeeld machines en
                      apparatuur;</al></li><li nr="e."><al> kosten van grond;</al></li><li nr="f."><al> kosten van aan derden uitbestede activiteiten mits sprake is van
                      marktconforme prijzen;</al></li><li nr="g."><al> een opslag voor algemene kosten, tot ten hoogste 20 procent van de onder a
                      bedoelde kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Geen subsidie wordt verstrekt voor: </al><lijst><li nr="a."><al> kosten, gemaakt voor de datum van indiening van de subsidieaanvraag;</al></li><li nr="b."><al> kosten, gemaakt na het verstrijken van het tijdvak waarvoor subsidie is
                      verstrekt;</al></li><li nr="c."><al> verrekenbare kosten en belastingen, accijnzen en andere heffingen;</al></li><li nr="d."><al> boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger maakt binnen één jaar na bekendmaking van de beschikking
                  tot subsidieverlening op grond van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds een
                  aanvang met de uitvoering van het project.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan
                  waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het
                  uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                  bedoelde tijdstip. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van
                  omstandigheden die de voortgang van het project belemmeren of die anderszins
                  gevol-gen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van de
                  indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren
                  van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance
                  van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 38 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân
                2006 geldt dat, ingeval loonkosten tot de subsidiabele kosten behoren, daarvan een
                door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per
                werknemer aanwezig dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan de subsidieverlening wordt in elk geval de verplichting verbonden dat de
                  subsidieontvanger één of meerdere keren per jaar aan gedeputeerde staten
                  schriftelijk verslag uitbrengt. Artikel 1.13, eerste lid, van de Subsidieregeling
                  Wet op het Waddenfonds is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvraag met toepassing van artikel 8, vijfde lid, is ingediend,
                  geldt de in het eerste lid omschreven verplichting voor de subsidieontvanger die
                  als indiener van de aanvraag is opgetreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Voorschotten en termijnbetalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van de subsidieontvanger een voorschot
                  verstrekken, al dan niet in de vorm van een termijnbetaling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verzoek wordt schriftelijk ingediend met gebruikmaking van een bij
                  gedeputeerde staten verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle
                  bescheiden die blijkens het formulier met het verzoek moeten worden
                  meegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een voorschot in de vorm van een termijnbetaling wordt berekend naar rato van
                  de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de
                  verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van
                  het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen in elk geval afwijzend beschikken op een aanvraag om
                  een voorschot of een voorschot in de vorm van een termijnbetaling, indien de
                  subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem
                  geldende verplichtingen, dan wel indien hij failliet is verklaard of aan hem
                  surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de
                  schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel
                  een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Een beschikking tot verstrekking van een voorschot, al dan niet in de vorm van
                  een termijnbetaling, vermeldt de termijn waarbinnen het voorschot wordt
                  uitbetaald. Aan de beschikking kunnen voorschriften worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien de subsidieontvanger een provincie, een gemeente of een waterschap is,
                  kunnen gedeputeerde staten, in afwijking van het bepaalde in het vierde lid, in
                  het jaar waarin de uitvoeringswerkzaamheden van het project aanvangen, een
                  voorschot verlenen van maximaal 100% op de verleende subsidie. Het voorschot wordt
                  voor de aanvang van de uitvoeringswerkzaamheden betaalbaar gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na afloop van de activiteiten
                  of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend aan aanvraag tot subsidievaststelling
                  in, met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld
                  aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In aanvulling op artikel 41 van de Algemene subsidieverordening provincie
                  Fryslân 2006 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van een
                  activiteitenverslag, als bedoeld in artikel 1.16, tweede lid en onder a, van de
                  Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de subsidieontvanger een provincie of een gemeente is, is het bepaalde
                  in artikel 1.20 van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds van overeenkomstige
                  toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 2 Fryslân Fernijt II</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><al>Op subsidieverstrekking op grond van deze titel is de Handleiding van
                toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel innovatie, kennisoverdracht, -ontwikkeling,
                -toepassing en netwerkvorming te stimuleren door het financieel ondersteunen van
                voor Fryslân nieuwe experimentele projecten binnen de thema´s Recreatie en Toerisme,
                Duurzame Energie en Water.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten stellen per thema een adviescommissie in: het
                  deskundigenpanel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het deskundigenpanel heeft tot taak gedeputeerde staten desgevraagd te
                  adviseren over het verstrekken van subsidies op grond van deze titel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten stellen voor het deskundigenpanel een reglement vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor nieuwe,
                experimentele projecten binnen de thema’s Recreatie en Toerisme, Duurzame Energie en
                Water, die passen binnen de doelstelling van het Regionaal Innovatie Programma
                Fryslân, Fryslân Fernijt II.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan het gehele jaar worden ingediend, overeenkomstig de
                  aanvraagprocedure in par. 4.1 van de Handleiding. Een aanvraag kan uiterlijk tot 1
                  november 2009 worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een
                  samenwerkingsverband, dient één der deelnemers in het samenwerkingsverband de
                  aanvraag mede namens de andere deelnemers in.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten stellen de aanvraag voor advies in handen van de in artikel
                  20 bedoelde adviescommissie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop
                  de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de
                  aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen in elk geval afwijzend op een aanvraag indien de
                  subsidieaanvraag naar het oordeel van gedeputeerde staten in onvoldoende mate
                  voldoet aan de in artikel 23 genoemde criteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Toetsingscriteria</titel></kop><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag naar het oordeel van
                gedeputeerde staten in voldoende mate voldoen aan:</al><lijst><li nr="I."><al> de algemene voorwaarden onder a tot en met k, zoals genoemd in par. 1.2 van
                    de Handleiding en</al></li><li nr="II."><al> de specifieke voorwaarden onder b. zoals genoemd in par. 1.2. van de
                    Handleiding voor zover dit het thema betreft waarop de aanvraag betrekking
                    heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Subsidiabele kosten en subsidiebedrag</titel></kop><al>Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de in par. 3.2 van de
                Handleiding opgenomen kosten, met een maximum van het in par. 3.3. van de
                Handleiding genoemde percentage en bedrag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>Aan de subsidieverlening worden in elk geval de volgende verplichtingen
                verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al> De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het bepaalde in
                    par. 5.1 van de Handleiding.</al></li><li nr="2."><al> De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van
                    omstandigheden die de voortgang van het project belemmeren of die anderszins
                    gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie, overeenkomstig het
                    bepaalde in par. 5.1 van de Handleiding.</al></li><li nr="3."><al> De subsidieontvanger rapporteert over de voortgang van het project,
                    overeenkomstig het bepaalde in par. 5.2 van de Handleiding.</al></li><li nr="4."><al> De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van
                    de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing
                    verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van
                    surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.</al></li><li nr="5."><al> De subsidieontvanger dient, overeenkomstig het bepaalde in par. 6 van de
                    Handleiding, kenbaar te maken dat het project mede wordt uitgevoerd met subsidie
                    van de provincie Fryslân.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Voorschotten</titel></kop><al>Aan de subsidieontvanger kan een voorschot worden verleend, overeenkomstig het
                bepaalde in par. 5.3 van de Handleiding.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient binnen acht weken na afloop van de activiteit of het
                  tijdvak waarvoor subsidie is verleend aan aanvraag tot subsidievaststelling in,
                  met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste
                  lid bedoelde termijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In aanvulling op artikel 41 van de Algemene subsidieverordening provincie
                  Fryslân 2006 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van de
                  documenten als bedoeld in par. 5.5, onder a tot en met c van de Handleiding.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 3 Onderhoudsbaggeren Friese Meren Project</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel het stimuleren van onderhoudsbaggerwerken aan
                het Fries vaarnetwerk en jacht- en passantenhavens.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor: </al><lijst><li nr="a."><al> onderhoudsbaggerwerken aan het Fries vaarnetwerk;</al></li><li nr="b."><al> onderhoudsbaggerwerken aan jacht- of passantenhavens, die liggen aan het
                      Fries vaarnetwerk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Aan gemeenten wordt geen subsidie verstrekt voor saneringswerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan het gehele jaar worden ingediend, door de in het tweede en
                  derde lid genoemde kring van aanvragers. Aanvragen worden ingediend met
                  gebruikmaking van een door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier.
                  Aanvragen kunnen uiterlijk worden ingediend tot en met 30 juni 2013.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een college van burgemeester en wethouders kan een aanvraag indienen voor de in
                  artikel 29, eerste lid, onder a en b bedoelde activiteit. Subsidie wordt
                  uitsluitend verleend voor zover de activiteit wordt uitgevoerd op basis van een
                  meerjarenperspectief, dat zich uitstrekt over een tijdvak van tenminste twee
                  opeenvolgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een natuurlijk persoon of privaatrechtelijk rechtpersoon, die bedrijfsmatig een
                  jacht- of passantenhaven in stand houdt, kan een aanvraag indienen voor de in
                  artikel 29, eerste lid, onder b bedoelde activiteit.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop
                  de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Toetsingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag voor de in artikel
                  29, eerste lid, onder a bedoelde activiteit voldoen aan het volgende criterium: de
                  baggerdiepte van de vaarweg dient ten minste te voldoen aan de normdiepte, zoals
                  genoemd in kolom III van tabel 1 van artikel 1 onder g.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag voor de in artikel
                  29, eerste lid, onder b bedoelde activiteit voldoen aan het volgende criterium: de
                  baggerdiepte van de jacht- of passantenhaven dient ten minste te voldoen aan de
                  normdiepte van de aanliggende vaarweg, zoals genoemd in kolom III van tabel 1 van
                  artikel 1 onder g.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen besluiten af te wijken van de normdiepte, zoals
                  genoemd in kolom III van tabel 1 van artikel 1 onder g.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de subsidieontvanger een gemeente is bedraagt de subsidie ten hoogste: </al><lijst><li nr="a."><al> 25% van de door gedeputeerde staten als redelijk aangemerkte projectkosten
                      ten behoeve van het verwijderen, transporteren en toepassen in een werk dan
                      wel storten van baggerspecie en</al></li><li nr="b."><al> 25% van de door gedeputeerde staten als redelijk aangemerkte
                      bestekvoorbereidingskosten, met een maximum van 12,5% van de
                      uitvoeringskosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de subsidieontvanger een natuurlijk persoon of een privaatrechtelijk
                  rechtpersoon is, bedraagt de subsidie ten hoogste 50% van de stortkosten, met een
                  maximum van € 3,00- per m³ gestorte baggerspecie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In naar hun oordeel bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten afwijken van
                  de in het eerste lid genoemde percentages.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Geen subsidie wordt verstrekt voor ambtelijke kosten en te compenseren of
                  anderszins verrekenbare BTW, als bedoeld in artikel 6 van de Algemene
                  subsidieverordening provincie Fryslân 2006.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>Aan de subsidieverlening worden in elk geval de volgende verplichtingen
                verbonden:</al><lijst><li nr="1."><al> De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan
                    waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al> Het project wordt uitgevoerd binnen twee jaar na bekendmaking van het besluit
                    tot subsidieverlening, doch uiterlijk 31 december 2013.</al></li><li nr="3."><al> Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van het in het
                    tweede lid bedoelde tijdvak. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden
                    verbonden.</al></li><li nr="4."><al> De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van
                    omstandigheden die de voortgang van het project belemmeren of die anderszins
                    gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie.</al></li><li nr="5."><al> De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van
                    de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing
                    verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van
                    surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.</al></li><li nr="6."><al> Gedurende de uitvoering van het werk wordt door de subsidieontvanger kenbaar
                    gemaakt dat de activiteit mede wordt uitgevoerd met subsidie van de provincie
                    Fryslân/ Fries Merenproject.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Voorschotten en termijnbetalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van de subsidieontvanger een voorschot
                  verstrekken, al dan niet in de vorm van een termijnbetaling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verzoek wordt schriftelijk ingediend met gebruikmaking van een bij
                  gedeputeerde staten verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle
                  bescheiden die blijkens het formulier met het verzoek moeten worden
                  meegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een voorschot in de vorm van een termijnbetaling wordt berekend naar rato van
                  de gemaakte projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van
                  een voorschot in aanmerking zijn genomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 90 procent van
                  het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen in elk geval afwijzend beschikken op een aanvraag om
                  een voorschot of een voorschot in de vorm van een termijnbetaling, indien de
                  subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem
                  geldende verplichtingen, dan wel indien hij failliet is verklaard of aan hem
                  surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank
                  is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Een besluit tot verstrekking van een voorschot, al dan niet in de vorm van een
                  termijnbetaling, vermeldt de termijn waarbinnen het voorschot wordt uitbetaald.
                  Aan het besluit kunnen voorschriften worden verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient binnen acht weken na afloop van de activiteit of het
                  tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in,
                  met gebruikmaking van een door gedeputeerde staten vastgesteld
                  aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste
                  lid bedoelde termijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In aanvulling op artikel 41 van de Algemene subsidieverordening provincie
                  Fryslân 2006 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al> voor de in artikel 29, eerste lid, onder a bedoelde activiteit: </al><lijst><li nr="I."><al> een opgave van de hoeveelheid verwijderde waterbodem;</al></li><li nr="II."><al> een overzicht van gemeten diepten na het afronden van de
                          werkzaamheden;</al></li><li nr="III."><al> een overzicht van de daadwerkelijke kosten;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> voor de in artikel 29, eerste lid, onder b bedoelde activiteit: </al><lijst><li nr="I."><al> een opgave van de hoeveelheid gestorte baggerspecie;</al></li><li nr="II."><al> een overzicht van de daadwerkelijke stortkosten.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 4 Bezinningstoerisme</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 36 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel de subsidiëring van activiteiten in het kader
                van bezinningstoerisme, anders dan reguliere of beheers- of onderhoudswerken, die
                gericht zijn op of bijdragen aan:</al><lijst><li nr="a."><al> versterking van het aanbod van het toeristisch-recreatieve product in
                    Fryslân;</al></li><li nr="b."><al> functieversterking van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, routes of
                    paden in Fryslân;</al></li><li nr="c."><al> versterking van de toeristisch-recreatieve bedrijvigheid in Fryslân door het
                    verrichten van ondersteunende activiteiten;</al></li><li nr="d."><al> het stimuleren en vergroten van kennis over en betrokkenheid bij het
                    cultureel erfgoed in de provincie Fryslân.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Subsidiabele activiteiten en cofinanciering</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van
                activiteiten die gericht zijn op of bijdragen aan de verwezenlijking van ten minste
                twee van de in artikel 36 genoemde doelen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan het gehele jaar worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag
                  waarop de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39 Toetsingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag, onverminderd het
                  bepaalde in het tweede lid, naar het oordeel van gedeputeerde staten voldoen aan
                  de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al> het project moet in voldoende mate bijdragen aan ten minste twee van de in
                      artikel 36 onder a tot en met d genoemde doelen;</al></li><li nr="b."><al> het project dient realistisch en haalbaar te zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt in elk geval geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al> naar het oordeel van gedeputeerde staten de aanvraag betrekking heeft op
                      naar aard en schaal gelijksoortige activiteiten, waarvoor op grond van deze
                      regeling subsidie is verstrekt;</al></li><li nr="b."><al> de subsidiabele kosten minder bedragen dan € 4.500,-;</al></li><li nr="c."><al> voor de activiteit subsidie is verstrekt op grond van een andere
                      provinciale subsidieregeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de naar het
                  oordeel van gedeputeerde staten in redelijkheid te maken kosten om een activiteit
                  uit te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Kosten die in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen, zijn: </al><lijst><li nr="a."><al> kosten die betrekking hebben op het opstellen van de subsidieaanvraag;</al></li><li nr="b."><al> kosten ten behoeve van het oprichten van een rechtspersoon;</al></li><li nr="c."><al> kosten die reeds gemaakt zijn voor het tijdstip van het indienen van de
                      aanvraag;</al></li><li nr="d."><al> kosten die betrekking hebben op de exploitatie;</al></li><li nr="e."><al> kosten die betrekking hebben op regulier beheer en onderhoud;</al></li><li nr="f."><al> salariskosten die geen betrekking hebben op de subsidiabele
                      activiteiten;</al></li><li nr="g."><al> kosten die betrekking hebben op het oprichten van een bouwwerk, het
                      aanleggen van paden of andere fysieke bouwactiviteiten;</al></li><li nr="h."><al> niet begrote kosten dan wel onvoldoende inzichtelijk gemaakte of
                      ongespecificeerde kosten;</al></li><li nr="i."><al> leges, kadaster- en financieringskosten, zoals debetrente, boetes,
                      financiële sancties en gerechtskosten, kosten vergunningen, overdrachts-,
                      taxatie- en makelaarskosten;</al></li><li nr="j."><al> kosten voor de aankoop van gronden en gebouwen;</al></li><li nr="k."><al> verrekenbare of terug te vorderen BTW.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 41 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt tenminste € 4.500,- en maximaal € 40.000,-.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidie bedraagt nooit meer dan 50% van de subsidiabele kosten, na aftrek
                  van financiële bijdragen uit andere hoofde.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan de subsidieverlening worden in elk geval de volgende verplichtingen
                  verbonden: </al><lijst><li nr="a."><al> de subsidieontvanger vermeldt in publicitaire uitingen dat de
                      gesubsidieerde activiteit mede mogelijk is gemaakt met subsidie van de
                      provincie Fryslân;</al></li><li nr="b."><al> het project moet uiterlijk binnen achttien maanden na het besluit tot
                      subsidieverlening zijn gerealiseerd, tenzij in het besluit tot
                      subsidieverlening anders is bepaald.</al></li><li nr="c."><al> in aanvulling op artikel 41, tweede lid, sub b, van de Algemene
                      subsidieverordening provincie Fryslân 2006, wordt bij de aanvraag tot het
                      vaststellen van een subsidie tevens een activiteitenverslag overgelegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen de subsidieontvanger overige verplichtingen
                  opleggen, in elk geval met betrekking tot de volgende onderwerpen: </al><lijst><li nr="a."><al> de termijn gedurende welke een in het kader van subsidiabele activiteiten
                      tot stand gekomen voorziening in stand dient te worden gehouden;</al></li><li nr="b."><al> de wijze van afstemming met reeds lopende en vergelijkbare of met elkaar in
                      verband staande activiteiten.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 5 Stimuleren elektrisch varen in Fryslân</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 43 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel:</al><lijst><li nr="a."><al> het bevorderen van elektrisch varen op de Friese wateren;</al></li><li nr="b."><al> het bevorderen van de waterkwaliteit; en</al></li><li nr="c."><al> het bevorderen van het leefmilieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 44 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kunnen gedeputeerde staten op
                  aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten: </al><lijst><li nr="a."><al> het installeren van een elektrische aandrijving in een vaartuig, met
                      inbegrip van het vervangen van een diesel- of benzineaandrijving door een
                      elektrische aandrijving;</al></li><li nr="b."><al> het installeren van een hybrideaandrijving in een vaartuig, met inbegrip
                      van het vervangen van een diesel- of benzineaandrijving door een
                      hybrideaandrijving;</al></li><li nr="c."><al> de aanschaf van een elektrische of hybrideaandrijving ten behoeve van een
                      aan te schaffen nieuw vaartuig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende typen elektromotoren: </al><lijst><li nr="a."><al> binnenboordmotor: de motor is ingebouwd in een vaartuig; hieronder vallen
                      in elk geval motortypen met de gangbare benamingen als inboard- en
                      saildrivemotoren;</al></li><li nr="b."><al> onderwatermotor: de motor bevindt zich in een waterdichte behuizing onder
                      water en zit vast aan het vaartuig of is in het tot het vaartuig behorende
                      roerblad bevestigd en niet uitneembaar of afneembaar na gebruik. Hieronder
                      vallen in elk geval niet motoren met de gangbare benamingen als buitenboord-
                      of outboardmotoren, die wel afneembaar zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Geen subsidie wordt verstrekt voor parallel / gemengd hybride aandrijvingen,
                  tenzij sprake is van een dieselaandrijving, die geschikt is voor het gebruik van
                  biodiesel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan worden ingediend door een natuurlijk of rechtspersoon ten
                  behoeve van een vaartuig bestemd voor particulier of bedrijfsmatig gebruik door de
                  aanvrager. Aan dezelfde aanvrager kan ten hoogste vijf maal subsidie worden
                  verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een aanvraag wordt ingediend binnen een door gedeputeerde staten te bepalen
                  aanvraagperiode.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidie dient te worden aangevraagd middels een door gedeputeerde staten
                  vastgesteld aanvraagformulier dat verkrijgbaar is via de internetsite
                  www.fryslan.nl/schoonvaren of kan worden aangevraagd bij de afdeling Economie,
                  recreatie en toerisme van de provincie Fryslân. Voor elke aanvraag wordt één
                  aanvraagformulier ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop
                  de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Gedeputeerde staten stellen de aanvraag voor advies in handen van het bestuur
                  van de Stifting Elektrysk Farre Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Het bestuur van de Stifting Elektrysk Farre Fryslân adviseert gedeputeerde
                  staten schriftelijk of de aanvraag voldoet aan het bepaalde in artikel 46.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van de volledige
                  subsidieaanvraag. Deze termijn kan éénmaal met vier weken worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Artikel 34, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân
                  2006 is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46 Toetsingscriteria</titel></kop><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvraag te voldoen aan de
                volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> het vaartuig heeft zijn vaste ligplaats in de provincie Fryslân. Onder vaste
                    ligplaats wordt hier ook begrepen de ligplaats van een voor verkoop bestemd
                    vaartuig;</al></li><li nr="b."><al> de installatie dient te worden uitgevoerd door een onderneming die deze
                    werkzaamheden bedrijfsmatig uitvoert, overeenkomstig een door gedeputeerde
                    staten aangeduide kwaliteitsnormering; en</al></li><li nr="c."><al> de aanvrager mag vóór het moment van ontvangstbevestiging van de
                    subsidieaanvraag nog geen verplichtingen ten aanzien van de activiteit genoemd
                    onder artikel 44, eerste lid, zijn aangegaan;</al></li><li nr="d."><al> in het geval van hybrideaandrijvingen gelden de volgende aanvullende
                    criteria: </al><lijst><li nr="I."><al> het vaartuig moet ten minste 4 uur aaneengesloten op kruissnelheid (= 60%
                        van de rompsnelheid) elektrisch kunnen varen;</al></li><li nr="II."><al> in geval van serie hybride dient het netto af te geven elektrisch
                        vermogen van de generator maximaal 60% te zijn van het geïnstalleerde
                        elektrische aandrijfvermogen, tenzij het geïnstalleerde elektrische
                        aandrijfvermogen kleiner is dan 6 kW.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 47 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Afhankelijk van het type motor en het vermogen bedraagt de subsidie: </al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1"></colspec><colspec colname="col2"></colspec><colspec colname="col3"></colspec><colspec colname="col4"></colspec><colspec colname="col5"></colspec><thead><row><entry><al>Elektrisch Motorvermogen (Nominaal-S1)</al></entry><entry><al>100% Elektrisch</al></entry><entry><al>Parallel / Gemengd Hybride (Bio-Diesel)</al></entry><entry><al>Serie Hybride</al></entry><entry><al>Serie Hybride (Bio-Diesel)</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>kleiner dan of gelijk aan 3,0 KW</al></entry><entry><al>€ 1500,00</al></entry><entry><al>€ 1500,00</al></entry><entry><al>€ 1500,00</al></entry><entry><al>€ 2000,00</al></entry></row><row><entry><al>kleiner dan of gelijk aan 6 KW</al></entry><entry><al>€ 2200,00</al></entry><entry><al>€ 2200,00</al></entry><entry><al>€ 2500,00</al></entry><entry><al>€ 3500,00</al></entry></row><row><entry><al>kleiner dan of gelijk aan 10 KW</al></entry><entry><al>€ 2850,00</al></entry><entry><al>€ 2850,00</al></entry><entry><al>€ 3500,00</al></entry><entry><al>€ 4750,00</al></entry></row><row><entry><al>groter dan 10 KW</al></entry><entry><al>€ 3500,00</al></entry><entry><al>€ 3500,00</al></entry><entry><al>€ 4000,00</al></entry><entry><al>€ 6500,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Per vaartuig wordt éénmaal subsidie verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan
                  Europeesrechtelijke bepalingen voor staatssteun.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 48 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger is verplicht om: </al><lijst><li nr="a."><al> gedurende één jaar, te rekenen vanaf de datum van het besluit tot
                      subsidievaststelling, aan de buitenzijde van het vaartuig kenbaar te maken dat
                      voortstuwing plaatsvindt op basis van elektriciteit, met gebruikmaking van de
                      hiertoe door gedeputeerde staten ter beschikking gestelde middelen;</al></li><li nr="b."><al> de activiteit binnen drie maanden na het besluit tot subsidieverlening te
                      realiseren. Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van
                      deze termijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen bij het besluit tot subsidieverlening overige
                  verplichtingen opleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient uiterlijk vier maanden na het besluit tot
                  subsidieverlening een aanvraag tot subsidievaststelling in, met gebruikmaking van
                  een door gedeputeerde staten vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten behoeve van de subsidievaststelling wordt een controle van de
                  installatiewerkzaamheden en overige aan de subsidieverlening verbonden
                  verplichtingen uitgevoerd. Gedeputeerde staten kunnen deze controle geheel of
                  gedeeltelijk opdragen aan het bestuur van de Stifting Elektrysk Farre
                  Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
                  Deze termijn kan éénmaal met vier weken worden verlengd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 6 Stimuleren installatie zonnestroomsystemen in Fryslân</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 50 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel:</al><lijst><li nr="a."><al> het bevorderen van de toepassing van zonnestroomsystemen in de provincie
                    Fryslân;</al></li><li nr="b."><al> het vergroten van de bekendheid met zonnestroom in de provincie Fryslân.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 51 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende
                activiteiten:</al><lijst><li nr="a."><al> het installeren van een zonnestroomsysteem op of aan een gebouw met een
                    vermogen vanaf 0,6 kW en kleiner dan 15 kW;</al></li><li nr="b."><al> het installeren van een zonnestroomsysteem op of aan een gebouw met een
                    vermogen vanaf 15 kW tot en met 100 kW.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 52 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan slechts worden ingediend door een installatiebedrijf, namens
                  een natuurlijk of rechtspersoon, ten behoeve van het installeren van een
                  zonnestroomsysteem op of aan een gebouw.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een aanvraag wordt ingediend binnen een door gedeputeerde staten te bepalen
                  aanvraagperiode.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidie dient te worden aangevraagd middels een door gedeputeerde staten
                  vastgesteld aanvraagformulier dat verkrijgbaar is via de internetsite
                  www.fryslan.nl/zonnestroom of kan worden aangevraagd bij de afdeling Economie,
                  recreatie en toerisme van de provincie Fryslân.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen per categorie op basis van loting, voor zover
                  door verstrekking van subsidies voor aanvragen die gedurende de aanvraagperiode
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen binnen 13 weken na het sluiten van de in het
                  tweede lid genoemde aanvraagperiode.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Artikel 34, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân
                  2006 is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 53 Toetsingscriteria</titel></kop><al>De subsidie wordt verstrekt als wordt voldaan aan de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al> het zonnestroomsysteem wordt geïnstalleerd op of aan een gebouw in de
                    provincie Fryslân;</al></li><li nr="b."><al> het zonnestroomsysteem dient te voldoen aan de voor zonnestroom geldende
                    normen zoals bepaald in de Elektriciteitswet 1998;</al></li><li nr="c."><al> de aanvrager mag vóór het moment van ontvangstbevestiging van de
                    subsidieaanvraag nog geen verplichtingen ten aanzien van de activiteiten genoemd
                    in artikel 51 zijn aangegaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 54 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Afhankelijk van vermogen van het zonnestroomsysteem, wordt het subsidiebedrag
                  bepaald op basis van onderstaande tabel: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"></colspec><colspec colname="col2"></colspec><colspec colname="col3"></colspec><thead><row><entry><al>Categorie zonnestroomsystemen</al></entry><entry><al>vergoeding per Watt</al></entry><entry><al>maximale vergoeding per systeem</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>a. zonnestroomsysteem op of aan een gebouw met een vermogen vanaf 0,6
                            kW en kleiner dan 15 kW;</al></entry><entry><al>€ 0,50</al></entry><entry><al>€ 3.000,00</al></entry></row><row><entry><al>b. een zonnestroomsysteem op of aan een gebouw met een vermogen vanaf
                            15 kW tot en met 100 kW.</al></entry><entry><al>€ 0,20</al></entry><entry><al>€ 10.000,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan
                  Europeesrechtelijke bepalingen voor staatssteun.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 55 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger is verplicht om de activiteit binnen 18 maanden na het
                  besluit tot subsidieverlening te realiseren. Gedeputeerde staten kunnen op
                  aanvraag ontheffing verlenen van deze termijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten kunnen bij het besluit tot subsidieverlening overige
                  verplichtingen opleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 56 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient uiterlijk binnen 20 maanden na het besluit tot
                  subsidieverlening een aanvraag tot subsidievaststelling in, met gebruikmaking van
                  een door de gedeputeerde staten vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten behoeve van de subsidievaststelling en de naleving van de aan
                  subsidieontvanger opgelegde verplichtingen, kan door of namens gedeputeerde staten
                  een controle worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
                  Deze termijn kan éénmaal met vier weken worden verlengd.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 7 Stimuleren vulpunten voor duurzame transportbrandstoffen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 57 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel te stimuleren dat er in de provincie Fryslân
                zeven vulpunten worden gerealiseerd waar duurzame transportbrandstoffen kunnen
                worden getankt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 58 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende
                  activiteiten: </al><lijst><li nr="a."><al> het realiseren van een aardgasvulpunt;</al></li><li nr="b."><al> het realiseren van een bio-ethanolvulpunt;</al></li><li nr="c."><al> het realiseren van een biodieselvulpunt;</al></li><li nr="d."><al> het realiseren van een combinatie van de vulpunten genoemd onder a, b en
                      c;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De activiteiten als genoemd in het eerste lid moeten worden gerealiseerd binnen
                  de grenzen van de provincie Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 59 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie dient te worden aangevraagd middels een door Gedeputeerde Staten
                  vastgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een aanvraag wordt ingediend binnen een door gedeputeerde staten te bepalen
                  aanvraagperiode. Gedeputeerde Staten maken hiervan melding in twee regionale
                  dagbladen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop
                  de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 60 Toetsingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle van
                  overheidswege vereiste vergunningen en overige toestemmingen zijn verkregen en,
                  voor zover niet door de provincie zelf verleend, in afschrift aan de provincie
                  zijn overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidie wordt geweigerd indien voor de activiteit op grond van de Regeling van
                  de minister van Economische Zaken van 26 oktober 2004, nr.WJZ 4067092, tot
                  vaststelling van regels inzake subsidies energietransitie-experimenten (Unieke
                  kansen regeling) of het Subsidieprogramma Tankstations Alternatieve brandstoffen
                  (Stcrt. 21 mei 2008, nr. 95) subsidie is aangevraagd en verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie voor een vulpunt wordt geweigerd, indien op grond van deze regeling
                  subsidie is verleend voor een soortgelijk vulpunt binnen een straal van 5
                  kilometer, hemelsbreed gemeten, vanaf het te realiseren vulpunt waarop de aanvraag
                  betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 61 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van het realiseren van een
                  aardgasvulpunt met een maximaal subsidiebedrag van €30.000,= per vulpunt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van realiseren van een
                  biodiesel- en bio-ethanolvulpunt met een maximaal subsidiebedrag van €20.000,= per
                  vulpunt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van het ombouwen van een
                  bestaand vulpunt naar een biodiesel- en, bio-ethanolvulpunt met een maximaal
                  subsidiebedrag van €5.000,= per vulpunt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan
                  Europeesrechtelijke bepalingen voor staatssteun.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 62 Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht om:</al><lijst><li nr="a."><al> het op grond van deze subsidieregeling gesubsidieerde vulpunt ten minste drie
                    jaar, gerekend vanaf de datum van ingebruikname van het vulpunt, in stand te
                    houden voor de levering van aardgas, bio-ethanol, of biodiesel;</al></li><li nr="b."><al> het vulpunt te verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of
                    vervangingswaarde tegen de schade als gevolg van brand, storm, braak of
                    vernietiging.</al></li><li nr="c."><al> de activiteit uit te voeren binnen 24 maanden nadat het besluit tot
                    subsidieverlening is bekendgemaakt. Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere
                    gevallen ontheffing verlenen van deze termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 63 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><al>De subsidieontvanger dient binnen acht weken na realisatie van de activiteit
                waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in, met
                gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 8 Subsidieregeling Toerisme Natuurlijk Fryslân 2009-2012 (STINAF)</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 64</titel></kop><al>In deze titel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> onderneming: duurzame organisatie die er op is gericht met behulp van
                    kapitaal en arbeid deel te nemen aan het maatschappelijk productie- en/of
                    handelsproces met het oogmerk om winst te behalen, waarbij het behalen van winst
                    ook redelijkerwijs verwacht kan worden. Deze organisatie is geen
                    publiekrechtelijk lichaam en wordt niet voor meer dan 10% structureel
                    gefinancierd door overheidsbijdragen.</al><al></al><al> In geval deze duurzame organisatie deel uit maakt van een groep, dient deze
                    ten opzichte van andere groepsonderdelen binnen de provincie Fryslân in ieder
                    geval: </al><lijst><li nr="•"><al> organisatorische en bedrijfsmatige zelfstandigheid te bezitten;</al></li><li nr="•"><al> een profit centre te zijn;</al></li><li nr="•"><al> een specifiek eigen markt te bedienen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> de-minimissteun: Steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van
                    aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van
                    15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het
                    Verdrag op de-minimissteun, PbEU, L 379 van 28 december 2006, blz. 5, met
                    inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;</al></li><li nr="c."><al> groep: economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden: enerzijds
                    een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een onderneming
                    die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft
                    aan, volledig aan-sprakelijk vennoot is van, of overwegende zeggenschap heeft
                    over één of meer rechtspersonen, vennootschappen of andere ondernemingen en
                    anderzijds laatstbedoelde rechtspersonen, vennootschappen of ondernemingen;</al></li><li nr="d."><al> materiële vaste activa: bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 366, eerste
                    lid, onder a, b, en c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die geactiveerd
                    worden op de fiscale balans van de onderneming en waarop -uitgezonderd de
                    bedrijfsterreinen- meer dan twee jaar wordt afgeschreven alsmede
                    bedrijfsmiddelen waarvan de investeringskosten op grond van artikelen 3:31 tot
                    en met 3:35 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vrij kunnen worden
                    afgeschreven;</al></li><li nr="e."><al> kwaliteitsverbeteringsproject: een technisch, functioneel en in tijd
                    samenhangend geheel van investeringen in materiële vaste activa dat leidt tot
                    een voor de consument zichtbare verbetering op het gebied van (economische)
                    kwaliteitsverbetering, innovatie, natuurontwikkeling, landschappelijke
                    inpassing, architectuur, duurzaamheid of toegankelijkheid binnen een bestaande
                    toeristische onderneming;</al></li><li nr="f."><al> adviesproject: een door een externe deskundige ten behoeve van de aanvrager
                    uitgevoerd advies ter ondersteuning van de beslissing over te gaan tot of het
                    uitvoeren van investeringen in een kwaliteitsverbeteringsproject, niet behorend
                    tot de gewone bedrijfsuitgaven;</al></li><li nr="g."><al> deskundige: degene die op grond van opleiding of ervaring geacht moet worden
                    gekwalificeerd te zijn voor het geven van advies op het gebied van (economische)
                    kwaliteitsverbetering, innovatie, natuurontwikkeling, landschappelijke
                    inpassing, architectuur of duurzaamheid. De deskundige is onafhankelijk;</al></li><li nr="h."><al> kwaliteitsplan: plan waarin het ondernemingsbeleid op het gebied van
                    (economische) kwaliteitsverbetering, innovatie, natuurontwikkeling,
                    landschappelijke inpassing, architectuur, duurzaamheid en toegankelijkheid wordt
                    beschreven;</al></li><li nr="i."><al> voortbrengingskosten: de loonkosten van het personeel dat rechtstreeks
                    productieve arbeid verricht ten behoeve van de fysieke realisatie van het
                    kwaliteitsverbeteringsproject;</al></li><li nr="j."><al> loonkosten: brutoloon inclusief vakantiegeld, exclusief volledig
                    winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van
                    een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor
                    sociale lasten;</al></li><li nr="k."><al> arbeidsplaats: de permanent bezette en tot volledige dagtaak omgerekende
                    arbeidsplaats op jaarbasis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 65 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten van bepaalde
                toeristische ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf in de provincie Fryslân
                op het gebied van:</al><lijst><li nr="a."><al> (economische) kwaliteitsverbetering;</al></li><li nr="b."><al> innovatie;</al></li><li nr="c."><al> duurzaamheid;</al></li><li nr="d."><al> landschappelijke inpassing;</al></li><li nr="e."><al> architectuur;</al></li><li nr="f."><al> natuurontwikkeling;</al></li><li nr="g."><al> toegankelijkheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 66 Categorieën van ondernemingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kan subsidie worden verstrekt aan
                  toeristische ondernemingen, die volgens het handelsregister van de Kamer van
                  Koophandel een vestiging hebben in de provincie Fryslân en daar toeristische
                  ondernemingsactiviteiten uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Jaarlijks worden de categorieën van toeristische ondernemingen bekendgemaakt
                  die voor subsidieverlening in aanmerking komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 67 Subsidiabele activiteiten en cofinanciering</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken aan toeristische
                ondernemingen voor een adviesproject of een kwaliteitsverbeteringsproject gericht op
                economische kwaliteitsverbetering, innovatie, natuurontwikkeling, landschappelijke
                inpassing, architectuur, duurzaamheid en toegankelijkheid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 68 Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan worden ingediend met ingang van 1 oktober 2009 tot uiterlijk
                  30 september 2012.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Aanvragen worden ingediend door inzending van het daartoe vastgestelde
                  formulier. Het formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag dienen te worden
                  overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 69 Advies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Omtrent de aanvraag kan advies ingewonnen worden van namens Gedeputeerde Staten
                  aan te wijzen adviseurs. Daarbij wordt de termijn waarbinnen het advies dient te
                  worden ingezonden, bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Van de toepassing van dit artikel wordt mededeling gedaan aan de
                  aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 70 Verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Jaarlijks wordt het subsidieplafond bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van art. 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag
                  waarop de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de
                  aanvraag. Indien toepassing is gegeven aan artikel 69 beslissen Gedeputeerde
                  Staten binnen 13 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. In bijzondere
                  gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de beslistermijn verlengen. Daarvan wordt
                  gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het besluit tot verlening van een subsidie vermeldt de subsidiabele kosten, de
                  subsidiegrondslag, het subsidiepercentage en het maximale subsidiebedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 71</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân
                2006 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in elk geval
                geweigerd, indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de aanvragende onderneming niet belastingplichtig is in de zin van de Wet
                    inkomstenbelasting 2001 of van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;</al></li><li nr="b."><al> de aanvragende onderneming of het project niet voldoen aan de voorschriften
                    van deze regeling;</al></li><li nr="c."><al> het project niet in overeenstemming is met het doel van deze regeling;</al></li><li nr="d."><al> eerder dan vier weken vóór de ontvangst van de aanvraag verplichtingen tot
                    uitvoering van wezenlijke onderdelen van het project zijn aangegaan;</al></li><li nr="e."><al> de subsidiabele kosten van een adviesproject minder dan € 3.000,-
                    bedragen;</al></li><li nr="f."><al> de subsidiabele kosten van een kwaliteitsverbeteringsproject minder dan €
                    50.000,- bedragen;</al></li><li nr="g."><al> de totale kosten van het project niet in redelijke mate met eigen middelen
                    worden gefinancierd;</al></li><li nr="h."><al> de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen in het bedrijf gezien de
                    rentabiliteit en de aard van de onderneming naar verwachting niet aanvaardbaar
                    zal zijn, nadat de bedrijfsactiviteiten na de uitvoering van het project zijn
                    begonnen;</al></li><li nr="i."><al> het project niet past in de voorgestane ontwikkelingsrichting voor toerisme
                    en recreatie zoals vastgelegd in het omgevings- en sectorbeleid van de provincie
                    Fryslân;</al></li><li nr="j."><al> het project gaat over vuilwaterinzamelingsvoorzieningen bij jachthavens en
                    jachtverhuurders, tenzij het een voorziening betreft die vanaf alle individuele
                    ligplaatsen de daarliggende boten kan bedienen;</al></li><li nr="k."><al> de structuur van de toeristische sector zich tegen het project verzet;</al></li><li nr="l."><al> voor de activiteit subsidie is verstrekt op grond van een andere provinciale
                    subsidieregeling;</al></li><li nr="m."><al> het een onderneming in financiële moeilijkheden betreft;</al></li><li nr="n."><al> tegen het project anderszins overwegende bezwaren bestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 72</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een subsidie ten behoeve van een kwaliteitsverbeteringsproject wordt tevens
                  geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al> het project leidt tot een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen in de
                      onderneming;</al></li><li nr="b."><al> de capaciteit van de onderneming niet met ten minste 10% wordt vergroot
                      of</al></li><li nr="c."><al> ten gevolge van het project de uit de jaarrekening blijkende boekwaarde van
                      de activa als bedoeld in artikel 64 sub d niet met ten minste 10% wordt
                      vergroot.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De capaciteit dan wel de kwaliteit van een onderneming wordt steeds geacht met
                  10% te worden vergroot, indien het aantal arbeidsplaatsen met ten minste 10% van
                  het aantal in de onderneming vóór de uitvoering van het project aanwezige
                  arbeidsplaatsen zal toenemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 73</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een kwaliteitsverbeteringsproject
                  naar het oordeel van Gedeputeerde Staten voldoen aan de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al> het project moet in voldoende mate bijdragen aan de in artikel 65 onder a
                      genoemde economische kwaliteitsverbetering en ten minste één van de in artikel
                      65 onder b tot en met g genoemde doelen;</al></li><li nr="b."><al> een positief economisch perspectief hebben, zoals blijkt uit een
                      economische onderbouwing in een kwaliteitsplan, met als doel behoud en/of
                      uitbreiding van werkgelegenheid;</al></li><li nr="c."><al> positief bijdragen aan de werkgelegenheid, en;</al></li><li nr="d."><al> verenigbaar zijn met, en bij voorkeur bijdragen aan landschappelijke en
                      ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in het vigerend streekplan van de
                      provincie Fryslân.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een adviesproject naar het oordeel
                  van Gedeputeerde Staten voldoen aan de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al> het project moet in voldoende mate gericht zijn op een kwaliteitsplan voor
                      de in artikel 65 onder a genoemde economische kwaliteitsverbetering en ten
                      minste drie van de in artikel 65 onder b tot en met g genoemde doelen;</al></li><li nr="b."><al> een toekomstperspectief van de onderneming beschrijven voor een periode van
                      twee tot vijf jaar, en;</al></li><li nr="c."><al> het adviesproject moet lijden tot een beschrijving van de wijze waarop het
                      in sub b. beschreven toekomstperspectief wordt bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidie voor een kwaliteitsverbeteringsproject wordt verleend onder de
                  opschortende voorwaarde dat alle van overheidswege vereiste vergunningen en
                  overige toestemmingen zijn verkregen en, voorzover niet door de provincie zelf
                  verleend, in afschrift aan de provincie zijn overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 74</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt ten hoogste 20 procent van de subsidiabele kosten van het
                  kwaliteitsverbeteringsproject, met dien verstande dat het subsidiebedrag maximaal
                  € 100.000,- bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidie bedraagt ten hoogste 50 procent van de subsidiabele kosten van het
                  adviesproject, met dien verstande dat het subsidiebedrag maximaal € 6.250,-
                  bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het maximale subsidiebedrag wordt verlaagd, indien normen van de Europese
                  Commissie daartoe nopen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 75</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt bepaald door toepassing van het in artikel 74 bedoelde
                percentage op de subsidiegrondslag en de uitkomst daarvan te verminderen met de
                geldelijke bijdragen die aan de ondernemer zijn verleend of betaald door andere
                overheden ten behoeve van de uitvoering van hetzelfde project of een onderdeel
                daarvan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 76</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan de hand van de aanvraag wordt het totaal van de begrote subsidiabele kosten
                  van het project bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidiabele kosten van een adviesproject zijn de door de deskundige op
                  factuur aan de aanvrager in rekening gebrachte kosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onverminderd de artikelen 77 en 78, omvatten de subsidiabele kosten van een
                  kwaliteitsverbeteringsproject de kosten van verwerving van materiële vaste activa
                  als bedoeld in artikel 64, sub d, voor zover deze permanent op de bedrijfslocatie
                  aanwezig is, en de voortbrengingskosten als bedoeld in artikel 64, sub i, die op
                  de genoemde activa betrekking hebben.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In geval van huurkoop, financiële lease of een vergelijkbare financieringswijze
                  zijn de verwervingskosten de aanschafwaarde van de materiële vaste activa of,
                  indien de aanschafwaarde niet kan worden bepaald, de som van de termijnbedragen
                  minus de daarin begrepen interest.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De subsidiabele kosten bedragen niet meer dan de waarde van de materiële vaste
                  activa in het economisch verkeer.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De kosten van investeringen ter verwerving van materiële vaste activa waartoe
                  verplichtingen zijn aangegaan eerder dan vierweken voor de ontvangst van de
                  aanvraag zijn geen subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De kosten van investeringen ter verwerving van grond zijn subsidiabel tot
                  maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 77</titel></kop><al>De subsidiabele kosten van verwerving van materiële vaste activa als bedoeld in
                artikel 64, sub d, zijn niet subsidiabel, indien de materiële vaste activa worden
                verworven vanuit een tot dezelfde groep behorende onderneming tenzij de materiële
                vaste activa specifiek ten behoeve van het project vervaardigd zijn of de materiële
                vaste activa in serie voor de markt geproduceerd worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 78</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidiabele kosten worden evenredig verlaagd, indien : </al><lijst><li nr="a."><al> tussen één jaar voor de ontvangst van de aanvraag en de datum van de
                      vaststellingsbeschikking binnen de onderneming van de subsidieontvanger of
                      binnen de groep waartoe die onderneming behoort, materiële en immateriële
                      vaste activa buiten gebruik zijn of worden gesteld;</al></li><li nr="b."><al> de uitvoering van het project plaatsvindt op een locatie waarop minder dan
                      zes maanden voor de ontvangst van de aanvraag naar aard en omvang dezelfde
                      activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="c."><al> de uitvoering van het project de verzelfstandiging omvat van een in de
                      provincie Fryslân gevestigde onderneming of een onderdeel daarvan waarin naar
                      aard en omvang dezelfde activiteiten worden verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Sub a van het eerste lid, is niet van toepassing, indien de
                  buitengebruikstelling buiten de provincie Fryslân plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 79 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij iedere subsidieverlening gelden de volgende verplichtingen: </al><lijst><li nr="a."><al> binnen 24 maanden na verlening van de subsidie dient het project te zijn
                      afgerond. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing van deze verplichting
                      verlenen.</al></li><li nr="b."><al> de ten behoeve van de uitvoering van het project gemaakte en betaalde
                      kosten dienen op eenduidige wijze uit de administratie van de ondernemer zijn
                      af te leiden.</al></li><li nr="c."><al> de met de verleende subsidie te realiseren investeringen mogen niet binnen
                      3 jaar na de verzending van het vaststellingsbesluit buiten gebruik worden
                      gesteld, respectievelijk komen te vervallen binnen de onderneming van de
                      subsidiegerechtigde of binnen de groep waartoe die onderneming behoort, voor
                      zover die groep is gevestigd in de provincie Fryslân.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidieontvanger dient tenminste tien jaar nadat de vaststelling van de
                  subsidie onherroepelijk is geworden haar administratie ten aanzien van de kosten
                  van de uitvoering van het project te bewaren en toegankelijk te houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 80</titel></kop><al>Onverminderd de artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht kan een
                besluit tot subsidieverlening worden ingetrokken of ten nadele van de
                subsidieontvanger worden gewijzigd, indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de
                voorschriften van de Algemene wet bestuursrecht of van deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 81</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk acht weken na realisatie
                  van de activiteit waarvoor subsidie is verleend ingediend, met gebruikmaking van
                  een daartoe vastgesteld formulier, waarop is vermeld welke bijlagen dienen te
                  worden bijgevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In geval van een kwaliteitsverbeteringsproject beslissen Gedeputeerde Staten
                  binnen zes maanden na de datum van ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van
                  de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In geval van een adviesproject beslissen Gedeputeerde Staten binnen acht weken
                  na de datum van ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de beslistermijn verlengen.
                  Daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 82</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op aanvraag van de subsidieontvanger kan bij een kwaliteitsverbeteringsproject
                  een voorschot tot ten hoogste 80% van het maximale subsidiebedrag worden verleend,
                  wanneer tenminste 50% van de subsidiabele kosten zijn gemaakt en betaald. Ten
                  behoeve van de aanvraag is een formulier vastgesteld, waarop is vermeld, welke
                  bijlagen bij de aanvraag dienen te worden ingezonden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen binnen acht weken op een aanvraag tot
                  voorschotverlening. In bijzondere gevallen kan een andere beslistermijn worden
                  vastgesteld. Daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In het besluit tot voorschotverlening kunnen verplichtingen worden
                  opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 83</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling kunnen toezichthouders worden
                  aangewezen als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn belast met het toezicht op
                  de naleving van de in of krachtens de Algemene wet bestuursrecht en bij of
                  krachtens deze regeling gegeven voorschriften.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 9 Leren voor duurzame ontwikkeling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 84 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel het op gang brengen van effectieve
                leerprocessen, gericht op een meer duurzame afweging bij maatschappelijke actoren om
                zodoende een bijdrage te leveren aan een duurzame kwaliteit van de leefomgeving voor
                alle burgers en een leefbaar land voor toekomstige generaties.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 85 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen met inachtneming van deze regeling op aanvraag subsidie
                verlenen voor projecten, gericht op Leren voor duurzame ontwikkeling in Fryslân die
                passen binnen één of meer van de thema’s: Energiebesparing, duurzame energie &amp;
                klimaatverandering, Leefomgeving en leefbaarheid, Water en Duurzaam produceren en
                consumeren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 86 Voorbereiding van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een potentiële aanvrager kan een projectidee aanhangig maken bij de
                  aanjaaggroep.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Projectideeën kunnen na beoordeling door de aanjaaggroep worden omgezet in
                  projectvoorstellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een aanvraag kan slechts worden ingediend op basis van een volledig uitgewerkt
                  projectvoorstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 87 Aanvraag, verdelingssystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aanvragen worden ingediend door een samenwerkingsverband van ten minste 3
                  partijen, allen rechtspersonen, bij voorkeur uit verschillende dimensies waarbij
                  elke deelnemende partij een financiële dan wel een op geld waardeerbare bijdrage
                  levert aan het project. Eén der deelnemers in het samenwerkingsverband dient de
                  aanvraag mede namens de andere deelnemers in.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking van artikel 34 van de Algemene Subsidieverordening kan een
                  aanvraag worden ingediend op het moment dat de activiteiten reeds zijn
                  aangevangen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Aanvragen kunnen worden ingediend voor 1 februari en voor 1 augustus van ieder
                  kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen de aanvraag voor advies in handen van het
                  projectteam, dat op basis van rangschikking van de aanvragen een
                  Uitvoeringsprogramma samenstelt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen op de aanvraag, in afwijking van artikel 13 van
                  de Algemene Subsidieverordening, binnen 8 weken nadat zij het Uitvoeringsprogramma
                  leren voor duurzame ontwikkeling van de Noordelijke Adviesgroep hebben
                  ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het derde lid zullen Gedeputeerde Staten, ingeval
                  subsidieaanvragen leiden tot overschrijding van het vastgestelde subsidieplafond,
                  op advies van het projectteam een prioritering maken op grond van de
                  toetsingscriteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 88 Toetsingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag naar het oordeel van
                  Gedeputeerde Staten in voldoende mate voldoen aan de algemene criteria, de
                  landelijke criteria en de specifieke noordelijke criteria, zoals deze staan
                  vermeld in het Noordelijk ambitiestatement.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor subsidieverlening komen in ieder geval niet in aanmerking: </al><lijst><li nr="a."><al> projecten met een winstoogmerk;</al></li><li nr="b."><al> projecten die tot het reguliere aanbod of takenpakket van instellingen
                      gerekend kunnen worden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 89 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten verlenen subsidie voor een bijdrage in de kosten van een
                  project, zoals bedoeld in artikel 85.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Geen subsidie wordt verstrekt voor structurele personeelskosten van de
                  aanvragende of uitvoerende organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 90 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt ten hoogste 65 % van de subsidiabele projectkosten, met
                  een maximum van € 50.000,- per project per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In naar hun oordeel bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van
                  het in het eerste lid genoemde percentage.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan
                  Europeesrechtelijke bepalingen voor staatssteun.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 91 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger rapporteert tweemaal per jaar over de voortgang van het
                  project, voor 1 februari en voor 1 augustus van ieder kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het eerste lid doet de subsidieontvanger
                  onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van omstandigheden die de voortgang
                  van het project belemmeren of die anderszins gevolgen kunnen hebben voor de
                  aanspraak op subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van de
                  indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van
                  betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De subsidieontvanger dient kenbaar te maken dat het project mede wordt
                  uitgevoerd met subsidie van de provincie Fryslân.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 92 Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op aanvraag kan een voorschot van ten hoogste 80 % van het maximale
                  subsidiebedrag worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen binnen acht weken op een aanvraag tot
                  voorschotverlening. In bijzondere gevallen kan een andere beslistermijn worden
                  vastgesteld, daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In het besluit tot voorschotverlening kunnen verplichtingen worden
                  opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 93 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient binnen acht weken na afloop van de activiteit of het
                  tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in,
                  met gebruikmaking van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier,
                  waarop is vermeld welke bijlagen dienen te worden bijgevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste
                  lid bedoelde termijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de
                  aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de beslistermijn verlengen.
                  Daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 10 Subsidieregeling Energiebesparing Bestaande Bouw particulieren
                2010</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 94 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft als doel het stimuleren van energiebesparende
                maatregelen in de bestaande woningvoorraad in de provincie Fryslân.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 95 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor aanschaf en
                  installatie van de navolgende energiebepalende maatregelen: </al><lijst><li nr="a."><al> Gevel-, dak- en vloerisolatie met een hoge isolatiewaarde (R ≥ 2.5);</al></li><li nr="b."><al> Spouwmuurisolatie met een hoge isolatiewaarde (R ≥ 1.3);</al></li><li nr="c."><al> HR++ glas inclusief kozijnen (U ≤ 1,2 of een spouw ≥ 15 mm.);</al></li><li nr="d."><al> Leidingisolatie;</al></li><li nr="e."><al> Lage termperatuurverwarming;</al></li><li nr="f."><al> Warmteterugwin-eenheid voor douchewater;</al></li><li nr="g."><al> Warmteterugwin-eenheid voor ventilatie;</al></li><li nr="h."><al> Programmeerbare thermostatische radiatorkranen;</al></li><li nr="i."><al> Houtgestookte CV-ketels;</al></li><li nr="j."><al> Drukregulerende ventilatieroosters;</al></li><li nr="k."><al> Gelijkstroom ventilatoren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag van subsidie verstrekken voor het
                  installeren van de navolgende energiebesparende maatregelen: </al><lijst><li nr="a."><al> Warmtepomp;</al></li><li nr="b."><al> Ultra Hoog Rendementketel (UHR);</al></li><li nr="c."><al> HRe-ketel;</al></li><li nr="d."><al> Zonneboiler.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 96 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan het gehele jaar worden ingediend door inzending van een
                  daartoe door Gedeputeerde Staten vastgesteld formulier. Het formulier vermeldt
                  welke bijlagen bij de aanvraag dienen te worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag aan te vullen, de dag
                  waarop de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de
                  aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 97 Toetsingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag voldoen aan de
                  volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al> een aanvraag moet worden ingediend door een natuurlijk persoon;</al></li><li nr="b."><al> de woning waarvoor de subsidie wordt aangevraagd dient eigendom te zijn van
                      de aanvrager en moet als hoofdverblijf van de aanvrager dienen en</al></li><li nr="c."><al> de aanvraag moet worden ingediend voor een bestaande woning, in de
                      provincie Fryslân, gebouwd voor 1 januari 1995.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht
                  wordt de subsidie in elk geval geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al> voor zover de uitgevoerde maatregelen betrekking hebben op een deel van de
                      woning dat in 1995 of later is gebouwd;</al></li><li nr="b."><al> indien de subsidiabele kosten minder dan € 4.000,- bedragen;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 98 Subsidiabele kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de in redelijkheid te
                  maken kosten voor het aanschaffen en installeren van de maatregelen genoemd in
                  art. 95.1 en het installeren van de maatregelen genoemd in art. 95.2.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Niet subsidiabel zijn in elk geval kosten waartoe verplichtingen zijn aangegaan
                  vóór de ontvangst van de aanvraag</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 99 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt 20% van de subsidiabele kosten, met een maximum van €
                  3.200,- per woning.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidie is stapelbaar met subsidies van rijkswege en gemeente gericht op
                  energiebesparing en woningverbetering.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie is niet stapelbaar met subsidie op grond van artikel 22.5 van de
                  Provinciale Verordening Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 100 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger is verplicht om de activiteit binnen 9 maanden na het
                  besluit tot subsidieverlening te realiseren. Gedeputeerde Staten kunnen op
                  aanvraag ontheffing verlenen van deze termijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidieontvanger dient uiterlijk binnen 9 maanden na het besluit tot
                  subsidieverlening een aanvraag tot subsidievaststelling in, met gebruikmaking van
                  een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Gedeputeerde Staten
                  kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van deze termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 101 Voorschotten</titel></kop><al>Er worden op de subsidie geen voorschotten verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 102 Aanvraag subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de aanvraag tot vaststelling van het subsidiebedrag wordt door
                  Gedeputeerde Staten een formulier vastgesteld. Aanvragen worden ingediend door
                  inzending van een ingevuld en ondertekend exemplaar. Het formulier vermeldt welke
                  bijlagen bij de aanvraag dienen te worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van
                  de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 103 Bedrag vaststelling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijke kosten die ten
                behoeve van de maatregelen als bedoeld in deze regeling zijn gemaakt en
                betaald.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 11 Subsidieregeling Innovatieve Energieprojecten Bestaande Bouw
                woningcorporaties 2010-2013</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 104</titel></kop><al>In deze titel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van
                    aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van
                    15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het
                    Verdrag op de-minimissteun, PbEU, L 379 van 28 december 2006, blz. 5, met
                    inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;</al></li><li nr="b."><al> de-minimis verklaring: een document waarin de aanvrager verklaart binnen de
                    voorwaarden als opgenomen in vrijstellingsverording (EG) nr. 1998/2006 te
                    vallen;</al></li><li nr="c."><al> beperkte steun onder het tijdelijk nationaal kader: geoorloofde staatsteun
                    binnen de voorwaarden als opgenomen in het Nederlands nationaal kader voor het
                    tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen, goedgekeurd door de Europese
                    Commissie bij beschikking van 1 april 2009 met nummer N 156/2009;</al></li><li nr="d."><al> verklaring beperkte steun: een document waarin de aanvrager verklaart binnen
                    de voorwaarden als opgenomen in het Nederlands nationaal kader voor het
                    tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen, goedgekeurd door de Europese
                    Commissie bij beschikking van 1 april 2009 met nummer N 156/2009, te
                    vallen;</al></li><li nr="e."><al> energielabel: energieprestatiecertificaat voor een woning, opgesteld en
                    afgegeven door een adviseur, gecertificeerd volgens beoordelingsrichtlijn
                    BRL-9500-01;</al></li><li nr="f."><al> energieneutrale woning: een woning die op jaarbasis evenveel duurzame energie
                    opwekt en teruglevert als het aan fossiele energie gebruikt, waardoor de woning
                    netto geen CO2-emisseis veroorzaakt;</al></li><li nr="g."><al> communicatieplan: plan om de huurders te overtuigen om mee te doen met het
                    project van de woningcorporatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 105 Doel</titel></kop><al>De subsidieregeling heeft tot doel:</al><lijst><li nr="1."><al> het stimuleren van energiebesparende maatregelen in de bestaande
                    woningvoorraad in de provincie Fryslân van woningcorporaties;</al></li><li nr="2."><al> het vergroten van kennis van de toepassing van energiebesparende maatregelen
                    door middel van kennisdeling tussen woningcorporaties.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 106 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een woningcorporatie op aanvraag subsidie verstrekken
                voor:</al><lijst><li nr="1."><al> het treffen van innovatieve maatregelen aan ten minste 50 woningen, leidend
                    tot ten minste energielabel C; waarvan tenminste 75% van de woningen een
                    verbetering van drie labelstappen behalen en de overige woningen een verbetering
                    van minimaal 2 labelstappen;</al></li><li nr="2."><al> het energieneutraal maken van tenminste tien woningen;</al></li><li nr="3."><al> het opstellen en uitvoeren van een communicatieplan gericht op de huurders
                    van de woningen als bedoeld in eerste en tweede lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 107 Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag kan gedurende een door Gedeputeerde Staten vastgestelde periode
                  worden ingediend door inzending van een daartoe door Gedeputeerde Staten
                  vastgesteld formulier. Het formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag
                  dienen te worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Per corporatie kan slechts één aanvraag ingevolge het eerste lid en één
                  aanvraag ingevolge het tweede lid van artikel 106 worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande 
                  dat wanneer de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet
                  bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag aan te vullen, de dag
                  waarop de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van
                  ontvangst geldt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag
                  zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge
                  rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 108 Toetsingscriteria</titel></kop><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag voldoen aan de volgende
                criteria:</al><lijst><li nr="1."><al> de aanvraag moet ingediend worden voor een bestaande woning, in de provincie
                    Fryslan, opgeleverd vóór 1 januari 1995;</al></li><li nr="2."><al> de in het eerste en tweede lid van artikel 106 genoemde activiteiten dienen
                    aan de woning plaats te vinden;</al></li><li nr="3."><al> de huurprijs van de woningen is lager dan het jaarlijks te indexeren bedrag
                    conform de beschikking van de Europese Commissie, No E 2/2005 en N 642/2009,
                    thans vastgesteld op € 647,53;</al></li><li nr="4."><al> de aanvrager voldoet aan de voorwaarden, zoals opgenomen in Verordening (EG)
                    Nr. 1998/2006, en/of het Nederlands nationaal kader voor het tijdelijk verlenen
                    van beperkte steunbedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 109 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:</al><lijst><li nr="1."><al> de in redelijkheid te maken kosten voor activiteiten zoals bedoeld in artikel
                    106, eerste en tweede lid, met in achtneming van de eisen voor het verkrijgen
                    van het energieprestatiecertificaat voor een woning opgesteld en afgegeven door
                    een adviseur, gecertificeerd volgens beoordelingsrichtlijn BRL-9500-01;</al></li><li nr="2."><al> kosten die rechtstreeks aan de uitvoering van het projectplan toerekenbaar
                    zijn met inachtneming van eisen van soberheid en doelmatigheid;</al></li><li nr="3."><al> kosten voor het opstellen en uitvoeren van een communicatieplan, als bedoeld
                    in atikel 106, derde lid..</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 110 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>Als niet subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:</al><lijst><li nr="1."><al> de kosten voor inzet van personeel in vaste dienst bij de aanvrager;</al></li><li nr="2."><al> kosten die al vergoed worden uit rijksregelingen en door de Europese
                    Commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 111 Hoogte van de subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten voor
                  activiteiten als bedoeld in artikel 106, eerste lid, met een maximum van €
                  4.000,-- per woning, tot een maximum van in totaal € 200.000,--.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidie bedraagt ten hoogte 30% van de subsidiabele kosten voor
                  activiteiten als bedoeld in artikel 106, tweede lid, met een maximum van €
                  20.000,-- per woning tot een maximum van in totaal € 200.000,--.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de gemaakte kosten voor het opstellen
                  en uitvoeren van een communicatieplan als bedoeld in artikel 106, derde lid, met
                  een maximum van € 10.000,--.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 112 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>Woningcorporaties zijn verplicht een bijdrage te leveren aan door de provincie
                geïnitieerde activiteiten gericht op kennisdeling in het kader van deze
                regeling</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 113 Aanvraag subsidievaststelling</titel></kop><al>De woningcorporatie dient binnen 8 weken na afloop van de activiteiten en
                uiterlijk binnen  10 maanden na verzending van het verleningsbesluit een aanvraag
                tot vaststelling van de  subsidie in door inzending van een daartoe door
                Gedeputeerde Staten vastgesteld formulier.  Het formulier vermeldt welke bijlagen
                bij de aanvraag dienen te worden overlegd.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 114 Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie,
                recreatie en toerisme en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Titel 2 werkt terug tot 1 januari 2008.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidies die zijn verleend op grond van de Subsidieverordening Versnelling
                onderhoudsbaggeren Friese Meren Project worden geacht te zijn verleend op basis van
                titel 3 van de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en
                toerisme. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Leeuwarden, 23 oktober 2007</al><al>voorzitter drs. E.H.T.M. Nijpels</al><al>secretaris mr. J. Wibier</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> Bijlage</titel></kop><al><extref doc="http://fryslan.regelingenbank.eu/bijlagen/file/Handleiding voor projectindieners.pdf">bijlagen/file/Handleiding voor projectindieners.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>