<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR74262_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaarschriften</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijchen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijchen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wegwijs, 09-10-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=7%3A13">Algemene Wet Bestuursrecht, art. 7:13 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149%20">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=84%20">Gemeentewet, art. 84 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artikel 5</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13 AZ 281</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening commissie bezwaarschriften</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Wijchen;</al><al>ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;</al><al>gezien het voorstel van het college;</al><al>gelet op de bepalingen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">de Gemeentewet</extref>;</al><al>besluiten vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening commissie bezwaarschriften</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                                tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                                zijn ingediend tegen besluiten op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Werk%20en%20Bijstand%20">de Wet Werk en Bijstand (WWB)</extref>;</al></li><li nr="b."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers%20">de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers
                                        (IOAW)</extref>;</al></li><li nr="c."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen%20">de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                                            (IOAZ);</extref></al></li><li nr="d."><al>een wettelijk voorschrift inzake belastingen of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20waardering%20onroerende%20zaken%20">de Wet waardering onroerende zaken
                                        (WOZ)</extref>..</al></li><li nr="e."><al>de Wet investeren in jongeren (WIJ)</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de externe commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee
                                leden.</al></li><li nr="2."><al>De (plaatsvervangend) voorzitter en de leden worden door de raad op
                                voordracht van het college benoemd, geschorst en ontslagen.</al></li><li nr="3."><al>Voor elke kamer, zoals bedoeld in <extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3a-kamers-van-de-commissie">artikel 3a</extref>, worden naast een (plaatsvervangend)
                                voorzitter drie leden benoemd. Per vergadering van de
                                commissie(kamer) zijn naast de voorzitter steeds minimaal twee leden
                                per toerbeurt aanwezig. Zo nodig vervangen de leden elkaar in
                                onderling overleg of op uitnodiging van de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>De benoeming van de (plaatsvervangend) voorzitter en de leden van de
                                commissie is gebaseerd op de deskundigheid en onafhankelijkheid van
                                de kandidaat of kandidaten.</al></li><li nr="5."><al>De (plaatsvervangend) voorzitter en de leden van de commissie zijn
                                niet: </al><lijst><li nr="a."><al>lid van een bestuursorgaan van de gemeente Wijchen;</al></li><li nr="b."><al>werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan
                                        van de gemeente Wijchen;</al></li><li nr="c."><al>in de laatste vier jaar lid geweest van een bestuursorgaan
                                        van de gemeente Wijchen.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De commissie regelt de vervanging van de (plaatsvervangend)
                                voorzitter</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr><titel>Kamers van de commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de
                                behandeling van bezwaarschriften.</al></li><li nr="2."><al>De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast
                                welke categorieën bezwaarschriften door die kamer zullen worden
                                behandeld.</al></li><li nr="3."><al>De commissie stelt in ieder geval een kamer in voor behandeling van
                                bezwaren tegen besluiten met betrekking tot functiewaardering
                                alsmede een kamer voor de behandeling van bezwaren tegen besluiten
                                met betrekking tot overige personele aangelegenheden. Deze kamer
                                wordt samengesteld zoals in <extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3b-kamers-voor-organieke-functiewaardering-en-overige-personele-aangelegenheden">artikel 3b</extref> aangegeven.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in
                                deze verordening zoveel mogelijk overeenkomstig van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3b</nr><titel>Kamers voor organieke functiewaardering en overige personele
                            aangelegenheden</titel></kop><al>In afwijking van artikel
                            3 bestaat de kamer, welke adviseert over bezwaarschriften tegen
                        besluiten met betrekking tot de Regeling organieke functiewaardering alsmede
                        de kamer, welke adviseert over bezwaarschriften tegen besluiten met
                        betrekking tot overige regelingen en verordeningen van personele aard,
                        uit:</al><al>een lid aan te wijzen door burgemeester en wethouders, niet zijnde een lid
                        uit het college;</al><al>een lid aan te wijzen door de vertegenwoordiging vanuit de organisaties in
                        de Commissie voor Georganiseerd Overleg;</al><al>een lid, tevens voorzitter, aan te wijzen in overleg tussen de leden bedoeld
                        in het eerste en tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris van de commissie en haar kamers is een door het
                                college aangewezen ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de
                                secretaris aan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een
                                termijn van vier jaren. Het is mogelijk om één keer herbenoemd te
                                worden.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment
                                ontslag nemen.</al></li><li nr="3."><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></li><li nr="2."><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                                spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">de Awb</extref>worden voor de toepassing van deze verordening
                        uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:</al><lijst><li nr="a"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=2%3A1">artikel 2:1, tweede lid</extref>;</al></li><li nr="b"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=6%3A6">artikel 6:6</extref>, wat betreft het de indiener stellen van
                                een termijn;</al></li><li nr="c"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=6%3A17">artikel 6:17</extref>, voorzover het de verzending van stukken
                                betreft tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=7%3A4">artikel 7:4, tweede lid</extref>;</al></li><li nr="e"><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=7%3A6">artikel 7:6, vierde lid</extref>.</al></li></lijst><al>De voorzitter kan de in dit artikel genoemde bevoegdheden mandateren aan de
                        secretaris van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo
                                nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien
                                daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college
                                vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>Mediation</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien uit het vooronderzoek blijkt dat een bezwaarschrift mogelijk
                                in aanmerking komt voor behandeling middels mediation wordt deze
                                mogelijkheid door de voorzitter aan belanghebbende(n) geboden.</al></li><li nr="2."><al>Om de voor mediation vereiste vrijwilligheid en vertrouwelijkheid te
                                garanderen kan mediation uitsluitend plaatsvinden na ondertekening
                                van de mediationovereenkomst door belanghebbende(n) en de
                                mediator.</al></li><li nr="3."><al>Na ondertekening van de mediationovereenkomst wordt de
                                behandelingstermijn van het bezwaarschrift opgeschort tot de
                                mediation is afgerond middels ondertekening van de
                                vaststellingsovereenkomst of door partijen voortijdig is
                                beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de
                                gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten
                                horen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter beslist over de toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=7%3A3">artikel 7:3 van de Awb</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien
                                van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende(n)
                                en het verwerend orgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                                minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></li><li nr="2."><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                                verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken
                                het tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één
                                week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbende(n) en
                                het verwerend orgaan medegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het
                                eerste tot en met het derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal
                        leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger,
                        aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de
                                commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien
                                een belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten,
                                vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=7%3A7">artikel 7:7 van de Awb</extref>vermeldt de namen van de
                                aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer
                                is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het verslag hiervan melding.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere
                                commissieleden dit onderzoek houden.</al></li><li nr="2."><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                aan de leden van de commis- sie, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbende(n) toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbende(n) kunnen binnen een week na verzending van de nadere
                                informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten
                                tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist
                                op zo'n verzoek.</al></li><li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                                betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid beraadslaagt en beslist de commissie
                                met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen in hiervoor
                                naar het oordeel van de commissie geschikte situaties.</al></li><li nr="3."><lijst><li nr="a."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het
                                        uit te brengen advies.</al></li><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem
                                        van de voorzitter.</al></li><li nr="c."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                        gemaakt indien die minderheid dat verlangt.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="5."><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                    <extref doc="http://wijchen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-14-schriftelijke-verslaglegging">artikel 14</extref> en eventueel door de commissie ontvangen
                                nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het
                                bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de
                                termijn van 12 weken, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=7%3A10">artikel 7:10, eerste lid, van de Awb</extref>, ontoereikend is
                                voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van
                                een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de
                                beslissing te verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                belanghebbende(n) een afschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening “Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften” van 19
                        december 2002 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is
                        bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                        bezwaarschriften.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de gemeenteraad in zijn</ondertekening><ondertekening>openbare vergadering van 29 mei 2008.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders</ondertekening><ondertekening>drs. J.W.M. van der Knaap G.H.W. Noordewier secretaris burgemeester</ondertekening><ondertekening>Aldus besloten door de burgemeester</ondertekening><ondertekening>G.H.W. Noordewier</ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting op de Verordening commissie
                        bezwaarschriften.</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Aanleiding tot wijziging van deze verordening is de noodzaak tot
                    actualisering.</al><al>De gemeenteraad heeft de verordende bevoegdheid. Het college en de burgemeester
                    hebben deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van
                    de commissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de
                    bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op
                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.</al><al>In de aanhef van de regelgeving is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voorzover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. </al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepaling</vet></al><al>In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Awb
                    voorkomen. Zo ontbreekt er een omschrijving van het begrip 'bestuursorgaan'
                    hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening voorkomt. Het bestuursorgaan
                    dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in de verordening aangeduid als
                    'verwerend orgaan'. Dit kan de gemeenteraad betreffen, het college van
                    burgemeester en wethouders, de burgemeester.</al><al><vet>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie</vet></al><al>In de algemene toelichting is de keuze ver(ant)woord voor het horen en adviseren
                    door een gemeentelijke commissie. Deze commissie wordt via deze inleidende
                    bepaling als zodanig geïntroduceerd. In artikel 1:5 van de Awb is omschreven wat
                    onder het maken van bezwaar dient te worden verstaan.</al><al>Binnen onze organisatie worden bezwaarschriften in het kader van sociale zaken,
                    belastingzaken en WOZ-zaken niet door deze commissie behandeld. Voor sociale
                    zaken functioneert een interne hoor- en adviescommissie. Bij collegebesluit van
                    26 februari 2008 is bepaald dat hiervoor een onafhankelijke voorzitter zal
                    worden aangesteld. Voor belastingzaken bestaat er een aparte voorziening. Voor
                    belastingzaken zijn in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de WOZ
                    afwijkende of aanvullende bepalingen opgenomen over beslistermijnen, het horen
                    en de geheimhouding. In verband hiermee is voor een andere voorziening gekozen. </al><al><vet>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</vet></al><al>Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13
                    Awb.</al><al>De commissie betreft een commissie zoals bedoeld in artikel 84 Gemeentewet.</al><al><vet>Artikel 3a Kamers van de commissie</vet></al><al>De commissie bepaalt zelf de instelling van kamers.</al><al>In verband met de jaarlijkse hoeveelheid bezwaarschriften - ongeveer 100
                    besluiten waartegen bezwaar wordt gemaakt - wordt de commissie opgesplitst in
                    kamers. Het gaat daarbij om een kamer waarin bezwaarschriften worden behandeld
                    op het gebied van bouwen en leefomgeving (bouwvergunningen, handhaving en Apv),
                    ruimtelijke ordening en besluiten afkomstig van de afdeling openbare werken en
                    een kamer voor WMO-zaken, gehandicaptenparkeerkaarten, subsidies en overige
                    besluiten afkomstig van de afdeling Welzijn.. Er zijn aparte kamers (op afroep)
                    voor bezwaarschriften tegen besluiten functiewaardering en voor bezwaarschriften
                    betreffende overige personele aangelegenheden.</al><al><vet>Artikel 4 Secretaris</vet></al><al>Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het
                    gebruikelijk dat een commissie en haar kamers beschikken over een secretaris ter
                    ondersteuning van de werkzaamheden.</al><al><vet>Artikel 5 Zittingsduur</vet></al><al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het
                    commissielid kan ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de
                    afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen zijn. Hoewel in lid 3 bepaald
                    wordt dat een aftredend voorzitter of commissielid hun functie blijft vervullen
                    tot in de opvolging is voorzien, kan een ontslagnemend lid niet gedwongen worden
                    ook feitelijk zijn of haar functie te blijven vervullen.</al><al><vet>Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden</vet></al><al>Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie, niet de voorzitter, zelfstandig
                    over onder andere de toepassing van artikel 7:4, zesde lid (over het achterwege
                    laten van de ter inzage legging in verband met geheimhouding om gewichtige
                    redenen) en de toepassing van artikel 7:5, tweede lid (over het al of niet
                    openbaar zijn van de hoorzitting). Dit uitdrukkelijke voorschrift laat het niet
                    toe dat deze bevoegdheden door de voorzitter (of een ander lid) van de commissie
                    worden uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit artikel dan
                    ook niet genoemd.</al><al>De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als
                    volgt.</al><al>Artikel 2:1, tweede lid</al><al>Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging
                    verlangen.</al><al>Toelichting:</al><al>Deze bepaling is facultatief geformuleerd: de voorzitter is dan ook vrij al dan
                    niet van deze bevoegdheid gebruik te maken.</al><al>Artikel 6:6</al><al>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
                    vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit
                    niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad
                    het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</al><al>Toelichting:</al><al>De termijn waarbinnen het verzuim dient te worden hersteld, wordt vastgesteld
                    door de voorzitter. Er is van afgezien in de verordening een vaste termijn
                    daarvoor op te nemen omdat het niet goed mogelijk is in algemene zin voor alle
                    gevallen aan te geven hoe lang deze termijn zou moeten zijn. Uitgangspunt is wel
                    dat er sprake moet zijn van een redelijke termijn (in de meeste gevallen kan met
                    een termijn van twee weken na het einde van de bezwaartermijn worden volstaan).
                    Enerzijds moet de indiener een reële mogelijkheid worden geboden het
                    geconstateerde verzuim te herstellen; anderzijds moet het niet zo zijn dat door
                    een langere termijn de procedure wordt vertraagd. Uit jurisprudentie over
                    belastingen valt af te leiden dat na het bieden van een hersteltermijn, bij of
                    na afloop van die termijn ook nog gerappelleerd dient te worden.</al><al>Een zorgvuldige formulering van de brief waarin gewezen wordt op het verzuim en
                    waarin de termijn wordt gesteld waarbinnen het verzuim moet worden hersteld, is
                    noodzakelijk. Er zal duidelijk aangegeven moeten worden welke consequentie
                    verbonden is aan het niet-voldoen aan deze verplichting. Dit volgt ook uit de
                    facultatieve wijze waarop artikel 6:6 is geformuleerd voor het gevolg van het in
                    verzuim zijn: het bezwaarschrift 'kan' niet-ontvankelijk worden verklaard. De
                    uiteindelijke beslissing ligt dus bij het bestuursorgaan.</al><al>Overigens zal niet zonder meer geconcludeerd mogen worden dat er in zo'n
                    situatie sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaarschrift waardoor -
                    ingevolge artikel 7:3 Awb - van het horen kan worden afgezien.</al><al>Ten slotte wordt hier gewezen op artikel 7:10 van de Awb waarin voorschriften
                    zijn opgenomen voor de termijn waarbinnen op een ingediend bezwaarschrift dient
                    te worden beslist. De beslistermijn wordt namelijk opgeschort met ingang van de
                    dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 Awb te
                    herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde
                    termijn ongebruikt is verstreken.</al><al>Artikel 6:17</al><al>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op
                    het bezwaar te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in elk geval
                    aan de gemachtigde.</al><al>Toelichting:</al><al>Deze bepaling spreekt voor zich. Voorzover het de behandeling door de commissie
                    betreft, ligt deze taak bij de voorzitter.</al><al>Het is niet nodig om in de bezwaarfase ook de stukken aan de vertegenwoordigers
                    van de belanghebbende toe te zenden die zijn geproduceerd in de fase tussen de
                    aanvraag en het primaire besluit (CRvB 24 juni 1997, JB 1997/196).</al><al>Artikel 7:4, vierde lid Awb staat toe om leges te heffen voor het verstrekken
                    van afschriften van de desbetreffende stukken aan de gemachtigde van een
                    belanghebbende (HR 20 september 2000, JG 2001/30).</al><al>Artikel 7:4, tweede lid</al><al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking
                    hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor
                    belanghebbenden ter inzage.</al><al>Toelichting:</al><al>Het inzagerecht is als een van de fundamentele waarborgen voor een goed
                    verlopende bezwaarschriftprocedure te beschouwen. Het maakt het principe van
                    hoor en wederhoor mogelijk. Het is gekoppeld aan de hoorzitting: wordt er niet
                    gehoord, dan is er ook geen sprake van een verplichte ter-inzage-legging.</al><al>In het geval de hoorzitting openbaar zal zijn, worden in Wijchen alle relevante
                    stukken uit het dossier toegestuurd aan partijen. Behalve uiteraard de stukken
                    die op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur niet passief openbaar zijn,
                    maar dat komt niet of nauwelijks voor.</al><al>Stukken toezenden hoeft niet, maar een verzoek van een belanghebbende om stukken
                    in te zien mag niet beperkt blijven tot de termijn van ter-inzage-legging (Rb.
                    Amsterdam, 8 augustus 1995, Awb katern 1996, 19).</al><al>Artikel 7:6, vierde lid</al><al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                    toepassing van het derde lid achterwege laten, voorzover geheimhouding om
                    gewichtige redenen is geboden [...].</al><al>Het derde lid van dit artikel luidt:</al><al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid.</al><al><vet>Artikel 8 Vooronderzoek</vet></al><al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen -
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de klager in contact te treden om
                    nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de
                    gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien in de
                    normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om bijzondere
                    kosten gaat.</al><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat college de
                    gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost. Om deze reden is
                    in deze bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen een machtiging
                    vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het college door zo'n
                    toetsing het werk van de commissie frustreert en haar onafhankelijke positie
                    daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de
                    gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede
                    vervulling van diens taak.</al><al>Uit de hier gebezigde formulering volgt dat het ter beoordeling van het
                    bestuursorgaan blijft welke gegevens dat zullen zijn. Uit de aard van het advies
                    van de commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op de zaak betrekking
                    hebbende gegevens zullen zijn. De commissie zal immers geen afgewogen oordeel
                    kunnen uitbrengen indien gegevens worden achtergehouden.</al><al><vet>Artikel 8a Mediation</vet></al><al>In die gevallen waarin het bezwaarschrift en de strikt juridische behandeling en
                    afhandeling daarvan waarschijnlijk niet zal leiden tot een voor partijen
                    bevredigende oplossing van de eigenlijke, onderliggende problematiek (zoals een
                    burenruzie), kan een dergelijke oplossing wel bereikt worden middels mediation.
                    Over de feitelijke invulling van mediation (zoals bijvoorbeeld wie de kosten van
                    mediation voor zijn/haar rekening neemt) zal nadere besluitvorming
                    plaatsvinden.</al><al><vet>Artikel 9 Hoorzitting</vet></al><al>Het initiatief voor het houden van hoorzittingen ligt bij de voorzitter. Zie ook
                    de tekst bij artikel 10.</al><al>Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van
                    belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat
                    indien:</al><lijst><li nr="a"><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b"><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c"><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="d"><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><al>Ad d.</al><al>Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de
                    voorzitter van de commissie contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op
                    artikel 6:18 en 6:19 Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het
                    aanhangig zijn van bezwaar intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In
                    artikel 6:19 wordt bepaald dat indien een bestuursorgaan zo'n intrekkings- of
                    wijzigingsbesluit heeft genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn
                    tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit geheel tegemoetkomt aan het
                    bezwaar.</al><al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is
                    bepaald dat de commissie, voorzover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3.</al><al>Het bepaalde in het derde lid spreekt voor zich. Daarnaast zal in het
                    uiteindelijk uit te brengen advies hier nogmaals op teruggekomen moeten worden.
                    Dat is noodzakelijk omdat ingevolge artikel 7:12 Awb bij de beslissing op een
                    bezwaarschrift, indien van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op
                    welke grond dat is geschied.</al><al><vet>Artikel 10 Uitnodiging zitting</vet></al><al>Ingevolge het eerste lid van deze bepaling wordt uiteraard ook het verwerend
                    orgaan uitgenodigd voor de zitting. Het is van groot belang dat dit orgaan zich
                    ook ter zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden voorkomen dat er,
                    vanwege de inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig beeld ontstaat. Voorts is het
                    voor een externe commissie van groot belang om van bestuurlijke zijde te
                    vernemen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Anders kan het voor de
                    commissie moeilijk worden om een goede afweging te maken.</al><al><vet>Artikel 11 Quorum</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Er is geen wettelijk bezwaar tegen het horen in het kader van de
                    bezwaarprocedure door de voorzitter en één lid van de adviescommissie, terwijl
                    advisering door de voltallige commissie heeft plaatsgevonden (ABRS 2 maart 2000,
                    GS 2000/ 7119, 3).</al><al><vet>Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 13 Openbaarheid zitting</vet></al><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voorzover niet
                    bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid aan de
                    commissie toegekend.</al><al>In de onderhavige verordeningsbepaling is vastgelegd dat de hoorzitting in
                    principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft
                    mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire,
                    medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan
                    de orde komen. De kamer waarin bezwaren gericht tegen besluiten van de afdeling
                    bouwen en leefomgeving e.d. houdt de hoorzittingen in principe in het openbaar.
                    De kamer voor WMO-zaken e.a. hoort in verband met de privacygevoelige
                    onderwerpen die daar aan de orde moeten komen, achter gesloten deuren. Ook het
                    horen door deze kamers belast met personele aangelegenheden is gelet op de
                    privacy niet openbaar.</al><al><vet>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</vet></al><al>Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijk vereisten aan het verslag worden niet
                    door de Awb geregeld. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de
                    verordening een vaste procedure wordt opgenomen.</al><al>Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het
                    aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag
                    duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen
                    naar voren is gebracht.</al><al><vet>Artikel 15 Nader onderzoek</vet></al><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                    nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb wordt bepaald dat indien het in het
                    hier bedoelde geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te
                    nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden
                    wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden
                    gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor). Is de nieuwe informatie niet van
                    aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen worden om de belanghebbenden in de
                    gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren. Na de hoorzitting gehouden
                    telefoongesprekken kunnen gezien worden als nader onderzoek (Nationale ombudsman
                    9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige procedure houdt ook in dat het
                    bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de adviescommissie kan wenden zonder
                    dat de andere belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om hun standpunt
                    dienaangaande kenbaar te maken (Rb. Rotterdam, 10 november 1999, JB,
                    1999/311).</al><al><vet>Artikel 16 Raadkamer en advies</vet></al><al>Zie ook de toelichting bij artikel 13. De hoorzitting is in principe openbaar;
                    de hier bedoelde beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats.</al><al>Het tweede lid, onder b, is opgenomen voor die gevallen waarin het
                    vergaderquorum wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of
                    meer leden dan wel hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van
                    artikel 12) tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al><al>Het horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie (zie onder 11). De
                    mogelijkheid om wanneer op grond van artikel 7:3 is afgezien van het horen van
                    belanghebbenden de beraadslaging en besluitvorming over het uit te brengen
                    advies via de moderne communicateimiddelen te laten plaatsvinden heeft voor deze
                    zaken een veel snellere afhandelingstijd to gevolg.</al><al><vet>Artikel 17 Uitbrengen advies</vet></al><al>Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb maakt in de bezwaarschriftprocedure het
                    verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt het
                    schriftelijk uitgebracht.</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 10 weken, behoudens
                    in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te
                    verdagen.</al><al>Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb zijn
                    artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling
                    van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel
                    van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt
                    voordat het bekendgemaakt is. Het ligt voor de hand in verband hiermee ook
                    belanghebbenden een afschrift van het verdagingbesluit toe te zenden.</al><al><vet>Artikel 18 Intrekking oude regeling</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 19 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift.</al><al>In artikel 139 tot en met 144 Gemeentewet zijn de bekendmaking en
                    inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden
                    geregeld.</al><al>Besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften
                    inhouden, verbinden niet dan wanneer ze bekendgemaakt zijn. De bekendmaking
                    geschiedt door plaatsing op de gemeentepagina of in een andere door de gemeente
                    algemeen verkrijgbaar gestelde uitgave (huis-aan-huisblad of plaatselijk
                    dagblad). Publicatie op de gemeentelijke website vindt eveneens plaats, maar
                    geldt niet als bekendmaking zoals bedoeld in de gemeentewet.</al><al>Op grond van artikel 142 Gemeentewet treden bekendgemaakte besluiten in werking
                    met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.</al><al><vet>Artikel 20 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>