<lvbbu:Consolidaties schemaversie="1.2.0" xmlns:lvbbu="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <lvbbu:Consolidatie>
    <consolidatie:ConsolidatieIdentificatie xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR741806</consolidatie:FRBRWork>
      <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_006</consolidatie:soortWork>
      <consolidatie:isConsolidatieVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/gm1771/2025/programma_grondbeleid_kostenverhaal</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_019</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isConsolidatieVan>
    </consolidatie:ConsolidatieIdentificatie>
    <consolidatie:Toestanden xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:bekendOp>2025-12-31</consolidatie:bekendOp>
      <consolidatie:ontvangenOp>2025-12-31</consolidatie:ontvangenOp>
      <consolidatie:BekendeToestand>
	<consolidatie:FRBRExpression>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR741806/nld@2026-01-01</consolidatie:FRBRExpression>
	<consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/gm1771/2025/doel_185_29551ccc95654a9aa7a943317f238914</consolidatie:doel>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/gm1771/2025/doel_346_a99c6de1eb8d4e1fac17a05d566e2661</consolidatie:doel>
	</consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	<consolidatie:geldigheid>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2026-01-01</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2026-03-25</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2026-01-01</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2026-03-25</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2026-01-01</consolidatie:vanaf>
		<consolidatie:tot>2026-03-25</consolidatie:tot>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	</consolidatie:geldigheid>
	<consolidatie:instrumentVersie>/akn/nl/act/gm1771/2025/programma_grondbeleid_kostenverhaal/nld@2025-12-31;1</consolidatie:instrumentVersie>
      </consolidatie:BekendeToestand>
    </consolidatie:Toestanden>
    <lvbbu:RegelingVersie schemaversie="1.2.0">
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/gm1771/2025/programma_grondbeleid_kostenverhaal</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/gm1771/2025/programma_grondbeleid_kostenverhaal/nld@2025-12-31;1</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_019</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingVersieMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:versienummer>1</data:versienummer>
      </data:RegelingVersieMetadata>
      <tekst:RegelingVrijetekst xmlns:tekst="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	<tekst:RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
	  <tekst:Al>Programma Grondbeleid en Kostenverhaal Geldrop-Mierlo</tekst:Al>
	</tekst:RegelingOpschrift>
	<tekst:Lichaam wId="body" eId="body">
	  <tekst:Divisietekst wId="gm1771_acf102391dfb454dbe6bdbfddd63b99d__content_1" eId="content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>Samenwerken aan waardecreatie</tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	  <tekst:Divisietekst wId="gm1771_8cc50c8c15164af186d2611baf05decf__content_II" eId="content_o_2">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Inhoudsopgave</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="content_o_2">Inhoudsopgave</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_1">1. Inleiding</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_1__content_1.1">1.1 Focus op waardecreatie</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_1__content_1.2">1.2 Een andere manier van denken en doen</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_1__content_1.3">1.3 Opbouw van de nota</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_2">2. Context</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_2__content_2.1">2.1 Historie</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_2__content_2.2">2.2 Toekomstige opgaven en ontwikkelingen</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_3">3. Het grondbeleid</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_3__content_3.1">3.1 Doelstellingen</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_3__content_3.2">3.2 Afwegingskader</tekst:IntRef>
                           <tekst:IntRef ref="div_4">4. Kostenverhaal en financi&#235;le bijdragen</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.1">4.1 Doelstellingen en gemeentelijke ambities</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.2">4.2 Te verhalen kosten</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.3">4.3 Kostendragers</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.4">4.4 Bovenwijkse voorzieningen</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.5">4.5 Financi&#235;le bijdragen ruimtelijke ontwikkeling</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.6">4.6 Voorwaardelijke verplichtingen via compensatiefondsen</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.7">4.7 Macroaftopping en economische uitvoerbaarheid</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.8">4.8 Verantwoording</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_4__content_4.9">4.9 Overgangsregeling</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_5">5. Inzet van grondbeleidsinstrumenten</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_5__content_5.1">5.1 Omgevingsplan en regels kostenverhaal</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_5__content_5.2">5.2 Verwerving en onteigening</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_5__content_5.3">5.3 Gronduitgifte</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_6">6. Verantwoording</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_6__content_6.1">6.1 Verdeling taken en verantwoordelijkheden gemeenteraad en college</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntRef ref="div_6__content_6.2">6.2 Verantwoording via P&amp;C-cyclus</tekst:IntRef>
                        </tekst:Al>
	      <tekst:Al>Bijlagen</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Bijlage 1&#160;Nota Kostenverhaal</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Bijlage 2 Overzicht kostendragers</tekst:Al>
	      <tekst:Al>Bijlage 3 Overzicht kostenvragers<tekst:br/><tekst:br/><tekst:br/></tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	  <tekst:Divisie wId="gm1771_b97e5c9aa364424da56926a4dd246bef__div_I" eId="div_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>1</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Inleiding</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_5a76491932584007846b60c531b28ff9__div_I__content_1" eId="div_1__content_1.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Focus op waardecreatie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor u ligt het Programma Grondbeleid en Kostenverhaal, &#233;&#233;n van de  programma&#x2019;s die binnen de kaders van de Omgevingsvisie is uitgewerkt. Het  programma is opgesteld in de geest van de Omgevingswet. We gaan bij het  grondbeleid en kostenverhaal niet uit van &#233;&#233;n specifiek belang (sectoraal), maar  van een brede belangenafweging (integraal). Deze integrale benadering vraagt  niet alleen om een andere inhoud, maar ook om een ander proces. In de  omgevingsvisie zijn de ambities en opgaven beschreven, die in programma&#x2019;s  vervolgens worden vertaald naar concretere ontwikkelingen. Dit programma  grondbeleid en kostenverhaal beschrijft de kaders voor de lange termijn koers  van het gemeentelijk grondbedrijf. Het vormt dus de kapstok voor het  grondbeleid.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het programma geeft de randvoorwaarden en kaders aan die nodig zijn om in te  kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. Dit programma maakt het grondbeleid  inzichtelijk en beschrijft hoe instrumenten zoals kostenverhaal, minnelijke  verwerving, wet voorkeursrecht gemeenten, onteigening en gronduitgifte kunnen  worden ingezet. Met het gemeentelijk grondbeleid willen we de gewenste  ruimtelijke ontwikkelingen op een verantwoorde wijze tot stand te brengen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het is altijd het streven om beschikbare middelen zo effectief en effici&#235;nt  mogelijk in te zetten met als doel een zo groot mogelijke waardecreatie. Met  waardecreatie bedoelen we dat we alle fysiek ruimtelijke ontwikkelingen  beoordelen op hun meerwaarde:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_609e3055675846339e69386bd387bf40__list_o_1" eId="div_1__content_1.1__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_92723f8325db47ef9d61220b04fda88b__div_I__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_1__content_1.1__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Verhouding kosten &#x2013; opbrengsten op korte termijn (realisatie)&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_712359987cd3475e963944ca1b744a88__div_I__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_1__content_1.1__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Verhouding kosten &#x2013; opbrengsten op lange termijn (exploitatie)&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_7eb899136426417ab7b9341182594cab__div_I__content_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_1__content_1.1__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>Maatschappelijke meerwaarde (wat voegt de ontwikkeling toe aan de  maatschappelijke behoefte)</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Later in dit programma komen we uitgebreider terug op het begrip  waardecreatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De fysieke leefomgeving is complex en weerbarstig. Het is vrijwel nooit  mogelijk om alle ambities en opgaven te realiseren op &#233;&#233;n specifieke plek. Het  gaat daarom om keuzes maken, om een zorgvuldige afweging tussen belangen, zowel  qua inhoud als proces. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de  actuele marktsituatie en marktontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Afhankelijk van deze belangen, de mogelijkheden van het gebied &#233;n de  betrokken (markt)partijen bepaalt de gemeente haar rol. Indien marktpartijen al  een positie hebben en kansen zien, waarbij de belangen duidelijk zijn en de  doelen gerealiseerd kunnen worden, dan hoeft de gemeente weinig te doen. Bij  complexe belangen en weinig actie van derden komt de gemeente meer in actie. Dit  noemen we de situationele aanpak van de gemeente die dus afhankelijk is van de  situatie. Deze aanpak biedt ruimte voor maatwerk. Continu&#239;teit van het  gemeentelijk grondbeleid staat hierbij centraal. Het grondbedrijf moet immers  tot in lengte van jaren, de fysiek-ruimtelijke belangen van Geldrop-Mierlo  blijven behartigen.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_1459aafcf8c04cc69e7876e4579bdffc__div_I__content_1__img_o_1" eId="div_1__content_1.1__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb75447391775a48ea83c4cfd1af60d23f.jpg" breedte="2297" hoogte="3248" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="610"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_1a4ddc93ca744cb889dc4a598e2fa998__div_I__content_2" eId="div_1__content_1.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Een andere manier van denken en doen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Daarmee ontstaat een  integrale nieuwe wet voor alles wat te maken heeft met de fysieke leefomgeving.  Op dat moment gaan ook de instrumenten van het grondbeleid op in de  Omgevingswet. Met name voor het instrument kostenverhaal gaat een aantal  onderdelen wijzigen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op 6 februari 2023 heeft de raad de Omgevingsvisie vastgesteld. Deze visie  wordt nu verder uitgewerkt in programma&#x2019;s. Daarin worden de lange termijn  opgaven per gebied of thema geconcretiseerd en vertaald naar korte termijn  doelen. Voorliggend Programma Grondbeleid en Kostenverhaal heeft een iets andere  positie en daardoor ook een eigen vorm.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met het te voeren grondbeleid en kostenverhaal worden de ambities en doelen,  zoals verwoord in de visie en uitgewerkt in de andere programma&#x2019;s, mede mogelijk  gemaakt. Het programma wordt geschreven om richting te geven &#233;n te faciliteren.  Hierbij gelden zowel wet- en regelgeving als de kaders die eerder al door  bestuur en gemeenteraad zijn vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de Omgevingsvisie en het Programma Grondbeleid en Kostenverhaal wordt ook  verder gewerkt aan het meer integraal benaderen van vraagstukken. Dit proces  richt zich naast inhoudelijke aspecten ook op een verandering in denk- en  handelswijze.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ruimtelijke opgaven gaan we zowel integraal als procesmatig benaderen. Door  dit te doen via de situationele aanpak kunnen we:</tekst:Al>
		<tekst:Al>&#x201c;Borgen dat we gronden en (financi&#235;le) middelen zo effectief en doelmatig  mogelijke inzetten, gericht op het realiseren van de maatschappelijk relevante  opgaven en ambities binnen de fysieke leefomgeving van Geldrop-Mierlo.&#x201d;</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_c23de06a1f9d4ab2b626079404985a02__div_I__content_3" eId="div_1__content_1.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>1.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Opbouw van de nota</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Allereerst zal in hoofdstuk 2 de context worden weergegeven. In hoofdstuk 3  wordt ingegaan op het grondbeleid en in hoofdstuk 4 wordt het nieuwe  kostenverhaal beschreven. Hoofdstuk 5 gaat over het instrumentarium voor  grondverwerving en over de aspecten die van belang zijn voor de gronduitgifte.  Het laatste hoofdstuk beschrijft de wijze van verantwoording.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bijlagen bij dit programma hebben betrekking op:</tekst:Al>
		<tekst:Al>de investeringen die in de komende 20 jaar zullen worden gerealiseerd of de  afgelopen jaren mede t.b.v. de te realiseringen projecten zijn uitgevoerd;</tekst:Al>
		<tekst:Al>de projecten die in de komende 20 jaar gerealiseerd zullen worden;</tekst:Al>
		<tekst:Al>de toerekening van de kostenverhaalsbijdragen; overige later nog toe te  voegen bijlagen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De bijlagen worden indien nodig geactualiseerd in het kader van de  P&amp;C-cyclus. De bijlagen van het programma kunnen bijvoorbeeld worden  aangepast als de benodigde voorzieningen (kostenvragers) of de bouwplannen  (kostendragers) substantieel wijzigen. Ook als marktomstandigheden wijzigen en  vragen om een andere toerekening kan een aanpassing gewenst zijn. Ook als kaders  voor snippergroen of bestedingsdoelen voor een reserve aangepast moeten worden,  kan een actualisatie van de bijlagen gewenst zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_0bf08d6cb51e47a5b688c1443e2100af__div_I__content_3__img_o_1" eId="div_1__content_1.3__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afba8a6dfada4be48b3ad438f3a0af3ade2.jpg" breedte="2003" hoogte="2832" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="550"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="gm1771_2000502a7d554efbbc2a6b4e9b2d9829__div_II" eId="div_2">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>2</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Context</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_9df4095848c6447aa19407f49d4c27a6__div_II__content_1" eId="div_2__content_2.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Historie</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De voorlopers van het Programma Grondbeleid en Kostenverhaal, de Nota  Grondbeleid en de Nota Kostenverhaal dateren uit respectievelijk 2012 en 2015.  De kredietcrisis, die in de herfst van 2008 voelbaar werd, maakte een einde aan  de lange periode waarin de prijzen sterk stegen. Ook aan de gemeente  Geldrop-Mierlo is de crisis niet voorbijgegaan, maar uiteindelijk is de gemeente  sterker uit deze periode gekomen. Een behoorlijk aantal gemeenten heeft tekorten  in het grondbedrijf moeten compenseren vanuit de algemene reserves. Voor  Geldrop-Mierlo was dat slechts tijdelijk en voor een relatief beperkt bedrag.  Dit bedrag is bovendien weer teruggestort naar de algemene reserves en op dit  moment heeft het grondbedrijf weer een gezonde vermogenspositie. Wel liggen er  veel ambities op het ruimtelijke fysieke domein. Zo is de cofinanciering voor de  subsidie van de woningbouwimpuls van belang. Daarnaast werken we vanuit de  Omgevingsvisie aan meerdere programma&#x2019;s waarin ambities worden uitgewerkt in  concrete investeringen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>We hebben gekozen voor &#233;&#233;n integraal Programma Grondbeleid en Kostenverhaal,  waarin we zowel naar de bekostiging van alle ambities kijken, als ook het  situationele grondbeleid willen borgen. Voor de continu&#239;teit van het  grondbedrijf is het van belang dat er voldoende winstgevende grondexploitaties  zijn. We kunnen niet alleen maar risicovolle en verlieslatende locaties kopen  als de positie van het grondbedrijf dat niet toestaat. Bij de bepaling van de  rol van de gemeente is het van belang dat de risico&#x2019;s voor het grondbedrijf in  verhouding blijven staan tot de maatschappelijke meerwaarde van de projecten die  we aangaan. Om die reden zijn zowel het grondbeleid als het kostenverhaal  integraal geactualiseerd en in een samenhangend programma opgenomen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_5e5120eb0f20407694442146d9f4cd7e__div_II__content_2" eId="div_2__content_2.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Toekomstige opgaven en ontwikkelingen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>We staan als samenleving voor een aantal urgente opgaven. Deze opgaven  bepalen de komende jaren steeds meer de beleidsagenda&#x2019;s. Denk hierbij aan de  klimaatverandering, de energietransitie en de verduurzamingsopgave. Maar  bijvoorbeeld ook aan de forse opgaven wat betreft de transformatie en  herstructurering van woongebieden, bedrijventerreinen als winkelgebieden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Geldrop-Mierlo maakt deel uit van Brainport Regio Eindhoven, samen met  Schiphol en de Rotterdamse Haven de drie belangrijkste economische clusters van  Nederland. Brainport regio Eindhoven, een toptechnologieregio van wereldformaat,  kenmerkt zich door haar open en innovatie structuur. Hightech en design gaan  hand in hand en vormen de basis voor hoogwaardige maakindustrie en  ondernemerschap in de brede regio.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De groeiende aantrekkingskracht en werkgelegenheid van deze regio leiden tot  een toenemende vraag naar woningen. In de regio zijn hier richtinggevende  afspraken over gemaakt. Het aantal inwoners in de regio zal de komende decennia  flink toenemen. Samen met de omvang van de bevolking verandert ook de  leeftijdsverdeling sterk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vergrijzing komt in veel regio&#x2019;s voor. Dit geldt ook voor Geldrop-Mierlo.  Alle bovengenoemde opgaven en demografische ontwikkelingen hebben impact op onze  gemeente, op het gebied van wonen, zorg en economie.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_609323cd2a0a4c119e4bfce367c45486__div_II__content_2__img_o_1" eId="div_2__content_2.2__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb9ba3799ad81c477d8903d5fc0ed37390.jpg" breedte="3162" hoogte="4472" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="782"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>Ook de ontwikkelingen in de technologie hebben in toenemende mate invloed op de  samenleving. Innovaties leiden tot nieuwe vormen van werkgelegenheid, een andere  manier van tijdbesteding en wonen/werken. De gemeente zet in haar visie  Geldrop-Mierlo 2040 voor het sociale domein, dan ook in op een inclusieve  samenleving. Een gemeente waarin we er voor elkaar willen zijn en waar iedereen  een waardevolle bijdrage levert. Een plek waar we samen bouwen aan een gezonde  toekomst. Een plek die persoonlijk, dichtbij en verbonden is.</tekst:Al>
		<tekst:Al>We leven in een netwerksamenleving met (maatschappelijke) opgaven die de  grenzen van organisaties, domeinen en gemeenten overstijgen. Het goed aanpakken  van die opgaven vereist samenwerking. Niet alleen tussen gemeenten, maar ook  tussen professionals en burgers. Deze ontwikkelingen hebben effect op de rol van  de overheid. In dit kader gaat het ook om de beschikbaarheid van (financi&#235;le)  middelen. We beseffen steeds meer dat voor veel van de opgaven alleen een  oplossing kan worden gevonden als we deze integraal aanpakken.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_deab45d615c14357861ddc1c5740f6f6__div_II__content_2__img_o_2" eId="div_2__content_2.2__img_o_2">
		  <tekst:Illustratie naam="afb7602da3806604fd1a1c0c5a32d612f44.png" breedte="1654" hoogte="2339" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="gm1771_b77906bb83324da6a3db6f664c9d7913__div_III" eId="div_3">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>3</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Het grondbeleid</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_85bea2955ccb41cf9f035a0a935a00b4__div_III__content_1" eId="div_3__content_3.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Doelstellingen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>In de Omgevingsvisie zijn de ruimtelijke ambities vastgelegd, die verder in  programma&#x2019;s worden uitgewerkt. De plannen worden vervolgens via een  Omgevingsplan verankerd in een juridisch kader. Het grondbeleid raakt alle lagen  van de gemeentelijke organisatie en heeft een directe relatie met het ruimtelijk  beleid van de gemeente Geldrop-Mierlo. Het grondbeleid is een middel om  economische, maatschappelijk-sociale en ruimtelijke opgaven in Geldrop-Mierlo te  realiseren. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar ondersteunt andere  beleidsdisciplines.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Doelstellingen van het grondbeleid zijn:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_740f645c5b0f426bb144b30359e5e7b9__list_o_1" eId="div_3__content_3.1__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_0a39b5dc020e453bac0b3eaaa73e1099__div_III__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_3__content_3.1__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Het faciliteren van en sturen op bestuurlijk en maatschappelijk gewenste  ruimtelijke ontwikkelingen;&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_5f3decfc67dc4ed683e4b6ed2cd8ba07__div_III__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_3__content_3.1__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Het rechtvaardig verdelen van kosten en opbrengsten tussen gemeente en  grondeigenaren;&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_76fa4bceb2f044879d95dd69893d7d3e__div_III__content_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_3__content_3.1__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>Het transparant maken en beheersen van de risico&#x2019;s van ruimtelijke  ontwikkelingen en projecten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Jaarlijks doen we via de jaarrekening en in mindere mate via de begroting  verslag van de actuele financi&#235;le situatie van het grondbedrijf.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeente Geldrop-Mierlo voert een situationeel grondbeleid. Binnen het  situationele grondbeleid zijn er drie verschillende rollen mogelijk:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_74091d2ff0034ae2945f384f059673b6__list_o_2" eId="div_3__content_3.1__list_o_2">
		  <tekst:Li wId="gm1771_0868b8ab6d494c23b47b20049ecc845b__div_III__content_1__list_o_2__item_o_1" eId="div_3__content_3.1__list_o_2__item_o_1">
		    <tekst:Al>Passief faciliterend grondbeleid&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_8a996940b9e84d7dbde0a01ec7ee1567__div_III__content_1__list_o_2__item_o_2" eId="div_3__content_3.1__list_o_2__item_o_2">
		    <tekst:Al>Proactief faciliterend grondbeleid&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_48f097f66fb14cf28664c4f82b1b382b__div_III__content_1__list_o_2__item_o_3" eId="div_3__content_3.1__list_o_2__item_o_3">
		    <tekst:Al>Actief grondbeleid</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Passief faciliterend grondbeleid</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeente kiest voor een passief faciliterend grondbeleid als de  marktpartijen zelf in staat zijn het gebied te ontwikkelen en als er geen  actieve bemoeienis vanuit de gemeente nodig is voor de voorbereiding en  realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling. Bij een passief faciliterend beleid  ligt de exploitatie van de ruimtelijke ontwikkeling bij een private partij. De  gemeente geeft de kaders en stuurt op basis van haar publiekrechtelijke  instrumenten en bevoegdheden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Via anterieure overeenkomsten kunnen kaders privaatrechtelijk worden  vastgelegd t.b.v. concrete plannen. Het kostenverhaal maakt daar onderdeel van  uit. Publiekrechtelijk kan dat via kostenverhaalsregels in het  omgevingsplan.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Proactief faciliterend grondbeleid</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeente kan ook kiezen voor een proactief faciliterende rol. Hierbij  wordt actief meegedacht en meegewerkt aan het realiseren van de ruimtelijke  ontwikkeling. De gemeente is hierbij bereid om, in beperkte mate, een  risicodragende rol aan te nemen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Actief grondbeleid</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij een actief grondbeleid voert gemeente zelf, voor eigen rekening en  risico, de grondexploitatie. Bij deze vorm heeft de gemeente zowel een  publiekrechtelijke als privaatrechtelijke rol.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_14cfe0ca2996491d816d7de008e23173__div_III__content_1__img_o_1" eId="div_3__content_3.1__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb02ccabcbecd74495b12a46ced442a346.jpg" breedte="876" hoogte="612" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="155"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_56bdfe94f014425eb482f906d606f6cb__div_III__content_2" eId="div_3__content_3.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>3.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Afwegingskader</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>We hanteren bewust g&#233;&#233;n vaste kaders om te bepalen welke rol hoort bij welk  project. Situationeel grondbeleid betekent namelijk dat we per situatie  weloverwogen kiezen welke ontwikkelstrategie we willen toepassen &#233;n welke  gemeentelijke rol hierbij hoort. Vanzelfsprekend moeten we wel kijken naar welke  criteria een rol spelen bij het daadwerkelijk kiezen van rol en strategie.  Hiertoe bevat dit Programma Grondbeleid en Kostenverhaal het volgende  schema.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit schema helpt bij het beantwoorden van de volgende vragen:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_ef3143b837514a23849aa60eaa80e0b7__list_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_f2603e7fc1cc43fd8fc1b3d3dade1112__div_III__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Is er sprake van waardecreatie? Draagt het daarmee bij aan de  maatschappelijke doelen in de visie Geldrop-Mierlo 2040, de visie sociaal  domein, de Omgevingsvisie en de uit te werken programma&#x2019;s?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_cffdfe1faba64a46925f56170288dfb2__div_III__content_2__list_o_1__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Draagt deze ontwikkeling bij aan de gemeentelijke ambities?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_f0a806a33ed145bc83d13d0b7fe3ed6d__div_III__content_2__list_o_1__item_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>Wat is de financi&#235;le impact op zowel korte als lange termijn en welk risico  kan en wil de gemeente lopen?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Deze criteria en bijbehorende afwegingen worden verderop toegelicht.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_47607a238ca54da5bd6937cbcbf3a97d__div_III__content_2__img_o_1" eId="div_3__content_3.2__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb3137db75ce8c40fead0f79ff5854d1e3.png" breedte="1654" hoogte="2339" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="287"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>Stap 1: Waardecreatie</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>We streven bij ruimtelijke ontwikkelingen naar een integrale benadering en  het realiseren van waardecreatie. Eerder keken we bij een ruimtelijke  ontwikkeling vooral naar de financi&#235;le effecten op korte termijn: de exploitatie  van de grond, het bouwen en van het beheren. Deze exploitaties werden vaak los  van elkaar beschouwd &#233;n gedragen door verschillende partijen. Maar de  (her)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving kent niet alleen financi&#235;le  effecten. (Her) ontwikkeling van de fysieke leefomgeving heeft immers ook tal  van maatschappelijke effecten. Een integrale benadering betekent dat je ook deze  maatschappelijke &#x2018;kosten en baten&#x2019; nadrukkelijk in beeld brengt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij het bepalen van de financi&#235;le en maatschappelijke effecten kijken we  naar:</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Korte termijn rendement:</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_28e65f7a0c3b46d59ea5e07e04a6abc7__list_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_2">
		  <tekst:Li wId="gm1771_774dfd00fe2e4af19c18fe78727212e0__div_III__content_2__list_o_2__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_2__item_o_1">
		    <tekst:Al>Is de grondexploitatie winstgevend?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_6a950045356540b5aaa606be0381f5e1__div_III__content_2__list_o_2__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_2__item_o_2">
		    <tekst:Al>Is de vastgoedexploitatie winstgevend?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_66ec71be4f194b05a7c55f2e8cf4cce5__div_III__content_2__list_o_2__item_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_2__item_o_3">
		    <tekst:Al>Welk deel van de gemeentelijke kosten is te verhalen?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_3411a43ed77c44f7b659a9b7e8164642__div_III__content_2__list_o_2__item_o_4" eId="div_3__content_3.2__list_o_2__item_o_4">
		    <tekst:Al>Welk deel kan/dient afgedragen te worden ter (aan) vulling van gemeentelijke  fondsen?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Tussenkop>Lange termijn rendement:&#160;</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_bda14e1bf51d4aabbf9be08068607025__div_III__content_2__list_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_3">
		  <tekst:Li wId="gm1771_929e27b3e2304f29bf41f0efaf8ee370__div_III__content_2__list_o_3__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_3__item_o_1">
		    <tekst:Al>Wat is de impact op de meerjarenbegroting van de gemeente (mutatie OZB,  effecten voor beheer budgetten, etc.)?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_fe8013b30c924cbd8f6217b6f286608e__div_III__content_2__list_o_3__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_3__item_o_2">
		    <tekst:Al>Wat is de impact op de financi&#235;le positie van de regio en eventueel ook op  landelijk niveau (b.v. concurrentiepositie, oplossing van een ruimtelijk  probleem elders, etc.)?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Tussenkop>Maatschappelijke meerwaarde:&#160;</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_dd913908f44640a68e1f965798aa72fd__div_III__content_2__list_o_4" eId="div_3__content_3.2__list_o_4">
		  <tekst:Li wId="gm1771_cfc93804537544a08fa0f8a46a32d939__div_III__content_2__list_o_4__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_4__item_o_1">
		    <tekst:Al>Draagt de ontwikkeling bij aan maatschappelijke beleidsambities en/of  opgaven zoals geformuleerd in de Visie Geldrop-Mierlo, de omgevingsvisie en  visie sociaal domein? Denk hierbij aan bijvoorbeeld vitaliteit, werkgelegenheid,  toerisme, circulariteit, energietransitie of klimaatadaptatie (lange  termijn).</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Maatschappelijk rendement is vaak indirect of moeilijk te kwantificeren. Het  is echter w&#233;l mogelijk om te bepalen aan welke maatschappelijke beleidsambities  en/of opgaven een bijdrage geleverd wordt. Ook de wijze waarop deze bijdrage  geleverd wordt, kan worden geconcretiseerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op basis van de hierboven beschreven aspecten kan aan het begin van de  planvorming een eerste afweging worden gemaakt over de meest gewenste rol van de  gemeente. Gedurende het verdere planvormingsproces kunnen nieuwe inzichten  ontstaan die leiden tot een heroverweging van een eerder ingenomen standpunt.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Stap 2: Gemeentelijke ambities&#160;</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>De visie Geldrop-Mierlo 2040, de visie voor het sociaal domein en de  Omgevingsvisie bepalen de koers van de gemeente op lange termijn. De programma&#x2019;s  geven hier, in de vorm van concretere opgaven en ambities, invulling aan.  Bijvoorbeeld wanneer het gaat om woningbouw, mobiliteit of duurzaamheid. Naast  de gemeentelijke beleidsambities gelden ook de regionaal gemaakte afspraken,  zoals de Brainport Principes.</tekst:Al>
		<tekst:Al>We beoordelen ruimtelijke initiatieven op de mate waarin zij bijdragen aan  bovengenoemde ambities. Zodra de visie is uitgewerkt in programma&#x2019;s wordt ook  aan de hand van de programma&#x2019;s beoordeeld in welke mate de ontwikkeling  bijdraagt aan de doelen. Bovendien wordt aan de programma&#x2019;s toegevoegd welke rol  de gemeente voor zichzelf ziet in de uitvoering.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Indien het initiatief slechts beperkt bijdraagt aan de gemeentelijke  ambities, dan hanteert de gemeente in principe een passieve rol. Wanneer het  initiatief een belangrijke bijdrage levert aan de gemeentelijke ambities, dan  hanteert de gemeente een (pro)actieve rol. Bij de afweging kijken we naar de  verhouding tussen het maatschappelijk rendement en de financi&#235;le gevolgen voor  de gemeente.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Markt initiatiefnemer</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Indien een particulier of projectontwikkelaar komt met een initiatief voor  een ruimtelijke ontwikkeling dat in voldoende mate bijdraagt aan de  gemeentelijke ambities en er tevens sprake is van waardecreatie, dan hanteert de  gemeente in principe een proactief faciliterende houding, wanneer dit geen  negatieve impact heeft op de continu&#239;teit van het grondbeleid. Een voorbeeld  daarvan is bijvoorbeeld het verleiden en verbinden van marktpartijen.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Overheid initiatiefnemer</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Het is ook mogelijk dat de gemeente een actieve rol aanneemt en zelf de  ontwikkelstrategie voert. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, te  weten:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_f58f898744744d9fa207e3a1a1ee9d7f__list_o_5" eId="div_3__content_3.2__list_o_5">
		  <tekst:Li wId="gm1771_7fb9dd92d62244b196c01bc62931c413__div_III__content_2__list_o_5__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_5__item_o_1">
		    <tekst:Al>Strategisch belang van de ontwikkeling&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_f54e82c59a6d40ac8b93d6910a38e220__div_III__content_2__list_o_5__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_5__item_o_2">
		    <tekst:Al>Het ontbreken van marktinitiatief&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_368f39068af243da8af80c79396d13f8__div_III__content_2__list_o_5__item_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_5__item_o_3">
		    <tekst:Al>Het ontwikkelen op eigen grondposities&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_6add8574c36740338150812b59548dc5__div_III__content_2__list_o_5__item_o_4" eId="div_3__content_3.2__list_o_5__item_o_4">
		    <tekst:Al>Het zorgen voor een balans in de totale projectenportefeuille en daarmee ook  voor de continu&#239;teit van het grondbeleid<tekst:br/></tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_ed8dd7d9d3d3483c8a5f581de5a17411__div_III__content_2__img_o_2" eId="div_3__content_3.2__img_o_2">
		  <tekst:Illustratie naam="afbf9643a16b8d34960a699ffca8d2dc617.png" breedte="830" hoogte="1290" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="144"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>Stap 3: Impact op continu&#239;teit gemeentelijke portefeuille&#160;</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>De gemeente is een non-profit organisatie. Dit vraagt, zeker gezien  ontwikkelingen in de markt, om een doelmatige en effici&#235;nte inzet van  (financi&#235;le) middelen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het grondbedrijf is een apart onderdeel van de gemeentelijke organisatie. Het  grondbedrijf beheert alle lopende en in voorbereiding zijnde grondexploitaties  c.q. bouwplannen op gemeentelijke gronden. Het grondbedrijf dient gezien te  worden als een soort aparte eenheid met een eigen balans. In deze balans zijn de  bezittingen en schulden opgenomen. Daarnaast bevat deze balans reserves en  voorzieningen om eventuele tegenvallers of verliezen te compenseren. Anderzijds  worden winsten op plannen ingezet om te investeren in andere plannen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een continue focus op een goede balans in het grondportfolio met aandacht  voor de financi&#235;le risico&#x2019;s is noodzakelijk. Het kan voor de gemeente, vanuit  een maatschappelijke meerwaarde, van belang zijn om toch te investeren in een  plan dat een verlies oplevert. Dat kan natuurlijk alleen als hier voldoende  winstgevende plannen en een goede reservepositie tegenover staan. Kortom dit kan  alleen wanneer het grondbedrijf en de daarbij behorende risico&#x2019;s &#x2018;in balans  zijn&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de keuze tussen een proactief faciliterende of actieve rol en  ontwikkelstrategie is het risicoprofiel van het grondbedrijf van belang. Er  wordt beoordeeld of de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de totale  projectenportefeuille. Dit vraagt om een gezonde financi&#235;le afweging in de  risicoprofielen en perspectieven van de verschillende lopende exploitaties.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij een actief grondbeleid voert de gemeente zelf de exploitatie. Het  grondbedrijf is hierbij gebonden aan de regels van de landelijke commissie BBV  (Besluit Begroting en Verantwoording). Om de continu&#239;teit van het grondbedrijf  te borgen, is een actueel inzicht op project- &#233;n portefeuilleniveau (voor alle  lopende projecten) van belang. In de jaarrekening en in mindere mate de  begroting lichten we jaarlijks de actuele situatie toe.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_a986381b5d8a4727baec2cf534d8d5fb__div_III__content_2__img_o_3" eId="div_3__content_3.2__img_o_3">
		  <tekst:Illustratie naam="afb753aa70892ab490f8399a18aec74ca36.png" breedte="566" hoogte="431" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="140"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_d67ba13b6e31449ebc87c64ca86c1659__div_III__content_2__img_o_4" eId="div_3__content_3.2__img_o_4">
		  <tekst:Illustratie naam="afb501eca1bf9fa4efd83e24aa775f0981f.jpg" breedte="1016" hoogte="1436" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="257"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Het grondbeleid; een &#x2018;gesloten systeem&#x2019;&#160;</tekst:b>Uitgangspunt is dat  het grondbedrijf functioneert als een gesloten systeem. Dat wil zeggen dat alle  mee- en tegenvallers, risico&#x2019;s en kansen worden verwerkt en opgevangen binnen  alle lopende grondexploitaties en de &#x2018;eigen&#x2019; reserves.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er wordt in principe g&#233;&#233;n beroep gedaan op de algemene middelen van de  gemeente. En anders is dat zo beperkt en zo kort mogelijk. Om dit &#x2018;gesloten  systeem&#x2019; te kunnen waarborgen werkt de gemeente Geldrop- Mierlo met een  afzonderlijk weerstandsvermogen voor het grondbedrijf. Het gewenste  weerstandsvermogen is bij voorkeur meer dan 100%.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het &#x2018;gesloten systeem&#x2019; werkt als volgt:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_8b7f82c0c77d4965bac724e98c409dd6__list_o_6" eId="div_3__content_3.2__list_o_6">
		  <tekst:Li wId="gm1771_f0a61113c12e4af0b273473c9967e2f7__div_III__content_2__list_o_6__item_o_1" eId="div_3__content_3.2__list_o_6__item_o_1">
		    <tekst:Al>Als het weerstandsvermogen onder de 100% komt, onderzoeken we de  mogelijkheden om de reserve grondexploitaties op een andere wijze aan te vullen.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_9c8ab7b303824b4f8ce76436f35cb247__div_III__content_2__list_o_6__item_o_2" eId="div_3__content_3.2__list_o_6__item_o_2">
		    <tekst:Al>Als het percentage onder de 65% komt, dan volgen maatregelen om zo snel  mogelijk weer op het minimale niveau van 65% te komen en uiteindelijk op het  gewenste niveau van meer dan 100%.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_ae2f22b55a534c9f83ba0c3ab0338de0__div_III__content_2__list_o_6__item_o_3" eId="div_3__content_3.2__list_o_6__item_o_3">
		    <tekst:Al>Indien het weerstandsvermogen daalt onder het kritieke niveau van 35%, volgt  jaarlijks een gedeeltelijke bijstorting vanuit de algemene dienst tot het niveau  van 35%. Hoe lager het weerstandsvermogen, hoe groter de absolute bijstorting  vanuit de algemene dienst. Deze bijstortingen worden aan de algemene dienst  terugbetaald, zodra het grondbedrijf weer in een gezonde situatie zit.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_03f918ff7a464a96996bd934ae892f06__img_o_5" eId="div_3__content_3.2__img_o_5">
		  <tekst:Illustratie naam="afbeda023d272d2440cbebc2adcd0af9402.png" breedte="688" hoogte="449" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, menu&amp;#10;&amp;#10;Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist." dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_76ec120c07504d2fb7fcf259ee3bb6f8__img_o_6" eId="div_3__content_3.2__img_o_6">
		  <tekst:Illustratie naam="afb02e8f1d441224e0f9a79de7a8b1aaf8f.png" breedte="518" hoogte="632" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding met tekst, schermopname, ontwerp&amp;#10;&amp;#10;Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist." dpi="97"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>In de afgelopen jaren is gebleken dat dit systeem goed heeft gefunctioneerd.  Het weerstandsvermogen van het grondbedrijf in Geldrop-Mierlo is in vergelijking  met andere gemeenten meer dan gemiddeld hersteld. Dit &#x2018;gesloten systeem&#x2019; werkt  uiteraard alleen goed als het grondbedrijf ook voldoende winstgevende projecten  heeft.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij ieder voornemen tot het verwerven van onroerend goed dienen we af te  wegen wat het belang is vanuit de gemeentelijke ambities en het (mogelijke)  effect op het weerstandsvermogen. Wanneer vroeg in het planproces wordt  aangekocht, zijn de aankoopbedragen gemiddeld lager dan in een later stadium.  Maar in een vroege planfase zijn er vaak meer en grotere risico&#x2019;s. Deze  afwegingen zijn daarom ook van belang in relatie tot het weerstandsvermogen van  het grondbedrijf. Bij een groot weerstandsvermogen kunnen meer risico&#x2019;s genomen  worden dan bij een laag weerstandsniveau.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>Het weerstandsvermogen uitgedrukt in kleurcodes&#160;</tekst:b>Om de  risico&#x2019;s te monitoren en het grondbedrijf bij wijzigende economische situaties  en marktomstandigheden gezond te kunnen houden, brengen we jaarlijks het  weerstandsvermogen in beeld. De volgende categorie&#235;n worden onderscheiden,  waarbij de bijbehorende acties van toepassing zijn:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_e33f688c0967426fa569bc792afa7935__img_o_6" eId="div_3__content_3.2__img_o_7">
		  <tekst:Illustratie naam="afb4eec0719985e454b91dbb8bfe91db18a.png" breedte="644" hoogte="223" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, document&amp;#10;&amp;#10;Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist." dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_aae3893a0f654c89b39f62a91206677d__img_o_7" eId="div_3__content_3.2__img_o_8">
		  <tekst:Illustratie naam="afb0402cf178eb54c228c8e865d36d7e0a9.png" breedte="639" hoogte="275" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, document&amp;#10;&amp;#10;Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist." dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_5d8e9361cbed4314ac8cca7e6e0b91ea__img_o_8" eId="div_3__content_3.2__img_o_9">
		  <tekst:Illustratie naam="afb8157fd48fc1e4f47bb9bd0f54f451448.png" breedte="641" hoogte="248" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, document&amp;#10;&amp;#10;Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist." dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_835fd2f7d98f4d03898aff213b9c2d93__img_o_9" eId="div_3__content_3.2__img_o_10">
		  <tekst:Illustratie naam="afb829714f7354041e4ae55d56d5eab48a1.png" breedte="638" hoogte="320" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, menu&amp;#10;&amp;#10;Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist." dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>Minimale reserves</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Om als gesloten systeem te kunnen blijven functioneren, is het van belang dat  er minimaal &#x20ac; 5.000.000,- in het grondbedrijf beschikbaar blijft. Dit is van  belang om financieel goed te kunnen functioneren en snelle wijzigingen in  kleurcodes en bijbehorende acties te kunnen voorkomen. Als markomstandigheden  wijzigen, dan verslechteren verwachte exploitatieresultaten en nemen risico&#x2019;s  toe. Dat leidt tot een grotere verschuiving van het weerstandsvermogen als er  weinig beschikbare reserves in het grondbedrijf aanwezig zijn. Dat geldt zeker  als in die periode ook nieuwe grondexploitaties voor onrendabele plannen in  voorbereiding zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Afdracht naar reserves kostenverhaal en financi&#235;le bijdragen</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Kosten en financi&#235;le bijdragen die worden verhaald op derden moeten ook in  rekening worden gebracht aan rendabele gemeentelijke projecten. Op basis van de  huidige regels voor de jaarrekening mogen die afdrachten pas worden geboekt bij  afsluiting van de grondexploitaties. Wanneer sprake is van een  weerstandsvermogen van meer dan 100% dan kan voorfinanciering via de reserves  van het grondbedrijf plaatsvinden. Dit vindt dan plaats in het jaar dat de  grondverkopen hebben plaatsgevonden. Als het weerstandsvermogen van het  grondbedrijf onder druk komt te staan, dan moeten die afdrachten worden  uitgesteld of er moet alternatieve dekking worden gevonden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="gm1771_80f7481b7b034666a488b7404418a717__div_IV" eId="div_4">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>4</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Kostenverhaal en financi&#235;le bijdragen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_6c5c5f8a7d794956aa7238f11dded8cb__div_IV__content_4.1" eId="div_4__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Daar waarbij of volgens de Omgevingswet sprake is van kostenverhaal en de mogelijkheid voor het krijgen van financi&#235;le bijdragen, zal de gemeente Geldrop-Mierlo dat laten plaatsvinden op basis van dit programma.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Kostenverhaal betekent dat de gemeente bij de realisatie van een project de kosten voor investeringen in publieke voorzieningen (denk aan wegen, groen, waterberging) op de initiatiefnemer verhaalt. De aanleg van die voorzieningen vindt plaats door de gemeente. Omdat (ook) de initiatiefnemer hiervan profiteert, is het gerechtvaardigd dat de gemeente (een deel van) de kosten op de initiatiefnemer kan verhalen. De gemeente ontvangt dan dus geld van de initiatiefnemer, die daarmee bijdraagt om publieke voorzieningen aan te kunnen leggen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>Er bestaat een onderscheid in het publiekrechtelijk en privaatrechtelijk verhalen van kosten. Publiekrechtelijk kostenverhaal is verplicht als sprake is van een aangewezen bouwplan. De kosten die de gemeente publiekrechtelijk mag of moet verhalen, staan genoemd in de kostensoortenlijst. Privaatrechtelijk kostenverhaal heeft de voorkeur boven de publiekrechtelijke weg.&#160;&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Publiekrechtelijk spoor</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>In de Omgevingswet staat het stelsel van kostenverhaal beschreven in afdeling 13.6. Publiekrechtelijk kostenverhaal moet worden ge&#239;ntegreerd in het omgevingsplan. Financi&#235;le bijdragen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving kunnen onder bepaalde voorwaarden via de publiekrechtelijke weg worden afgedwongen in een omgevingsplan. Dat is geregeld in afdeling 13.7 van de Omgevingswet. De inning van het kostenverhaal loopt via een kostenverhaalbeschikking.&#160;&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Privaatrechtelijk spoor</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Bij privaatrechtelijk kostenverhaal staat de contract- vrijheid voorop. In anterieure overeenkomsten kunnen ook financi&#235;le bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied worden gevraagd. Deze komen naast het kostenverhaal en de verplichte financi&#235;le bijdragen, die ook via het publiekrechtelijke spoor kunnen worden verlangd. De financi&#235;le bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied kunnen niet via de publiekrechtelijke weg worden afgedwongen in een omgevingsplan.&#160;&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Omgevingsvisie en programma&#x2019;s</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Met de Omgevingsvisie zijn de ambities voor Geldrop-Mierlo voor de leefomgeving in beeld. In Programma&#x2019;s worden de ambities verder uitgewerkt naar doelen. Dit betekent dat de investeringen in voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen dan ook verder inzichtelijk worden gemaakt inclusief de bijbehorende berekeningen. De actualisatie daarvan zal plaatsvinden via de jaarrekeningen en begrotingen. Het kostenverhaal heeft als doel dat alle partijen die profijt hebben van ontwikkelingen in de gemeente, verplicht moeten bijdragen aan deze investeringen. Hiermee komen investeringen in voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen niet alleen ten laste van de gemeentelijke begroting. Alleen het gedeelte dat kan worden toegerekend aan de huidige woningen en bedrijfsvestigingen draagt de gemeente bij. Het deel dat kan worden toegerekend aan nieuwe woningen en uitbreidingen van bedrijvigheid wordt (gedeeltelijk) verhaald op of bijgedragen door de betreffende grondeigenaren of de ontwikkelende partijen.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>In dit hoofdstuk Kostenverhaal en financi&#235;le bijdragen is beschreven welk beleid de gemeente Geldrop-Mierlo gebruikt binnen de vigerende wet- en regelgeving.&#160;&#160;&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Wijzigingen ten opzichte van de vorige nota kostenverhaal:</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_7673d96925614cdd9aa345c6409fed45__div_IV__intro_o_1__list_o_1" eId="div_4__content_o_1__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_25eedcfda184479db23369f09de26a70__div_IV__intro_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_4__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Er vindt een omzetting van enkele reserves plaats door gewijzigde wetgeving (dit wordt verder toegelicht in paragraaf 4.5);&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_aec9c8406c2e412b928dc3c67c8e9a3e__div_IV__intro_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_4__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Indien bepaalde vastgestelde kaders binnen het projectgebied niet gerealiseerd kunnen worden, dan kan voor die specifieke onderwerpen een voorwaardelijke verplichting gelden, waarbij na de betaling van een bedrag in een compensatiefonds de gemeente de verplichting overneemt (dit wordt verder toegelicht in paragraaf 4.6);&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_58137b8a42cd4f2280edfebf81df8d4d__div_IV__intro_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_4__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>Het exploitatieplan is verdwenen bij in werking treden Omgevingswet, doordat het publiekrechtelijke kostenverhaal deel uit gaat maken van het Omgevingsplan.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_1a4afa48dc3b4fd1a089f1b99d0e0c1f__div_IV__content_1" eId="div_4__content_4.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Doelstellingen en gemeentelijke ambities</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het kostenverhaal heeft twee doelen. Het heeft zowel een interne als een  externe functie:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_c373920c5fe34252bc740e1bcb8ed7fc__div_IV__content_1__list_o_1" eId="div_4__content_4.1__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_56fbed3b2f744ca0acb8bd6a71dd1c6c__div_IV__content_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Intern. Met dit programma wordt in een eenduidig kader vastgelegd welke  kosten verhaald kunnen worden wanneer ontwikkelende partijen daadwerkelijk tot  ontwikkeling overgaan. Daarnaast is het programma de basis voor gemeentelijke  (interne) afdrachten aan bovenwijkse en/of bovenplanse voorzieningen.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_482d98440d4f4c4395174f7b50f8d8b5__div_IV__content_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_4__content_4.1__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Extern. Met dit programma wordt aan eigenaren en ontwikkelende partijen  duidelijk gemaakt hoe de gemeente omgaat met kostenverhaal en financi&#235;le  bijdragen, zodat helder is wat deze partijen in onderhandelingen over contracten  kunnen verwachten.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Dit hoofdstuk beschrijft de werkwijze vanaf de datum van de inwerkingtreding  van de Omgevingswet. Omdat de Omgevingsvisie inmiddels is vastgesteld, vormt dit  programma &#233;&#233;n van de programma&#x2019;s die in het kader van de visie nader wordt  uitgewerkt. In de overige programma&#x2019;s en in het omgevingsplan zullen de  ambities, doelstellingen en ruimtelijke ontwikkelingen nader geconcretiseerd  worden.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_cfa95535ca8e4b4ca7e87b7ec6215584__div_IV__content_2" eId="div_4__content_4.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Te verhalen kosten</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Als gekeken wordt naar de te verhalen kosten, dan kunnen de volgende  onderdelen onderscheiden worden:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_d128cda4886c4d5e8dac04597c0117ae__div_IV__content_2__list_o_1" eId="div_4__content_4.2__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_316b18453c95465fb359fc15cb4edc61__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_4__content_4.2__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:b>Plankosten.&#160;</tekst:b>Kosten die de gemeente maakt om te komen tot  een aanpassing van het ruimtelijke juridische kader, waarbinnen het bouwplan  mogelijk gemaakt kan worden. De kosten worden berekend op basis van de  landelijke plankostenscan en komen voor rekening van de initiatiefnemer. De  externe kosten (zoals b.v. onderzoekskosten en kosten vanuit andere overheden of  externe adviseurs) komen voor rekening van de initiatiefnemer.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_3d87594024cb4204bd25b7e0751cfb86__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_2" eId="div_4__content_4.2__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:b>Kosten van aanpassingen aan de openbare ruimte in de directe  omgeving van het bouwplan, die volledig toerekenbaar zijn aan het bouwplan. &#160;</tekst:b>Zonder het bouwplan zouden de investeringskosten niet of veel later  hebben plaatsgevonden.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_1971df813e944c379beb06c762a246e3__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_3" eId="div_4__content_4.2__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:b>Bovenwijkse voorzieningen.&#160;</tekst:b>Door nieuwe bouwplannen en/of  functiewijzigingen worden de bovenwijkse, vaak infrastructurele voorzieningen  zwaarder belast waardoor de aanpassingskosten gedeeltelijk toerekenbaar zijn aan  de nieuwbouwplannen.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_88029c5e516d4bf291e26d067a07e6b7__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_4" eId="div_4__content_4.2__list_o_1__item_o_4">
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:b>Financi&#235;le bijdragen.&#160;</tekst:b>Bijdragen voor ontwikkelingen van een  gebied, waaronder voor verbeteringen van de kwaliteit van de fysieke  leefomgeving.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_d29178e6095440a381bed50851e2a224__div_IV__content_2__list_o_1__item_o_5" eId="div_4__content_4.2__list_o_1__item_o_5">
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:b>Compensatiekosten.&#160;</tekst:b>Als binnen een bouwplan niet kan worden  voldaan aan de voorwaarden van het bouwplan, kan gekeken worden naar compensatie  in de omgeving. Voor sommige plannen is het namelijk niet of nauwelijks mogelijk  om voldoende parkeergelegenheid te realiseren of is het niet of nauwelijks  mogelijk de maatregelen voor waterafvoer of infiltratie te realiseren. Een ander  voorbeeld is groencompensatie bij aantasting van het natuurlandschap. In eerste  instantie is de inzet dat binnen het bouwplan een oplossing wordt gecre&#235;erd.  Indien dat niet mogelijk is, wordt gekeken of de gemeente in de omgeving kan  zorgen voor de compensatie en verhaalt dan de kosten op de initiatiefnemer.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_2d22170f0b5742d08b95fc70cd9a3116__div_IV__content_3" eId="div_4__content_4.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Kostendragers</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Tussenkop>Kostendragers algemeen</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Ontwikkelingen die niet binnen het omgevingsplan passen en waarvoor (dus) een  ruimtelijke procedure nodig is, worden in het kader van het kostenverhaal  kostendragers genoemd. Het overzicht van kostendragers is door de tijd heen in  beweging. Daarom wordt periodiek een actueel overzicht als bijlage bij dit  programma gevoegd. Dat vindt plaats via de jaarrekening en begroting.</tekst:Al>
		<tekst:Al>We onderscheiden (toekomstige) kostenverhaalsgebieden (ruimtelijke plannen) en solitaire ontwikkelingen. Daarnaast is van  belang waar de kostendragers zijn gelegen. Via de begroting of jaarrekening kan  een actuele bijlage met kostendragers worden aangeboden. Het betreft dan geen  limitatieve lijst van kostendragers, omdat er maandelijks nieuwe verzoeken en  initiatieven bij de gemeente worden ingediend. De bijlage dient slechts als  indicatieve basis voor de toerekening. Daarnaast is de bijlage van belang voor  de samenhang. Bij de uitwerking van de overige programma&#x2019;s zal dat ook aan de  orde komen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een deel van de investeringen in ambities en voorzieningen moet worden  toegerekend aan de bestaande bebouwing. De verhouding in de toerekening tussen  de bestaande bebouwing en de bouwplannen die als kostendragers worden aangemerkt  is o.a. afhankelijk van het totaal aan toe te voegen bouwprogramma en de  toerekeningsystematiek.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Kostendragers publiekrechtelijk</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>De publiekrechtelijke kostendragers onder de Omgevingswet zijn de aangewezen  bouwplannen in de zin van artikel 8.13 van het omgevingsbesluit. Op dit moment  bestaan deze uit :</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="gm1771_47035ac055f94a5c9ba86bd3a45dffd1__list_o_1" eId="div_4__content_4.3__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_a2705938b493459eb5ba5101b3ff8ab4__div_IV__content_3__list_o_1__item_o_1" eId="div_4__content_4.3__list_o_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie. &#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_663c61325ef54f279b772ccf37d87892__div_IV__content_3__list_o_1__item_o_2" eId="div_4__content_4.3__list_o_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan  gebouwen met een  woonfunctie.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_8caafe7f10644f5191b43434f0e74b39__div_IV__content_3__list_o_1__item_o_3" eId="div_4__content_4.3__list_o_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m&#178;  bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een   woonfunctie.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_034851859f934e66b70a1aac604c105c__div_IV__content_3__list_o_1__item_o_4" eId="div_4__content_4.3__list_o_1__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld  onder b is met  ten  minste 1.000 m&#178; bruto-vloeroppervlakte.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_5d10ee5857bd4c7192c88b2d6711b61a__div_IV__content_3__list_o_1__item_o_5" eId="div_4__content_4.3__list_o_1__item_e">
		    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen  met andere   gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een  woonfunctie,  mits het  ten minste tien woonfuncties betreft.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_2c25cac2187c400ebab82cecf1c6d0e7__div_IV__content_3__list_o_1__item_o_6" eId="div_4__content_4.3__list_o_1__item_f">
		    <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen  met andere   gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of  een   bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het  gebruik  ter  plaatse tot gebouwen met een of meer van deze  gebruiksfuncties,  mits de  cumulatieve bruto- vloeroppervlakte van de  nieuwe  gebruiksfuncties ten minste  1.500 m&#178; bedraagt.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Hier is een dynamische verwijzing beoogd, dat wil zeggen dat, in het geval artikel 8.13 Ob wijzigt, de hier genoemde opsomming geacht moet zijn daarop te zijn aangepast.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Kostendragers privaatrechtelijk</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Ook in het privaatrechtelijke spoor zijn de kosten- dragers aangewezen. Dat houdt in dat de gemeente is gebonden aan de aangewezen bouwplannen van artikel 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit. Dat betekent dat voor het privaatrechtelijke spoor een uitgebreidere lijst met kostendragers kan worden opgenomen in de bijlage. Voor de bouwplannen die niet vallen onder de genoemde artikelen zal de legesverordening worden aangepast om ervoor te zorgen dat in elk geval de plan- en apparaatskosten kostendekkend kunnen zijn.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Hier is een dynamische verwijzing beoogd, dat wil zeggen dat, in het geval artikelen 8.20 en/of 8.13 Ob wijzigen, de hier genoemde opsomming geacht moet worden daarop te zijn aangepast</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_80cbdb7646d44f9d877ac788dab2cd4b__div_IV__content_4" eId="div_4__content_4.4">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.4</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Bovenwijkse voorzieningen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Bovenwijkse voorzieningen zijn &#x2013; kort gezegd - voorzieningen van openbaar nut  waarvan het nut zich uitstrekt over een groter gebied dan een bepaalde  ontwikkeling en waarvan de kosten daardoor niet geheel ten laste van die  ontwikkeling behoren te komen. Het gaat hierbij voornamelijk om infrastructurele  werken en maatregelen. Het gaat om voorzieningen die van nut zijn voor meerdere  gebieden, zoals bijvoorbeeld een verbindingsweg. Naast het ten dienste staan aan  nieuwe gebieden kunnen ook bestaande gebieden gedeeltelijk profijt hebben van  een voorziening. Een bovenwijkse voorziening is meestal buiten het  kostenverhaalsgebied gesitueerd, maar kan ook (gedeeltelijk) daarbinnen liggen.  Het kan gaan om bijvoorbeeld een nieuwe voorziening, de aanpassing van een  bestaande voorziening of reeds gerealiseerde voorzieningen vooruitlopend op  ontwikkelingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Kosten voor bovenwijkse voorzieningen zijn afdwingbaar bij exploitanten. Voor  het publiekrechtelijke kostenverhaal in een omgevingsplan gelden daarbij de  criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. In de anterieure fase  gelden deze criteria niet rechtstreeks. Er wordt gestreefd naar anterieur  contracteren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Profijt</tekst:i>. De locatie moet nut ondervinden van de te treffen  maatregelen c.q. gebaat zijn door de investeringen, werken en voorzieningen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Toerekenbaarheid.&#160;</tekst:i>Er moet een causaal verband bestaan tussen de  gebiedsontwikkeling en de te maken kosten voor de maatregelen, voorzieningen en  werken. Met andere woorden de kosten worden mede ten behoeve van dat plan  gemaakt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>Proportionaliteit.&#160;</tekst:i>Indien meerdere gebieden of ontwikkelingen  profijt hebben van een werk, maatregel of voorziening dienen de kosten naar rato  van evenredigheid te worden verdeeld.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De kosten voor bovenwijkse voorzieningen zijn op twee manieren in rekening te  brengen.</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="gm1771_fa5263aa83474e7281eccd62bcbd9968__list_o_1" eId="div_4__content_4.4__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_0f5623d967714196b1441dd21e3321bb__div_IV__content_4__list_o_1__item_o_1" eId="div_4__content_4.4__list_o_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Op basis van de concrete investering in bijvoorbeeld een doorgaande  ontsluitingsweg of een rotonde en een toetsing met behulp van de criteria  profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (PPT). Dit dient dan per geval in  een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk) of een omgevingsplan  (publiekrechtelijk) als zodanig te worden bepaald en opgenomen. Als de  toerekening van kosten aan bepaalde investeringen op het moment van opmaken van  het plan nog niet duidelijk zijn, dan kan de verdeling ook in de toekomst  plaatsvinden als het concreter is geworden.&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_e932afee61714a80af3bfc1c375ed46f__div_IV__content_4__list_o_1__item_o_2" eId="div_4__content_4.4__list_o_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Op basis van een bijdrage ten behoeve van alle te realiseren bovenwijkse  voorzieningen, zoals die o.a. zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. Deze  bijdrage is voor elke bouwlocatie bepaald op basis van de mate van profijt en  toerekenbaarheid. Deze manier kan op basis van de Omgevingswet alleen worden  toegepast via een anterieure overeenkomst.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Gezien de voorkeur voor het anterieur contracteren vormt de bovenstaande  werkwijze onder punt 2 de basis, waarbij een algemene bijdrage per kern of voor  de hele gemeente wordt gehanteerd (vast bedrag). Indien geen overeenstemming  wordt bereikt over de anterieure overeenkomst, dan zal een specifieke berekening  de basis vormen, die via het omgevingsplan publiekrechtelijk wordt verhaald.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor voorzieningen waarbij de investering in of aanpassing aan de openbare  ruimte volledig veroorzaakt wordt door een ontwikkeling of kostenverhaalsgebied  zijn de drie criteria niet aan de orde. In dat geval is de toerekening 100% en  vindt doorbelasting plaats aan de betreffende ontwikkeling c.q. het betreffende kostenverhaalsgebied. Voor de doorbelasting van  bovenwijkse voorzieningen aan de gemeentelijke grondexploitaties geldt dat de  regels van de BBV-voorschriften in acht moeten worden genomen.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_999254e6fcf74c23b62ad8d8d3dbac25__div_IV__content_4__img_o_1" eId="div_4__content_4.4__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb57162722b2bc4a4da9cfa7a1ab297d9a.jpg" breedte="1411" hoogte="1996" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="448"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_22cbc367863d4913b19225774d91dcd8__div_IV__content_5" eId="div_4__content_4.5">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.5</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Financi&#235;le bijdragen ruimtelijke ontwikkeling</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Onder de Omgevingswet bestaan twee mogelijkheden voor het vragen van financi&#235;le  bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied.</tekst:Al>
		<tekst:Al>1. In  artikel 13.23 van de Omgevingswet is een nieuwe regeling opgenomen waarmee ook publiekrechtelijk financi&#235;le bijdragen vanuit een ontwikkeling  (bouwplan) kunnen worden afgedwongen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij een  wijziging van het Omgevingsplan moet deze bijdrage dan worden opgenomen in het  Omgevingsplan. Van belang voor opname in het omgevingsplan is de functionele  samenhang tussen de bouwplannen die ervoor betalen en de ontwikkelingen waarvoor  de bijdrage wordt verhaald. In de diverse in voorbereiding zijnde programma&#x2019;s  kan hier ook een basis voor worden gelegd. Voor de publiekrechtelijke financi&#235;le  bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied is van belang dat de kostendragers  limitatief zijn opgesomd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. De kostenvragers zijn  verder limitatief opgesomd in artikel 8.21 Omgevingsbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de publiekrechtelijke financi&#235;le bijdragen voor de ontwikkelingen van een  gebied stelt de gemeente de volgende reserves in:&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="gm1771_424a341109d04f358d6b45dd651b804f__list_o_1" eId="div_4__content_4.5__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_bc0b170075f5493e93e5a6125d4b51e1__div_IV__content_5__list_o_1__item_o_1" eId="div_4__content_4.5__list_o_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve sociale woningbouw&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_64c00a9297894bbc8faa677d212cd4f1__div_IV__content_5__list_o_1__item_o_2" eId="div_4__content_4.5__list_o_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve Stedelijke herstructurering&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_f0697179a68f45bf9a4b969eab29e73b__div_IV__content_5__list_o_1__item_o_3" eId="div_4__content_4.5__list_o_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve Natuur-, Landschap en Groenstructuurversterking&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_e0b1624599b54fe6b7e0a053a510ea73__div_IV__content_5__list_o_1__item_o_4" eId="div_4__content_4.5__list_o_1__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve Netwerkverbindingen</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>2. Op basis van artikel 13.22 Omgevingswet kunnen vrijwillig overeen te komen  bijdragen worden afgesproken. Voor de privaatrechtelijke financi&#235;le bijdragen  aan ontwikkelingen van een gebied zijn de kostendragers limitatief opgesomd in  artikel 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit. Verder zijn de kostenvragers niet aangewezen.  Gelet hierop zijn de mogelijkheden voor het verhaal van financi&#235;le bijdragen aan  ontwikkelingen van een gebied privaatrechtelijk ruimer dan  publiekrechtelijk.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor de privaatrechtelijke financi&#235;le bijdragen voor de ontwikkelingen van  een gebied stelt de gemeente de volgende reserves in:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="gm1771_ef7b257897be48a9bc32affac42dae65__list_o_2" eId="div_4__content_4.5__list_o_2">
		  <tekst:Li wId="gm1771_e53f56c238d747929e5181ee50950492__div_IV__content_5__list_o_2__item_o_1" eId="div_4__content_4.5__list_o_2__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve sociale woningbouw&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_abaa551405ad410aa17eec130c5444ff__div_IV__content_5__list_o_2__item_o_2" eId="div_4__content_4.5__list_o_2__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve Stedelijke herstructurering</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_984dffe1a5e242a5860b278307eb56ad__div_IV__content_5__list_o_2__item_o_2" eId="div_4__content_4.5__list_o_2__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve Natuur-, Landschap en Groenstructuurversterking&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_775d9e5bfdb146bab588c11c6c8d3110__div_IV__content_5__list_o_2__item_o_4" eId="div_4__content_4.5__list_o_2__item_d">
		    <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve Netwerkverbindingen</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_d71238a952b44ca6a344e63b60ae2b69__div_IV__content_5__list_o_2__item_o_4" eId="div_4__content_4.5__list_o_2__item_e">
		    <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Reserve Investeringen ruimtelijke ontwikkeling</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Kortom: in aanvulling op de publiekrechtelijke variant, hanteert de gemeente  voor de privaatrechtelijke variant de &#x2018;Reserve investeringen ruimtelijke  ontwikkeling&#x2019;.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De hierboven genoemde reserves worden hierna nader toegelicht.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_5641e8050369493bbcca735bb0091420__div_IV__content_5__img_o_1" eId="div_4__content_4.5__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afbddddd61e38ea440fba33ac5ee7db89c0.jpg" breedte="848" hoogte="1200" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="162"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop/>
		<tekst:Tussenkop>A. Reserve sociale woningbouw</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Voor het publiekrechtelijke spoor is deze reserve gebaseerd op artikel 8.21  lid 1 aanhef en onder e van het Omgevingsbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeente wenst een betere spreiding van de sociale woningbouw over de  diverse wijken. In de praktijk betekent dit dat in bepaalde wijken een meer dan  gemiddelde hoeveelheid sociale woningbouw moet worden toegevoegd en voor een  andere wijk zal dit aandeel minder dan gemiddeld zijn of kunnen woningen worden  getransformeerd naar andere woningbouwcategorie&#235;n. Gemiddeld zal een bepaald  percentage van het aantal nieuwbouwwoningen gerealiseerd moeten worden in de  sociale huursector en eventueel in de sociale koopsector, passend binnen het  woningbouwprogramma van de gemeente. Een deel van deze opgave zal ook worden  vastgelegd in de prestatieafspraken met de drie woningcorporaties. Op het moment  dat een bouwplan een minder dan gemiddeld aandeel sociale woningbouw realiseert,  dan dient een afdracht te worden betaald aan deze reserve. Indien sprake is van  een groter aandeel sociale woningbouw, waarbij kan worden aangetoond dat dit  leidt tot een exploitatietekort, dan kan de betreffende ontwikkeling een  bijdrage krijgen uit deze reserve indien wordt voldaan aan de regels voor  staatssteun. De reserve is feitelijk een voortzetting of omzetting van het  Leefbaarheidsfonds, waarbij alleen de berekeningssystematiek wordt aangepast.  Deze is opgenomen in de bijlage.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de toepassing van deze reserve vormt uiteindelijk het uit te werken en  vast te stellen Programma Wonen, met daarin het gemiddelde percentage sociale  woningbouw, het uitgangspunt. Tot die tijd vormen beschikbare beleidsstukken of  raadsbesluiten daarvoor het uitgangspunt. Iedere initiatiefnemer moet in de  basis voldoen aan die gemiddelde norm. Als dit op een bepaalde locatie niet  mogelijk of wenselijk is, dan moet initiatiefnemer een bijdrage betalen aan deze  reserve. Het college van B&amp;W zal besluiten over afwijkingen op het  gemiddelde aandeel sociale woningbouw op projectniveau binnen de algemeen door  de raad vastgestelde kaders en ambities.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>B. Reserve Stedelijke herstructurering</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Voor het publiekrechtelijke spoor is deze reserve gebaseerd op artikel 8.21  lid 1 aanhef en onder f van het Omgevingsbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het doel van stedelijke herstructurering is het woon- en leefklimaat van  wijken of gebieden te verbeteren door het slopen van woningen of  bedrijfsgebouwen en/of het daarbij aanpassen van de openbare ruimte. Het kan  gaan om investeringen in de herstructurering van verouderde bedrijventerreinen  of verouderde woonbuurten, waardoor bijvoorbeeld bedrijventerreinen beter worden  ingepast in de omgeving en storende bebouwing wordt gesloopt en vervangen. Ook  kan het gaan om de transformatie van een bedrijventerrein naar woningbouw.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een financi&#235;le bijdrage is mogelijk voor gebieden waarvoor een  herstructureringsplan, transformatieplan of wijkontwikkelingsplan al dan niet in  de vorm van een programma is vastgesteld. Uit dat plan moet blijken dat sprake  is van een financieel tekort. Andere ontwikkelingen dragen daaraan af.  Doelstelling van de reserve is om het totale woon- en leefklimaat in de gemeente  te verbeteren. Op basis van de beschikbare gegevens is in de bijlage de afdracht  per m2 berekend. Op basis van (nog uit te werken en vast te stellen)  programma&#x2019;s, visies of plannen zal de bijlage geactualiseerd worden. Met de  reserve worden de fondsen Herstructurering woongebieden en Verevening  bedrijfsomgevingen samengevoegd en gewijzigd voortgezet, zodat ze voldoen aan de  eisen van de Omgevingswet. Het bestedingsdoel &#x2018;Overlastbeperking solitaire  bedrijfslocaties&#x2019; van het huidige Fonds &#x2018;Investeringen Ruimtelijke  Ontwikkelingen&#x2019; gaat hier feitelijk ook in op.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij de toepassing van deze reserve vormen uit te werken en vast te stellen  plannen en/of programma&#x2019;s het uitgangspunt. Tot die tijd vormen beschikbare  beleidsstukken of raadsbesluiten daarvoor het uitgangspunt. Dit betekent dat de  gemeenteraad de locaties of gebieden vaststelt die op basis van een  exploitatietekort een bijdrage uit de reserve krijgen. Alle overige  initiatiefnemers van nieuwe ontwikkelingen die voldoen aan de wettelijke kaders,  dragen bij aan de reserve stedelijke herstructurering. De hoogte van de afdracht  kan via een actualisatie van de bijlage gewijzigd worden vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_22fb0e6c61ba4a8da22fcd912840d85c__div_IV__content_5__img_o_2" eId="div_4__content_4.5__img_o_2">
		  <tekst:Illustratie naam="afb7bcbff988e9540af99ff1ac3eadc93e5.png" breedte="1654" hoogte="2339" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="458"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>C. Reserve Natuur-. Landschap- en Groenstructuur</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Voor het publiekrechtelijke spoor is deze reserve gebaseerd op  artikel 8.21 lid 1 aanhef en onder a, b en d van het Omgevingsbesluit.&#160;</tekst:Al>
		<tekst:Al>In Geldrop-Mierlo hebben we een aanzienlijke opgave als het gaat om natuur.  Dit blijkt uit de Omgevingsvisie. Naast de natuuropgave gaat het ook om een  verbetering van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van de  landschappelijke waarden, het verwijderen van agrarische bebouwing en het  oplossen van de stikstofproblematiek. Ook kan er gedacht worden aan beekherstel,  vistrappen, maatregelen om het waterpeil te veranderen, milieuvriendelijke  oevers, verwijderen van verontreinigde bodem/waterbodem, aanleg van  groenstroken, herinrichting van bermen, herstel van houtwallen, aanleg van  faunapassages, het weer open maken van gedempte grachten, het cre&#235;ren van  overloopgebieden bij hoogwater etc. Om de ambities te kunnen realiseren zijn ook  verwervingen nodig. Die maken onderdeel uit van deze investeringsopgave.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Andere investeringen die mede door deze reserve worden bekostigd zijn  ecologische verbindingszones en klimaatadaptatie. Woningen in de bebouwde kom  zullen met name de investeringen ervaren in de versterking en het verbinden van  de groenstructuren in de kernen en/of het beperken van hittestress.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ontwikkelingen in het buitengebied zullen met name de investeringen in natuur  en landschap ervaren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In de regio is recent een afspraak gemaakt in het kader van het  verstedelijkingsakkoord. Er is afgesproken dat voor elke woning in het  binnenstedelijk gebied minimaal 8 m&#178; groen / blauwe ruimte moet worden  gerealiseerd, bij voorkeur in de directe woonomgeving. Dit moet bijdragen aan  het toekomstproof maken van gebieden. Deze ruimte zal meestal in de openbare  ruimte moeten worden gezocht en hoeft niet plaats te vinden in het plangebied.  De komende jaren zal in beeld worden gebracht waar dit gerealiseerd kan worden.  Op dat moment zal ook bekeken worden of deze investeringen (gedeeltelijk)  verwerkt worden in de bijlage als onderdeel van deze reserve en/ of als  onderdeel van de voorziening Natuur- en groencompensatie.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zodra de volledige investeringsopgave in beeld is gebracht en is uitgewerkt,  zal ook de (wijze van) toerekening aan plannen geactualiseerd worden. Die  bijlage zal via de P&amp;C-cyclus ter besluitvorming worden aangeboden en indien  nodig worden herijkt.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_951b0c2b34ae47e1baa3323ee89bfee8__div_IV__content_5__img_o_3" eId="div_4__content_4.5__img_o_3">
		  <tekst:Illustratie naam="afba6248da56c2d4589b5634a63ff3dfffa.png" breedte="1586" hoogte="2245" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="350"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>D. Reserve Netwerkverbindingen</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Voor het publiekrechtelijke spoor is deze reserve gebaseerd op artikel 8.21  lid 1 aanhef en onder c van het Omgevingsbesluit.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Netwerkverbindingen hebben betrekking op investeringen, zoals die o.a. zijn  opgenomen in de regionale bereikbaarheidsagenda. Het gaat om investeringen in de  aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnetwerken van  gemeentelijk of regionaal belang. Daarbij kan gedacht worden aan  HOV-verbindingen, hoofdfietsstructuren en hoofdontsluitingswegen. Het kan  daarbij ook gaan om aanpassing of wijziging van de infrastructuur om de  capaciteit te vergroten of de doorstroming te verbeteren. Deze investeringen  bevinden zich op een hoger schaalniveau en zijn dus niet alleen van belang voor  &#233;&#233;n of meerdere wijken of kernen, zoals dat bij bovenwijkse voorzieningen het  geval is. De investeringen die mede door deze reserve worden bekostigd zijn in  beeld gebracht. Zodra er een nieuwe investeringsopgave gereed is, zal ook de  bijlage geactualiseerd worden. Via de P&amp;C-cyclus zal de nieuwe bijlage bij  dit programma dan ter besluitvorming worden aangeboden. Na elke actualisatie kan  de gewijzigde bijlage zowel via de jaarrekening als de begroting gewijzigd  worden vastgesteld.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>E. Reserve Investeringen ruimtelijke ontwikkeling</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Voor de bestedingsdoelen en ambities die niet onder de publiekrechtelijk  afdwingbare financi&#235;le bijdragen vallen, blijft de gemeente werken met &#233;&#233;n  integrale reserve. Daarbij kunnen de bestedingsdoelen na verloop van tijd  wijzigen. In de bijlage staan de huidige bestedingsdoelen beschreven. Deze  kunnen via de P&amp;C-cyclus geactualiseerd worden en gewijzigd worden  vastgesteld. Ook kunnen deze bij de uitwerking van andere programma&#x2019;s of een  uitvoeringsprogramma nader beschreven en geconcretiseerd worden.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_0bbf64011d674e088436a24f787d3af5__div_IV__content_5__img_o_4" eId="div_4__content_4.5__img_o_4">
		  <tekst:Illustratie naam="afb0789522408cf48f2b416dc2e6184cb75.png" breedte="1587" hoogte="2245" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="403"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_f56fb03d5796430888b9d2374090986a__div_IV__content_6" eId="div_4__content_4.6">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.6</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Voorwaardelijke verplichtingen via compensatiefondsen</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De Omgevingswet kent de mogelijkheid om een &#x2018;voorwaardelijke verplichting&#x2019; op  te leggen indien een bouwplan op eigen terrein niet kan voldoen aan gestelde  kaders. Dit is onder de Wro ook al het geval. Wordt een bouwplan gerealiseerd  dan moet de vergunninghouder bepaalde maatregelen uitvoeren om aan die kaders  van bijvoorbeeld het aantal parkeerplaatsen of de hoeveelheid waterberging te  voldoen. Op het moment dat die verplichting niet door de initiatiefnemer  gerealiseerd kan worden kan de verplichting worden omgezet in een storting in  een voorziening, zodat de gemeente met de betreffende bijdragen hetzelfde doel  kan bereiken. Bijvoorbeeld een bijdrage voor parkeren moet binnen het domein  parkeren blijven en mag niet aan andere doeleinden worden besteed. De bijdrage  kan dus alleen voortkomen uit een verplichting om iets op eigen terrein te  realiseren. Gemakshalve wordt dit hierna steeds met de term &#x2018;compensatie&#x2019;  aangeduid om te bewerkstelligen dat de omgevingskwaliteit op peil blijft.  Compenseren wil dan niet per se zeggen dat het om &#233;&#233;n-op-&#233;&#233;n-compensatie gaat.  Soms zal een toevoeging nodig zijn om dezelfde omgevingskwaliteit te bereiken.  Een voorbeeld daarvan is dat, vanwege klimaatverandering en de noodzaak van  klimaatadaptief ontwikkelen, er meer waterberging nodig is omdat voor de  toekomst meer extreme neerslagsituaties worden verwacht. En soms is echte  overcompensatie belangrijk, namelijk in gevallen waarin het doel van een  gebiedsontwikkeling is de omgevingskwaliteit van dat gebied en de omliggende  omgeving te verbeteren. Dan wordt er bijvoorbeeld meer groenaanleg als  voorwaarde gesteld om hittestress tegen te gaan of CO-2 uitstoot te  reduceren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De compensatievoorzieningen die worden ingesteld zijn:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="expliciet" wId="gm1771_bdc5eead453e477ba8b1dc82e7feac74__list_o_1" eId="div_4__content_4.6__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_f7840f8c56184f738fa862930e3baa79__div_IV__content_6__list_o_1__item_o_1" eId="div_4__content_4.6__list_o_1__item_a">
		    <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Voorziening Parkeercompensatie&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_9d77b93505894816a7cc225bbfb17dfc__div_IV__content_6__list_o_1__item_o_2" eId="div_4__content_4.6__list_o_1__item_b">
		    <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Voorziening Watercompensatie&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_af85e0cdfa0b41c0848e7987a99e62da__div_IV__content_6__list_o_1__item_o_3" eId="div_4__content_4.6__list_o_1__item_c">
		    <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
		    <tekst:Al>Voorzienin Natuur- c.q. groencompensatie</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Tussenkop>A. Voorziening Parkeercompensatie</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Om ervoor te zorgen dat er voor alle woningen en overige functies en  voorzieningen voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of in de directe  omgeving aanwezig is, zijn beleidsstukken vastgesteld, zoals de gemeentelijke  parkeernota, waarin o.a. de parkeernorm per woningtype en functie of voorziening  is bepaald. Indien binnen het kostenverhaalsgebied van een bouwplan geen  oplossing kan worden gevonden voor het parkeren, kan de vergunning toch worden  verleend als de gemeente elders een parkeeroplossing kan cre&#235;ren. De gemeente  draagt dan zorg voor de compensatiemaatregel. Op die manier kan dan toch voldaan  worden aan de eisen uit het omgevingsplan. Uitgangspunt blijft dat de eigenaar  of initiatiefnemer in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor voldoende  parkeergelegenheid op eigen terrein of in het kostenverhaalsgebied. In gebieden,  zoals het centrum van Geldrop, kan het door de stapeling van eisen en de druk op  een effici&#235;nt gebruik van de ruimte nodig of wenselijk zijn om centrale  voorzieningen te cre&#235;ren. Als de gemeente mogelijkheden heeft of goede  mogelijkheden ziet om dergelijke centrale voorzieningen op vastgestelde of vast  te stellen afstanden te realiseren, dan kan een vergunning worden verleend onder  de voorwaarde dat de eigenaar of initiatiefnemer de bijdrage betaalt voor de  door de gemeente te realiseren compensatiemaatregel van een parkeervoorziening.  Als de gemeente beschikt over de grond met de juiste bestemming in de directe  omgeving dan is het college bevoegd om een besluit te nemen over de mogelijkheid  van deze compensatiemaatregel. Als de gemeente nog niet beschikt over de grond  of de bestemming voor de parkeergelegenheid is nog niet geregeld, dan ligt de  bevoegdheid voor een besluit bij de gemeenteraad.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_6df3f90b868644ea99f9acbf60336c30__div_IV__content_6__img_o_1" eId="div_4__content_4.6__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb194d417d521446af98caaf6095ca3c1c.jpg" breedte="2014" hoogte="2848" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="445"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>B. Voorziening Watercompensatie</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Recent is besloten om in het klimaatadaptatieplan een aangescherpte  waterbergingsnorm op te nemen van 60 mm per m&#178;. In de hemelwaterverordening  wordt vastgelegd dat deze als norm wordt opgelegd bij nieuwe ontwikkelingen. Dit  heeft gevolgen voor de planontwikkeling en leidt tot extra investeringen om aan  deze eis te voldoen. Dat geldt zeker voor een dicht bebouwde omgeving, zoals het  centrum van Geldrop. Hoewel het uitgangspunt is dat elke eigenaar en  initiatiefnemer op eigen terrein of in het kostenverhaalsgebied voldoet aan de  normen kan het soms niet mogelijk, onhaalbaar of veel minder effici&#235;nt zijn om  dit te realiseren. Om wateroverlast te voorkomen en bestaande knelpunten te  kunnen oplossen kan het wenselijk zijn om af te wijken op de standaard eisen aan  de afvoer van hemelwater vanaf particuliere terreinen. Indien binnen een  ontwikkeling geen oplossing kan worden gevonden voor voldoende berging,  afkoppeling en/of infiltratie, dan kan de ontwikkeling toch doorgang vinden als  de gemeente elders &#x2013; al dan niet in de openbare ruimte &#x2013; een oplossing kan  vinden. De gemeente draagt dan zorg voor de compensatiemaatregel.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Uitgangspunt blijft dat de eigenaar of initiatiefnemer in eerste instantie  zelf verantwoordelijk is om aan de eisen te voldoen. Als de gemeente  mogelijkheden heeft of goede mogelijkheden ziet om centrale voorzieningen te  realiseren, dan kan de ontwikkeling doorgang vinden onder de voorwaarde dat de  eigenaar of initiatiefnemer bijdraagt aan de door de gemeente te realiseren  compensatiemaatregel. Als de gemeente beschikt over de grond met de juiste  bestemming in de directe omgeving dan is het college bevoegd om een besluit te  nemen over de mogelijkheid van deze compensatiemaatregel. Als de gemeente nog  niet beschikt over de grond of de bestemming nog niet is geregeld, dan ligt de  bevoegdheid voor een besluit bij de gemeenteraad.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>C. Voorziening Natuur- en groencompensatie</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>In het verleden maakte de gemeente gebruik van een &#x2018;rood voor  groen&#x2019;-regeling. Het uitgangspunt is ook nu dat bij nieuwbouw de bestaande  groene kwaliteiten behouden blijven. Als groen niet behouden kan blijven moet  compensatie plaatsvinden van het groen dat verloren gaat. In hoeverre dat moet  plaatsvinden op maaiveld en wanneer en in welke mate compensatie ook kan  plaatsvinden via bijvoorbeeld sedumdaken of gevelgroen wordt nog nader  uitgewerkt. Dat geldt ook voor de regels wanneer compensatie wel of niet in de  openbare ruimte plaats kan vinden. Als het door een stapeling van eisen  onmogelijk, niet wenselijk, niet haalhaar of ineffici&#235;nt is om het op eigen  terrein of in het kostenverhaalsgebied op te lossen, dan kan het nodig of  wenselijk zijn om het elders te compenseren. Er dienen dan afspraken te worden  gemaakt over maatregelen die moeten worden getroffen, de wijze waarop deze  worden uitgevoerd en de omvang waarin en locaties waarop deze plaats moeten  vinden. Aangezien het veelal gaat om openbare gronden waarop de compensatie  plaats zou moeten vinden, zal het compensatiebedrag aan de gemeente verschuldigd  zijn. De gemeente zal daarna zorgdragen voor de realisatie en compensatie. Het  college kan hier een besluit over nemen, tenzij het gaat om gronden die nog  verworven moeten worden en waarvoor de bestemming nog gewijzigd moet worden. In  dat geval is besluitvorming door de gemeenteraad nodig.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In paragraaf 4.5 onder C is onder de Reserve Natuur-, Landschap- en  Groenstructuurversterking aangegeven dat in de regio is afgesproken dat voor  elke woning in het binnenstedelijk gebied minimaal 8 m&#178; groen / blauwe ruimte  moet worden gerealiseerd. De komende jaren zal in beeld worden gebracht waar dit  gerealiseerd kan worden. Op dat moment zal ook bekeken worden of deze  investeringen (gedeeltelijk) verwerkt worden in de bijlage als onderdeel van  deze voorziening en/of als onderdeel van de reserve Natuur-, Landschap- en  Groenstructuurversterking.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_d0834697d9584cc0aaab5d569667f902__div_IV__content_6__img_o_2" eId="div_4__content_4.6__img_o_2">
		  <tekst:Illustratie naam="afb967a2d3ca4fd483897566aa08dc0dec4.jpg" breedte="2645" hoogte="3744" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="553"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Al>Het bovenstaande is aan de orde in stedelijk gebied. In het buitengebied (buiten bestaand stedelijk gebied) is de interim  omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. Zo is in artikel 3.9  &#x2018;Kwaliteitsverbetering Landschap&#x2019; opgenomen dat als een ruimtelijke ontwikkeling  mogelijk wordt gemaakt in Landelijk Gebied die ruimtelijke ontwikkeling gepaard  moet gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het  gebied of de omgeving. In de vastgestelde Omgevingsverordening is dit verder  geregeld in artikel 5.11.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Provincie en gemeenten hebben gezamenlijk uitgangspunten bepaald die in  (sub)regionaal verband vertaald worden in afsprakenkaders kwaliteitsverbetering  landschap. De uitgangspunten gaan uit van de minimale inspanning die  overeengekomen is, waarbij gemeenten alle vrijheid hebben om meer  kwaliteitsverbetering te verlangen. Gemeenten en provincie zijn overeengekomen  voor welke initiatieven in elk geval geldt, dat tegenover de ruimtelijke  ontwikkelingen een berekende kwaliteitsverbetering dient te staan. Gemeenten  zijn vrij om deze uit te breiden. Voor de ontwikkelingen waarvoor de bijdrage  geldt en de berekening van de hoogte van die bijdrage wordt verwezen naar de  bijlage.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor zover het gaat om het toevoegen van nieuwe functies in het buitengebied  (zoals woningen) is de provinciale beleidsregel Maatwerk omgevingskwaliteit van  belang, die vanaf 26 juli 2023 in werking is getreden. Dit is een regeling die  is gebaseerd op de artikelen 3.69 en 3.78 van de Interim omgevingsverordening.  Dat artikel staat feitelijk los van de regeling kwaliteitsverbetering landschap  (artikel 3.9). Als initiatiefnemers voor de toepassing van de artikelen 3.69 en  3.78 geen fysieke tegenprestatie op eigen terrein kunnen realiseren, dan zal  voor de financi&#235;le tegenprestatie ook deze voorziening &#x2018;natuur- en  groencompensatie&#x2019; worden gebruikt.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De regeling Maatwerk omgevingskwaliteit is een samenvoeging van de &#x2018;oude&#x2019;  rood-voor- groenregelingen. Het doel van de regeling is het versterken van de  omgevingskwaliteit, niet het toevoegen van woningen in landelijk gebied. De  beleidsregel moet een stimulans zijn voor boeren en andere bedrijven om te  stoppen en bij te dragen aan maatschappelijke doelen zoals leegstand (sloop),  landschappelijke kwaliteit, behoud van cultuurhistorie, natuur etc. Met de  beleidsregel kunnen andere woningtypen of meerdere woningen op &#233;&#233;n titel  gerealiseerd worden. De voorwaarden voor het toevoegen van een woning in  landelijk gebied en de rekenmodule van de beleidsregel kan je vinden op de  website van de provincie Noord- Brabant. Het is ook mogelijk om een titel te  kopen bij de Ontwikkelmaatschappij wanneer je niets te slopen hebt. Met &#233;&#233;n  titel mag &#233;&#233;n woning in een bebouwingsconcentratie worden gebouwd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het bovenstaande is aan de orde in stedelijk gebied. In het buitengebied  (buiten bestaand stedelijk gebied) is de interim omgevingsverordening Noord-  Brabant van toepassing.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Zo is in artikel 3.9 &#x2018;Kwaliteitsverbetering Landschap&#x2019; opgenomen dat als een  ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt in Landelijk Gebied die  ruimtelijke</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_c31d5465fe6446e4976cff4993065734__div_IV__content_6__img_o_3" eId="div_4__content_4.6__img_o_3">
		  <tekst:Illustratie naam="afb76d54d26771e43eab4ef8b8cabd8113a.png" breedte="1654" hoogte="2339" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="378"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_8567e702f5c846518b6c1f399bdf22e6__div_IV__content_7" eId="div_4__content_4.7">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.7</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Macroaftopping en economische uitvoerbaarheid</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Voor initiatiefnemers kan een financi&#235;le bijdrage voor ontwikkelingen van een gebied de financi&#235;le haalbaarheid van het bouwplan onder druk zetten. Hierdoor zouden ontwikkelende partijen de maatschappelijk gewenste ontwikkeling niet door kunnen zetten en afzien van investeringen in de gewenste ontwikkeling. Om dat risico te beperken kan de initiatienemer de gemeente verzoeken om mee te kijken naar de exploitatieopzet en het verhalen van kosten en bijdragen te beperken. Hiervoor dient de ondernemer aan te kunnen tonen dat de plannen financieel onuitvoerbaar zijn door het kostenverhaal en/of de financi&#235;le bijdragen. De gemeente zal in dergelijke situaties de haalbaarheid onderzoeken en een afweging maken in relatie tot de bijdrage die een ontwikkeling levert aan de gewenste ontwikkelingen en voorzieningen binnen de gemeente. Tevens zal de gemeente dit beoordelen aan de hand van de objectieve criteria die hiervoor zijn opgenomen in de wet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Een andere mogelijkheid waarbij de gemeente niet de totale te verhalen kosten en bijdragen in rekening zal brengen, is als de opbrengstpotentie lager is en dit dan resulteert in een macro-aftopping. Een macro-aftopping wil overigens niet zeggen dat een plan economisch niet uitvoerbaar is. Immers, voor het bepalen van macro-aftopping gaat de gemeente uit van de fictie dat alles marktconform berekend is. Daarbinnen is de waarde van de gronden en de eventueel te slopen opstallen (de inbrengwaarde) geraamd op de verkeerswaarde van dat moment. De waarde zoals de initiatiefnemer ze in de boeken heeft staan (de boekwaarde) kan lager zijn waardoor het initiatiefplan wellicht wel economisch uitvoerbaar is. De basis is het principe dat elke ontwikkeling gewoon de bijdragen voor kostenverhaal en financi&#235;le bijdragen betaalt. De bewijslast voor economische onuitvoerbaarheid ligt bij de initiatiefnemers.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_3f08338146da46efa4144140a6bb35c0__div_IV__content_8" eId="div_4__content_4.8">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.8</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Verantwoording</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De gemeente dient verantwoording af te leggen over de besteding van ge&#239;nde  financi&#235;le bijdragen. Deze mogen namelijk alleen worden besteed aan de  geoormerkte maatregelen. De verantwoording zal plaatsvinden via de jaarrekening  of begroting. Er zal dan een toelichting worden gegeven op de voortgang van  ontwikkelingen en over de bestede en nog te besteden bedragen. Het gaat niet  alleen om uitgaven per ontwikkeling, maar ook om de inkomsten uit financi&#235;le  bijdragen en de inkomsten uit grondopbrengsten van gemeentelijke  grondexploitaties. Voor wat betreft de afdrachten ten laste van gemeentelijke  grondexploitaties gelden dezelfde regels als voor projecten van derden. Wel  moeten voor de gemeentelijke projecten de BBV- voorschriften in acht worden  genomen.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_ba99b9a1cedb4d8ab047822b6050b77f__div_IV__content_9" eId="div_4__content_4.9">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>4.9</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Overgangsregeling</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Met initiatiefnemers van lopende plannen is gesproken over het moment waarop  de ruimtelijke procedure kan worden gestart. Indien dat nog plaatsvindt onder de  huidige Wet ruimtelijke ordening dan is het oude beleid van toepassing. Voor  alle plannen waarvoor een ruimtelijke procedure onder de Omgevingswet wordt  gestart, is dit Programma van toepassing.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="gm1771_5d195e71a4114476af94abc6215f88c5__div_I" eId="div_5">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>5</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Inzet van grondbeleidsinstrumenten</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_0f7a69233ee145d9b5651ac6bcc319d2__div_I__content_5.1" eId="div_5__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De gemeente beschikt over verschillende publieke privaatrechtelijke instrumenten waarmee invulling wordt gegeven aan het grondbeleid. Op basis hiervan worden randvoorwaarden opgelegd en wordt sturing gegeven aan ruimtelijke ontwikkelingen. Hieronder worden deze instrumenten kort toegelicht en wordt aangegeven op welke wijze deze instrumenten aansluiten bij de verschillende vormen van grondbeleid.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_7a03448b236a4e6986b58a8ee50cfead__div_I__content_1" eId="div_5__content_5.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Omgevingsplan en regels kostenverhaal</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De gemeente heeft de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen om de  gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken. Via  de juridisch-planologische weg kan de gemeente ook verwijzen naar de  verschillende beleidskaders en programma&#x2019;s die van toepassing zijn op de  ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente heeft, in het kader van het  juridisch-planologisch spoor, ook de bevoegdheid om eisen aan de voor ogen  hebbende ontwikkeling op te nemen in het omgevingsplan om de ruimtelijke  kwaliteit te borgen. Ook een faseringsvolgorde en voorwaardelijke verplichting  kunnen hierin worden opgenomen. Daarnaast moeten in het omgevingsplan regels  worden opgenomen om kosten te verhalen als er geen overeenstemming is bereikt  over een anterieure overeenkomst. Deze publiekrechtelijke instrumenten zet de  gemeente onafhankelijk van het gekozen grondbeleid in.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het kostenverhaal kan op twee manieren worden ingevuld. Tot het moment dat  het omgevingsplan gewijzigd wordt vastgesteld door de gemeenteraad kan de  gemeente een anterieure overeenkomst sluiten met de grondeigenaar. Dat geldt ook  v&#243;&#243;r een besluit over een buitenplanse omgevingsplan- activiteit. Als de  gemeente een anterieure overeenkomst sluit, regelt zij het kostenverhaal en de  financi&#235;le bijdragen privaatrechtelijk. Voor deze afspraken bestaan (naast de  schaduwwerking door de verplichte publiekrechtelijke variant) geen wettelijke  voorwaarden en partijen zijn vrij om verschillende zaken af te spreken. Het  maken van afspraken over het kostenverhaal, financi&#235;le bijdragen en andere  afspraken op basis van een anterieure overeenkomst, heeft de voorkeur van de  gemeente.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Dit geldt zowel bij proactief als bij passief faciliterend grondbeleid. Lukt  het niet om afspraken te maken, verklaart de gemeente bij het vaststellen van  het omgevingsplan dat het kostenverhaal niet verzekerd is. Daarmee heeft de  gemeente de plicht om kostenverhaalsregels in het omgevingsplan op te nemen om  een rechtvaardig kostenverhaal af te dwingen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Met de komst van de Omgevingswet wordt de regeling geschikter voor  verschillende typen gebiedsontwikkelingen zoals transformatie. Er wordt  onderscheid gemaakt tussen een integrale gebiedsontwikkeling en een organische  gebiedsontwikkeling. Bij integrale gebiedsontwikkeling staat het eindbeeld van  de toekomstige situatie vast. Vooraf kan in het omgevingsplan worden vastgelegd  wat de totale kosten zijn die de overheid moet maken. Het gaat dan bijvoorbeeld  om investeringen in de fysieke leefomgeving en de wijze waarop deze kosten  verhaalt worden op de initiatiefnemers.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij een organische gebiedsontwikkeling staat het eindbeeld niet van tevoren  vast. Deze kan in de loop van de tijd wisselen. Dit is afhankelijk van welke  partijen mee gaan doen en wat voor een plan zij gaan ontwikkelen. Als gevolg  hiervan kan niet &#x2018;aan de voorkant&#x2019; worden vastgesteld hoeveel kosten er maximaal  worden verhaald. Om vooraf houvast te bieden aan private initiatiefnemers, wordt  een &#x2018;kostenplafond&#x2019; gehanteerd op zowel gebiedsniveau als activiteitenniveau. De  verdeling van kosten binnen een gebied zal naar rato van de opbrengsten  plaatsvinden. De motivering daartoe moet worden opgenomen in het Omgevingsplan.  Op activiteitenniveau wordt bovendien de kostenverhaalsbijdrage gemaximeerd op  basis van de waardevermeerdering van de grond als gevolg van de betreffende  activiteit (bijvoorbeeld de bouw van een woning).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_c9a93ae03a9743f3b88ced3751d0562e__div_I__content_2" eId="div_5__content_5.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Verwerving en onteigening</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Indien de gemeente zelf door actief grondbeleid grond of opstallen wil kopen,  heeft zij hiertoe twee publiekrechtelijke instrumenten tot haar beschikking. Dat  zijn de Wet Voorkeursrecht Gemeenten &#233;n de Onteigeningswet. In de Aanvullingswet  grondeigendom is een deel van de bestaande instrumenten voor grondbeleid  samengebracht, vereenvoudigd, geharmoniseerd en ge&#239;ntegreerd in het stelsel van  het omgevingsrecht. Het gaat om de instrumenten die ingrijpen in het  eigendomsrecht van de grond: Wet voorkeursrecht gemeenten, onteigening,  herverkaveling en kavelruil in landelijk gebied. De wet maakt ook kavelruil in  stedelijk gebied mogelijk. De instrumenten zijn toegevoegd aan de  Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Wet voorkeursrecht gemeenten</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Een belangrijk instrument voor het gemeentelijk grondbedrijf is de Wet  voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Door het vestigen van een voorkeursrecht op  onroerend goed worden eigenaren verplicht bij verkoop het onroerend goed eerst  aan de gemeente aan te bieden. Op het moment dat een grondeigenaar vrijwillig  besluit zijn perceel te verkopen gaat de gemeente met de grondeigenaar in  gesprek en laat de grond altijd taxeren door een gecertificeerde onafhankelijke  taxateur.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Onderstaande vragen komen aan de orde bij de afweging of vestiging van de Wvg  voor een gebiedsontwikkeling wenselijk is:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_bcac2af1c096411f8acf3103e2a201a7__list_o_1" eId="div_5__content_5.2__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_cae80e42177e45cab3d3f950c66fc9a9__div_I__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_5__content_5.2__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>Wil de gemeente de grond zelf verwerven en (tijdelijk) beheren?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_1d5993627798442c9dff19e3cb218cda__div_I__content_2__list_o_1__item_o_2" eId="div_5__content_5.2__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Is de financi&#235;le positie en het weerstandsvermogen toereikend voor  verwerving en uitvoering van de verwervingsprocedure uit de Wvg?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_2504695e3d48466596429b60667e6bac__div_I__content_2__list_o_1__item_o_3" eId="div_5__content_5.2__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>Is het te verwachten dat ontwikkelaars een grondpositie innemen op de  locatie?&#160;</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_e3658efe903e4b5b8a1240c3c1fd6fe5__div_I__content_2__list_o_1__item_o_4" eId="div_5__content_5.2__list_o_1__item_o_4">
		    <tekst:Al>Is het te verwachten dat binnen afzienbare tijd, in verband met de  vestigingstermijnen, een wijziging van het omgevingsplan voor de locatie wordt  vastgesteld?</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Bij het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht wordt gedacht aan zowel  inbreidingslocaties als uitbreidingslocaties. Daarbij moet er voldoende aandacht  blijven voor een evenwichtige verhouding tussen potenti&#235;le winstgevende gebieden  en verlieslatende locaties. Op basis van een goede risicoanalyse kan dan  verantwoord ge&#239;nvesteerd worden. Op deze manier wordt een gezond  meerjarenperspectief en goede weerstandspositie van het grondbedrijf in stand  gehouden.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Na de vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht dient binnen de  wettelijke termijnen een gewijzigde Omgevingsvisie of een omgevingsplan te  worden vastgesteld. Dit is noodzakelijk om het voorkeursrecht na deze wettelijke  termijnen te kunnen continueren. Na de maximale wettelijke termijn komt het  gemeentelijk voorkeursrecht in elk geval te vervallen.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Onteigening</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Indien het niet lukt om gronden op een vrijwillige wijze te verwerven,  beschikt de gemeente over het instrument van onteigening. De toepassing van het  instrument onteigening is gebonden aan strikte toetsingscriteria en slaagt  uitsluitend als de gemeente kan aantonen dat op grond van redelijkheid en  billijkheid geen minnelijke oplossing wordt bereikt. Bovendien moet er met de  gewenste ruimtelijke ontwikkeling duidelijk aantoonbaar een algemeen belang  worden gediend.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Kavelruil</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Stedelijke (en ook landelijke) kavelruil biedt eigenaren van onroerend goed  de mogelijkheid om op vrijwillige basis gezamenlijk een inrichtingsplan te  maken. Het doel is dan om een plan te maken waar niemand slechter van wordt. Op  die manier kan de herontwikkeling van een gebied op gang komen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij kavelruil kunnen grondeigenaren, die wensen hebben ten aanzien van hun  bezit, met hun buren verkennen of die ook wensen hebben en of die bij elkaar  gebracht kunnen worden. Per situatie zal de gemeente bekijken of zij actief mee  wenst te doen in de kavelruil of dat ze een faciliterende rol hebben.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Bevoegdheden verwerving</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Waar de gemeente inzet op verwerving moet, per situatie, gezocht worden naar  de beste strategie. De gemeente heeft de keuze uit minnelijke verwerving  (overeenstemming op basis van vrijwilligheid), onteigening (gedwongen op basis  van onteigeningsplan) en het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht.  Daarbij kan verwerving nooit een doel op zich zijn. Omdat er altijd op basis van  een gedegen afweging een dergelijk besluit wordt genomen. Per situatie wordt een  afweging gemaakt, met het uitgangspunt om maatschappelijke waarde te  cre&#235;ren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op grond van de Gemeentewet is het aangaan van privaatrechtelijke  rechtshandelingen (zoals aan- en verkopen) een bevoegdheid van het college. Er  is een onderscheid gemaakt tussen verwerving in het kader van goedgekeurde  plannen en grondexploitaties (hier vormen de bedragen in de grondexploitaties de  beschikbare budgetten voor het college) en strategische verwerving voor locaties  waarvoor nog geen plannen en exploitaties zijn vastgesteld. Onder strategische  aankopen wordt verstaan: Aankopen van gronden en/of opstallen die met name  bedoeld zijn voor (her)ontwikkeling tot bouwrijpe grond voor bedrijfs- en/ of  woondoeleinden zonder dat daar concrete plannen onder liggen. De gemeente  verwacht daarvan in de toekomst substanti&#235;le (inhoudelijke en/of financi&#235;le)  voordelen te behalen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Het zijn zogenaamde &#x2018;kansen&#x2019; die nog niet waren voorzien. Het gaat dus niet  om aankopen die al zijn begroot in lopende grondexploitaties. Budgetten voor  grond die uitsluitend gekocht moeten worden voor infrastructurele projecten  worden meegenomen in de kredieten die daarvoor worden aangevraagd via de  meerjarenbegroting. Als er sprake is van een combinatie met een herontwikkeling  en/of herinvulling van een aan te kopen locatie met nieuwbouw, dan is er wel  sprake van een strategische aankoop.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Strategische aankopen vinden vrijwel altijd plaats in de initiatieffase (of  zelfs voordat concrete initiatieven zijn ontwikkeld). Bij ieder voornemen tot  het verwerven van onroerend goed dient situationeel een afweging gemaakt te  worden over de te volgen strategie. Wanneer vroeger in het planproces wordt  aangekocht zijn de aankoopbedragen gemiddeld lager dan in een later stadium.  Toch spelen er in een vroege planfase vaak meer en grotere risico&#x2019;s.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor locaties waarvoor gebruik is gemaakt van de Wet voorkeursrecht gemeenten  geldt het volgende: Wanneer de gemeenteraad het voorlopig voorkeursrecht heeft  bekrachtigd en er door de raad kaders zijn vastgesteld of er een ruimtelijke  visie is vastgesteld, is het college van B&amp;W gemandateerd tot het uitvoeren  van de aankoop. Indien dit niet het geval is, gelden de hieronder beschreven  algemene kaders voor strategische aankopen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor strategische aankopen is de bevoegdheid van het college van B&amp;W  gekoppeld aan het weerstandsvermogen. Hierbij gelden onderstaande uitgangspunten  voor de mandatering:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_0f15f197b10344b086ee7c9dd6ad451a__list_o_2" eId="div_5__content_5.2__list_o_2">
		  <tekst:Li wId="gm1771_494c01b1c6954bb1a33cb5bbb4f8aa08__div_I__content_2__list_o_2__item_o_1" eId="div_5__content_5.2__list_o_2__item_o_1">
		    <tekst:Al>Maximaal &#x20ac; 15.600.000,- gedurende de looptijd van de subsidie van de  woningbouwimpuls indien het weerstandsvermogen &gt; 35%.&#160;</tekst:Al>
		    <tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_83077e449745408d9375672675ef6482__div_I__content_2__list_o_2__item_o_1__list_o_1" eId="div_5__content_5.2__list_o_2__item_o_1__list_o_1">
		      <tekst:Li wId="gm1771_fc2f5fbb226f4381b34f96ab7d5a35a4__div_I__content_2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="div_5__content_5.2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_1">
			<tekst:Al>Daarnaast geldt een bevoegdheid van maximaal: &#x20ac; 5.000.000,- per jaar indien  het weerstandsvermogen meer is dan 100% (code groen).&#160;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="gm1771_c4858d6ea3b743d9bf2168414de813f1__div_I__content_2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="div_5__content_5.2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_2">
			<tekst:Al>&#x20ac; 3.500.000,- per jaar indien het weerstandsvermogen tussen de 65% en 100%  ligt (code geel).&#160;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="gm1771_9dfd6d6120494624bf8fd3f7df51b589__div_I__content_2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="div_5__content_5.2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_3">
			<tekst:Al>&#x20ac; 2.000.000,- per jaar indien het weerstandsvermogen tussen de 35% en 65%  ligt (code oranje).&#160;</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		      <tekst:Li wId="gm1771_25df5cbc7828482cbf44c9321ac11450__div_I__content_2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="div_5__content_5.2__list_o_2__item_o_1__list_o_1__item_o_4">
			<tekst:Al>G een bevoegdheid indien het weerstandsvermogen lager is dan 35% (code  rood). Dan kan via de meerjarenbegroting een op dat moment te bepalen bedrag van  beperkte omvang worden opgenomen.</tekst:Al>
		      </tekst:Li>
		    </tekst:Lijst>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Al>Bovenstaande bedragen worden jaarlijks ge&#239;ndexeerd op basis van de index van  de prijsontwikkeling van de gemiddelde verkoopprijs op jaarbasis in de  woningmarkt in de NVM-regio Zuidoost-Noord-Brabant in het voorgaande jaar.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_994aaacb7c004f8ba1d4d5b6fdf23c7e__div_I__content_2__img_o_1" eId="div_5__content_5.2__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afbfa716fe30e954eb4b2d2295e438c7464.jpg" breedte="2856" hoogte="4038" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="610"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_200d7108f6194ee7854d352fb64e31d4__div_I__content_3" eId="div_5__content_5.3">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>5.3</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Gronduitgifte</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Het gronduitgifte- en prijzenbeleid vormen een belangrijke leidraad om de  doelstellingen van het gemeentelijk grondbeleid te bereiken. Voor het  gronduitgifte- en prijzenbeleid vormen de marktsituatie van dat moment, het  weerstandsvermogen van de gemeente en de meerwaarde voor de gemeente belangrijke  criteria. Daarnaast neemt het begrip waardecreatie een centrale positie in. Dat  vraagt om een integrale benadering van vraagstukken. We kijken niet langer  uitsluitend naar de traditionele grondexploitatie, maar naar de totale  levenscyclus. Hierbij is het van belang dat fysiek-ruimtelijke ingrepen waarde  toevoegen aan onze gemeenschap. We spelen in op de (regionale) marktvraag en  ontwikkelen met oog voor de toekomst. We houden rekening met grote  maatschappelijke vraagstukken, zoals het klimaat, de energietransitie,  digitalisering &#233;n zorg.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De gemeente heeft bij uitgifte van grond rekening te houden met verschillende  doelen en belangen. Of het nu gaat om woningbouw, bedrijventerreinen of  commerci&#235;le functies, de prijs van een plek wordt in toenemende mate bepaald  door de dynamiek in de regio. Dit is de reden dat we als gemeente, samen met  onze buurgemeenten, afspraken maken over onze opgaves. Zo worden er binnen het  stedelijk gebied Eindhoven bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de  woningbouwopgave. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan hoe in te  spelen op vraagontwikkeling, zoals gezinsverdunning, vergrijzing en de positie  van starters.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op gemeentelijk niveau dragen we de verantwoordelijkheid voor het vertalen  van opgaves naar de juiste plekken. Welke gebieden komen in aanmerking voor  (her)ontwikkeling? Voor welke doelgroepen ontwikkelen we deze gebieden? Wat  betekent dit voor de huidige gebruikers? Hoe cre&#235;ren we waarde?</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om hier als gemeente goed op in te spelen, maken we prestatieafspraken met  woningcorporaties en stellen we kaders op voor commerci&#235;le ontwikkelingen.  Daarnaast maken we beleid om &#x2018;bijzondere doelgroepen&#x2019; zo goed mogelijk te kunnen  bedienen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Ook de marktomstandigheden waarbinnen we afspraken maken zijn dynamisch.  Naast de meer traditionele vorm van gronduitgifte zijn er ook initiatieven zoals  zelfbouwen en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Sinds het Didam-arrest van 26 november 2021 is een nauwkeurige  selectieprocedure nog belangrijker geworden. De gemeente dient &#x2013; met  inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur &#x2013; gelijke kansen  te bieden als zij onroerende zaken in eigendom heeft die zij wil verkopen. Als  er meer ge&#239;nteresseerde zijn of redelijkerwijs te verwachten is dat er meer  ge&#239;nteresseerde zullen zijn, dient zij ruimte te bieden aan (potenti&#235;le)  ge&#239;nteresseerde om mee te dingen naar deze onroerende zaken. In dat geval dient  zij &#x2013; met inachtneming van de haar toekomende beleidsruimte &#x2013; criteria op te  stellen aan de hand waarvan de koper wordt geselecteerd.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Om gelijke kansen te realiseren, dient de gemeente verder een passende mate  van openbaarheid te verzekeren voor de beschikbaarheid van de onroerende zaken,  de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria. Een  selectieprocedure hoeft niet te worden geboden als bij voorbaat vaststaat of  redelijkerwijs mag worden aangenomen dat slechts &#233;&#233;n serieuze ge&#239;nteresseerde in  aanmerking komt voor de aankoop. Het blijft mogelijk voor specifieke  marktpartijen, zoals woningcorporaties, om specifieke projecten binnen te  gemeente te realiseren. Ook blijven er mogelijkheden om bouwclaimovereenkomsten  aan te gaan. Dit geldt bijvoorbeeld als partijen grondposities in het  projectgebied hebben. Met afspraken die voor 26 november 2021 zijn gemaakt,  wordt zorgvuldig omgegaan.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_a95dcba887aa45d18c7ab4be76559a6a__div_I__content_3__img_o_1" eId="div_5__content_5.3__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb78b246d60b8f4afc8266d0b7668744ef.jpg" breedte="2319" hoogte="3280" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="592"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>Selectie en toewijzing</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Bij de selectie van marktpartijen moet in sommige gevallen rekening worden  gehouden met historische verwerving van gronden van marktpartijen waar  (bouwclaim)afspraken voor zijn gemaakt. Dat zal per geval worden bekeken. In de  meeste gevallen kiest de gemeente er echter voor om eigen grond zelf bouwrijp en  (zodra de woningen gereed zijn) woonrijp te laten maken. Voor de uitgifte van de  bouwrijpe grond worden openbare selectieprocedures opgestart om een koper te  selecteren.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Voor bouwkavels van vrijstaande woningen moet worden bepaald hoe die worden  toegewezen. Dat kan afhankelijk zijn van marktomstandigheden en economische  tijden. Zo kunnen bouwkavels vooraf getaxeerd worden, waarbij de vastgestelde  prijzen per kavel gepubliceerd worden. Indien er meerdere ge&#239;nteresseerden zijn,  zou geloot kunnen worden. Op dit moment moet iedereen nog gelijke kansen krijgen  als een bouwkavel of bouwplan wordt aangeboden. Maar er lijken in de toekomst  wettelijke mogelijkheden te komen om eigen inwoners en/of mensen met economische  binding meer kansen te geven. In regionaal verband zal dan worden bekeken in  hoeverre het wenselijk en mogelijk is om daar gebruik van te maken, en zo ja op  welke wijze. Idee&#235;n die vanuit de gemeenteraad zijn ingebracht, worden dan  meegenomen.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Gronduitgiftecategorie&#235;n</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Bij de bepaling van de gronduitgiftecategorie&#235;n gaat het enerzijds om  woningtypologie&#235;n en anderzijds om doelgroepen. In de regio worden meerdere  prijscategorie&#235;n van woningen onderscheiden. Voor de huursector gaat het dan om  sociale huur, lage middenhuur, hoge middenhuur en dure huur. Ook voor de  koopsector worden meerdere prijscategorie&#235;n onderscheiden. De prijsklassen voor  de huur- en koopsector worden jaarlijks geactualiseerd. Voor de meest actuele  prijsgrenzen wordt verwezen naar de regionale begrippenlijst van de  Metropoolregio Eindhoven (MRE).</tekst:Al>
		<tekst:Al>Naast de te onderscheiden huur- en koopsegmenten zijn ook de doelgroepen van  belang. Hiervoor wordt verwezen naar het meest actuele volkshuisvestelijke  programma. In bepaalde economische tijden kunnen &#233;&#233;n of meerdere doelgroepen in  de knel komen. Het kan dan wenselijk zijn om die doelgroepen te (kunnen)  ondersteunen. Zo kan het wenselijk zijn om bijvoorbeeld voor sociale woningbouw  flankerend beleid op te stellen. Het is dan ook van belang om te bepalen door  wie sociale huurwoningen gebouwd kunnen worden. En geldt het flankerend beleid  dan alleen voor toegelaten instellingen of ook voor andere marktpartijen die  sociale woningen bouwen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In principe worden sociale huurwoningen gebouwd door woningcorporaties. Door  de doelgroepen- verordening te verwerken in de buitenplanse  omgevingsplanactiviteit of het omgevingsplan kan worden bekeken in welke  situaties en onder welke voorwaarden dergelijke woningen ook door marktpartijen  gebouwd kunnen worden.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_e0315826bc0241dcb1be2f7537c52c26__div_I__content_3__img_o_2" eId="div_5__content_5.3__img_o_2">
		  <tekst:Illustratie naam="afbbaf8ba3b7bda4d029f5b43adbe318650.png" breedte="1654" hoogte="2339" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="425"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>Vormen van gronduitgifte</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Tot nu is het in Geldrop-Mierlo gebruikelijk om bouwrijpe grond te verkopen.  Dit is echter niet de enige manier om grond uit te geven. Het is ook mogelijk om  grond te verhuren of verpachten of grond in combinatie met opstalrecht in  erfpacht uit te geven.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Vanwege de maatschappelijke druk op betaalbare woningen, wordt bij de  uitgifte van grond ook gekeken naar mogelijkheden, zoals koopgarant en  koopstart. In selectiecriteria en bouwclaim-overeenkomsten voor ontwikkelende  partijen kan dan worden opgenomen dat men deze mogelijkheden moet faciliteren  aan potenti&#235;le kopers. Dat betekent dat ontwikkelende partijen voor een nader  overeen te komen deel van de koopsom een uitgestelde betaling moeten  verlenen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Bij doorverkoop van de woning krijgt de ontwikkelende partij naast de  uitgestelde betaling ook een nader overeen te komen deel van de  waardeontwikkeling van de woning als compensatie. De gemeente zal zelf overigens  niet participeren in (een deel van) de uitgestelde betaling.</tekst:Al>
		<tekst:Tussenkop>Grondprijzen</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Het uitgangspunt voor grondprijzen is dat deze marktconform moeten zijn en  dat geen sprake mag zijn van staatssteun. Dat betekent dat de prijzen door  onafhankelijke taxateurs bepaald moeten worden. In principe vinden taxaties op  residuele basis plaats, waarbij gekeken wordt naar referentietransacties als die  voldoende beschikbaar zijn. Het college van B&amp;W stelt de prijzen vast op  basis van onafhankelijke taxaties in het kader van de P&amp;C-cyclus of voor  uitgifte van de grond in een specifiek project.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verkochte grond kan op twee momenten worden verantwoord. Nu vindt dat nog  plaats in het jaar van de datum waarop de overeenkomst is ondertekend. Aangezien  er pas volledige zekerheid bestaat over een grondtransactie als het notari&#235;le  transport heeft plaatsgevonden, is het wenselijker en gebruikelijker om  grondverkopen voortaan te verantwoorden in het jaar van het notarieel transport.  Na vaststelling van dit programma zal dat voortaan het uitgangspunt worden in de  daaropvolgende jaarrekeningen.</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_135ab64c86984225b02daf4da7ff46d7__div_I__content_3__img_o_3" eId="div_5__content_5.3__img_o_3">
		  <tekst:Illustratie naam="afb233cc3264920448f859e50a594dded07.jpg" breedte="2189" hoogte="3095" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="625"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_34303a55a19b4e35b7ed91c52f102060__div_I__content_3__img_o_4" eId="div_5__content_5.3__img_o_4">
		  <tekst:Illustratie naam="afbe8af8a583b374b23b6ae08960c52ed93.png" breedte="284" hoogte="48" uitlijning="start" formaat="image/png" dpi="96"/>
		</tekst:Figuur>
		<tekst:Tussenkop>Snippergroen&#160;</tekst:Tussenkop>
		<tekst:Al>Ook voor reststroken of groenstroken die in eigendom van de gemeente zijn is  het mogelijk om deze onder bepaalde voorwaarden te verkopen of verhuren. Als  snippergroen al dan niet bewust in gebruik is genomen door bewoners zonder dat  hier afspraken over zijn gemaakt, dan spreken we over ongeregistreerd  grondgebruik. Ook ongeregistreerd in gebruik genomen gronden kunnen in  aanmerking komen voor verkoop of verhuur. Uitgangspunt is dat voor het  ongeregistreerd grondgebruik dezelfde voorwaarden van toepassing zijn als voor  aanvragen van bewoners en bedrijven voor het kopen of huren van grond. Hierbij  is het omwille van gelijkheid en handhaafbaarheid van belang dat de  uitgangspunten duidelijk zijn en dat er sprake is van transparantie, zodat  willekeur wordt voorkomen. Tevens is er dan een duidelijke motivatie indien  gronden teruggevorderd gaan worden. Het beleid zal bovendien dan preventief  werken. Het uitwerken van de criteria hiervoor gebeurt in een beleidsuitwerking  in het kader van themaprogramma&#x2019;s zoals Duurzaamheid, Leefbare groene wijken en  Doorlopend groen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Op basis van het bovenstaande zal een groenstrook dan niet worden verkocht  als deze deel uitmaakt van de groen- of bomenstructuur, het Natuurnetwerk, de  ecologische hoofdstructuur of verbindingszone. Ook als er door de verkoop een  onoverzichtelijke verkeerssituatie ontstaat, de grond nodig is of kan zijn voor  waterberging of herinrichtingen van onder andere wegen of indien er beperkingen  zijn door ondergrondse voorzieningen, zoals kabels en leidingen dan zal de grond  niet worden verkocht.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Nadat ook de criteria via de beleidsuitwerking in het kader van de  themaprogramma&#x2019;s bekend zijn ontstaat er een duidelijk en volledig beleid voor  snippergroen. Tot die tijd worden verzoeken tot koop van een groenstrook alsmede  het ongeregistreerd grondgebruik beoordeeld aan de hand van een voorlopige  checklist. Voor ongeregistreerd grondgebruik geldt verder dat het nodig is om  binnen de wettelijke kaders en termijnen een afweging te maken over het te  legaliseren of terugvorderen. Daarmee wordt de ongelijkheid tegengegaan en wordt  voorkomen dat de gemeente haar gronden verliest door verjaring (artikel 160 lid  3 Gemeentewet).</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisie wId="gm1771_83fe6008529140bb8688cddbf5e2b0d5__div_I" eId="div_6">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>6</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Verantwoording</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_88481f209b8741d09ba45b87163d7f8f__div_I__content_6.1" eId="div_6__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Om helderheid te geven over de verantwoordelijkheden bij het grondbeleid en de inzet van het instrumentarium moet de taakverdeling tussen de gemeenteraad en het college inzichtelijk worden gemaakt.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_2185bf6d906747f7a234743dbfc846ee__div_I__content_1" eId="div_6__content_6.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Verdeling taken en verantwoordelijkheden gemeenteraad en college</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De bevoegdheid voor veel handelingen in het kader van het grondbeleid ligt bij het college van B&amp;W. Het college is uitvoerend en verantwoordelijk voor het bestuur van de  gemeente. De gemeenteraad controleert het college. Het college legt daarvoor bij  bepaalde beslissingen in het grondbeleid verantwoording af aan de  gemeenteraad.</tekst:Al>
		<tekst:Al>In het hiernaast staande schema wordt de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden aangegeven:</tekst:Al>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_9ddca52abb3a41c3abef472c0dabb7a9__div_I__content_1__img_o_1" eId="div_6__content_6.1__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb03f9498cae6d49f69d1b9e220aab0a93.png" breedte="1654" hoogte="1345" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="296"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	    <tekst:Divisietekst wId="gm1771_41510606b41b4bf588c6f7561b69b86f__div_I__content_2" eId="div_6__content_6.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Nummer>6.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>Verantwoording via P&amp;C-cyclus</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Via de begroting stelt de gemeenteraad de financi&#235;le uitgangspunten voor de  komende jaren vast. Actuele inzichten en bijbehorende financi&#235;le berekeningen  kunnen dan aanleiding zijn om de in dit programma genoemde bijlagen opnieuw ter  besluitvorming aan te bieden. Ook bij het opstellen van de jaarrekening, kan er  een tweede logische moment ontstaan om bijlagen te actualiseren en ter  besluitvorming voor te leggen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>Verder kan de gemeenteraad in het kader van de jaarrekening of begroting  besluiten nemen over:</tekst:Al>
		<tekst:Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm1771_f32133ccc3c44bf298b71e4cfe6cb73b__list_o_1" eId="div_6__content_6.2__list_o_1">
		  <tekst:Li wId="gm1771_6ac05edb97f34ae9894a26f0bda0e2a5__div_I__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_6__content_6.2__list_o_1__item_o_1">
		    <tekst:Al>De financi&#235;le dekking van bovenwijkse voorzieningen, netwerkverbindingen,  investeringen in natuur, landschap en groenstructuren, sociale  woningbouwprojecten en projecten voor stedelijke vernieuwing met gedeeltelijke  financi&#235;le dekking via de betreffende bestemmings-reserves.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_b2b09b580c4347dc815c89ace4e0f8fc__div_I__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_6__content_6.2__list_o_1__item_o_2">
		    <tekst:Al>Eventuele gewijzigde financi&#235;le dekking van subsidies en de bijbehorende  cofinanciering, zoals de financiering van de projecten die onderdeel uitmaken  van de woningbouwimpuls centrum Geldrop.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_1d4b7fde27aa4d3aa39909593c8ae2fa__div_I__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_6__content_6.2__list_o_1__item_o_3">
		    <tekst:Al>De financi&#235;le dekking van eventuele afboekingen op eerdere strategische  aankopen, die als materieel vast actief geadministreerd zijn. Ook hier zullen de  mogelijkheden voor de keuze voor de financi&#235;le dekking afhankelijk zijn van het  weerstandsvermogen van de algemene dienst en het weerstandsvermogen van het  grondbedrijf.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_ca7db802a57c406cab5ff0b19588c5ad__div_I__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_6__content_6.2__list_o_1__item_o_4">
		    <tekst:Al>In het kader van de jaarrekening zal het college van B&amp;W zowel de  marktrisico&#x2019;s als projectspecifieke risico&#x2019;s in beeld brengen van de  gemeentelijke grondexploitaties. Dit geldt ook voor andere projecten waar de  gemeente direct of indirect in participeert of financiert, zoals de projecten in  het kader van de woningbouwimpuls. Indien het weerstandsvermogen van het  grondbedrijf onder druk komt, zal deze analyse ook in het kader van de begroting  plaatsvinden. Zoals beschreven onder 3.3 vindt dan ook een verscherpte risicobeheersing plaats.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_cdb4b850280447ec9379e2fc9c285c45__div_I__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_6__content_6.2__list_o_1__item_o_5">
		    <tekst:Al>De afboeking en financi&#235;le dekking van geactiveerde kosten voor planvorming  van projecten die niet kunnen worden gedekt uit te verhalen plankosten. Zodra  een project door de intaketafel als kansrijk is beoordeeld en de benodigde  capaciteit beschikbaar is, wordt er een projectnummer geopend en zullen de uren  en overige kosten onder het betreffende project geadministreerd worden. Indien  tijdens de vervolgstappen blijkt dat er geen overeenkomst wordt getekend of dat  de door de gemeente te maken plankosten hoger zijn dan de te verhalen  plankosten, dan is een afboeking noodzakelijk. Dit zal jaarlijks in het kader  van de jaarrekening beoordeeld worden. Financi&#235;le dekking van jaarlijkse  afwaarderingen dienen in principe ten laste van de algemene reserve te gaan.  Afhankelijk van het weerstandsvermogen van de algemene dienst en het  weerstandsvermogen van het grondbedrijf, kan een andere afweging worden gemaakt.  Indien de (wijze van) doorbelasting van de overheadkosten structureel zorgt voor  een jaarlijkse afwaardering dan kan een besluit over een gewijzigde aanpak  worden genomen.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		  <tekst:Li wId="gm1771_c56a011e030d4d53a71ed28c7aa1ea8c__div_I__content_2__list_o_1__item_o_1" eId="div_6__content_6.2__list_o_1__item_o_6">
		    <tekst:Al>Voor de regels voor winstneming worden de actuele regels van de  BBV-voorschriften in acht genomen. De resultaatbestemming zal in het kader van  de jaarrekening ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.</tekst:Al>
		  </tekst:Li>
		</tekst:Lijst>
		<tekst:Figuur wId="gm1771_201e22ad8a8c4da3bcc3291c6aa63196__div_I__content_2__img_o_1" eId="div_6__content_6.2__img_o_1">
		  <tekst:Illustratie naam="afb86e568bd64e5495e896e0597e4af580e.png" breedte="1654" hoogte="2339" uitlijning="start" formaat="image/png" alt="Afbeelding" dpi="357"/>
		</tekst:Figuur>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Divisie>
	  <tekst:Divisietekst wId="gm1771_7a682913a5d94fd793fba471aa42c5ec__content_7" eId="content_7">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Nummer>7</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>Bijlagen</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Al>
                           <tekst:IntIoRef wId="gm1771_3989b2f4b55246c0b4f7d983381970cf__ref_o_1" eId="content_7__ref_o_1" ref="gm1771_72b35e1ad508440b9db6b47cb7c17edf__ref_1">Grondbeleid en Kostenverhaal Samenwerken aan waardecreatie Programma&#160;Bijlage 2026</tekst:IntIoRef>
                        </tekst:Al>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Lichaam>
	<tekst:Bijlage wId="gm1771_3fafc42fe22341a6933c1c1cea6057c0__cmp_A" eId="cmp_o_1">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Opschrift>Bijlagen</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:Divisietekst wId="gm1771_a36f340fe81e4ba2ae15a1d95222e177__cmp_A__content_I" eId="cmp_o_1__content_o_1">
	    <tekst:Inhoud>
	      <tekst:Begrippenlijst wId="gm1771_a7f594e6cc174100a8983e21b9a09d70__cmp_A__content_I__list_o_1" eId="cmp_o_1__content_o_1__list_o_1">
		<tekst:Begrip wId="gm1771_97d051e76ecb4878b81eb95362e69ed2__cmp_o_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_o_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <tekst:Term>Grondbeleid en Kostenverhaal Samenwerken aan waardecreatie Programma&#160;Bijlage 2026</tekst:Term>
		  <tekst:Definitie>
		    <tekst:Al>
                                       <tekst:ExtIoRef wId="gm1771_72b35e1ad508440b9db6b47cb7c17edf__ref_1" eId="cmp_o_1__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm1771/2025/20251111BijlagenProgrammaGrondbeleid_en_Kostenverhaal/nld@2025-12-31;1">/join/id/regdata/gm1771/2025/20251111BijlagenProgrammaGrondbeleid_en_Kostenverhaal/nld@2025-12-31;1</tekst:ExtIoRef>
                                    </tekst:Al>
		  </tekst:Definitie>
		</tekst:Begrip>
	      </tekst:Begrippenlijst>
	    </tekst:Inhoud>
	  </tekst:Divisietekst>
	</tekst:Bijlage>
      </tekst:RegelingVrijetekst>
    </lvbbu:RegelingVersie>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR741806</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR741806/nld@2026-01-01</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:heeftCiteertitelInformatie>
	  <data:CiteertitelInformatie>
	    <data:citeertitel>Programma Grondbeleid en Kostenverhaal Geldrop-Mierlo</data:citeertitel>
	    <data:isOfficieel>true</data:isOfficieel>
	  </data:CiteertitelInformatie>
	</data:heeftCiteertitelInformatie>
	<data:eindverantwoordelijke>/tooi/id/gemeente/gm1771</data:eindverantwoordelijke>
	<data:maker>/tooi/id/gemeente/gm1771</data:maker>
	<data:officieleTitel>Programma Grondbeleid en Kostenverhaal Geldrop-Mierlo</data:officieleTitel>
	<data:onderwerpen>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_cfc7d5ab</data:onderwerp>
	</data:onderwerpen>
	<data:overheidsdomeinen>
	  <data:overheidsdomein>/tooi/def/concept/c_3708ac5e</data:overheidsdomein>
	</data:overheidsdomeinen>
	<data:rechtsgebieden>
	  <data:rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_8ad05f6d</data:rechtsgebied>
	</data:rechtsgebieden>
	<data:soortRegeling>/join/id/stop/regelingtype_010</data:soortRegeling>
	<data:soortBestuursorgaan>/tooi/def/thes/kern/c_28ecfd6d</data:soortBestuursorgaan>
      </data:RegelingMetadata>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
  </lvbbu:Consolidatie>
</lvbbu:Consolidaties>
