<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR741432_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2025-07-02</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-285830">gmb-2025-285830</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2025-02-12">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=156&amp;lid=1&amp;g=2025-02-12">artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=156&amp;lid=3&amp;g=2025-02-12">artikel 156, derde lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2025-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2025-07-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Doel:</al><al>Deze verordening heeft als doel regels te stellen voor ligplaatsen voor de recreatievaart en</al><al>woonschepen binnen de gemeente Veendam</al><al>Artikelen 5.25 en 5.26 van de APV gemeente Veendam</al><al>Raads-, college- en burgemeester besluiten:</al><al>Van rechtswege vervalt het besluit van de ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2016</al><al>Gemeenteraad Veendam: 12 oktober 2016</al><al>Datum nieuw vastgestelde besluiten:</al><al>Gemeenteraad Veendam:    23 juni 2025</al><al>College en burgemeester Veendam:  01 juli 2025</al><al>Datum bekendmaking en inwerkingtreding:  02 juli 2025 </al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Veendam,</al><al>overwegende, dat het in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid,</al><al>milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente noodzakelijk is regels te stellen met betrekking</al><al>tot het aanleggen, ligplaats innemen en ankeren van vaartuigen in de wateren in de gemeente,</al><al>en gelet op het besluit van Provinciale Staten van Groningen van 4 november 1998 waarin</al><al>besloten is dat burgemeester en wethouders van gemeenten het bevoegd gezag zijn betreffende</al><al>de gemeentelijke wateren waarin de scheepvaartweg is gelegen.</al><al>Gelet op artikel 149 en artikel 156, lid 1 en 3, van de Gemeentewet;</al><al><vet>Besluit</vet><vet>:</vet></al><al>Vast te stellen de 'Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025'</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Openbaar water: alle wateren in de gemeente Veendam, die al dan niet met enige</al></lid><lid><lidnr/><al>beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om bij verblijf voor</al></lid><lid><lidnr/><al>korte of langere duur door een woon-, bedrijfs-, recreatie-, of beroepsschip of een schip</al></lid><lid><lidnr/><al>voor bijzondere of representatieve doeleinden te worden ingenomen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Vaartuig: naast het begrip vaartuig in de gebruikelijke zin van het woord, een vaartuig zonder</al></lid><lid><lidnr/><al>waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid</al></lid><lid><lidnr/><al>tot varen of drijven heeft verloren.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Schip: elk vaartuig, met inbegrip van een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden</al></lid><lid><lidnr/><al>gebruikt als een middel van vervoer te water;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Recreatieschip: een schip, uitsluitend bestemd en in gebruik voor recreatiedoeleinden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Beroepsschip: een schip, uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd voor</al></lid><lid><lidnr/><al>beroepsgoederenvervoer, en ook sleep- en duwboten;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Schip voor bijzondere doeleinden: een schip, uitsluitend bestemd of in gebruik voor</al></lid><lid><lidnr/><al>bijzondere doeleinden, waaronder in ieder geval worden begrepen passagiersschepen en</al></lid><lid><lidnr/><al>rondvaartboten;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Historisch schip: een varend schip dat is opgenomen in het Nationaal Register varende</al></lid><lid><lidnr/><al>monumenten van de Federatie Oude Nederlandse Vaartuigen {FONV) en voldoet aan zowel</al></lid><lid><lidnr/><al>de algemene criteria van het Register als aan de specifieke criteria -volgens de betreffende</al></lid><lid><lidnr/><al>behoudsorganisatie- voor het type schip;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het woonschip of</al></lid><lid><lidnr/><al>bedrijfsschip niet goed mogelijk is zoals een bij boot, steiger en loopplank;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Bijboot: een licht schip dat bij een groter schip hoort en waarvan de bovenkant niet hoger is</al></lid><lid><lidnr/><al>dan 1 meter boven de waterlijn en de oppervlakte niet groter is dan 1 O m2;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>Havens: bevaarbaar water en de daarin of daarlangs gelegen oevers, kades, steigers en</al></lid><lid><lidnr/><al>andere werken;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>Gemeentelijke havens: aan de gemeente toebehorende of bij de gemeente in beheer zijnde</al></lid><lid><lidnr/><al>havens, met uitzondering van havens waarin hoofdzakelijk met andere vaartuigen dan</al></lid><lid><lidnr/><al>passagiers- en pleziervaartuigen een ligplaats wordt ingenomen; </al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>Doorvaart: om doorvaart van alle in deze verordening opgenomen schepen en vaartuigen</al></lid><lid><lidnr/><al>mogelijk te maken, dient de minimale doorvaartbreedte op alle door de gemeente</al></lid><lid><lidnr/><al>aangewezen vaarwegen ten minste 6 meter te bedragen.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op het openbaar water binnen de grenzen van de</al></lid><lid><lidnr/><al>gemeente Veendam, in ieder geval voor zover het gaat om specifieke belangen die deze</al></lid><lid><lidnr/><al>verordening beoogt te beschermen (openbare orde, ordelijk gebruik, gezondheid, veiligheid,</al></lid><lid><lidnr/><al>milieuaspecten en aanzien van de gemeente).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In voorkomende gevallen kan het zo zijn dat ook regelgeving van andere waterbeheerders</al></lid><lid><lidnr/><al>dan de gemeente Veendam van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aangewezen gedeelten/ nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen of hebben van een ligplaats nadere</al></lid><lid><lidnr/><al>regels stellen uit het oogpunt van ordelijk gebruik van de ligplaatsen, openbare orde,</al></lid><lid><lidnr/><al>veiligheid, gezondheid, milieuhygiëne, het aanzien en de toeristische promotie van de</al></lid><lid><lidnr/><al>gemeente. Ook kunnen zij nadere regels stellen uit het oogpunt van het nautisch beheer</al></lid><lid><lidnr/><al>voor zover het betreft de ligplaatsen die zijn gelegen binnen de gemeente gelegen wateren</al></lid><lid><lidnr/><al>die in beheer zijn bij het waterschap en de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen (een) aanwijsbesluit(en) vast waarin is vastgesteld op</al></lid><lid><lidnr/><al>welke gedeelten van het openbaar water het met welk aantal van welk type schip -met</al></lid><lid><lidnr/><al>inachtneming van de overige bepalingen in deze verordening- is toegestaan ligplaats in te</al></lid><lid><lidnr/><al>nemen, te hebben, dan wel beschikbaar te stellen. Burgemeester en wethouders kunnen</al></lid><lid><lidnr/><al>een ligplaatsen kaart vaststellen voor schepen.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel>Artikel4 Ligplaats innemen buiten aangewezen gedeelten</titel></kop><al>Het is verboden met een schip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor</al><al>een schip beschikbaar te stellen buiten de in het aanwijsbesluit en de ligplaatsen kaart -als</al><al>bedoeld in artikel 3, lid 2,-voor dat type schip aangewezen gedeelten van openbaar water.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing</al></lid><lid><lidnr/><al>binnen acht weken nadat de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing met ten hoogste acht weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een op grond van deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen</al></lid><lid><lidnr/><al>burgemeester en wethouders voorschriften verbinden in het belang van;</al><lijst><li nr="a."><al>ordelijk gebruik van ligplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>openbare orde;</al></li><li nr="c."><al>veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>gezondheid;</al></li><li nr="e."><al>milieuhygiëne;</al></li><li nr="f."><al>het aanzien, en de toeristische promotie van de gemeente;</al></li><li nr="g."><al>nautisch beheer als bedoeld in artikel 3, lid 1.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie op grond van deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is</al></lid><lid><lidnr/><al>verplicht de daaraan verbonden voorschriften na te komen.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bedrijfsschepen, historische schepen en woonarken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontheffingsplicht voor bedrijfsschepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om binnen de op grond van artikel 3, lid 2, daartoe aangewezen gedeelten</al></lid><lid><lidnr/><al>van openbaar water zonder ontheffing van burgemeester en wethouders met een</al></lid><lid><lidnr/><al>bedrijfsschip ligplaats in te nemen of te hebben dan wel beschikbaar te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid vervalt van rechtswege:</al><lijst><li nr="a."><al>indien in geval van nieuwbouw van een bedrijfsschip niet binnen 1 jaar na het</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>onherroepelijk worden van een ontheffing ligplaats wordt ingenomen. Deze termijn</al></lid><lid><lidnr/><al>kan op schriftelijk verzoek van de houder van de ontheffing met ten hoogste een half</al></lid><lid><lidnr/><al>jaar worden verlengd door burgemeester en wethouders;</al><lijst><li nr="b."><al>indien in geval van een bestaand bedrijfsschip niet uiterlijk binnen twaalf weken na</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>het onherroepelijk worden van de ontheffing met het betreffende bedrijfsschip</al></lid><lid><lidnr/><al>ligplaats is ingenomen op de daartoe bestemde ligplaats. Deze termijn kan op</al></lid><lid><lidnr/><al>schriftelijk verzoek van de houder van de ontheffing met ten hoogste twaalf weken</al></lid><lid><lidnr/><al>worden verlengd door burgemeester en wethouders;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van het vergroten of substantieel wijzigen van een bedrijfsschip waarvoor een</al></lid><lid><lidnr/><al>ligplaatsontheffing is afgegeven, is een nieuwe ontheffing als bedoeld in het eerste lid</al></lid><lid><lidnr/><al>vereist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een bedrijfsschip waarvoor een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, is</al></lid><lid><lidnr/><al>uitsluitend één bij het schip behorende boot, niet zijnde een recreatieschip, tenzij naar het</al></lid><lid><lidnr/><al>oordeel van burgemeester en wethouders daartegen bezwaren bestaan die verband houden</al></lid><lid><lidnr/><al>met de belangen die deze verordening beoogt te beschermen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt gesteld op de naam van de eigenaar van</al></lid><lid><lidnr/><al>     het bedrijfsschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het bedrijfsschip.</al></lid><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Historische schepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het in artikel 4 gestelde verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten hoogste één historisch schip voor eigen gebruik, waarmee ligplaats ingenomen</al></lid><lid><lidnr/><al>dient te worden evenwijdig aan de oever en één rij breed langs het erf van de eigen</al></lid><lid><lidnr/><al>woning of recreatiewoning binnen het grondgebied van de eigen woning of</al></lid><lid><lidnr/><al>recreatiewoning binnen het grondgebied van de gemeente op voorwaarde dat de</al></lid><lid><lidnr/><al>doorvaart niet wordt belemmerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het in lid a van dit artikel gestelde geldt niet voor zover de belangen die deze</al></lid><lid><lidnr/><al>verordening beoogt te beschermen zich daartegen verzetten.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>van het in artikel 1, lid h genoemde, kan in bijzondere gevallen worden afgeweken</al></lid><lid><lidnr/><al>door Burgemeester en Wethouders, indien dit vanuit cultureel, historisch of</al></lid><lid><lidnr/><al>toeristisch oogpunt van toegevoegde waarde wordt geacht</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overige schepen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Recreatieschepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het in artikel 4 gestelde verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Recreatieschepen, waarmee een ligplaats wordt ingenomen evenwijdig aan de</al></lid><lid><lidnr/><al>oever en één rij breed langs het erf van de eigen woning of recreatiewoning</al></lid><lid><lidnr/><al>binnen het grondgebied van de gemeente op voorwaarde dat de doorvaart in de</al></lid><lid><lidnr/><al>vaarweg en of haven(ingang/kom) niet wordt belemmerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij boten, evenwijdig aan de <cursief>oever van </cursief>het erf <cursief>van </cursief>de woning of recreatiewoning</al></lid><lid><lidnr/><al>op voorwaarde dat de doorvaart in de <cursief>vaarweg </cursief>en of haven(ingang/kom) niet</al></lid><lid><lidnr/><al>wordt belemmerd;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het in lid a en b gestelde geldt niet <cursief>voor zover </cursief>de belangen die deze verordening</al></lid><lid><lidnr/><al>of het bijbehorende aanwijsbesluit beoogt te beschermen zich daartegen</al></lid><lid><lidnr/><al>verzetten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van de verboden bedoeld in artikel 4 en het eerste lid <cursief>van </cursief>dit artikel kunnen burgemeester</al></lid><lid><lidnr/><al>en wethouders <cursief>via </cursief>het aanwijsbesluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, ontheffing</al></lid><lid><lidnr/><al>verlenen <cursief>voor </cursief>recreatieschepen die niet <cursief>voor </cursief>de eigen woning zijn aangelegd.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beroepsschepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het aanwijsbesluit als bedoeld in artikel 3, lid 2, daartoe aangewezen gedeelten van</al></lid><lid><lidnr/><al>openbaar water mag voor een aaneengesloten periode van 6 maanden een ligplaats worden</al></lid><lid><lidnr/><al>ingenomen met een beroepsschip, waarbij deze termijn op schriftelijk verzoek van de</al></lid><lid><lidnr/><al>eigenaar van het beroepsschip met ten hoogste 6 maanden kan worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na afloop van de in lid 1 genoemde uiterste termijn mag door het desbetreffende</al></lid><lid><lidnr/><al>beroepsschip gedurende een termijn van minimaal 3 maanden geen ligplaats meer worden</al></lid><lid><lidnr/><al>ingekomen binnen het grondgebied van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de bepalingen in artikel 4 en de leden 1 en 2 van dit artikel kunnen burgemeester en</al></lid><lid><lidnr/><al>wethouders <cursief>voor </cursief>beroepsschepen ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Schepen voor bijzondere doeleinden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een schip <cursief>voor </cursief>bijzondere doeleinden een ligplaats in te nemen op</al></lid><lid><lidnr/><al>andere plaatsen dan i bedoeld in artikel 3, lid 2 <cursief>van </cursief>het aanwijsbesluit, daartoe aangewezen</al></lid><lid><lidnr/><al>gedeelten <cursief>van </cursief>openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het verbod bedoeld in artikel 4 kunnen burgemeester en wethouders voor schepen <cursief>voor</cursief></al></lid><lid><lidnr/><al>bijzondere doeleinden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het nakomen van aanwijzingen</titel></kop><al>leder is verplicht terstond te gehoorzamen aan de mondelinge aanwijzingen, gegeven door een</al><al>ambtenaar, door burgemeester en wethouders, belast met de uitvoering <cursief>van </cursief>deze verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het voorkomen van overlast</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schepen te slopen of droog te zetten op andere dan door burgemeester en</al></lid><lid><lidnr/><al>wethouders aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen <cursief>van </cursief>het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verwaarloosde schepen</titel></kop><al>Het is in het belang <cursief>van </cursief>het aanzien <cursief>van </cursief>de gemeente verboden om af te meren of een ligplaats</al><al>in te nemen of ingenomen te houden met een vaartuig dat in verwaarloosde toestand verkeert.</al><al>Van een verwaarloosd vaartuig is in ieder geval sprake:</al><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wanneer casco en/of opbouw zodanig onvoldoende zijn beschermd tegen water en</al></lid><lid><lidnr/><al>weersinvloeden dat de instandhouding <cursief>van </cursief>het vaartuig, zonder daarvoor ingrijpender</al></lid><lid><lidnr/><al>maatregelen dan het normaal te verrichten onderhoud te treffen, in gevaar komt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De vorm en/of het uiterlijk aanzien van het vaartuig in ernstige mate wordt verstoord</al></lid><lid><lidnr/><al>door (onderdelen van) installaties, objecten of andere toevoegingen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een boot of object een te grove inbreuk vormt op wat in de omgeving gebruikelijk is, denk</al></lid><lid><lidnr/><al>hierbij aan;</al></lid><lid><lidnr>I.</lidnr><al>een vaartuig waar graffiti op aangebracht is of is beklad;</al></lid><lid><lidnr>II.</lidnr><al>beschadiging, achterstallig onderhoud, sterke veroudering, (gedeeltelijke)</al></lid><lid><lidnr/><al>afbraak, instorting of door verwaarlozing het uiterlijk sterk is aangetast.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Gebruik oevers en kademuren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden enig obstakel of voorwerp te hebben of te houden op, aan of in openbare</al></lid><lid><lidnr/><al>oevers en kademuren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden, zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders, groene</al></lid><lid><lidnr/><al>oevers of delen daarvan in gebruik te hebben of te houden, voor zover voorgenoemde</al></lid><lid><lidnr/><al>groene oevers, of delen daarvan geen particulier bezit betreft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen</al></lid><lid><lidnr/><al>en daaraan in het belang van de bescherming van werken en de overige belangen die de</al></lid><lid><lidnr/><al>verordening beoogt te beschermen voorschriften te verbinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing voor zover de Woningwet, de</al></lid><lid><lidnr/><al>Monumentenwet, de Afvalstoffenwet, het Rijkswegenreglement of het Provinciaal</al></lid><lid><lidnr/><al>Wegenreglement van toepassing is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Overtreding van ge- of verbodsbepalingen, bij of op grond van deze verordening gesteld, wordt</al><al>gestraft met ten hoogste een geldboete van de tweede categorie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij</al><al>of op grond van deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de</al><al>openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn</al><al>bevoegd tot het binnentreden van een schip zonder toestemming van de bewoner, gebruiker of</al><al>eigenaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 5.25, 5.26 en 5.27 Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Veendam</al></lid><lid><lidnr/><al>worden met de inwerkingtreding van deze Ligplaatsenverordening, ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Ligplaatsenverordening gemeente Veendam</al></lid><lid><lidnr/><al>2025".</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met de inwerkingtreding van de "Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025", wordt</al></lid><lid><lidnr/><al>de "Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2016" ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen of ontheffingen verleend voor inwerkingtreding van deze verordening blijven -</al></lid><lid><lidnr/><al>voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook</al></lid><lid><lidnr/><al>vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken -van</al></lid><lid><lidnr/><al>kracht en worden vanaf de inwerkingtreding van deze verordening geacht te zijn verleende</al></lid><lid><lidnr/><al>vergunningen of ontheffingen op grond van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor recreatieschepen die zich voor inwerkingtreding van deze verordening buiten de op</al></lid><lid><lidnr/><al>grond van artikel 3, lid 2, van deze verordening vastgestelde gedeelten van openbaar water</al></lid><lid><lidnr/><al>bevinden, kunnen burgemeester en wethouders, na een daartoe, binnen 6 maanden na</al></lid><lid><lidnr/><al>inwerkingtreding van deze verordening, ingediende aanvraag een ontheffing verlenen,</al></lid><lid><lidnr/><al>overeenkomstig artikel 9lid 2, van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd voor inwerkingtreding van deze verordening blijvenals</al></lid><lid><lidnr/><al>en voor zover de bepalingen ingevolgde welke deze voorschriften en beperkingen zijn</al></lid><lid><lidnr/><al>opgelegd ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of</al></lid><lid><lidnr/><al>ingetrokken- na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden geacht</al></lid><lid><lidnr/><al>voorschriften en beperkingen te zijn, opgelegd op basis van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen van vergunning of ontheffing waarop, op het moment van inwerkingtreding van</al></lid><lid><lidnr/><al>deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze</al></lid><lid><lidnr/><al>verordening.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 juni 2025.</functie><functie/><functie/><functie>De voorzitter,                               De griffier,</functie><functie/><functie/><functie>Annelies Pleyte       Ariën Swart </functie></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting Ligplaatsenverordening Gemeente Veendam 2025</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Deze verordening heeft tot doel het gebruik van de beschikbare ruimte voor ligplaatsen te</al><al>regulieren. Daarnaast heeft deze verordening tot doel regels te stellen in het belang van het</al><al>ordelijk gebruik van ligplaatsen, openbare orde, veiligheid, milieuhygiëne, volksgezondheid en</al><al>het aanzien en de toeristische promotie van de gemeente. Ook kunnen regels worden gesteld</al><al>ten behoeve van het nautisch beheer voor zover het de ligplaatsen betreft die zijn ingelegen</al><al>binnen de gemeente gelegen wateren die in beheer zijn bij het waterschap en de gemeente.</al><al>De verordening heeft niet alleen betrekking op recreatieschepen, maar ook op bedrijfsschepen,</al><al>beroepsschepen, historische schepen en schepen voor bijzondere doeleinden.</al><al>Het actualiseren van deze verordening is geschied vanuit de behoefte om de voorgaande</al><al>Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2016 te verbinden aan de huidige wet- en</al><al>regelgeving. Ten opzichte van de Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2016 zijn de</al><al>volgende zaken gewijzigd:</al><al>• Het verwijderen van vrijstellingen voor historische schepen;</al><al>• Het toevoegen van de werkingssfeer van de verordening;</al><al>• Het opnemen van een uitgebreider artikel over wat verstaan wordt onder een verwaarloosd</al><al>schip.</al><al>Bij het opstellen van deze verordening zijn de van toepassing zijnde bepalingen uit de</al><al>Scheepsvaartverkeerswet (SVW) en het Binnenvaart Politie Reglement (BPR) in acht genomen.</al><al>De rechtsbasis van deze verordening is gelegen in de artikelen 149 en 156, lid 3, van de</al><al>Gemeentewet (Gemw). Artikel 149 Gemw bepaalt dat de raad de verordeningen maakt die hij in</al><al>het belang van de gemeente nodig oordeelt. Artikel 156, lid 3, Gemw bepaalt dat het mogelijk is</al><al>aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid te delegeren tot het stellen van nadere regels</al><al>over in de betrokken verordening aangewezen onderwerpen.</al><al>Deze verordening is van toepassing op al het openbaar water in de gemeente Veendam maar</al><al>alleen voor wat betreft de aspecten die van belang zijn vanuit de optiek van hetgeen deze</al><al>verordening beoogt te regelen. De beheers verantwoordelijkheden van de provincie en het</al><al>waterschap Hunze en Aa's liggen op een ander vlak (met name wateraanvoer, waterafvoer en</al><al>waterkwaliteit). Een uitzondering bestaat ten aanzien van de ligplaatsen in de in de gemeente</al><al>gelegen wateren die in beheer zijn bij het waterschap.</al><al>De individuele ligplaatsen zullen worden aangegeven in een aanwijsbesluit en op een</al><al>ligplaatsen kaart. Het is wenselijk dat de ligplaatsen, voor zover dat nog niet gebeurt, ook</al><al>worden opgenomen in de bestemmingsplannen dan wel omgevingsplannen (met name die</al><al>waarvoor vergunning of ontheffing vereist is). De Ligplaatsenverordening blijft echter ook dan de</al><al>eisen bepalen waaraan in de verordening genoemde schepen moeten voldoen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Sub d</al><al>Dit is de definitie van een schip zoals deze is opgenomen in artikel 1, lid 1, sub b, van de SVW en</al><al>artikel 1.01, sub A, van het BPR, met uitzondering van de zinsnede over waterverplaatsing</al><al>omdat die al is opgenomen onder sub c. Sub e.</al><al>Onder een recreatieschip moet worden verstaan een schip dat uitsluitend is ingericht, bestemd</al><al>is en gebruikt wordt voor recreatiedoeleinden. Commerciële doeleinden vallen hierbuiten. Een</al><al>Botel bijvoorbeeld valt niet onder deze definitie.</al><al>Sub f</al><al>Het beroep of bedrijf op een bedrijfsschip kan worden uitgevoerd ten behoeve van:</al><al>• scheepsbouw, -reparatie, -inrichting of -onderhoud;</al><al>• scheepsbevoorrading c.q. levering van scheepsbenodigdheden voor beroeps- en</al><al>recreatievaart;</al><al>• schepen of pontons benodigd voor de uitvoering van de kleine watersport.</al><al>Sub g</al><al>Onder een schip voor bijzondere doeleinden moet onder andere worden verstaan;</al><al>• rondvaartbedrijven;</al><al>• passagiersschepen;</al><al>• nautische opleidingen met een schip.</al><al>Sub k</al><al>Het begrip verwaarloosd schip is zodanig omschreven dat er met enige kans van succes kan</al><al>worden opgetreden in geval van verwaarlozing. Met deze omschrijving is het niet meer arbitrair</al><al>en subjectief wat moet worden verstaan c.q. waar de grens ligt waar verwaarlozing begint.</al><al><vet>Artikel</vet><vet/><vet>2</vet></al><al>Lid 1 van dit artikel beschrijft op welk openbaar water de verordening van toepassing is en welke</al><al>specifieke belangen beschermd worden. Lid 2 maakt duidelijk dat in sommige gevallen naast de</al><al>gemeente Veendam ook regelgeving van andere waterbeheerders van toepassing zijn.</al><al><vet>Artikel 3 en 4</vet></al><al>Uitgangspunt is dat het slechts is toegestaan om binnen de gemeente met een bepaald type</al><al>schip een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen op de daartoe aangewezen</al><al>plaatsen. Bij het aanwijzen als ligplaatsen gaat het om een afweging van diverse belangen, zoals</al><al>planologische en nautische. Gezien het besluit van 4 november 1998 van Provinciale Staten zijn</al><al>burgemeester en wethouders wel bevoegd tot het aanwijzen van ligplaatsen in de wateren die in</al><al>beheer zijn bij het waterschap.</al><al>In de verordening wordt geen verschil gemaakt tussen tijdelijk aanleggen (om voor een korte tijd</al><al>op of rond het schip te recreëren) en ligplaats innemen (het afmeren en het vervolgens doen of</al><al>laten liggen van een schip aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een</al><al>natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander schip, anders dan</al><al>voor aanleggen).</al><al>Artikel 4 spreekt over het beschikbaar stellen van een ligplaats. Daarvan is sprake als een</al><al>eigenaar actief een bepaalde situatie toelaat. De eigenaar van het water kan dan door</al><al>burgemeester en wethouders worden aangesproken op grond van de verordening.</al><al>Zodra de ligplaatsen kaart voor schepen is vastgesteld, is het vervolgens noodzakelijk om de</al><al>kaart bij wijziging van bestemmingsplannen i.c. omzetting naar omgevingsplannen actueel te</al><al>houden. De situatie dat een aanvraag om ligplaatsenvergunning past in het nieuwe</al><al>omgevingsplan, terwijl die aanvraag op grond van de (een eventuele verouderde)</al><al>ligplaatsen kaart moet worden geweigerd (of omgekeerd), moet immers worden voorkomen. Op</al><al>grond van de bevoegdheid in lid 2 van artikel 3 kunnen burgemeester en wethouders de</al><al>ligplaatsen kaart actualiseren ingeval er een nieuw omgevingsplanplan is opgesteld of een</al><al>omgevingsplanplan is herzien.</al><al>Het aanwijsbesluit is een besluit als bedoel in artikel 1 :3, lid 1, Algemene wet bestuursrecht</al><al>(Awb). Tegen dit besluit kan in beginsel bezwaar en beroep worden aangetekend. Burgemeester</al><al>en wethouders beoordelen bij iedere wijziging van het aanwijsbesluit over de toepassing van de</al><al>uniforme openbare voorbereidingsprocedure (UOV) zoals die is vastgesteld in afdeling 3.4 van</al><al>de Awb. Als de UOV is toegepast betekent dit dat tegen het aanwijsbesluit geen bezwaar meer</al><al>kan worden aangetekend, maar direct in beroep moet worden gegaan.</al><al><vet>Artikel6</vet></al><al>In dit artikel is opgenomen dat in de vergunning voorwaarden kunnen worden opgenomen op</al><al>het gebied van het ordelijk gebruik van ligplaatsen, openbare orde, veiligheid, gezondheid,</al><al>milieuhygiëne, het aanzien en de toeristische promotie van de gemeente.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Voor bedrijfsschepen heeft de overheid geen verplichting om ruimte in het openbaar vaarwater</al><al>te bieden. Met het oog op de schaarste aan openbaar vaarwater en met het oog op mogelijk</al><al>conflicterende belangen tussen bedrijfsactiviteiten en een woonfunctie op het water, zijn</al><al>bedrijfsschepen lang niet altijd en overal gewenst en slechts in uitzonderingsgevallen</al><al>toegestaan. Om die reden is voor bedrijfsschepen gekozen voor een ontheffingsstelsel. Hiermee</al><al>wordt tot uitdrukking gebracht dat het ligplaats innemen met een bedrijfsschip normaliter</al><al>verboden is en moet blijven, maar dat het in uitzonderingssituaties toelaatbaar kan zijn.</al><al>De provincie is niet bevoegd regels te stellen over wonen en werken op het water. Daar staat</al><al>tegenover dat gemeenten niet bevoegd zijn nautische bepalingen te leggen op wateren die in</al><al>beheer zijn bij de provincie.</al><al>In deze artikelen wordt gesteld dat de vergunning of ontheffing vervalt als geen ligplaats is</al><al>ingenomen binnen 1 jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden. Onherroepelijk houdt</al><al>in dat tegen de verleende vergunning geen bezwaar of beroep meer kan worden aangetekend als</al><al>gevolg van het verstrijken van de daarvoor geldende termijn of dat een uitspraak in beroep de</al><al>vergunning in stand heeft gelaten. Het zou onredelijk zijn om de termijn van 1 jaar al eerder te</al><al>laten beginnen omdat een bezwaar en beroep traject in veel gevallen minstens een jaar in</al><al>beslag zal nemen.</al><al>In de vergunning of de ontheffing moeten de kenmerken van bedrijfsschip worden opgenomen.</al><al>Onder deze kenmerken worden in ieder geval de lengte, de breedte, de hoogte en de diepgang</al><al>van het schip begrepen. Als aan het uiterlijk van een schip welstand eisen zijn gesteld, kunnen</al><al>deze wellicht worden opgenomen in de vergunning of ontheffing. Bij substantiële wijzigingen van</al><al>het bedrijfsschip moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Van een substantiële</al><al>wijziging is in ieder geval sprake als één van de voornoemde kenmerken wijzigt.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Historische schepen zoals bedoeld in deze verordening, kunnen in aanmerking komen voor</al><al>ontheffing van in deze verordening opgenomen artikelen. In het kader van waardigheid, cultuur,</al><al>geschiedenis en in het bijzonder het maritiem erfgoed van de gemeente Veendam, kan het</al><al>college van Burgemeester en Wethouders een historisch schip als zijnde een toegevoegde</al><al>waarde op het gebied van voorgenoemde punten beoordelen, en derhalve ontheffing verlenen</al><al>op in deze verordening genoemde artikelen.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Uitgangspunt voor het recreatief innemen van een ligplaats is gebruik van de daartoe</al><al>aangewezen ligplaatsen en havens in de gemeente of de collectieve steigers.</al><al>Voor bewoners van de gemeente wiens huis aan het water ligt, is het mogelijk een boot op het</al><al>eigen erf te leggen. Vandaar dat in lid 1 is opgenomen dat het algemene verbod uit artikel 4 niet</al><al>van toepassing is op een recreatieschip van de eigenaar dat wordt aangelegd aan het eigen</al><al>perceel. Voorwaarde daarbij is dat het recreatieschip alleen voor het perceel van de eigenaar</al><al>van het recreatieschip mag liggen en niet voor percelen van andere inwoners van de gemeente.</al><al>Sommige vaarwegen in de gemeente zijn smal. Om doorvaart te behouden, kan in bepaalde</al><al>gevallen niet worden toegestaan dat recreatieschepen worden aangelegd voor het eigen erf.</al><al>Voordat tegen een dergelijke situatie handhavend wordt opgetreden moet advies worden</al><al>gevraagd aan de beheerder van het water. De beheerder van het water is namelijk op basis van</al><al>de Scheepvaartverkeerswet bevoegd handhavend op te treden tegen situaties waarin het vlotte</al><al>verloop van het scheepvaartverkeer wordt belemmerd.</al><al>Aan een perceel mogen recreatieschepen en bij boten liggen, waarmee een ligplaats wordt</al><al>ingenomen evenwijdig aan de oever en één rij breed langs het erf van de eigen woning of</al><al>recreatiewoning binnen het grondgebied van de gemeente op voorwaarde dat de doorvaart niet</al><al>wordt belemmerd.</al><al>Voordat burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in het tweede lid verlenen,</al><al>vindt overleg plaats met de beheerder van het water.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Er bestaat een tweeledig onderscheid tussen beroepsschepen en bedrijfsschepen. Ten eerste</al><al>liggen bedrijfsschepen op een vaste plek en meren beroepsschepen slechts voor korte duur af.</al><al>Ten tweede worden op of vanaf bedrijfsschepen activiteiten ter plaatse verricht terwijl de</al><al>activiteiten van beroepsschepen (goederenvervoer) of grotere afstanden plaatsvindt en niet</al><al>plaatsgebonden zijn. Takel- en sleepbedrijven, ook al zijn die in de gemeente gevestigd,</al><al>opereren vaak over grotere afstanden en worden om die reden onder de beroepsvaart</al><al>geschaard.</al><al>Voordat burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in lid 3 verlenen, vindt overleg</al><al>plaats met de beheerder van het water.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Binnen deze categorie worden schepen begrepen die niet binnen één van de andere in de</al><al>verordening genoemde categorieën vallen. Bijvoorbeeld een rondvaartschip of een schip dat</al><al>wordt ingezet voor representatieve en/of culturele doeleinden.</al><al>Voordat burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in het tweede lid verlenen,</al><al>vindt overleg plaats met de beheerder van het water.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Een ambtenaar kan enkel een nautische aanwijzing geven als hij daartoe is aangewezen op</al><al>basis van artikel 5 van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement.</al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Burgemeester en wethouders moeten op grond van deze bepaling een aantal plaatsen</al><al>aanwijzen waar het mogelijk is om schepen te slopen of droog te zetten. Onder deze</al><al>aangewezen plaatsen moeten in ieder geval de in de gemeente gelegen scheepswerven worden</al><al>begrepen.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Dit artikel is opgesteld om te waarborgen dat de uitstraling en het aanzien van de gemeente</al><al>behouden blijven, vooral in het openbaar toegankelijke wateren. Verwaarloosde schepen</al><al>kunnen het visuele beeld van een gemeente sterk aantasten en een negatieve invloed hebben</al><al>op de aantrekkelijkheid van de omgeving voor bewoners, bezoekers en toeristen. Daarnaast</al><al>kunnen ze veiligheids- en milieuproblemen veroorzaken. Artikel 14 stelt daarom regels voor het</al><al>voorkomen en aanpakken van verwaarlozing van schepen die ligplaatsen innemen binnen de</al><al>gemeentegrenzen.</al><al>Het artikel geeft een aantal concrete voorbeelden van situaties waarin een vaartuig als</al><al>"verwaarloosd" kan worden aangemerkt.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Het innemen van een ligplaats buiten de aangewezen ligplaatsen, het innemen en hebben van</al><al>een ligplaats zonder ligplaatsvergunning, het niet nakomen van aanwijzingen en het niet</al><al>voldoen aan de voorschriften als bedoeld in artikel 2, lid 1, is een overtreding. Artikel 154, lid 1,</al><al>van de Gemeentewet laat aan de gemeentelijke wetgever de keuzemogelijkheid om op</al><al>overtreding van verordeningen een geldboete te stellen van de tweede categorie. In artikel 23</al><al>van het Wetboek van Strafrecht zijn de geldboetecategorieën opgenomen. De op te leggen</al><al>boete voor strafbare feiten in de tweede categorie is maximaal€ 4.100,00. Het is de gemeente</al><al>niet toegestaan om een hogere geldboete op te nemen dan in genoemde categorie. Gelet op de</al><al>wens om enige preventieve werking te bereiken, is de keuze van de geldboete van de tweede</al><al>categorie voor de hand liggend.</al><al>De handhaving dient zoveel mogelijk gezamenlijk met eventueel andere betroken instanties,</al><al>zoals de beheerder van het water, plaats te vinden.</al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Onder omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om zonder toestemming van de bewoner een</al><al>schip binnen te treden. Artikel 149a Gemeentewet bepaalt dat dit alleen toegestaan is als het</al><al>gaat om handhaving van de openbare orde of veiligheid, of bescherming van leven en</al><al>gezondheid van personen. De in deze verordening opgenomen bevoegdheid tot binnentreden</al><al>laat onverlet dat een machtiging op grond van de 'Algemene wet op het binnentreden' vereist is</al><al>om van deze bevoegdheid gebruik te kunnen maken. Die machtiging wordt in beginsel door de</al><al>burgemeester afgegeven.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>