<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73990_9</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de raad van Amsterdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2009, afd. 3A, nr. 45/19</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de raad van Amsterdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 2009, afd. 1, nr. 19</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de raad van Amsterdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In dit reglement wordt verstaan onder: </al><al>- actualiteit: een onderwerp, geagendeerd op verzoek van één of
                                meerdere leden, met een spoedeisend karakter; </al><al>- amendement: een voorstel tot wijziging van een voor de vergadering
                                van de raad geagendeerd(e) ontwerpverordening of ontwerpbesluit,
                                naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; </al><al>- burgemeester: de burgemeester van Amsterdam; </al><al>- college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; </al><al>- commissie onderzoek geloofsbrieven: commissie, belast met het
                                onderzoek van de geloofsbrieven van nieuw benoemde raadsleden,
                                kandidaat-duoraadsleden en kandidaat-wethouders; </al><al>- commissievoorzittersoverleg: het regulier overleg van
                                commissievoorzitters; </al><al>- duoraadslid: een raadscommissielid, niet zijnde een lid van de
                                raad [1]; </al><al>- fractie: een in de raad vertegenwoordigd zijnde groepering; </al><al>- fractievoorzittersoverleg: het overleg van de voorzitters van de
                                in de raad vertegenwoordigd zijnde groeperingen; </al><al>- geloofsbrieven: de schriftelijke bewijsstukken die een nieuw
                                benoemd lid aan de raad moet overleggen om te bewijzen dat hij op
                                wettige wijze is gekozen en dat er tegen zijn verkiezing geen
                                bezwaren bestaan; </al><al>- griffie: ambtelijke organisatie onder leiding van de
                                raadsgriffier; </al><al>- griffier: de griffier van de raad van de gemeente Amsterdam; </al><al>- hoofdelijke oproeping: stemming waarbij de aanwezige leden ieder
                                afzonderlijk hun stem uitbrengen; </al><al>- ingekomen stukken: stukken van burgers, instanties, raadsleden,
                                het college of de burgemeester, gericht aan de raad; </al><al>- interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de
                                burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda; </al><al>- lid: een lid van de raad van de gemeente Amsterdam; </al><al>- motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp,
                                waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; </al><al>- presidium: het dagelijks bestuur van de raad van de gemeente
                                Amsterdam; </al><al>- quorum: aantal leden dat aanwezig moet zijn in een vergadering om
                                te kunnen beraadslagen en geldige besluiten te kunnen nemen; </al><al>- raad: de raad van de gemeente Amsterdam; </al><al>- raadsperiode: tijdvak tussen twee raadsverkiezingen; </al><al>- subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                amendement; </al><al>- termijnagenda: overzicht van aangenomen moties, nog niet afgedane
                                ingekomen stukken, alsmede door het college of de burgemeester aan
                                de raad gedane toezeggingen; </al><al>- voordracht: voorstel van het college, de burgemeester of het
                                presidium aan de raad, uitmondend in een ontwerpbesluit; </al><al>- voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; </al><al>- vragenuur: onderdeel van een raadsvergadering waarin leden
                                mondelinge vragen kunnen stellen aan het college of de
                                burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_2_2_"> De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering; </al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde; </al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van dit reglement; </al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_2_3_"> De raad kiest uit zijn midden een
                                plaatsvervangend voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_2_4_"> De plaatsvervangend voorzitter wordt
                                vervangen door één van de vier overige leden die zitting hebben in
                                het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_5_"> De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_6_"> De plaatsvervangend voorzitter van de
                                raad en vier door de raad aangewezen leden vormen samen het
                                presidium. De burgemeester is adviserend lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_7_"> Nadat de raadsleden in de gelegenheid
                                zijn gesteld zich kandidaat te stellen, worden de leden van het
                                presidium door de raad uit zijn midden benoemd voor de duur van de
                                raadsperiode, met dien verstande dat het lidmaatschap van het
                                presidium vervalt ingeval het raadslidmaatschap wordt
                                beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_8_"> De plaatsvervangend voorzitter van de
                                raad is voorzitter van het presidium. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_9_"> De raad kan te allen tijde het presidium
                                ter verantwoording roepen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_10_"> Bij het vroegtijdig vertrek van een lid
                                van het presidium kan elk lid zich kandideren om door de raad
                                benoemd te worden als lid van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_11_"> Het presidium is het dagelijks bestuur
                                van de raad en houdt toezicht op zaken van
                                bedrijfsvoeringstechnische en huishoudelijke aard die de raad
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_12_"> Het presidium houdt toezicht op het
                                voorbereiden en opstellen van de conceptagenda door de raadsgriffie,
                                waarbij de termijnagenda wordt betrokken.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_13_"> Het presidium stelt het inwerkprogramma
                                voor de nieuwe raad vast, stelt gedurende een raadsperiode jaarlijks
                                een programma voor permanente educatie vast en reflecteert in het
                                eerste en het derde jaar van een raadsperiode op de werkwijze van de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_14_"> Het presidium houdt zich, al dan niet
                                op verzoek van de raad, bezig met procedures en het functioneren van
                                de raad in algemene zin.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_15_"> Het presidium draagt, zo nodig,
                                onderwerpen aan ter bespreking in c.q. ter advisering van het
                                fractievoorzittersoverleg en het commissievoorzittersoverleg en vice
                                versa.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_16_"> Het presidium kan op verzoek van de
                                raad of raadscommissies een ad-hocwerkgroep instellen indien een
                                complexe vraag nader dient te worden uitgewerkt.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_17_"> Het presidium vergadert in
                                beslotenheid. De openbare besluitenlijst van de vergaderingen wordt
                                ter kennis gebracht van de raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_18_"> Het presidium wordt ambtelijk
                                ondersteund door de griffier.</al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_19_"> Het presidium overlegt in ieder geval
                                eens per jaar met het college over zaken die de relatie tussen de
                                raad en het college aangaan.</al></lid><lid><lidnr>16.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_20_"> Het presidium brengt jaarlijks verslag
                                van zijn werkzaamheden uit aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>17.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_21_"> Het presidium vervult namens de raad
                                representatieve taken waar representatie van de raad als zodanig
                                gewenst is.</al></lid><lid><lidnr>18.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_3_22_"> Het presidium stelt een huishoudelijk
                                reglement voor zichzelf vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Het fractievoorzittersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_23_"> De raad heeft een
                                fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_24_"> De plaatsvervangend voorzitter van de
                                raad en de fractievoorzitters, of hun plaatsvervangers, vormen samen
                                de leden van het fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_25_"> De burgemeester, of diens
                                plaatsvervanger, kan de vergaderingen van het
                                fractievoorzittersoverleg namens het college bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_26_"> De plaatsvervangend voorzitter van de
                                raad is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_27_"> Het fractievoorzittersoverleg wordt
                                ambtelijk ondersteund door de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_28_"> Elke fractievoorzitter wijst een lid
                                van zijn fractie aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het
                                fractievoorzittersoverleg vervangt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_29_"> Elke fractievoorzitter heeft één stem
                                in het fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_30_"> Het fractievoorzittersoverleg komt in
                                ieder geval vóór elke raadsvergadering bijeen en is belast met het
                                doen van voorstellen aan de raad met betrekking tot de agenda van de
                                raadsvergadering en de te volgen procedure ten aanzien van de bij de
                                raad ingekomen stukken, mondelinge vragen, actualiteiten en
                                interpellatieaanvragen, zowel met betrekking tot de komende
                                vergadering als in het algemeen. Het fractievoorzittersoverleg
                                adviseert daarnaast gevraagd dan wel ongevraagd het presidium.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_4_31_"> Het fractievoorzittersoverleg vergadert
                                in beslotenheid. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Het commissievoorzittersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_5_32_"> De raad heeft een
                                commissievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_5_33_"> De voorzitters van de raadscommissies
                                vormen gezamenlijk het commissie-voorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_5_34_"> Een van de leden van de presidium is de
                                voorzitter van het commissievoorzitters-overleg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_5_35_"> Het commissievoorzittersoverleg is
                                belast met het bevorderen van de afstemming van de procedures en de
                                werkwijze van de onderscheidene raadscommissies. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_5_36_"> Het commissievoorzittersoverleg
                                vergadert in beslotenheid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_5_37_"> Het commissievoorzittersoverleg wordt
                                ambtelijk ondersteund door de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_38_"> De raad benoemt, schorst en ontslaat op
                                voorstel van het presidium de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_39_"> Het presidium is belast met het
                                uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien
                                van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_40_"> De raad benoemt, schorst en ontslaat op
                                voorstel van het presidium de plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_41_"> De griffier is belast met het
                                uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien
                                van de plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_42_"> De plaatsvervangend griffier vervangt
                                de griffier bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_43_"> De griffier en zijn plaatsvervanger
                                leggen in handen van de voorzitter de voorgeschreven eed of belofte
                                af. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_44_"> De griffier heeft als taak de raad,
                                zijn leden en zijn commissies te adviseren en logistiek te
                                ondersteunen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_45_"> De griffier is verantwoordelijk voor de
                                ondersteuning van raadsonderzoeken en ‑enquêtes.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_46_"> De griffier is secretaris/adviseur van
                                het presidium, het fractievoorzittersoverleg en het
                                commissievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_6_47_"> De griffier is, namens het presidium,
                                belast met het begrotingsbeheer van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Leiding griffie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_7_48_"> De griffier benoemt, schorst en
                                ontslaat de op de griffie werkzame ambtenaren en oefent de
                                rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van deze ambtenaren uit.
                                Het presidium oefent hierop namens de raad toezicht uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36658_0_0_7_49_"> De griffier kan mandaat verlenen tot
                                het uitoefenen van zijn bevoegdheden ingevolge het eerste lid. Het
                                presidium wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties; gedragscode</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8: Onderzoek geloofsbrieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_1_1_"> De geloofsbrieven van nieuw benoemde
                                leden en kandidaat-duoraadsleden worden onderzocht door een
                                commissie, bestaande uit de fractievoorzitters, met een maximum van
                                zes.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_1_2_"> De commissie brengt na haar onderzoek
                                van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een
                                voorstel voor een besluit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_1_3_"> De voorzitter roept een toegelaten lid
                                op, in de eerste vergadering waarin hij zijn betrekking kan
                                aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                leggen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_1_4_"> De voorzitter roept een toegelaten
                                duoraadslid op, eenzelfde eed of verklaring en belofte als bedoeld
                                in het derde lid, af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_1_5_"> Bij de benoeming van een wethouder wordt
                                overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke
                                onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet.
                                De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid. De
                                kandidaat moet aan de commissie een verklaring omtrent het gedrag,
                                een uittreksel uit het persoonsregister en een curriculum vitae
                                overleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9: Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_2_6_"> De leden die door het centraal
                                stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard,
                                worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie
                                beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan
                                wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_2_7_"> Indien boven de kandidatenlijst een
                                aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze
                                aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst
                                was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad
                                aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil
                                voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_2_8_"> De namen van degenen die als voorzitter
                                van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden, worden zo
                                spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> a. Indien </al><al> – één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige
                                fractie gaan optreden; </al><al> – twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; </al><al> – één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                                fractie, </al><al> wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan
                                aan de voorzitter. </al><al> b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening
                                gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na
                                de mededeling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36659_0_0_2_10_"> Elke fractie heeft recht op een
                                financiële bijdrage ter ondersteuning van haar werkzaamheden. Deze
                                bijdrageregeling wordt in een afzonderlijke regeling vastgesteld
                                door de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10: De gedragscode</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36659_0_0_3_11_">De raad stelt een gedragscode vast, die
                                van toepassing is op elk lid, elk duoraadslid en elke
                                wethouder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11 Dag, aanvangsuur en duur van de
                                    vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_1_1_"> De vergaderingen van de raad vinden
                                    periodiek volgens een jaarlijks door het presidium vast te
                                    stellen vergaderschema plaats op woensdag en, zo nodig,
                                    donderdag, en vangen aan om 13.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_1_2_"> Bestaat een vergadering uit meer dan
                                    één zitting, dan vangt de middagzitting om 13.00 uur en de
                                    avondzitting om 19.30 uur aan. De middagzitting eindigt niet
                                    later dan 16.30 uur en de avondzitting niet later dan 23.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_1_3_"> Indien een vergadering uit één
                                    zitting bestaat, duurt de middagzitting tot uiterlijk 17.30
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_1_4_"> De raad kan afwijken van hetgeen in
                                    het eerste, het tweede en het derde lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_2_5_"> De voorzitter zendt de leden ten
                                    minste een week vóór de vergadering een schriftelijke oproep,
                                    onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_2_6_"> De conceptagenda en de daarbij
                                    behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste
                                    en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken [2], worden
                                    tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden
                                    toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_2_7_"> De openbare kennisgeving van de
                                    vergadering, voorgeschreven in artikel 19 van de Gemeentewet,
                                    geschiedt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen en
                                    via internet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De openbare kennisgeving vermeldt: </al><al> - de datum, de aanvangstijd en de plaats van de vergadering; </al><al> - de wijze waarop en de plaats waar eenieder de conceptagenda
                                    en de daarbij behorende stukken kan inzien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_2_9_"> De agenda en de daarbij behorende
                                    stukken zijn zoveel mogelijk via internet beschikbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_10_"> Het presidium houdt toezicht op het
                                    voorbereiden en opstellen van de conceptagenda door de
                                    raadsgriffie, waarbij de termijnagenda wordt betrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_11_"> Het fractievoorzittersoverleg doet
                                    voorstellen aan de raad met betrekking tot de agenda, waarbij de
                                    adviezen van de onderscheidene raadscommissies worden
                                    betrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_12_"> Bij aanvang van de vergadering
                                    stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van de voorzitter, één
                                    of meerdere leden, het presidium, het college of de burgemeester
                                    kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de
                                    agenda worden afgevoerd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_13_"> Op de agenda worden vermeld de te
                                    behandelen onderwerpen en een opgave van bij de raad ingekomen
                                    stukken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_14_"> Bij elk van de ingekomen stukken
                                    wordt een voorstel van het presidium vermeld omtrent de te
                                    volgen procedure.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_15_"> De onderwerpen worden gerangschikt
                                    per portefeuille en de volgorde van de behandeling van de
                                    diverse portefeuilles rouleert per vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_16_"> In spoedeisende gevallen kan het
                                    presidium na het verzenden van de conceptagenda punten toevoegen
                                    door middel van een supplement, dat vijf dagen vóór de
                                    raadsvergadering aan de leden wordt toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_17_"> Ingeval er interpellatieaanvragen
                                    en/of actualiteiten zijn ingediend, wordt uiterlijk een dag vóór
                                    aanvang van de vergadering een (tweede) supplementagenda aan de
                                    leden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_3_18_"> In bijzondere gevallen kan de
                                    voorzitter na overleg met de plaatsvervangend voorzitter van de
                                    in dit artikel vermelde procedure afwijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 De wethouders </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_4_19_"> Alle wethouders zijn uitgenodigd en
                                    worden geacht bij iedere raadsvergadering aanwezig te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_4_20_"> Indien de raad zonder wethouders
                                    wil vergaderen, stelt hij de burgemeester, de wethouders en de
                                    gemeentesecretaris daarvan in kennis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_4_21_"> Indien een wethouder onverhoopt
                                    verhinderd is (een deel van) de vergadering bij te wonen, stelt
                                    hij de voorzitter en de griffier daarvan tijdig schriftelijk,
                                    onder opgave van redenen, in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Gemeenteblad en ter inzage leggen van
                                    stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_5_22_"> Alle voordrachten, adviezen,
                                    actualiteiten, interpellatieaanvragen en initiatiefvoorstellen
                                    die aan de raad zijn gericht, evenals moties en amendementen van
                                    de raad worden, voor zover zij niet van vertrouwelijke aard zijn
                                    en met inachtneming van artikel 25, tweede lid, van de
                                    Gemeentewet [3], geheel of gedeeltelijk in het Gemeenteblad
                                    opgenomen, op een door de griffier aan te wijzen plaats ter
                                    inzage gelegd en zoveel mogelijk via internet gepubliceerd.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_5_23_"> Een origineel van een ter inzage
                                    gelegd stuk wordt niet buiten het stadhuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_5_24_"> De in het eerste lid bedoelde
                                    stukken (met uitzondering van interpellatie-aanvragen,
                                    actualiteiten, moties en amendementen) worden niet later dan een
                                    week vóór de behandeling aan de leden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_5_25_"> De in het eerste lid bedoelde
                                    stukken (met uitzondering van interpellatie-aanvragen,
                                    actualiteiten, moties en amendementen) worden, met de daarbij
                                    behorende bescheiden, niet later dan zes dagen vóór de
                                    behandeling ervan in de leeskamer van de raad voor de leden ter
                                    inzage gelegd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_5_26_"> Indien de vorenbedoelde termijn van
                                    zes dagen niet in acht is genomen, wordt de behandeling van het
                                    desbetreffende stuk aangehouden, tenzij een uitstel van
                                    behandeling naar het oordeel van de raad niet mogelijk is. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_1_5_27_"> Indien omtrent stukken op grond van
                                    artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet
                                    geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken, in afwijking
                                    van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent
                                    de griffier de leden inzage.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Presentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_6_28_"> Een lid tekent vóór hij aan de
                                    vergadering deelneemt, de presentielijst. Aan het einde van de
                                    vergadering wordt deze lijst door de voorzitter en de griffier
                                    door ondertekening vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_6_29_"> Een lid dat is verhinderd de
                                    vergadering bij te wonen, meldt dit vóór de aanvang van de
                                    vergadering bij de griffier. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Zitplaatsen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_7_30_"> De voorzitter, de fracties, de
                                    griffier en de wethouders hebben vaste zitplaatsen, door de
                                    voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere
                                    nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_7_31_"> Indien daartoe aanleiding bestaat,
                                    kan het presidium de indeling herzien na overleg met het
                                    fractievoorzittersoverleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Quorum en opening vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_8_32_"> De voorzitter opent de vergadering
                                    op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_8_33_"> Wanneer een kwartier na het
                                    vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig
                                    is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar artikel 20 van
                                    de Gemeentewet, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat
                                    ten minste 24 uur na het bezorgen van de oproeping is
                                    gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_8_34_"> Op een vergadering, bedoeld in het
                                    tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raad kan
                                    echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge
                                    het eerste lid niet geopende vergadering was belegd, alleen
                                    beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst
                                    meer dan de helft van het aantal zittende leden tegenwoordig is.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_9_35_"> De conceptnotulen van de voorgaande
                                    vergadering worden, zo mogelijk, in de week vóór de
                                    eerstvolgende vergadering aan de leden, de overige personen die
                                    het woord hebben gevoerd en de griffier toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_9_36_"> De notulen worden in de
                                    eerstvolgende vergadering van de raad vastgesteld, met dien
                                    verstande, dat tussen het tijdstip waarop de leden hebben kunnen
                                    kennisnemen van de notulen en de dag waarop de vergadering wordt
                                    gehouden, ten minste drie dagen moeten zijn verlopen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_9_37_"> De in het eerste lid vermelde
                                    personen hebben het recht een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet
                                    duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel
                                    tot verandering dient ten minste 24 uur vóór het vaststellen van
                                    de notulen bij de griffier te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De notulen moeten ten minste inhouden: </al><al> I de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering
                                    aanwezige leden en wethouders, alsmede van de leden en de
                                    wethouders die afwezig waren, en overige personen die het woord
                                    hebben gevoerd; </al><al> II een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; </al><al> III een woordelijk verslag van het gesprokene met vermelding
                                    van de namen van de aanwezigen die het woord hebben gevoerd; </al><al> IV een overzicht van het verloop van elke stemming met
                                    vermelding van het stemgedrag van fracties of personen en met
                                    vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden
                                    die vóór of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de
                                    leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                    onthouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_9_39_"> De notulen worden opgesteld onder
                                    de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_9_40_"> De vastgestelde notulen worden door
                                    de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_9_41_"> De notulen van de openbare
                                    vergaderingen worden in afdeling 2 van het Gemeenteblad
                                    opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36660_0_2_10_42_">De besluitenlijsten van de
                                    raadsvergaderingen worden openbaar gemaakt, tenzij het
                                    aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel
                                    25 van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd of ten aanzien
                                    waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_11_43_"> Bij de raad ingekomen stukken
                                    worden op een lijst geplaatst, die een onderdeel vormt van de
                                    agenda. Raadsadressen van burgers worden in het belang van een
                                    zorgvuldige omgang met persoonsgegevens in beginsel
                                    geanonimiseerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_11_44_"> De voorzitter kan ongetekende,
                                    onbegrijpelijke en beledigende stukken zonder nadere mededeling
                                    terzijde leggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_11_45_"> Indien naar aanleiding van een
                                    ingekomen stuk als bedoeld in het eerste lid, het woord wordt
                                    gevraagd, teneinde een inhoudelijke bespreking in de vergadering
                                    van de raad te doen plaatsvinden, doet de voorzitter aan de raad
                                    een voorstel over het tijdstip van de behandeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_11_46_"> Brieven van burgers of instanties
                                    worden binnen zes weken (na het besluit over de wijze van
                                    afdoening) beantwoord. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Volgorde van de onderwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_12_47_"> Na de mededeling van de ingekomen
                                    stukken worden de op de agenda vermelde punten behandeld in de
                                    volgorde waarin zij op de agenda zijn vermeld, tenzij de raad
                                    besluit die volgorde te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_12_48_"> Het vragenuur vindt plaats aan het
                                    begin van de vergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Het spreken in de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_13_49_"> Niemand voert het woord dan na het
                                    aan de voorzitter verzocht en van deze verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_13_50_"> De voorzitter verleent het woord
                                    in de volgorde waarin het is gevraagd, tenzij de raad anders
                                    besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_13_51_"> Van deze volgorde kan worden
                                    afgeweken indien een lid het woord vraagt voor een persoonlijk
                                    feit of voor het indienen van een voorstel van orde. Een
                                    voorstel van orde kan zowel door de voorzitter als door een lid
                                    worden gedaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_13_52_"> De voorzitter verleent het woord
                                    voor een persoonlijk feit niet dan na een voorlopige aanduiding
                                    van dat feit. De beslissing of iets een persoonlijk feit vormt,
                                    berust bij de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_13_53_"> De leden spreken vanaf hun plaats
                                    of van het spreekgestoelte en richten zich tot de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_13_54_"> De in artikel 30, eerste lid,
                                    bedoelde personen spreken vanaf het spreekgestoelte.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Interrupties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_14_55_"> Een spreker mag in zijn betoog
                                    niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_14_56_"> Interrupties dienen te bestaan uit
                                    vragen zonder inleiding of korte mededelingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_15_57_"> De beraadslaging over elk aan de
                                    orde gesteld onderwerp of voorstel vindt plaats in ten hoogste
                                    twee termijnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_15_58_"> De raad kan besluiten een derde
                                    termijn toe te voegen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_15_59_"> Elke termijn wordt door de
                                    voorzitter afgesloten, nadat het college, de burgemeester, de
                                    initiatiefnemer(s), het presidium of de rekeningencommissie in
                                    de gelegenheid is gesteld de sprekers te antwoorden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_15_60_"> Niemand voert in dezelfde termijn
                                    meer dan éénmaal het woord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_15_61_"> Het stellen van een vraag om
                                    inlichtingen over de orde van de vergadering wordt niet als het
                                    voeren van het woord in enige termijn aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_16_62_"> Voor het verdelen van de
                                    spreektijd geldt dat 40% van de totale spreektijd wordt
                                    gereserveerd voor het college en vergadertechnische zaken als
                                    stemmingen; de overige 60% is gereserveerd voor spreektijd voor
                                    de raad. Voor het verdelen van de spreektijd voor de raad wordt
                                    het principe 60/40 gehanteerd. Dit betekent dat 60% van de
                                    spreektijd evenredig over de fracties wordt verdeeld; de overige
                                    40% wordt verdeeld naar rato van de grootte van de fractie.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_16_63_"> De raad kan, op voorstel van de
                                    voorzitter, het presidium of het fractievoorzitters-overleg, bij
                                    de aanvang of tijdens de loop van de beraadslagingen andere
                                    regels stellen ten aanzien van de spreektijd van de leden van de
                                    raad en het college voor de gehele vergadering dan wel met
                                    betrekking tot één of meerdere agendapunten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_16_64_"> Voor een beraadslaging in derde
                                    termijn wordt voor iedere fractie ten hoogste vijf minuten
                                    toegestaan, tenzij de raad anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_16_65_"> De voorzitter waarschuwt de
                                    spreker, de fractie of het college wanneer de toegestane
                                    spreektijd ten einde loopt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_16_66_"> Zodra de toegestane spreektijd is
                                    verstreken, nodigt de voorzitter de spreker uit, zijn rede te
                                    beëindigen. Deze geeft terstond aan de uitnodiging gevolg.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_17_67_"> De vergadering kan op elk ogenblik
                                    worden onderbroken door een vergadering met gesloten deuren,
                                    tenzij er sprake is van een situatie als aangegeven in artikel
                                    24 van de Gemeentewet [4].</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_17_68_"> Op een besloten vergadering zijn
                                    de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing
                                    voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten
                                    karakter van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_17_69_"> Van een vergadering met gesloten
                                    deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet
                                    openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_17_70_"> Van de tervisielegging van deze
                                    notulen wordt de leden mededeling gedaan. Zij worden in een
                                    volgende besloten vergadering ter goedkeuring voorgedragen,
                                    nadat zij gedurende ten minste tweemaal 24 uren voor de raad ter
                                    inzage hebben gelegen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_17_71_"> Vóór de afloop van de besloten
                                    vergadering beslist de raad of omtrent het verhandelde
                                    geheimhou­ding zal gelden. Deze geheimhouding kan door de raad
                                    in een besloten vergadering worden opgeheven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_17_72_"> De voorzitter doet binnen 24 uren
                                    na afloop van een zitting waarin over enig punt geheimhouding is
                                    opgelegd, bij vertrouwelijk schrijven aan alle leden mededeling
                                    van de opgelegde geheimhouding.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_17_73_"> Indien de raad op grond van het
                                    bepaalde in artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede
                                    en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                                    Gemeentewet [5] voornemens is de geheimhouding op te heffen,
                                    wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de
                                    geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering
                                    daarmee overleg gevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Handhaving orde </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_74_"> Indien een spreker van het
                                    onderwerp in beraadslaging afwijkt, wijst de voorzitter hem
                                    hierop en roept hem tot de orde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_75_"> Indien een spreker beledigende of
                                    onbehoorlijke uitdrukkingen bezigt of, op welke wijze dan ook,
                                    de orde verstoort, zijn plicht tot geheimhouding schendt of
                                    instemming betuigt met dan wel aanspoort tot onwettige
                                    handelingen, wordt hij door de voorzitter vermaand en in de
                                    gelegenheid gesteld de woorden die tot de vermaning aanleiding
                                    hebben gegeven, terug te nemen en zich te excuseren voor de
                                    ordeverstoring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_76_"> Onder "beledigende of
                                    onbehoorlijke uitdrukkingen" wordt in ieder geval begrepen het
                                    naar het oordeel van de voorzitter doen van uitlatingen, in
                                    welke vorm dan ook, met een racistisch, seksistisch of
                                    anderszins discriminatoir karakter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_77_"> Indien een spreker voortgaat van
                                    het onderwerp af te wijken, beledigende of onbehoorlijke
                                    uitdrukkingen te gebruiken, de orde te verstoren, zijn plicht
                                    tot geheimhouding te schenden of instemming te betuigen met dan
                                    wel aan te sporen tot onwettige handelingen of niet voldoet aan
                                    de uitnodiging van de voorzitter, ontneemt de voorzitter hem het
                                    woord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_78_"> In de zitting waarin het bedoelde
                                    in het vierde lid heeft plaatsgehad, mag de spreker wie het
                                    woord is ontnomen of de spreker die na te zijn vermaand, zijn
                                    woorden niet heeft teruggenomen, aan de beraadslaging over het
                                    in bespreking zijnde onderwerp niet meer deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_79_"> De voorzitter kan de raad
                                    voorstellen, aan een spreker die door zijn gedragingen de
                                    geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de
                                    vergadering te ontzeggen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_80_"> Over het voorstel bedoeld in het
                                    zesde lid, wordt niet beraadslaagd. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_18_81_"> Na de aanneming van het voorstel
                                    verlaat de in het zesde lid bedoelde spreker de vergadering
                                    onmiddellijk. Zo nodig, doet de voorzitter hem verwijderen. Bij
                                    herhaling van zijn gedrag kan de spreker bovendien voor ten
                                    hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                    ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_19_82_"> De voorzitter kan tot handhaving
                                    van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd
                                    schorsen of haar sluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_19_83_"> De voorzitter kan de vergadering
                                    eveneens schorsen, indien een spreker daartoe, gelet op de
                                    beraadslaging, een verzoek doet. Bij een dergelijk verzoek wordt
                                    tevens de verlangde tijdsduur van de schorsing aangegeven, welke
                                    niet langer dan 30 minuten mag duren. Na het verstrijken van de
                                    voor de schorsing gestelde tijdsduur heropent de voorzitter de
                                    vergadering, waarna direct een hernieuwde schorsing kan worden
                                    gevraagd, welke echter ten hoogste 15 minuten mag duren. Na deze
                                    tweede schorsing heropent de voorzitter de vergadering, waarna
                                    de beraadslaging wordt voortgezet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_19_84_"> De beraadslaging over een
                                    onderwerp kan slechts driemaal door een aangevraagde schorsing
                                    worden onderbroken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_20_85_"> De raad kan bepalen dat anderen
                                    dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad of van het
                                    college tijdens de raadsvergadering het woord voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_20_86_"> Bij plenaire behandeling van
                                    rapporten van de ombudsman of de Rekenkamer Amsterdam in de raad
                                    kan de voorzitter de ombudsman, respectievelijk de directeur van
                                    de Rekenkamer Amsterdam het woord verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_20_87_"> Een beslissing daartoe wordt op
                                    voorstel van de voorzitter, gehoord het
                                    fractievoorzittersoverleg, genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_20_88_"> Op degenen die op grond van dit
                                    artikel zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen
                                    van dit reglement van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Het sluiten van de beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_21_89_"> Wanneer de voorzitter vaststelt
                                    dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, stelt hij
                                    de raad voor, de beraadslaging te sluiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_21_90_"> De sluiting van de beraadslaging
                                    kan ook door een lid worden voorgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_21_91_"> Over voorstellen als bedoeld in
                                    het eerste en tweede lid, wordt niet beraadslaagd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_2_21_92_"> Op voorstel van de voorzitter kan
                                    de raad besluiten, dat de beraadslaging over enig onderwerp op
                                    een in dat voorstel te vermelden tijdstip zal worden gesloten.
                                    De voorzitter verdeelt in dat geval de beschikbare tijd naar
                                    billijkheid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 32 Stemverklaring</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36660_0_3_22_93_">Na het sluiten van de beraadslaging
                                    en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het
                                    recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_94_"> Onmiddellijk nadat de
                                    beraadslaging over enig punt gesloten is verklaard, wordt het in
                                    stemming gebracht, tenzij door geen van de leden stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_95_"> Voordat de stemming over het
                                    voorstel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over
                                    de te nemen eindbeslissing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_96_"> Stemming geschiedt door zitten en
                                    opstaan, tenzij een van de leden stemming bij hoofdelijke
                                    oproeping vraagt; in dat geval vindt hoofdelijke oproeping
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_97_"> Een lid is bevoegd, ingeval geen
                                    hoofdelijke stemming plaatsheeft, zonder opgave van reden
                                    aantekening in de notulen te verzoeken dat hij geacht wil worden
                                    te hebben tegengestemd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_98_"> Indien op een onderwerp
                                    amendementen zijn ingediend, gaat de stemming daarover aan die
                                    over het onderwerp vooraf, met dien verstande, dat het
                                    amendement van de verste strekking het eerst in stemming komt.
                                    Bij verschil van inzicht over de strekking van een amendement
                                    beslist de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_99_"> De stemming over een subamendement
                                    vindt plaats vóór die over het amendement waarop het betrekking
                                    heeft, met dien verstande, dat voor de volgorde van de
                                    stemmingen over subamendementen dezelfde regels gelden als die
                                    welke voor amendementen zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_100_"> Indien aangaande een aanhangig
                                    onderwerp een motie is ingediend, wordt eerst over het onderwerp
                                    gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan op voorstel van
                                    de voorzitter of van één of meer leden besluiten van deze
                                    volgorde af te wijken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_101_"> Indien de orde van de vergadering
                                    dit eist, kan de voorzitter, in afwijking van het bepaalde in
                                    het eerste lid, het tijdstip van stemming bepalen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_23_102_"> De voorzitter deelt de uitslag na
                                    afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor
                                    en tegen uitgebrachte stemmen, onder vermelding van de naam van
                                    de fracties of leden. Hij doet daarbij tevens de mededeling van
                                    het genomen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Hoofdelijke stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_24_103_"> Behoudens de gevallen waarin de
                                    leden zich volgens de Gemeentewet [6] van stemming moeten
                                    onthouden, en behoudens het geval voorzien in het vierde lid, is
                                    ieder in de vergadering aanwezig lid verplicht, bij hoofdelijke
                                    stemming zijn stem uit te brengen met het woord "voor" of
                                    "tegen" zonder enige bijvoeging. [7]</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_24_104_"> Vóór iedere te houden hoofdelijke
                                    stemming wordt door het lot bepaald welk lid het eerst zijn stem
                                    uitbrengt. De leden worden voor het uitbrengen van hun stem door
                                    de voorzitter, of op zijn aanwijzing door de griffier,
                                    afgeroepen, te beginnen met het door het lot aangewezen lid, in
                                    de volgorde waarin hun namen op de alfabetische presentielijst
                                    voorkomen. Indien de voorzitter lid van de raad is, brengt hij
                                    zijn stem als laatste uit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_24_105_"> De loting, in het vorige lid
                                    bedoeld, heeft plaats op een door de voorzitter te bepalen
                                    wijze.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_24_106_"> Indien bij hoofdelijke stemming
                                    blijkt dat het voor de opening van de vergadering vereiste
                                    aantal leden niet meer aanwezig is, kan de voorzitter hetzij de
                                    vergadering voor enige tijd schorsen en haar, indien bij
                                    heropening weer voldoende leden aanwezig blijken te zijn,
                                    voortzetten, hetzij de vergadering sluiten en tegen een later
                                    tijdstip een nieuwe vergadering bijeenroepen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_24_107_"> Een lid dat bij de aanvang van
                                    een stemming niet de presentielijst heeft getekend, neemt aan
                                    deze stemming niet deel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_24_108_"> Wanneer een lid zijn stem heeft
                                    uitgebracht, mag een eerder afgeroepen lid niet meer stemmen of
                                    zijn stem wijzigen. Het laatst afgeroepen lid mag niet meer
                                    stemmen of zijn stem wijzigen wanneer het opmaken van de uitslag
                                    is aangevangen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_24_109_"> Een lid is bevoegd, terstond na
                                    een gehouden hoofdelijke stemming aantekening te verzoeken in de
                                    notulen, dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft
                                    vergist. Deze mededeling heeft geen invloed op de uitslag van de
                                    stemming.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_110_"> Voor benoemingen van personen,
                                    door de raad te doen, zendt het college of het presidium aan de
                                    raad een voordracht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_111_"> De in het eerste lid vermelde
                                    bepaling is niet van toepassing op de benoeming van leden van de
                                    raad die als zodanig deel van een commissie of een bestuur
                                    uitmaken, noch op de benoeming van de commissies, enkel uit
                                    leden van de raad bestaande. Kandidaten voor raadscommissies
                                    worden op schriftelijk voorstel van de fractievoorzitter
                                    voorgedragen. De in het eerste lid vermelde bepaling is evenmin
                                    van toepassing in gevallen waarin wet of verordening anders
                                    bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_112_"> Op voorstel van de voorzitter kan
                                    door gebruikmaking van een daartoe uitgereikt stembiljet een
                                    aantal benoemingen tegelijkertijd plaatshebben, tenzij de raad
                                    daartegen bezwaar blijkt te hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_113_"> Drie leden, door de voorzitter
                                    daartoe benoemd, vormen het stembureau.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_114_"> In bijzondere gevallen kan de
                                    voorzitter meer dan één stembureau instellen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_115_"> De voorzitter verdeelt het
                                    opmaken van de uitslagen over de verschillende stembureaus en
                                    maakt de uitslag van elke stemming bekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_116_"> Elk stembiljet moet duidelijk
                                    aanwijzen de naam van de persoon of personen die men wenst te
                                    benoemen. Niet voldoende duidelijk ingevulde stembiljetten
                                    worden, voor de bepaling van de uitslag, buiten beschouwing
                                    gelaten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_117_"> Indien het college aan de raad
                                    een voordracht, voorstel of aanbeveling van één of meer personen
                                    doet ter vervulling van een vacature, kan een lid dat de
                                    voorgedragen persoon of personen niet geschikt acht voor de
                                    vervulling van die vacature, een tegenstem uitbrengen; voor de
                                    bepaling van de uitslag telt deze stem mee.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_118_"> In geval van twijfel over de
                                    inhoud van een biljet beslist het stembureau.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_25_119_"> Indien de raad beslist dat bij
                                    enige stemming een onregelmatigheid zich heeft voorgedaan die
                                    van invloed heeft kunnen zijn op de bepaling van de uitslag, is
                                    de stemming nietig. In dit geval heeft terstond een nieuwe
                                    stemming plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_26_120_"> Wanneer bij een meervoudige
                                    voordracht de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_26_121_"> Wanneer ook bij deze tweede
                                    stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen,
                                    heeft een derde stemming plaats over de twee personen die bij de
                                    tweede stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Zijn bij de
                                    tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen
                                    verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt over welke
                                    twee personen de derde stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_26_122_"> Indien bij tussenstemming of bij
                                    de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het
                                    lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_27_123_"> Indien bij een stemming over
                                    personen, ingevolge het bepaalde in artikel 36, derde lid,
                                    loting wordt vereist, geschiedt deze loting door de leden van
                                    het stembureau, van wie één de namen van de desbetreffende
                                    personen elk afzonderlijk op uiterlijk niet te onderscheiden
                                    briefjes schrijft, de tweede deze briefjes naziet en ze in
                                    vieren gevouwen in een daartoe bestemde bus werpt, en de derde
                                    één van de briefjes uit de bus trekt en de naam welke daarop
                                    staat, opleest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36660_0_3_27_124_"> De voorzitter neemt daarna het
                                    (de) overblijvende briefje(s) uit de bus en ziet dit (deze) na.
                                    Bij het in orde bevinden is hij wiens naam het eerst uit de bus
                                    is getrokken, benoemd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 38 Voordracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een voorstel van het college aan de raad moet in ieder geval
                                bestaan uit: </al><al> - de tekst van het te nemen besluit; </al><al> - de vermelding van de wettelijke grondslag van het te nemen
                                besluit, met een korte toelichting; </al><al> - de beschrijving van de bestuurlijke context van het te nemen
                                besluit; </al><al> - de onderbouwing van het te nemen besluit; </al><al> - de financiële toelichting, indien van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_1_2_"> Een voorstel van het college aan de raad
                                dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet
                                worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_1_3_"> Indien de raad van oordeel is dat een
                                voorstel als bedoeld in het eerste lid, voor advies moet worden
                                teruggezonden aan het college, bepaalt de raad in welke vergadering
                                het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39 Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_2_4_"> Een lid kan een initiatiefvoorstel: een
                                voorstel van een raadslid, uitmondend in een ontwerpbesluit; bij de
                                voorzitter van de desbetreffende raadscommissie indienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_2_5_"> De indiening geschiedt schriftelijk en
                                ondertekend door de indiener(s), waarbij gebruik wordt gemaakt van
                                het door de griffie verstrekt sjabloon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_2_6_"> De griffier van de desbetreffende
                                raadscommissie draagt er zorg voor dat het initiatiefvoorstel zo
                                spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en het college
                                wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_2_7_"> Het college wordt in de gelegenheid
                                gesteld het initiatiefvoorstel binnen vier weken na indiening van
                                een reactie te voorzien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_2_8_"> Het initiatiefvoorstel wordt zo spoedig
                                mogelijk nadat het in de desbetreffende raadscommissie is besproken,
                                door de raad behandeld. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_2_9_"> Initiatiefvoorstellen worden op dezelfde
                                wijze aanhangig gemaakt als door het college ingediende voorstellen,
                                met dien verstande dat de initiatiefnemer in de plaats treedt van
                                het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40 Amendement</titel></kop><lid><lidnr/><al><cursief>Indiening</cursief></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_10_"> Een lid kan tot het sluiten van de
                                beraadslaging een amendement indienen. Een amendement kan het
                                voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer
                                onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming kan
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_11_"> Alleen beraadslaagd kan worden over
                                amendementen die zijn ingediend door leden die de presentielijst
                                hebben getekend en in de vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_12_"> Een lid is bevoegd, tijdens de
                                beraadslagingen, op het amendement dat door een lid is ingediend,
                                een wijziging voor te stellen (subamendement). </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_13_"> Elk (sub)amendement moet om in
                                behandeling te kunnen worden genomen, schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend. Een amendement wordt opgesteld met gebruikmaking
                                van het door de griffie verstrekt sjabloon.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_14_"> Een (sub)amendement wordt zodanig
                                geformuleerd dat de tekst ervan geschikt is om in het ontwerpbesluit
                                te worden verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_15_"> De eerste ondertekenaar van een
                                amendement is bevoegd de strekking daarvan beknopt mondeling toe te
                                lichten, alvorens ondersteuning van het amendement wordt
                                gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_16_"> Een amendement wordt aangeduid met de
                                naam van de indiener(s).</al></lid><lid><lidnr/><al><cursief>Toelaatbaarheid</cursief></al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_17_"> Een amendement is ontoelaatbaar, indien
                                het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel, of
                                indien er tussen de materie van het amendement en die van het
                                voorstel geen rechtstreeks verband bestaat.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_18_"> Een amendement wordt geacht toelaatbaar
                                te zijn zolang de raad het niet ontoelaatbaar heeft verklaard. Een
                                daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met onderbreking van orde,
                                worden gedaan hetzij door de voorzitter, hetzij door een van de
                                leden.</al></lid><lid><lidnr/><al><cursief>Wijziging en intrekking</cursief></al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_19_"> Een amendement kan, voordat de stemming
                                hierover plaatsvindt, door de eerste ondertekenaar van het
                                amendement worden gewijzigd of ingetrokken. In geval van wijziging
                                wordt het amendement ingetrokken en wordt de gewijzigde versie
                                opnieuw schriftelijk bij de voorzitter ingediend. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_3_20_"> Een medeondertekenaar van een
                                amendement is bevoegd, voordat de stemming plaatsvindt, zijn steun
                                aan het amendement in te trekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 41 Motie</titel></kop><lid><lidnr/><al><cursief>Indiening</cursief></al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_21_"> Een ter vergadering aanwezig lid dat de
                                presentielijst heeft getekend, kan tot het sluiten van de
                                beraadslaging een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_22_"> Een motie moet om in behandeling te
                                kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden
                                ingediend. Een motie wordt opgesteld met gebruikmaking van het door
                                de griffie verstrekt sjabloon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_23_"> De behandeling van een motie over een
                                aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging
                                over dat onderwerp of voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_24_"> De eerste ondertekenaar van een motie
                                is bevoegd, de strekking daarvan beknopt mondeling toe te lichten,
                                alvorens stemming over de motie plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_25_"> Een motie wordt aangeduid met de naam
                                van de indiener(s).</al></lid><lid><lidnr/><al><cursief>Wijziging en intrekking.</cursief></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_26_"> Een motie kan, voordat de stemming
                                plaatsvindt, door de eerste ondertekenaar van de motie worden
                                gewijzigd of ingetrokken. In geval van wijziging wordt de motie
                                ingetrokken en wordt de gewijzigde versie opnieuw schriftelijk bij
                                de voorzitter ingediend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_27_"> Een medeondertekenaar van een motie is
                                bevoegd, voordat de stemming plaatsvindt, zijn steun aan de motie in
                                te trekken.</al></lid><lid><lidnr/><al><cursief>Afhandeling c.q. uitvoering.</cursief></al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_28_"> Een aangenomen motie wordt binnen
                                dertien weken na stemming in de raadsvergadering afgehandeld c.q.
                                uitgevoerd, tenzij in de motie een ander tijdstip van afhandeling is
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_29_"> Indien een motie is uitgevoerd c.q.
                                afgehandeld, meldt het college dit ingeval nadere besluitvorming
                                noodzakelijk is, in een voordracht aan de raad. Indien nadere
                                besluitvorming achterwege kan blijven en de motie als afgedaan kan
                                worden beschouwd, meldt het college dit schriftelijk en voorzien van
                                een deugdelijke toelichting aan de raad, welke mededeling op de
                                lijst van ingekomen stukken voor de eerstvolgende vergadering na
                                melding wordt geplaatst en in afschrift naar de meest betrokken
                                raadscommissie wordt gezonden.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_30_"> Indien een aangenomen motie niet is
                                afgehandeld c.q. uitgevoerd binnen de termijn van dertien weken na
                                stemming in de raadsvergadering, geeft het college schriftelijk
                                inzicht in de redenen daarvan. Het presidium beslist of de motie zal
                                worden opgenomen in de conceptagenda voor de eerstvolgende
                                vergadering.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_4_31_"> Indien het college geen uitvoering
                                geeft aan een door de raad aangenomen motie, wordt hiervan binnen de
                                termijn van dertien weken na stemming in de raadsvergadering, onder
                                opgave van reden, kennis gedaan aan de raad door middel van een
                                voordracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42 Actualiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_32_"> Een lid kan, indien een zaak een
                                spoedeisend karakter heeft, een actualiteit indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_33_"> Er is sprake van spoedeisendheid
                                wanneer beraadslaging of besluitvorming in een volgende
                                raadsvergadering overbodig of niet meer aan de orde zou zijn,
                                bijvoorbeeld door besluitvorming van derden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_34_"> De reden van spoed wordt door de
                                indiener vermeld op de actualiteit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_35_"> De actualiteit kan gericht zijn op het
                                verkrijgen van een raadsuitspraak door middel van het indienen van
                                een motie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_36_"> Een actualiteit beslaat in de regel
                                maximaal één pagina tekst, waarbij gebruik wordt gemaakt van het
                                door de griffie verstrekt sjabloon.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_37_"> Een actualiteit wordt ten minste 24 uur
                                voorafgaand aan de vergadering schriftelijk of digitaal ter attentie
                                van de voorzitter ingediend bij de griffier, op een supplementagenda
                                geplaatst en gepubliceerd in afdeling 1 van het Gemeenteblad. Een
                                afschrift van de actualiteit, de omschrijving van het onderwerp en
                                de reden van spoedeisendheid worden zo spoedig mogelijk door de
                                griffier gezonden aan de raad, het fractievoorzittersoverleg en het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_38_"> Het fractievoorzittersoverleg toetst de
                                actualiteit op spoedeisendheid en geeft hieromtrent een advies aan
                                de raad. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_39_"> De wijze van behandeling van de
                                actualiteit is analoog aan die van de behandeling van een
                                voordracht.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_40_"> Een actualiteit wordt in de agenda
                                toegevoegd aan de te behandelen onderwerpen binnen de portefeuille
                                waarop de actualiteit betrekking heeft, conform het bepaalde in
                                artikel 13, zesde lid.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_5_41_"> Een actualiteit wordt afgehandeld in
                                dezelfde vergadering als die waarin de desbetreffende actualiteit is
                                ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 43 Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_6_42_"> Een lid kan de raad verlof vragen tot
                                het houden van een interpellatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_6_43_"> Een interpellatie kan gericht zijn op
                                het verkrijgen van een raadsuitspraak, door middel van het indienen
                                van een motie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_6_44_"> De voorzitter kan de raad voorstellen
                                de interpellatie niet te houden, indien over hetzelfde onderwerp
                                schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording
                                nog niet is verstreken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_6_45_"> Het verzoek tot het mogen houden van
                                een interpellatie wordt schriftelijk of digitaal, in de vorm van een
                                duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                worden verlangd, alsmede van de te stellen vragen, ten minste 48 uur
                                voorafgaand aan de vergadering ter attentie van de voorzitter
                                ingediend bij de griffier. Hierbij wordt gebruikgemaakt van het door
                                de griffie verstrekt sjabloon. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_6_46_"> Een afschrift van dit verzoek, de
                                omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen worden zo
                                spoedig mogelijk door de griffier gezonden aan de raad, het
                                fractievoorzittersoverleg en het college.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_6_47_"> Bij de behandeling van een
                                interpellatie geldt als eerste termijn de toelichting van de
                                interpellant en het antwoord daarop van het college of de
                                burgemeester. Aan de gedachtewisseling kan in tweede termijn door de
                                overige leden worden deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_6_48_"> Voor het houden van een interpellatie
                                heeft de interpellant tien minuten extra spreektijd in eerste
                                termijn en vijf minuten extra in tweede termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 44: Het vragenuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_49_"> Een lid kan het college of de
                                burgemeester mondelinge vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_50_"> Het lid dat tijdens het vragenuur
                                vragen wil stellen, meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp,
                                schriftelijk aan. De aanmelding moet uiterlijk op de dag van de
                                vergadering om 11.00 uur binnen zijn bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_51_"> De voorzitter kan de raad voorstellen
                                een onderwerp niet aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp
                                niet voldoende nauwkeurig omschreven acht, er reeds schriftelijke
                                vragen over hetzelfde onderwerp zijn gesteld dan wel het onderhavige
                                onderwerp in dezelfde raadsvergadering aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_52_"> De voorzitter bepaalt de volgorde
                                waarin de aangemelde vragen tijdens het vragenuur aan de orde worden
                                gesteld, gehoord het fractievoorzittersoverleg.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_53_"> In het fractievoorzittersoverleg zal
                                een voorstel tot behandeling worden gedaan over mondelinge vragen
                                van verschillende indieners die over hetzelfde onderwerp gaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_54_"> Het vragenuur vindt in de regel plaats
                                tijdens iedere vergadering, aan het begin van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_55_"> Aan het begin van de vergadering maakt
                                de voorzitter melding van de aangemelde onderwerpen van de
                                vragen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_56_"> De vragensteller wordt voor hoogstens
                                twee minuten het woord verleend om aan het college of de
                                burgemeester vragen te stellen. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_57_"> Het college of de burgemeester wordt
                                voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te
                                beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_58_"> Na de beantwoording wordt de
                                vragensteller één minuut het woord verleend om aan het college of de
                                burgemeester aanvullende vragen te stellen. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_59_"> Het college of de burgemeester wordt
                                voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen te
                                beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_60_"> De voorzitter kan aan andere leden,
                                ieder voor ten hoogste één minuut, het woord verlenen om vragen te
                                stellen over hetzelfde onderwerp. </al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_61_"> Aan het college of de burgemeester
                                wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen
                                van het lid te beantwoorden. Na iedere gestelde vraag wordt antwoord
                                gegeven door het college of de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_62_"> Tijdens het vragenuur zijn interrupties
                                niet toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_63_"> Tijdens het vragenuur kan geen verlof
                                worden gevraagd tot het houden van een interpellatie, noch kunnen
                                moties worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>16.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_7_64_"> Onderwerpen die aan het einde van het
                                vragenuur nog niet aan de orde zijn gekomen, komen te vervallen. De
                                indiener kan het onderwerp voor het volgende vragenuur opnieuw
                                aanmelden conform het bepaalde in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45 Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_65_"> Een lid kan het college of de
                                burgemeester schriftelijk vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_66_"> Schriftelijke vragen worden kort en
                                duidelijk geformuleerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_67_"> De vragen worden ter attentie van de
                                voorzitter van de raad bij de griffier ingediend. Deze draagt er
                                zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                overige leden en het college worden gebracht en maakt deze
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_68_"> Vragen worden schriftelijk of digitaal
                                ingediend met gebruikmaking van het door de griffie verstrekt
                                sjabloon.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_69_"> Indien bij de voorzitter van de raad
                                tegen het doorsturen ter beantwoording van de vragen bezwaar bestaat
                                uit oogpunt van vorm en inhoud, wordt daarvan aan het desbetreffende
                                lid mededeling gedaan. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer de
                                vragen een onderwerp betreffen dat niet binnen de bevoegdheden van
                                het gemeentebestuur valt, er reeds gelijkluidende vragen door een
                                ander lid zijn ingediend, of wanneer behandeling van het
                                desbetreffende onderwerp op korte termijn voorzien is in een
                                raadscommissie of de raad dan wel onderwerp is van een
                                raadsonderzoek c.q. raadsenquête. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_70_"> Bestaat zodanig bezwaar niet, dan is de
                                burgemeester of het college gehouden, de vragen zo spoedig mogelijk
                                en in ieder geval binnen vier weken na indiening schriftelijk te
                                beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_71_"> De vragen en antwoorden worden in
                                afdeling 1 van het Gemeenteblad opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H36678_0_0_8_72_"> Indien de vragen niet binnen een
                                termijn van vier weken na indiening zijn beantwoord, worden zij
                                geagendeerd voor behandeling in de eerstvolgende vergadering van de
                                meest betrokken raadscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46 Termijnagenda</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36678_0_0_9_73_">De termijnagenda wordt tweemaal per
                                jaar, te weten: medio maart en medio september, geagendeerd voor
                                bespreking in de raadsvergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 47 Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36678_0_0_10_74_">De raad kan op voorstel van één of meer
                                van zijn leden een onderzoek instellen naar het door het college of
                                de burgemeester gevoerde bestuur [8], dan wel een vooronderzoek naar
                                het nut of de noodzaak van een eventueel onderzoek. De voorwaarden
                                omtrent de instelling van een onderzoek of vooronderzoek zijn in een
                                afzonderlijke verordening vastgelegd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 48 Procedure begroting</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36679_0_0_1_1_">Onverminderd het bepaalde in de
                                Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de
                                behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een
                                procedure die de raad, op voorstel van het presidium en het
                                fractievoorzittersoverleg, vaststelt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49 Procedure jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36679_0_0_2_2_">Onverminderd het bepaalde in de
                                Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de
                                jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de
                                jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een
                                procedure die de raad, op voorstel van het presidium en het
                                fractievoorzittersoverleg, vaststelt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 50 Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36680_0_0_1_1_"> Een lid, de burgemeester, een wethouder
                                of de secretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op
                                de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het
                                sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het
                                algemeen bestuur als bedoeld, aan de orde zijn. Door de raad
                                gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar
                                de desbetreffende raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36680_0_0_1_2_"> Ieder lid kan aan een persoon als
                                bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels
                                voor het opstellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel
                                45, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H36680_0_0_1_3_"> Wanneer een lid een persoon als bedoeld
                                in het eerste lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn
                                wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het
                                toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen,
                                vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H36680_0_0_1_4_"> Dit artikel is van overeenkomstige
                                toepassing op andere organisaties of instituties waarin de raad één
                                van zijn leden heeft benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overig</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 51 Toehoorders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36681_0_0_1_1_"> De voorzitter zorgt voor de handhaving
                                van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op
                                enigerlei wijze door de toehoorders wordt verstoord, deze en, zo
                                nodig, andere toehoorders te doen vertrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36681_0_0_1_2_"> De voorzitter is bevoegd toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, voor ten hoogste
                                drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H36681_0_0_2_3_"> Tijdens de vergadering kunnen er door of
                                in opdracht van de griffier geluid- en beeldregistraties worden
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H36681_0_0_2_4_"> Degenen die in de raadzaal tijdens de
                                vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan
                                vóór de aanvang van de vergadering mededeling aan de voorzitter en
                                gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 53 Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36681_0_0_3_5_">Het is verboden tijdens de vergadering te
                                telefoneren in de raadzaal, met inbegrip van de publieke
                                tribune.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 54 Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36681_0_0_4_6_">In gevallen waarin dit reglement niet
                                voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van dit reglement
                                beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 55 Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H36681_0_0_5_7_">Dit reglement treedt een dag na
                                publicatie in afdeling 3A van het Gemeenteblad in werking.</al></lid><lid><lidnr/><al><cursief>Voetnoten</cursief></al></lid><lid><lidnr/><al>[1] Zie verder de Verordening op de raadscommissies.</al></lid><lid><lidnr/><al>[2] Artikel 25, lid 1: “De raad kan op grond van een belang, genoemd
                                in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in
                                een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de
                                stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
                                Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde
                                wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door
                                hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het
                                behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de
                                raad haar opheft.” Lid 2: “Op grond van een belang, genoemd in
                                artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding
                                eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een
                                commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad
                                overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.” </al></lid><lid><lidnr/><al>[3] Zie voetnoot 2.</al></lid><lid><lidnr/><al>[4] Artikel 24 van de Gemeentewet: “In een besloten vergadering kan
                                niet worden beraadslaagd of besloten over: a) de toelating van nieuw
                                benoemde leden; b) de vaststelling en wijziging van de begroting en
                                de vaststelling van de jaarrekening; c) de invoering, wijziging en
                                afschaffing van gemeentelijke belastingen, en d) de benoeming en het
                                ontslag van wethouders.</al></lid><lid><lidnr/><al>[5] De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad
                                overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in
                                zijn eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door
                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht,
                                wordt bekrachtigd.</al></lid><lid><lidnr/><al>[6] Zie Gemeentewet artikel 28, lid 1 en lid 3. Lid 1: “Een lid van
                                de raad neemt niet deel aan de stemming over: a) een aangelegenheid
                                die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij
                                hij als vertegenwoordiger is betrokken; b) de vaststelling of
                                goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig
                                is of tot welks bestuur hij behoort.” Lid 3: “Een lid van de raad
                                neemt niet deel aan de stemming indien het een benoeming betreft die
                                hem persoonlijk aangaat. Dat is wanneer hij behoort tot de personen
                                tot wie de keuze door een voordracht is beperkt”.</al></lid><lid><lidnr/><al>[7] Zie de Gemeentewet, artikel 32, lid 2.</al></lid><lid><lidnr/><al>[8] Zie artikel 155a van de Gemeentewet.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>