<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73989_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Zwijndrecht 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 07-01-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Zwijndrecht 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003420&amp;artikel=141&amp;g=2003-12-17">Wet op het primair onderwijs, artikel 141</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0002399&amp;artikel=96 g en h&amp;g=2003-12-17">Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 96 g en h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Twee bijlagen toegevoegd</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/12664</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Zwijndrecht
            2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Z w i j n d r e c h t ;</al><al/><al>Overwegende, dat het gewenst is de toekenning van voorzieningen in het kader
                        van aanvullend gemeentelijk beleid ten aanzien van het onderwijs bij
                        verordening te regelen;</al><al/><al>Gezien het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de
                        schoolbesturen;</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in artikel 141 van de Wet op het primair onderwijs en
                        artikel 96g en 96h van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al/><al>B e s l u i t :</al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>De raad</onderstreept>: de gemeenteraad;</al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Burgemeester en Wethouders</onderstreept>: het
                                    college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>Schoolbestuur</onderstreept>: een bevoegd gezag
                                    van een volgens de Wet op het primair onderwijs, en de Wet op
                                    het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen
                                    openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze
                                    verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de
                                    hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente;</al></li><li nr="4."><al><onderstreept>School:</onderstreept> een school voor
                                    basisonderwijs, een school voor speciaal basisonderwijs, school
                                    of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                    onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs en voor
                                    voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs;</al></li><li nr="5."><al><onderstreept>Voorziening:</onderstreept> een voorziening zoals
                                    opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al><onderstreept>Aanvullende voorziening</onderstreept>: een door
                                    burgemeester en wethouders vastgestelde nieuwe voorziening
                                    waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld;</al></li><li nr="7."><al><onderstreept>Indieningsdatum:</onderstreept> uiterste moment
                                    zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van de verordening,
                                    waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste
                                    daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend;</al></li><li nr="8."><al><onderstreept>Toekenningscriteria:</onderstreept> de
                                    omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van
                                    deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt
                                    voor een voorziening of een aanvullende voorziening;</al></li><li nr="9."><al><onderstreept>Tijdvak:</onderstreept> periode zoals opgenomen in
                                    de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een
                                    voorziening wordt toegekend;</al></li><li nr="10."><al><onderstreept>Subsidieplafond:</onderstreept> het door de raad
                                    of burgemeester en wethouders vastgestelde bedrag, voor een door
                                    de raad aangewezen voorziening, dat ten hoogste beschikbaar is
                                    binnen een bepaald tijdvak;</al></li><li nr="11"><al><onderstreept>Feitelijke beschikbaarstelling:</onderstreept> de
                                    beschikking van burgemeester en wethouders waarbij een
                                    voorziening of aanvullende voorziening in nature beschikbaar
                                    wordt gesteld;</al></li><li nr="12"><al><onderstreept>Subsidievaststelling:</onderstreept> de
                                    beschikking van burgemeester en wethouders waarbij een
                                    voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het
                                    subsidiebedrag voor een voorziening of een aanvullende
                                    voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en verdelingsregels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor een voorziening een
                                    subsidieplafond vaststellen, waarbij wordt bepaald hoe het
                                    beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders nemen daarbij de gemeentebegroting
                                    in acht.</al></li><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders maken het subsidieplafond en de
                                    wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes
                                    weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvullende voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de verordening
                                    tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen de toekenningscriteria vast
                                    waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Jaarlijks overzicht</titel></kop><al>Jaarlijks vóór 1 oktober zenden burgemeester en wethouders aan de
                            schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening
                            toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 augustus
                            van het voorafgaande jaar tot en met 31 juli van het jaar van
                            toezending.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>PROCEDURES</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Toevoegen, wijzigen en intrekken</titel></kop><al>Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen,
                                wijzigen of intrekken van een voorziening wordt uiterlijk zes weken
                                voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend gemaakt door
                                burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste
                                        daaropvolgende tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum
                                        een aanvraag in bij burgemeester en wethouders. De
                                        indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de
                                        voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is
                                        voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de
                                        indieningsdatum is ingediend, besluiten burgemeester en
                                        wethouders om de aanvraag niet te behandelen. Bij de
                                        indiening van een aanvraag en de verstrekking van de
                                        gegevens dient het schoolbestuur gebruik te maken van het
                                        door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier.</al></li><li nr="2."><al> De aanvraag vermeldt:</al><al>a. Naam en adres van het schoolbestuur;</al><al>b. De dagtekening;</al><al>c. De gewenste voorziening;</al><al>d. De naam van de school en de onderwijssoort indien de
                                        voorziening is bestemd voor een school;</al><al>e. Een motivering dat wordt voldaan aan de
                                        toekenningscriteria.</al></li><li nr="3."><al> Bij het ontbreken van een of meer gegevens delen
                                        burgemeester en wethouders dit schriftelijk mee aan het
                                        schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de
                                        gelegenheid, om binnen drie weken na de datum van verzending
                                        van de mededeling, de gegevens schriftelijk aan te vullen.
                                        Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen
                                        deze termijn verstrekt, beslissen burgemeester en wethouders
                                        de aanvraag niet te behandelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na
                                        de indieningsdatum op een aanvraag. Indien ten aanzien van
                                        een voorziening geen indieningsdatum is voorgeschreven,
                                        beslissen burgemeester en wethouders binnen twaalf weken na
                                        ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van twaalf
                                        weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt
                                        uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van
                                        twaalf weken hiervan door burgemeester en wethouders
                                        schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur.
                                        Hierbij geven zij de reden voor de verlenging aan.</al></li><li nr="3."><al> Burgemeester en wethouders stellen binnen twee weken na de
                                        datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur
                                        hiervan schriftelijk in kennis.</al></li><li nr="4."><al>Het niet beslissen binnen de termijn als genoemd in het
                                        eerste of tweede lid, eerste zin staat gelijk aan een
                                        beschikking tot toekenning van de voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders weigeren de voorziening in ieder geval,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van
                                        de verordening;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;</al></li><li nr="c."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst,
                                        dient een aanvraag in bij burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na
                                        ontvangst van de aanvraag of binnen acht weken na de
                                        verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken
                                        na de datum van de beschikking stellen burgemeester en
                                        wethouders het schoolbestuur hiervan schriftelijk in
                                        kennis.</al></li><li nr="2."><al>Het niet beslissen binnen de termijn staat gelijk aan een
                                        beschikking tot toekenning van de voorziening;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders weigeren de aanvullende voorziening in
                                ieder geval, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening is,
                                        zoals bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Toekenning, uitvoering beschikking subsidieverlening; intrekking
                                of wijziging; verbod vervreemding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud beschikking tot toekenning; betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking van burgemeester en wethouders tot toekenning
                                        van een voorziening of een aanvullende voorziening kan
                                        inhouden:</al><al>a. Feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening;
                                        of</al><al>b. Een subsidieverlening; of</al><al>c. Een subsidievaststelling.</al></li><li nr="2."><al>De beschikking bevat:</al><al>a. Het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is
                                        toegekend;</al><al>b. De wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient
                                        uit te voeren. </al></li><li nr="3."><al> De beschikking tot subsidieverlening of
                                        subsidievaststelling bevat voorts:</al><al>a. Het bedrag van de subsidie, of indien de beschikking tot
                                        subsidieverlening het bedrag niet vermeldt, het bedrag
                                        waarop de subsidie ten hoogste wordt vastgesteld;</al><al>b. Het bedrag van het voorschot, of de wijze van
                                        vaststelling daarvan, indien de beschikking tot
                                        subsidieverlening bepaalt, dat burgemeester en wethouders
                                        een voorschot verlenen;</al><al>c. Voorzover van belang de wijze waarop rekening en
                                        verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan
                                        burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="4."><al> De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken
                                        na de subsidievaststelling plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Uitvoering beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Na een beschikking tot subsidieverlening dient het
                                        schoolbestuur uiterlijk acht weken na afloop van het tijdvak
                                        waarvoor de voorziening is toegekend een aanvraag tot
                                        subsidievaststelling in. Burgemeester en wethouders stellen
                                        de subsidie ambtshalve vast indien de aanvraag achterwege
                                        blijft.</al></li><li nr="2."><al> Bij de aanvraag toont het schoolbestuur aan dat de aan de
                                        subsidieverlening verbonden verplichtingen als genoemd in
                                        artikel 12 zijn nagekomen.</al></li><li nr="3."><al> Indien het schoolbestuur niet of niet voldoende aantoont
                                        dat de verplichtingen zijn nagekomen, delen burgemeester en
                                        wethouders dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur.
                                        Hierbij geven zij aan op welke onderdelen het schoolbestuur
                                        aanvullende informatie moet verschaffen. Daarbij krijgt het
                                        schoolbestuur de gelegenheid om binnen vier weken na
                                        ontvangst van de mededeling de gevraagde informatie
                                        schriftelijk te verschaffen. Indien het schoolbestuur de
                                        gevraagde informatie niet binnen deze termijn verstrekt,
                                        stellen burgemeester en wethouders de subsidie ambtshalve
                                        vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Subsidievaststelling volgend op verlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na
                                        de indiening van de aanvraag als bedoeld in artikel 13 of
                                        binnen acht weken na de verstrekking van de aanvullende
                                        informatie. Binnen twee weken na de datum van de beschikking
                                        stellen burgemeester en wethouders het schoolbestuur hiervan
                                        schriftelijk in kennis.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders betalen het subsidiebedrag onder
                                        verrekening van de betaalde voorschotten, overeenkomstig de
                                        subsidievaststelling. De betaling vindt binnen zes weken na
                                        de subsidievaststelling plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Intrekken of wijzigen beschikking tot feitelijke
                                    beschikbaarstelling of subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking tot
                                        feitelijke beschikbaarstelling of subsidievaststelling
                                        intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen:</al><al>a. Op grond van feiten en omstandigheden waarvan
                                        burgemeester en wethouders bij de toekenning van de
                                        voorziening redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en
                                        op grond waarvan de toekenning van de voorziening anderszins
                                        zou hebben plaatsgevonden;</al><al>b. Indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de
                                        beschikking gestelde verplichtingen;</al><al>c. Indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur
                                        dit wist of behoorde te weten;</al></li><li nr="2."><al> De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het
                                        tijdstip van toekenning van de voorziening, tenzij bij de
                                        intrekking of wijziging anders is bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Intrekken of wijzigen beschikking tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kunnen burgemeester
                                        en wethouders een beschikking tot subsidieverlening
                                        intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al> Het bepaalde in artikel 15, eerste lid, onder b en
                                                c van toepassing is;</al></li><li nr="b."><al>De voorziening niet of niet geheel heeft
                                                plaatsgevonden, of zal plaatsvinden;</al></li><li nr="c."><al> Het schoolbestuur onjuiste of onvolledige gegevens
                                                heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
                                                volledige gegevens tot een andere beschikking zou
                                                hebben geleid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het
                                        tijdstip van toekenning van de voorziening, tenzij bij de
                                        intrekking of wijziging anders is bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen
                                worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is
                                vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in artikel 13,
                                eerste lid onder b, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken.</al><al>Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde voorzieningen kunnen
                                worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de voorziening is
                                toegekend nog geen vijf jaren zijn verstreken en de aard van de
                                voorziening dit mogelijk maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verbod tot vervreemding</titel></kop><al>Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze
                                verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder
                                toestemming van burgemeester en wethouders tenzij sprake is van een
                                overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg
                                van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander
                                schoolbestuur.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van burgemeester en wethouders
                            nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het
                            bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Beslissing van burgemeester en wethouders in gevallen, waarin
                                deze verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening
                                    materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente
                                    Zwijndrecht 2003’;</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het
                                    verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van haar
                                    bekendmaking en werkt terug tot en met 1 augustus 2003.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2003.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>‘Voorziening haalbaarheidsonderzoek’</titel></kop><al><vet>I Aanduiding van de voorziening</vet></al><al>Onderzoek naar de mogelijkheden om te komen tot het realiseren van één van de
                    volgende voorzieningen huisvesting onderwijs:</al><al>a. nieuwbouw, en</al><al>b. vervangende nieuwbouw.</al><al/><al><vet>II Datum indienen aanvraag</vet></al><al>1. De aanvraag voor het bekostigen van deze voorziening moet jaarlijks worden
                    ingediend voor 1 februari van het jaar waarin het programma voorzieningen
                    huisvesting onderwijs voor het daaropvolgende jaar wordt vastgesteld.</al><al>2. Aanvragen die na de in het eerste lid genoemde datum worden ingediend worden
                    door het college niet in behandeling genomen.</al><al/><al><vet>III Periode waarvoor de voorziening wordt toegekend</vet></al><al>De voorziening wordt toegekend voor het kalenderjaar waarop het vastgestelde
                    programma voorzieningen huisvesting onderwijs van toepassing is.</al><al/><al><vet>IV Criteria voor het vaststellen van een voorziening</vet></al><al>Aanspraak op deze voorziening ontstaat op het moment dat het voornemen bestaat
                    te komen tot het realiseren van een uitbreidingsgebied of een herstructurering
                    van een wijk, waarbij onderzoek moet uitwijzen of één van de onder I genoemde
                    voorzieningen moet worden gerealiseerd. Het onderzoek moet uitwijzen:</al><al>a. dat een voorziening noodzakelijk is;</al><al>b. de omvang van deze voorziening, mogelijk in relatie met het realiseren van
                    een multifunctionele accommodatie, en</al><al>c. de locatie van de voorziening in relatie met herschikking van de
                    schoolgebouwen respectievelijk met herstructurering van een wijk.</al><al/><al><vet>V Wijze waarop de voorziening wordt toegekend</vet></al><al>1. De omvang van voorziening wordt door het college berekend in relatie met het
                    ontwikkelen van:</al><lijst><li nr="a."><al> een meerjarenperspectief voor de omvang en spreiding van de
                            voorzieningen huisvesting onderwijs, en</al></li><li nr="b."><al> een projectplan in relatie met de herstructurering van een wijk.</al></li></lijst><al>2. De voorziening wordt beschikbaar gesteld aan of het schoolbestuur tenzij het
                    college besluit de opdracht te verstrekken voor het haalbaarheidsonderzoek.</al><al/><al><vet>VI Subsidieplafond</vet></al><al>De kosten maken onderdeel uit van de totale kosten van de planontwikkeling en
                    worden per afzonderlijk krediet beschikbaar geteld. Er geldt geen
                    bekostigingsplafond.</al><al/><al><vet>VII Verantwoording</vet></al><al>Na het afronden van de werkzaamheden wordt door het bevoegd gezag of het college
                    inzicht gegeven in de gemaakte kosten. Daarbij wordt vermeld of tot de kosten
                    ook behoren de kosten van het maken van een (schets)ontwerp voor de te
                    realiseren accommodatie. Wordt besloten het project te realiseren conform het in
                    het projectplan opgenomen (schets)ontwerp, dan worden de kosten van het maken
                    van het (schets)ontwerp in mindering gebracht op investeringsbedrag dat voor het
                    realiseren van deze voorziening is opgenomen op het programma voorzieningen
                    huisvesting onderwijs.</al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>In de situatie dat een nieuwbouwwijk wordt gerealiseerd, of er een
                    herstructurering van een wijk plaatsvindt wordt over het algemeen eerst een
                    onderzoek ingesteld met de volgende vragen:</al><lijst><li nr="-"><al>wat is de omvang van de (nieuwbouw)wijk</al></li><li nr="-"><al>welk soort woningen worden er gerealiseerd</al></li><li nr="-"><al>is op basis van deze verwachting een basisschool in de (nieuwbouw)wijk
                            noodzakelijk</al></li><li nr="-"><al>wat moet de capaciteit van het schoolgebouw worden</al></li><li nr="-"><al>moeten er meerdere functies in het gebouw komen en zo ja, welke</al></li><li nr="-"><al>welke richting komt in aanmerking voor het realiseren van deze
                            voorziening</al></li><li nr="-"><al>et cetera.</al></li></lijst><al>Dit betekent dat er in principe een haalbaarheidsonderzoek plaatsvindt naar de
                    noodzaak en omvang van de voorzieningen in het gebied, zonder dat er zekerheid
                    bestaat of er een voorziening moet worden gerealiseerd.</al><al/><al>De conclusie op basis van het onderzoek kan zijn dat er geen voorziening wordt
                    gerealiseerd, of dat er een voorziening wordt gerealiseerd. Is de conclusie dat
                    er een voorziening wordt gerealiseerd dat kan het betreffende bevoegd gezag een
                    aanvraag indienen voor het bekostigen van de voorziening. </al><al/><al>De kosten van het haalbaarheidsonderzoek komen volledig voor rekening van de
                    gemeente, tenzij er gedurende het onderzoek kosten zijn gemaakt die een relatie
                    hebben met de ontwikkeling van het bouwplan. Zijn het aanwijsbare kosten, dan
                    worden deze kosten betrokken bij het beschikbaar stellen van het
                    investeringsbedrag op het moment dat de voorziening op het programma is
                    opgenomen. Dit bedrag wordt dan in mindering gebracht op het bedrag dat het
                    bevoegd gezag ontvangt voor het realiseren van de investering. Deze kosten zijn
                    in principe vergelijkbaar met het voorbereidingskrediet, waarvan sprake is in
                    artikel 3 van de ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs’. </al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>‘Voorzieningen lokaal bewegingsonderwijs’</titel></kop><al><vet>I Criteria schoolbestuur dat in aanmerking komt voor een voorziening</vet></al><al>Het bevoegd gezag van een school of nevenvestiging voor:</al><al>a. basisonderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet
                    op het primair onderwijs</al><al>dat juridisch eigenaar is van een school voor (speciaal) basisonderwijs die zich
                    bevindt op het grondgebied van de gemeente en juridisch eigenaar is van lokaal
                    bewegingsonderwijs dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente.</al><al/><al><vet>II Aanduiding van de voorziening</vet></al><al>Onderscheid wordt gemaakt in de voorziening:</al><al>a. aanpassing, bestaande uit: </al><lijst><li nr="1."><al> het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij het lokaal
                            bewegingsonderwijs ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                            gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van het lokaal
                            bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="2."><al> wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw als het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het primair onderwijs en speciaal of voortgezet
                            speciaal onderwijs, omdat:</al><lijst><li nr="A."><al> de netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs
                                    niet minstens 252 vierkante meter netto is en de hoogte niet
                                    minstens 5 meter bedraagt, en</al></li><li nr="B."><al> het lokaal bewegingsonderwijs niet voorzien is van minstens
                                    twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving; </al></li><li nr="4."><al> vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties;</al></li></lijst><al>b. onderhoud,bestaande uit: </al><lijst><li nr="1."><al> vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten; </al></li><li nr="2."><al> vervangen buitenberging of dak buitenberging;</al></li><li nr="3."><al> vervangen rijwielstalling of rijwielstaanders;</al></li><li nr="4."><al> vervangen brandtrap;</al></li><li nr="5."><al> vervangen erfscheiding;</al></li><li nr="6."><al> Vervangen of herstellen riolering of bestrating schoolplein;</al></li><li nr="7."><al> vervangen binnenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk;</al></li><li nr="8."><al> vervangen buitenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk;</al></li><li nr="9."><al> vervangen radiatoren, convectoren of leidingen voor centrale
                            verwarming;</al></li><li nr="10."><al> vervangen dakpannen, inclusief houtwerk, dakrand en goten;</al></li><li nr="11."><al> vervangen boeiboorden.</al></li></lijst><al/><al><vet>III Criteria voor het toekennen van een voorziening</vet></al><al>1. De noodzaak van de voorziening:</al><lijst><li nr="a."><al> maken van voldoende wasgelegenheid is aanwezig als bij het lokaal
                            bewegingsonderwijs geen twee wasgelegenheden zijn;</al></li><li nr="b."><al> maken van voldoende kleedgelegenheid is aanwezig als blijkt dat er geen
                            twee kleedruimten zijn;</al></li><li nr="c."><al> ingebruikneming blijkt uit het feit dat het desbetreffende gebouw niet
                            voldoet aan de inrichtingseisen voor lokalen bewegingsonderwijs voor het
                            basisonderwijs of speciaal basisonderwijs en het geschikt maken van het
                            gebouw met redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college, te
                            verwezenlijken is;</al></li><li nr="d."><al> eisen voortkomend uit wet- en regelgeving blijkt als wordt vastgesteld
                            dat het gebouw niet voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, terwijl
                            onontkoombaar is dat dit verschil op korte termijn moet worden
                            opgeheven;</al></li><li nr="e."><al> blijkt uit het feit dat de oliegestookte verwarmingsinstallatie in een
                            zo slechte conditie verkeert dat vervanging noodzakelijk is, en</al></li><li nr="f."><al> onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of een
                            gedeelte daarvan:</al><lijst><li nr="1."><al> ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                                    bouwkundige opname op grond van NEN 2767, en</al></li><li nr="2."><al> regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer
                                    volstaat.</al></li></lijst></li></lijst><al>2. Bovenstaande voorzieningen komen voor bekostiging in aanmerking als op basis
                    van een prognose, die voldoet aan de in bijlage II van de Verordening
                    voorzieningen huisvesting onderwijs Zwijndrecht 2015 gestelde vereisten, het
                    gebouw nog ten minste vier jaar voor het bewegingsonderwijs noodzakelijk is,
                    tenzij er een andere, goedkopere, voorziening mogelijk is. Dit ter beoordeling
                    van het college. </al><al/><al><vet>IV Datum indienen aanvraag</vet></al><al>De aanvraag voor het bekostigen van de voorziening moet uiterlijk 1 februari
                    voorafgaande het jaar van bekostiging bij het college worden ingediend. Bij de
                    aanvraag moet worden overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al> een leerlingenprognose, en</al></li><li nr="b."><al> een rapportage waaruit de noodzaak blijkt van de voorzieningen, of</al></li><li nr="c."><al> een bouwkundige rapportage die voldoet aan NEN 2767 en aantoont dat het
                            gevraagde onderhoud noodzakelijk is, en</al></li><li nr="d."><al> een offerte van de kosten. </al></li></lijst><al/><al><vet>V Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend</vet></al><al>De voorziening wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de
                    aanvraag is ingediend. Is het niet mogelijk om de voorziening in het toegekende
                    jaar te realiseren dat moet het bevoegd gezag voor 1 september van het
                    toegekende jaar van uitvoering bij het college een gemotiveerd verzoek indienen
                    om uitstel van de uitvoering van de voorziening. Het college beslist voor 1
                    november daaropvolgend.</al><al/><al><vet>VI Wijze waarop de voorziening wordt toegekend</vet></al><lijst><li nr="1."><al> De voorziening wordt voorlopig toegekend op basis van de door het
                            bevoegd gezag bij de ingediende aanvraag overgelegde offerte.</al></li><li nr="2."><al>Het definitieve bedrag wordt vastgesteld op basis van de offertes die
                            zijn aangevraagd nadat de voorziening is toegekend.</al></li><li nr="3."><al>Bij het opvragen van de definitieve offertes is het bevoegd gezag
                            gehouden aan de gemeentelijk richtlijnen voor het opvragen van
                            offertes.</al></li></lijst><al/><al><vet>VII Subsidieplafond</vet></al><al>Voor deze voorziening wordt geen subsidieplafond gehanteerd. </al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Als gevolg van de wetswijziging per 1 januari 2015 vervalt de zorgplicht voor de
                    gemeente voor het bekostigen van onderhoud en aanpassen lokalen
                    bewegingsonderwijs. Desondanks blijft de gemeente verantwoordelijk voor het
                    vaststellen van de vergoeding voor onderhoud en aanpassen van de lokalen
                    bewegingsonderwijs, maar nu als onderdeel van de vergoeding materiele
                    instandhouding (artikel 136 Wpo en artikel 130 Wec).</al><al/><al>Voor het vaststellen van de hoogte van het bedrag van de bekostiging bestaan
                    twee mogelijkheden:</al><lijst><li nr="1."><al>het verhogen van de bedragen per klokuur van de vaste en variabele
                            kosten, of</al></li><li nr="2."><al>het handhaven van de huidige procedure, waardoor de bekostiging van
                            onderhoud en aanpassen de lokalen bewegingsonderwijs niet afhankelijk is
                            van het aantal klokuren gebruik, maar op een gelijke wijze plaatsvindt
                            als het onderhoud en aanpassen van de gemeentelijke lokalen
                            bewegingsonderwijs plaatsvindt.</al></li></lijst><al/><al>Mede omdat het, gelet op de verscheidenheid in bvo en soort lokalen
                    bewegingsonderwijs praktisch ondoenlijk is om een bedrag per klokuur vast te
                    stellen is gekozen voor de in deze bijlage beschreven procedure.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>