<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73852_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koningin in de provincie Flevoland 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2008,
                19</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koningin in de provincie Flevoland 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 61</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 80</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-05-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-09-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>statenvoorstel 683325</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de op 10 april 1996 vastgestelde "Verordening op de vertrouwenscommissie in verband met de vervulling van de vacature van commissaris van de Koningin".</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koningin in de provincie Flevoland 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van Flevoland,</al><al>Besluiten: vast te stellen de navolgende:</al><al>Verordening vertrouwenscommissie benoeming commissaris van de Koningin in de
                        provincie Flevoland 2008,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> de commissie: de vertrouwenscommissie;</al></li><li nr="b."><al> de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties;</al></li><li nr="c."><al> de secretaris: de secretaris van de commissie;</al></li><li nr="d."><al> profielschets: de eisen die aan de te benoemen commissaris worden
                                gesteld met betrekking tot de vervulling van het ambt en die het
                                onderwerp van het in artikel 61, tweede lid, van de Provinciewet
                                bedoelde overleg zijn geweest en die vervolgens door Provinciale
                                Staten zijn</al><al/><al> vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Taak</titel></kop><al>De commissie heeft tot taak de beoordeling van kandidaten voor de vervulling
                        van de vacature van de commissaris van de Koningin in de provincie
                        Flevoland, één en ander ter voorbereiding van de aanbeveling inzake de
                        benoeming als bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van de Provinciewet</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Samenstelling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Provinciale Staten benoemen de leden van de commissie op voordracht
                                van de voorzitters van de fracties in Provinciale Staten.</al></li><li nr="2. "><al>De fractievoorzitters dragen elk één lid van hun fractie voor het
                                lidmaatschap van de commissie voor.</al></li><li nr="3."><al> Het lidmaatschap is persoonlijk, echter in geval van langdurig
                                ziekte van meer dan een maand of overlijden kan een lid van de
                                commissie worden vervangen. De betreffende fractie wordt in dat
                                geval in de gelegenheid gesteld een vervanger voor te dragen.</al></li><li nr="4. "><al>De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Adviseur</titel></kop><al>Op voordracht van Gedeputeerde Staten wordt als adviseur aan de commissie
                        toegevoegd, gedeputeerde H. Dijksma.</al><al>Het lidmaatschap is persoonlijk, echter in geval van langdurig ziekte van
                        meer dan een maand of overlijden worden Gedeputeerde Staten in de
                        gelegenheid gesteld een vervanger voor te dragen.</al><al>De adviseur heeft geen stemrecht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De griffier, mevrouw A. Doesburg, is secretaris van de commissie en
                                verleent, waar nodig, ambtelijke bijstand. De secretaris heeft geen
                                stemrecht.</al></li><li nr="2. "><al>Met instemming van Gedeputeerde Staten verleent de
                                secretaris-algemeen directeur van de provincie, de heer T. van der
                                Wal, aan de commissie bijstand. Bij afwezigheid van de secretaris
                                treedt hij op als plaatsvervangend secretaris. Ook de
                                plaatsvervangend secretaris heeft geen stemrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Geheimhouding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Aan de leden van de commissie wordt geheimhouding opgelegd met
                                betrekking tot alle informatie die zij verkrijgen door hun
                                lidmaatschap van de commissie dan wel die betrekking heeft op de
                                werkzaamheden van de commissie.</al></li><li nr="2."><al> De in het eerste lid vermelde verplichting geldt tevens voor de
                                adviseur, bedoeld in artikel 4 en voor de secretaris en de
                                plaatsvervangend secretaris, bedoeld in artikel 5.</al></li><li nr="3."><al> De voorzitter ziet erop toe dat de verplichting tot geheimhouding
                                wordt nageleefd en neemt zonodig dienstige maatregelen.</al></li><li nr="4."><al> De verplichting tot geheimhouding blijft van kracht nadat de
                                commissie haar werkzaamheden</al><al/><al> heeft beëindigd en is ontbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste
                                twee leden dit noodzakelijk</al><al/><al> achten.</al></li><li nr="2."><al> De vergaderingen van de commissie zijn besloten.</al></li><li nr="3. "><al>De commissie kan slechts vergaderen, indien ten minste de helft van
                                de leden aanwezig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Stemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De commissie streeft naar een unanieme voordracht.</al></li><li nr="2."><al> Indien niet tot een unanieme voordracht gekomen kan worden, wordt
                                het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering.
                                Is uitstel van de beslissing niet mogelijk, of is ook in de volgende
                                vergadering geen sprake van unanimiteit, zodat stemming nodig is,
                                dan worden de</al><al/><al> verschillende meningen binnen de commissie ook ter kennis van de
                                staten gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Verslag</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De secretaris maakt een ontwerpverslag van het behandelde ter
                                vergadering. Het verslag wordt door de commissie vastgesteld.</al></li><li nr="2. "><al>Indien geen volgende vergadering wordt gehouden, stelt de voorzitter
                                het verslag vast, nadat de leden van de commissie schriftelijk met
                                het ontwerpverslag hebben ingestemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Vertegenwoordiging en verzending en ondertekening van
                            stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De voorzitter van de commissie vertegenwoordigt de commissie en
                                treedt op als contactpersoon en woordvoerder.</al></li><li nr="2."><al> Alle stukken, bestemd voor de commissie, worden gericht aan het
                                privé-adres van de secretaris en aldaar bewaard.</al></li><li nr="3."><al> Alle stukken die van de commissie uitgaan, worden door de
                                voorzitter en de secretaris ondertekend en vanaf het privé-adres van
                                de secretaris verzonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Sollicitatiegesprekken</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De commissie voert gesprekken met de door de minister op grond van
                                artikel 61, derde lid, van de Provinciewet opgegeven kandidaten die
                                door de minister in beginsel geschikt geacht worden voor
                                benoeming.</al></li><li nr="2."><al> Al dan niet op verzoek van een niet door de minister doorgeleide
                                kandidaat kan de commissie besluiten om ook met deze kandidaat, een
                                gesprek te voeren; zij doet daarvan onverwijld mededeling aan de
                                minister en betrekt het oordeel van de minister over deze kandidaat
                                in haar beoordeling van de kandidaten.</al></li><li nr="3."><al> Indien de commissie besluit met een door de minister in beginsel
                                geschikt geachte kandidaat geen gesprek te hebben, stelt de
                                commissie de minister en de kandidaat daarvan schriftelijk op de
                                hoogte.</al></li><li nr="4."><al> De commissie verricht de beoordeling van de kandidaten op basis van
                                de profielschets.</al></li><li nr="5."><al> De commissie bepaalt haar standpunt over de geschiktheid van de
                                door haar ontvangen kandidaten. Zij brengt over haar werkzaamheden
                                schriftelijk verslag uit aan Provinciale Staten.</al><al/><al> De commissie brengt haar verslag ter kennis van de minister.</al></li><li nr="6."><al> Gelijktijdig met de inzending van het in het vorige lid bedoelde
                                verslag doet de commissie in de volgorde van haar voorkeur
                                schriftelijk opgave van twee kandidaten die naar haar oordeel voor
                                benoeming in aanmerking komen.</al></li><li nr="7."><al> De commissie motiveert haar opgave en maakt melding van de
                                opvattingen van de leden die niet instemmen met het verslag of de
                                opgave, indien en voor zover deze leden daartoe de wens te kennen
                                geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Informatieverzameling</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De voorzitter en de secretaris nodigen in overleg met de commissie
                                de kandidaten, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid,
                                uit.</al></li><li nr="2. "><al>De voorzitter stelt de plaats, datum en tijdstip van een gesprek
                                zodanig vast dat de naam van een kandidaat niet bekend wordt bij één
                                of meer andere kandidaten of bij derden.</al></li><li nr="3."><al> Op grond van artikel 61, vierde lid, van de Provinciewet verschaft
                                de commissie zich de door haar nodig geachte informatie over de
                                kandidaten. De commissie vraagt deze informatie steeds op door
                                tussenkomst van de minister.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Tijdstip ontbinding commissie</titel></kop><al>De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgend op
                        die waarop aan Provinciale Staten bij Koninklijk Besluit bekend is gemaakt
                        wie als Commissaris van de Koningin van Flevoland is benoemd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Archivering bescheiden</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De secretaris draagt er zorg voor dat alle archiefbescheiden in
                                verzegelde enveloppen en gerubriceerd als 'geheim' vóór het tijdstip
                                van de ontbinding van de commissie worden overgebracht naar de
                                krachtens de Archiefwet door Provinciale Staten aangewezen
                                archiefbewaarplaats.</al></li><li nr="2. "><al>Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring
                                van overbrenging volgens artikel 9 van het Archiefbesluit 1995
                                opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met
                                toepassing van artikel 15, eerste lid 1. onder a en c, van de
                                Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende
                                voor een periode van 75 jaar.</al></li><li nr="3."><al> In afwijking van het eerste lid worden de originele bescheiden die
                                de commissie heeft ontvangen van de minister, vóór het tijdstip van
                                de ontbinding van de commissie aan de minister teruggezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 inlevering bescheiden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De leden, de adviseur, de secretaris en plaatsvervangend secretaris
                                overhandigen alle aan hun verstrekte bescheiden en de kopieën die
                                zij van deze bescheiden onder zich hebben, vóór het tijdstip van de
                                ontbinding van commissie aan de secretaris.</al></li><li nr="2. "><al>De in het vorige lid bedoelde bescheiden alsmede de bescheiden en de
                                kopieën die de secretaris dan wel de plaatsvervangend secretaris
                                onder zich hebben, worden door de secretaris onverwijld
                                vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                        commissie, met inachtneming van hetgeen bij of krachtens wettelijk
                        voorschrift is bepaald. Zo nodig voert de voorzitter van de commissie vooraf
                        overleg met de minister.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: verordening vertrouwenscommissie
                        benoeming commissaris van de Koningin in de provincie Flevoland 2008.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Inwerkingtreding en geldigheidsduur</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op die van
                        de bekendmaking in het Provinciaal Blad en vervalt met ingang van de eerste
                        de dag volgend op die waarop aan Provinciale Staten bij Koninklijk Besluit
                        bekend is gemaakt wie als Commissaris van de Koningin van Flevoland is
                        benoemd.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van provinciale staten van
                        Flevoland, d.d.</al><al>21 mei 2008,</al></slotformulering><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>