<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73850_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening schade-advisering ruimtelijke ordening Flevoland 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-07-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2010,28</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening schade-advisering ruimtelijke ordening Flevoland 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 6.7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3, 5</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>statenvoorstel 970475</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op 17 juni 2010 hebben Provinciale Staten de eerste wijziging vastgesteld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening schade-advisering ruimtelijke ordening Flevoland 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van Flevoland,</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten op grond van het bepaalde in artikel
                        6.1.3.3 van het Besluit ruimtelijke ordening jo. artikel 6.7 van de Wet
                        ruimtelijke ordening een verordening dienen vast te stellen waarin regels
                        worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze
                        tot een advies komt indien Gedeputeerde Staten beslissen op een verzoek om
                        tegemoetkoming in schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke
                        ordening;</al><al>Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 5 augustus 2008, nummer
                        703927;</al><al>Overwegende dat de Provinciale OmgevingsCommissie Flevoland 19 juni 2008
                        heeft geadviseerd de verordening vast te stellen;</al><al>Gelet op afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 6.1 van
                        het Besluit ruimtelijke ordening;</al><al>Besluiten:</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening schade-advisering ruimtelijke ordening Flevoland 2008</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1: Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder :</al><lijst><li nr="1."><al> Aanvraag : aanvraag om een tegemoetkoming in de schade als bedoeld
                                in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening.</al></li><li nr="2."><al> Adviseur: een persoon of schadebeoordelingscommissie als bedoeld in
                                artikel 6.1.3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening die geen deel
                                uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van
                                Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de
                                Koningin, en die belast is met de advisering over de op de aanvraag
                                te nemen beschikking.</al></li><li nr="3. "><al>Commissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in deze
                                verordening.</al></li><li nr="4. "><al>Besluit: het op grond van artikel 6.7 van de Wet ruimtelijke
                                ordening vastgestelde Besluit ruimtelijke ordening.</al><al/><al> deskundige adviseur en/of schadebeoordelingscommissie als bedoeld
                                in 6.1.3.2 tot en met 6.1.3.7 van het Besluit ruimtelijke
                                ordening.</al></li><li nr="5."><al> Belanghebbende: een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a,
                                tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.</al></li><li nr="6."><al> Wet: Wet ruimtelijke ordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2: Toepassing van deze verordening</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de aanwijzing van een adviseur en op
                        de wijze waarop deze tot een advies komt ingeval door Gedeputeerde Staten
                        wordt beslist op een aanvraag om een tegemoetkoming in de schade als bedoeld
                        in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening(Tegemoetkoming in
                        schade).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3: Besluit tot opdrachtverlening</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het Besluit
                                of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, wijzen
                                Gedeputeerde Staten binnen twaalf weken na het verstrijken van de in
                                artikel 6.1.3.1 van het Besluit genoemde termijnen een adviseur of
                                een adviescommissie aan die op grond van ervaring en kennis in staat
                                is een gedegen advies uit te brengen over de op de aanvraag te nemen
                                beslissing. In eenvoudige gevallen kan worden volstaan met de
                                benoeming van één onafhankelijke deskundige.</al></li><li nr="2. "><al>Afhankelijk van de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag
                                kunnen Gedeputeerde Staten besluiten een schadebeoordelingscommissie
                                in te schakelen voor het uitbrengen van het advies.</al></li><li nr="3."><al> Gedeputeerde Staten stellen onverwijld de aanvrager, eventuele
                                andere betrokken bestuursorganen of andere belanghebbenden als
                                bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de Wet, in kennis
                                van hun voornemen tot aanwijzing van de adviseur. Mochten een of
                                meer betrokkenen bedenkingen hebben tegen de inschakeling van de
                                betreffende adviseur, dan dient men dit binnen 2 weken bij
                                Gedeputeerde Staten kenbaar te maken. Bij het nemen van hun
                                beslissing over de definitieve aanwijzing van de adviseur houden
                                Gedeputeerde Staten rekening met de binnen de termijn ingediende
                                bedenkingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4: Schadebeoordelingscommissie</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3, tweede lid,
                                van deze verordening bestaat uit ten minste drie leden, door
                                Gedeputeerde Staten benoemd.</al></li><li nr="2."><al> Gedeputeerde Staten ontslaan een lid indien: </al><lijst><li nr="a. "><al>Hij of zij daarom verzoekt;</al></li><li nr="b."><al> Hij of zij een ambt of betrekking heeft aanvaard die niet
                                        verenigbaar is met de functie als lid van de commissie.</al></li></lijst></li><li nr="3. "><al>De commissie wordt zodanig samengesteld dat ten minste één van de
                                leden een juridische achtergrond heeft en ten minste één van de
                                leden kennis heeft op financieel-economisch gebied met betrekking
                                tot de taxatie van onroerende zaken.</al></li><li nr="4."><al> De commissie wijst zelf een rapporteur uit haar midden aan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5: De werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde Staten stellen aan de adviseur de aanvraag en alle op
                                de zaak betrekking hebbende informatie beschikbaar.</al></li><li nr="2. "><al>De adviseur hoort de aanvrager, de eventuele betrokken
                                bestuursorganen en in voorkomend geval de belanghebbenden als
                                bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de Wet , over de
                                aanvraag</al></li><li nr="3."><al> De adviseur bepaalt dag, tijd en plaats van de hoorzitting, en
                                bepaalt tevens de wijze waarop deze zal plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al> De adviseur is bevoegd om aan partijen binnen een door hem/haar
                                gestelde termijn overlegging van nadere gegevens of stukken te
                                gelasten.</al></li><li nr="5."><al> De adviseur draagt er zorg voor dat van de hoorzitting een verslag
                                wordt gemaakt. Het verslag maakt deel uit van het definitieve
                                rapport met bevindingen en advies.</al></li><li nr="6. "><al>Binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot
                                advisering zendt de adviseur of de adviescommissie een concept van
                                het advies aan: </al><lijst><li nr="a."><al> gedeputeerde staten,</al></li><li nr="b. "><al>de aanvrager,</al></li><li nr="c."><al> eventuele andere betrokken bestuursorganen, en</al></li><li nr="d."><al> een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en
                                        derde lid van de wet</al></li></lijst></li><li nr="7."><al> De adviseur of de adviescommissie kan de in het zesde lid genoemde
                                termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven
                                termijn met ten hoogste vier weken verlengen.</al></li><li nr="8."><al> De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de
                                belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van
                                de wet, kunnen binnen vier weken na de toezending van het concept
                                van het advies hierop schriftelijk reageren.</al></li><li nr="9. "><al>Indien binnen de in het achtste lid genoemde termijn </al><lijst><li nr="a."><al> tijdig een reactie is ingediend, brengt de adviseur of de
                                        adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van die
                                        termijn een advies uit aan gedeputeerde staten, waarbj de
                                        ontvangen reacties zijn betrokken;</al></li><li nr="b."><al> geen of niet tijdig een reactie is ingediend, brengt de
                                        adviseur binnen twee weken na het verstrijken van de termijn
                                        een advies uit aan gedeputeerde staten. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6: Beschikking</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 6.1.3.6 van het Besluit wordt een afschrift van de
                        beschikking van Gedeputeerde Staten eveneens toegezonden aan de overige bij
                        de aanvraag betrokkenen partijen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7: Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het
                                provinciaal blad.</al></li><li nr="2. "><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening schade-advisering
                                ruimtelijke ordening Flevoland 2008”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van Provinciale Staten van
                        Flevoland van 2 oktober 2008,</ondertekening><ondertekening>Provinciale Staten van Flevoland de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>