<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73844_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de projectcommissie herziening omgevingsplan</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-12-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de projectcommissie herziening omgevingsplan</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 80</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-03-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>statenvoorstel 04.0203</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie, organisatie intern</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Betreft tweede wijziging van de door Provinciale Staten op 4 september 2003 vastgestelde regeling.</al><al>Datum bekendmaking is onbekend, daarom datum ondertekening ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de projectcommissie herziening omgevingsplan</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Provincie Flevoland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>commissie: de projectcommissie herziening omgevingsplan</al></li><li nr="b. "><al>lid: lid van de commissie omgevingsplan;</al></li><li nr="c."><al> voorzitter: voorzitter van de commissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d. "><al>commissiegriffier: secretaris de commissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="e."><al> griffier: griffier van provinciale staten of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="f. "><al>vergadering: vergadering van de commissie;</al></li><li nr="g."><al> de secretaris: de secretaris van het college van gedeputeerde
                                    staten;</al></li><li nr="h."><al> presidium: het presidium van provinciale staten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2: Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Instelling commissie</titel></kop><al>Provinciale staten stellen de projectcommissie herziening omgevingsplan
                            in.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Taken</titel></kop><al>De commissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al> het - al dan niet uit eigener beweging - uitbrengen van advies
                                    aan de provinciale staten over : </al><lijst><li nr="1."><al> zowel de partiële als de daarop volgende algemene
                                            herziening van het Provinciaal omgevingsplan.;</al></li><li nr="2."><al> de aanpak voor het op een interactieve wijze betrekken
                                            van de bevolking, doelgroepen en instellingen bij de
                                            start, het verloop en de afronding van het betreffende
                                            beleidsproces;</al></li><li nr="3."><al> de opstelling van beleidsdoelstellingen en indicatoren
                                            op basis waarvan provinciale staten in de gelegenheid
                                            zijn de met de herziening van het omgevingsplan beoogde
                                            beleidseffecten periodiek te toetsen en zonodig tot
                                            aanpassing van de kaders te komen;</al></li><li nr="4. "><al>de evaluatie van het betreffende beleidsproces.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> het in het kader van de onder a gestelde en ten behoeve van de
                                    eigen meningsvorming zelfstandig organiseren van gesprekken met
                                    belanghebbenden en belangstellenden, inspraakavonden en andere
                                    modaliteiten welke daartoe dienstbaar kunnen zijn.</al></li><li nr="c."><al> voeren van overleg met het college van gedeputeerde staten of
                                    de commissaris van de koningin over door het college van
                                    gedeputeerde staten of de commissaris van de koningin verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de partiële
                                    en/of algehele herziening van het omgevingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De commissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie leden
                                    per fractie naar evenredigheid van het aantal zetels in
                                    provinciale staten.</al></li><li nr="2."><al> De in het eerste lid genoemde leden worden door provinciale
                                    staten op voordracht van de fracties benoemd.</al></li><li nr="3."><al> Een lid kan zowel statenlid als niet-statenlid zijn. De in het
                                    eerste lid genoemde leden dienen voorzover zij geen staten-lid
                                    zijn tijdens de laatste verkiezingen van provinciale staten
                                    geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een krachtens die
                                    verkiezingen in provinciale staten vertegenwoordigde politieke
                                    partij. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Provinciewet
                                    zijn op hen van overeenkomstige toepassing .</al></li><li nr="4."><al> Provinciale staten benoemen op voordracht van een fractie voor
                                    de commissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie, die
                                    zitting in een statencommissie heeft bij verhindering of
                                    ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het
                                    plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde
                                    vereisten.</al></li><li nr="5."><al> De benoeming van leden en plaatsvervangende leden in vacatures
                                    die na de aanvang van de zittingsperiode van provinciale staten
                                    ontstaan, geschiedt op voordracht van de betreffende fractie
                                    door de voorzitter van Provinciale Staten, gehoord de Commissie
                                    Bestuur, die daartoe zo nodig per </al><al/><al> E-mail door de voorzitter van Provinciale Staten kan worden
                                    geraadpleegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de
                                    provinciale staten uit zijn midden benoemd.</al></li><li nr="2."><al> De voorzitter is lid van de commissie en heeft stemrecht.</al></li><li nr="3."><al> De voorzitter is niet tevens woordvoerder van de fractie
                                    waaruit hij afkomstig is.</al></li><li nr="4. "><al>De fractie waaruit de voorzitter afkomstig, kan aan Provinciale
                                    Staten een extra lid ter benoeming voordragen, welk lid namens
                                    de fractie de woordvoerder is.</al></li><li nr="5."><al> Indien toepassing is gegeven aan het bepaalde in lid 4,
                                    onthoudt de voorzitter zich in voorkomende gevallen van deelname
                                    aan de stemming.</al></li><li nr="6."><al> De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a."><al> het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b. "><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al> het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d. "><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                    plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                    zittingsperiode van provinciale staten.</al></li><li nr="2."><al> Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                    statencommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel
                                    4, derde lid, gestelde eisen.</al></li><li nr="3."><al> Provinciale staten kunnen een lid ontslaan op voorstel van de
                                    fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.</al></li><li nr="4."><al> Provinciale staten kunnen de voorzitter of zijn plaatsvervanger
                                    ontslaan.</al></li><li nr="5. "><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen
                                    tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling
                                    aan provinciale staten. Het ontslag gaat een maand na de
                                    schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is
                                    benoemd.</al></li><li nr="6."><al> Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat,
                                    beslissen provinciale staten zo spoedig mogelijk over de
                                    vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5.</al></li><li nr="7. "><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                    voorzitter van provinciale staten niet langer vertegenwoordigd
                                    is in provinciale staten, vervalt het lidmaatschap van het lid
                                    dat op voordracht van die fractie is benoemd, van
                                    rechtswege.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Het presidium benoemt ter ondersteuning van de commissie een
                                    medewerker van de griffie als commissiegriffier</al></li><li nr="2."><al> De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></li><li nr="3. "><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                    daartoe door het presidium aangewezen medewerker van de
                                    griffie.</al></li><li nr="4."><al> De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3: Aanwezigheid college van gedeputeerde staten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8. Gedeputeerde staten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De voorzitter kan de commissaris van de koningin en één of meer
                                    gedeputeerden uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en
                                    aan de beraadslagingen deel te nemen. Op de agenda voor de
                                    commissievergadering wordt per agendapunt de naam van de
                                    uitgenodigde persoon of personen vermeld</al></li><li nr="2."><al> Indien een fractie anders dan hetgeen uit het bepaalde in het
                                    eerste lid blijkt, van mening is dat de aanwezigheid in de
                                    vergadering en deelname aan de beraadslagingen van ??één of meer
                                    van de in het eerste lid bedoelde personen bij ?één of meer
                                    agendapunten toch gewenst is geven zij hiervan uiterlijk 2 x 24
                                    uur vóór aanvang van de commissie-vergadering schriftelijk of
                                    telefonisch kennis aan de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al> Indien de commissaris van de koningin of een gedepu-teerde bij
                                    een vergadering aanwezig wil zijn en wil deel-nemen aan de
                                    beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de
                                    voorzitter.</al></li><li nr="4."><al> De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige
                                    beslissing op het verzoek.</al></li><li nr="5."><al> De commissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat
                                    de commissaris van de koningin en één of meer gedeputeerden niet
                                    in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen
                                    mogen deelnemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Secretaris</titel></kop><al>De commissie kan het college verzoeken de secretaris of een door deze
                            aan te wijzen andere ambtenaar aanwezig te laten zijn in de vergadering
                            en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in deze
                            verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4: Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10. Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het presidium bepaalt mede lettende op het planningsschema
                                        voor de partiële en algehele herziening van het
                                        omgevingsplan de dagen en tijdstippen waarop de
                                        vergaderingen van de commissie zullen worden gehouden .</al></li><li nr="2. "><al>De commissie vergadert voorts : </al><lijst><li nr="a."><al> indien de voorzitter dat nodig oordeelt</al></li><li nr="b."><al> wanneer er door tenminste 3 commissieleden
                                                schriftelijk met opgaaf van redenen om is
                                                gevraagd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> De voorzitter bepaalt in de situatie als bedoeld in artikel
                                        10 lid 2, sub b na overleg met de betrokken commissieleden
                                        plaats, dag en tijdstip van de vergadering.</al></li><li nr="4."><al> De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                        aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
                                        Hij voert hierover overleg met de griffier</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Oproep</titel></kop><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de
                                leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het
                                tijdstip en de plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de
                                daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 91,
                                eerste en tweede lid, van de Provinciewet bedoelde stukken, worden
                                tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.
                                Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. De agenda</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                        presidium de agenda van de vergadering voorlopig vast.</al></li><li nr="2."><al> In spoedeisende gevallen kan het presidium na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de
                                        aanvang van een vergadering een aanvulling op de onder 1
                                        bedoelde agenda toezenden.</al></li><li nr="3."><al> Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de agenda
                                        vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                        commissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                        de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren</al></li><li nr="4."><al> Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                        voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het
                                        college of de commissaris van de koningin nadere
                                        inlichtingen of advies vragen. De commissie bepaalt in welke
                                        vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagen-deerd
                                        wordt.</al></li><li nr="5. "><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de
                                        volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het
                                        provinciehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de
                                        terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving,
                                        bedoeld in artikel 14. Indien na het verzenden van de
                                        schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                        hiervan mededeling gedaan aan de leden en in een openbare
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al> Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                        buiten het provinciehuis gebracht.</al></li><li nr="3. "><al>Indien voor stukken op grond van artikel 91, eerste en
                                        tweede lid, van de Provinciewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder
                                        berusting van de griffier en verleent de griffier een lid
                                        inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke
                                        oproep door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of
                                        huis-aan-huis bladen, in het provinciaal informatieblad of
                                        op de voor afkondigingen in de provincie gebruikelijke wijze
                                        en door plaatsing op de website van de provincie ter
                                        openbare kennis gebracht.</al></li><li nr="2. "><al>De openbare kennisgeving vermeldt: </al><lijst><li nr="a."><al> de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                                vergadering;</al></li><li nr="b."><al> de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                                inzien;</al></li><li nr="c. "><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het
                                                spreekrecht als bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15. Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Opening vergadering; quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                        indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                        leden aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al> Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                        vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter
                                        onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de
                                        namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende
                                        vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig
                                        uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is
                                        gelegen.</al></li><li nr="3. "><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste
                                        lid niet van toepassing. De commissie kan echter over andere
                                        aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                        blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                        zitting hebbende leden aanwezig is</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Ter vergadering aanwezige burgers kunnen gezamenlijk
                                        gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
                                        geagendeerde onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al> Het woord kan niet gevoerd worden over: </al><lijst><li nr="a."><al> een besluit van het provinciebestuur waartegen
                                                bezwaar en beroep openstaat of heeft
                                                open-gestaan;</al></li><li nr="b."><al> benoemingen, keuzen, voordrachten of aan-bevelingen
                                                van personen;</al></li><li nr="c. "><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van
                                                de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                                ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Degene , die van het spreekrecht, als bedoeld in het eerste
                                        lid gebruik wil maken, kan dit tot vóór de aanvang van de
                                        vergadering melden bij de commissiegriffier onder vermelding
                                        van zijn naam en het agendapunt waarbij en het onderwerp
                                        waarover hij het woord wil voeren.</al></li><li nr="4."><al> De voorzitter doet bij aanvang van de vergadering
                                        mede-deling van de ingediende verzoeken als bedoeld in lid 1
                                        en verleent het woord bij aanvang van de behandeling van de
                                        betreffende agendapunten, voordat de leden en de voorzitter
                                        daarover in eerste termijn het woord hebben gevoerd, zulks
                                        in volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de
                                        volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde
                                        van de vergadering.</al></li><li nr="5. "><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                        voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                        als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens
                                        in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van
                                        de spreektijd.</al></li><li nr="6."><al> De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel
                                        voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></li><li nr="7."><al> Onverminderd het bepaalde in lid 1 kunnen burgers ook een
                                        verzoek indienen het woord te voeren over niet op de agenda
                                        staande, maar wel tot het werkterrein van de commissie
                                        behorende onderwerpen . Indien het verzoek door de
                                        voorzitter wordt ingewilligd verleent hij het woord direct
                                        na opening van de vergadering en hanteert hij een spreektijd
                                        van maximaal vijf minuten.</al></li><li nr="8. "><al>Op een verzoek als bedoeld in lid 7 is het bepaalde in de
                                        leden 2, 3, 4, 5 en 6 zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Notulen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo
                                        mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                        schriftelijke oproep. De ontwerp-notulen worden op hetzelfde
                                        moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                        toegezonden.</al></li><li nr="2."><al> Bij het begin van de vergadering worden, zo mogelijk, de
                                        notulen van de vorige vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="3. "><al>De leden, de voorzitter, de commissaris van de koningin en
                                        de gedeputeerden, hebben het recht, een voorstel tot
                                        wijziging van de notulen aan de commissie te doen, indien de
                                        notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven
                                        hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering
                                        dient voor de vaststelling van de notulen bij de
                                        commissie-griffier te worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al> De notulen moeten inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al> de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                commissiegriffier, de commissaris van de koningin,
                                                de gedeputeerden, de secretaris en de ter
                                                vergadering aanwezige leden, allen voorzover
                                                aanwezig, alsmede van de overige personen die het
                                                woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld
                                                welke leden afwezig waren;</al></li><li nr="b."><al> een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest;</al></li><li nr="c."><al> een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                                vermelding van de namen der aanwezigen die het woord
                                                voerden;</al></li><li nr="d."><al> een samenvatting van het advies aan provinciale
                                                staten onder vermelding van de namen van de leden
                                                die mededeling hebben gedaan van hun goed- of
                                                afkeuring, en met aantekening van de namen van de
                                                leden die zich niet uitgelaten hebben;</al></li><li nr="e."><al> bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie het op grond
                                                van het bepaalde in artikel 26 door de
                                                statencommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al> De notulen worden opgesteld onder de zorg van de
                                        griffier.</al></li><li nr="6."><al> De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                        commissiegriffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Spreekregels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een lid, de voorzitter, de commissaris van de koningin, een
                                        gedeputeerde, de secretaris spreken vanaf hun plaats of van
                                        de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al> Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat
                                        de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere
                                        plaats spreken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Volgorde sprekers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een lid, de commissaris van de koningin, een gedeputeerde
                                        of de secretaris, voeren het woord na het aan de voorzitter
                                        gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2."><al> De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het
                                        woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt
                                        in ten hoogste twee termijnen, tenzij de statencommissie
                                        anders beslist</al></li><li nr="2."><al> Elke spreektermijn wordt door de voorzitter
                                        afgesloten.</al></li><li nr="3. "><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al> Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                        onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                        meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Spreektijd</titel></kop><al>De voorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                        mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                        toegelicht.</al></li><li nr="2."><al> Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                        vergadering betreffen.</al></li><li nr="3."><al> Over een voorstel van orde beslist de statencommissie
                                        terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al> de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al> een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                                bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                                zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2. "><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
                                        zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
                                        interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
                                        hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                        spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                        gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over
                                        het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al> De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                        sluiten.</al></li><li nr="4. "><al>De voorzitter kan de commissie voorstellen aan een lid dat
                                        door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert,
                                        het verdere verblijf in de vergadering te ont-zeggen. Over
                                        het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                        verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet
                                        de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag
                                        kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                                        toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De commissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                        beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                        voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al> Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie
                                        beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd
                                        te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid
                                        te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen
                                        worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26. Deelname aan de beraadslaging door
                                    anderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De commissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                        beraadslaging.</al></li><li nr="2. "><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter
                                        of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien
                                        van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                        genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27. Advies</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist.</al></li><li nr="2."><al> Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie of
                                        er een advies aan de provinciale staten wordt
                                        uitgebracht.</al></li><li nr="3."><al> Indien de commissie een advies aan de provinciale staten
                                        uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter
                                        over de inhoud van het advies.</al></li><li nr="4."><al> In het advies worden de standpunten van alle fracties en
                                        buitengewone leden opgenomen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5: Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28. Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29. Notulen</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                    maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                    griffier</al></li><li nr="2."><al> Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden.</al></li><li nr="3."><al> Tijdens deze vergadering neemt de statencommissie een
                                    beslissing over het al dan niet openbaar maken van deze notulen.
                                    De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30. Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de statencommissie
                            overeenkomstig artikel 91, eerste lid, van de Provinciewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31. Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien provinciale staten op grond van artikel 25, derde en vierde lid,
                            van de Provinciewet voornemens zijn de geheimhouding op te heffen wordt
                            daarover, indien de commissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de commissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6: Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 32. Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2. "><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li><li nr="3."><al> De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de
                                    orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.
                                    Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering
                                    verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                    de vergadering ontzeggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33. Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34. Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7: Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 35 Relatie met overige statencommissies.</titel></kop><al>Aan in artikel 3, van de Verordening op de statencommissies 2003 wordt
                            een nieuw lid toegevoegd, luidende: 'd. Het gestelde in de leden a. b.
                            en c. is niet van toepassing voorzover het de partiële en/of algehele
                            herziening van het omgevingsplan betreft'.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de statencommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 4 september 2003</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>voorzitter en secretaris</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>