<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73838_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening groenblauwe zone</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2008, 52</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening groenblauwe zone</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening, art. 4.1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>statenvoorstel 748887</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening groenblauwe zone</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 - Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 - Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al> groenblauwe zone: Het natuur- en recreatiegebied met als
                                    hoofddoelstelling het realiseren van een robuuste ecologische
                                    verbinding tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe met als
                                    doelsoort het edelhert, met in achtneming van de randvoorwaarden
                                    dat binnen de groenblauwe zone het watersysteem duurzaam wordt
                                    ingericht en dat 85% van het gebied beleefbaar is voor
                                    recreanten;</al></li><li nr="2."><al> Groenblauwe zone OostvaardersWold: De zone die door Provinciale
                                    Staten als zodanig is aangewezen in het Omgevingsplan Flevoland
                                    2006. Deze bestaat uit een reserveringsgebied en een
                                    zoekgebied;</al></li><li nr="3."><al> plangebied groenblauwe zone: Het gebied waarvoor - conform deze
                                    verordening - bestemmingsplannen moeten worden opgesteld ten
                                    behoeve van de groenblauwe zone en dat is aangegeven op de
                                        <extref doc="http://provincie.flevoland.nl/decentrale_regelgeving_afbeeldingen/verordening_groen_blauwe_zone/Voorbereidingsbesluit_A4_5_3_1.pdf">kaart 'plangebied groenblauwe zone</extref>' die onderdeel
                                    uitmaakt van deze verordening;</al></li><li nr="4."><al> beschermingsgebied groenblauwe zone: Het gebied waarbinnen de
                                    bepalingen van artikel 4.1, derde lid, van de wet, zoals
                                    uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze verordening, van toepassing
                                    zijn en dat is aangegeven op de <extref doc="http://provincie.flevoland.nl/decentrale_regelgeving_afbeeldingen/verordening_groen_blauwe_zone/Voorbereidingsbesluit_A4_5_3_2.pdf">kaart 'beschermingsgebied groenblauwe zone'</extref> die
                                    onderdeel uitmaakt van deze verordening;</al></li><li nr="5."><al> wet: Wet ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="6."><al> structuurvisie OostvaardersWold: De structuurvisie die door de
                                    provincie Flevoland wordt opgesteld waarin het provinciale
                                    beleid voor de groenblauwe zone wordt vastgelegd;</al></li><li nr="7."><al> bestemmingsplan: een gemeentelijk bestemmingsplan als bedoeld
                                    in artikel 3.1 van de wet, een projectbesluit als bedoeld in
                                    artikel 3.10 van de wet en een beheersverordening als bedoeld in
                                    artikel 3.38 van de wet daaronder mede begrepen;</al></li><li nr="8."><al> bestaand: feitelijk legaal aanwezig ten tijde van het in
                                    werking treden van de verordening;</al></li><li nr="9. "><al>omputten: het naar boven halen van grond/zand uit de ondergrond
                                    om de bodemsamenstelling aan het maaiveld te verbeteren voor het
                                    telen van gewas;</al></li><li nr="10."><al> archeologische waarde: de aan een gebied toegerekende waarde in
                                    verband met het behoud, de kennis en de studie van de in dat
                                    gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of
                                    activiteit uit oude tijden;</al></li><li nr="11."><al> ecopassages: een voorziening waarmee dieren infrastructuur
                                    ongelijkvloers kunnen passeren;</al></li><li nr="12. "><al>recreantenpassage: een voorziening waarmee personen
                                    infrastructuur ongelijkvloers kunnen passeren;</al></li><li nr="13. "><al>recreatie: het uitoefenen van activiteiten gericht op
                                    verblijfsrecreatie, dagrecreatie en/of waterrecreatie;</al></li><li nr="14. "><al>extensieve recreatie: die vormen van recreatie die in hoofdzaak
                                    zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en
                                    fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en
                                    zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van
                                    nachtverblijf;</al></li><li nr="15."><al> bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen
                                    zijnde;</al></li><li nr="16."><al> bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten,
                                    vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk,
                                    alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
                                    veranderen van een standplaats;</al></li><li nr="17. "><al>objecten of voorzieningen voor natuurontwikkeling: gebouwen,
                                    bouwwerken geen gebouw zijnde, werkzaamheden, voorzieningen
                                    en/of maatregelen die het mogelijk maken dat de natuur (flora en
                                    fauna) zich verder kan ontwikkelen en vrijelijk kan verplaatsen.
                                    Hieronder zijn onder meer begrepen: vistrappen, uittreeplekken,
                                    ecopassages, vleermuiskasten, roofvogelpalen;</al></li><li nr="18."><al> bebouwing voor extensief recreatief (mede)gebruik: gebouwen
                                    en/of bouwwerken geen gebouw zijnde die het extensief recreatief
                                    (mede)gebruik ondersteunen, zoals visplaatsen, aanlegsteigers,
                                    bankjes, observatiehutten, uitkijktorens;</al></li><li nr="19. "><al>bebouwing voor onderhoud en beheer van het gebied:</al><al/><al> gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde voor het onderhoud
                                    en het beheer van de groenblauwe zone, zoals inlaten, sluisjes,
                                    werktuigschuur, EHBO-post.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 - Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 - Toetsingskader</titel></kop><al>Deze algemene bepalingen vormen, tezamen met de overige regels van deze
                            verordening, de kaarten 'plangebied groenblauwe zone' en
                            'beschermingsgebied groenblauwe zone' die onderdeel uitmaken van deze
                            verordening en - nadat deze is vastgesteld en vertaald in nadere regels
                            zoals bedoeld in deze verordening - de structuurvisie OostvaardersWold,
                            het toetsingskader:</al><lijst><li nr="1. "><al>voor de toekomstige inrichting en gebruik van het plangebied
                                    groenblauwe zone;</al></li><li nr="2. "><al>voor de inrichting en gebruik van het beschermingsgebied
                                    groenblauwe zone zolang er nog geen bestemmingsplannen zijn
                                    vastgesteld met in achtneming van deze verordening;</al></li><li nr="3."><al> voor het verlenen door Gedeputeerde Staten van ontheffingen en
                                    vergunningen op grond van deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 - Doelstellingen groenblauwe zone</titel></kop><al>De hoofddoelstelling voor de groenblauwe zone is het realiseren van een
                            robuuste ecologische verbinding met als doelsoort het edelhert, met in
                            achtneming van de randvoorwaarden dat binnen de groenblauwe zone het
                            watersysteem duurzaam wordt ingericht en dat 85% van het gebied
                            beleefbaar is voor recreanten.</al><al>Daarnaast dient de groenblauwe zone de volgende doelstellingen:</al><lijst><li nr="1. "><al>Bijdrage aan waterberging Zuidelijk en Oostelijk Flevoland;</al></li><li nr="2."><al> Gebruik van de zone door grote grazers;</al></li><li nr="3. "><al>Het creëren van topnatuur, door ruimte te bieden aan natuurlijke
                                    processen door een zo natuurlijk mogelijk beheer, waarbij het
                                    streven is om ook kansen te creëren voor andere soorten dan het
                                    edelhert en de andere grote grazers;</al></li><li nr="4. "><al>Ervaren van een Unique Selling Point op het gebied van
                                    natuurgerichte recreatie: unieke recreatiemogelijkheden waarbij
                                    het ervaren van de edelherten en andere grote grazers kenmerkend
                                    is en de wildernis kan worden beleefd;</al></li><li nr="5."><al> Foerageergebied voor bruine en blauwe kiekendieven;</al></li><li nr="6. "><al>Boscompensatie;</al></li><li nr="7."><al> Creëren recreatief uitloopgebied voor Almere.</al></li></lijst><al>Daarbij geldt de voorwaarde dat de ligging van het aanvullende gebied
                            binnen het zoekgebied de ontwikkeling van Lelystad Airport binnen de PKB
                            niet mag belemmeren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 - Bestemmingsplannen groenblauwe zone</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Om de groenblauwe zone en het goed functioneren daarvan
                                    planologisch mogelijk te maken, stellen de gemeenten waarbinnen
                                    het plangebied groenblauwe zone ligt bestemmingsplannen vast
                                    voor het plangebied groenblauwe zone, met in achtneming van de
                                    regels in hoofdstuk 3 van deze verordening. Dit zijn regels als
                                    bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de wet.</al></li><li nr="2."><al> De gemeenten houden bij het vaststellen van de
                                    bestemmingsplannen rekening met het toetsingskader van de
                                    provincie voor de groenblauwe zone zoals bedoeld in artikel
                                    2.1.</al></li><li nr="3. "><al>In afwijking van de termijn genoemd in artikel 4.1, tweede lid,
                                    van de wet stellen de gemeenten waarbinnen het plangebied
                                    groenblauwe zone ligt de bestemmingsplannen als bedoeld in het
                                    eerste lid niet eerder vast dan nadat door de provincie
                                    Flevoland de structuurvisie OostvaardersWold is vastgesteld, met
                                    dien verstande dat de bestemmingsplannen uiterlijk 1 januari
                                    2011 worden vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.4 - Bescherming groenblauwe zone</titel></kop><al>Om te voorkomen dat er in het beschermingsgebied groenblauwe zone
                            (nieuwe) ontwikkelingen plaatsvinden waardoor het gebied minder geschikt
                            wordt voor de verwezenlijking van de groenblauwe zone moeten zolang er
                            nog geen bestemmingsplannen zijn vastgesteld met in achtneming van deze
                            verordening voor initiatieven en ontwikkelingen op gronden in het
                            beschermingsgebied groenblauwe zone de regels van hoofdstuk 4 van deze
                            verordening in acht worden genomen. Dit zijn regels als bedoeld in
                            artikel 4.1, derde lid, van de wet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.5 ' Aanpassing begrenzing vanwege uitsluitsel in
                                zoekgebied</titel></kop><al>Op verzoek van betrokkene, zal het college van Gedeputeerde Staten de
                            grenzen van het plangebied groenblauwe zone en het beschermingsgebied
                            groenblauwe zone zodanig wijzigen dat een perceel met de aanduiding '*
                            mogelijkheid aanpassing begrenzing' buiten de grenzen komt te vallen,
                            waardoor de verordening dan niet meer op dit perceel van toepassing
                            is.</al><al>Uiterlijk 1 juli 2009 dient de betrokkene aan te geven of van deze
                            mogelijkheid gebruik wordt gemaakt of niet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 - Bestemmingsplannen groenblauwe zone</titel></kop><afdeling><kop><titel>Titel 3.1 - Bestemmingsspecifieke bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 - Inpassing van bestaande functies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De bestemmingsplannen voor het plangebied groenblauwe zone
                                        bevatten apart toegesneden bestemmingen voor de volgende -
                                        reeds bestaande - functies: </al><lijst><li nr="a. "><al>de spoorlijn Almere - Lelystad;</al></li><li nr="b. "><al>de ringweg N702;</al></li><li nr="c."><al> de Lage Vaart, die onder meer functioneert als
                                                vaarwater;</al></li><li nr="d."><al> de A6;</al></li><li nr="e."><al> de Vogelweg;</al></li><li nr="f."><al> de Hoge Vaart, die onder meer functioneert als
                                                vaarwater;</al></li><li nr="g. "><al>de Gooise weg;</al></li><li nr="h."><al> de Spiekweg;</al></li><li nr="i. "><al>de Nijkerkerweg;</al></li><li nr="j. "><al>de overige wegen in het plangebied;.</al></li><li nr="k."><al> kampeerterrein De Bosruiter (aan de
                                                Bosruiterweg);</al></li><li nr="l."><al> kampeerterrein De Parel (aan de
                                                Groenewoudseweg);</al></li><li nr="m."><al> vaarroute De Blauwe Diamant;</al></li><li nr="n."><al> de drinkwaterwinning (aan de Flediteweg).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone
                                        geeft aan de gronden waaraan een bestemming als bedoeld in
                                        het eerste lid wordt toegekend de volgende bestemmingen: </al><lijst><li nr="a."><al> als hoofdbestemming de op grond van het eerste lid
                                                toegekende bestemming;</al></li><li nr="b."><al> indien van toepassing de dubbelbestemmingen en/of
                                                aanduidingen genoemd in artikel 3.3.</al></li></lijst></li><li nr="3. "><al>De bestemmingen voor de spoorlijn, de Lage Vaart, de A6, de
                                        Vogelweg, de Hoge Vaart en de Gooise weg maken ecopassages,
                                        recreantenpassages en voorzieningen voor aan- en afvoer van
                                        water mogelijk.</al></li><li nr="4."><al> Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen met
                                        betrekking tot: </al><lijst><li nr="a. "><al>de locatie en vormgeving van de ecopassages,
                                                recreantenpassages en voorzieningen voor aan- en
                                                afvoer van water vanwege het goed functioneren van
                                                de groenblauwe zone;</al></li><li nr="b."><al> de locatie, functie en vormgeving van de in lid 1
                                                bedoelde overige wegen in het plangebied vanwege het
                                                goed functioneren van de groenblauwe zone.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 - Groenblauwe zone</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone
                                        geeft de hoofdbestemming Natuur en Water aan de gronden van
                                        het plangebied die niet conform artikel 3.1 een aparte
                                        bestemming krijgen.</al></li><li nr="2. "><al>De gronden met de bestemming Natuur en Water zijn bestemd
                                        voor natuur en water, waarbij extensief recreatief
                                        (mede)gebruik is toegestaan.</al></li><li nr="3."><al> De gronden met de bestemming Natuur en Water kunnen de
                                        dubbelbestemmingen en aanduidingen krijgen als bedoeld in
                                        artikel 3.3.</al></li><li nr="4."><al> De bestemming Natuur en Water laat naast bebouwing ten
                                        behoeve van de dubbelbestemmingen en aanduidingen, alleen
                                        bebouwing toe voor: </al><lijst><li nr="a."><al> extensief recreatief (mede)gebruik;</al></li><li nr="b."><al> objecten of voorzieningen voor
                                                natuurontwikkeling;</al></li><li nr="c."><al> onderhoud en beheer van het gebied.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al> De bestemming Natuur en Water bevat een
                                        aanlegvergunningstelsel als bedoeld in artikel 3.3, onder a,
                                        van de wet ten aanzien van: </al><lijst><li nr="a."><al> het planten dan wel kappen van hoogopgaande houtige
                                                opstanden;</al></li><li nr="b."><al> het wijzigen van de bodemopbouw;</al></li><li nr="c."><al> het vergraven dan wel ophogen van gronden, tenzij
                                                een ontgrondingenvergunning vereist is;</al></li><li nr="d. "><al>het scheuren van grasland;</al></li><li nr="e."><al> het aanbrengen dan wel verwijderen van verhardingen
                                                en/of paden;</al></li><li nr="f. "><al>het leggen dan wel verwijderen van kabels en
                                                leidingen en bijbehorende voorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="6. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen: </al><lijst><li nr="a."><al> om zodoende verschillende delen van het plangebied
                                                groenblauwe zone geschikt te laten zijn voor een
                                                bepaald natuurdoel;</al></li><li nr="b."><al> om zodoende verschillende delen van het plangebied
                                                groenblauwe zone geschikt te laten zijn voor
                                                waterberging, al dan niet gecombineerd met een
                                                andere (dubbel)bestemming en/of aanduiding;</al></li><li nr="c. "><al>om extensief recreatief medegebruik in te
                                                passen;</al></li><li nr=""><al>d. om voorzieningen voor het onderhoud en het beheer
                                                van de groenblauwe zone te realiseren.</al></li></lijst></li></lijst><al>De nadere regels kunnen betrekking hebben op soort, aard, omvang en
                                exacte lokatie van de te realiseren functies dan wel de te
                                beschermen waarden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Dubbelstemmingen en aanduidingen</titel></kop><al>3.3.1 - Nutsvoorzieningen</al><lijst><li nr="1. "><al>Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone
                                        voorziet in een dubbelbestemming voor de bestaande
                                        hoogspanningsleiding en andere reeds bestaande kabels en
                                        leidingen. Hierbij wordt bepaald dat deze dubbelbestemming
                                        nevengeschikt is aan de andere bestemming die ook op deze
                                        gronden is gelegd.</al></li><li nr="2. "><al>Ten aanzien van de gronden waaraan een dubbelbestemming als
                                        bedoeld in het eerste lid wordt toegekend, stelt een
                                        bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone regels: </al><lijst><li nr="a. "><al>die de soort kabel en/of leiding per aanduiding
                                                bepalen met de daarbij behorende zone;</al></li><li nr="b."><al> die voor de bij de desbetreffende kabel en/of
                                                leiding behorende zone bepalen dat bouwwerken binnen
                                                die zone slechts zijn toegestaan na advisering van
                                                de desbetreffende kabel en/of leidingbeheerder.</al></li></lijst></li></lijst><al>3.3.2 - Windmolens</al><lijst><li nr="1."><al> Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone
                                        voorziet in een regeling voor bestaande windmolens die past
                                        binnen het beleid voor opschalen en saneren van de
                                        windmolens als bedoeld in het Omgevingsplan Flevoland 2006
                                        en de beleidsregels Windmolens 2008&#x94; voor geheel
                                        Flevoland.</al></li><li nr="2."><al> Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone
                                        sluit plaatsing van nieuwe windmolens in het plangebied
                                        groenblauwe zone uit.</al></li></lijst><al>3.3.3 - Archeologische waarden</al><al>Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone voorziet in
                                een regeling ter bescherming van de archeologische waarden
                                overeenkomstig de provinciale beleidsregel 'Archeologie en
                                ruimtelijke ordening 2008&#x94;.</al><al>3.3.4 - Vrijwaringszone voor infrastructuur</al><lijst><li nr="1."><al> Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone
                                        voorziet in een regeling die invulling geeft aan een
                                        'vrijwaringszone voor infrastructuur' voor de gronden
                                        gelegen binnen een zone van: </al><lijst><li nr="a. "><al>100 meter aan weerszijden van de bestemmingen voor
                                                het spoor, de Gooise weg en de Nijkerkerweg;</al></li><li nr="b."><al> aan de noordwestzijde van de bestemming voor de A6:
                                                100 meter;</al></li><li nr="c. "><al>aan de zuidoostzijde van bestemming voor de A6:</al></li><li nr="d. "><al>100 meter ten oosten van de aansluiting Almere
                                                Buiten Oost en</al></li><li nr="e."><al> 250 meter aan de westzijde van de aansluiting
                                                Almere Buiten Oost.</al></li></lijst></li><li nr="2. "><al>Binnen de gronden gelegen binnen een zone als bedoeld in het
                                        eerste lid mag de aanleg dan wel verbreding van
                                        infrastructuur en bijbehorende voorzieningen niet onmogelijk
                                        worden gemaakt door geen nieuwe bebouwing toe te laten,
                                        behoudens bebouwing die ook binnen de bestemmingen voor het
                                        spoor, de Gooise weg, Nijkerkerweg en de A6 is
                                        toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 - Ontheffingen voor andere bestemmingen</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van burgemeester en
                                        wethouders ontheffing aan de raad verlenen om voor de
                                        gronden die op grond van artikel 3.2 als Natuur en Water
                                        bestemd dienen te worden een andere bestemming toe te
                                        laten.</al></li><li nr="2."><al> Aan deze ontheffing kunnen Gedeputeerde Staten
                                        voorschriften verbinden om de bestemming als bedoeld in het
                                        eerste lid in te passen in en af te stemmen op de doeleinden
                                        voor de groenblauwe zone. De voorschriften kunnen betrekking
                                        hebben op soort, aard, omvang en exacte locatie van de te
                                        realiseren functies dan wel de te beschermen waarden.</al></li><li nr="3."><al> Aan deze ontheffing kunnen Gedeputeerde Staten
                                        voorschriften verbinden ten aanzien de termijn waarbinnen de
                                        ontheffing moet zijn vertaald in het betreffende
                                        bestemmingsplan.</al></li><li nr="4. "><al>Op een verzoek om ontheffing is de procedure van afdeling
                                        4.1. Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien
                                        verstande dat Gedeputeerde Staten binnen 12 weken beslissen
                                        op het verzoek.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 3.2 ' overige bepalingen in bestemmingsplannen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.5 - Aansluiting bestemmingsplannen</titel></kop><al>De bestemmingen in de bestemmingsplannen voor het plangebied
                                groenblauwe zone sluiten zowel qua inhoud als voor wat betreft de
                                lokalisering onderling op elkaar aan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6 - Toegestane bestemmingen</titel></kop><al>Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone bevat
                                alleen de bestemmingen en aanduidingen als bedoeld in de artikelen
                                3.1, 3.2 en 3.3 van deze verordening, onverminderd het bepaalde in
                                artikel 3.7 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7 - Voorlopige bestemmingen en (tijdelijke)
                                    ontheffingen</titel></kop><al>Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone beperkt de
                                toepasselijkheid van de artikelen 3.2 en 3.22 van de wet tot de
                                gevallen waarin de voorlopige bestemming respectievelijk de
                                (tijdelijke) ontheffing zich verdraagt met de hoofddoelstelling van
                                de groenblauwe zone als bedoeld in artikel 2.2.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8 - Verwezenlijking in de naaste toekomst</titel></kop><al>Een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone bevat een
                                bepaling als bedoeld in artikel 3.4 van de wet voor de gronden
                                waarvan de bestemmingen en bestemmingsdoeleinden nog niet
                                gerealiseerd zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.9 ' Wijzigingsbevoegdheid, en
                                    uitwerkingsverplichting, binnenplanse ontheffing</titel></kop><al>In een bestemmingsplan voor het plangebied groenblauwe zone worden
                                aan de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsverplichting en aan de
                                bevoegdheid om ontheffing te verlenen van bij het plan aan te geven
                                regels, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a tot en met
                                c, van de wet, regels verbonden die erop zien dat de
                                hoofddoelstelling van de groenblauwe zone als bedoeld in artikel 2.2
                                wordt gewaarborgd.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 - Bescherming groenblauwe zone</titel></kop><afdeling><kop><titel>Titel 4.1 - Wijziging bestaand gebruik</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 - Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden in het beschermingsgebied groenblauwe zone het
                                bestaand gebruik te wijzigen in een ander gebruik, waaronder ook
                                wordt verstaan wijziging in omvang en/of intensiteit, indien
                                daardoor het plangebied groenblauwe zone minder geschikt wordt voor
                                het verwezenlijken van de groenblauwe zone. Onder een ander gebruik
                                wordt verstaan een vorm van gebruik die op grond van het geldende
                                bestemmingsplan bij recht, dan wel na ontheffing of wijziging van
                                het bestemmingsplan, is toegestaan. Gebruik dat de gronden minder
                                geschikt maken voor het verwezenlijken van de groenblauwe zone omvat
                                in ieder geval het gebruik voor permanente bollenteelt, intensieve
                                gewasteelt (zoals het telen van champignons), het toepassen van
                                gentechnologie, sierteelt, pot- en containerteelt, viskwekerij en de
                                omschakeling naar (andere vormen van) veeteelt en/of
                                veehouderij.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 - Ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de initiatiefnemer
                                        ontheffing verlenen van het in artikel 4.1 genoemde
                                        verbod.</al></li><li nr="2. "><al>Bij de beoordeling van de aanvraag om een ontheffing als
                                        bedoeld in het eerste lid betrekken Gedeputeerde Staten: </al><lijst><li nr="a. "><al>de soort activiteit en hoe deze in relatie staat met
                                                hetgeen aan bestaande activiteiten reeds legaal
                                                aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al> of door het voorgestane gebruik, dan wel door de
                                                daarvan (in)direct te verwachten gevolgen, het
                                                plangebied groenblauwe zone mogelijk minder geschikt
                                                wordt voor de verwezenlijking en het behoud van één
                                                of meer onderdelen, waarden of functies van de
                                                groenblauwe zone en voorts of aan de mogelijke
                                                gevolgen door het stellen van voorschriften
                                                voldoende tegemoet kan worden gekomen;</al></li><li nr="c. "><al>de beoogde periode dat het voorgestane gebruik zal
                                                worden uitgeoefend;</al></li><li nr="d. "><al>het advies van Burgemeester en Wethouders van de
                                                betreffende gemeente dat Gedeputeerde Staten
                                                inwinnen over het verzoek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Gedeputeerde Staten kunnen een ontheffing als bedoeld in
                                        het eerste lid onder beperkingen verlenen en/of kunnen aan
                                        een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften
                                        verbinden, waaronder het verlenen van de ontheffing voor een
                                        bepaalde periode, waardoor voorkomen wordt dat het
                                        plangebied groenblauwe zone minder geschikt wordt voor de
                                        verwezenlijking van de groenblauwe zone.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3 - Uitzonderingen verbodsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Het in artikel 4.1 genoemde verbod geldt niet voor een
                                        wijziging waarmee op het moment van inwerkingtreding van
                                        deze verordening is of mag worden begonnen krachtens een
                                        bouwvergunning, krachtens een ontheffing van het geldende
                                        bestemmingsplan of krachtens een vastgesteld (en - indien
                                        van toepassing - voor zover door de provincie uiteindelijk
                                        goedgekeurd) wijzigingsplan of uitwerkingsplan.</al></li><li nr="2. "><al>Het in artikel 4.1 genoemde verbod geldt niet voor gebruik
                                        dat nodig is vanwege het normale onderhoud en beheer ten
                                        behoeve van bestaand gebruik of ten behoeve van gebruik dat
                                        is toegestaan op grond van het eerste lid.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 4.2 - Werken, geen bouwwerken zijnde, en
                                werkzaamheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.4 - Aanlegvergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden in het beschermingsgebied groenblauwe zone zonder of
                                in afwijking van een aanlegvergunning van Gedeputeerde Staten de
                                volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden te
                                verrichten:</al><lijst><li nr="a."><al> het bebossen of anderszins beplanten met hoogopgaande
                                        houtige gewassen, waaronder het kweken en telen van bomen,
                                        struiken en heesters;</al></li><li nr="b. "><al>het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en/of
                                        parkeergelegenheden, en het aanleggen of aanbrengen van
                                        andere oppervlakteverhardingen;</al></li><li nr="c. "><al>het aanbrengen van bovengrondse en/of ondergrondse leidingen
                                        en de daarmee verband houdende constructies, installaties en
                                        apparatuur;</al></li><li nr="d. "><al>het ophogen en egaliseren van gronden en het aanleggen van
                                        geluidswallen;</al></li><li nr="e. "><al>het verlagen van de bodem en afgraven van gronden;</al></li><li nr="f."><al> het bewerken en ploegen van en graven, boren of roeren in
                                        de bodem dieper dan 0,5 meter. Hieronder wordt onder meer
                                        het omputten begrepen;</al></li><li nr="g."><al> het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van de
                                        dagrecreatie in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden,
                                        picknickplaatsen en parkeerplaatsen;</al></li><li nr="h. "><al>het vellen en rooien van houtgewas;</al></li><li nr="i. "><al>het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en
                                        dempen van bestaande waterlopen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5 - Vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Bij de beoordeling van een aanvraag door een
                                        initiatiefnemer om een vergunning als bedoeld in artikel 4.4
                                        betrekken Gedeputeerde Staten: </al><lijst><li nr="a."><al> de soort activiteit en hoe deze in relatie staat
                                                met hetgeen aan bestaande activiteiten reeds legaal
                                                aanwezig is;</al></li><li nr="b. "><al>of door de voorgestelde werken of werkzaamheden, dan
                                                wel door de daarvan (in)direct te verwachten
                                                gevolgen, het plangebied groenblauwe zone mogelijk
                                                minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het
                                                behoud van één of meer onderdelen, waarden of
                                                functies van de groenblauwe zone en voorts of aan de
                                                mogelijke gevolgen door het stellen van
                                                voorschriften voldoende tegemoet kan worden
                                                gekomen;</al></li><li nr="c."><al> de beoogde periode dat de voorgestane werken of
                                                werkzaamheden zullen worden uitgeoefend;</al></li><li nr="d."><al> het advies van Burgemeester en Wethouders van de
                                                betreffende gemeente dat Gedeputeerde Staten
                                                inwinnen over de aanvraag.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Gedeputeerde Staten kunnen een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 4.4 onder beperkingen verlenen en/of kunnen aan een
                                        vergunning als bedoeld in artikel 4.4 voorschriften
                                        verbinden, waaronder het verlenen van de ontheffing voor een
                                        bepaalde periode, waardoor voorkomen wordt dat het
                                        plangebied groenblauwe zone minder geschikt wordt voor de
                                        verwezenlijking van de groenblauwe zone.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.6 - Uitzonderingen vergunningsplicht</titel></kop><al>Het in artikel 4.4 genoemde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al> werken en werkzaamheden in het kader van het normale
                                        onderhoud, gebruik en beheer;</al></li><li nr="b."><al> werken en werkzaamheden waarmee op het moment van
                                        inwerkingtreding van deze verordening is of mag worden
                                        begonnen krachtens een aanlegvergunning op grond van het
                                        geldende bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 4.3 - Bouwen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.7 - Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden in het beschermingsgebied groenblauwe zone bebouwing
                                op te richten anders dan passend binnen de bestemmingen en
                                aanduidingen als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2 en 3.3.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.8 - Ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van Burgemeester en
                                        Wethouders ontheffing verlenen van het in artikel 4.7
                                        genoemde verbod.</al></li><li nr="2."><al> Bij de beoordeling van een aanvraag om een ontheffing als
                                        bedoeld in het eerste lid betrekken Gedeputeerde Staten: </al><lijst><li nr="a. "><al>de soort activiteit en hoe deze in relatie staat met
                                                hetgeen aan bestaande activiteiten reeds legaal
                                                aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al> of door de voorgestane bebouwing, dan wel door de
                                                daarvan (in)direct te verwachten gevolgen, het
                                                plangebied groenblauwe zone mogelijk minder geschikt
                                                wordt voor de verwezenlijking en het behoud van één
                                                of meer onderdelen, waarden of functies van de
                                                groenblauwe zone en voorts of aan de mogelijke
                                                gevolgen door het stellen van voorschriften
                                                voldoende tegemoet kan worden gekomen;</al></li><li nr="c."><al> de beoogde periode dat de voorgestane bebouwing zal
                                                bestaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Gedeputeerde Staten kunnen een ontheffing als bedoeld in
                                        het eerste lid onder beperkingen verlenen en/of kunnen aan
                                        een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften
                                        verbinden, waaronder het verlenen van de ontheffing voor een
                                        bepaalde periode, waardoor voorkomen wordt dat het
                                        plangebied groenblauwe zone minder geschikt wordt voor de
                                        verwezenlijking van de groenblauwe zone.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.9 - Uitzonderingen verbodsbepaling</titel></kop><al>Het in artikel 4.7 genoemde verbod geldt niet voor bouwen dat op het
                                moment van inwerkingtreding van deze verordening in uitvoering was
                                of kan worden uitgevoerd krachtens een bouwvergunning.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.10 - Overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van
                                        het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel
                                        gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt
                                        van hoofdstuk 4 van deze verordening, mag, mits deze
                                        afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, </al><lijst><li nr="a."><al> gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al></li><li nr="b. "><al>na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit
                                                geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de
                                                aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen
                                                twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet
                                                gegaan.</al></li></lijst></li><li nr="2. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen eenmalig ontheffing verlenen van
                                        het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een
                                        bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal
                                        10%.</al></li><li nr="3. "><al>Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die
                                        weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van
                                        de verordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in
                                        strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder
                                        begrepen de overgangsbepaling van dat plan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 4.4 - Wijzigen en uitwerken bestemmingsplannen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.11 - Wijziging of uitwerking
                                    bestemmingsplannen</titel></kop><al>De wijziging of uitwerking, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid,
                                onder a en b, van de wet of als bedoeld in artikel 11 van de Wet op
                                de Ruimtelijke Ordening, van een bestemmingsplan dat van kracht is
                                op het moment dat deze verordening in werking treedt en dat geldt
                                voor het plangebied groenblauwe zone vindt plaats met in achtneming
                                van de bij of krachtens deze verordening gestelde regels.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>Titel 4.5 - Algemeen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.12 - Procedureregels ontheffingen en
                                    vergunningen</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Een verzoek om ontheffing respectievelijk een vergunning
                                        wordt schriftelijk ingediend bij Gedeputeerde Staten.</al></li><li nr="2. "><al>Gedeputeerde Staten doen het verzoek af conform de procedure
                                        van afdeling 4.1. Algemene wet bestuursrecht, met dien
                                        verstande dat Gedeputeerde Staten binnen 6 weken beslissen
                                        op een verzoek om aanlegvergunning en binnen 12 weken
                                        beslissen op de overige verzoeken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.13 - Overtreding</titel></kop><al>Overtreding van de verbodsbepalingen van dit hoofdstuk en van de aan
                                de vergunning dan wel ontheffing verbonden beperkingen en
                                voorschriften wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van
                                artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 - Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde Staten kunnen - gehoord hebbende de
                                    Statencommissie - ambtshalve of op verzoek van Burgemeester en
                                    Wethouders van een gemeente een of meer bepalingen van deze
                                    verordening buiten toepassing verklaren of daarvan afwijkingen
                                    toestaan voor zover toepassing gelet op het doel en het belang
                                    dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden
                                    tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een
                                    belanghebbende en voorzover de verordening niet in een
                                    ontheffingsmogelijkheid voorziet.</al></li><li nr="2. "><al>Gedeputeerde Staten doen een verzoek als bedoeld in het eerste
                                    lid af conform de procedure van afdeling 4.1. Algemene wet
                                    bestuursrecht, met dien verstande dat Gedeputeerde Staten binnen
                                    12 weken beslissen op het verzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 - Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 - Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening groenblauwe
                            zone.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Voorzitter en secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>