<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73802_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bijdrageverordening Europese Steunfondsen (1994-1999)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2006, 18</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bijdrageverordening Europese Steunfondsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1998-12-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 3, 3a, 6, 7, 12, 15</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>statenvoorstel 417916</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>europa</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bijdrageverordening Europese Steunfondsen (1994-1999)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Flevoland;</al></li><li nr="b."><al>bijdrage: een bijdrage uit een steunfonds;</al></li><li nr="c."><al> steunfonds: het Europese Fonds voor de Regionale Ontwikkeling
                                (EFRO), het Europees Oriëtatie- en Garantiefonds voor de Landbouw
                                (EOGFL) of het Financierings Instrument voor de Oriëntatie van de
                                Visserij (FIOV);</al></li><li nr="d."><al> EPD: het door de Europese Commissie vastgestelde Enig
                                Programmeringsdocument 1994-1999, Flevoland, Doelstelling 1;</al></li><li nr="e."><al> jaarprogramma: het in enig kalenderjaar vastgestelde overzicht van
                                maatregelen als bedoeld in het EPD en LEADER II waarvoor een
                                bijdrage kan worden verstrekt;</al></li><li nr="f. "><al>project: de ter uitvoering van het jaarprogramma nader
                                geconcretiseerde activiteiten ten aanzien waarvan geen overeenkomst
                                naar burgerlijk recht zal worden aangegaan;</al></li><li nr="g."><al> aanvrager: degene die een bijdrage heeft aangevraagd of de
                                eindbegunstigde zoals bedoeld in het EPD en LEADER II;</al></li><li nr="h."><al> het door de Europese Commissie vastgestelde operationele programma
                                voor de periode 26 oktober 1996 tot en met 31 december 1999 in het
                                kader van het communautaire initiatief LEADER II ten behoeve van
                                gebieden van doelstelling 1 in de regio Flevoland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Gedeputeerde Staten beslissen op aanvragen om een bijdrage uit een
                                steunfonds. De Algemene Subisidieverordening Flevoland is op deze
                                aanvragen niet van toepassing.</al></li><li nr="2."><al> Om in aanmerking te komen voor een bijdrage dient te worden voldaan
                                aan de criteria zoals genoemd in het EPD of LEADER II en het
                                jaarprogramma.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een aanvraag wordt ingediend voordat met het project wordt
                                begonnen.</al></li><li nr="2. "><al>Een aanvraag kan worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober 1999.</al></li><li nr="3."><al> Gedeputeerde Staten stellen een formulier vast dat voor het
                                indienen van een aanvraag dient te worden gebruikt. Daarbij kan
                                worden aangegeven welke gegevens, gelet op de bepalingen van het EPD
                                en LEADER II, bij de aanvraag dienen te worden verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3a</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een aanvraag kan, voorzover niet eerder een aanvraag is gedaan
                                waarop is beslist middels een toekenningsbesluit, tevens worden
                                ingediend na of tijdens realisatie van een project.</al></li><li nr="2."><al> De aanvraag kan worden ingediend tot uiterlijk 31 december
                                1999.</al></li><li nr="3."><al> Reeds ingediende aanvragen voor de inwerkingtreding van dit artikel
                                maar welke wel voldoen aan het bepaalde in lid 1 worden geacht
                                tijdig te zijn ingediend conform lid 2.</al></li><li nr="4."><al> De bijdrage zal in geval van een aanvraag als bedoeld in lid 1 van
                                dit artikel zonder voorafgaan-de toekenning c.q.
                                verleningsbeschikking direct definitief worden vastgesteld.</al></li><li nr="5."><al> Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Aan de aanvrager wordt een bericht van ontvangst verzonden. Indien
                                de aanvraag volledig is wordt daarin de uiterste datum medegedeeld
                                waarop een beslissing op de aanvraag wordt genomen.</al></li><li nr="2."><al> Indien de aanvraag volledig is of indien niet gebruik is gemaakt
                                van het door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier
                                wordt aanvrager in de gelegenheid gesteld binnen een daarbij te
                                stellen termijn voor de nodige aanvulling van de aanvraag te
                                zorgen.</al></li><li nr="3. "><al>Indien de in het tweede lid bedoelde aanvulling niet wordt ontvangen
                                wordt de aanvrager in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen omtrent een aanvraag deskundig advies inwinnen.
                        De aanvrager wordt hiervan bericht gedaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten beslissen binnen dertien weken op de aanvraag ingevolge
                        artikel 3 en 3a. Indien niet binnen deze termijn op de aanvraag is beslist
                        delen Gedeputeerde Staten dit aan aanvrager mede. Daarbij wordt de datum
                        vermeld waarop uiterlijk op de aanvraag zal worden beslist.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde Staten beslissen afwijzend op een aanvraag indien: </al><lijst><li nr="a. "><al>niet wordt voldaan aan de criteria zoals genoemd in het EPD
                                        of LEADER II en het jaarprogramma;</al></li><li nr="b."><al> gegronde vrees bestaat dat aanvrager niet zal voldoen aan
                                        verplichtingen als bedoeld in deze verordening, dan wel niet
                                        kan worden voldaan aan bepalingen van het EPD of LEADER II
                                        of het jaarprogramma;</al></li><li nr="c. "><al>het project niet vóór 1 januari 2001 gerealiseerd zal kunnen
                                        zijn;</al></li><li nr="d. "><al>het jaarbudget van de betreffende begrotingspost niet, of
                                        niet voldoende, toereikend is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> In geval van het eerste lid onder d beslissen Gedeputeerde Staten
                                op basis van prioriteitenstelling. Daarbij kunnen bijdragen tot een
                                lagere hoogte worden toegekend dan waartoe zou zijn besloten bij een
                                toereikende begrotingspost.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>De inwilliging van een aavraag vermeldt tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van het project;</al></li><li nr="b."><al> de maximale hoogte van de bijdrage;</al></li><li nr="c."><al> de aan de toekenning verbonden voorwaarden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Aan de toekenning van een bijdrage kan in elk geval de voorwaarde
                                worden verbonden dat: </al><lijst><li nr="a. "><al>het prject overeenkomstig het projectplan, dan wel de
                                        beschrijving van het plan moet worden uitgevoerd;</al></li><li nr="b. "><al>het project binnen een in de toekenning vermelde termijn
                                        moet zijn aangevangen en voor een daarbij te vermelden
                                        tijdstip gerealiseerd dient te zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> In de toekenning worden voorts de verplichtingen vermeld als
                                bedoeld in artikel 10.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Indien een bijdrage is toegekend dient, voor zover dit
                                redelijkerwijs noodzakelijk is voor een goede uitvoering van deze
                                verordening, door de aanvrager medewerking te worden verleend
                                omtrent: </al><lijst><li nr="a."><al> het verkrijgen van inzage in zakelijke gegevens en
                                        bescheiden het project betreffende;</al></li><li nr="b. "><al>het verkrijgen van de onder a bedoelde bescheiden;</al></li><li nr="c."><al> het verlenen van toegang tot met de uitvoering van het
                                        project verband houdende plaatsen.</al></li></lijst></li><li nr="2. "><al>De aanvrager doet onmiddellijk mededeling aan Gedeputeerde Staten
                                indien surséance van betaling of faillissement is aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Op verzoek van aanvrager kunnen Gedeputeerde Staten voorschotten
                        verstrekken. Op een verzoek om een voorscchot wordt in ieder geval afwijzend
                        beslist indien sprake is van onvoldoende voortgang van het project en indien
                        niet is voldaan aan het gestelde in artikel 10. eerste lid dan wel indien
                        sprake is van het gestelde in het tweede lid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Binnen achttien weken na realisering van het project dient
                                aanvrager Gedeputeerde Staten te verzoeken de bijdrage definitief
                                vast te stellen in geval van een aanvraag ingevolge artikel 3.</al></li><li nr="2. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen een formulier vaststellen dat voor het
                                indienen van het in het eerste lid bedoelde verzoek dient te worden
                                gebruikt. Het verzoek dient vergezeld te gaan van alle door
                                Gedeputeerde Staten te bepalen stukken.</al></li><li nr="3. "><al>Indien, ook nadat Gedeputeerde Staten aanvrager daartoe hebben
                                aangemaand, geen verzoek als bedoeld in het eerste lid is ingediend
                                stellen Gedeputeerde Staten de bijdrage ambtshalve definitief
                                vast.</al></li><li nr="4."><al> Gedeputeerde Staten kunnen een eerder toegekende bijdrage intrekken
                                indien aanvrager onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft
                                achtergehouden die, waren zij ten tijde van het doen van de aanvraag
                                bekend geweest, tot een afwijzende beslissing zouden hebben
                                geleid.</al></li><li nr="5."><al> Gedeputeerde Staten kunnen bij niet nakoming van de bij of
                                krachtens deze regeling op aanvrager rustende verplichtingen de
                                bijdrage op een lager bedrag, of op nihil, stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>In geval sprake is van een situatie als bedoeld in:</al><lijst><li nr="- "><al>artikel 10, tweede lid;</al></li><li nr="- "><al>artikel 12, vierde en vijfde lid,</al></li></lijst><al>en indien de definitief vastgestelde bijdrage lager is dan hetgeen als
                        voorschot is uitbetaald, dient aanvrager de uitbetaalde bijdrage dan wel het
                        teveel betaalde terug te storten. Een zodanige vordering is onmiddellijk
                        opeisbaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Aanvragen als bedoeld in deze verordening kunnen per telefax worden
                        ingediend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                                publicatie.</al></li><li nr="2."><al> In afwijking van het in het eerste lid gestelde kunnen projecten
                                die na 1 juli 1994 zijn gestart en overigens voldoen aan het
                                gestelde in deze verordening voor een bijdrage in aanmerking
                                komen.</al></li><li nr="3. "><al>De artikelen 1, onder e, g, en h, tweede lid, 3, derde lid, 3a, 6,
                                eerste lid, 7, eerste lid en 12, eerste lid, werken terug tot 1
                                december 1998.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Bijdrageverordening Europese
                        steunfondsen.?</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Besloten in de vergadering van 06 juli 2006</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>