<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73768_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Archiefverordening Flevoland 1996</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Flevoland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 1996, 11</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Archiefverordening Flevoland 1996</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, art. 27</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-11-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1996-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>statenvoorstel IZ/96.061221/A</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>archieven</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel criteria voor vervanging van orginele voorblijvende bewaring in aanmerking komende archief- bescheiden door reproducties</al><al>Besluit informatiebeheer van de provincie Flevoland 1997</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De regeling treedt in werking met terugwerkende kracht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Archiefverordening Flevoland 1996</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van Flevoland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I</titel></kop><afdeling><kop><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt
                                verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>a. de wet</al></entry><entry><al>de Archiefwet 1995</al></entry></row><row><entry><al>b. provinciale organen</al></entry><entry><al>de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder
                                                  b van de wet, voorzover genoemd in de
                                                  Provinciewet, met uitzondering van de Commissaris
                                                  van de Koningin voorzover het de archiefbescheiden
                                                  betreft voor welke hij ingevolge artikel 23,
                                                  tweede lid, van de wet zorgdraagt;</al></entry></row><row><entry><al>c. de inspecteur</al></entry><entry><al>de overeenkomstig artikel 28 van de wet benoemde
                                                  provinciale inspecteur, alsmede degenen die
                                                  machtiging hebben gekregen hem te vervangen;</al></entry></row><row><entry><al>d. de zorgdrager</al></entry><entry><al>degene die ingevolge artikelen 30, 35 en 40 van
                                                  de wet en artikel 45 van de Politiewet is belast
                                                  met de zorg voor de archiefbescheiden, voorzover
                                                  het toezicht bij Gedeputeerde Staten berust;</al></entry></row><row><entry><al>e. beheerders</al></entry><entry><al>degenen die ingevolge artikel 3 zijn belast met
                                                  het beheer van de archiefbescheiden van de
                                                  provinciale organen en de lichamen en organen
                                                  ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke
                                                  regelingen, aan welke door één of meer provincies
                                                  wordt deelgenomen,voorzover die archiefbescheiden
                                                  nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn
                                                  overgebracht en deze verordening daarop van
                                                  toepassing is;</al></entry></row><row><entry><al>f. beheerseenheid</al></entry><entry><al>een door Gedeputeerde Staten als zodanig aan te
                                                  wijzen organisatie-onderdeel;</al></entry></row><row><entry><al>g. informatiesysteem</al></entry><entry><al>systeem van documentatie, procedures, apparatuur
                                                  en programmatuur, met behulp waarvan
                                                  archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd,
                                                  bewerkt, verzonden, ontvangen en
                                                  geraadpleegd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II</titel></kop><afdeling><kop><titel>De zorg van Gedeputeerde Staten voor de archiefbescheiden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het inrichten en instandhouden
                                van voldoende en doelmatige archiefruimten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het aanwijzen van degenen die
                                belast zijn met het beheer van archiefbescheiden van de provinciale
                                organen die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn
                                overgebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor de aanstelling van voldoende
                                deskundig personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het beheer
                                van de archiefbescheiden van de provinciale organen, die nog niet
                                naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor dat de
                                        vervaardiging en bewaring van archiefbescheiden geschiedt op
                                        zodanige wijze, dat het behoud van deze bescheiden voldoende
                                        is gewaarborgd.</al></li><li nr="2."><al> Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten
                                        aanzien van de vervaardiging van bescheiden bestemd voor een
                                        overheidsorgaan of andere belanghebbende, van welke
                                        bescheiden redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij
                                        voor dezen als archiefbescheiden voor blijvende bewaring in
                                        aanmerking komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor, dat jaarlijks op de
                                provinciale begroting voldoende middelen worden geraamd ter
                                bestrijding van de kosten die aan de zorg voor de
                                archiefbewaarplaats zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen voorschriften vast voor het beheer van
                                de archiefbescheiden van de provinciale organen die nog niet naar de
                                archiefbewaarplaats zijn overgebracht (gehoord de Statencommissie
                                voor Algemene Zaken).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten doen tenminste eenmaal per jaar aan Provinciale
                                Staten verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering
                                van artikel 27 van de wet. Zij leggen daarbij over het verslag,
                                bedoeld in artikel 11.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III</titel></kop><afdeling><kop><titel>De inspecteur</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>De inspecteur is bevoegd, ter uitoefening van het hem bij of
                                krachtens artikel 28, eerste lid, artikel 33, eerste lid en artikel
                                38, eerste lid, van de wet opgedragen toezicht, onderscheidenlijk
                                taken verband houdende met het toezicht, zich onder handhaving van
                                zijn verantwoordelijkheid te doen vervangen door aan hem
                                ondergeschikte ambtenaren, die in het bezit zijn van een diploma
                                archivistiek als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen vast binnen welke tijdvakken de
                                inspecteur tenminste eenmaal de archiefbescheiden en de ruimten
                                waarin deze worden bewaard, inspecteert.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>De inspecteur doet eenmaal per jaar aan Gedeputeerde Staten verslag
                                betreffende de bij de beheerders en zorgdragers uitgevoerde
                                inspecties.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV</titel></kop><afdeling><kop><titel>Toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, welke niet zijn
                                overgebracht naar de archiefbewaarplaats</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>De inspecteur ziet erop toe, dat het beheer van de archiefbescheiden
                                van de provinciale organen, welke niet zijn overgebracht naar de
                                archiefbewaarplaats geschiedt overeenkomstig de bepalingen van de
                                wet en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De beheerders verstrekken aan de inspecteur alle bescheiden
                                        en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een goede
                                        vervulling van zijn taak en verlenen de benodigde
                                        medewerking om inzicht te verschaffen in de ordening en de
                                        toegankelijkheid van archiefbescheiden en in de opzet en de
                                        werking van de systemen waarin deze archiefbescheiden zijn
                                        opgenomen.</al></li><li nr="2. "><al>De inspecteur heeft met inachtneming van de voorschriften
                                        ten aanzien van de beveiliging van geheimen toegang tot de
                                        archiefbescheiden en de ruimten waarin deze zich
                                        bevinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>De inspecteur doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het
                                toezicht mededeling aan de beheerders alsmede, indien hij hiertoe
                                aanleiding vindt, aan Gedeputeerde Staten. Hij geeft daarbij aan
                                welke voorzieningen naar zijn oordeel in het belang van een goed
                                beheer moeten worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>De beheerders doen aan de inspecteur tenminste tijdig mededeling van
                                het voornemen tot:</al><lijst><li nr="a. "><al>opheffing, samenvoeging of splitsing van een provinciaal
                                        orgaan of beheerseenheid of overdracht van één of meer taken
                                        aan een ander overheidsorgaan of een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al> bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting
                                        en ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al></li><li nr="c."><al> verandering van de plaats van bewaring van
                                        archiefbescheiden;</al></li><li nr="d."><al> ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een
                                        informatiesysteem;</al></li><li nr="e."><al> vervanging van archiefbescheiden door reproducties</al></li><li nr="f."><al> vervreemding van archiefbescheiden.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V</titel></kop><afdeling><kop><titel>Toezicht op de zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenten,
                                de waterschappen, de lichamen of organen ingesteld op grond van de
                                Wet gemeenschappelijke regelingen en de politie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De zorgdragers verstrekken aan Gedeputeerde Staten en de
                                        inspecteur alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk
                                        zijn voor een goede vervulling van hun taak en verlenen de
                                        benodigde medewerking om inzicht te verschaffen in de
                                        ordening en de toegankelijkheid van archiefbescheiden
                                        alsmede in de opzet en werking van de hulpmiddelen en
                                        systemen waarin deze zijn opgenomen.</al></li><li nr="2. "><al>De inspecteur heeft met inachtneming van de voorschriften
                                        ten aanzien van de beveiliging van geheimen, toegang tot de
                                        archiefbescheiden en de ruimten waarin deze zich
                                        bevinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De inspecteur deelt aan Gedeputeerde Staten mede, welke
                                        voorzieningen naar zijn oordeel door de zorgdragers moeten
                                        worden getroffen. Gedeputeerde Staten geven, voorzover zij
                                        dit nodig oordelen, hiervan kennis aan de zorgdrager.</al></li><li nr="2."><al> De zorgdragers stellen Gedeputeerde Staten in kennis van de
                                        maatregelen, welke zij naar aanleiding van de kennisgevingen
                                        bedoeld in het eerste lid hebben getroffen.</al></li><li nr="3. "><al>Wanneer Gedeputeerde Staten van oordeel zijn, dat de
                                        verplichting voor de archiefbescheiden zorg te dragen
                                        onvoldoende wordt nagekomen, kunnen zij , nadat de
                                        zorgdrager de gelegenheid is geboden zijn zienswijze naar
                                        voren te brengen, bepalen voor welk tijdstip de door hen
                                        nodig geachte voorzieningen moeten zijn getroffen. De
                                        inspecteur brengt aan Gedeputeerde Staten terzake verslag
                                        uit. Indien uit het verslag blijkt, dat nog niet of niet
                                        voldoende aan de verplichting is? voldaan, dan kunnen
                                        Gedeputeerde Staten gebruikmaken van de bevoegdheid bedoeld
                                        in artikel 34, eerste lid, en 39, eerste lid, van de wet. Na
                                        het overleg bedoeld in artikel 34, tweede lid, en artikel
                                        39, tweede lid, van de wet volgen zij daartoe de procedure
                                        omschreven in afdeling 3 . 4 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten doen aan Provinciale Staten eenmaal per jaar
                                verslag van het uitgeoefende toezicht op de zorgdragers; zij leggen
                                daarbij het verslag, bedoeld in artikel 11, over. Na vaststelling
                                van het verslag door Provinciale Staten wordt een afschrift ervan
                                aan de zorgdragers gezonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zorgdragers geven aan Gedeputeerde Staten tijdig kennis
                                        van het voornemen tot het ordenen en beschrijven van
                                        archiefbescheiden, die berusten in een archiefbewaarplaats,
                                        waarvan het beheer niet is opgedragen aan een
                                        gemeente-archivaris of een waterschapsarchivaris in de zin
                                        van artikel 32 onderscheidenlijk 37 van de wet, tenzij het
                                        ordenen en beschrijven is opgedragen aan een persoon, die in
                                        het bezit is van een diploma archivistiek als bedoeld in
                                        artikel 22 van de wet.</al></li><li nr="2. "><al>Gedeputeerde Staten dragen er zorg voor, dat het ordenen en
                                        beschrijven van archiefbescheiden, bedoeld in het eerste
                                        lid, geschiedt onder leiding van de inspecteur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De zorgdragers doen aan Gedeputeerde Staten tenminste
                                        tijdig mededeling van het voornemen tot: </al><lijst><li nr="a."><al> opheffing, samenvoeging of splitsing van een
                                                overheidsorgaan of overdracht van één of meer taken
                                                aan een ander overheidsorgaan of een
                                                rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al> uitlening van archiefbescheiden ingevolge artikel
                                                18, eerste lid, van de wet indien deze voor langer
                                                dan zes maanden is voorzien;</al></li><li nr="c."><al> bouw, verbouwing, inrichting of verandering van
                                                inrichting en ingebruikneming van ruimten als
                                                archief ruimte;</al></li><li nr="d. "><al>verandering van de plaats van bewaring van niet naar
                                                de archiefbewaarplaats overgebrachte
                                                archiefbescheiden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Gedeputeerde Staten stellen de inspecteur in kennis van de
                                        mededelingen in het vorige lid, alsmede van de door de
                                        zorgdragers medegedeelde verordeningen, bedoeld in de
                                        artikelen 30, eerste lid, 32, tweede lid, 35, eerste lid en
                                        37, tweede lid, van de wet. Deze brengt indien hij daartoe
                                        aanleiding ziet advies uit aan Gedeputeerde Staten.</al></li><li nr="3."><al> Gedeputeerde Staten stellen de inspecteur in kennis van de
                                        voorzieningen die zij naar aanleiding van zijn advies hebben
                                        getroffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten winnen het advies in van de inspecteur inzake
                                aanvragen door de zorgdragers tot:</al><lijst><li nr="a."><al> machtiging tot vervanging van archiefbescheiden door
                                        reprodukties;</al></li><li nr="b."><al> machtiging tot opschorting van de overbrenging van
                                        archiefbescheiden ouder dan 20 jaar dan wel verlenging van
                                        deze machtiging;</al></li><li nr="c. "><al>machtiging tot het stellen door de zorgdragers van
                                        beperkingen op de openbaarheid van archiefbescheiden, langer
                                        dan voor 75 jaar;</al></li><li nr="d. "><al>goedkeuring van plannen voor de bouw, verbouwing, inrichting
                                        of verandering van inrichting van een archiefbewaarplaats
                                        alsmede tot ingebruikneming van gebouwen of gedeelten van
                                        gebouwen als archiefbewaarplaats.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VI</titel></kop><afdeling><kop><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><al>De inspecteur kan aan Gedeputeerde Staten voorstellen doen inzake de
                                bevoegdheid, bedoeld in artikel 29 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>De inspecteur bevordert dat de zorgdragers voor het beheer
                                        van de naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archieven
                                        een archivaris aanstellen die in het bezit is van een
                                        diploma archivistiek, als bedoeld in artikel 22 van de
                                        wet.</al></li><li nr="2."><al> De inspecteur bevordert dat de zorgdragers voorzieningen
                                        treffen tot bevordering van de openbaarheid in de zin van de
                                        wet, met inachtneming van de beperkingen die daarop bij of
                                        krachtens de wet worden gesteld.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VII</titel></kop><afdeling><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 11 november 1996
                                en werkt terug tot en met 1 januari 1996.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de Archiefverordening
                                Flevoland 1996.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de vergadering van provinciale staten van 7 november
                        1996,</al></slotformulering><ondertekening>Griffier,</ondertekening><ondertekening>Voorzitter.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>