Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hilvarenbeek

Verordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHilvarenbeek
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009
CiteertitelVerordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet financiering decentrale overheden, art. 2 en 3
  2. Gemeentewet, art. 147, lid 1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Uitvoeringsbesluit Treasury.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-02-200901-01-2018Nieuwe regeling

29-01-2009

Hilverbode, 2009, 7

BW 16-12-2008

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009

Verordening TreasurystatuutDe raad van de gemeente Hilvarenbeek besluit,gelet op artikel 147 eerste lid van de Gemeentewet,vast te stellen:De verordening Treasurystatuut van de gemeente Hilvarenbeek 2009.

Hoofdstuk 1 Verordening treasurystatuut

Artikel 1 Uitgangspunten / doelstellingen treasuryfunctie

Het college voert de treasuryfunctie uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en draagt daarbij zorg voor:

  • 1.

    Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid);

  • 2.

    Het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico, intern liquiditeitsrisico en valutarisico (risicominimalisatie);

  • 3.

    Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie);

  • 4.

    Het zo veel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (rente-optimalisatie);

  • 5.

    Het tijdig aanleveren van informatie aan derden voortvloeiende uit de Wet Fido.

Hoofdstuk 2 Risicobeheer

Artikel 2 Uitgangspunten risicobeheer

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • 1.

    Het verstrekken van leningen of garanties aan derden wordt in beginsel alleen gedaan uit hoofde van de “publieke taak”;

  • 2.

    Het verstrekken van leningen en garanties aan andere partijen dan genoemd in lid 1 kan slechts geschieden nadat de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad hierover zijn ingewonnen;

  • 3.

    Aan het verstrekken van leningen en garanties aan derden worden nadere voorwaarden verbonden;

  • 4.

    Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van de verstrekte lening en garantie;

  • 5.

    Het uitzetten van middelen uit hoofde van de “treasuryfunctie” kan uitsluitend wanneer deze uitzettingen een prudent karakter hebben en er nadrukkelijk niet op zijn gericht om inkomen te genereren door het lopen van overmatig risico;

  • 6.

    Het gebruik van derivaten met een ‘gesloten positie’ is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s;

  • 7.

    ‘Near-banking’ is niet toegestaan;

  • 8.

    Het is niet toegestaan om (garanties op) hypothecaire leningen te verstrekken aan personeel en politieke ambtsdragers van openbare lichamen;

Artikel 3 Renterisicobeheer

Ter beheersing van het renterisico gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Het college handelt met betrekking tot de kasgeldlimiet naar de kaders zoals opgenomen in de Wet Fido;

  • 2.

    Het college handelt met betrekking tot de renterisiconorm naar de kaders zoals opgenomen in de Wet Fido.

Artikel 4 Koersrisicobeheer

Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is óf de belegging wordt gegarandeerd door supranationale instellingen en centrale- en lagere overheden die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER).

Artikel 5 Kredietrisicobeheer

  • 1

    Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:- Nederlandse overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%;- Financiële instellingen met ten minste een AA-rating van één van de volgende erkende rating-bureau’s: Moody’s, Standard en Poor’s of Fitch IBCA. 

  • 2

    Ingeval het uitzetten van middelen wordt overwogen bij financiële instellingen met een lagere rating dan is opgenomen in lid 1 van dit artikel, dan worden vooraf de wensen en/of bedenkingen van de gemeenteraad ingewonnen.

Hoofdstuk 3 Gemeentefinanciering (lange termijn)

Artikel 6 Financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

  • 2.

    Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.

Artikel 7 Langlopende uitzettingen

Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar of langer geldt het uitgangspunt dat uitzettingen uitsluitend worden gedaan onder de in artikel 4 en 5 genoemde voorwaarden.

Artikel 8 Relatiebeheer

Teneinde gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten te kunnen realiseren gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 5;

  • 2.

    Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer.

  • 3.

    Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

Hoofdstuk 4 Administratieve organisatie en interne controle

Artikel 9 Verantwoordelijkheden

In onderstaande tabel worden de verantwoordelijkheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven.

 

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

- Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, globale richtlijnen en limieten;- Het vaststellen van de treasuryparagraaf als onderdeel van de begroting en jaarstukken;- Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan;- Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid.

Artikel 10 Informatievoorziening

Zowel in de begroting als in de jaarstukken informeert het college de raad op het gebied van treasury (in de zogenoemde financieringsparagraaf), of zoveel vaker als nodig is uit hoofde van de actieve informatieplicht van het college aan de raad.

Artikel 11 Uitvoeringsregels

Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde in deze verordening en legt deze vast in een “Uitvoeringsbesluit Treasury”.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 12 Hardheidsclausule

In die gevallen, waarin de interne wet- en regelgeving zoals opgenomen in deze Verordening Treasurystatuut niet voorziet, dan wel (interpretatie)ruimte laat, is het college bevoegd tot het nemen van beslissingen. Besluiten van het college in deze worden ter kennisname van de Commissie Algemene Beleidszaken en Financiën (ABenF) gebracht.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1

    Deze verordening treedt in werking per 1 februari 2009;

  • 2

    Deze verordening treedt in de plaats van het “Treasurystatuut”, vastgesteld in de raadsvergadering van 21 december 2000.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Verordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 29 januari 2009de griffier,                       de burgemeester,

 

 

drs. G.J. de Ruiter        mr. drs. S.W.Th. Huisman 

Begrippenkader 1  

In dit statuut wordt verstaan onder:- Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.- Europese Economische Ruimte (EER) Een akkoord tussen de landen van de Europese Unie (EU) en de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), met uitzondering van Zwitserland, welke vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal tussen de deelnemende landen bevordert en waarbij samengewerkt wordt op economisch gebied. Het EER-akkoord is enkel van toepassing op de relaties met IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.- EMU-saldoHet EMU-saldo betreft het vorderingensaldo van de overheid. Lidstaten van de Europese Unie zijn een procedure overeengekomen die in werking kan treden als het vorderingentekort van een lidstaat groter is dan 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP). In het kader van deze “buitensporige-tekortenprocedure” kan de Europese Raad van Ministers bijv. aanbevelingen aan een lidstaat doen om het tekort terug te dringen en zo nodig sancties opleggen, waaronder boetes.- FinancieringHet aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen (reserves) als uit vreemd vermogen (voorzieningen en externe financiering). Er wordt gesproken van interne financiering wanneer reserves en voorzieningen worden aangewend en van externe financiering wanneer middelen worden aangetrokken op de geld- en kapitaalmarkt.- Geldmarkt De markt waarin financiële transacties met een looptijd korter dan twee jaar plaatsvinden.- Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). - Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.- Kapitaalmarkt De markt waarin financiële transacties met een looptijd van twee jaar of langer plaatsvinden.- Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.- Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.- Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. - Liquiditeitenbeheer Al die activiteiten die leiden tot het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.- ‘Near-banking’ Er wordt gesproken van ‘near-banking’ wanneer organisaties die geen banken zijn er bewust toe overgaan om gelden te lenen om deze gelden vervolgens weer tegen een hoger rentetarief uit te lenen. - Prudent karakteruitzettingen Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan.- RatingDe inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. - Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.- Renterisiconorm Een bij de aanvang van het jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden. - Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.- Rentevisie Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling. - Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.- Solvabiliteitsratio van 0% Status (solvabiliteitsvrije status) die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat in de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Deze status houdt in dat een bank voor desbetreffende papier geen reserves (0%) hoet aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. - Supranationaal Nationale verschillen te boven gaand.- Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit de deelfuncties risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer;- Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

Credit ratings 2  

De kredietwaardigheid van een onderneming, dus ook van een bank, speelt een belangrijke rol in de prijs die de bank moet betalen voor het aantrekken van vreemd vermogen (bijvoorbeeld obligaties) en bij het afsluiten van derivatencontracten. Een mindere kredietwaardigheid betekent een hogere prijs (rentevergoeding).In principe is een credit rating een inschatting van de kans op een eventuele wanbetaling bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier (obligaties, Medium Term Notes, Commercial Paper, etc.).Een hogere rating houdt een betere kredietwaardigheid in. De gebruikte ratingsystemen zijn dermate consistent, dat rating zowel gelijkertijd als in de tijd met elkaar vergelijkbaar zijn.Enkele bekende rating-agency’s zijn Standard en Poor’s, Moody’s, Fitch IBCA.Credit ratings zijn er in verschillende vormen, zoals lange termijn ratings, waarbij het risico van wanbetaling op langere termijn wordt voorspeld, en korte termijn ratings, welke de kredietwaardigheid voor de termijn van één jaar weergeven.

 

Overzicht lange termijn ratings

Moody’s

Standard en Poor’s

Kwalificatie kredietwaardigheid

Aaa

AAA

Extreem kredietwaardig.

Aa

AA

Zeer kredietwaardig. De veiligheidsmarges zijn echter niet zo hoog als bij de AAA-categorie.

A

A

Zeer kredietwaardig. Er zijn echter factoren aanwezig waardoor afbetaling in de toekomst enig gevaar loopt.

Baa

BBB

Kredietwaardig, maar gevoelig voor slechte economische tijding.

Ba

BB

Speculatief, matige bescherming van afbetaling aanwezig.

B

B

Heeft momenteel capaciteit voor rente en aflossing, maar is gevoelig voor faillissement.

Caa

CCC

Enige bescherming voor investeerders is aanwezig, maar grote risico’s/onzekerheid aanwezig.

Ca

CC

Zeer speculatief, meestal achtergestelde schuld aanwezig.

C

C

Rentebetalingen zijn reeds gestopt.

 

D

Failliet

matie-ontvanger Opmerking Frequentie

 

Overzicht korte termijn ratings

Moody’s

Standard en Poor’s

Kwalificatie kredietwaardigheid

P-1

A-1 + / A-1

Capaciteit voor rente en aflossing is extreem respectievelijk zeer groot.

P-2

A-2

Voldoende capaciteit voor tijdige betaling aanwezig. Echter niet zo groot als in de bovenste categorie.

P-3

A-3

Adequate capaciteit voor tijdige betalingen aanwezig. Echter kwetsbaar indien omstandigheden tegenzitten.

NP

B

Speculatief.

 

C

Capaciteit voor tijdige betalingen is zeer twijfelachtig.

 

D

Reeds failliet of binnenkort failliet.

NB De – en + ratings (bijv. AA-) geven aan dat de rating naar beneden (-) of naar boven (+) neigt.

Financiële instrumenten 3  

In de Wet Fido wordt het onderscheid tussen korte en lange financiering bij één jaar gelegd. Deze grens is gekozen om aan te sluiten bij het cashmanagement van de begroting van openbare lichamen. Dit onderscheid wordt geconcretiseerd in de vorm van de kasgeldlimiet voor leningen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en de mogelijkheid om regels te stellen aan het renterisico op leningen met een langere looptijd. Hierbij is niet langer de feitelijke looptijd van de financiering van belang, maar de oorspronkelijke rentetypische looptijd. Deze geeft aan gedurende welke periode de rente op een lening vast ligt, en dus niet eenzijdig door de geldgever kan worden herzien.Onderstaand overzicht geeft een aantal instrumenten weer welke zijn toegestaan bij de uitvoering van de treasuryfunctie. Voor alle duidelijkheid wordt vermeld dat tot de liquiditeiten worden gerekend al die financiële middelen die een tijdelijk karakter dragen. Dat tijdelijke karakter impliceert dat het bedoelde instrumentarium moet worden gezocht op de geldmarkt. De geldmarkt is de markt waar vraag en aanbod samenkomen van vraag naar en aanbod van kapitaal met een looptijd korter dan twee jaar. Dit in tegenstelling tot de kapitaalmarkt waar het gaat om looptijden vanaf twee jaar.De gehanteerde looptijden op zowel de geld- als kapitaalmarkt zijn derhalve verschillende ten opzichte van de termijnen van korte en lange financiering zoals deze in de Wet Fido worden gehanteerd.

 

Geldmarktproducten (looptijd maximaal 2 jaar minus één dag)

Certificates of deposit (CD)

Een Certificates of deposit (CD) is een op de geldmarkt verhandelbare termijndeposito. Dit betreft geld dat voor enige tijd is vastgezet bij een bank, waarbij een hogere rente wordt verkregen dan op de gewone spaarrekening.

Commercial paper (CP)

Een (giraal) verhandelbare schuldbekentenis met een looptijd korter dan twee jaar, uitgegeven door een niet-kredietinstelling zoals relatief grote ondernemingen of openbare lichamen. Een commercial paper wordt door de beleggers aangeschaft om na afloop van de looptijd weer te worden ingewisseld voor de hoofdsom. Tussentijds is er nauwelijks sprake van handel in deze waardepapieren. Voordeel ten opzichte van de rekening-courant is, net als bij het deposito, de vaste rentestelling.

Daggeld (callgeld)

Een daggeldlening (callgeldlening) is een lening voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. In tegenstelling tot callgeld is de looptijd van call-fixe wel beperkt terwijl het bedrag vaststaat. Looptijden van één dag tot en met veertien dagen zijn mogelijk.

Deposito

Een niet-verhandelbare belegging van tijdelijke liquiditeitsoverschotten bij een bank, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet en waarbij de looptijd kan variëren van een dag tot enkele jaren. Voordeel ten opzichte van de rekening-courant is de vaste rentestelling. De rekening-courant volgt de geldmarkt en geeft dus meer risico.

Geldmarktselect Fonds

Een beleggingsproduct van de BNG met een vaste looptijd variërend van 1 week tot 24 maanden, waarbij belegd wordt ten laste of gegarandeerd door supranationale instellingen en centrale- en lagere overheden die deel uitmaken van de EER.

 

 

Geldmarktproducten (looptijd maximaal 2 jaar minus één dag)

Kasgeldlening

Een opgenomen lening voor een bepaald bedrag en een vaste periode die dient ter dekking van liquiditeitstekorten. De looptijd kan variëren van 15 dagen tot 2 jaar minus 1 dag.

Rekening-courant

Een rekening-courant is een rekening bij een bank waarbij een onderneming of persoon `rood` mag staan. Dit is een doorlopend krediet die een onderneming of persoon kan gebruiken voor de dagelijkse betalingen. Als vergoeding voor het krediet betaald de onderneming rente aan de bank.

Spaarrekening

Bankrekening waarop spaargelden worden gestort, waarbij sprake is van hoofdsomgarantie.

 

 

Kapitaalmarktproducten (looptijd 2 jaar of langer)

Garantieproduct

Een garantieproduct is een vorm van overgedragen vermogensbeheer, waarbij vooraf de zekerheid wordt geboden over het minimaal te behalen rendement. Naast zekerheid van het gegarandeerde rendement heeft de geldgever kans op een additioneel rendement. Als dit additionele rendement door ontwikkelingen in de financiële markten niet gerealiseerd kan worden, blijft in het uiterste geval het uiteindelijke rendement over het gehele bedrag gelijk aan het garantierendement.

Geldmarktselect Fonds

Een beleggingsproduct van de BNG met een vaste looptijd variërend van 1 week tot 24 maanden, waarbij belegd wordt ten laste of gegarandeerd door supranationale instellingen en centrale- en lagere overheden die deel uitmaken van de EER.

Kapitaalmarktselect Fonds

Een beleggingsproduct van de BNG met een vaste looptijd van 24 maanden of langer, waarbij belegd wordt ten laste of gegarandeerd door supranationale instellingen en centrale- en lagere overheden die deel uitmaken van de EER.

Medium Term Note (MTN)

Een MTN heeft kernmerken van zowel de obligatielening (beide zijn aan toonder) als van de onderhandse lening (onderhandse plaatsing). De minimumlooptijd bij uitgifte bedraagt 2 jaar tot maximaal 10 jaar. De MTN’s worden aangeboden in girale vorm in coupures van 1 miljoen. MTN’s zijn zeer goed verhandelbaar en kunnen snel weer liquide gemaakt worden. Het risico van het beleggen in MTN’s is gelegen in een stijging van de rentestand, indien het geld tussentijds weer moet worden opgevraagd. Daartegenover bestaat een mogelijkheid tot het realiseren van een koerswinst in geval van een rentedaling.

Obligatie

Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel van een obligatielening, uitgegeven door een overheid of bedrijf. Deze vorderingen aan toonder kunnen verschillen qua looptijd en aflossingsmethodiek. De Staat dekt een groot deel van haar financieringsbehoefte met obligaties die in één keer afgelost kunnen worden. Obligaties zijn goed verhandelbaar. Bij dalende rente stijgt de koerswaarde en bij een stijgende rente daalt de koerswaarde. Aan het einde van de looptijd wordt de hoofdsom terug ontvangen.

Onderhandse lening

Schuldbekentenis op naam. Aangezien over looptijd en aflossingsmethodiek onderhandeld kan worden, kan deze lening optimaal afgestemd worden op de wensen van de geldgever en de geldnemer. Onderhandse leningen die op maat gesneden zijn kunnen echter moeilijker verhandelbaar zijn dan de ‘kant en klare’ onderhandse leningen.

 

Uitvoeringsbesluit Treasury 4  

Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek besluit,gelet op de “Verordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009”,vast te stellen:het Uitvoeringsbesluit Treasury van de gemeente Hilvarenbeek. 1. UITVOERINGSBESLUIT TREASURYBij deze stelt het college van burgemeester en wethouders, conform artikel 11 van de “Verordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009”, nadere regels vast met betrekking tot de uitoefening van de financieringsfunctie.2. RISICOBEHEERArtikel 1. Uitgangspunten risicobeheer

  • 1.

    Bij het verstrekken van geldleningen en garanties gelden de volgende voorwaarden:a. Bij het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van door derden te sluiten geldleningen dient grote terughoudendheid en zorgvuldigheid te worden betracht;b. Bij het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van door derden te sluiten geldleningen dient de betreffende partij vooraf de financiële positie en de kredietwaardigheid aan te tonen; c. Bij het verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van door derden te sluiten geldleningen dienen de daaraan verbonden risico's zoveel mogelijk te worden beperkt door het - waar mogelijk - vestigen van zakelijke zekerheden; d. Bij het verstrekken van leningen en garanties aan derden wordt gehandeld conform het gestelde in artikel 2 lid 1 en 2 van de Verordening Treasurystatuut;e. Er zijn geen andere overheden (bijv. het Rijk) of instellingen (bijv. waarborgfondsen), die onder gelijkluidende voorwaarden een lening of garantie kunnen verstrekken;f. De te financieren activiteit kan zonder de lening of garantie van de gemeente niet plaatsvinden.

  • 2.

    Aan verstrekte leningen en garanties in het maatschappelijk verkeer worden de navolgende voorwaarden verbonden:a. De desbetreffende partij stelt zich, tijdens de looptijd van de verstrekte lening en garantstelling, verplicht om ieder jaar vóór 1 december een begroting en meerjarenbegroting over het volgende jaar te verstrekken, met een schriftelijke toelichting op de substantiële afwijkingen van de voorgelegde begroting ten opzichte van de vorige begroting;b. De desbetreffende partij stelt zich, tijdens de looptijd van de verstrekte lening en garantstelling, verplicht om ieder jaar vóór 31 mei een jaarrekening over het afgelopen jaar in te verstrekken, met een schriftelijke toelichting op de substantiële afwijkingen tussen begroting en jaarrekening;c. De verplichting dat alle bezittingen van de desbetreffende partij in voldoende mate zijn verzekerd tegen brand, inbraak en diefstal;d. De in lid 2a tot en met 2c genoemde voorwaarden worden schriftelijk vastgelegd en door beiden partijen ondertekend.

  • 3.

    Voor het verstrekken van garanties geldt aanvullend dat de geldgever zich in de leningovereenkomst moet verbinden:a. Zonder toestemming van het college geen uitstel van betaling te geven;b. Het college zo spoedig mogelijk in kennis te stellen wanneer de geldnemer niet voldoet aan enige verplichting;c. Jaarlijks binnen een maand na afloop van het jaar aan de gemeente een opgave te verstrekken van de restantschuld van de lening per 31 december van het voorafgaande jaar.

Artikel 3. KoersrisicobeheerDe toegestane instrumenten bij het beperken van koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury zijn: rekening-courant, spaarrekening, daggeld (callgeld), deposito’s, commercial papers (CP), certificates of deposit (CD), obligaties, medium term notes (MTN), garantieproducten en beleggingsproducten zoals het Geldmarktselect Fonds BNG en het Kapitaalmarktselect Fonds BNG. Artikel 4. Intern liquiditeitenrisicobeheerHet interne liquiditeitsrisico wordt beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenbeheer (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenbeheer waarbij de looptijd aansluit op de meerjarenbegroting.Artikel 5. ValutarisicobeheerValutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de Nederlandse geldeenheid oftewel de euro. 3. GEMEENTEFINANCIERING (LANGE TERMIJN)Artikel 6. FinancieringBij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van externe financieringen zijn: onderhandse leningen en medium term notes (MTN);

  • 2.

    Alvorens een financiering wordt aangetrokken worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd.

 

Artikel 7. Langlopende uitzettingenBij het uitzetten van middelen uit hoofd van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Toegestane instrumenten bij het uitzetten van middelen zijn: deposito’s, commercial papers (CP), medium term notes (MTN), spaarrekeningen, obligaties, garantieproducten, beleggingsproducten zoals Geldmarktselect Fonds BNG (looptijd korter dan 24 mnd) en Kapitaalmarktselect Fonds BNG (looptijd langer dan 24 mnd);

  • 2.

    Alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan, worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd.

 

Artikel 8. RelatiebeheerTeneinde gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten te kunnen realiseren worden bankrelaties en hun bancaire condities periodiek beoordeeld.4. KASBEHEER (KORTE TERMIJN)Artikel 9. GeldstromenbeheerTeneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

  • 2.

    Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd binnen één bank.

Artikel 10. Saldo- en liquiditeitenbeheerVoor het saldo- en liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • 1.

    Er wordt gestreefd naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatie­circuit bij de bank met de meest gunstige condities, met inachtneming van artikel 5 van de Verordening Treasurystatuut;

  • 2.

    Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat dan kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken, waarbij – conform artikel 3 lid 1 van de Verordening Treasurystatuut – in relatie tot de kasgeldlimiet wordt gehandeld naar de kaders zoals opgenomen in de Wet Fido;

  • 3.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;

  • 4.

    Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, deposito’s, commercial papers (CP), certificates of deposit (CD) en Geldmarktselect Fonds BNG (looptijd 0-24 mnd);

  • 5.

    Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 5 van de Verordening Treasurystatuut genoemde tegenpartijen toegestaan;

  • 6.

    Alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd langer dan één maand en korter dan één jaar worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd.

 

5. ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLEArtikel 11. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controleIn het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd (zie artikel 12);

  • 2.

    Bevoegdheden zijn schriftelijk vastgelegd (zie artikel 13);

  • 3.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);b. de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

  • 4.

    Tegenpartijen wordt gevraagd bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het autoriseren van de transacties;

  • 5.

    De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de medewerker van afdeling Financiën die belast is met de interne controle.

Artikel 12. VerantwoordelijkhedenIn onderstaande tabel staan verantwoordelijkheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven.

 

Functie

Verantwoordelijkheden

Commissie Algemene Beleidszaken en Financiën

- Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied van treasury aan de gemeenteraad.

College

- Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoorde-lijkheid);- Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.

Portefeuillehouder Financiën

- Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).

Medewerker AO/IC

- Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;- Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;- Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college.

Sectorhoofd Middelen/ hoofd afdeling Financiën (wnd. comptabele)

- Het uitvoeren van de treasury-activiteiten waartoe hij/zij bevoegd is conform de Verordening Treasurystatuut en het Uitvoeringbesluit Treasury;- Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de treasuryactiviteiten waartoe hij/zij bevoegd is;- Het rapporteren aan het college over de uitvoering van het treasurybeheer;- Het afleggen van verantwoording aan het college.

Sectorhoofden

- Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun sector aanlevert aan de afdeling Financiën met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten.

Afdelingshoofden(budgethouders)

- Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdelingen aanleveren aan de afdeling Financiën met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten;- Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling Financiën;- Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.

Senior beleidsmedewerker Bedrijfsvoering

- Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;- Het opstellen van de rentevisie;- Het adviseren van de afdelingen/sectoren over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten;

Algemeen financieel medewerker (comptabele)

- Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer (zie artikel 13 bevoegdheden); - Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;- Het beheren van de geldstromen;- Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;- Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;- Het schriftelijk vastleggen van de treasury-transacties;

 

 

Functie

Verantwoordelijkheden

Algemeen financieel medewerker (comptabele)

- Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie;- Het afleggen van verantwoording aan het hoofd afdeling Financiën over de uitvoering van de taken waartoe hij/zij bevoegd is.

Kassier

- Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;- Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;- Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie;- Het rapporteren aan het hoofd Financiën belast met controle over de uitvoering van de taken waartoe hij/zij bevoegd is.

Financiële administratie

- Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie;

Medewerker van de afdeling Financiën belast met controle

- Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de medewerker belast met treasury;- Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasury-transacties en hierover rapporteren aan het hoofd van de afdeling Financiën;- Het afleggen van verantwoording aan de medewerker AO/IC over de uitvoering van de taken waartoe hij/zij bevoegd is.

Externe accountant

- Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van de Verordening Treasury en het Uitvoeringbesluit Treasury.

Artikel 13. BevoegdhedenIn onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering.

 

 

Taak

uitvoering

autorisatie

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

1.

Het uitzetten van gelden

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

2.

Het aantrekken van gelden

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

3.

Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen

Kassier

 

Bankrelatiebeheer

4.

Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

5.

Bankcondities en -tarieven afspreken

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

Risicobeheer

6.

Het afsluiten van derivatentransacties

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

Financiering en uitzetting

7.

Het afsluiten van kredietfaciliteiten

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

8.

Het aantrekken van gelden

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

9.

Het uitzetten van gelden

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

10.

Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak

Afdelingshoofden

College

11.

Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak

Afdelingshoofden

College

12.

Het beleggen in garantieproducten

Comptabele

Hoofd afdeling Financiën

Artikel 14. Informatievoorziening

 

Informatie

Informatie-verstrekker

Informatie-ontvanger

Frequentie

Gegevens m.b.t. uitgaven en ontvangsten ten behoeve van het liquiditeitenbeheer

Budgethouders

Comptabele

Continue

Beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf van begroting

College

Gemeenteraad

Jaarlijks

Voortgang onderdelen treasuryparagraaf via voor- en najaarsrapportage

College

Gemeenteraad

Halfjaarlijks (indien van toepassing)

Evaluatie en verantwoording treasuryactiviteiten in treasuryparagraaf van jaarstukken

College

Gemeenteraad

Jaarlijks

Informatieverstrekking aan derden (toezichthouder en CBS):a. liquiditeits- en schuldpositie;b. ontvangen waarborgsommen;c. de kasgeldlimiet;d. het renterisico op de vaste schuld;e. de renterisiconorm;f. aangegane geldleningen;g. uitzettingen;h. verleende garanties met betrekking tot de nakoming van uit geldleningen voor- vloeiende verplichtingen;i. het EMU-saldo (rapportage uitsluitend bij begroting).

Comptabele

Derden

Jaarlijks (m.u.v. EMU-saldo), zowel bij begroting als bij jaarrekening (en ingeval van overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende 3 opeenvolgende kwartalen).

6. SLOTBEPALINGENArtikel 15. HardheidsclausuleIn die gevallen, waarin de interne wet- en regelgeving zoals opgenomen in dit Uitvoering Treasury niet voorziet, dan wel (interpretatie)ruimte laat, is het college bevoegd tot het nemen van beslissingen. Besluiten van het college in deze worden ter kennisname van de Commissie Algemene Beleidszaken en Financiën (AB en F) gebracht.Artikel 16. InwerkingtredingDit besluit treedt in werking per 1 februari 2009, onder voorbehoud van vaststelling door de gemeenteraad van de “Verordening Treasurystatuut gemeente Hilvarenbeek 2009”.Artikel 17. CiteertitelDit besluit kan worden aangehaald onder de naam “Uitvoeringsbesluit Treasury gemeente Hilvarenbeek 2009”.Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2008de locosecretaris, de burgemeester,A.H. Buurman mr.drs. S.W.Th. Huisman

1 Toelichting op de artikelen

Artikel 1In artikel 1 worden de uitgangspunten / doelstellingen van de treasuryfunctie van gemeente Hilvarenbeek weergegeven. Voor de uitvoering van deze treasuryfunctie worden in zowel de Verordening Treasurystatuut als het bijbehorende Uitvoeringsbesluit Treasury nadere limieten en richtlijnen (oftewel kaders) geformuleerd.Artikel 2Met betrekking tot treasury geeft de Wet Fido een tweetal belangrijke beleidsmatige uitgangspunten. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen enerzijds en het prudente karakter van (overige) uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke taak” (artikel 2 lid 1 tot en met 4) en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury” (artikel 2 lid 5 tot en met 8).Artikel 2 lid 1De Wet Fido stelt geen specifieke eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. De gemeenteraad bepaald – gemotiveerd en transparant – zelf wat onder de publieke taak moeten worden verstaan en hoe deze zal worden uitgeoefend. Een strak alles omvattend kader valt niet te geven, maar een beschrijving van hetgeen door het college onder publieke taak wordt verstaan, is de volgende:“De overheid kan/mag iets tot haar publieke taak rekenen, wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in een voorziening voorziet en deze voorziening daardoor niet of voor velen niet bereikbaar is.”Artikel 2 lid 2Uit artikel 160, lid 1, letter e, in combinatie met artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet blijkt dat inzake privaatrechtelijke rechtshandelingen (ongeacht of het college van mening is dat deze op de publieke taak stoelen) het college altijd vooraf de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad dient in te winnen indien:- de raad daarom verzoekt of;- de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Wanneer er geen beleid aan een voorgenomen lenings- of garantiebesluit ten grondslag ligt, dient vanwege het solvabiliteitsrisico en de daarmee samenhangende ingrijpende gevolgen altijd invulling te worden gegeven aan de actieve informatieplicht van het college aan de raad zoals gesteld in artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet.Wanneer er twijfel bestaat over de inhoud van de term “ingrijpende gevolgen”, ook al betreft het vastgesteld beleid, wordt het college geadviseerd om de raad te vragen zijn zienswijze kenbaar te maken.Artikel 2 lid 5Conform de Wet Fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (toelichting artikel 2) een prudent karakter te hebben. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan. Bankachtige activiteiten, zoals het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomsten, zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De limieten en richtlijnen van deze Verordening Treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen “uit hoofde van treasury” te garanderen en hebben derhalve géén betrekking op beleggingen en (eventueel) verstrekte leningen of garanties uit “hoofde van de publieke taak” van de gemeenten. Zo is het beleggen in ondernemingen uit hoofde van de publieke taak zoals bijvoorbeeld de BNG en Nutsbedrijven wel toegestaan.Artikel 2 lid 6Derivaten mogen uitsluitend worden aangewend om risico’s te beperken. Van belang is dat het derivaat geen groter risico met zich meebrengt dan het risico dat daarmee wordt afgedekt. Als gevolg hiervan is uitsluitend het gebruik van derivaten met een ‘gesloten positie’ toegestaan.Artikel 2 lid 7In tegenstelling tot ‘near-banking’ (oftewel het bewust overgaan tot lenen van gelden om deze vervolgens tegen een hogere rente weer uit te lenen) is het nadrukkelijk wel toegestaan om voor ‘grote’ investeringen vooraf te profiteren van een verwachte lagere rente door het vooraf aantrekken van financieringsmiddelen om deze vervolgens – conform de in artikel 4 en 5 van de Verordening Treasurystatuut genoemde voorwaarden – tijdelijk (zolang de investering nog op zich laat wachten) weer uit te zetten. Artikel 3 lid 1Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente.Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan de netto-vlottende schuld (kortlopende gelden met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor de vlottende schuld geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten.De informatie over de kasgeldlimiet wordt opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en de jaarstukken, waarbij de informatie in de jaarstukken ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar betreft. Als in drie achtereenvolgende kwartaalrapportages de kasgeldlimiet wordt overschreven wordt de toezichthouder daarvan op de hoogte gesteld, zo enigszins mogelijk ruim voorafgaand aan de derde overschrijding.Artikel 3 lid 2Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille.