<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73620_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening gemeente Den Helder 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2010, 27</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening gemeente Den Helder 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, artikel 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-09-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB10.0037</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening gemeente Den Helder 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijke monument aangewezen: </al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde; </al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in
                                    onderdeel a, onder 2; </al></li><li nr="c."><al>gemeentelijk monument: roerend of onroerend monument, dat in
                                    overeenstemming met de bepalingen van deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; </al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de in overeenstemming met deze verordening als
                                    gemeentelijk monument aangewezen zaken; </al></li><li nr="e."><al>beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
                                </al></li><li nr="f."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                    kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                    kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend
                                    deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; </al></li><li nr="g."><al>adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit: de op basis van
                                    artikel 15, lid 1 Monumentenwet 1988 door het college van
                                    Burgemeester en Wethouders ingestelde commissie met als taak het
                                    college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de
                                    toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid; </al></li><li nr="h."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                    onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische
                                    kwaliteit van een monument.</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="j."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Den Helder;</al></li><li nr="k."><al>vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of artikel 2.2 van Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="l."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al> Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>AANWIJZING ALS BESCHERMD GEMEENTELIJK MONUMENT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk (archeologisch) monument. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij
                                advies aan de commissie voor cultuurhistorische waarden. In
                                spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege
                                blijven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                                monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de Raad in kennis van het besluit over de
                                aanwijzing van een gemeentelijk monument. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij
                                overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                                kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd monument
                                ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6
                                plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                                geregistreerd, zijn de artikel 9 tot en met 14 van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie
                                Noord-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie voor cultuurhistorische waarden adviseert schriftelijk
                                binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de commissie voor cultuurhistorische waarden, maar in ieder
                                geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de
                                tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijke monument.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                                belanghebbende wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van
                                artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4, eerste
                                lid, achterwege. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel
                                3 van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>VERGUNNINGSPROCEDURE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in
                                        enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
                                        op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar
                                        gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een
                                monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld
                                in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
                                voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen
                                van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De schriftelijke aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht voor een
                            vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                            gegevens en bescheiden worden in 3-voud ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegde gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit voor advies</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Binnen 3 weken na de datum van verzending van het afschrift brengt
                                de adviescommissievoor Ruimtelijke Kwaliteit schriftelijk advies uit
                                aan het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al> De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Intrekking van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het bevoegde gezag worden ingetrokken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMDE MONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie voor adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit
                                adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de
                                datum van verzending van het afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>SCHADEVERGOEDING, SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al> Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze
                            verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de als zodanig door het college aangewezen
                            toezichthouders van de afdeling Veiligheid, Vergunningen en
                            Handhaving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18a</nr><titel>Vergoeding ‘Commissie voor cultuurhistorische waarden’</titel></kop><al>Aan de leden, adviseur en voorzitter van de ‘Commissie voor
                            cultuurhistorische waarden’ wordt op grond van het ‘Rechtspositiebesluit
                            Raads- en commissieleden’ presentiegeld alsmede reiskostenvergoeding
                            toegekend. Op grond van artikel 15 van dit besluit stellen wij dit
                            bedrag vast op € 150 per vergadering. Dit bedrag wordt jaarlijks
                            geïndexeerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                                monumenten treedt zij in werking op de eerste dag na het verstrijken
                                van een termijn van zes weken na bekendmaking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ‘Monumentenverordening der gemeente Den Helder’, alsmede de
                                ‘Verordening regelende de werkwijze, bevoegdheden en samenstelling
                                van de Monumentencommissie ex artikel 1, lid 6 van de
                                Monumentenverordening 1990’ voor zover het betreft bepalingen over
                                gemeentelijke monumenten, vervalt op de datum als bedoeld in het
                                eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde
                                in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ‘Monumentenverordening der gemeente Den Helder’, alsmede de
                                ‘Verordening regelende de werkwijze, bevoegdheden en samenstelling
                                van de Monumentencommissie ex artikel 1, lid 6 van de
                                Monumentenverordening 1990’ voor zover het betreft bepalingen over
                                beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum als bedoeld in het
                                derde lid </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op grond van de als gevolg van het tweede lid vervallen
                                verordening geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht
                                aangewezen te zijn in overeenstemming met de bepalingen van deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van
                                de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden
                                geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                het tweede lid ingetrokken verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als 'Erfgoedverordening gemeente
                            Den Helder 2010'. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 juni 2010.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>