<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73605_2</dcterms:identifier><dcterms:title>reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad voor Huizen, 11 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging art. 39 lid 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>6.3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                            de raad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Nr. 6.2</al><al>De raad van de gemeente Huizen;</al><al>gelezen het voorstel van de griffier d.d. 7 december 2010;</al><al>gelet op de uitkomsten van de behandeling van het voorstel in het
                        presidium en het fractievoorzittersoverleg;</al><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet ; </al><al>b e s l u i t :</al><al>de volgende regeling vast te stellen:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening
                                    of ontwerp-beslissing, naar vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar vorm geschikt om direct te worden opgenomen in
                                    het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: een gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                                    bijvoorbeeld een oordeel, wens of verzoek wordt
                                    uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel dat door een raadslid ter
                                    besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a"><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b"><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c"><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d"><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De voorzitter heeft het recht in de vergaderingen aan de
                            beraadslagingen deel te nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De wethouders en de secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouders hebben toegang tot de vergaderingen en kunnen aan de
                                beraadslagingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan één of meer wethouders uitnodigen om in de vergadering
                                aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                                aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen
                                als bedoeld in dit reglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de volgende leden: de voorzitter, de
                                vice-voorzitter en de plaatsvervangend vice-voorzitter, de
                                voorzitters van de raadscommissies en de voorzitter van de
                                rekeningcommissie. De commissievoorzitters kunnen zich bij
                                verhindering laten vervangen door de plaatsvervangend
                                commissievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier is secretaris van het presidium en hij, of bij zijn
                                verhindering zijn plaatsvervanger, is in elke vergadering van het
                                presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is tevens voorzitter van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap van het
                                presidium waargenomen door de vice-voorzitter en als ook die afwezig
                                is door de plaatsvervangend vice-voorzitter. Wanneer zij geen van
                                allen aanwezig kunnen zijn, dan wordt een nieuwe
                                presidiumvergadering belegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op uitnodiging van de voorzitter of het presidium kan de secretaris
                                vergaderingen van het presidium bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Elk presidiumlid heeft één stem in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium maken deel uit van het door de
                                raad vast te stellen vergaderschema van raads- en
                                commissievergaderingen. Binnen de cyclus van een raadsvergadering en
                                de daaraan voorafgaande commissievergaderingen, vergadert het
                                presidium in de regel twee weken voorafgaand aan de eerste
                                commissievergadering.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De agenda voor het presidium wordt opgesteld door de voorzitter en
                                de griffier. Elk lid van het presidium, elk lid van de raad, het
                                college, de griffier en de secretaris kunnen agendapunten aandragen
                                voor een presidiumvergadering.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Vast agendapunt van de vergaderingen van het presidium is de
                                evaluatie van de vorige raadsvergadering en vaststelling van de
                                voorlopige agenda voor de komende raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Het verslag van de presidiumvergadering is openbaar, tenzij het
                                presidium geheimhouding heeft opgelegd, en wordt ter kennisneming
                                aan alle raadsleden, lijstopvolgers en het college gezonden. De
                                griffier draagt er zorg voor dat het verslag tevens via de
                                gemeentelijke website kan worden ingezien.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Het presidium heeft, naast de taken vermeld in de artikelen 8, 9,
                                17, 22, 40, 41 van deze verordening, als taak aanbevelingen te doen
                                aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad
                                en van zijn commissies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Toelating nieuwe leden en benoeming wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende
                                stukken van nieuw benoemde leden. Voor de duur van het onderzoek van
                                de commissie schorst de voorzitter de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie benoemt uit haar midden een rapporteur die de raad
                                verslag doet van de uitkomsten van haar onderzoek. De commissie doet
                                de raad tevens een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt,
                                zo nodig, ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie
                                is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Alle leden en overige aanwezigen horen het afleggen van de eden of
                                verklaring en beloften staande aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige
                                fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie
                                zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het
                                splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming
                                vereist van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de
                                eerstvolgende vergadering van de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergaderfrequentie, begin- en eindtijd, voortzetting
                                    vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel worden de vergaderingen van de raad gehouden op een
                                    donderdagavond, aanvangstijdstip 19.30 uur, in de raadszaal van
                                    het gemeentehuis. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen worden uiterlijk om 23.00 uur door de
                                    voorzitter gesloten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een agendapunt dat om 23.00 uur nog gaande is
                                    wordt eerst afgerond waarna de voorzitter de vergadering kan
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien, met inachtneming van het bepaalde in de leden 2 en 3, de
                                    agenda van de vergadering nog niet is afgehandeld vanwege het
                                    bereiken van het sluitingsuur, dan zal de behandeling van de
                                    agenda worden voortgezet op de eerstvolgende maandag om 19.30
                                    uur. Deze voortgezette vergadering wordt gesloten nadat alle
                                    resterende agendapunten zijn afgehandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met inachtneming van het eerste lid stelt de raad, op voorstel
                                    van het presidium, jaarlijks een jaarschema voor zijn
                                    vergaderingen voor het volgende kalenderjaar vast.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter kan, in afwijking van het vergaderschema, in
                                    bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een
                                    andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er
                                    sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het
                                    presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Agenda en oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agenda voor een raadsvergadering wordt door het presidium
                                    voorlopig vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agenda kent de volgende vaste indeling: </al><lijst><li nr="a"><al>opening, </al></li><li nr="b"><al>vaststelling van de agenda, </al></li><li nr="c"><al>vragenuur, </al></li><li nr="d"><al>vaststelling notulen voorgaande vergadering(en),</al></li><li nr="e"><al>ingekomen stukken + schriftelijke mededelingen college
                                            en burgemeester + overzicht stand van zaken uitwerking
                                            initiatiefvoorstellen en moties, </al></li><li nr="f"><al>hamerstukken, </al></li><li nr="g"><al>de behandelpunten, </al></li><li nr="h"><al>sluiting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Leden van de raad kunnen het presidium een voorstel doen om een
                                    onderwerp te agenderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste 6 dagen voorafgaand aan de dag
                                    van de vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep
                                    onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorlopige agenda, de daarbij behorende voorstellen,
                                    inclusief die waarop op grond van artikel 25, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding rust, worden
                                    tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de
                                    raad verzonden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na verkregen
                                    instemming van het presidium, na het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen. De aanvullende
                                    agenda en de daarbij behorende voorstellen worden, zo mogelijk,
                                    voorafgaand aan de raadsvergadering aan de raadsleden verzonden.
                                    Als dit niet mogelijk is, dan gebeurt toezending in ieder geval
                                    via de mail, en draagt de griffier er zorg voor dat leden van de
                                    raad de aanvullende agenda en daarbij behorende voorstellen bij
                                    aanvang van de vergadering op de vergadertafel aantreffen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De oproep, de (aanvullende) agenda, de voorstellen die daarbij
                                    horen en de stukken die ter toelichting op de onderwerpen of
                                    voorstellen op de agenda dienen, worden voor raadsleden ter
                                    inzage gelegd in de daarvoor bestemde leeskamer voor raadsleden,
                                    en zijn tevens via de website van de gemeente in te zien. Indien
                                    na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage
                                    worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van
                                    de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Stukken waarop op grond van artikel 25, eerste of tweede lid,
                                    van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven in
                                    afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en
                                    kunnen door raadsleden bij de griffier worden ingezien. De
                                    griffier draagt er zorg voor dat deze stukken, uitsluitend voor
                                    raadsleden, ook via de gemeentelijke website kunnen worden
                                    ingezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oproep, de (aanvullende) agenda, de voorstellen en de stukken
                                    die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                    agenda dienen worden, met uitzondering van de stukken waarop op
                                    grond van artikel 25, lid 1 of 2, geheimhouding is opgelegd,
                                    gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor
                                    eenieder in de daarvoor bestemde publieksruimte in het
                                    gemeentehuis ter inzage gelegd. Vanaf het moment dat voornoemde
                                    stuken ter inzage liggen kunnen deze tevens via de gemeentelijke
                                    website worden ingezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging op de gemeentelijke
                                    pagina in een huis-aan-huisblad of op de voor afkondigingen in
                                    de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de
                                    gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda
                                    van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering
                                    behorende stukken kan inzien.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde van de vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium
                                    bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien, na overleg met de (betrokken) fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is, waarna op aangeven
                                    van de voorzitter een moment van stilte in acht wordt
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer tijdens een vergadering blijkt het in artikel 20 van de
                                    Gemeentewet voor het houden van een vergadering vereiste aantal
                                    leden niet meer aanwezig is sluit de voorzitter de
                                    vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Mondelinge mededelingen</titel></kop><al>Nadat de vergadering geopend is doet de voorzitter mededeling van
                                hetgeen mondeling ter kennis van de raad dient te worden
                                gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vaststelling van de agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren en de volgorde van
                                    behandeling van de agendapunten wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een commissie of om advies in handen van het college
                                    stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Vragenuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat de agenda is vastgesteld is er een vragenuur, tenzij er
                                    bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere
                                    gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een
                                    ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk
                                    tijdstip het vragenuur eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de te
                                    stellen vragen ten minste voor 14.00 uur op de dag van de
                                    raadsvergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren
                                    een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen
                                    indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan
                                    de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                    vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                    overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
                                    en een toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
                                    de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                    stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
                                    college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
                                    onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tijdens het vragenuur kunnen moties worden ingediend.
                                    Interrupties worden niet toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst, een kort verslag en de besluitenlijst van de
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                    mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met
                                    de schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig
                                    aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                    voorstel tot verandering dient tenminste 24 uur voor de aanvang
                                    van de vergadering bij de griffier te worden ingediend. De
                                    raadsleden worden, zo mogelijk, tijdig voorafgaand aan de
                                    raadsvergadering van de voorgestelde veranderingen in het
                                    verslag in kennis gesteld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag bevat tenminste:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de
                                    wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de
                                    leden die afwezig waren en overige personen die het woord
                                    gevoerd hebben;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van
                                    de namen van de aanwezigen die het woord voerden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding
                                    bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of
                                    tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die
                                    zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden
                                    of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                    initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                    amendementen en subamendementen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25
                                    door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering na het
                                    vragenuur vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de
                                    griffier wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na de vergadering wordt de besluitenlijst
                                    toegezonden aan de leden van de raad, het college en de
                                    secretaris. De griffier draagt er voorts zorg voor dat, voor
                                    zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen
                                    niet verzet, de besluitenlijst tevens via de gemeentelijke
                                    website kan worden ingezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college en de burgemeester aan de raad,
                                    worden door de burgemeester op een lijst geplaatst. Hierop wordt
                                    tevens de door het college geadviseerde wijze van afdoening van
                                    de ingekomen stukken vermeld. Deze lijst wordt gelijktijdig met
                                    de in artikel 9, lid 4 vermelde stukken aan de leden van de raad
                                    toegezonden en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van het verslag van de vorige
                                    raadsvergadering besluit de raad over de wijze van afdoening van
                                    de ingekomen stukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester, de wethouders en de secretaris spreken
                                    vanaf de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan toestaan dat leden vanaf hun plaats
                                    spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de rapporteur van een commissie;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                    initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                    amendement, die motie of dat voorstel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Spreektijdregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de beraadslagingen als bedoeld in artikel 21, lid 1, geldt
                                    de volgende spreektijd-regeling: categorie A = hamerstuk
                                    categorie B = een enkele opmerking maken categorie C1 = maximale
                                    spreektijd 5 minuten categorie C2 = maximale spreektijd 10
                                    minuten</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk voor 12 uur ‘s ochtends op de dag voorafgaande aan de
                                    raadsvergadering doen de fracties, op basis van de
                                    spreektijdregeling in het vorige lid. opgave aan de griffier van
                                    de spreektijd die de fractie bij elk agendapunt verwacht nodig
                                    te hebben. Op basis hiervan stelt de griffier een agenda op met
                                    achter elk agendapunt de vermelding onder welke categorie van de
                                    spreektijdregeling het agendapunt valt. Deze agenda ligt bij
                                    aanvang van de vergadering voor elk lid op de
                                    vergadertafel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een agendapunt dat aangemerkt is als een hamerstuk
                                    (categorie A), kan elk lid van de raad een stemverklaring
                                    afleggen als bedoeld in artikel 26 om te motiveren waarom hij
                                    voor het voorstel stemt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium is bevoegd om voor de bespreking van bijzondere
                                    onderwerpen, waaronder de beraadslagingen over de
                                    (concept)programmabegroting, een afwijkende spreektijdregeling
                                    vast te stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van
                                    dit reglement te herinneren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een lid hem interrumpeert om een verduidelijkende vraag te
                                    stellen; de voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
                                    interrupties zijn betoog zal afronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraad-slagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één van de leden van de raad genomen, alvorens met de
                                    beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt
                                    wordt begonnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht om de door hem uit te brengen
                                stem te motiveren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
                                    verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van
                                    stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling. De voorzitter formuleert dan,
                                    voordat tot stemming wordt overgegaan, het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier roept de leden op tot het uitbrengen van hun stem in
                                    de volgorde waarin hun namen op de presentielijst voorkomen, te
                                    beginnen met het lid van wie de naam op de presentielijst staat
                                    vermeld achter het nummer dat voor de aanvang van elke stemming
                                    door het lot wordt aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de voorzitter lid van de raad is, brengt hij het laatst
                                    zijn stem uit.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deel-neming aan de stemming op grond van
                                    artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te
                                    brengen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen'
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de geldigheid van een stembriefje
                                    beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussen-stemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een bus gedeponeerd
                                    en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Sluiting</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 sluit de voorzitter
                                de vergadering. Alvorens tot sluiting over te gaan, wordt op
                                aangeven van de voorzitter een ogenblik stilte in acht genomen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>(Sub)Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaats-vinden. Er kan
                                alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement
                                is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De indiening en behandeling van een motie over een aanhangig
                                onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat
                                onderwerp of voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp wordt aangemeld bij de vaststelling van de agenda.
                                Behandeling vindt vervolgens plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Staken de
                                stemmen dan wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel voor een verordening of een ander voorstel
                                moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij
                                de voorzitter worden ingediend. Het dient een voorstel te bevatten
                                van het door de raad te nemen besluit en tevens een toelichting
                                daarop. De voorzitter informeert het presidium over de ontvangst van
                                het initiatiefvoorstel. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het presidium plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij vaststelling van de agenda wordt gestemd of het
                                initiatiefvoorstel behandeld wordt of niet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de
                                raad oordeelt dat:</al><lijst><li nr="a"><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                                        tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp
                                        dient te worden behandeld;</al></li><li nr="b"><al>het voorstel eerst dient te worden behandeld in een
                                        raadscommissie;</al></li><li nr="c"><al>het voorstel voor advies naar het college dient te worden
                                        gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering
                                        het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en/of de wethouders
                                en/of de burgemeester. Bij de vaststelling van de agenda van de
                                eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Indiening kan via de
                                mail. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig
                                mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college
                                of de burgemeester worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien beantwoording niet binnen de in lid 3 vermelde termijnen kan
                                plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de
                                burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij
                                de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Mondelinge beantwoording van de schriftelijke vragen gebeurt bij het
                                agendapunt “Ingekomen stukken en (schriftelijke) mededelingen van
                                het college en de burgemeester”. Na de beantwoording krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om te reageren en/of aanvullende
                                vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van
                                de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij
                                aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
                                onderwerp. Er kunnen moties worden ingediend. Er worden geen
                                interrupties toegelaten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester
                                worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden en vervolgens als <cursief>agendapunt bij de
                                    schriftelijke mededelingen van het college en de burgemeester
                                </cursief>op de (aanvullende) agenda voor de eerstvolgende
                                raadsvergadering geplaatst. De vragensteller krijgt dan desgewenst
                                het woord om te reageren en/of aanvullende vragen te stellen.
                                Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Er
                                kunnen moties worden ingediend. Er worden geen interrupties
                                toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van
                                de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium,
                            vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van
                            het presidium, vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
                                gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
                                institutie, heeft het recht om in aansluiting op de behandeling van
                                de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de
                                vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur
                                of gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn. Door de raad gewenste
                                bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de
                                desbetreffende commissie. De raad kan ook tot periodieke
                                verslaglegging in een raadsvergadering door voornoemde personen
                                besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 38 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verant-woording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                Artikel 39 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst en het verslag van een besloten vergadering wordt
                                niet verspreid, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt tijdens een besloten
                                vergadering vastgesteld. Tijdens deze vergadering neemt de raad een
                                besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het
                                vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft of krijgt van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid dat niet bij de besloten vergadering aanwezig was kan
                                de stukken waarop geheimhouding is opgelegd zo nodig inzien bij de
                                griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad besluit tot opheffing van de geheimhouding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47.</nr><titel>Opheffing van door college, burgemeester of commissie opgelegde
                                geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen c.q. niet te
                            bekrachtigen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat
                            geheimhouding heeft opgelegd, hierover in een besloten vergadering met
                            dit orgaan overleg gevoerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen, dat inbreuk kan maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51.</nr><titel>Maatregelen van orde</titel></kop><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                            door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde
                            opnieuw verstoord wordt, de vergadering sluiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>FRACTIEVOORZITTERSOVERLEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52.</nr><titel>Fractievoorzittersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een fractievoorzittersoverleg waarvan lid zijn de voorzitters
                                van de in de raad vertegenwoordigde fracties als bedoeld in artikel
                                7. De fractievoorzitters kunnen zich bij verhindering laten
                                vervangen door een plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter is ook voorzitter van het fractievoorzittersoverleg.
                                Bij zijn verhindering wordt hij vervangen door de vice-voorzitter.
                                Als ook die verhinderd gebeurt vervanging door de plaatsvervangend
                                vice-voorzitter. Is ook die verhinderd dan wordt en nieuwe datum
                                voor het fractievoorzittersoverleg bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De griffier is secretaris van het overleg en is in elke vergadering
                                van het overleg aanwezig. Hij draagt zorg voor de verslaglegging.
                            </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Leden van het college en/of de secretaris kunnen worden uitgenodigd
                                om in de vergadering van het fractievoorzittersoverleg aanwezig te
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het fractievoorzittersoverleg dient voor overleg:</al><lijst><li nr="a"><al>over zaken die van algemeen belang zijn voor de raad als
                                        geheel,</al></li><li nr="b"><al>over politiek en/of bestuurlijk zwaarwegende
                                        onderwerpen,</al></li><li nr="c"><al>met het college of een lid van het college over politiek
                                        en/of bestuurlijk zwaarwegende onderwerpen die het college
                                        of het betreffende lid in het bijzonder aangaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het fractievoorzittersoverleg wordt belegd op initiatief van de
                                voorzitter of als daarom door één van de fractievoorzitters, door
                                het college of een lid van het college wordt gevraagd. De
                                uitnodiging voor het overleg, met vermelding van de te bespreken
                                onderwerpen, gaat uit van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn niet
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het verslag van de vergadering van het fractievoorzittersoverleg is
                                openbaar en wordt verzonden aan de leden van het overleg, de overige
                                raadsleden, het college en de secretaris. Het verslag van een
                                besloten vergadering waar geheimhouding op rust wordt alleen
                                verzonden aan de fractievoorzitters en, indien zij aanwezig waren,
                                aan het college of het lid van het college en/of de secretaris. Het
                                fractievoorzittersoverleg kan besluiten dat het verslag ook aan
                                anderen moet worden toegestuurd.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat het openbare verslag van het
                                overleg via de website van de gemeente door eenieder kan worden
                                ingezien. Het verslag van een besloten vergadering waar
                                geheimhouding op rust dient langs deze weg alleen ingezien te kunnen
                                worden door de fractievoorzitters en, indien daartoe besloten wordt,
                                overige raadsleden, leden van het college en de secretaris. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53.</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
                                van de raad van de gemeente, vastgesteld bij raadsbesluit van 13
                                juli 2006 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit reglement treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2010,</ondertekening><ondertekening> De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>