<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73517_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening percentageregeling kunst en cultuur 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 22/12/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening percentageregeling kunst en cultuur 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/68</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening percentageregeling kunst en cultuur 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2010,
                        nummer 2010/68,</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,</al><al>overwegende dat de “Verordening percentageregeling kunst en cultuur 2008” ,
                        vastgesteld 18 september 2008, herziening behoeft,</al><al><vet>BESLUIT :</vet></al><al>De Verordening percentageregeling kunst en cultuur 2010 vaste te
                        stellen.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>reserve: in de gemeentebegroting opgenomen reserve voor uitvoering
                                van deze verordening, genaamd het Cultuurfonds;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerk: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                                ander materiaal die met de grond verbonden is;</al></li><li nr="c."><al>gebouw: bouwwerk dat een toegankelijk, overdekte, geheel of
                                gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</al></li><li nr="d."><al>werk: een inrichting, geen bouwwerk of gebouw zijnde, zoals
                                bijvoorbeeld een weg, parkeerplaats, voetpad, fietspad, plein,
                                trottoir, speelplaats, tunnel, viaduct, vijver, park,
                                groenvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>beeldende kunst: vormgevingsproces waarbij een beeldend kunstenaar
                                is betrokken;</al></li><li nr="f."><al>kunstopdracht: door college verstrekte opdracht aan beeldend
                                kunstenaar tot vervaardigen of ontwerpen van een kunstwerk;</al></li><li nr="g."><al>kunstwerk: voortbrengsel van beeldende kunst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening is van toepassing op bouw, verbouw en renovatie van
                                gemeentelijke bouwwerken en gebouwen, met uitzondering van woningen,
                                en op aanleg, heraanleg en renovatie van gemeentelijke werken.</al></li><li nr="2."><al>De verordening is tevens van toepassing op gemeentelijke bijdragen
                                in bouw, verbouw en renovatie van niet-gemeentelijke bouwwerken en
                                gebouwen, met uitzondering van woningen, en op gemeentelijke
                                bijdragen in aanleg, heraanleg en renovatie van niet-gemeentelijke
                                werken.</al></li><li nr="3."><al>De verordening is niet van toepassing indien de kosten van bouw,
                                verbouw, aanleg, heraanleg en renovatie, genoemd in artikel 3, lid
                                3, minder dan € 300.000 bedragen.</al></li><li nr="4."><al>De uitbreiding van bestaande schoolgebouwen met één of meerdere
                                groepsruimten en de renovatie van bestaande scholen vallen niet
                                onder de werking van deze regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bedrag voor kunst en cultuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de raming van de kosten binnen het toepassingsbereik zoals in
                                artikel 2 aangegeven, wordt een bedrag opgenomen ten behoeve van
                                kunstwerken.</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag bedraagt 0,5 % van de begrote kosten of van de
                                gemeentelijke bijdrage.</al></li><li nr="3."><al>Het in lid 2 genoemde percentage wordt berekend over de aanneemsom
                                van het bouwkundig bestek, verhoogd met de kosten van de
                                basisinstallaties voor warmte, water, lucht en licht, dan wel over
                                de gemeentelijke bijdrage in deze kosten en belasting.</al></li><li nr="4."><al>Bij de berekening van het bedrag voor kunst en cultuur wordt
                                uitgegaan van de bruto kosten en de bruto gemeentelijke
                                bijdragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Storting in reserve</titel></kop><al>Het volgens artikel 3 berekende bedrag wordt direct na het besluit over
                        aanwending van een begrotingspost, de vaststelling van de desbetreffende
                        begrotingspost of begrotingswijziging in het Cultuurfonds gestort.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Extra voeding reserve</titel></kop><al>De reserve wordt behalve volgens artikel 4 gevoed door:</al><lijst><li nr="a."><al>grondverkopen door de gemeente met een opbrengst van meer dan €
                                10.000, ten bedrage van € 0,50 per m2.</al></li><li nr="b."><al>0,5% van de kosten van sloop, bouw- en woonrijpmaken bij
                                particuliere grondexploitaties op basis van de Gemeentelijke
                                Exploitatieverordening.</al></li><li nr="c."><al>andere door de raad aan te wijzen middelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Kunstopdrachten; delegatie
                            onttrekkingen; herstel schade</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bevoegdheid om middelen aan de reserve te onttrekken is door de
                                raad, bij deze, overgedragen aan het college.</al></li><li nr="2."><al>Voor de hoogte van het bedrag dat met de kunstopdracht(en) is
                                gemoeid, wordt aansluiting gezocht bij het bedrag dat daarvoor in de
                                reserve is gestort.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan besluiten om de beschikbare gelden naast beeldende
                                kunst eveneens te besteden voor projecten voor kunst en
                                cultuur.</al></li><li nr="4."><al>Aan de reserve kunnen ook middelen worden onttrokken ter
                                financiering of voorfinanciering van herstel van schade, met name
                                ontstaan door vandalisme, aan gemeentelijke kunstwerken en ter
                                financiering van overige kosten, zoals publiciteit, met betrekking
                                tot gemeentelijk kunst en cultuurbeleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De “Verordening Algemene percentageregeling voor kunstopdrachten in de
                        gemeente Ouder-Amstel” , vastgesteld 17 april 1990, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding; citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <cursief>Verordening
                                    percentagereg</cursief><cursief>e</cursief><cursief>ling kunst
                                    en cultuur 2010</cursief></al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 16 december 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting percentageregeling kunst en cultuur 2010</vet></al><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al>Om beeldende kunstopdrachten te stimuleren heeft het Rijk in het begin van
                        de jaren vijftig percentageregelingen ingesteld voor de nieuwbouw van
                        rijksgebouwen en onderwijsinstellingen. Deze regelingen houden in dat een
                        bepaald percentage van de geraamde bouwkosten is gereserveerd voor
                        opdrachten aan of aankopen van beeldend kunstenaars. Een probaat financieel
                        middel om uitbreiding van kunst in de samenleving te bevorderen.</al><al>Veel gemeenten hebben dat voorbeeld gevolgd maar beperkten zich veelal niet
                        tot openbare gebouwen en scholen. De regelingen hadden ook betrekking op
                        nieuwe woonwijken, openbaar groen, bruggen en andere infrastructurele
                        werken. Gemeenten zijn vrij om al dan niet een percentageregeling in te
                        stellen en de hoogte en brandbreedte te bepalen van (bouw)projecten die
                        onder de regeling vallen.</al><al>De gemeente Ouder-Amstel heeft in 1990 een dergelijke regeling vastgesteld.
                        Dat betrof een model met daarin een vrij ingewikkeld systeem van
                        verschillende percentages en verschillende soorten bouwwerken die binnen de
                        regeling vallen. Daarbij komt overigens dat het toenmalige college van
                        burgemeester en wethouders als ook de gemeenteraad enigszins verdeeld waren
                        over het toepassingsgebied van de regeling. Er bleef verschil van mening wat
                        wel of niet onder de toepassing zou vallen: het ging daarbij vooral om
                        (onderhoud van) wegen en openbaar groen. Uiteindelijk werd de regeling in de
                        huidige vorm vastgesteld. </al><al>Mede hierdoor is de huidige regeling in de jaren daarna niet altijd
                        toegepast. Dat betekent ook dat het beoogde doel, het continu verkrijgen van
                        middelen voor toevoeging van kunst in de openbare buitenruimte, niet is
                        bereikt. </al><al>Tegen de achtergrond van het huidige cultuurbeleid van de gemeente en het
                        ingezette actieprogramma Cultuurnota 2006-2008 is er reden om tot een nieuwe
                        regeling te komen. Een regeling die minder ingewikkeld is dan de huidige en
                        meer mogelijkheden geeft om het beoogde doel te bereiken.</al><al>Ook onze gemeente is getroffen door de economische crisis. Dit heeft geleid
                        tot een groot aantal bezuinigingen. De percentages in deze nieuwe
                        verordening zijn daarom aangepast ten opzichte van de verordening
                        percentageregeling kunst en cultuur 2008. Inhoudelijk zijn er
                        verder geen wijzigingen in de verordening van 2008.</al><al><vet>ARTIKELSGEWIJS</vet></al><al><vet>Artikel 2 Toepassingsbereik</vet></al><al>De decentralisatie van de onderwijshuisvesting naar de lokale overheid
                        betekende een heroverweging met betrekking tot de onderwijshuisvesting
                        waarvoor de gemeenten vanaf 1997 verantwoordelijk werden. In de nieuwe
                        verordening voor de percentageregeling is dan ook de onderwijshuisvesting –
                        ook geldend voor brede scholen, multifunctionele centra etc -meegenomen. Een
                        uitzondering wordt gemaakt voor de uitbreiding van scholen met groepsruimten
                        en de renovatie van onderwijsgebouwen: deze voorzieningen zijn buiten de
                        percentageregeling gehouden, omdat dit in lijn is met de voormalige
                        percentageregeling van het Rijk. </al><al>Verder is de regeling nu ook van toepassing op de aanleg, heraanleg,
                        renovatie van wegen, rioleringen etc. die vanuit de kapitaaldienst en de
                        gewone dienst worden bekostigd. Dit is een logisch uitvloeisel van de
                        intentie om meer kunst in de openbare buitenruimte toe te voegen. Gewoon
                        onderhoud is van de toepassing uitgesloten.</al><al><vet>Artikel 3 Bedrag voor kunst en cultuur</vet></al><al>De regeling wordt vereenvoudigd door slechts één percentage op alle
                        nieuwbouw, verbouw en werken toe te passen. Dit is een percentage dat ook
                        door veel andere gemeenten wordt gehanteerd, al dan niet met variaties per
                        (bouw)bedrag. Concreet betekent dit het volgende:</al><al><vet>S</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="68*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort bouwwerk of gebouw</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>percentage</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.nieuwbouw gemeentelijk gebouw boven € 300.000</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.verbouw gemeentelijk gebouw boven € 300.000</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.nieuw- of verbouw niet gemeentelijk gebouw</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5% van gemeentelijke bijdrage</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.onderwijshuisvesting</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5% van gemeentelijke bijdrage</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.Infrastructurele werken (wegen, rotondes, bruggen,
                                            tunnels etc)</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.Sloop en bouwrijpmaken gronden part.
                                            Grondexploitatie</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.Groenprojecten</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.Gemeentelijke grondverkopen</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 0,50 per m2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>1.Ni<vet> Soort (bouw)werk of gebouw percentage</vet></al><al>Het nieuwe systeem heeft een ondergrens van € 300.000 en heeft als gevolg
                        daarvan geen betrekking op kleinere projecten; de oude regeling had geen
                        ondergrens. Daar staat tegenover dat in de nieuwe verordening niet meer
                        uitgegaan wordt van de kale bouwsom, maar dat ook de kosten van installaties
                        worden meegerekend, in lijn met de op dit moment gebruikelijke moderne
                        regelingen. Overigens wordt bij de berekening van de bijdrage aan het
                        cultuurfonds uitgegaan van de bruto kosten en de bruto gemeentelijke
                        bijdrage.</al><al><vet>Artikel 4 Storting in reserve</vet></al><al>Zoals in Nederland vrij gebruikelijk is, worden de middelen, die via de
                        percentageregeling beschikbaar komen, voortaan direct na vaststelling van
                        een krediet, aanwending van een budget uit de gewone dienst enz. in het
                        Cultuurfonds gestort. Daarmee wordt gezorgd voor meer transparantie in de
                        totale omvang van middelen die vanuit de percentageregeling beschikbaar
                        komen.</al><al><vet>Artikel 5 Extra voeding reserve</vet></al><al>Het Cultuurfonds wordt ook gevoed door bijdragen vanuit grondverkoop door de
                        gemeente. € 0,50 per m2 is een gebruikelijke bijdrage. De bijdrage aan het
                        fonds vindt pas plaats als de grondverkoop meer dan € 30.000 bedraagt.
                        Daarnaast is de regeling eveneens van toepassing indien de Gemeentelijke
                        Exploitatieverordening wordt toegepast.</al><al><vet>Artikel 6 Degelatie, kunstopdrachten en herstel schade</vet></al><al>Om de uitvoering door het college te vergemakkelijken regelt de verordening
                        de delegatie aan het college om over de middelen uit het Cultuurfonds te
                        beschikken. Het college geeft daarover verantwoording op de gebruikelijke
                        wijze bij het opmaken van de gemeenterekening. En zoals gebruikelijk meldt
                        het college belangrijke zaken aan de raadscommissie. </al><al>Verder is geregeld dat – indien mogelijk – uitgaven voor beeldende kunst
                        worden gerelateerd aan de hoogte van verkregen gelden; daarmee kan b.v. een
                        relatie worden gelegd tussen een opbrengst uit de bouw van een nieuwe wijk
                        en het daar te plaatsen kunstwerk.</al><al>Omdat het Cultuurfonds bedoeld is om breed voor kunst en cultuur in te
                        zetten is eveneens geregeld dat gelden ook kunnen worden besteed voor
                        projecten. En tenslotte kunnen de door het college ook worden gebruikt ter
                        financiering van andere kosten, b.v. ontstaan door schade, maar ook
                        jaarlijks onderhoud en publiciteit. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>