<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73508_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffing 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 2011 22/12/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening riollheffing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/66</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november
                        2010, nummer 2010/66,</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>s t e l t v a s t:</al><al>de “Verordening rioolheffing 2011”.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “rioolheffing” wordt geheven een belasting van de
                                    gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect
                                    op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid,
                                    wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel
                                            al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                            persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte
                                            als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan:
                                            degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                            afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt
                                    geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het
                                    perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal
                                    kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan
                                    het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
                                    naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de
                                    verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                                    maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
                                    tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van
                                    een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                    pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen.</al><al> De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                            vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water
                                            geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                            bepaling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd
                                    of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die
                                    niet is afgevoerd.</al></li><li nr="5."><al>Indien de in de voorgaande leden genoemde berekeningswijze geen
                                    toepassing kan vinden, wordt de in het tweede en derde lid
                                    bedoelde hoeveelheid door schatting vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per jaar per
                            elk afzonderlijk perceel voor de eerste 300 kubieke meters afvalwater
                            die wordt geloosd € 223,86 en voor elke volgende volle eenheid van 100
                            kubieke meters afvalwater € 103,43.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                                    of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van
                                    de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                                    de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het
                                    voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar,
                                    na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                    overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor
                                    het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                    bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                                    van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat
                                    jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het belasting moet worden betaald in drie gelijke termijnen. De
                                    eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die volgt
                                    op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                    vermeld en elke volgende termijn steeds één maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid wordt, indien het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op
                                    één aanslagbiljet verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00
                                    bedraagt, de heffing betaald in acht gelijke termijnen als de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso
                                    kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de
                                    laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende
                                    termijn steeds één maand later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste en tweede lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de invordering van rioolheffing wordt geen
                                            kwijtschelding verleend over het in de aanslag begrepen
                                            gedeelte dat betrekking heeft op het gedeelte van de
                                            hoeveelheid afgevoerd afvalwater dat boven de 399
                                            kubieke meters ligt.</al></li><li nr="2."><al>Bij de invordering van rioolheffing wordt in afwijking
                                            van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het
                                            percentage voor de berekening van de kosten van bestaan
                                            vastgesteld op 100 percent.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                    wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                    rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening rioolrechten 2010” van 5 november 2009,
                                            wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                                            genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                            feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                            januari 2011, of zo dit later is, op de eerste dag na
                                            die van de bekendmaking. </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                            rioolheffing 2011”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 16 december 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>