<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73502_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 22-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening reinigingsheffingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>4.2.11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>de raad van de gemeente gouda</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2010;</al><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN </vet></al><al><vet>AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECH</vet><vet>TEN 2011.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>a een afvalstoffenheffing;</al><al>b reinigingsrechten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar  259,20 indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar  324,-- indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meer personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingaanslagen van  5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan   75,--., doch minder dan  5.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven voor zowel het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>1. Het recht bedraagt per belastingjaar voor het verwijderen van bedrijfsafval in plastic zakken met een hoeveelheid afvalstoffen van maximaal 7 kilogram per zak en gelijktijdig ophalen met de huisvuilinzameling:</al><al> bij een hoeveelheid van:</al><al>00 tot en met 04 plasticzakken per week: per jaar: 375,00</al><al>05 tot en met 08 plasticzakken per week: per jaar: 750,00</al><al>09 tot en met 12 plasticzakken per week: per jaar: 1.125,00</al><al>13 tot en met 16 plasticzakken per week: per jaar: 1.500,00</al><al>17 tot en met 20 plasticzakken per week: per jaar: 1.875,00</al><al>21 tot en met 24 plasticzakken per week: per jaar: 2.250,00</al><al>25 tot en met 28 plasticzakken per week: per jaar: 2.625,00</al><al>29 tot en met 32 plasticzakken per week: per jaar: 3.000,00</al><al>33 tot en met 36 plasticzakken per week: per jaar: 3.375,00</al><al>37 tot en met 40 plasticzakken per week: per jaar: 3.750,00</al><al>Bij een hoeveelheid van meer dan 40 zakken wordt het tarief naar evenredigheid verhoogd overeen-</al><al>komstig vorenvermelde reeks.</al><al>2. De tarieven voor bedrijfsafval worden nog verhoogd met de wettelijk verplichte belasting op de toegevoegde waarde.</al><al>3 Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aangifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 De belastingplichtige die niet binnen drie maanden na afloop van het belastingtijdvak of, bij gebreke daarvan, binnen drie maanden na afloop van het belastbaar feit is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen drie maanden na afloop van het belastingtijdvak of bij gebreke daarvan binnen drie maanden na afloop van het belastbare feit een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die drie maanden bij het college van burgemeester en wethouders een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2 Een ieder die in de loop van het belastingjaar belastingplichtig wordt, is gehouden binnen één maand nadien bij het college van burgemeester en wethouders een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>3 De belastingplichtige ten aanzien van wie de hoeveelheden af te voeren bedrijfsafval met betrekking waartoe hij voor het laatst aangifte heeft gedaan, wijziging ondergaat, is gehouden binnen één maand na het tijdstip waarop die wijziging heeft plaatsgevonden bij het college van burgemeester en wethouders een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>2 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De "Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010" van 9 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen 2011".</al><al/><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 15 december 2010</al><al/><al>De raad der gemeente voornoemd,</al><al/><al>,voorzitter</al><al>, griffier</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>