<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73414_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Algemene commissie bezwaarschriften 2004, versie december 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">WeesperNieuws, 15-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Algemene commissie bezwaarschriften 2004, versie december 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.10187</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Algemene commissie bezwaarschriften 2004, versie december 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste Algemene commissie van advies voor de
                                bezwaarschriften.</al></li><li nr="c."><al>wet: Algemene Wet Bestuursrecht;</al></li><li nr="d."><al>college: burgemeester en wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                            tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn
                            ingediend tegen besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de
                                    Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>inzake de rechtspositie van ambtenaren van Weesp.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en
                            ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van
                            of werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan
                            van de gemeente Weesp.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen
                            functionaris.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris
                            aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van het
                            aftreden van de raad en kunnen terstond worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag
                            nemen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven
                            hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig
                            mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                        voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van
                        de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft
                                tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                            inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                            bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen of laten inwinnen en hen
                            zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien
                            daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college
                            vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid
                            worden gesteld zich door de commissie te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                            wet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                            het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en middels
                            het advies aan het verwerend orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                            minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                            verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk een week
                            voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend
                            orgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of
                            afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste
                            tot en met het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Tenzij door de commissie toepassing is gegeven aan artikel 7.13 lid 3 tweede
                        volzin van de wet, is voor het houden van een zitting vereist dat minimaal
                        twee leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger,
                        aanwezig zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie
                            of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig
                            zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                            zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van
                            de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond,
                            of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in
                            elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                            melding.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>5.Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van
                            de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld,
                            nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                            beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek laten
                            houden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
                            kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de
                            voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een
                            nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                            betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                            door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen
                            advies.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                            voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien
                            die minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                            beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie
                            ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                            artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en
                            nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het
                            bezwaarschrift dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn
                            van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb,
                            ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en
                            het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig
                            de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                            belanghebbenden een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 16 december 2010</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 december 2010,</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mw. M. Walrave, B. Horseling,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al/><al>Artikelsgewijze toelichting op de Verordening Algemene commissie
                    bezwaarschriften 2004 en de Verordening Commissie bezwaarschriften
                    ambtenarenzaken 2004.</al><al>In de aanhef van de regelgeving is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voor zover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Op deze manier
                    is het mogelijk dat de bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen
                    om te adviseren op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de
                    burgemeester. De ondertekening gebeurt derhalve eveneens door de drie
                    bestuursorganen.</al><al>Deze toelichting geeft nadere uitleg van de artikelen/bepalingen indien daar
                    aanleiding toe is.</al><al/><al>Artikel 1 Begripsbepaling Dit artikel bevat enige, veel voorkomende
                    begripsbepalingen, doch is niet uitputtend bedoeld. De intentie is voornamelijk
                    om in de verordening kort en bondig te kunnen zijn, zonder dat de duidelijkheid
                    in het geding komt.</al><al/><al>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie In het tweede lid wordt aangegeven over
                    welke bezwaarschriften de commissie zal adviseren. In de Verordening Algemene
                    commissie bezwaarschriften 2004 is opgenomen dat de Algemene commissie zal
                    adviseren over alle bezwaarschriften tenzij deze zijn ingediend tegen besluiten
                    inzake belastingen, de Wet waardering onroerende zaken en de rechtspositie van
                    ambtenaren van Weesp. In de Verordening Commissie bezwaarschriften
                    ambtenarenzaken 2004 is opgenomen dat deze commissie alleen adviseert over
                    bezwaren inzake de rechtspositie van ambtenaren van Weesp.</al><al/><al>Artikel 3 Samenstelling van de commissie In het eerste lid wordt de minimale
                    omvang van de commissie bepaald. In de praktijk zijn/worden bij de Algemene
                    commissie vier leden en een voorzitter benoemd en vindt door de leden roulatie
                    plaats voor wat betreft het bijwonen van zittingen. Op die manier wordt
                    enerzijds een binding met de commissie in stand gehouden en is tevens
                    continuiteit/ vervanging goed gewaarborgd. Aangezien de Commissie
                    ambtenarenzaken veel minder zaken heeft te behandelen worden bij deze commissie,
                    naast de voorzitter, twee leden benoemd. Door de bepaling in het tweede lid
                    delegeren de desbetreffende bestuursorganen de benoeming van commissieleden aan
                    het college, dit is vooral praktisch en sluit goed aan bij de algemene rol van
                    de bestuursorganen in het duale tijdperk .Artikel 4 Secretaris Hoewel in de Awb
                    nergens over een secretaris wordt gesproken, is het gebruikelijk dat een
                    commissie beschikt over een secretaris ter ondersteuning van de werkzaamheden.
                    Naast algemene ondersteuning dient de secretaris tevens als vraagbaak voor de
                    commissie op het terrein van de specifieke regelgeving en jurisprudentie. Ook
                    zal de secretaris in de praktijk in opdracht van de voorzitter uitvoering geven
                    aan diverse bevoegdheden zoals o.a. bedoelt in de artikelen 7, 8, 9,10 en 15 van
                    de verordeningen.Artikel 5 Zittingsduur Een lid kan bij zijn ontslag zelf het
                    tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan ook een later tijdstip kiezen om
                    zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen
                    zijn. De bepaling van het derde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan niet
                    gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.</al><al>Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift Dit artikel spreekt voor zich.In de wet wordt
                    uitgebreid aandacht geschonken aan de wijze waarop een bezwaarschrift ingediend
                    moet worden en de daarmee samenhangende ontvankelijkheidsvragen.</al><al/><al>Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden Het gaat hier om zaken als: het verlangen van
                    een schriftelijke machtiging van een gemachtigde, het stellen van een termijn
                    waarbinnen een bezwaarde een verzuim (m.b.t. het indienen van het bezwaar) kan
                    herstellen en dergelijke.De wetgever heeft het uit praktische overwegingen
                    mogelijk gemaakt deze (tussen)beslissingen aan de voorzitter te laten.</al><al/><al>Artikel 8 Vooronderzoek Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie
                    er zorg voor dient te dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de
                    behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel
                    intern bij de gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in
                    te winnen - als extern. Zo moet het bijvoorbeeld mogelijk zijn om met de
                    bezwaarmaker in contact te treden om nadere informatie in te winnen of om bij
                    kennelijke niet-ontvankelijkheid de bezwaarmaker in overweging te geven het
                    bezwaarschrift in te trekken.De activiteiten van de commissie of haar voorzitter
                    bij de voorbereiding van de te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Het
                    inschakelen van externe deskundigen zal bijvoorbeeld kosten mee kunnen brengen.
                    Deze kosten komen ten laste van de gemeentebegroting. Om deze reden is in deze
                    bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen een machtiging vooraf
                    geïntroduceerd. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het college door zo'n
                    toetsing het werk van de commissie frustreert en haar onafhankelijke positie
                    daardoor aantast.</al><al/><al>Artikel 9 Hoorzitting Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al>Artikel 10 Uitnodiging zitting Ingevolge het eerste lid van deze bepaling wordt
                    ook het verwerend orgaan uitgenodigd voor de zitting. Het is van groot belang
                    dat dit orgaan zich ook ter zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden
                    voorkomen dat, vanwege de inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig beeld
                    ontstaat. Voorts is het voor een externe commissie van groot belang om van
                    bestuurlijke zijde te vernemen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Tevens
                    kan een toelichting namens het bestuursorgaan eventueel verhelderend werken voor
                    de bezwaarde. Op deze wijze wordt een bijdrage geleverd aan de zogenaamde
                    “zeefwerking” (voorkomen van onnodige procedures bij de rechtbank) van de
                    bezwarenprocedure.</al><al/><al>Artikel 11 Quorum Voor eenvoudige zaken kan de commissie het horen aan de
                    voorzitter of een lid van de commissie overlaten. Indien hiertoe niet is
                    besloten, dient te worden voldaan aan het vereiste quorum. De hoorzitting kan
                    doorgang vinden als er minimaal twee leden (waaronder de voorzitter of diens
                    plaatsvervanger) aanwezig zijn. Op deze wijze kan bij onverwachte verhindering
                    van de voorzitter of de leden de hoorzitting toch doorgang vinden.</al><al/><al>Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling Dit artikel behoeft geen
                    toelichting.</al><al/><al>Artikel 13 Openbaarheid zitting Hier is vastgelegd dat een hoorzitting in
                    principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzonderingen op deze regel blijven
                    mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire,
                    medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan
                    de orde komen. De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van
                    de commissie, die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsheeft.</al><al/><al>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging Artikel 7:7 van de wet vereist dat van
                    het horen een verslag wordt gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijke
                    vereisten aan het verslag worden niet door de wet geregeld. Wel zal uit het
                    verslag duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat
                    door hen naar voren is gebracht.Gezien de betekenis van de hoorzitting in het
                    kader van de besluitvorming over het bezwaar, ligt het voor de hand dat het
                    verslag van de zitting uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het bezwaar
                    aan belanghebbenden wordt toegezonden.</al><al/><al>Artikel 15 Nader onderzoek Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan
                    het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit
                    kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen.
                    De onderhavige bepaling voorziet in de mogelijkheid dan een nieuwe zitting te
                    houden. In artikel 7:9 van de wet wordt bepaald dat indien na nader onderzoek
                    feiten of omstandigheden bekend worden die voor de beslissing op bezwaar van
                    aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt gemeld. Zij
                    worden volgens de wet opnieuw in de gelegenheid gesteld te worden gehoord
                    (rechtsbeginsel hoor en wederhoor). Is de nieuwe informatie niet van
                    aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen worden om de belanghebbenden
                    schriftelijk te laten reageren. Na een hoorzitting gehouden telefoongesprekken
                    kunnen gezien worden als nader onderzoek (Nationale ombudsman 9 juli 2001, AB
                    2001/263).</al><al/><al>Artikel 16 Raadkamer en advies Het horen kan plaatsvinden door een
                    niet-voltallige commissie (zie onder 11); de advisering dient plaats te vinden
                    door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel 7:13, eerste lid, onder
                    a van de wet. Hoe dit advies tot stand komt, is niet voorgeschreven.
                    Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB 2000/42 en Rb.
                    Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621).Advisering door enkel de voorzitter of een lid van de commissie is in
                    strijd met artikel 7:13, eerste lid, onder a van de wet (Raad van State,
                    Afdeling bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257).Artikel 17 Uitbrengen advies
                    Volgens artikel 7:13, zesde lid van de wet maakt in de bezwaarschriftprocedure
                    het verslag van de hoorzitting deel uit van het advies van de commissie en wordt
                    het schriftelijk uitgebracht.De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10
                    van de wet 10 weken, behoudens in het geval van opschorting of wanneer van de
                    mogelijkheid tot verdaging gebruik wordt gemaakt. De verordening verlangt van de
                    voorzitter van de commissie dat, wanneer hij verwacht dat de termijn van 10
                    weken niet wordt gehaald, hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing
                    op het bezwaar te verdagen.Het besluit tot verdaging is een zal aan
                    belanghebbenden bekendgemaakt moeten worden door hen een afschrift van het
                    verdagingsbesluit zenden.</al><al/><al>Artikel 18 Inwerkingtreding In verband met de inwerkingtreding van de Tijdelijke
                    referendumwet (Trw) op 1 januari 2002 is gekozen voor een termijn van zes weken.
                    De Trw bepaalt in artikel 22 dat een verordening (een algemeen verbindend
                    voorschrift) niet eerder in werking treedt dan zes weken na de bekendmaking van
                    het besluit. Deze termijn hangt hiermee samen: na bekendmaking van de
                    verordening en de mededeling dat over deze verordening een referendum gehouden
                    kan worden, kan een verzoek tot het houden van een referendum worden ingediend.
                    Het college is op grond van de Trw gehouden tot het bekendmaken van deze
                    besluiten. Op grond van de Trw is de gemeente verplicht om een referendum te
                    organiseren over een verordening indien voldoende kiesgerechtigden een verzoek
                    tot het houden van een referendum indienen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>