<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73398_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Spaarloonregeling</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">intranet gem.Terschelling</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Spaarloonregeling</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 160 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>NOB 755</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Spaarloonregeling</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Afdeling</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>Werkgever: de Gemeente Terschelling.</al><al>Deelnemer: de werknemer, die deelneemt aan de spaarloonregeling,
                                waarop dit reglement van toepassing is.</al><al>Partner/Echtgenoot: onder partner respectievelijk echtgenoot wordt
                                verstaan de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot dan wel
                                geregistreerd partner, alsmede de ongehuwde meerderjarige persoon
                                waarmee de werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert en
                                voorts voldoet aan de vereisten zoals omschreven in artikel 1.2 Wet
                                inkomstenbelasting 2001.</al><al>Spaarloon: een bedrag dat ingevolge een inhouding op het brutoloon
                                van de deelnemer respectievelijk een toekenning door de werkgever
                                aan de deelnemer op de speciale spaarrekening ten name van de
                                deelnemer is gestort.</al><al>Bank: Rabobank.</al><al>Speciale spaarrekening: de door de bank ten name van de deelnemer
                                geopende speciale spaarrekening, waarop het spaarloon alsmede de op
                                het tegoed gekweekte rente worden bijgeschreven. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Deelneming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>1. Aan de spaarloonregeling mag worden deelgenomen door alle
                                werknemers.2. Deelnemer wordt men door het invullen en ondertekenen
                                van een deelnameformulier, dat bij de werkgever moet worden
                                ingeleverd.3. De deelneming eindigt:a. bij beëindiging van het
                                dienstverband tussen de werkgever en de deelnemer;b. bij
                                schriftelijke opzegging door de deelnemer;c. bij faillissement van
                                de deelnemer;d. bij daadwerkelijk verhaal op basis van een
                                executoriale titel ten laste van deelnemer;e. bij van toepassing
                                verklaring van een wettelijke schuldsaneringsregeling op de
                                deelnemer;f. bij uitsluiting door de werkgever wegens verpanding,
                                bezwaring of vervreemding als genoemd in artikel 10. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Spaarloon</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>1. Het in te houden dan wel toe te kennen spaarloon zal tenminste €
                                10,00 per maand moeten bedragen en zal ten hoogste € 613,00 per jaar
                                mogen belopen. Het op de speciale spaarrekening van de deelnemer te
                                storten bedrag zal per kalenderjaar niet meer mogen bedragen dan het
                                in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de
                                loonbelasting 1964 genoemde maximum. Op de speciale spaarrekening
                                mogen alleen stortingen worden verricht indien voldaan wordt aan de
                                voorwaarden zoals vermeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f,
                                van de Wet op de loonbelasting 1964.2. Bij arbeidsongeschiktheid van
                                de deelnemer wordt het spaarloon Ingehouden van de uitkeringen
                                krachtens de Ziektewet, de Wet op de
                                Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar
                                arbeidsvermogen, voor zover deze uitkeringen geschieden door
                                bemiddeling van de werkgever en op deze uitkeringen de witte tabel
                                in het kader van de Wet op de loonbelasting van toepassing is.
                                Indien en voorzover de evengenoemde uitkeringen niet door
                                bemiddeling van de werkgever geschieden, wordt de inhouding
                                opgeschort tot het tijdstip, waarop de deelnemer zijn werkzaamheden
                                hervat. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Overboeking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>1. Het spaarloon wordt na inhouding door de werkgever op de speciale
                                spaarrekening ten name van de deelnemer bij de bank gestort.2. Het
                                is de deelnemer niet toegestaan gelden rechtstreeks op zijn speciale
                                spaarrekening te storten of te doen storten, anders dan de op de in
                                lid 1 vermelde wijze. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Blokkeringsperiode</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>1. Behoudens het bepaalde in artikel 6, lid 1, dient het spaarloon
                                gedurende 4 kalenderjaren, gerekend vanaf 1 januari volgend op het
                                jaar van storting, op de speciale spaarrekening te blijven staan.2.
                                Uiterlijk in de maand februari van elk jaar zal het spaarloon, dat
                                gedurende 4 kalenderjaren op de speciale spaarrekening heeft
                                uitgestaan, naar de vrije rekening ten name van de deelnemer worden
                                overgeboekt. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Opneming van gelden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>1. Voor het opnemen van spaarloon, dat korter dan 4 kalenderjaren op
                                de speciale spaarrekening heeft uitgestaan, is goedkeuring van de
                                werkgever vereist.2. De in lid 1 van dit artikel genoemde
                                goedkeuring wordt verleend door het afgeven van een door of namens
                                de werkgever ondertekend formulier “Aanvraag overboeking Rabo
                                Spaarloonrekening” en wel uitsluitend:a. bij besteding ten behoeve
                                van de in artikel 7 genoemde doeleinden;b. bij beëindiging van het
                                dienstverband tussen de werkgever en de deelnemer wegens overlijden
                                van de deelnemer zoals vermeld in artikel 9.2. Het opnemen van
                                spaarloon ten laste van de speciale spaarrekening anders dan in de
                                gevallen genoemd in artikel 7 (bestedingsdoeleinden) en artikel 9
                                (einde deelneming), is niet toegestaan.3. Bij het opnemen of
                                overboeken van spaarloon als bedoeld in lid 1 van dit artikel,
                                zullen steeds de laatst bijgeschreven bedragen geacht worden te zijn
                                opgenomen of overgeboekt. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Bestedingsdoeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Als bestedingsdoel wordt erkend:a. verwerving door de deelnemer of
                                diens partner, van een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111,
                                eerste lid van de Wet inkomstenbelasting 2001;b. door de deelnemer
                                te betalen premies (koopsommen), anders dan bijdragen ingevolge een
                                pensioenregeling, die verschuldigd zijn ingevolge een
                                lijfrenteovereenkomst zoals hierna omschreven in artikel 8 lid
                                1;c.premies, anders dan bijdragen ingevolge een pensioenregeling,
                                die verschuldigd zijn ingevolge een
                                kapitaalsverzekeringsovereenkomst zoals hierna omschreven onder
                                artikel 8 lid 2;d. de door de deelnemer vrijwillig te betalen
                                premies ingevolge een pensioenregeling in de zin van de Wet op de
                                loonbelasting 1964;e. financiering van scholingsuitgaven door de
                                deelnemer voor het volgen van:a. een opleiding of studie door de
                                deelnemer met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en
                                woning met uitzondering van kosten:1. die verband houden met een
                                werk- of studeerruimte, daaronder begrepen de inrichting;2. van
                                binnenlandse reizen voorzover die meer bedragen dan het bedrag per
                                kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel a van de
                                Wet op de loonbelasting 1964.b. cursussen, congressen, seminars,
                                symposia, excursies, studiereizen en dergelijke, gevolgd door de
                                deelnemer ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;f.
                                opnames ter zake van compensatie van niet genoten loon door de
                                deelnemer als gevolg van opname van (gedeeltelijk) onbetaald verlof,
                                tot maximaal 50% van het niet genoten loon, mits de dienstbetrekking
                                ten tijde van het (gedeeltelijk) onbetaald verlof ongewijzigd blijft
                                voortbestaan. Voor de toepassing van dit artikel wordt het door de
                                werknemer genoten loon in aanmerking genomen, met inachtneming dat
                                artikel 11, eerste lid, onderdeel j van de Wet op de loonbelasting
                                1964 geen toepassing vindt en dat tantièmes en toevallige bijzondere
                                beloningen, alsmede tot het loon behorende aanspraken niet in
                                aanmerking worden genomen;g. opnames voor de start van activiteiten
                                uit welke de deelnemer vermoedelijk als ondernemer in de zin van
                                artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, winst uit
                                onderneming als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting
                                2001 zal gaan genieten. De aanwezigheid van deze activiteiten moet
                                blijken uit een beschikking die op verzoek van de deelnemer door de
                                inspecteur wordt afgegeven. De periode van zes maanden wordt
                                verlengd met de periode welke ligt tussen het moment waarop door de
                                deelnemer een beschikking is aangevraagd en het moment waarop die
                                beschikking door de inspecteur wordt afgegeven. h. een zesde deel
                                van de aan de deelnemer of zijn partner in rekening gebrachte kosten
                                voor kinderopvang als bedoeld in artikel 16c, vierde lid, van de Wet
                                op de loonbelasting 1964.</al><al>Met betrekking tot de in dit artikel genoemde bestedingen zullen
                                maximaal twee opnames per jaar ten laste van de speciale
                                spaarrekening worden toegestaan.</al><al>Rechtstreekse (periodieke) betalingen, gedaan als betalingen
                                overeenkomstig de in dit artikel onder a tot en met h genoemde
                                bestedingsdoeleinden, worden gelijkgesteld met bestedingen ten laste
                                van de speciale spaarrekening. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Voorwaarden verzekering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>1. Onder een lijfrenteovereenkomst wordt verstaan een overeenkomst
                                vanlevensverzekering waarbij een lijfrente als bedoeld in artikel
                                3.124 onderdeel b, en artikel 3.125, eerste lid, onderdeel a, c en d
                                van de Wet inkomstenbelasting 2001 is verzekerd bij een verzekeraar
                                als bedoeld in artikel 3.126 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De
                                polis dient onbezwaard deel uit te maken van het vermogen van de
                                deelnemer of dat van zijn echtgenoot en de termijnen voor de
                                lijfrente, behoudens in geval van overlijden, kunnen niet eerder
                                ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan.2. Onder
                                een kapitaalverzekeringsovereenkomst wordt verstaan een overeenkomst
                                van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering bij in leven
                                zijn, is verzekerd, en waarbij eventueel, bij dezelfde overeenkomst,
                                vrijstelling van premiebetaling bij invaliditeit, ziekte of ongeval
                                is overeengekomen, mits de polis onbezwaard deel uitmaakt van het
                                vermogen van de deelnemer of dat van zijn partner. Deze overeenkomst
                                moet:a. voldoen aan artikel 1, eerste lid onderdeel b van de Wet
                                toezichtverzekeringsbedrijf 1993 en zijn aangegaan met een
                                levensverzekeraar alsbedoeld in onderdeel g van dat lid;b. door de
                                deelnemer of zijn partner zijn gesloten op het leven van
                                dedeelnemer, zijn partner of kinderen voor wie de deelnemer of zijn
                                partner op1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan recht
                                had op kinderbijslagingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of die
                                zelf recht hadden opstudiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van de
                                Wet op destudiefinanciering;c. voor zover het tijdstip van uitkering
                                niet wordt bepaald door het overlijdenvan de verzekerde, voorzien in
                                een looptijd van tenminste vier jaren.3. Als premies ingevolge een
                                kapitaalverzekeringsovereenkomst worden mede aangemerkt: regelmatige
                                inleggingen bij een instelling als bedoeld in artikel 2, achtste lid
                                van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en
                                winstdelingsregelingen, waartoe de deelnemer of zijn partner zich
                                ingevolge een overeenkomst tot sparen met levensverzekering heeft
                                verplicht. Het onder 2 bepaalde vindt overeenkomstige toepassing.
                            </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Einde deelneming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>1. Indien de deelneming aan de spaarloonregeling eindigt wegens
                                beëindiging van het dienstverband tussen de werkgever en de
                                deelnemer door het overlijden van de deelnemer, zal de speciale
                                spaarrekening worden opgeheven.Aan diens rechtverkrijgende(n) zal
                                goedkeuring worden verleend tot het opnemen van het op de speciale
                                spaarrekening uitstaande spaarloon, onverminderd het bepaalde in lid
                                2 van dit artikel.</al><al>Indien de deelneming aan de spaarloonregeling eindigt wegens
                                beëindiging van het dienstverband tussen de werkgever en de
                                deelnemer om andere redenen dan het overlijden van de deelnemer, zal
                                de speciale spaarrekening worden aangehouden.Het bepaalde in dit
                                reglement blijft voor zover van toepassing onverminderd van
                                kracht.</al><al>2. Indien het spaarloon door de deelnemer of diens
                                rechtverkrijgende(n) is opgenomen bij beëindiging van het
                                dienstverband, daaronder begrepen het overlijden van de deelnemer,
                                wordt voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964 en de
                                Coördinatiewet Sociale Verzekering voor elke volle maand gedurende
                                welke het spaarloon binnen een termijn van 4 jaren is opgenomen een
                                evenredig deel van het spaarloon aangemerkt als loon, niet zijnde
                                spaarloon.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Verpanding, bezwaring en vervreemding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Het is de deelnemer niet toegestaan zijn door de speciale
                                spaarrekening aangewezen vordering op de bank geheel of gedeeltelijk
                                te verpanden, te bezwaren of te vervreemden.De werkgever heeft in
                                voorkomende gevallen het recht de deelnemer van verdere deelneming
                                aan de spaarloonregeling uit te sluiten </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Rente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>De op de speciale spaarrekening gekweekte rente zal jaarlijks op
                                deze rekening worden bijgeschreven. Nadat rentebijschrijving heeft
                                plaatsgevonden kan de deelnemer te allen tijde over deze rente
                                beschikken, zonder dat voorafgaande goedkeuring vereist is.Uiterlijk
                                in de maand februari van elk jaar zal de rente, die gedurende 4
                                kalenderjaren op de speciale spaarrekening heeft uitgestaan, naar de
                                vrije rekening ten name van de deelnemer worden overgeboekt. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Saldo-opgaven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>De bank zal uiterlijk in de maand februari van elk jaar aan iedere
                                deelnemer een opgave zenden van de mutaties op zijn speciale
                                spaarrekening in het voorafgaande jaar, de in dat jaar gekweekte
                                rente en de grootte van het spaartegoed per 31 december van dat
                                jaar. Overzichten van deze saldo-opgaven zullen door de bank aan de
                                werkgever worden gezonden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>1. Deze spaarloonregeling kan te allen tijde door Burgemeester en
                                Wethouders worden gewijzigd of opgeheven, met dien verstande, dat
                                ten aanzien van het vóór de wijziging of opheffing gestorte
                                spaarloon het bepaalde in dit reglement , voor zover van toepassing,
                                onverminderd van kracht blijft.2. Zowel bij wijziging als opheffing
                                van deze spaarloonregeling zal - voor zoververeist - vooraf
                                goedkeuring van de bevoegde instantie(s) moeten zijn verkregen.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><al>Deze spaarloonregeling treedt per 1 januari 2009 in werking.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>