<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73387_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2010.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 33, lid3, Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/60</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terschelling:</al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 11 oktober 2010;</al><al>Besluit:</al><al>Vast te stellen de aangepaste Verordening Ambtelijke Bijstand en
                        Fractieondersteuning 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een verzoek
                            om: </al><al>a. feitelijke informatie van geringe omvang; </al><al>b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.</al><al>2. Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                            informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                            secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist. </al><al>3. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om </al><al>a. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                            moties;</al><al>b. andere bijstand van substantiële omvang. </al><al>4. De bijstand, bedoeld in het derde lid, onderdeel a of b, wordt
                            verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de
                            gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de
                            griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één
                            of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                            mogelijk verlenen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><al>1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
                            ambtelijke bijstand tenzij: </al><al>a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                            betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;b. dit het belang van
                            de gemeente kan schaden;</al><al>2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                            eerste lid geweigerd wordt. </al><al>3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                            de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                            raadslid dat het verzoek heeft ingediend. </al><al>4. De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
                            college desgewenst een afschrift van het verzoek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering verzoek ambtelijke bijstand</titel></kop><al>1. Indien de secretaris het verzoek om bijstand door een ambtenaar
                            weigert kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen
                            aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over
                            het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><al>1. Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                            verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de
                            secretaris. </al><al>2. Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                            partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                            burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak
                        </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Recht op financiële vergoeding</titel></kop><al>1. De fracties, zoals bedoeld in artikel 8 van het reglement van orde
                            voor de vergaderingen van de raad, ontvangen jaarlijks een financiële
                            bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                            fractie. </al><al>2. Deze bijdrage wordt jaarlijks middels de begroting vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Besteding financiële vergoeding</titel></kop><al>1. Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                            kaderstellende en controlerende rol te versterken. </al><al>2. De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al><al>a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige
                            regelingen; </al><al>b. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden
                            instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van
                            prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op
                            basis van een gespecificeerde, reële declaratie;</al><al>c. giften;</al><al>d. uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de
                            leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                            toekomen;</al><al>e. opleidingen voor raads- en commissieleden voor zover deze inhoudelijk
                            gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beschikbaarheid financiële vergoeding</titel></kop><al>1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt jaarlijks middels de
                            begroting vastgesteld. </al><al>2. De griffier is budgethouder.</al><al>3. Raadsleden en raadsfracties kunnen gemaakte kosten via declaratie
                            vergoed krijgen.</al><al>4. Indien de griffier twijfelt over de betaling van een declaratie,
                            wordt deze voorgelegd aan het presidium. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beschikbaarheid financiële vergoeding</titel></kop><al>1. Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 5
                            vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie naar evenredigheid
                            verdeeld over de betrokken fracties . </al><al>2. Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                            fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die
                            volgt uit het eerste lid. </al><al>3. Ingangsdatum van de herziene verdeling is de datum waarop de
                            verandering formeel in de raad plaatsvindt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beschikbaarheid financiële vergoeding</titel></kop><al>a. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            financiële middelen die een fractie ontvangt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking oude verordening en inwerkingtreden nieuwe
                                verordening</titel></kop><al>1. De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003 wordt
                            ingetrokken.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 27 oktober 2010.3.
                            Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Terschelling op 26 oktober
                            2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening ambtelijke bijstand en
                            fractieondersteuning 2010.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van 26 oktober
                        2010,</al></slotformulering><ondertekening>B.A. Wiener, mr. J.M. Visser,Griffier Voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><al>Artikelgewijze toelichting</al><al>Artikel 1 De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die
                    het verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                    het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift
                    van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die
                    het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten wordt een regeling gegeven in de artikelen 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet. Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris.
                    Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de
                    raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag hebben gekregen, leiden
                    ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier
                    geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de
                    secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. Hiervoor zijn
                    praktische afspraken gemaakt om de voortgang zo min mogelijk te hinderen. De
                    griffie en het MT zijn overeengekomen dat raadsleden met vragen als bedoeld in
                    het eerste lid (onderdeel a en b) zich direct tot de behandelend ambtenaar mogen
                    wenden. De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in
                    de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de
                    verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier
                    ziet erop toe dat er voortgang blijft in het proces.In de gehele verordening is
                    ervoor gekozen een onderscheid aan te brengen tussen ambtenaren en medewerkers
                    van de griffie. Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de
                    reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het college staan
                    en worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook
                    medewerkers van de griffie ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.Op
                    grond van het tweede lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd.
                    Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid,
                    onderdeel a en b betreft.</al><al>Artikel 2 en 3 Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden
                    zich voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                    hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 3 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook met het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al>Artikel 4 Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze
                    aan zijn of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere
                    instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige
                    positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.Wel
                    dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met
                    de secretaris.</al><al>Artikel 5 Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning.
                    De hoogte van het budget voor fractieondersteuning is in de gemeentebegroting
                    opgenomen en dus door de raad vastgesteld.</al><al>Artikel 6 De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de
                    inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat
                    de bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                    genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                    andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en
                    dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat kan
                    deze inhoudelijk niet te zeer gedetailleerd geregeld worden.
                    Fractieondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van
                    gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk geacht, aangezien het
                    vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten daarom vrij zijn in
                    de keuze van de personen die de fracties eventueel ondersteunen.Algemene
                    opleidingen voor raads- en commissieleden die meestal worden georganiseerd door
                    de griffie(r) dienen bekostigd te worden uit de gemeentelijke bedrijfsvoering en
                    dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Deze
                    cursussen worden veelal verzorgd door politiek neutrale instituten.</al><al>Artikel 7 De bijdrage wordt niet aan de fracties verstrekt, maar blijft onder
                    beheer van de griffier. De griffier verwerkt de declaraties die raadsleden en
                    -fracties indienen.</al><al>Artikel 8 Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan
                    veranderde verhoudingen in de raad.</al><al>Artikel 9 Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                    financiële middelen die een fractie ontvangt.</al><al>Artikel 10 en 11 Deze artikelen behoeven geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>