<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73385_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-07-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/38</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terschellinggelet op de artikelen 44, tweede en
                        derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet,gelet op het
                        Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening</al><al>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel/></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                Gemeentewet; </al><al>b. Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                maart 1994, Stb. 243;</al><al>c. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al><al>d. Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                Rechtspositiebesluit wethouders;</al><al>e. Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van
                                Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, stcrt.
                                181;</al><al>f. raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al><al>g. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van
                                Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5
                                vastgestelde maximum; </al><al>h. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                Gemeentewet;</al><al>i. gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                Gemeentewet </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor Raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste
                                lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is
                                gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>1. De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5,
                                vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden.</al><al>2. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste
                                lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse
                                5, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>1. Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al><al>2. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><al>1. Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al><al>2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt uitbetaald op
                                basis van de Regeling vergoeding reis- en verblijfkosten </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake
                                van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het
                                raadslid vergoed op basis van de Regeling vergoeding reis- en
                                verblijfkosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1. De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente.</al><al>2. Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>1. Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de
                                gemeente voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer,
                                bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter
                                beschikking.</al><al>2. Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met
                                een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer,
                                bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid,
                                komt deze voor rekening van het raadslid. </al><al>3. Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een
                                bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al><al>4. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al>1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling. </al><al>2. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de Loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al>3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>4. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1. Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37
                                van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het
                                raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel de vaste
                                onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als
                                bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al>2. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat
                                geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                    arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de
                                werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, in het geval een raadslid een
                                uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><al>1. In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting.</al><al>2. In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel ontvangt en
                                de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                    gemeenteraad</titel></kop><al>1. Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer
                                dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming. </al><al>2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3 </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al>1. De tegemoetkoming in de kosten van de ziektekostenverzekering als
                                bedoeld in artikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden bedraagt € 175 per jaar.</al><al>2. In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van
                                het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al><al>3. De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                    bevalling of ziekte</titel></kop><al>1. De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 en met 12 en 13a blijven van
                                toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de
                                Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding
                                die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid,
                                ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                                bepalingen van toepassing is.</al><al>2. De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde
                                lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing
                                op raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                                raadslid dat ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                                heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor Wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 5,
                                vermeld in artikel 25 van het rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats
                                van tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding
                                bedoeld in artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders voor
                                wethouders woonachtig buiten de gemeente Terschelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>1. Aan de wethouder worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al><al>2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt uitbetaald op
                                basis van de Regeling vergoeding reis- en verblijfkosten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><al>1. Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reis- en verblijfkosten vergoed volgens reisregeling buitenland. </al><al>2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming
                                voorwaarden verbinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1. De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente.</al><al>2. De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><al>1. Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt
                                een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die mede
                                gebruikt mag worden voor privé doeleinden.</al><al>2. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                                gemeente.</al><al>3. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                vast.</al><al>4. Op de netto bezoldiging dan wel de netto onkostenvergoeding van
                                de wethouder die de mobiele telefoon voor meer dan 10% mede gebruikt
                                voor privé doeleinden, wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan
                                het bedrag dat op grond van de artikelen 38 respectievelijk 39 van
                                de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 tot het loon wordt
                                gerekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al>1. De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al><al>2. De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld
                                in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al>3. Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>4. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><al>1. De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in
                                artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze
                                van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel vaste
                                onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering verminderd met de
                                vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling.</al><al>2. Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat
                                geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van:</al><al>a. reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                van de Regeling rechtspositie wethouders;</al><al>b. verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><al>1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
                                de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                                gemeenteklasse 5 vastgestelde maximum.</al><al>2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene
                                die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de
                                werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet
                                ontvangt.</al><al>3. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                commissie</al><al>a. als raadslid of wethouder;</al><al>b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij
                                een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                gesubsidieerd;</al><al>c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie
                                tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1. Aan de wethouder worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al><al>2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt uitbetaald op
                                basis van de Regeling vergoeding reis- en verblijfkosten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><al>1. De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al><al>2. De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                vanwege de gemeente georganiseerd.</al><al>3. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>1. De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door
                                of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                rekening van de gemeente.</al><al>2. Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in.
                                De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het commissielidmaatschap </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door
                                betaling uit eigen middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><al>1. Voor de vergoeding van de kosten, wordt gebruik gemaakt van een
                                declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld.</al><al>2. Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend.
                                Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid
                                dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier,
                                onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen
                                ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op op datum dat de verordening is
                                goedgekeurd door de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                                wethouders, raads- en commissieleden 2006.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>