<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73357_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ex artikel 212 Gemeentewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>“Financiële verordening gemeente Terschelling 2008”.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/78</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ex artikel 212 Gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terschelling;</al><al>Gelezen het voorstel van het College van 18 juli 2008,</al><al>Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al>Besluit:</al><al>Opnieuw vast te stellen:</al><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Terschelling.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                            organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het
                            College.</al><al>b. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                            verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                            functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de
                            gemeente Terschelling en ten behoeve van de verantwoording die daarover
                            moet worden afgelegd.</al><al>De overige begrippen die in deze verordening worden gehanteerd zijn
                            toegelicht in bijlage 1. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al> De Raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                            programma-indeling voor de begroting en de jaarrekening voor de komende
                            raadsperiode vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><al>1. Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming
                            ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag wordt een overzicht
                            gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar programma’s.</al><al>2. Ten behoeve van het besluitvormingsproces maakt het College voor de
                            Raad inzichtelijk:</al><al>- De gemeentelijke lasten</al><al>- De gemeentelijke baten</al><al>- De vrije begrotingsruimte (onvoorzien)</al><al>- De vrij besteedbare reserves</al><al>3. De programmabegroting en programmarekening geven zoveel mogelijk de
                            volgende niet-financiële informatie:</al><al>- De te realiseren en gerealiseerde effecten</al><al>- De kaders waarbinnen de effecten moeten worden gerealiseerd of zijn
                            gerealiseerd</al><al>- Het tijdstip waarop de effecten moeten zijn gerealiseerd of zijn
                            gerealiseerd</al><al>- De wijze waarop de effecten zullen worden gerealiseerd of zijn
                            gerealiseerd.</al><al>4. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting voor het komende jaar
                            en het daarin op te nemen meerjarenperspectief, informeert het College
                            de Raad in mei van het lopende jaar omtrent haar beleidsvoornemens en de
                            financiële uitwerking daarvan middels een Voorjaarsnota; deze
                            Voorjaarsnota kent dezelfde indeling als de begroting en de
                            jaarrekening.</al><al>5. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt
                            van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                            investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen
                            het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting
                            van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.</al><al>6. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                            geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale
                            uitgaven weergegeven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><al>1. De Raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                            lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
                            dekkingsmiddelen.</al><al>2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de Raad aan van welke nieuwe
                            investeringen zij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                            autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe
                            investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen
                            van de financiële positie geautoriseerd.</al><al>3. Indien het College voorziet dat een geautoriseerd budget of
                            investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt dit door het
                            College in de eerstvolgende Raadsvergadering aan de Raad gemeld. Het
                            College voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of een
                            voorstel voor bijstelling van het beleid.</al><al>4. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                            begroting zijn opgenomen, legt het College vooraf aan het aangaan van
                            verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het
                            autoriseren van een investeringskrediet aan de Raad voor. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><al>1. Het College informeert de Raad zo spoedig mogelijk door middel van
                            tussentijdse rapportages indien sprake is van afwijkingen op de
                            oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en van de
                            investeringskredieten in de begroting, groter dan € 50.000.</al><al>2. Daarnaast worden door middel van de Voorjaarsnota significante
                            afwijkingen ten opzichte van de lopende begroting en het
                            meerjarenperspectief aan de Raad voorgelegd, welke zich in de periode
                            tussen het vaststellen van de begroting en het opstellen van de
                            Voorjaarsnota hebben voorgedaan, indien deze groter zijn dan €
                            10.000.</al><al>3. Het College informeert vooraf de Raad en neemt pas een besluit nadat
                            de Raad in de gelegenheid is gesteld haar wensen en bedenkingen ter
                            kennis van het College te brengen indien het College nieuwe
                            verplichtingen aangaat, indien deze een hoger beslag op middelen
                            omvatten dan € 25.000 bij incidentele zaken of indien de jaarlijkse
                            lasten hoger zijn dan € 10.000 bij meerjarige zaken, en voor zover deze
                            nog niet eerder zijn geaccordeerd door de Raad, bijvoorbeeld door middel
                            van de Voorjaarsnota. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardering en afschrijving van vaste activa</titel></kop><al>1. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                            van de exploitatie gebracht.</al><al>2. Ten aanzien van materiële vaste activa wordt er van uit gegaan dat
                            deze gezien het toeristisch karakter van onze gemeente, in principe
                            altijd een economisch nut hebben; indien sprake is van een investering
                            in een activum met maatschappelijk nut, wordt de Raad hier door het
                            College expliciet op attent gemaakt. </al><al>3. Nieuw aangeschafte en in gebruik genomen materiële vaste activa met
                            economisch nut worden lineair afgeschreven in maximaal:</al><al>a. 30 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en
                            bedrijfsgebouwen;</al><al>b. 40 jaar: rioleringen;</al><al>c. 30 jaar: nieuw aan te leggen wegen en fietspaden;</al><al>d. 30 jaar: investeringen in havengebonden activa waaronder damwanden,
                            deksloven, steigers;</al><al>e. 15 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten,
                            schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen;</al><al>f. 15 jaar: veiligheidsvoorzieningen in bedrijfsgebouwen,
                            telefooninstallaties, kantoormeubilair, electravoorzieningen;</al><al>g. 7 jaar: transportmiddelen, aanhangwagens, overige rijdende activa
                            zoals maaimachines e.d.;</al><al>h. 5 jaar: automatiseringsapparatuur en software, voorzover deze
                            software meerdere jaren dienstbaar is aan de exploitatie;</al><al>i. geen afschrijving: gronden en terreinen.</al><al>4. Afschrijvingen op materiële vaste activa starten in het boekjaar
                            volgend op het jaar van ingebruikname van het activum.</al><al>5. Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan €
                            10.000 worden niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie
                            gebracht, met uitzondering van gronden en terreinen. Deze laatst
                            genoemden worden altijd geactiveerd.</al><al>6. Indien bij de investering in materiële vaste activa bijdragen van
                            derden of bijdragen uit de reserves worden ontvangen, worden deze
                            bijdragen separaat opgenomen in een “Bestemmingsreserve in de vorm van
                            egalisatierekeningen”; deze investeringsbijdragen vallen overeenkomstig
                            de afschrijvingstermijn van de betreffende activa vrij ten gunste van
                            het resultaat voor bestemming.</al><al>7. Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk
                            nut zoals gedenktekens, worden onder aftrek van bijdragen van derden of
                            bijdragen vanuit de reserves, in het jaar van aanschaf ten laste van de
                            exploitatie gebracht. Indien hiervan bij raadsbesluit wordt afgeweken,
                            wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van
                            het actief of een kortere door de Raad aan te geven tijdsduur.
                            Activering en afschrijving in meerdere jaren vindt alleen plaats indien
                            de bepalingen van het Besluit Begroting en Verantwoording 2004 zich niet
                            hiertegen verzetten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Eigen vermogen</titel></kop><al>1. Eenmaal tijdens een raadsperiode doet het College de Raad een
                            voorstel toekomen omtrent de in de komende jaren te hanteren
                            minimumomvang van het vrije eigen vermogen (in casu de “overige
                            reserves” c.q. “algemene reserves”), rekening houdend met het op dat
                            moment bekend zijnde risicoprofiel van de gemeente Terschelling. </al><al>2. Dit voorstel wordt aan de Raad voorgelegd voorafgaand aan de tweede
                            begroting die aan de betreffende Raad ter accordering wordt aangeboden.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                            diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                            kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte
                            kosten betrokken, die samenhangen met de door de gemeente verleende
                            diensten. De bepaling van de kostprijs geschiedt extra-comptabel,
                            hetgeen wil zeggen dat de exacte toerekening van kosten wel inzichtelijk
                            moet worden gemaakt, maar niet per definitieve in de begroting tot
                            uitdrukking dient te komen.</al><al>2. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en de
                            onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging en
                            onderhoud van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik
                            zijnde activa en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing de
                            compensabele BTW.</al><al>3. Het rentepercentage voor de rentetoerekening aan de activa wordt
                            gesteld op 5% op jaarbasis. Indien blijkt dat door hantering van dit
                            percentage de toegerekende rente meer dan 10% afwijkt van de werkelijke
                            rentelasten, zal dit percentage worden herzien en zal op toekomstige
                            investeringen een gewijzigd rentepercentage worden toegepast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen, prijzen en
                                vergoedingen voor overige dienstverlening</titel></kop><al>1. Het College doet de Raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolrechten,
                            afvalstoffenheffing en havengelden.</al><al>2. Bij verkoop van onroerende goederen wordt de verkoopprijs bepaald
                            door een taxatie van een onafhankelijke taxateur. Indien de over een te
                            komen verkoopprijs meer dan 10% negatief afwijkt van de taxatiewaarde,
                            dient het College het verkoopvoorstel voor te leggen aan de Raad.</al><al>3. Bij de verpachting en verhuur van onroerende goederen streeft het
                            College naar marktconforme huurprijzen, voor zover deze wettelijk
                            mogelijk zijn en passen binnen het historisch gevoerde beleid. Indien
                            nieuwe contracten worden afgesloten waarbij een pacht of huur wordt
                            overeengekomen die meer dan 20% afwijkt van de marktconforme prijs
                            (nieuwe gevallen), dan wel van de oude prijs, wordt de Raad hiervan door
                            het College op de hoogte gesteld, en neemt de Raad een definitief
                            besluit. </al><al>4. Het College doet de Raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor gemeentelijke diensten, waaronder leges en
                            vergoedingen voor overige gemeentelijke dienstverlening. Indien sprake
                            is van niet-kostendekkende tarieven voor bepaalde vormen van
                            dienstverlening, wordt de Raad hier door het College actief op gewezen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>1. Het College zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                            voor:a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de
                            Raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren;b. het beheersen
                            van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals
                            renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;c. het beperken van de
                            kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op
                            uitzettingen;d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                            kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posties.</al><al>2. Het College neemt bij de hiervoor genoemde activiteiten de bepalingen
                            van het door de Raad vastgestelde “Treasurystatuut” en van de Wet
                            Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) in acht.</al><al>3. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                            aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak
                            bedingt het College indien mogelijk zekerheden. Het College motiveert in
                            zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                            middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.
                            Omtrent de omvang van de particpaties, verstrekte garanties en
                            uitzettingen van gelden doet het College jaarlijks verslag middels de
                            jaarrekening, als onderdeel van de toelichting op de balans en de
                            paragraaf “Verbonden partijen”. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>1. De administratie is zodanig van opzet en werking dat zij dienstbaar
                            is voor:</al><al>a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                            gemeente als geheel en in de sectoren/teams;</al><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                            balansposities;</al><al>c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                            budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                            kostencalculaties;</al><al>d. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                            doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                            tot de gestelde beleidsdoelstellingen, de begroting en relevante wet- en
                            regelgeving;</al><al>e. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                            daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelstellingen, de begroting
                            en relevant wet- en regelgeving. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het College zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening
                            en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de
                            jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                            informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
                            Bij afwijkingen neemt het College maatregelen tot herstel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het College zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                            eigendommen.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het College zorgt voor en legt vast::</al><al>a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                            eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                            sectoren/teams;</al><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                            verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                            voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids-
                            en beheersorganen is gewaarborgd;</al><al>c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                            investeringskredieten;</al><al>d. de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en
                            de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                            2009. De stukken voor dit begrotingsjaar en latere begrotingsjaren
                            voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al><al>2. Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening
                            gemeente Terschelling, vastgesteld door de Raad op 16 december
                            2003.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de
                            naam “Financiële verordening gemeente Terschelling 2008”.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad d.d. 16 december
                        2008.</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr>1</nr><titel/></kop><al>Bijlage 1 bij de Financiële verordening gemeente Terschelling 2008</al><al>1. administratieve organisatie:het stelsel van organisatorische maatregelen
                    gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van
                    de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de
                    verantwoordelijke leiding.</al><al>2. financieel beheer:het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer
                    van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Terschelling.</al><al>3. rechtmatigheid:het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                    waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten.</al><al>4. doelmatigheid:het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
                    mogelijke inzet van middelen.</al><al>5. doeltreffendheid:de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het
                    beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al><al>6. zuivere resultaatbepaling:alle baten en alle lasten worden toegerekend aan
                    het dienstjaar waarop deze betrekking hebben.</al><al>7. economische levensduur van activa:de periode waarin het actief economisch nut
                    oplevert, c.q. dienstbaar is aan de gemeente en nog niet aan vervanging
                    onderhevig is.</al><al>8. interne controle:betreft de controle door of namens de leiding (het
                    college).</al></bijlage></regeling></body></cvdr>