<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73343_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Steenbergen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Steenbergse Courant, 16-10-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Steenbergen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering">Wet Inburgering </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>7c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Steenbergen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13
                        juli 2009</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">artikelen 8</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">19, vijfde lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">23, derde lid</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35">35 van de Wet inburgering</extref>;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening en de
                        rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                        inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld, alsmede dat
                        de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke
                        boete, die voor verschillende overtredingen kan worden opgelegd;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de</al><al>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE STEENBERGEN 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen, beleidsregels en
                            informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="b."><al>de wet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">de Wet inburgering</extref>;</al></li><li nr="c."><al>de aflossingscapaciteit: het door het college
                                            vastgestelde gedeelte van de bijstandsuitkering dat voor
                                            verrekening met schulden kan worden aangewend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening worden gebruikt.</al></li><li nr="3."><al>In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                                    onder: </al><lijst><li nr="a."><al>onze Minister: Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en
                                            Integratie;</al></li><li nr="b."><al>inburgeringsplichtige: de persoon die op grond van de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=3">artikelen 3 tot en met 6</extref>
                                            inburgeringsplichtig is;</al></li><li nr="c."><al>oudkomer: </al><lijst><li nr="1."><al>de vreemdeling die sedert het tijdstip van
                                                  inwerkingtreding van deze <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">wet</extref> rechtmatig verblijf heeft in de zin
                                                  van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Vreemdelingenwet%202000/article=8">artikel 8, onderdelen a tot en met e</extref>,
                                                  dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000 en die op
                                                  grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=3">artikelen 3 en 5</extref> inburgeringsplichtig
                                                  wordt, dan wel</al></li><li nr="2."><al>de Nederlander die sedert het tijdstip van
                                                  inwerkingtreding van deze <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">wet</extref> ingezetene in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeentelijke%20basisadministratie%20persoonsgegevens">Wet gemeentelijke basisadministratie
                                                  persoons-gegevens</extref> is en die op grond van
                                                  de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">artikelen 4 en 5</extref> inburgeringsplichtig
                                                  wordt,voor zover die vreemdeling of Nederlander op
                                                  de dag voorafgaand aan inwerkingtreding van deze
                                                  wet geen nieuwkomer was in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering nieuwkomers</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>leerplichtige leeftijd: de leeftijd waarop bij verblijf
                                            in Nederland sprake is van een verplichting tot
                                            inschrijving als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Leerplichtwet%201969/article=3">artikel 3 van de Leerplichtwet 1969</extref>;</al></li><li nr="e."><al>inburgeringsplicht: de verplichting, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-opleggen-van-verplichtingen">artikel 7</extref>;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                            de gemeente waar de inburgeringsplichtige woonplaats
                                            heeft in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20wetboek%20boek%201">titel 3 van Boek 1 van het Burgerlijk
                                                Wetboek</extref>;</al></li><li nr="g."><al>geestelijke bedienaar: de persoon die een geestelijk,
                                            godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt bekleedt,
                                            arbeid verricht als geestelijk voorganger,
                                            godsdienstleraar of zendeling, dan wel ten behoeve van
                                            een kerkgenootschap of een ander genootschap op
                                            geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag
                                            werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke
                                            of levensbeschouwelijke aard verricht;</al></li><li nr="h."><al>IB-Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingswet%20Wet%20verzelfstandiging%20Informatiseringsbank%20(evaluatie%20van%20die%20wet">Wet verzelfstandiging
                                            Informatiseringsbank</extref>;</al></li><li nr="i."><al>exameninstelling: de IB-Groep of een krachtens artikel
                                            15, eerste lid, aangewezen instelling;</al></li><li nr="j."><al>cursusinstelling: een rechtspersoon die in het kader van
                                            de uitoefening van beroep of bedrijf werkzaamheden
                                            verricht, gericht op het toeleiden van
                                            inburgeringsplichtigen naar het inburgeringsexamen en
                                            die: </al><lijst><li nr="1."><al>zolang op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-9-de-inhoud-van-de-beschikking">artikel 9</extref> geen regels zijn gesteld over
                                                  de afgifte van een certificaat, in het bezit is
                                                  van een door Onze Minister aan te wijzen keurmerk,
                                                  of</al></li><li nr="2."><al>indien op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-9-de-inhoud-van-de-beschikking">artikel 9</extref> regels zijn gesteld over de
                                                  afgifte daarvan: in het bezit is van een
                                                  certificaat als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-9-de-inhoud-van-de-beschikking">artikel 9</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="k."><al>inburgeringsexamen: het examen, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=13">artikel 13, eerste lid</extref>;</al></li><li nr="l."><al>uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het
                                            Uitvoeringsinstituutwerknemers-verzekeringen, genoemd in
                                            hoofdstuk 5 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20structuur%20uitvoeringsorganisatie%20werk%20en%20inkomen">Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
                                                inkomen</extref>;</al></li><li nr="m."><al>overheidswerkgever: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Werkloosheidswet/article=1">artikel 1, onderdeel i, van de
                                                Werkloosheidswet</extref>;</al></li><li nr="n."><al>burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20inzake%20rijksbelastingen/article=2">artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene
                                                wet inzake rijksbelastingen</extref>;</al></li><li nr="o."><al>Nederlanden ieder die de Nederlandse nationaliteit bezit
                                            of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander
                                            moet worden behandeld;</al></li><li nr="p."><al>eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming
                                            is verleend, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20financiering%20sociale%20verzekeringen/article=40">artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b of c, van
                                                de Wet financiering sociale
                                            verzekeringen</extref>;</al></li><li nr="q."><al>Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale
                                            organisatie werk en inkomen, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20structuur%20uitvoeringsorganisatie%20werk%20en%20inkomen">hoofdstuk 4 van de Wet structuur
                                                uitvoeringsorganisatie werk en
                                            inkomen</extref>;</al></li><li nr="r."><al>algemene bijstand: algemene bijstand als bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=5">artikel 5, onderdeel b, van de Wet werk en
                                                bijstand</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij regeling van Onze Minister kan de geestelijke bedienaar,
                                    bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, nader worden
                                    omschreven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt de beleidsregels vast waarin wordt aangegeven op welke
                            wijze invulling wordt gegeven aan de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet</extref> en deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 De informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                    middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>Het verstrekken van schriftelijk
                                            voorlichtingsmateriaal;</al></li><li nr="b."><al>Het inrichten van een gemeentelijk informatie- en
                                            adviesfunctie;</al></li><li nr="c."><al>Het inrichten van een digitaal informatiepunt op de
                                            gemeentelijke website.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college beoordeelt eens per twee jaar de doeltreffendheid en
                                    doelmatigheid van de informatieverstrekking en rapporteert
                                    daarover aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Doelgroepen en samenstelling van de inburgerings- of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4 Aanwijzen van doelgroepen</titel></kop><al>Het college biedt aan de navolgende personen een inburgeringsvoorziening
                            aan :</al><lijst><li nr="a."><al>de inburgeringsplichtige die houder is van een
                                    verblijfsvergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=vreemdelingenwet%202000/article=28">artikel 28 of 33 van de vreemdelingenwet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>de inburgeringsplichtige die geestelijk bedienaar is. Het
                                    college kan, afhankelijk van of aan de gestelde criteria wordt
                                    voldaan en er voldoende middelen beschikbaar zijn, een
                                    inburgeringsvoorziening aanbieden aan:</al></li><li nr="c."><al>de inburgeringsplichtige die een uitkering ontvangt op grond van
                                    de WWB in combinatie met een traject gericht op
                                    arbeidsinschakeling duale trajecten);</al></li><li nr="d."><al>oudkomers, die geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid of een
                                    uitkering ontvangen op grond van de WWB, of een andere
                                    uitkering, op grond van een van de sociale
                                    verzekeringswetten;</al></li><li nr="e."><al>vrijwillige inburgeraars (inburgeringsbehoeftigen).</al></li></lijst><al>De criteria die hebben geleid tot de aanwijzing van de onder a tot en
                            met e genoemde doelgroepen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>het hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="-"><al>het hebben van een relatief korte afstand tot de
                                    arbeidsmarkt;</al></li><li nr="-"><al>een bepaalde inkomensgrens;</al></li><li nr="-"><al>het ontvangen van een bepaalde uitkering;</al></li><li nr="-"><al>bevordering van de emancipatie van vrouwen.</al></li></lijst><al>Criteria ter bepaling van de rangorde van de groepen c en d zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>eigen aanmelding;</al></li><li nr="-"><al>datum aanmelding (wie het eerst komt, wie het eerst maalt);</al></li><li nr="-"><al>motivatie om in te burgeren.</al></li></lijst><al>Criteria ter bepaling van de rangorde van groep e zijn:</al><al>De ten behoeve van de groepen c en d genoemde criteria en er moet sprake
                            zijn van een duurzame vestiging in Nederland van belanghebbende en/of
                            zijn partner, hetgeen blijkt uit:</al><lijst><li nr="-"><al>of belanghebbende(n) bij de start van de inburgering al minimaal
                                    zes maanden in Nederland woonachtig zijn;</al></li><li nr="-"><al>of belanghebbende(n) een arbeidsovereenkomst over kunnen leggen
                                    van minimaal zes maanden vanaf de start van de inburgering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering
                                    van de inburgerings-voorziening aan geestelijke bedienaren, of
                                    de taalkennisvoorziening af op het startniveau en de
                                    vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                    maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. Hierbij
                                    kunnen de navolgende factoren een rol spelen: </al><lijst><li nr="a."><al>de kennis van de inburgeringsplichtige van de
                                            Nederlandse taal, de Nederlandse samenleving en zijn of
                                            haar leercapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>de maatschappelijke rol, die de inburgeringsplichtige
                                            vervult of gaat vervullen in de Nederlandse samenleving.
                                            Bijvoorbeeld: het verrichten van betaalde arbeid, of het
                                            opvoeden van kinderen;</al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige,
                                            bijvoorbeeld: eventuele zorgtaken, die vervuld moeten
                                            worden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                    voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt afgestemd;</al></li><li nr="3."><al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan,
                                    naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de
                                    volgende onderdelen bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>Trajectbegeleiding (door gemeente of externe
                                            partij);</al></li><li nr="b."><al>Maatschappelijke begeleiding;</al></li><li nr="c."><al>Taalstages.</al></li></lijst></li><li nr="Aanvullende"><al>Nederlandse les (bij een taalkennisvoorziening);</al></li><li nr="4."><al>De inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening stelt zich
                                    daarbij ten doel dat de inburgeringsplichtige na het doorlopen
                                    van de voorziening: </al><lijst><li nr="-"><al>het inburgeringsexamen heeft behaald;</al></li><li nr="-"><al>(zinvolle) sociale contacten heeft, binnen en buiten de
                                            eigen etnische groep;</al></li><li nr="-"><al>het functioneren van de Nederlandse samenleving
                                            respecteert.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, tweede lid, van de wet</extref> wordt in ten
                                    hoogste twaalf maandelijkse termijnen betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                    inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening de termijnen
                                    van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage
                                    verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking
                                    vastgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>overige verplichtingen, die het bereiken van het doel van de
                                    inburgeringscursus kunnen ondersteunen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste of tweede lid van de wet</extref>
                                    schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de
                                    inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                                    ingeschreven.</al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, die wordt
                                    aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld, die
                                    aan die voorziening worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen vier weken het college schriftelijk mede of hij het
                                    aanbod wel of niet aanvaardt.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening overeenkomstig het gedane aanbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=26">artikel 26 van de wet</extref>, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                    college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                    inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan het onderzoek, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=25">artikel 25, vierde lid, van de wet</extref>, of aan de
                                    verplichting bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-opleggen-van-verplichtingen">artikel 7 a van deze verordening</extref>, dan wel verzuimd
                                    heeft te melden door ziekte of door andere omstandigheden, niet
                                    aan de verplichtingen in de beschikking heeft kunnen
                                    voldoen;</al></li><li nr="2"><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, eerste lid, van de wet</extref> of aan de
                                    verplichtingen, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-opleggen-van-verplichtingen">artikel 7 van deze verordening</extref>.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=7">artikel 7, eerste lid, van de wet</extref> bedoelde termijn
                                    of binnen de door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=31">artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet</extref>
                                    verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van
                                de overtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-10-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 10, eerste lid,</extref> bedraagt ten hoogste €
                                    250,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden
                                    na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw
                                    schuldig maakt aan dezelfde overtreding;</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-10-de-hoogte-van-de-bestuurlijke-boetes-voor-de-verschillende-overtredingen">artikel 10, tweede lid</extref>, bedraagt ten hoogste €
                                    500,--, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf
                                    maanden, na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding,
                                    opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding;</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=32">artikel 32</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=33">33 van de wet</extref> vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Anti cumulatie</titel></kop><al>Overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=37">artikel 37 van de wet</extref> wordt geen bestuurlijke boete
                            opgelegd, indien voor dezelfde gedraging de bijstand kan worden verlaagd
                            op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18, tweede lid, van de Wet werk en bijstand</extref> (WBB),
                            dan wel indien voor dezelfde gedraging een boete of maatregel kan of
                            moet worden opgelegd op grond van een van de bij Algemene Maatregel van
                            Bestuur, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste lid, onderdeel a</extref>, aan te wijzen sociale
                            zekerheidswet of sociale zekerheidsregeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13 Uitvoering, nadere beleidsregels en onvoorziene
                                situaties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></li><li nr="2."><al>In situaties waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                    college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de
                            dag van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: “Verordening Wet inburgering
                            gemeente Steenbergen 2009”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 24 september 2009</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2009 is de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> (Wi) gewijzigd. Het gaat om de volgende
                    wijzigingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders krijgt de bevoegdheid om aan
                            iedere inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening aan te bieden.
                            Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1 november
                            2007;</al></li><li nr="2."><al>Het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringsprogramma aan te
                            bieden dat gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede taal.
                            Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari
                            2008;</al></li><li nr="3."><al>Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een
                            inburgeringsvoorziening een taal-kennisvoorziening aan te bieden aan een
                            inburgeringsplichtige die een Mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of
                            gaat volgen. Deze wijziging werkt terug tot en met 1 september
                            2008;</al></li><li nr="4."><al>De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat het college een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen, zonder
                            dat daar een procedure van aanbieden van een inburgeringsvoorziening
                            door het college en aanvaarding daarvan door de inburgeringsplichtige
                            aan vooraf hoeft te gaan (vaststellingsstelsel, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19a Wi</extref>). De inburgeringsplichtige is direct
                            verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van de vastgestelde
                            voorziening.</al></li></lijst><al>De Verordening Wet inburgering gemeente Steenbergen 2007 is aangepast aan de
                    gewijzigde Wet, met uitzondering van de vierde wijziging.</al><al>In de gewijzigde verordening wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19a van de Wi</extref>, biedt. Het aanbodstelsel wordt gehandhaafd.
                    Dit stelsel houdt in dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod doet en
                    de voorziening vaststelt overeenkomstig het aanbod als de inburgeringsplichtige
                    het aanbod heeft aanvaard.</al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                    derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                    verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de
                    eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald.</al><al><vet>Taken</vet></al><al>De gemeente krijgt in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo krijgt
                    de gemeente de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet.</al><al>Daarnaast moet de gemeente aan inburgeringsplichtigen die daarvoor op grond van
                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">wet</extref> of het gemeentelijk beleid in aanmerking komen een
                    inburgeringsvoorziening aanbieden.</al><al>Een inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het
                    inburgeringsexamen of het</al><al>staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een
                    inburgeringsvoorziening mag de gemeente aan inburgeringsplichtigen die een
                    Mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen een taalkennisvoorziening
                    aanbieden.</al><al><vet>Handhaven</vet></al><al>Ook moet de gemeente de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven.
                    Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige
                    zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de Wi de gemeente op om bij verordening regels
                    te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">artikel 8 Wi</extref>).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of
                            taalkennisvoorziening en over de rechten en plichten van de
                            inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening is vastgesteld (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid</extref>, en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, derde lid</extref>, Wi).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35">artikel 35 Wi</extref>).</al></li></lijst><al><vet>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">Artikel 8 WI</extref> bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                    vaststelt over de verstrekking van informatie door de gemeente aan
                    inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en plichten
                    uit hoofde van de Wi en informatie over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen
                    en de toegang tot die voorzieningen.</al><al><vet>Regels met betrekking tot het vaststellen van
                        inburgeringsvoorzieningen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">wet</extref> is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
                    om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. De gemeenten
                    kan inburgeringsplichtigen ondersteunen door het vaststellen van een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.</al><al>Aanvankelijk kon de gemeente uitsluitend een aanbod doen aan bepaalde
                    categorieën inburgeringsplichtigen. Met ingang van 1 november 2007 kan de
                    gemeente aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen. De gemeente is wel
                    verplicht een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                    alle asielgerechtigde inburgerings-plichtigen (oud- en nieuwkomers) en een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden aan nieuw- en oudkomers, die werkzaam zijn
                    als geestelijk bedienaar (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, tweede lid, Wi</extref>).</al><al>Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos
                    afleggen van dat examen. De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen
                    bijdrage te betalen van € 270,-- voor de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorzienig. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van
                    de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden
                    van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, derde lid, Wi</extref>).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening
                    of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, zesde lid, Wi</extref>).</al><al>De WI draagt de gemeenteraad op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of een
                    taalkennisvoorziening, In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">wet</extref> is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels
                    moeten worden gesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan inburgeringsplichtigen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde, onderdeel a, Wi</extref>);</al></li><li nr="-"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, Wi</extref>);</al></li><li nr="-"><al>De vaststelling door het college van een passende
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de
                            totstandkoming en de samenstelling van die voorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, Wi</extref>);</al></li><li nr="-"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Deze
                            regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen
                            bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen
                                (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, derde lid, Wi</extref>).</al></li></lijst><al><vet>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35">Artikel 35 Wi</extref> draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=34">Artikel 34 van de wet</extref> bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Opmerking vooraf:</vet></al><al>In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering</extref> is het begrip “inburgeringsvoorziening” uitgebreid
                    met “taalkennisvoorziening”. In de hieronder staande toelichting worden beide
                    begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel geval wordt uit
                    hoofde van leesbaarheid het woord “voorziening” gehanteerd, waarmee zowel
                    inburgeringsvoorziening als taalkennisvoorziening wordt aangeduid.</al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen, beleidsregels en
                        informatieverstrekking</vet></al><al>De eerste twee onderdelen van het eerste lid spreken voor zich. Daarnaast is in
                    artikel 1, eerste lid sub c. het begrip aflossingscapaciteit nader gedefinieerd.
                    Dit is van belang voor de vaststelling van het aantal termijnen waar binnen de
                    eigen bijdrage in het kader van een door de gemeente aangeboden
                    inburgeringsvoorziening kan worden geïnd (zie artikel 5 van de verordening). Met deze begripsbeschrijving wordt
                    aansluiting gezocht bij het in de bijstand gehanteerde
                    aflossingspercentage.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20inburgering">Besluit inburgering</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20inburgering">Regeling inburgering</extref> ook van toepassing zijn op deze
                    verordening.</al><al><vet>Artikel 2 Beleidsregels</vet></al><al>Hierin wordt bepaald dat het college beleidsregels dient vast te stellen.</al><al><vet>Artikel 3 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering</extref>. De wet laat de gemeente vrij om zelf te bepalen
                    op welke wijze de informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt
                    georganiseerd. Wel bepaalt <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">artikel 8 WI</extref> dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt
                    over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, met
                    betrekking tot hun rechten en plichten op grond van de Wi, alsmede van het
                    aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze verplichting. De
                    gemeente kan er voor kiezen om in de verordening alleen de kaders vast te
                    stellen voor een adequate informatievoorziening door het college aan de
                    inburgeringsplichtigen. Er kan ook voor worden gekozen om in de verordening vast
                    te leggen welke middelen het college (in ieder geval) moet aanwenden om de
                    informatievoorziening aan inburgeringsplichtigen te organiseren. In dat geval
                    moet het tweede lid in de verordening worden opgenomen, waarbij tevens een keuze
                    moet worden gemaakt voor de instrumenten die daarbij worden ingezet.</al><al>Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt de raad in dit
                    artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening aan de
                    inburgeringsplichtigen. Het college is belast met de organisatie van de
                    informatieverstrekking en legt daarover (periodiek) verantwoording af aan de
                    raad. De informatievoorziening aan inburgeringsplichtigen kan op allerlei
                    manieren worden vormgegeven. Zo kunnen gemeenten een apart informatiepunt
                    inrichten (het inburgeringsloket) al dan niet in combinatie met een digitaal
                    loket. Het is ook mogelijk om de informatievoorziening aan
                    inburgeringsplichtigen onder te brengen bij een centraal informatiepunt
                    (bijvoorbeeld het zorgloket).</al><al>In het tweede lid geeft de raad het college de opdracht om (in ieder geval) een
                    aantal middelen te gebruiken om de informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen vorm te geven. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht
                    aan:</al><lijst><li nr="a."><al>het inrichten van een informatiepunt in het gemeentehuis;</al></li><li nr="b."><al>het toezenden van schriftelijk voorlichtingsmateriaal aan personen ten
                            aanzien van wie al dan niet op grond van gegevens uit het Bestand
                            Potentiële Inburgeringsplichtigen redelijkerwijs kan worden aangenomen
                            dat zij inburgeringsplichtig zijn;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van schriftelijk voorlichtingsmateriaal bij aanvragen om
                            uitkeringen;</al></li><li nr="d."><al>het inrichten van een digitaal informatiepunt op de gemeentelijke
                            website.</al></li></lijst><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over de
                    doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                    inburgeringsplichtigen. Gelet op de gemiddelde termijn van een
                    inburgeringsproces is gekozen voor een termijn van twee jaar.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Doelgroepen en samenstelling van de inburgerings- of
                        taalkennisvoorziening</vet></al><al><vet>Artikel 4 Aanwijzen van de doelgroepen</vet></al><al>Het college kan aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen voor een
                    inburgeringsvoorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste lid, Wi</extref>). Het college is echter verplicht een
                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                    asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke
                    bedienaren.</al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, Wi</extref>, moet de gemeenteraad bij
                    verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd
                    bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen.</al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt het
                    college opgedragen om vast te stellen ten aanzien van welke groepen
                    inburgeringsplichtigen bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan worden
                    aangeboden.</al><al>Bovendien wordt in dit artikel vastgelegd binnen welke kaders het college tot
                    zijn keuze van doelgroepen moet komen. Het is van belang dat deze kaders (in
                    casu het aanwijzen van groepen voor wie een inburgeringsvoorziening kan worden
                    vastgesteld) niet te eng te definiëren. Het college zal binnen deze kaders
                    gedurende een aantal jaren groepen moeten kunnen aanwijzen.</al><al>Het alternatief is dat de verordening op dit onderdeel steeds opnieuw moet
                    worden gewijzigd. Een andere reden om de kaders niet te strak vast te stellen is
                    dat gemeente op dit moment wellicht nog geen duidelijk zicht hebben op de
                    precieze omvang van bepaalde mogelijke doelgroepen (bijvoorbeeld oudkomers
                    zonder werk of uitkering). Te strenge criteria zouden wel eens kunnen leiden tot
                    het niet benutten van de beschikbare middelen voor het vaststellen van
                    inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Dit artikel regelt dat voor de groepen die het college aanwijst bij voorrang een
                    inburgerings-voorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de
                    ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een inburgeringsvoorziening vast te
                    stellen voor inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die
                    hij heeft aangewezen.</al><al>Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen, die behoren tot de groep of groepen
                    die het college heeft aangewezen, aan deze aanwijzing rechten gaan ontlenen op
                    het krijgen van een voorziening, bepaalt dit artikel dat het college voor de
                    groepen die worden aangewezen een inburgeringsvoorziening kan aanbieden.</al><al>Criteria die in de verordening kunnen worden neergelegd op basis waarvan het
                    college de doelgroep(en) kan aanwijzen, zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>het hebben van een opvoedingstaak;</al></li><li nr="-"><al>het hebben van een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="-"><al>een bepaalde inkomensgrens;</al></li><li nr="-"><al>het ontvangen van een bepaalde uitkering;</al></li><li nr="-"><al>de bevordering van emancipatie van vrouwen.</al></li></lijst><al>De gemeente zou er ook voor kunnen kiezen om geen voorrang te geven aan
                    specifieke groepen, maar in plaats daarvan prioriteit te geven aan oud- en
                    nieuwkomers die graag voor een inburgeringsvoorziening in aanmerking willen
                    komen (bijvoorbeeld voorrang op basis van eigen aanmelding of motivatie).
                    Criteria op basis waarvan het college doelgroepen aanwijst, kunnen ook worden
                    ontleend aan andere beleidsterreinen, zoals bijvoorbeeld 'leefbaar, sociaal en
                    veilig'. Daarmee kan de uitvoering van de WI een onderdeel vormen van een
                    integrale aanpak van sociaal beleid.</al><al>Op grond van de actieve informatieplicht van het college aan de raad (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=169">artikel 169, tweede lid, Gemeentewet</extref>) ligt het voor de hand dat
                    het college zijn besluit aan welke groepen inburgerings-plichtigen bij voorrang
                    een aanbod zal worden gedaan ter kennisname aan de raad aanbiedt.</al><al><vet>Artikel 5 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                        taalkennisvoorziening</vet></al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van
                    die voorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=19">artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI</extref>).</al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht
                    heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op
                    de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. In het eerste
                    lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening moet vaststellen.</al><al>Bij het bepalen van de passendheid van een voorziening kunnen de volgende
                    factoren een rol spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                            Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li><li nr="-"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                            vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan
                            het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen.</al></li><li nr="-"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                            inburgeringsplichtige moet vervullen.</al></li></lijst><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                    wordt geregeld bij ministeriële regeling. De gemeenten heeft dus niet de
                    mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren
                    aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen, die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt
                    uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=19">artikel 19, vierde lid, van de wet</extref>, dat een aanbod voor een
                    inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet
                    wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering">Wet inburgering</extref> bepaalt dat de inburgeringsvoorziening
                    gecombineerd moet worden met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                    (reïntegratievoorziening) als een inburgeringsvoor-ziening wordt aangeboden aan
                    een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt
                    op grond van een andere socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die
                    verplicht is om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=20">artikel 20, eerste lid, Wi</extref>).</al><al>Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                    inburgeringsvoorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=20">artikel 20, tweede lid, Wi</extref>). Het tweede lid van artikel 5 van de verordening draagt het college op om er voor te
                    zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de
                    reïntegratievoorziening. Aangezien deze voorzieningen in het kader van de
                    uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of -regelingen ook
                    door andere partijen dan het college (kunnen) worden verstrekt, zal het college
                    afspraken moeten maken met de verantwoordelijke uitvoerders van de
                    socialezekerheidswet of -regeling: het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen (UWV), eigen risicodragers of overheidswerkgevers
                        (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=21">artikel 21 Wi</extref>).</al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan opnemen. In de wet
                    is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een
                    cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands
                    als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende
                    examen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=19">artikel 19, derde lid, Wi</extref>).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook
                    maat-schappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de
                    inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=19">artikel 19, zesde lid, Wi</extref>). Wat betreft de bijkomende faciliteiten
                    die het college als onderdeel van de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan opnemen, kan worden gedacht
                    aan trajectbegeleiding of het (periodiek) houden van voortgangsgesprekken met de
                    inburgeringsplichtigen. Ook kan worden gedacht aan een uitbreiding van de
                    opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke stage of een aparte
                    module die gericht is op het verwerven van kennis van de Nederlandse
                    samenleving.</al><al>Trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zullen vooral van
                    belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen inburgeringsvoorziening in
                    combinatie met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling krijgen. Bij
                    voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten
                    reeds een vast onderdeel.</al><al>Ten overvloede wordt gewezen op het feit dat het inburgeringsexamen ook een
                    praktijkgericht deel omvat, waarin de praktische (taal)vaardigheden worden
                    getoetst. Het is vanzelfsprekend dat bij de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van deze
                    vaardigheden. Daarbij zal de inzet van duale trajecten een belangrijke rol
                    vervullen.</al><al><vet>Artikel 6 De inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=23">artikel 23, derde lid, WI</extref>). De hoogte van de eigen bijdrage is
                    vastgelegd in de wet en bedraagt € 270,--. Dit bedrag kan bij algemene maatregel
                    van bestuur worden gewijzigd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=23">artikel 23, tweede lid, Wi</extref>).</al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige
                    het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal termijnen te betalen. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=24">Artikel 24, eerste lid, Wi</extref> maakt het bij inburgeringsplichtigen
                    die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage
                    verrekent met deze uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet
                    dat worden vastgelegd in de beschikking tot vaststelling van de
                    inburgeringsvoorziening.</al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het college
                    het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op de
                    uitkering van het UWV (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=24">artikel 24, tweede lid, WI</extref>). In dit geval int het UWV de eigen
                    bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze van verrekening geschiedt door
                    het UWV en niet door de gemeente, en wordt dus niet in deze verordening
                    geregeld.</al><al><vet>Artikel 7 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=23">artikel 23, derde lid, Wi</extref> dat bepaalt dat de gemeenteraad bij
                    verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Dit artikel
                    delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel
                    worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te leggen. Het college legt
                    in de beschikking tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening deze verplichtingen vast.</al><al><vet>Artikel 8 De procedure van het doen van een aanbod</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt tot een
                    besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening.</al><al>In het eerste
                        lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van
                    een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan de
                    inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt
                    toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in
                    de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het
                    college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot het vaststellen van de
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (die eenzijdig door de gemeente
                    wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het
                    aanbod (het
                        vierde lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het
                    aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                    meedeelt (het
                        derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke
                    mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de
                    inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is opgesteld.</al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt
                    dat hij wel een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening wil, maar dat
                    hij gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in
                    het aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het
                    gedane aanbod moeten aanpassen.</al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er geen
                    termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het inburgeringsexamen
                    moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het college in een dergelijke
                    situatie een handhavingsbeschikking neemt: een besluit op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=26">artikel 26 Wi</extref> waarmee de termijn van start gaat waarbinnen de
                    inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moeten hebben behaald (vijf jaar na
                    aanvang van deze termijn). Het verdient de aanbeveling dat het college deze
                    handelwijze vastlegt in beleidsregels, zodat tevoren voor betrokkenen duidelijk
                    is (of zou kunnen zijn) wat de gevolgen zijn van het weigeren van een aanbod
                    voor een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.</al><al><vet>Artikel 9 De inhoud van de beschikking</vet></al><al>Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening is een beschikking. Dit betekent dat de
                    inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en
                    beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval
                    in de beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                    worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening of de
                    taalkennisvoorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=23">artikel 23, eerste lid, WI</extref>). Handhaving hiervan is alleen mogelijk
                    als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en
                    aan de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn
                    gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    hebben behaald, ligt vast in de wet (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=7">artikel 7, eerste lid, Wi</extref>). In de beschikking hoeft (en kan) van
                    deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c).</al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                    termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                    plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering).
                    Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het college
                    een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening vaststelt voor een
                    oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen
                    waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=22">(artikel 22, tweede lid</extref>, juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=26">artikel 26 Wi</extref>).</al><al>Binnen vijf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                    inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer de
                    termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor
                    de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen
                    aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat).</al><al>De precieze datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat, zal niet
                    altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt toegekend.</al><al>Bovendien past het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving van de
                    inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                    inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering">wet</extref> dat de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig
                    is en in beginsel zelf verantwoordelijk is voor voldoen aan de
                    inburgeringsplicht.</al><al><vet>Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                        overtredingen</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=35">Artikel 35 Wi</extref> draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte
                    van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                    overtredingen kan worden opgelegd. In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=34">artikel 34 Wi</extref> zijn voor de verschillende overtredingen de
                    maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De gemeente kan deze
                    boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen
                    vaststellen.</al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en
                    géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke
                    boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan
                    de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook
                    zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is
                    gepleegd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering">artikel 38, tweede lid, Wi</extref>). Deze bepaling brengt met zich mee dat
                    het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke
                    boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                    inburgeringsplichtige.</al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand</extref>) of het opleggen van
                    een boete of maatregel op grond van een andere sociale zekerheidswet of –
                    regeling.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=37">Artikel 37 WI</extref> bevat een regeling voor deze samenloop. In dit
                    artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete kan
                    opleggen.</al><al><vet>Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                        overtreding</vet></al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 10 mogelijk is.</al><al>Het eerste en tweede lid kunnen alleen in de verordening worden opgenomen als in
                        artikel 10, eerste en tweede lid, lagere maximum boetebedragen
                    zijn opgenomen dan de maximumbedragen in de wet. De verhoogde boetebedragen
                    ingeval van herhaling van de overtreding mogen uiteraard niet hoger zijn dan de
                    maximumbedragen die in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=34">artikel 34 Wi</extref> worden genoemd. Om te kunnen spreken van een
                    herhaling van een overtreding, moeten de overtredingen zich wel binnen een
                    bepaalde tijdspanne voordoen, bijvoorbeeld twaalf maanden. De gemeente kan een
                    kortere of langere termijn vaststellen.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=34">Artikel 34, onderdeel d, Wi</extref> biedt de mogelijkheid voor gemeenten
                    om de bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500,-- naar maximaal €
                    1.000,-- in het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet
                    aan de verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te
                    behalen. Dit is geregeld in het derde lid van artikel 10.</al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                    inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                    boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel10, derde lid, van de verordening. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=32">artikel 32 WI</extref> moet het college in de boetebeschikking een nieuwe
                    termijn vaststellen waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het
                    inburgeringsexamen moet behalen.</al><al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het
                    inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het derde lid het mogelijk dat het
                    college een hogere boete vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt € 1.000,--
                        (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Inburgering/article=34">artikel 34, onderdeel d, Wi</extref>).</al><al>Ook in dat geval zal in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden
                    opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    behalen.</al><al>Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                    inburgeringsexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college
                    wederom een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De maximumboete in het
                    vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen
                    door de inburgeringsplichtige.</al><al>De artikelen 10 en 11 bieden in de vorm van het vaststellen van maximumbedragen het
                    kader voor het college bij het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke
                    boetes in individuele gevallen. Het college zal binnen deze kaders zelf een
                    beleid moeten ontwikkelen. Het is aan te bevelen dat het college in
                    beleidsregels vastlegt hoe dat beleid er uit ziet: welke boete wordt in beginsel
                    opgelegd bij welke overtreding en met welk bedrag wordt de boete in beginsel
                    verhoogd als de betrokken inburgeringsplichtige dezelfde overtreding nogmaals
                    pleegt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>