<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73329_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Burgerinitiatief gemeente Terschelling</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>"Verordening burgerinitiatief gemeente Terschelling"</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147 en artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2002/113</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Burgerinitiatief gemeente Terschelling</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terschelling;</al><al>overwegende, dat het gewenst is de betrokkenheid van de bevolking bij de
                        uitoefening van de taak van de gemeenteraad te vergroten door invoering van
                        een zogenoemd burgerinitiatief;</al><al>gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de verordening burgerinitiatief gemeente Terschelling. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een
                        voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de
                        raad te plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Geldig initiatief.</titel></kop><al>1. De raad plaatst een burgerinitiefvoorstel op de agenda van zijn
                        vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek
                        is ingediend.</al><al>2. Ongeldig is een verzoek dat:</al><al>a. niet door tenminste 50 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;</al><al>b. een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevatc. niet voldoet aan de
                        voorwaarden in artikel 5. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Initiatiefgerechtigden.</titel></kop><al>1. Initiatiefgerechtigden zijn:</al><al>a. personen van 16 jaar en ouder die in de gemeente wonen;</al><al>b. personen die niet in de gemeente wonen maar wel onroerend goed in de
                        gemeente in eigendom hebben;</al><al>2. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigden is
                        voldaan is de toestand op de dag van indiening bepalend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitgesloten onderwerpen.</titel></kop><al>Een burgerinitiatiefvoorstel kan niet betreffen:</al><al>a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;</al><al>b. een vraag over gemeentelijk beleid;</al><al>c. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht
                        over een gedraging van het gemeentebestuur;</al><al>d. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht
                        tegen een besluit van het gemeentebestuur;</al><al>e. onderwerpen waarover in de lopende raadsperiode een besluit is genomen;
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van indiening.</titel></kop><al>1. Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda
                        van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de
                        voorzitter.</al><al>2. Het verzoek bevat in ieder geval:</al><al>a. een omschrijving van het initiatiefvoorstel;</al><al>b. een toelichting op het voorstel;</al><al>c. de naam, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de
                        verzoeker;</al><al>d. een lijst met de namen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de
                        initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen;</al><al>e. bij toepassing van artikel 3, lid 1, sub b, een aanduiding van het
                        eigendomsrecht; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van behandeling.</titel></kop><al>1. De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening
                        van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de raad
                        wordt geplaatst, met dien verstande dat tenminste twee weken is gelegen
                        tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag waarin op het verzoek
                        wordt beslist.</al><al>2. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a,
                        kan de raad het voorstel doorzenden aan burgemeester en wethouders of aan de
                        burgemeester.</al><al>3. Indien de raad het verzoek toewijst wordt het voorstel geagendeerd voor
                        de eerstvolgende vergadering van de vaste raadscommissie.</al><al>4. De verzoeker wordt in de vergadering van de vaste raadscommissie in de
                        gelegenheid gesteld zijn voorstel nader toe te lichten. De leden van de
                        commissie kunnen vragen stellen aan de verzoeker ter verduidelijking.</al><al>5. De commissie kan besluiten tot nader onderzoek of tot nader overleg
                        alvorens de commissie het voorstel rijp acht voor besluitvorming door de
                        raad.</al><al>6. Het voorstel wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering na
                        de vergadering van de commissie waarin is geoordeeld dat het voorstel rijp
                        is voor besluitvorming. Na de beraadslaging in eerste termijn door de raad
                        wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. </al><al>7. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het voorstel een besluit heeft
                        genomen wordt dit besluit algemeen bekend gemaakt op de in de gemeente
                        gebruikelijke wijze.</al><al>8. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                        gedaan aan verzoeker. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verslaglegging.</titel></kop><al>De burgemeester brengt over de werking van het burgerinitiatief in de
                        praktijk verslag uit in het burgerjaarverslag als bedoeld in artikel 170 van
                        de Gemeentewet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeerartikel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening burgerinitiatief
                        gemeente Terschelling".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Terschelling, 17 december 2002.De raad van de gemeente Terschelling
                        voornoemd,</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Toelichting Verordening burgerinitiatief gemeente Terschelling</titel></kop><al/><al>Artikel 1 BegripsomschrijvingIn de verordening is er voor gekozen de term
                    “burgerinitiatiefvoorstel” te hanteren voor de aanduiding van het voorstel dat
                    door een burger bij de gemeenteraad kan worden ingediend. De omschrijving is
                    ruim geformuleerd. Het kan een concreet voorstel betreffen, bijvoorbeeld een
                    wijziging van een bepaling in de Algemene Plaatselijke Verordening. Het kan ook
                    betrekking hebben op een onderwerp, zonder dat daarbij een concreet voorstel is
                    gevoegd, bijvoorbeeld de wens om een bepaald probleem aan te pakken of op te
                    lossen.</al><al>Artikel 2 Geldig initiatiefUit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een
                    burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen
                    indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een
                    initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich moeten uitspreken over het
                    burgerinitiatiefvoorstel. Van een geldig verzoek is sprake als (a) het verzoek
                    door ten minste een bepaald aantal initiatiefgerechtigden wordt ondersteund, (b)
                    het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in artikel 4 is uitgezonderd
                    en (c) aan de in artikel 5 gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan.</al><al>In artikel 3 wordt nader omschreven wanneer een persoon initiatiefgerechtigd
                    is.Over het vereiste dat het verzoek door ten minste een bepaald aantal
                    initiatiefgerechtigden wordt ondersteund kan het volgende worden opgemerkt. Het
                    burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de
                    agenda van de gemeenteraad. Het is daarom een inbreuk op het uitgangspunt dat de
                    raad zijn eigen agenda vaststelt. Dit is alleen gerechtvaardigd als het
                    burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de
                    bevolking wordt gedragen. De hoogte van de benodigde steun kan worden ontleend
                    aan de drempel die in de Tijdelijke referendumwet wordt gehanteerd bij het
                    inleidend verzoek voor een raadgevend correctief referendum (artikel 4, tweede
                    lid). Het staat de gemeente vrij een andere drempel vast te stellen. De omvang
                    van de drempel zou van dien aard moeten zijn dat zij – zonder verhinderend te
                    zijn – toch een zekere garantie biedt dat het desbetreffende verzoek gedragen
                    wordt door een gedeelte van de bevolking.</al><al>Artikel 3 Initiatiefgerechtigden.Het ligt voor de hand het initiatiefrecht toe
                    te kennen aan de inwoners van de gemeente Om de jeugd meer bij de gemeentelijke
                    politiek te betrekken zijn personen van 16 jaar en ouder
                    initiatiefgerechtigd.Ook mensen die niet in onze gemeente wonen maar hier wel
                    onroerend goed in eigendom hebben zijn initiatiefgerechtigd. Dit is vooral
                    gedaan met het oog op de eigenaren van recreatiewoningen.</al><al>Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan,
                    lijkt het moment van indiening van het verzoek aangewezen. Het verzoek vindt
                    immers formeel op dit moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment
                    wordt voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat
                    zijn wordt geregeld in artikel 5.</al><al>Artikel 4 Uitgesloten onderwerpen.De beperkingen die dit artikel stelt aan de
                    inhoud van een burgerinitiatiefvoorstel vloeien vooral voort uit
                    doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de raad te
                    belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover de raad uiteindelijk
                    geen beslissende bevoegdheid heeft. Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook
                    geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de
                    burger andere wegen open. Hij daarover een raadslid of een lid van het college
                    aanspreken.Ook moet voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures
                    zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop is
                    bepaald dat het burgerinitiatiefvoorstel geen bezwaar tegen een genomen besluit
                    of een klacht over een gedraging van het gemeentebestuur kan inhouden. Hiervoor
                    heeft de burger andere wegen. Ten slotte is het evenmin de bedoeling dat zaken
                    die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest opnieuw onderwerp van
                    bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming
                    in de raad te zeer kunnen frustreren. Daarbij wordt een koppeling gelegd met de
                    lopende raadsperiode.</al><al>Artikel 5 Wijze van indieningAan het verzoek zijn enkele minimumvereisten
                    gesteld. Bij de omschrijving van het voorstel hoort een onderbouwing: wat is de
                    reden van het voorstel en wat denkt men met overneming van het voorstel te
                    bereiken.Om misbruik te voorkomen kan naar gegevens gevraagd worden als
                    adressen, geboortedata en kadastrale informatie.</al><al>Artikel 6 Wijze van behandelingDe burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad
                    zijn voorstel spoedig toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de
                    behandeling. Hierin voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen
                    die niet te lang is, maar ook niet zo kort dat ze onvoldoende is om het voorstel
                    te kunnen controleren. Verzoeken waarover de raad niet bevoegd, kan de raad
                    doorzenden naar het college of naar de burgemeester als één van deze beide het
                    bevoegde orgaan is. Met het vierde tot en met achtste lid wordt een transparante
                    afhandeling beoogd door de raad. Daarbij is het een praktische werkwijze dat de
                    verzoeker zijn voorstel mondeling toelicht in de vergadering van de vaste
                    raadscommissie, alwaar ook gelegenheid is om vragen te stellen ter
                    verduidelijking.De commissie kan oordelen dat eerst nader onderzoek of nader
                    overleg nodig is voordat de zaak rijp is voor besluitvorming. Het ligt voor de
                    hand dat de commissie de wijze waarop dit plaatsvindt afstemt met de indiener
                    van het verzoek.Na de commissiebehandeling wordt het voorstel geagendeerd voor
                    de raadsvergadering, waarbij de verzoeker na de bespreking in 1e termijn
                    gelegenheid krijgt zijn 'verdediging' te voeren, waarna de raad, na een
                    eventuele 2e termijn, tot besluitvorming overgaat.</al><al>Op grond van het achtste lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld
                    wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan dus een mededeling zijn dat
                    het verzoek wordt afgewezen of een inhoudelijk besluit. Wordt het verzoek tot
                    plaatsing van het burgerinitiatiefvoorstel door de raad afgewezen, dan is er
                    sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen
                    bezwaar en beroep op de rechter openstaan. Besluit de raad het
                    burgerinitiatiefvoorstel te agenderen, dan is er sprake van een
                    voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel 6:3
                    Awb). Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het initiatiefvoorstel
                    zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet
                    bestuursrecht die vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld bezwaar
                    en beroep openstaan indien de raad naar aanleiding van het
                    burgerinitiatiefvoorstel besluit een subsidie toe te kennen voor een bepaald
                    project. Een ander voorbeeld is het besluit om een verordening op bepaalde
                    punten aan te passen. Tegen een dergelijk besluit staan geen bezwaar en beroep
                    bij de rechter open (artikel 8:2 Awb).</al><al>Artikel 7 VerslagleggingDe verslaglegging over het gebruik dat van het
                    burgerinitiatief is gemaakt past goed in het door de burgemeester te maken
                    burgerjaarverslag. Naast informatie over aantallen kan deze verslaglegging ook
                    een beoordeling van het bestuurlijke rendement van dit instrument bevatten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>