<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73294_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkleeraanbod WIJ gemeente Steenbergen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">SC 19-03-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening werkleeraanbod WIJ gemeente Steenbergen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wij/article=12">Wij, art. 12 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>7a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening werkleeraanbod WIJ gemeente Steenbergen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11
                        januari 2010</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=12">artikel 12, eerste lid, onderdeel a van de Wet investeren in
                            jongeren</extref>;</al><al>vast te stellen de Verordening werkleeraanbod WIJ gemeente Steenbergen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">Wet investeren in jongeren</extref> (WIJ);</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="c."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20sociale%20werkvoorziening">Wet sociale werkvoorziening</extref>, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden;</al></li><li nr="d."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20educatie%20en%20beroepsonderwijs/article=7.2.2">artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van
                                        de Wet educatie en beroepsonderwijs</extref> of een diploma
                                    hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend
                                    wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=7">artikel 7</extref> onderscheidenlijk <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=8">8 van de Wet op het voortgezet onderwijs</extref>.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2. BELEID EN FINANCIEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Opdracht college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een
                                    werkleeraanbod, algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                                    de arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling aan;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een
                                    combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                                    de arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere
                                    voorzieningen;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook
                                    bestaan uit een voorbereidingsperiode, gericht op een
                                    zelfstandig beroep of bedrijf, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=17">artikel 17, zesde lid van de wet</extref>;</al></li><li nr="4."><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
                                    krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een
                                    werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het
                                    werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en
                                    omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in
                                    hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van het
                                    werkleeraanbod kunnen worden betrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Jongeren, die recht hebben op een werkleeraanbod komen in
                                    aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op
                                    de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte en
                                    beschikbare voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="2."><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria,
                                    die gesteld zijn in deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Arbeidsinschakeling</titel></kop><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod en
                            naar het oordeel van het college direct inzetbaar zijn op de
                            arbeidsmarkt ,in beginsel algemeen geaccepteerde arbeid of ondersteuning
                            bij de arbeidsinschakeling aan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. De voorzieningen</titel></kop><al>Onverminderd artikel
                                4, kan het college jongeren, die recht hebben op een
                            werkleeraanbod één of meer van de volgende voorzieningen aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of
                                    medische zorg;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c."><al>arbeidsactivering en arbeidstoeleiding;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering;</al></li><li nr="e."><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="f."><al>opleidingen, die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen;</al></li><li nr="g."><al>gesubsidieerd werk;</al></li><li nr="h."><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="i."><al>voorbereidingstrajecten, gericht op een eigen bedrijf of
                                    zelfstandige beroep;</al></li><li nr="j."><al>diagnose-instrumenten;</al></li><li nr="k."><al>ondersteunende instrumenten, waaronder kinderopvang,
                                    schuldhulpverlening, onderzoeken door deskundigen en taal- en
                                    beroepsgerichte scholing en/of training.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Inzet van de voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor
                                    voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor
                                    het doel dat wordt beoogd;</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van
                                    duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
                                    werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het
                                    opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op
                                    andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke
                                    zelfredzaamheid;</al></li><li nr="3."><al>Het college vult de voorziening bedoeld in het eerste lid voor
                                    de jongere die niet beschikt over een startkwalificatie in met
                                    scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt
                                    bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een
                                    dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van
                                    de jongere te boven gaat of onvoldoende bijdragen aan vergroting
                                    van de kans op arbeidsinschakeling van de jongere.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Combinatie arbeid en zorg</titel></kop><al>Onverminderd <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=17">artikel 17, vierde lid, van de wet</extref>, betrekt het college
                            bij de invulling van het werkleeraanbod de beschikbaarheid van passende
                            kinderopvang, het belang van voldoende scholing en de belastbaarheid van
                            de jongere.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Gehandicapten</titel></kop><al>Onverminderd <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=17">artikel 17, tweede lid, van de wet</extref>, stemt het college het
                            werkleeraanbod af op de medische beperkingen van de jongere en draagt
                            zorg voor passende voorzieningen ter ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Uitvoering door derden</titel></kop><al>Het college kan in verband met de invulling en uitvoering van het
                            werkleeraanbod afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en
                            reïntegratiebedrijven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Verplichting van jongeren</titel></kop><al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">wet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20structuur%20uitvoeringsorganisatie%20werk%20en%20inkomen">Wet structuur uitvoering werk en inkomen</extref>, deze
                            verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de
                            aangeboden voorziening heeft verbonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Intrekking werleeraanbod</titel></kop><al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">hoofdstuk 5 van de wet</extref> en hem dit te verwijten valt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Budgetplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                    verschillende voorzieningen;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen
                                    dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3. SUBSIDIES EN VERGOEDINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13. Subsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een
                                    jongere een arbeidsovereenkomst sluiten, als tegemoetkoming in
                                    de loonkosten en/of scholingskosten, alsmede in de kosten van
                                    voorbereiding op een beoogd dienstverband met de jongere;</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt in beleidsregels de soort subsidie, de
                                    voorwaarden voor het recht op subsidie, alsmede de maximale
                                    hoogte en duur hiervan vast;</al></li><li nr="3."><al>Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien de
                                    concurrentieverhoudingen niet worden aangetast, er geen
                                    verdringing van arbeid plaats vindt en er geen onderscheid wordt
                                    gemaakt naar sector of onderneming;</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de indienstneming van jongeren voortvloeit uit
                                    bemiddeling door een reïntegratiebedrijf waarmee de gemeente
                                    Steenbergen een contract heeft gesloten, bestaat geen recht op
                                    subsidie, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. STAATSSTEUNBEPALINGEN</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan de
                                    werkgever staatssteun oplevert in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20oprichting%20van%20de%20Europese%20Gemeenschap/article=87">artikel 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
                                        Gemeenschap</extref>, geschiedt de verstrekking op grond
                                    van:</al></li><li nr="a."><al>de Verordening nummer 1998/2006 van de Commissie van 15 december
                                    2006, betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van
                                    het Verdrag op de de-minimissteun, zoals gepubliceerd op 28
                                    december 2006 in het Publicatieblad van de Europese Unie L379:
                                    of</al></li><li nr="b."><al>de artikelen 39, 40,41 of 42 van de Verordening nummer 800/2008
                                    van de Europese Commissie van 6 augustus 2008, waarbij bepaalde
                                    categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het
                                    Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden
                                    verklaard, zoals gepubliceerd op 9 augustus 2008, in het
                                    Publicatieblad van de Europese Unie L214;</al></li><li nr="2."><al>Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan de
                                    werkgever staatssteun oplevert in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Verdrag%20tot%20oprichting%20van%20de%20Europese%20Gemeenschap/article=87">artikel 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
                                        Gemeenschap</extref>, wordt de voorziening verstrekt onder
                                    de voorwaarde dat de begunstigde een dossier bijhoudt aan de
                                    hand waarvan kan worden geverifieerd of de verleende steun
                                    voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid genoemde
                                    toegepaste verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van
                            een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken. Zonodig worden hiervoor beleidsregels
                            vastgesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16. Onvoorziene omstandigheden en
                                harheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                    het college;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot
                                    onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Ingangsdatum</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 februari 2010.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening werkleeraanbod WIJ
                            gemeente Steenbergen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 25 februari 2010</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting Verordening Werkleeraanbod WIJ gemeente Steenbergen</vet></al><al>Op 1 oktober 2009 treedt de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking.
                    Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk
                    van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht op een
                    zogenaamd werkleeraanbod vastgelegd. Het werkleerrecht berust op het
                    uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende
                    kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en daardoor
                    zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien.</al><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van alle
                    jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe moeten
                    gemeenten jongeren in beginsel een werkleeraanbod doen.</al><al>Afgeleide van het werkleeraanbod is een inkomensvoorziening voor jongeren vanaf
                    18 jaar als de jongere onvoldoende inkomsten heeft. Deze inkomensvoorziening is
                    alleen beschikbaar als het werkleeraanbod wegens in de persoon van de jongere
                    gelegen of niet verwijtbare omstandigheden zijnerzijds geen optie is, dit aanbod
                    onvoldoende inkomsten oplevert of er nog geen werkleeraanbod kan worden
                    gedaan.</al><al>De samenhang tussen het werkleeraanbod enerzijds en de inkomensvoorziening
                    anderzijds is een bepalend element in de WIJ.</al><al>De relatie tussen werken/leren en een uitkering is daadwerkelijk anders dan in
                    de WWB, waarbij het recht op bijstand voorop staat met als afgeleide de plicht
                    tot arbeidsparticipatie. Met de WIJ wordt een “paradigmawisseling” beoogd: is
                    het uitgangspunt in de WWB een uitkering, “mits” in de WIJ is dit omgedraaid en
                    geldt als uitgangpunt geen uitkering, “tenzij”.</al><al>Evenals in de WWB geldt binnen de WIJ een stelsel van rechten en plichten. De
                    gemeente is onder bepaalde voorwaarden verplicht een werkleeraanbod en eventueel
                    een inkomensvoor-ziening aan te bieden. De jongere is verplicht zich te houden
                    aan diverse verplichtingen.</al><al>Worden deze verplichtingen geschonden, dan kan het werkleeraanbod worden
                    ingetrokken en dient de inkomensvoorziening verlaagd te worden (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=41">artikel 41, eerste lid WIJ</extref>). Die verlaging geschiedt conform de
                    regels die in een gemeentelijke verordening zijn vastgelegd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=12">artikel 12, eerste lid onderdeel b WIJ</extref>). Deze regels zijn
                    vastgelegd in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Maatregelenverordening-WIJ-gemeente-Steenbnergen/00-00-0000">Maatregelenverordening -WIJ</extref> gemeente Steenbergen.</al><al><vet>Duurzame arbeidsparticipatie</vet></al><al>Voor jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar ontstaat onder de voorwaarden
                    die in de WIJ zijn genoemd, een individueel recht op een werkleeraanbod. Dat is
                    meer dan een recht op een éénmalige voorziening. Zo nodig is het een recht op
                    een reeks voorzieningen gericht op de kortste weg naar duurzame
                    arbeidsparticipatie. Langs welke route die weg verloopt, is een individueel
                    gegeven dat wordt bepaald door de afstand van de jongere tot de arbeidsmarkt en
                    de beschikbaarheid van voorzieningen.</al><al>Onder duurzame arbeidsparticipatie wordt verstaan de arbeidsinschakeling waarbij
                    jongeren gedurende langere tijd en op eigen kracht aan het arbeidsproces kunnen
                    deelnemen en arbeid verrichten dat past bij hun kennis en vaardigheden of deze
                    kennis en vaardigheden bevordert.</al><al>Tot dat punt is bereikt is de gemeente verplicht de jongere (bij herhaling) een
                    werkleeraanbod te doen gericht op arbeidsinschakeling. Er is nadrukkelijk voor
                    gekozen om niet bij voorbaat te bepalen hoe lang de algemeen geaccepteerde
                    arbeid zou moeten duren voordat over duurzame arbeidsparticipatie kan worden
                    gesproken. De jongere dient op het punt gebracht te worden dat hij geen
                    ondersteuning van het college meer nodig heeft.</al><al><vet>Inhoud werkleeraanbod</vet></al><al>Het begrip werkleeraanbod moet ruim worden uitgelegd. Het werkleeraanbod kan
                    allerlei vormen hebben, variërend van een dienstbetrekking tot vakgerichte
                    scholing of een combinatie van beide. Een werkleeraanbod kan ook bestaan uit
                    voorzieningen die nodig worden geacht op weg naar arbeidsinschakeling, zoals een
                    sollicitatietraining, een cursus gericht op de ontwikkeling van
                    werknemersvaardigheden, een stageplaats, schuldhulpverlening, sociale
                    activering, nazorg en gesubsidieerde arbeid.</al><al>Afgezien van participatieplaatsen kan het gehele instrumentarium dat gemeenten
                    hebben ontwikkeld voor de reïntegratie in het kader van de WWB, ook op jongeren
                    toegepast worden. Participatieplaatsen zijn uitgezonderd. Bij jongeren zal de
                    situatie waarin de afstand tot de arbeidsmarkt dusdanig groot is dat die alleen
                    met de maximale drie jaar additionele arbeid te overbruggen is zich niet in die
                    mate voordoen dat de regering participatieplaatsen in de vorm van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=10a">artikel 10a WWB</extref> noodzakelijk acht. Ook uitgezonderd is het
                    reguliere onderwijs dat door het Rijk wordt bekostigd ( <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=23">artikel 23, eerste lid, onderdeel a WIJ</extref>).</al><al>Het college kan de jongere weliswaar adviseren een dergelijke vorm van onderwijs
                    te volgen of weer te gaan volgen als dit zinvol wordt geacht, maar het is geen
                    voorziening die de gemeente kan inzetten om vorm te geven aan het
                    werkleeraanbod.</al><al>Een premie voor de arbeidsinschakeling past niet bij het uitgangspunt dat
                    jongeren die daartoe in staat zijn moeten leren of werken. Daarom is er geen
                    aanleiding om werken en/of leren te belonen met een financiële vrijlating van
                    inkomsten uit deeltijdarbeid of van een premie in verband met
                    arbeidsinschakeling bij de inkomensvoorziening. Dat geldt evenzeer voor een
                    onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk, tenzij deze bestemd is voor
                    aantoonbaar gemaakte kosten.</al><al>Het college bepaalt de inhoud van het werkleeraanbod. Dat geldt ook voor de
                    vraag of het accent komt te liggen op werken of leren. Gelet op de duurzame
                    arbeidsparticipatie als einddoel, zal werken de hoogste prioriteit hebben als de
                    jongere daartoe in staat is.</al><al>Zijn er echter belemmeringen op de weg daar naartoe, dan kunnen allerlei
                    voorzieningen worden ingezet om dat einddoel te bereiken. Van belang daarbij is
                    dat de startkwalificatie binnen het werkleeraanbod een ijkpunt vormt, omdat deze
                    in belangrijke mate kan bijdragen aan duurzame arbeidsparticipatie.</al><al>Het is aan de gemeente overgelaten om te beoordelen in hoeverre de jongere in
                    staat moet worden gesteld een dergelijke kwalificatie te behalen of anderszins
                    scholing te ontvangen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.</al><al><vet>Maatwerk</vet></al><al>Uitgangspunt is dat maatwerk wordt geleverd: dat het werkleeraanbod wordt
                    afgestemd op de omstandigheden, krachten en capaciteiten van de jongere (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=18">artikel 18, eerste lid WIJ</extref>). De wensen van jongeren worden
                    betrokken bij het vormgeven van het werkleeraanbod (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=14">artikel 14, eerste lid WIJ</extref>). Het college is verplicht die wensen
                    vast te leggen in de rapportage die ten grondslag liggen aan het werkleeraanbod
                    en dient daarbij tevens aan te geven op welke wijze die wensen bij het
                    werkleeraanbod betrokken zijn.</al><al><vet>Werken en leren niet direct mogelijk</vet></al><al>Wanneer het doen van een werkleeraanbod bestaande uit werken en/of leren niet
                    direct mogelijk is, dient een aanbod gedaan te worden dat op termijn perspectief
                    biedt op arbeids-inschakeling. Dat kan betekenen dat voorzieningen worden
                    ingezet in de vorm van zorg- of hulpverlening, waarbij ook aandacht kan worden
                    besteed aan belemmerende factoren, zoals psychische, sociale en cognitieve
                    problemen.</al><al>Het werkleeraanbod omvat immers het geheel van reïntegratievoorzieningen, dat
                    gericht is op duurzame arbeidsparticipatie. Is de jongere naar het oordeel van
                    het college in het geheel niet in staat om redenen van lichamelijke, sociale of
                    psychische aard uitvoering aan te gegeven aan dat werkleeraanbod, dan kan
                    daarvan vooralsnog worden afgezien (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=17">artikel 17, tweede lid WIJ</extref>). Zorgtaken kunnen worden aangemerkt
                    als reden van sociale aard, voor zover daarmee geen rekening kan worden gehouden
                    door middel van een voorziening.</al><al><vet>Alleenstaande ouders</vet></al><al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale aandacht besteed
                    aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en mogelijke medische en/of
                    fysieke beperkingen.</al><al>Daarom geldt voor alleenstaande ouders met een ten laste komend kind jonger dan
                    vijf jaar, dat het werkleeraanbod desgevraagd wordt ingevuld door middel van
                    scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij een
                    dergelijke scholing de krachten of bekwaamheden van de jongere te boven gaat
                        (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=17">artikel 17, vierde lid, WIJ</extref>).</al><al>Daarmee loopt deze regeling parallel met de WWB (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=9a">artikel 9a WWB</extref>). Anders dan in de WWB echter is uit oogpunt van
                    deregulering afgezien van een maximale termijn van zes jaar. Dit omdat gezien de
                    maximale duur van het werkleerrecht (van 18 tot 27 jaar) deze maximale termijn
                    in de meeste gevallen reeds in de werkleerperiode zal zijn opgenomen.</al><al><vet>Zelfstandigen</vet></al><al>Besloten is om zelfstandigen uit te zonderen van het recht op een werkleeraanbod
                    en van het recht op inkomensvoorziening (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=23">artikel 23, eerste lid, onderdeel e</extref>, juncto. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=42">artikel 42, eerste lid, onderdeel m, WIJ</extref>). Zij kunnen een beroep
                    doen op algemene bijstand of bijstand ter voorziening in de behoefte aan
                    bedrijfskapitaal op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=78f">artikel 78f van de WWB</extref>, zodat de (jongere) zelfstandige zich
                    geheel kan richten op zijn bestaan als zelfstandige.</al><al>In het zesde lid van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=17">artikel 17 WIJ</extref> wordt evenwel bepaald dat het college de
                    mogelijkheid (niet de verplichting) heeft om aan de jongere die als zelfstandige
                    wil beginnen een werkleeraanbod te doen dat bestaat uit een
                    voorbereidingsperiode op het bestaan als zelfstandige. Dit werkleeraanbod duurt
                    maximaal twaalf maanden en kan slechts worden aangeboden op verzoek van de
                    jongere.</al><al><vet>Gehandicapten</vet></al><al>Voor de groep jongeren met een medische beperking (die niet behoren tot de
                    doelgroep van de WAJONG) is het van belang dat het aanbod aansluit bij hun
                    mogelijkheden. Het uitgangspunt van maatwerk bij het werkleerrecht zal vooral
                    voor deze groep een cruciale rol spelen. Aan de hand van de individuele situatie
                    zal beoordeeld moeten worden welk aanbod past bij de jongere gelet op zijn/haar
                    mogelijkheden en beperkingen.</al><al>Het werkleeraanbod moet aansluiten bij de individuele mogelijkheden van de
                    persoon in verband met gezondheid en belastbaarheid. Maatwerk betekent een
                    zorgvuldige op de persoon toegesneden afweging bij de uiteindelijke keuze van
                    een traject. Voor de groep jongeren die weinig perspectief heeft op
                    arbeidsinschakeling behoort sociale activering tot de mogelijkheden.</al><al>Als een werkleeraanbod vanwege de medische situatie in het geheel niet mogelijk
                    is, wordt de gehandicapte geen aanbod gedaan. Wel kan aanspraak op een
                    inkomensvoorziening bestaan.</al><al><vet>Beleid werkleeraanbod in verordening</vet></al><al>Om recht te doen aan de beleidsruimte die gemeenten nodig hebben om door
                    maatwerk invulling te geven aan de gemeentelijke verantwoordelijkheid, worden
                    aan de vormgeving van het werkleeraanbod en de mate waarin gemeente daartoe
                    voorzieningen kan inzetten, geen wettelijke eisen gesteld. Gezien de
                    verantwoordelijkheid die de gemeenteraad in het kader van dit wetsvoorstel heeft
                    en mede met het oog op de rechtszekerheid, is bepaald dat het gemeentelijke
                    beleid inzake de voorzieningen in een verordening moet worden vastgelegd.</al><al>De jongere moet uit de verordening kunnen afleiden welke voorzieningen het
                    college kan inzetten om het doel, de duurzame arbeidsparticipatie, te bereiken.
                    Tevens kan in de verordening in hoofdlijnen worden bepaald voor welke
                    doelgroepen welke voorzieningen bij voorkeur kunnen worden ingezet. Gedacht kan
                    bijvoorbeeld worden aan voorbereidingstrajecten voor startende zelfstandigen en
                    speciale arbeids- of scholingtrajecten voor alleenstaande ouders eventueel in
                    combinatie met kinderopvang, zodat scholing/arbeid en zorg kan worden
                    gecombineerd.</al><al>In de verordening kan ook worden vastgelegd dat samengewerkt wordt met andere
                    uitvoeringsinstellingen, zoals gemeenten of UWV, bedrijfsleven en
                    onderwijsinstellingen en als dat het geval is, op welke wijze de samenwerking
                    plaatsvindt.</al><al><vet>Relatie met reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009</vet></al><al>Het instrumentarium dat reeds beschikbaar is voor de reïntegratie in het kader
                    van de WWB kan, uitgezonderd participatieplaatsen en vrijlating van inkomsten
                    uit arbeid, tevens worden ingezet voor de vormgeving van het
                    werkleeraanbod.</al><al><vet>Relatie met Maatregelverordening</vet></al><al>De verordening Werkleeraanbod en de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Maatregelenverordening-WIJ-gemeente-Steenbnergen/00-00-0000">Maatregelverordening</extref> vormen twee kanten van dezelfde medaille.
                    Immers, de WIJ legt het college de plicht op om jongeren een werkleeraanbod te
                    doen. Het werkleeraanbod wordt door deze verordening gepacificeerd. Anderzijds
                    staat daar wel wat tegenover. De jongere is verplicht het aanbod te aanvaarden
                    en verplichtingen die aan het werkleeraanbod zijn gekoppeld na te leven.</al><al>Komt de jongere die verplichtingen niet na, dan vormt dat een grond voor
                    verlaging van de inkomensvoorziening. Beide verordeningen sluiten dus op elkaar
                    aan. In verband daarmee is in de verordening Werkleeraanbod herhaald dat onder
                    de voorwaarden, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=21">artikel 21 WIJ</extref> het werkleeraanbod ingetrokken kan worden.</al><al>Omdat met deze intrekking tevens het recht op inkomensvoorziening vervalt, is
                    het van belang dat wordt afgebakend wanneer de inkomensvoorziening verlaagd en
                    wanneer deze ingetrokken wordt. Uitgangspunt van de wetgever is daarbij geweest
                    dat bij schending van verplichtingen primair een maatregel aangewezen is en pas
                    in tweede instantie intrekking van het werkleeraanbod en daarmee tevens het
                    recht op de inkomensvoorziening vervalt.</al><al>Het opleggen van een maatregel is derhalve regel, het intrekken van het
                    werkleeraanbod uitzondering. Het is aan de gemeenten overgelaten om beleid vast
                    te stellen over de grensafbakening tussen maatregel en intrekking
                    werkleeraanbod.</al><al><vet>Staatssteun</vet></al><al>De Europese regelgeving over staatssteun kan een beperking van de mogelijkheden
                    voor het gemeentelijke reïntegratiebeleid en het beleid met betrekking tot het
                    werkleeraanbod opleveren. Van belang is dat per 1 januari 2009 de Europese
                    vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun (Nr. 2204/2002) is komen te
                    vervallen. Wel van toepassing zijn de Verordening de minimissteun (Verordening
                    (EG) Nr. 69/2001) en de Algemene groepsvrijstellingsverordening (nr. 800/2008).
                    De vraag of een gemeente thans gehouden is om activiteiten bij de Europese
                    commissie te melden kan beantwoord worden met behulp van onderstaande
                    stappenplan:</al><al>Stap 1: Heeft de staatssteun een generiek karakter of betreft het steun aan een
                    organisatie die geen economische activiteiten verricht?.</al><lijst><li nr=""><al>Generiek houdt in dat de steunmaatregel in wezen non-discriminatoir
                            werkt. Elke onderneming kan voor de steunmaatregel in aanmerking komen.
                            Steun met een generiek karakter behoeft daarom niet gemeld te worden.
                            Dit zelfde geldt voor steun aan een organisatie die geen economische
                            activiteiten verricht.</al></li></lijst><al>Stap 2: Alleen van toepassing indien de staatssteun een niet-generiek karakter
                    draagt. Blijft de steun beneden de € 200.000,-- per 3 kalenderjaren?</al><lijst><li nr=""><al>Zo ja, dan kan de gemeente er voor kiezen de de-minimisverordening toe
                            te passen. De steun hoeft dan niet te worden aangemeld.</al></li></lijst><al>Stap 3: Alleen van toepassing indienen de staatssteun meer dan € 200.000,-- per
                    3 kalenderjaren bedraagt. Blijft de steun beneden de 15 miljoen per 3
                    kalenderjaren en voldoet de steunregeling aan de voorwaarden van de nieuwe
                    Algemene Groepsvrijstellingsverordening nr. 800/2008?.</al><lijst><li nr=""><al>Zo ja, dan is ook in die situatie geen melding noodzakelijk.</al></li><li nr=""><al>Volgens de algemene groepsvrijstellingsverordening mag maximaal 75% van
                            de loonkosten (artikel 2 lid 15: kort gezegd het bruto loon en de
                            verplichte bijdragen) voor het tewerkstellen van een arbeidsgehandicapte
                            gedurende de gehele periode waarin de arbeidsgehandicapte in dienst is
                            worden vergoed door steun (artikel 41). De steun mag alleen worden
                            gebruikt om werkgelegenheid te scheppen.</al></li></lijst><al>Stap 4: Alleen van toepassing indien de drie bovenstaande stappen geen
                    uitsluitsel geven. Dient de verstrekte subsidie wel te worden aangemerkt als
                    staatssteun?</al><lijst><li nr=""><al>Indien de subsidie enkel ziet op compensatie voor de mindere
                            arbeidsproductiviteit, is in wezen geen sprake van een voordeel voor een
                            onderneming, dat deze niet op commerciële manier zou hebben verkregen.
                            In wezen is dan geen sprake van staatssteun waardoor de subsidieregeling
                            ook niet gemeld hoeft te worden.</al></li><li nr=""><al>Blijkt melding op basis van het bovenstaande noodzakelijk/wenselijk dan
                            zal de gemeente hier zelf voor moeten zorg dragen door toezending van
                            een samenvatting van de regeling aan de Commissie en het opstellen van
                            jaarlijkse verslagen over de toepassing van de verordening.</al></li><li nr=""><al>De verstrekking van de gegevens aan SZW is daarmee ook komen te
                            vervallen.</al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERORDENING WERKLEERAANBOD WIJ GEMEENTE
                        STEENBERGEN</vet></al><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in
                    de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen, zoals werkleeraanbod,
                    arbeidsinschakeling en jongere, niet opnieuw gedefinieerd. Wel gedefinieerd zijn
                    de begrippen startkwalificatie en algemeen geaccepteerde arbeid, omdat deze in
                    de WIJ niet nader zijn omschreven. Het begrip startkwalificatie is afkomstig uit
                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20educatie%20en%20beroepsonderwijs">Wet educatie en beroepsonderwijs</extref> en wordt wel in de WWB
                    gedefinieerd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=6">art. 6, eerste lid, onderdeel d. WWB</extref>). De omschrijving van
                    algemeen geaccepteerde arbeid is afkomstig uit de nota naar aanleiding van het
                    verslag.</al><al><vet>Artikel 2. Opdracht college</vet></al><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord, zoals deze
                    voortvloeit uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=11">artikelen 11, eerste lid</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=13">13, eerste lid, WIJ</extref>. Hoewel deze opdracht ook uit het samenstel
                    van deze bepalingen en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=5">artikel 5, eerste lid, WIJ</extref> kan worden afgeleid, is er uit een
                    oogpunt van duide-lijkheid voor gekozen de opdracht aan het college nader te
                    omschrijven.</al><al>In het tweede lid is tevens verduidelijkt dat het werkleeraanbod ook
                    samengesteld kan zijn uit een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid,
                    ondersteuning bij arbeidsinschakeling en één of meerdere voorzieningen. Onder
                    voorziening wordt verstaan een instrument dat wordt ingezet om de jongere
                    dichterbij de arbeidsmarkt te brengen. Dit kan zoals gezegd allerlei vormen
                    hebben, variërend van schuldhulpverlening tot training van
                    werknemersvaardigheden.</al><al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan bestaan uit
                    ondersteuning bij een traject gericht op werk in een zelfstandig beroep of
                    bedrijf. Dit volgt reeds uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=17">artikel 17, zesde lid, WIJ</extref>. Uit een oogpunt van herkenbaarheid en
                    consistentie, alsmede gelet op het belang dat gehecht wordt aan het begeleiden
                    van jongeren naar zelfstandig werk, is deze bepaling op-genomen. Aangetekend
                    moet daarbij worden dat het een zogenaamde “kan-bepaling” is. Het college
                    bepaalt of het zinvol is de jongere een aanbod te doen gericht op ondersteuning
                    richting zelfstandig bedrijf of beroep.</al><al>Het vierde lid vormt een herhaling van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=17">artikel 17, eerste lid, WIJ</extref>. Wederom uit een oogpunt van
                    herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het belang van maatwerk bij het
                    vaststellen van het werkleeraanbod, is dit artikel opgenomen. Toegevoegd is de
                    gemeentelijke onderzoeksplicht en de plicht om de wensen van de jongere bij de
                    invulling te betrekken. Met het oog op motivering en kansbenutting zal het
                    college daarmee rekening dienen te houden.</al><al>Daarmee is niet gezegd dat de jongere recht heeft op een bepaalde specifieke
                    voorziening en deze kan opeisen. De uiteindelijke invulling van de aard en de
                    samenstelling van het aanbod is voorbehouden aan het college.</al><al><vet>Artikel 3. Aanspraak op ondersteuning</vet></al><al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college, zoals verwoord in artikel 2, eerste lid, komen
                    jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod in aanmerking voor ondersteuning
                    bij de arbeidsinschakeling en voorzieningen. Dit vloeit reeds voort uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=13">artikel 13, eerste lid, WIJ</extref> maar is omwille van de herkenbaarheid
                    en eenduidigheid hier nader geconcretiseerd. Wat de vorm van de ondersteuning
                    is, bepaalt het college zelf.</al><al>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om jongeren moet gaan die
                    recht op een werkleeraanbod hebben. Dat is niet iedere jongere in de zin van de
                    WIJ (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=2">artikel 2, eerste lid, WIJ</extref> kadert de doelgroep af.</al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de jongere en de criteria die gesteld zijn voor het aanbieden van
                    een werkleeraanbod.</al><al><vet>Artikel 4. Arbeidsinschakeling</vet></al><al><vet>Het staat het college vrij om bij het werkleeraanbod aan de jongere een
                        keuze te maken tussen het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid,
                        ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en een voorziening gericht op
                        arbeidsinschakeling.</vet></al><al>De kortste weg naar duurzame arbeidsparticipatie is echter het doel van het in
                    te zetten werkleeraanbod</al><al><vet>Artikel 5. De voorzieningen</vet></al><al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling kan het college voorzieningen aanbieden. Die voorzieningen
                    zijn primair bedoeld voor jongeren die niet direct inzetbaar zijn op de
                    arbeidsmarkt, maar kan in een krimpende arbeidsmarkt ook worden aangeboden aan
                    jongeren zonder direct aanwijsbare belemmeringen.</al><al>In dit artikel zijn de voorzieningen opgesomd die het college ter beschikking
                    staan. Het college kan niet gedwongen worden om in een concreet geval een
                    specifieke voorziening aan te bieden. Het staat het college in beginsel vrij om
                    het werkleeraanbod zelf invulling te geven en daarbij ook te betrekken de mate
                    waarin voorzieningen noodzakelijk geacht worden en feitelijk beschikbaar
                    zijn.</al><al><vet>Artikel 6. Inzet van de voorzieningen</vet></al><al>In het eerste lid is het maatwerkprincipe gerelateerd aan de inzet van
                    voorzieningen. De voorzieningen die worden ingezet moeten een adequaat en
                    toereikend middel zijn om het doel te bereiken.</al><al>In het tweede lid is het doel van de inzet van voorzieningen verwoord.
                    Afhankelijk van de aard van de voorziening zal sprake zijn van één van de
                    aangegeven (tussen)doelen, met als eindbestemming de duurzame
                    arbeidsparticipatie.</al><al><vet>Artikel 7 Combinatie arbeid en zorg</vet></al><al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale aandacht besteed
                    aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en mogelijk verminderde
                    belastbaarheid. Daarom geldt voor alleenstaande ouders met een ten laste komend
                    kind, jonger dan vijf jaar, dat het werkleeraanbod desgevraagd wordt ingevuld
                    door middel van scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt
                    bevordert, tenzij een dergelijke scholing de krachten of bekwaamheden van de
                    jongere te boven gaat (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=17">artikel 17, vierde lid, WIJ</extref>).</al><al>Daaraan wordt in artikel 7
                        van deze verordening toegevoegd dat het college bij de invulling
                    van het werkleeraanbod de situatie van de alleenstaande ouder betrekt, ongeacht
                    de leeftijd van het kind. Eventuele. kosten voor kinderopvang die niet
                    toereikend door voorliggende voorzieningen worden gecompenseerd, kunnen op grond
                    van artikel 14 worden
                    vergoed en ten laste van het participatiebudget worden gebracht.</al><al><vet>Artikel 8. Gehandicapten</vet></al><al>De gehandicapte jongeren nemen eveneens een bijzondere positie in binnen de WIJ.
                    Voor deze groep jongeren met een medische beperking is het van belang dat het
                    aanbod aansluit bij hun mogelijkheden. Het uitgangspunt van maatwerk bij het
                    werkleerrecht zal vooral voor deze groep een cruciale rol spelen. Aan de hand
                    van de individuele situatie zal het college beoordelen welk aanbod past bij de
                    jongere met inachtneming van zijn/haar mogelijkheden en beperkingen.</al><al>Voor de groep jongeren die weinig perspectief heeft op arbeidsinschakeling
                    behoort sociale activering tot mogelijkheden. Is arbeidsinschakeling in het
                    geheel (nog) niet aan de orde, dan brengt <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=17">artikel 17, tweede lid, WIJ</extref> met zich mee dat (tijdelijk) geen
                    werkleeraanbod wordt gedaan. Er bestaat gedurende die periode wel aanspraak op
                    inkomensvoorziening. Zodra de belemmeringen zijn opgeheven, dient een gericht
                    werkleeraanbod te worden gedaan.</al><al><vet>Artikel 9. Uitvoering door derden</vet></al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=11">artikel 11, vierde lid, van de WIJ</extref> is bepaald, dat het college de
                    uitvoering van de wet, behoudens het vaststellen van de rechten en plichten en
                    de daarvoor noodzakelijke beoordeling van de omstandigheden, door derden kan
                    laten verrichten. Er zijn geen wettelijke belemmeringen opgeworpen om de
                    feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van het werkleeraanbod
                    of de richting van het werkleeraanbod, in handen te stellen van derden, zoals
                    opleidingsinstituten en reïntegratiebedrijven.</al><al><vet>Artikel 10. Verplichtingen van de jongere</vet></al><al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het recht op een
                    werkleeraanbod (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=44">artikelen 44</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=45">45 WIJ</extref>). Daaraan is toegevoegd dat de jongere de verplichtingen
                    dient na te komen die voortvloeien uit de verordening of die in concreto aan een
                    voorziening zijn verbonden. Dit kunnen verplichtingen van uiteenlopende aard
                    zijn, die een concretisering vormen van de in de WIJ opgenomen verplichtingen.
                    Zo kan bepaald worden dat een jongere gedurende het traject op gezette tijden
                    met de consulent de voortgang bespreekt.</al><al><vet>Artikel 11. Intrekking werkleeraanbod</vet></al><al>Dit artikel vormt een herhaling van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=21">artikel 21 WIJ</extref>. De meerwaarde van opname van deze bepaling in de
                    verordening werkleeraanbod is gelegen in de overweging dat intrekking van het
                    werkleeraanbod complementair is aan het voeren van beleid met betrekking tot de
                    invulling van het werkleeraanbod.</al><al>Daar waar het recht op werkleeraanbod wordt toegekend en ingevuld, kan dit ook
                    worden ingetrokken, onder de voorwaarden, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=21">artikel 21 WIJ</extref>. Met betrekking tot intrekking van het
                    werkleeraanbod in verband met schending van de verplichtingen verbonden aan het
                    werkleeraanbod, wordt het aan het college overgelaten om te bepalen onder welke
                    voorwaarden daartoe kan worden besloten.</al><al>Het is niet aan de gemeenteraad om daarover voorschriften te geven, niettemin
                    dient het intrekken van het werkleeraanbod met terughoudendheid plaats te
                    vinden, zoals reeds in de Algemene toelichting is opgemerkt. Intrekking is in
                    wezen slechts aan de orde als er een situatie is ontstaan dat niet langer kan
                    worden gevergd dat het werkleeraanbod wordt voortgezet en een andere invulling
                    (via gedeeltelijke herziening) evenmin soelaas biedt.</al><al>Gedacht kan worden aan herhaalde misdragingen jegens andere jongeren of
                    begeleiders op de werk/leerplek of veelvuldig verzuim. Daarbij kan bijvoorbeeld
                    ook een rol spelen de positie van gemotiveerde jongeren die wachten op een
                    werk/leerplek, de situatie van de arbeidsmarkt en de kosten van de
                    voorziening.</al><al><vet>Artikel 12. Budgetplafonds</vet></al><al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare middelen over de
                    verschillende voorzieningen. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter
                    nooit een reden zijn om geen werkleeraanbod te doen. De verplichting daartoe is
                    immers vastgelegd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wij/article=13">artikel 13, eerste lid WIJ</extref>. Wel kan de invulling van het
                    werkleeraanbod benvloed worden door budgettaire beperkingen. Zijn er vanwege die
                    beperkingen voor bepaalde voorzieningen geen middelen meer dan dient te worden
                    nagegaan welke andere instrumenten beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er
                    geen algemeen plafond ingesteld kan worden.</al><al><vet>Artikel 13. Subsidies</vet></al><al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid. Dit wordt ook
                    als voorziening worden aangemerkt. In het eerste lid is vastgelegd, dat de
                    subsidie aan de werkgever kan bestaan uit een tegemoetkoming in de loonkosten of
                    andere bijkomende kosten. Deze subsidie vormt als zodanig een noodzakelijke
                    voorwaarde voor de voorziening.</al><al>Voor het verstrekken van een subsidie is een wettelijke grondslag vereist
                        (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A23">artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</extref>). Om
                    die reden is een specifiek artikel opgenomen dat deze grondslag biedt.
                    Loonkostensubsidies, scholingssubsidies en subsidies ter voorbereiding op een
                    dienstverband worden zo van een grondslag voorzien. Op grond van het tweede lid,
                    stelt het college beleidsregels vast ten aanzien van de soort subsidie.
                    Beleidsregels zijn ook opgenomen in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Re-integratieverordening-Wet-werk-en-bijstand-2009/01-10-2009">Reïntegratieverordening gemeente Steenbergen</extref>.</al><al><vet>Artikel 14 Staatssteunbepaling</vet></al><al>De uitvoering van de WIJ, inclusief de uitvoering van deze verordening, moet
                    worden beschouwd als een taak van algemeen belang. De subsidies, die op grond
                    van deze verordening worden verstrekt zijn bedoeld als compensatie om deze taak
                    van algemeen belang uit te kunnen voeren.</al><al>Deze subsidies zijn geen staatssteun mits de hoogte er van niet meer bedraagt
                    dan nodig is om de werkgever te compenseren in de verminderde arbeidsproductie
                    en de noodzakelijk extra kosten, die verband houden met het in dienst hebben van
                    een jongere. In de situatie, dat het college besluit een reïntegratiesubsidie te
                    verstrekken, die wel aangemerkt kan worden als staatssteun, wordt deze verstrekt
                    in het kader van óf de algemene groepsvrijstellingsverordening (werkgelegenheid
                    kwetsbare werknemers of gehandicapten dan wel opleidings-steun) óf de
                    de-minimisverordening.</al><al><vet>Artikel 15. Vergoedingen</vet></al><al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het uitvoeren van het
                    werkleeraanbod kunnen worden vergoed op grond van dit artikel. Gedacht kan
                    bijvoorbeeld worden aan kosten van kinderopvang, voor zover de voorliggende
                    voorziening (Wet Kinderopvang) daarin onvoldoende voorziet. Ook noodzakelijke
                    reiskosten en andere kosten, bijvoorbeeld voor verplichte kleding of schoeisel,
                    kunnen voor vergoeding in aanmerking komen, mits de kosten aantoonbaar en
                    noodzakelijk zijn en er geen andere voorzieningen zijn. De kosten kunnen ten
                    laste worden gebracht van het Participatiebudget.</al><al><vet>Artikel 16. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</vet></al><al>In de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en college past het dat de
                    gemeenteraad beleidskaders vaststelt. Dat is in deze verordening uitgewerkt. Het
                    college is belast met de uitvoering van dat beleid en op sommige onderdelen, met
                    de nadere uitwerking daarvan. Doen zich situaties voor waarin niet is voorzien
                    of waarin onverkorte toepassing van de gestelde bepalingen onverhoopt tot
                    onbillijkheden van overwegende aard leidt, dan is het aan het college om
                    besluiten te nemen waarin recht wordt gedaan aan enerzijds het belang van
                    handhaving van het gemeentelijk beleid en anderzijds het individuele belang van
                    de jongere. Dat kan onder omstandigheden betekenen dat besluiten worden genomen
                    die afwijken van deze verordening.</al><al>De overige artikelen behoeven geen nadere toelichting, spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>