<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73230_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening brandveiligheid en hulpverlening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening brandveiligheid en hulpverlening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=1">Brandweerwet 1985, art. 1 juncto</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=12">artikel 12 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=8">Woningwet, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=8.11">Wet milieubeheer, art. 8.11 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=8.40">Wet milieubeheer, art. 8.40 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-09-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Publicatiedatum is niet bekend. Gelet op de (interne) publicatiereichtlijnen kan worden uitgegaan van publicatie op 07-01-1999</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening brandveiligheid en hulpverlening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van Steenbergen;</al><al>overwegende, dat burgemeester en wethouders de zorg hebben voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van
                                brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en
                                al hetgeen daarmee verband houdt;</al></li><li nr="b."><al>het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij
                                ongevallen anders dan bij brand;</al></li></lijst><al>dat de uitvoering van werkzaamheden ter zake van het beperken en bestrijden
                        van rampen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rampenwet/article=1">artikel 1 van de Rampenwet</extref> tot de taak van de brandweer
                        behoort;</al><al>dat burgemeester en wethouders andere werkzaamheden, dan hierboven bedoeld,
                        kunnen aanwijzen die de gemeentelijke brandweer verricht;</al><al>dat de brandbeveiligingsverordening voorschriften bevat omtrent het gebruik
                        van inrichtingen voor zover dit geen bouwwerken zijn als bedoeld in de
                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref> en de Bouwverordening;</al><al>dat de Bouwverordening voorschriften bevat omtrent het gebruik van woningen,
                        woonketen, woonwagens, andere gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, en
                        standplaatsen, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften met
                        betrekking tot onder meer brandveilig­heid;</al><al>dat de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> beoogt het milieu te beschermen, onder meer
                        door de brandveilig­heid te bevorderen;</al><al>dat het wenselijk is de voorzieningen voor brandveiligheid en hulpverlening
                        in samenhang te treffen;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=1">artikel 1, tweede lid</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=12">artikel 12 van de Brandweerwet 1985</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=8">artikel 8, tweede lid van de Woningwet</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=8.11">artikel 8.11, derde lid</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer/article=8.40">artikel 8.40 van de Wet milieubeheer</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">artikel 149 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 november
                        1998;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening brandveiligheid en hulpverlening.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>repressieve taken: </al><lijst><li nr="1."><al>het beperken en bestrijden van brand, het beperken van
                                        brandgevaar, het beperken van ongevallen bij brand en al
                                        hetgeen daarmee verband houdt;</al></li><li nr="2."><al>het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren
                                        bij ongevallen anders dan bij brand;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van werkzaamheden ter zake van het beperken en
                                        bestrijden van rampen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rampenwet/article=1">artikel 1 van de Rampenwet</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>preventieve taken: </al><lijst><li nr="1."><al>het voorkomen en beperken van brand, het beperken van
                                        brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij
                                        brand en al hetgeen daarmee verband houdt.</al></li><li nr="2."><al>de uitvoering van werkzaamheden ter zake van het beperken
                                        van rampen, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rampenwet/article=1">artikel 1 van de Rampenwet</extref>;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de voorschriften met betrekking tot het
                                        brandveilig gebruik van woningen, woonketen, woonwagens,
                                        andere gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, en
                                        standplaatsen;</al></li><li nr="4."><al>de uitvoering van de brandbeveiligingsverordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 gemeentelijke brandweer</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beschikken over een gemeentelijke brandweer
                        verdeeld over vier brandweerposten; één in elk van de volgende kernen:
                        Dinteloord, Kruisland, Nieuw­Vossemeer en Steenbergen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 taken brandweer</titel></kop><al>De taken van de gemeentelijke brandweer bestaan, behoudens de in artikel 5 aan de
                        regionale brandweer opgedragen taken, uit:</al><lijst><li nr="1."><al>de feitelijke uitvoering van de preventieve en repressieve taken
                                zoals o.a.; het toetsen van bouwaanvragen ten aanzien van
                                brandveiligheid, controle van gebouwen en instellingen in het kader
                                van de bouwverordening en de brandbeveiligingsverordening,
                                brandbestrijding, hulpverlening, bestrijden waterongevallen en
                                verrichten van metingen.</al></li><li nr="2."><al>andere dan de onder 1 genoemde werkzaamheden, voor zover deze niet
                                te maken hebben met het wegnemen van onmiddellijk gevaar voor mens
                                en dier, te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>het beperken en bestrijden van milieu-incidenten;</al></li><li nr="b."><al>het reinigen van wegen en terreinen bij ongevallen</al></li><li nr="c."><al>het leveren van brandwachten ten behoeve van
                                        bewakingsdiensten</al></li><li nr="d."><al>opsporen en bergen van te water geraakte personen,
                                        voertuigen en ander voorwerpen, ter assistentie
                                        politie/justitie of berger</al></li><li nr="e."><al>het leegpompen van kelders bij calamiteiten</al></li></lijst></li></lijst><al>De onder lid a t/m e en eventuele andere ondersteunende
                        brandweerwerkzaamheden welke niet onder de wettelijke taken vallen, kunnen
                        worden uitgevoerd indien dit noodzakelijk blijkt, na goedkeuring van de
                        commandant. Op grond van de legesverordening kunnen de eventuele kosten
                        hiervan in rekening worden gebracht bij de opdrachtgevers.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad eenmaal per 4 jaar een
                        plan voor op welke wijze aan de inhoud van in artikel 3 omschreven
                        taken uitvoering zal worden gegeven (brandweerbeleidsplan gemeente
                        Steenbergen).Dit plan omvat in elk geval een omschrijving van de financiële,
                        personele, materiële en huisvestingsmiddelen die benodigd zijn voor de
                        uitvoering van de preventieve en repressieve taken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 regionale taken</titel></kop><al>Naast de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=3">artikel 3, tweede lid van de Brandweerwet 1985</extref> opgedragen
                        taken, zijn de volgende taken van de gemeentelijke brandweer aan de
                        regionale brandweer opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>de alarmering van de gemeentelijke brandweer;</al></li><li nr="b."><al>in kader van Project Versterking Brandweer andere taken na
                                goedkeuring daarvan door de gemeenteraad</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 personeel</titel></kop><al>Het personeel van de gemeentelijke brandweer met repressieve taken bestaat
                        uit 86 perso­nen, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>één commandant/ Officier van Dienst ( beroepskracht)</al></li><li nr="b."><al>vier post-commandanten, waarvan 1 plaatsvervangend commandant (OvD)
                                twee plaatsvervangend post-commandanten, één voor Steenbergen en één
                                voor Dinteloord en ten minste:</al></li><li nr="c."><al>15 onderofficieren; 5 in post-Stn., 4 in post Dtl., 3 in post KrI.,
                                3 in post N-Vos.</al></li><li nr="e."><al>65 brandwachten; 23 in post-Stn, 18 in post Dtl., 12 in post Krt.,
                                12 in post N-Vos.</al></li><li nr="f."><al>één duikteam ( min 5 duikers/ 5 duikbegeleiders)</al></li><li nr="g."><al>één waarschuwings- en verkenningsdienst (WVD).</al></li></lijst><al>Meerdere van bovengenoemde functies kunnen door één persoon worden
                        ingevuld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 opleiding en oefening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de opleiding en oefening van het
                        brandweer­personeel, die voor de taakuitoefening noodzakelijk is, conform de
                        geldende richtlijnen van Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 instructie commandant</titel></kop><al>De commandant heeft de algemene leiding en het bevel over de brandweer,
                        overeenkomstig de voor hem door burgemeester en wethouders vastgestelde
                        instructie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 materieel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het materieel van de gemeentelijke brandweer bestaat ten minste uit: </al><lijst><li nr="a."><al>4 tankautospuiten conform rijksbestek</al></li><li nr="b."><al>1 personeels/materieelsvoertuig met motorspuitaanhanger
                                        (Stn)</al></li><li nr="c."><al>1 commandovoertuig (OvD)</al></li><li nr="d."><al>1 duikongevallenvoertuig (Dtl)</al></li><li nr="e."><al>1 voorzieningen ten behoeve van de bestrijding van
                                        waterongevallen</al></li><li nr="f."><al>1 personeels/onderhoudsbus (Stn)</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders bepalen de plaats waar en de wijze waarop
                                het materieel en de overige goederen van de brandweer worden
                                ondergebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 bluswatervoorziening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor zodanige bluswatervoorzieningen
                        en de bereikbaarheid daarvan, op zodanige wijze dat de brandbestrijding te
                        allen tijde zoveel mogelijk gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 citeertitel en in werking treden</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:</al><al>Verordening brandveiligheid en hulpverlening.</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.</al><al>Op de in het tweede lid genoemde datum vervallen de "Organisatie en
                        Beheers-Verordeningen brandweer:</al><al>vastgesteld bij besluit van de raad van Nieuw-Vossemeer d.d. 16 juni
                        1988</al><al>vastgesteld bij besluit van de raad van Dinteloord en Prinsenland d.d. 26
                        augustus 1986, zoals deze sedertdien zijn gewijzigd.</al><al>vastgesteld bij besluit van de raad van Steenbergen d.d. 25 september 1986,
                        zoals deze sedertdien zijn gewijzigd.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 17 december 1998</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris,de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de Verordening brandveiligheid en hulpverlening.</vet></al><al><vet>1. Algemeen</vet></al><al><vet>1.1 Taken van de gemeente bij brandveiligheid</vet></al><al>Het bevorderen van de veiligheid van de burgers is een van de oudste kerntaken
                    van de gemeentelijke overheid. Vanouds rekenen de gemeenten het tot hun taak om
                    binnen het kader van de openbare veiligheid de brandveiligheid te behartigen. De
                    invulling daarvan is afhankelijk van politieke en bestuurlijke besluitvorming.
                    De middelen die de gemeenten hiervoor beschikbaar stellen worden in hoge mate
                    bepaald door de maatschappelijke beleving van brand(on)veiligheid. Er bestaat
                    echter over het algemeen overeenstemming over de vraag wat er onder
                    brandveiligheid wordt verstaan, namelijk dat het ongewenst is dat er
                    slachtoffers vallen door brand (zowel bij de bevolking als bij de brandweer) en
                    dat een brand onbeheersbaar wordt en niet meer valt te blussen. Elke gemeente
                    beschikt daarom bijvoorbeeld over een brandweerkorps dat in staat is zo nodig
                    mensen te redden uit noodsituaties en branden te blussen. Ook stelt de overheid
                    in diverse wetten vergunningen verplicht voor het brandveilig bouwen en
                    gebruiken van bouwwerken.</al><al><vet>1.2 Beleidsplan: samenhang tussen brandpreventie en
                    brandrepressie</vet></al><al>De mate van brandveiligheid of het brandveiligheidniveau in een gemeente wordt
                    in hoofdzaak bepaald door de inzet van de brandweer en de wijze waarop een
                    gemeente uitvoering geeft aan de regelgeving ten behoeve van de brandpreventie.
                    Brandpreventie en brandrepressie maken in samenhang deel uit van de zogenoemde
                    veiligheidsketen, die bij de eerste integrale veiligheidsrapportage van het
                    Ministerie van Binnenlandse Zaken in 1993 werd geïntroduceerd: pro-actie,
                    preventie, prepara­tie, repressie en nazorg. Brandveiligheidbeleid maakt ook
                    deel uit van de Nota Veiligheidsbeleid 1995-1998 die het kabinet aan de Tweede
                    Kamer heeft gestuurd.</al><al>Brandveiligheid is een ingewikkelde materie. Het Ministerie van Binnenlandse
                    Zaken heeft zogenoemde brandbeveiligingsconcepten opgesteld om inzicht te
                    krijgen in de vele krachten die invloed hebben op de brandveiligheid en om hun
                    onderling verband aan te geven. Deze concepten zijn opgesteld langs de lijn van
                    de hierboven beschre­ven veiligheidsketen. Die relatie tussen brandpreventie
                    (waaronder pro-actie) en de blus- en redkracht van de brandweer (waaronder
                    preparatie) is ook het uitgangspunt van de brandbeveili­gingsconcepten.
                    Bovenstaande ontwikkelingen geven de noodzaak aan van een gemeentelijk
                    beleids­plan brandveiligheid en hulpverlening.</al><al><vet>1.3 Wetgeving voor gemeenten.</vet></al><al>De wetgever heeft de taken en bevoegdheden van gemeenten neergelegd in een
                    viertal wetten, die - op het terrein van brandveiligheid en hulpverlening - elk
                    hun eigen doelstelling hebben, te weten:</al><lijst><li nr=""><al>- de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>, waarin naast de algemeen verordenende
                            bevoegdheid voor onder meer het onderwerp brandveiligheid ook het
                            opperbevel van de burge­meester is geregeld;</al></li><li nr=""><al>- de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985">Brandweerwet</extref>, met het doel de brandveiligheid - in het
                            bijzonder de organisatie van de brandweer - in algemene zin te
                            regelen;</al></li><li nr=""><al>- de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Woningwet</extref>, met het doel het brandveilig bouwen en
                            gebruiken van brand­veilige bouwwerken te bevorderen;</al></li><li nr=""><al>- de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, met het doel het milieu te beschermen,
                            ook tegen de gevolgen van brand.</al></li></lijst><al>Laatstgenoemde wet is van toepassing op zogenoemde inrichtingen waarmee zowel
                    bouwwerken als 'niet-bouwwerken' (bijvoorbeeld aangemeerde hotelboten,
                    feestten­ten, open terreinen en dergelijke) worden bedoeld. Voor de
                    brandveiligheid betekent dit dat voorzieningen moeten worden getroffen om
                    nadelige gevolgen van brand voor het milieu als gevolg van werkzaamheden en de
                    opslag van stoffen te vermijden.</al><al><vet>2. Artikelsgewijs.</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>De begripsomschrijvingen zijn opgenomen ten behoeve van het bepaalde in de
                        artikelen 3 en
                        5. Het beperken van
                    brand, brandgevaar en ongevallen bij brand kan met preventieve voorzieningen
                    en/of met repressieve middelen worden bereikt. Vandaar dat het beperken van
                    brand, brandgevaar en ongevallen bij brand onder preventieve en repressieve
                    taken is vermeld.</al><al><vet>Artikel 2 Gemeentelijke brandweer</vet></al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=1">Artikel 1 van de Brandweerwet 1985</extref> stelt dat er in elke gemeente
                    een gemeentelijke brandweer is, behoudens indien ingevolge samenwerking met
                    andere gemeenten een regeling ter zake totstandgekomen is.</al><al><vet>Artikel 3 Taken brandweer</vet></al><al>Lid 1</al><al>Uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=1">artikel 1, vierde lid</extref>, en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=12">artikel 12 van de Brandweerwet 1985 juncto het zesde lid van artikel
                        1</extref> volgt dat de taken van de brandweer in elk geval bestaan uit de
                    feitelijke uitvoering van werkzaamheden ter zake van het voorkomen, beperken en
                    bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken
                    van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt. Dat
                    brandrepressie, voortvloeiend uit de zorgnormen , tot de taak van de brandweer
                    behoort, staat uiteraard buiten twijfel. Dit is niet zo zeker met de advisering
                    over brandpreventieve voorzieningen. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=100">Artikel 100, eerste lid, van de Woningwet</extref> stelt dat het
                    gemeentebestuur voorziet in het bouw- en woningtoezicht, dat in elk geval onder
                    meer tot taak heeft het binnen de gemeente uitoefenen van toezicht op de
                    naleving van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, zoals de
                    Bouwverordening en het Bouwbesluit. Het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=100">tweede lid van artikel 100</extref> geeft aan dat burgemeester en
                    wethouders ambtenaren kunnen aanwijzen die belast zijn met (onderdelen van) dit
                    toezicht.</al><al>De vraag dringt zich op of de hierboven bedoelde wetten en regelingen aangeven
                    dat bepaalde gemeentelijke diensten het exclusieve recht kunnen doen gelden om
                    met de uitvoering van de brandveiligheidvoorwaarden uit de Bouwverordening en
                    het Bouw­besluit belast te zijn. In de memorie van toelichting op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">herziening van de Woningwet</extref> zeggen de betrok­ken bewindslieden dat
                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=100">artikel 100</extref> niet is bepaald dat er een gemeentelijke dienst of
                    organisatie bouw- en woningtoezicht moet zijn, doch dat het gemeentebestuur in
                    het bouw- en woningtoezicht voorziet. Dit betekent, dat het aan het
                    gemeentebestuur wordt overgelaten te bepalen op welke wijze daarin wordt
                    voorzien. Als voorbeelden worden genoemd: een gemeentelijk bouw- en
                    woningtoezicht of een bouw- en woningtoezicht op basis van een
                    gemeenschappelijke regeling dan wel anderszins, waarbij gedacht kan worden aan
                    een geprivatiseerde vorm van toezicht. Als gevolg van deze ruime uitleg van het
                    voorzien in het bouw- en woningtoezicht kunnen ten aanzien van bijvoorbeeld de
                    brandveiligheidvoorschriften brandweerfunctionarissen worden aangewezen.</al><al>De in het Streekgewest samenwerkende gemeenten maken gebruik van de
                    mogelijk­heden die de Regionale Brandweer biedt bij de advisering over
                    brandpreventievraag­stukken. Het gaat hierbij om een zoveel mogelijk zelfde
                    beleid te voeren zoals landelijk en binnen de regio ten aanzien van preventie
                    wordt geadviseerd.</al><al>Als gevolg hiervan ontstaat in de gemeenten min of meer dezelfde technische
                    uitvoering van het beleid. Het verdient dan ook aanbeveling het
                    handhavingsbeleid op elkaar af te stemmen. Het ligt voor de hand, hiervoor
                    brandweerfunctionarissen aan te wijzen, uiteraard voor zover de interne
                    gemeentelijke organisatie dat toestaat.</al><al><vet>Artikel 4 Beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening</vet></al><al>De aan burgemeester en wethouders opgedragen zorg voor de brandveiligheid, zoals
                    deze in wetgeving is omschreven (zie de algemene toelichting), betreft in
                    hoofdzaak de zorg voor een redelijke brandpreventie en een redelijke
                    brandrepressie, alsmede de voorbereiding daarop: de pro-actie en de preparatie.
                    In paragraaf 1.2 van de algemene toelichting is de noodzaak aangegeven de
                    brandpreventie en de brandrepressie in samenhang te beoordelen.</al><al>Een beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening geeft aan op welke wijze de
                    gemeen­te voor een bepaalde periode uitvoering geeft aan de zorgplicht voor de
                    brandveiligheld, de hulpverlening anders dan bij brand en het gemeentelijk
                    aandeel in de rampen­bestrijding.</al><al>In zo'n plan wordt onder meer het gewenste brandveiligheidniveau beschreven. Het
                    brandveiligheidniveau wordt enerzijds bepaald door de gekozen repressieve
                    sterkte van de brandweer (in samenwerking met de regionale brandweer) en
                    anderzijds het brandpreventieniveau. Het brandpreventieniveau wordt deels
                    bepaald door de keuze van het (vooral bouwkundige) brandpreventieniveau binnen
                    de bandbreedte die het Bouwbesluit toestaat voor bestaande bouwwerken en deels
                    door de handhaving van die keuze. Concreet gesteld: er dient een standpunt te
                    worden ingenomen t.a.v. de repressieve sterkte van de brandweer met het oog op
                    de brandbestrijding, de hulpverlening anders dan bij brand en het gemeentelijk
                    aandeel in de rampenbestrijding. Vervolgens zal het gemeentebestuur zich ook een
                    oordeel moeten vormen over het gewenste brandpre­ventieniveau, de handhaving
                    daarvan en de daarmee samenhangende financiële en personele consequenties.</al><al><vet>Artikel 5 Regionale taken</vet></al><al>In artikel 5 gaat het om
                    op regionale schaal op te pakken gemeentelijke taken. Deze kunnen worden
                    onderscheiden in taken die kunnen worden uitgevoerd door de Regionale Brandweer
                    en/of door een of meer gemeenten. Het is bijvoorbeeld niet nodig dat alle
                    gemeenten op alle gebieden, de brandweerzorg en hulpverlening en de
                    rampenbestrijding betreffende, specialist zijn.</al><al>Als gevolg van het bovenstaande valt er onderscheid te maken tussen
                    verschillende taken. Namelijk de taken die de Regionale Brandweer verplicht, op
                    grond van de wet, moet uitvoeren, zoals in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=3">artikel 3, tweede lid, van de Brandweerwet 1985</extref> is omschre­ven, en
                    de regionale taken, die een gemeente op verzoek van de Regionale Brandweer
                    uitvoert. Het Project Versterking Brandweer bevindt zich in de fase van het
                    schrijven en vaststellen door regio en samenwerkende gemeenten van het Regionaal
                    Organisatie­plan Brandweer en Rampenbestrijding regio Westelijk Noord-Brabant.
                    In dat plan wordt een taakverdeling tussen de gemeentelijke brandweer en het
                    regionale bureau voorgesteld. Afhankelijk van de resultaten van het overleg en
                    de besluitvorming over het organisatieplan zullen de artikelen 3 en 5 in de toekomst kunnen
                    worden aang­epast aan de dan gemaakt afspraken.</al><al><vet>Artikel 6 Personeel</vet></al><al>De personeelsformatie voor preventieve taken volgt uit de keuze voor het te
                    handha­ven brandveiligheidniveau in de gemeente. De gemaakte keuze ligt vast in
                    het in artikel
                        4 bedoelde beleidsplan brandveiligheid.</al><al>De personeelsformatie voor de repressieve taken is afhankelijk van het materieel
                    dat volgt uit het dekkingsplan voor brandrisico en het (dekkings)plan voor
                    hulpverlening anders dan bij brand.Op het moment van inwerkingtreden van deze
                    verordening zal de organisatie nog niet sporen met het bepaalde in dit artikel.
                    Dat zal via natuurlijk verloop na ongeveer twee jaar wel het geval zijn (ook:
                        artikel
                        11). De functie van plaatsvervangend commandant beoogt met name
                    vervanging, beperkt tot de beheersmatige (dus niet de operationele)
                    aspecten.</al><al><vet>Artikel 7 Opleiding en oefening</vet></al><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de opleiding en oefening van het
                    brandweerpersoneel door onder meer het vaststellen van een meerjaren opleidings-
                    en oefenplan. Het betreft hier het oefenplan voor de eigen organisatie.
                    Oefenplannen voor grootschalig optreden en rampenbestrijding zijn de
                    verantwoordelijkheid van de Regionale Brandweer</al><al><vet>Artikel 8 Instructie commandant</vet></al><al>Het bepaalde in artikel
                        8 legt de grondslag voor de eenhoofdige leiding en de
                    gezags­verhouding, die voor een goed functioneren van de brandweer onmisbaar
                    zijn. De instructie voor de commandant zal naast de aan een juiste
                    taakvervulling verbonden verplichtingen en bevoegdheden de regeling voor de
                    vervanging van de commandant bevatten. In dit verband valt bovendien te denken
                    aan het in goede staat doen verkeren van het materieel, de gebouwen, de
                    installaties, de materialen en de overige goederen van de brandweer, alsmede de
                    kleding en uitrusting van het personeel. Daartoe zullen periodieke inspecties,
                    controles en beproevingen noodzakelijk zijn, waarvan de uitvoering bij
                    instructie aan de commandant wordt opgedragen. Tenslotte ware als gemachtigde
                    van de burgemeester tot het aanvragen en verlenen van bijstand bij instructie in
                    ieder geval de commandant aan te wijzen.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=173">Artikel 173 van de Gemeentewet</extref> bepaalt dat de burgemeester het
                    opperbevel heeft bij brand, alsmede bij ongevallen anders dan brand voor zover
                    de brandweer daarbij een taak heeft. Om te voorkomen dat daarbij getreden wordt
                    op het terrein van anderen, is de beperking aangebracht dat de brandweer bij
                    bedoelde ongevallen een taak moet hebben. Het hier bedoelde opperbevel houdt in
                    de bevoegdheid van de burgemeester - als politie-autoriteit en hoogste
                    burgerlijke overheid ter plaatse - tot het (bij brand e.d.) nemen van
                    maatregelen ter handhaving van de openbare orde en van buitengewone, in het
                    eigendomsrecht ingrijpende, maatregelen (onverwijlde inbezitneming in verband
                    met de openbare veiligheid). Daarnaast brengt de term opperbevel tot uitdrukking
                    dat de uiteindelijke verantwoor­delijkheid en de bestuurlijke coordinatie bij de
                    brandbestrijding e.d. in handen van de burgemeester liggen.</al><al><vet>Artikel 9 Materieel</vet></al><al>Uit het dekkingsplan voor het brandrisico (rapport SAVE) en het dekkingsplan
                    voor de hulpverlening anders dan bij brand volgt de vereiste repressieve
                    capaciteit van de brandweer. Deze bepaalt de hoeveelheid materieel die ingezet
                    moet kunnen worden. In dit artikel is de minimale hoeveelheid en het soort
                    materieel vastgelegd. Het hier vastgelegde en in te zetten materieel kan van de
                    gemeente zelf zijn, door de regio worden ingezet en/of door particulieren door
                    middel van waakvlamovereenkomsten worden geleverd.</al><al><vet>Artikel 10 Bluswatervoorzieninq</vet></al><al>Het blussen van branden is een belangrijke taak van de brandweer. Het blusmiddel
                    water wordt naast andere blusmiddelen het meest gebruikt. De zorg voor de
                    brandvei­ligheid - zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Brandweerwet%201985/article=1">artikel 1, vierde lid, van de Brandweerwet 1985</extref>- geeft aan dat
                    burgemeester en wethouders tevens verantwoordelijk zijn voor een adequate
                    bluswatervoorziening.</al><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening kan op grond
                    van de Bouwverordening een niet-openbare bluswatervoorziening worden geëist als
                    voorwaarde voor het verlenen van een bouwvergunning. Dit komt voor bij ver van
                    de bebouwde kom gelegen bouwwerken of indien een grote hoeveelheid bluswater
                    ineens nodig is, bijvoorbeeld bij een sprinklerinstallatie. De gemeente bepaalt
                    waar de grens ligt tussen de publieke plicht om voor voldoende bluswater te
                    zorgen en de noodzaak voor anderen dat te doen. Van belang is het hier nogmaals
                    te vermelden dat brandbestrijding een publieke taak is</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>