<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73223_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering Nieuw-Vossemeersedijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">SC 20-06-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering Nieuw-Vossemeersedijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=216">Gemeentewet, art. 216 juncto art. 222 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>7h</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering Nieuw-Vossemeersedijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27
                        mei 2008</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=216">artikelen 216</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">222 van de Gemeentewet</extref> en het "Aangevuld bekostigingsbesluit
                        aanleg riolering Nieuw-Vossemeersedijk" vastgesteld bij raadsbesluit van 23
                        februari 2006;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting riolering
                        Nieuw-Vossemeersedijk</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>een onroerende zaak: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="b."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer aangrenzende gebouwde en/of
                                        ongebouwde eigendommen die naar omstandigheden beoordeeld
                                        bij elkaar behoren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>het bestemmingsplan: </al><lijst><li nr="a."><al>het bestemmingsplan Kom Nieuw-Vossemeer, vastgesteld door de
                                        raad van de gemeente Steenbergen in zijn vergadering van 28
                                        augustus 1997 en door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
                                        gedeeltelijk goedgekeurd op 24 maart 1998, nummer 185628, en
                                        onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling
                                        bestuursrechtspraak d.d. 1 juli 1999, nr.
                                        E01980394/1/G1I;</al></li><li nr="b."><al>het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld door de raad
                                        van de gemeente Steenbergen in zijn vergadering van 19
                                        december 1996 en door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
                                        goedgekeurd op 7 mei 1997, nummer 172491, door de Afdeling
                                        bestuursrechtspraak gedeeltelijk vernietigd en vervolgens
                                        door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant voorzien van een
                                        nieuwe beslissing bij hun besluit van 7 december 1999.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>bestemming: de voor een onroerende zaak van toepassing zijnde
                                bestemming op grond van het bestemmingsplan.</al></li><li nr="4."><al>vrijstelling Wonen: bouwmogelijkheid voor het oprichten van een
                                woning op grond van een vrijstelling van een bestemmingsplan op
                                basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wro">artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</extref>, die
                                op de peildatum is verleend.</al></li><li nr="5."><al>peildatum: de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222, derde lid van de Gemeentewet</extref> bedoelde
                                peildatum voor de baatbepaling, i.c. 1 juli 2007.</al></li><li nr="6."><al>oppervlakte: het aantal volle vierkante meters van een onroerende
                                zaak, voor zover deze vierkante meters zijn gelegen in een
                                bestemming.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 2. Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "baatbelasting riolering Nieuw-Vossemeersedijk" wordt
                                in de vorm van een heffing-ineens een directe belasting geheven ter
                                zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de rode
                                omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig
                                gewaarmerkte kaart, waarop op de peildatum van toepassing is een
                                bestemming of vrijstelling Wonen als vermeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5</extref>, en die op de peildatum zijn gebaat door de
                                in lid 2 genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden
                                gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 bedoelde voorzieningen omvatten: </al><lijst><li nr="a."><al>het verwerven dan wel beschikbaar stellen van de ondergrond
                                        van de aan te leggen riolering;</al></li><li nr="b."><al>het verrichten van graafwerkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>het leggen van leidingen;</al></li><li nr="d."><al>het plaatsen van pompgemalen en putten;</al></li><li nr="e."><al>het leveren en installeren van gemalen, voedingskasten,
                                        storingssignalering;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van overige werken en werkzaamheden voor de
                                        onderdelen a t/m e.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 3. Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak
                                als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-belastbaar-feit">artikel 2.1</extref>, het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                                of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van lid 1 wordt als genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het
                                tijdstip van ingang van de heffing dan wel indien de belasting wordt
                                geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van
                                het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                                vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                                    <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-belastbaar-feit">artikel 2.2</extref> ter zake van een onroerende zaak krachtens
                                overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van
                                die onroerende zaak niet geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 4. Maatstaf en heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al></li><li nr="2."><al>Indien in de periode gelegen tussen de peildatum en de datum van
                                ingang van de heffing van deze verordening de eigendom, het bezit of
                                beperkt recht van een gedeelte van een op de peildatum bestaande
                                onroerende zaak is dan wel wordt overgedragen, wordt voor de
                                vaststelling van de belastingschuld voor de na de overdracht op de
                                datum van ingang van heffing bestaande onroerende zaken uitgegaan
                                van een vaststelling van de belastingschuld volgens de volgende
                                formule: A/B x C x € 1,—</al></li><li nr="Voor"><al>deze formule geldt: </al><lijst><li nr="A."><al>de oppervlakte met een bestemming als vermeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5.1</extref> van de na de overdracht op de
                                        datum van ingang van de heffing bestaande onroerende
                                        zaak;</al></li><li nr="B."><al>de oppervlakte met een bestemming of vrijstelling Wonen als
                                        vermeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5.1</extref> van de op de peildatum bestaande
                                        onroerende zaak;</al></li><li nr="C."><al>de belasting zoals deze ingevolge <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5</extref> zou gelden voor de op de peildatum
                                        bestaande onroerende zaak op de peildatum van heffing,
                                        indien geen gedeeltelijke overdracht zou hebben
                                        plaatsgevonden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 5. Belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak het bedrag dat in
                                onderstaande tabel is opgenomen, waarop geheel of gedeeltelijk de
                                bestemming of vrijstelling Wonen zoals opgenomen in onderstaande
                                tabel van toepassing is: </al><table><tgroup cols="2"><thead><row><entry colname="col1"><al>Bestemming onroerend zaak</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag in €</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding
                                                  "Woondoeleinden"</al></entry><entry colname="col2"><al>3.600</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding
                                                  "Detailhandel"</al></entry><entry colname="col2"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding
                                                  "Detailhandel in volumineuze goederen"</al></entry><entry colname="col2"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding
                                                  "Horeca"</al></entry><entry colname="col2"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding
                                                  "Bedrijf"</al></entry><entry colname="col2"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Agrarisch bouwblok A</al></entry><entry colname="col2"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrijstelling Wonen</al></entry><entry colname="col2"><al>3.600</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="2."><al>Indien voor een onroerende zaak meerdere bestemmingen zoals vermeld
                                in de tabel in lid 1 gelden, bedraagt de belasting het hoogste
                                bedrag behorende bij de bestemmingen als vermeld in deze tabel die
                                op de onroerende zaak toepassing zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 6. Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-belastbaar-feit">artikel 2</extref> wordt op verzoek van de belastingplichtige
                                de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting
                                gedurende vijf jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin, dient
                                binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk te
                                worden ingediend bij de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de
                                    Gemeentewet</extref> bedoelde gemeenteambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni.</al></li><li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde, berekend op basis van een periode van vijf jaren en
                                een rentevoet van 4 % per jaar.</al></li><li nr="4."><al>De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan worden
                                afgekocht. Hiertoe dient een schriftelijk verzoek te worden
                                ingediend bij de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de
                                    Gemeentewet</extref> bedoelde ambtenaar, voorafgaand aan het
                                eerste belastingjaar van de periode waarop de afkoop betrekking
                                heeft. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1
                                januari van het belastingjaar waarop de afkoop betrekking heeft nog
                                te verschijnen belastingbedragen, berekend naar een rentevoet van 4
                                % per jaar.</al></li><li nr="5."><lijst><li nr="a."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                        jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het
                                        belastingtijdvak als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5.1</extref> eindigt of wijzigt als gevolg van
                                        het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt
                                        de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                        recht met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een
                                        aanslag-ineens opgelegd voor de nog niet aangevangen
                                        belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                                        overeenkomstig lid 4 van dit artikel.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op
                                        verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige
                                        de jaarlijkse heffing overeenkomstig <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5.1</extref> gecontinueerd. Het verzoek daartoe
                                        dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag
                                        ingevolge onderdeel a, schriftelijk te worden ingediend bij
                                        de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=231">artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de
                                            Gemeentewet</extref> bedoelde gemeenteambtenaar.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
                                bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
                                wordt overgedragen, wordt - voor de verdeling van de resterende
                                belastingschuld - de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4
                                voor de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog
                                niet aangevangen belastingjaren.</al></li><li nr="De"><al>vaststelling van de resterende belastingschuld zoals bedoeld in de
                                vorige volzin, geschiedt op basis van de volgende formule: A/BxCx€
                                1,-</al></li><li nr="Voor"><al>deze formule geldt: </al><lijst><li nr="A:"><al>de oppervlakte met een bestemming als vermeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5.1</extref> van de na de overdracht bestaande
                                        onroerende zaak;</al></li><li nr="B:"><al>de oppervlakte met een bestemming als vermeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5.1</extref> van de voor de overdracht
                                        bestaande onroerende zaak;</al></li><li nr="C:"><al>de resterende belastingschuld voor de op het moment van de
                                        overdracht nog niet aangevangen belastingjaren, zoals deze
                                        gold voor de voor de overdracht bestaande onroerende
                                        zaak.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 7. Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><titel>artikel 8. Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Invorderingswet/article=9">artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet</extref> moeten de
                                aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede
                                maand volgende op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld.</al></li><li nr="2."><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20termijnenwet">Algemene termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de in
                                lid 1 gestelde termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 9. Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>artikel 10. Nadere regels door het college van Burgemeester en
                            Wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><titel>artikel 11. Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de
                                bekendmaking ervan.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2008.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>artikel 12. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening baatbelasting riolering
                        Nieuw-Vossemeersedijk.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 19 juni 2008</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting behorende bij de Verordening baatbelasting riolering
                        Nieuw-Vossemeersedijk</vet></al><al><vet>artikel 13.1. Algemeen</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> geeft de gemeente de zorgplicht voor het
                    doelmatig inzamelen en transporteren van afvalwater. De aanleg van deze
                    riolering voorziet in de uitvoering van het gemeentelijk rioleringsplan van de
                    gemeente Steenbergen. Het rioleringsplan is door de gemeenteraad vastgesteld in
                    zijn vergadering van 24 april 2003.</al><al>Ter uitvoering van het gemeentelijke rioleringsplan heeft gemeente Steenbergen
                    riolering aangelegd in de Nieuw-Vossemeersedijk.</al><al><vet>artikel 14.2. Aangevuld bekostigingsbesluit</vet></al><al>Teneinde het verhaal van de kosten van de aanleg van de riolering te kunnen
                    realiseren, heeft de gemeenteraad van Steenbergen in zijn vergadering van 23
                    februari 2006 het "Aangevuld bekostigingsbesluit aanleg riolering
                    Nieuw-Vossemeersedijk" vastgesteld. Dit aangevuld bekostigingsbesluit is
                    gebaseerd op de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Exploitatie-verordening-gemeente-Steenbergen-1997/10-06-1997">Exploitatieverordening gemeente Steenbergen 1997</extref> en voorziet in de
                    mogelijkheid van privaatrechtelijk kostenverhaal in de vorm van
                    exploitatieovereenkomsten. Het aangevuld bekostigingsbesluit voldoet echter
                    tevens aan de voorwaarden van een bekostigingsbesluit als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 van de Gemeentewet</extref>. Het bekostigingsbesluit voorziet
                    in kostenverhaal op publiekrechtelijke grondslag: een baatbelasting. Dit
                    betekent dat een aangevuld bekostigingsbesluit tevens voorziet in de
                    mogelijkheid om toepassing te geven aan baatbelasting. Het is dan ook niet nodig
                    om naast het aangevuld bekostigingsbesluit alsnog een bekostigingsbesluit door
                    de gemeenteraad te laten vaststellen.</al><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit heeft de gemeenteraad de onroerende zaken
                    aangeduid die baat ondervinden van de aanleg van de riolering. Uitgangspunt voor
                    het afbakenen van dit gebied is de aard van de te treffen voorziening: de aanleg
                    van de riolering.</al><al>Daarnaast heeft de gemeenteraad aangegeven dat een gedeelte van de kosten van
                    deze voorziening worden verhaald. In het aangevuld bekostigingsbesluit is in het
                    kader van de baatbelasting een indicatieve begroting van de kosten opgenomen.
                    Tevens is ten aanzien van de baatbelasting vermeld dat de definitieve omvang en
                    verdeling van de kosten over de gebate onroerende zaken worden geregeld in de
                    later vast te stellen baatbelastingverordening. Uitsluitend de kosten die zijn
                    gemaakt voor de gebate onroerende zaken die in deze verordening zijn aangeduid,
                    zijn betrokken in de omslag over de gebate onroerende zaken.</al><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit is gepubliceerd in het plaatselijke weekblad
                    Steenbergse Courant' van 3 maart 2006 en is op 1 maart 2006 opgenomen in het
                    Register Belastingverordeningen en (Aanvullende) Bekostigingsbesluiten gemeente
                    Steenbergen. De aanleg van de riolering in het gebied is aangevangen op 22 mei
                    2006. De eerste oplevering van de aanleg van de riolering heeft blijkens het
                    proces-verbaal plaatsgevonden op 12 juli 2006; de eindoplevering heeft
                    plaatsgevonden op 8 februari 2007.</al><al>De gemeente Steenbergen verhaalt de kosten van de aanleg van de riolering zowel
                    via het sluiten van overeenkomsten als via de baatbelasting. Voor die gebate
                    onroerende zaken waarvoor geen overeenkomst is gesloten, verhaalt de gemeente de
                    kosten via de heffing van een baatbelasting.</al><al><vet>artikel 15.3. Bestemmingsplan en vrijstelling Wonen</vet></al><al>De onroerende zaken die een aansluitmogelijkheid krijgen op de nieuwe riolering
                    en dus baat ondervinden, zijn gelegen in de bestemmingsplannen "Kom
                    Nieuw-Vossmeer" of "Buitengebied". In deze bestemmingsplannen zijn bestemmingen
                    opgenomen, waarin de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden die voor een
                    onroerende zaak gelden, in concrete en objectieve zin zijn vastgelegd. De
                    bestemming van een onroerende zaak op de peildatum voor de baatbepaling zoals
                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222, derde lid Gemeentewet</extref>, t.w. 1 juli 2007, is van
                    belang voor de beoordeling van de vraag of de onroerende zaak is gebaat en voor
                    het verschuldigd zijn van het bedrag voor de aanleg van de riolering. De
                    bestemmingen die van belang zijn voor de beoordeling van de aanwezigheid en de
                    mate van baat van de aangelegde riolering, bieden de mogelijkheid om op de
                    onroerende zaak bebouwing op te richten. In het kader van de onderhavige
                    belasting zijn alleen die bestemmingen relevant, op grond waarvan bebouwing
                    mogelijk is voor die functies waarvoor het van belang is dat wordt voorzien in
                    de aanleg van riolering, zoals woonfuncties, bedrijfsdoeleinden etc. De
                    bestemmingen waarvoor dit geldt, zijn opgenomen in de tabel in artikel 5, lid 1. Onroerende zaken
                    waarop ondergeschikte bebouwing, zoals schuilhutten, veldschuren en kleine
                    veestallen, kunnen worden gebouwd, zijn in het kader van de aanleg van riolering
                    dan ook niet gebaat en blijven daarmee buiten de omslag van de kosten.</al><al>In de plaats van de genoemde bestemmingsplannen zijn de gebruiksmogelijkheden
                    voor een aantal onroerende zaken vastgelegd in de vorm van een <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wro">artikel 19
                        WRO</extref>-vrijstelling. Een dergelijke vrijstelling houdt in dat het
                    college van burgemeester en wethouders van Steenbergen met toepassing van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wro">artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</extref> vrijstelling van
                    een geldend bestemmingsplan heeft verleend voor het oprichten van bebouwing in
                    afwijking van laatstbedoeld bestemmingsplan. In het kader van de aanleg van
                    riolering heeft het college voor een aantal onroerende zaken vrijstelling
                    verleend voor het oprichten van bebouwing voor die functies waarvoor het van
                    belang is dat wordt voorzien in de aanleg van riolering, i.c woonfuncties. Deze
                    vrijstelling is opgenomen in de tabel in artikel 5, lid 1.</al><al>In onderstaande tabel zijn de bestemmingen en vrijstelling Wonen opgenomen met
                    bijbehorende gebruiksmogelijkheden en het bijbehorende tarief wat betreft de
                    omslag van de kosten van de aangelegde riolering.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Bestem. onroerende zaken</al></entry><entry colname="col2"><al>Gebruiksmogelijkheid</al></entry><entry colname="col3"><al>Bedrag in €</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding
                                        "Woondoeleinden"</al></entry><entry colname="col2"><al>wonen toegestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>3.600</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding
                                        "Detailhandel"</al></entry><entry colname="col2"><al>wonen en detailhandel toegestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding "Detailhandel in
                                        volumineuze goederen"</al></entry><entry colname="col2"><al>wonen en detailhandel in volumineuze goederen
                                        toegestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding "Horeca"</al></entry><entry colname="col2"><al>wonen en horeca toegestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemengde bebouwing met de functieaanduiding"Bedrijf"</al></entry><entry colname="col2"><al>wonen en bedrijf toegestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Agrarisch bouwblok A</al></entry><entry colname="col2"><al>wonen en agrarisch bedrijf toegestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>7.200</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrijstelling Wonen</al></entry><entry colname="col2"><al>wonen toegestaan</al></entry><entry colname="col3"><al>3.600</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>artikel 16.4. Artikelsgewijze toelichting</vet></al><lijst><li nr="1."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1-begripsomschrijvingen">Artikel 1: Begripsomschrijvingen</extref></al><lijst><li nr=""><al>Met betrekking tot de afbakening van het belastingobject is
                                    uitgegaan van een op de peildatum gebouwd of ongebouwd of
                                    ongebouwde eigendommen die naar omstandigheden beoordeeld bij
                                    elkaar horen.</al></li><li nr=""><al>Lid 2 bepaalt wat verstaan dient te worden onder
                                    bestemmingsplan.</al></li><li nr=""><al>Lid 3 verwijst naar de bestemmingen die op de onroerende zaken
                                    van toepassing zijn, zoals opgenomen in het bestemmingsplan.
                                    Deze bestemmingen zijn onder andere van belang voor de
                                    vaststelling van de objectieve gebruiksmogelijkheden (zie
                                        <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-maatstaf-en-heffing">artikelen 4</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">5</extref>).</al></li><li nr=""><al>Lid 4 vermeldt wat er onder de vrijstelling Wonen wordt
                                    verstaan. Deze vrijstelling is onder andere van belang voor de
                                    vaststelling van de objectieve gebruiksmogelijkheden (zie
                                        <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-maatstaf-en-heffing">artikelen 4</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">5</extref>).</al></li><li nr=""><al>Lid 5 bepaalt de peildatum voor het meten van de baat zoals
                                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222, derde lid Gemeentewet</extref>. In dit artikel
                                    is het tijdstip van gebaat zijn opgenomen. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222, derde lid van de Gemeentewet</extref> mag dit
                                    tijdstip liggen uiterlijk één jaar nadat de voorzieningen geheel
                                    zijn voltooid. De gemeente moet dit tijdstip in de verordening
                                    vermelden. De aanleg van de riolering is gestart op 22 mei 2006
                                    en de eerste oplevering heeft plaatsgevonden op 12 juli 2006. De
                                    aanleg van de riolering is geheel definitief voltooid op 8
                                    februari 2007. Dit betekent dat de peildatum uiterlijk ligt op
                                    12 juli 2007. Nu de peildatum in dit lid is gesteld op 1 juli
                                    2007, wordt voldaan aan het gestelde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222, lid 3 van de Gemeentewet</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-belastbaar-feit">Artikel 2: Belastbaar feit</extref></al><lijst><li nr=""><al>Door middel van dit artikel maakt de kaart waarop de gebate
                                    onroerende zaken zijn aangegeven, deel uit van de
                                    belastingverordening. De gebate onroerende zaken zijn gelegen
                                    binnen de rode omlijning zoals deze op de kaart is
                                    aangegeven.</al></li><li nr=""><al>In dit artikel is het tijdstip van 'gebaat zijn' opgenomen. Voor
                                    een nadere uitleg hiervan wordt verwezen naar de toelichting bij
                                        <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1-begripsomschrijvingen">artikel 1, lid 4</extref>.</al></li><li nr=""><al>Voor de vraag of een onroerende zaak is gebaat, geldt dat er
                                    binnen 40 meter van de onroerende zaak een aansluitmogelijkheid
                                    op de riolering dient te zijn. Het criterium van 40 meter is
                                    gebaseerd op het arrest van het gerechtshof Arnhem d.d. 14 juni
                                    2001, zaaknummer 99/30. Voor de aanwezigheid van baat is tevens
                                    van belang de bestemming/vrijstelling die voor een onroerende
                                    zaak geldt; een en ander is uitgelegd in deze toelichting in
                                    paragraaf 3 Bestemmingsplan. Is er op 1 juli 2007 sprake van een
                                    gebate onroerende zaak, dan wordt deze in de omslag betrokken;
                                    ongeacht of er later sprake is van een gewijzigde bestemming of
                                    vrijstelling of van een splitsing van de gebate onroerende zaak
                                    in verschillende eigendommen.</al></li><li nr=""><al>Als heffingsmaatstaf wordt uitgegaan van een vast bedrag per
                                    onroerende zaak. Bij het bepalen van het tarief per onroerende
                                    zaak is uitgegaan van het aantal onroerende zaken op de in
                                    artikel 2 genoemde peildatum. Een latere splitsing van een op de
                                    peildatum bestaande onroerende zaak heeft niet tot gevolg dat
                                    tweemaal het oorspronkelijke bedrag per nieuw ontstane
                                    onroerende zaak aan belasting wordt geheven. Dit zou er immers
                                    toe kunnen leiden dat, in geval van splitsing, de
                                    belastingopbrengst meer zou kunnen bedragen dan de gemaakte
                                    kosten of het maximale bedrag aan te verhalen kosten zoals dat
                                    in het aangevuld bekostigingsbesluit is vermeld, hetgeen niet is
                                    toegestaan. Voor de vaststelling van de belasting op de
                                    peildatum van ingang van de heffing bestaande onroerende zaak
                                    wordt uitgegaan van een verdeling van de belastingschuld zoals
                                    deze geldt voor de op 1 juli 2007 bestaande onroerende zaak,
                                    over de op de datum van ingang heffing bestaande nieuwe
                                    onroerende zaken. De heffingsmaatstaf legt een nadrukkelijke
                                    relatie met de planologische situatie die op de peildatum 1 juli
                                    2007 op een onroerende zaak van toepassing is.</al></li><li nr=""><al>Het hanteren van deze maatstaven leidt er niet toe dat het
                                    bedrag dat in het aangevuld bekostigingsbesluit als totaal aan
                                    bijdragen is vermeld, wordt overschreden. Dit is immers niet
                                    toegestaan.</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Kosten</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedragen in €</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>De kosten van de aanleg van de riolering zijn als
                                                volgt:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kosten vestiging zakelijk recht</al></entry><entry colname="col2"><al>12.684,74</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kosten aanleg riolering</al></entry><entry colname="col2"><al>66.718,81</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kosten engineering, Voorbereiding en toezicht</al></entry><entry colname="col2"><al>19.267,12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Niet-verhaalbare btw</al></entry><entry colname="col2"><al>633,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totale kosten</al></entry><entry colname="col2"><al>99.303,67</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr=""><al>De kosten voor de gemeente bedragen dus € 99.303,67.</al></li><li nr=""><al>Huisaansluitingen</al></li><li nr=""><al>In dit kostenoverzicht zijn de kosten van de huisaansluitingen
                                    niet opgenomen. Onder huis-aansluiting wordt verstaan de kosten
                                    van de aanleg van de aansluiting voor een individuele onroerende
                                    zaak. Aangezien de riolering met bijbehorende pompputten is
                                    gesitueerd binnen de begrenzing van een onroerende zaak, bestaan
                                    de kosten van de huisaansluiting uit de kosten vanaf de pompput
                                    van de persleiding of het vrijvervalriool (hoofdtracé) tot aan
                                    de gevel van de aan te sluiten panden op de desbetreffende
                                    onroerende zaak.</al></li><li nr=""><al>a. Opbrengsten</al></li><li nr=""><al>De tarieven die de gemeente hanteert bij de toepassing van
                                    baatbelasting, zijn gelijk aan de bedragen die de gemeente
                                    hanteert bij het verhalen van kosten via het sluiten van
                                    exploitatie-overeenkomsten.</al></li><li nr=""><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit is bepaald dat de maximaal
                                    verhaalbare kosten € 101.192,–bedragen. In het onderdeel "Wijze
                                    van toerekening" van bedoeld aangevuld bekostigingsbesluit is
                                    aangegeven op welke wijze de gebate onroerende zaken bijdragen
                                    in de kosten. Uit het overzicht "Kosten" dat hiervoor is
                                    opgenomen, blijkt dat de werkelijke kosten voor de gemeente €
                                    99.303,67 bedragen. De werkelijke kosten zijn hiermee lager dan
                                    de kosten die in het aangevuld bekostigingsbesluit zijn geraamd.
                                    Het totaal van de bijdragen dat van de gebate onroerende zaken
                                    wordt geheven, is lager dan het totaal aan de werkelijk
                                    verhaalbare kosten.</al></li><li nr=""><al>De voorzieningen die baat opleveren voor de onroerende zaken
                                    zoals deze zijn aangeduid op de kaart, zijn in lid 2 van dit
                                    artikel verwoord.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-belastingplicht">Artikel 3: Belastingplicht</extref></al><lijst><li nr=""><al>Ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222, eerste lid Gemeentewet</extref> zijn
                                    belastingplichtig de genothebbenden krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht van de door de gemeente getroffen voorzieningen.
                                    Niet relevant is of de genothebbende krachtens eigendom, bezit
                                    of beperkt recht ook geldt als (feitelijke) gebruiker van de
                                    gebate onroerende zaak. Voor de vaststelling van de
                                    genothebbende wordt uitgegaan van de gegevens zoals deze blijken
                                    uit de kadastrale registratie, tenzij blijkt dat deze
                                    (rechts)persoon op de desbetreffende onroerende zaak geen
                                    genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                    is.</al></li><li nr=""><al>Indien de kosten die zijn verbonden aan het treffen van de
                                    voorzieningen genoemd in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-belastbaar-feit">artikel 2, tweede lid</extref> door de belastingplichtige
                                    krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de
                                    belasting ter zake van de betreffende onroerende zaak niet
                                    geheven.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-maatstaf-en-heffing">Artikel 4: Maatstaf van heffing</extref></al><lijst><li nr=""><al>De gemeente is in beginsel vrij in het bepalen van de
                                    heffingsmaatstaf, mits het bedrag van de gemeentelijke
                                    belastingen niet afhankelijk wordt gesteld van het inkomen, de
                                    winst of het vermogen.</al></li><li nr=""><al>Gekozen is voor een maatstaf van een bedrag per onroerende zaak.
                                    Het vaste bedrag is gekoppeld aan een bestemming of vrijstelling
                                    die op de onroerende zaak van toepassing is.</al></li><li nr=""><al>In lid 2 is vermeld dat in eerste instantie de belastingschuld
                                    is gerelateerd aan de situatie zoals deze voor een onroerende
                                    zaak geldt per peildatum van het meten van de baat: 1 juli 2007.
                                    In het geval een gedeelte van de onroerende zaak na de peildatum
                                    is vervreemd, wordt de aldus vastgestelde belastingschuld
                                    vervolgens verdeeld over de uit deze onroerende zaak (nieuw)
                                    ontstane onroerende zaken op de datum van ingang van de heffing
                                    (i.c. 1 juli 2008). De verdeling geschiedt naar rato van de
                                    oppervlakte van de op de datum van ingang van de heffing
                                    bestaande onroerende zaken. Hierbij wordt de oppervlakte bepaald
                                    door het aantal volle vierkante meters van de onroerende zaken,
                                    voor zover deze vierkante meters zijn gelegen in de bestemmingen
                                    die in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5</extref> zijn vermeld.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">Artikel 5: Belastingtarief</extref></al><lijst><li nr=""><al>Lid 1</al></li><li nr=""><al>De belasting per onroerende zaak is afgestemd op de bestemming
                                    of vrijstelling die op een onroerende zaak op de peildatum van
                                    toepassing is. De bestemming of vrijstelling bepaalt in
                                    objectieve zin de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de
                                    onroerende zaak. In het kader van de onderhavige belasting zijn
                                    alleen die bestemmingen of vrijstellingen relevant, op grond
                                    waarvan bebouwing mogelijk is voor die functies waarvoor het van
                                    belang is dat wordt voorzien in de aanleg van riolering. Voor de
                                    bestemmingen die in dit lid zijn opgenomen, geldt dat het
                                    oprichten van gebouwen is toegestaan, zoals woningen,
                                    bedrijfsgebouwen, etc. Onroerende zaken waarop ondergeschikte
                                    bebouwing zoals schuilhutten, veldschuren en kleine veestallen,
                                    kunnen worden gebouwd, zijn in het kader van de aanleg van
                                    riolering niet gebaat en blijven daarmee buiten de omslag van de
                                    kosten.</al></li><li nr=""><al>De omslag van kosten</al></li><li nr=""><al>Zoals hiervoor is vermeld, worden de kosten omgeslagen
                                    overeenkomstig het gestelde in dit artikel. Deze wijze van
                                    omslag van de kosten leidt ertoe dat de gemeente Steenbergen
                                    niet meer kosten omslaat dan zij heeft bepaald in het aangevuld
                                    bekostigingsbesluit en die in werkelijkheid zijn gemaakt.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-regeling-inzake-heffing-in-de-vorm-van-een-jaarlijkse-belasting">Artikel 6: Regeling inzake de heffing in de vorm van een jaarlijkse
                                belasting</extref></al><lijst><li nr=""><al>Op verzoek van de belastingplichtige kan de baatbelasting in de
                                    vorm van een jaarlijkse belasting gedurende maximaal dertig
                                    jaren worden geheven. De gemeente is verplicht daarvoor een
                                    regeling te treffen in de verordening.</al></li><li nr=""><al>De gemeente is van mening dat vijf jaar een redelijke termijn is
                                    voor het hanteren van een jaarlijkse belasting. Hierbij is
                                    rekening gehouden met de hoogte van de aanslag-ineens. Voor de
                                    bepaling van de hoogte van de jaarlijkse belasting wordt
                                    uitgegaan van de annuïteit van het bedrag van de heffing-ineens,
                                    uitgaande van een periode van vijf jaren en een rente van 4 %.
                                    Deze rente is gebaseerd op het rente omslag percentage, voor de
                                    aanleg van drukriolering in de Nieuw-Vossemeersedijk,
                                    gehanteerde rente.</al></li><li nr=""><al>In het geval van een jaarlijkse belasting geschiedt de bepaling
                                    van de annuïteit op het beginsel van `prenumerandoannuïteif. Dit
                                    betekent dat de annuïteit wordt bepaald op basis van het
                                    uitgangspunt dat rente is verschuldigd vanaf het moment dat de
                                    jaarlijkse belasting verschuldigd is.</al></li><li nr=""><al>Nu de maatstaf van heffing is bepaald op een bedrag per
                                    onroerende zaak, is een nadere regeling nodig voor de verdeling
                                    van de belastingschuld in geval van tussentijdse splitsing.
                                    Wordt een nadere regeling achterwege gelaten, dan zou dit
                                    betekenen dat voor de oorspronkelijk voor de onroerende zaak
                                    (voordat de splitsing plaatsvond) vastgestelde belastingschuld,
                                    een hernieuwde belastingschuld in de plaats komt voor iedere
                                    nieuw ontstane onroerende zaak bepaald op de wijze zoals bedoeld
                                    in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5</extref>. Een en ander kan betekenen dat de
                                    totale opbrengst het totaal van de gemaakte kosten overschrijdt,
                                    nu er in feite sprake is van een tussentijdse toename van het
                                    aantal onroerende zaken. De opgenomen nadere regeling voorziet
                                    erin dat de oorspronkelijk vastgestelde belastingschuld wordt
                                    verdeeld over de nieuw ontstane onroerende zaken naar rato van
                                    de oppervlakte. Ook hiervoor geldt dat de oppervlakte wordt
                                    bepaald door het aantal volle vierkante meters van de onroerende
                                    zaken, voor zover deze vierkante meters zijn gelegen in de
                                    bestemmingen of vrijstelling die in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-belastingtarief">artikel 5</extref> zijn vermeld.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-wijze-van-heffing">Artikel 7: Wijze van heffing</extref></al><lijst><li nr=""><al>Geen toelichting.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-termijnen-van-betaling">Artikel 8: Termijn van betaling</extref></al><lijst><li nr=""><al>Geen toelichting.</al></li></lijst></li><li nr="9."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-9-kwijtschelding">Artikel 9: Kwijtschelding</extref></al><lijst><li nr=""><al>De reden van dit artikel is dat het heffen van baatbelasting is
                                    aan te merken als een betaling voor de aanleg van bepaalde
                                    voorzieningen van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="10."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-10-nadere-regels-door-het-college-van-burgemeester-en-wethouders">Artikel 10: Nadere regels voor het college van burgemeester en
                                wethouders</extref></al><lijst><li nr=""><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd voor de heffing en
                                    invordering nadere regels te stellen. Hierbij kan gedacht worden
                                    aan regels over de berekening van de invorderingsrente.</al></li></lijst></li><li nr="11."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-11-inwerkingtreding">Artikel 11: Inwerkingtreding en citeertitel</extref></al><lijst><li nr=""><al>Ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 van de Gemeentewet</extref> moeten gemeenten de
                                    besluiten tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van de
                                    belastingverordeningen bekendmaken. Dit geschiedt door plaatsing
                                    van de integrale tekst van het besluit in het gemeenteblad dan
                                    wel bij gebreke daaraan, in een andere door de gemeente algemeen
                                    verkrijgbaar gestelde uitgave.</al></li><li nr=""><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=142">artikel 142 van de Gemeentewet</extref> treedt het
                                    bekendgemaakte besluit in werking met ingang van de achtste dag
                                    na de dag van de bekendmaking, tenzij in de verordening een
                                    ander tijdstip is aangegeven. Het feit dat de
                                    belastingverordening eerst in werking treedt na bekendmaking,
                                    houdt slechts in dat de gemeente voor dat tijdstip geen
                                    belastingaanslagen kan opleggen of bedragen kan vorderen. De
                                    aanslagen of gevorderde bedragen kunnen echter wel betrekking
                                    hebben op de periode van de datum van ingang van de
                                    heffing.</al></li><li nr=""><al>Als datum van de ingang is gehanteerd 1 juli 2008.</al></li></lijst></li></lijst><al>Behoort bij besluit van de gemeenteraad van Steenbergen van 19 juni 2008.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>