<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73206_2</dcterms:identifier><dcterms:title>1e wijziging Vergoedingsregeling reiskosten woon- werkverkeer gemeente Steenbergen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentelijke website</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Vergoedingsregeling reiskosten woon-/werkverkeer gemeente Steenbergen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ambtenarenwet/article=125">Ambtenarenwet, art. 125 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">Car/Uwo-regeling gemeente Steenbergen </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964">Wet op de loonbelasting 1964 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging art</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B1100036</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wijziging vastgesteld op 28-09-2010</al><al>Bekendgemaakt op 02-11-2010</al><al>In werking getreden op 03-11-2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>1e wijziging Vergoedingsregeling reiskosten woon- werkverkeer gemeente Steenbergen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Steenbergen;</al><al>Gelet op de verkregen instemming van de Ondernemingsraad d.d. 20 oktober
                        2008;</al><al>Gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ambtenarenwet/article=125">artikel 125 van de Ambtenarenwet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964">Wet op de loonbelasting 1964</extref> en de <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">gemeentelijke CAR/UWO-regeling</extref>;</al><al>besluiten:</al><al>met ingang van 1 januari 2009 vast te stellen de navolgende
                        “Vergoedingsregeling reiskosten woon-werkverkeer gemeente Steenbergen 2009”
                        :</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>ambtenaar: de ambtenaar in dienst van de gemeente
                                                Steenbergen als bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 1:1 van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                                  Steenbergen 1997</extref>, onverminderd het
                                                bepaalde in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 1:2 van die regeling</extref>;</al></li><li nr="b."><al>werkgever: de gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="c."><al>het college: burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="d."><al>woning: de woning welke als hoofdverblijf van de
                                                ambtenaar geldt en waar hij gewoonlijk
                                                verblijft;</al></li><li nr="e."><al>standplaats: de plaats waar of van waaruit de
                                                ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden
                                                verricht;</al></li><li nr="f."><al>reisafstand: de enkele reisafstand tussen woning en
                                                standplaats gemeten langs de meest gebruikelijke
                                                weg;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Waar in deze regeling wordt gesproken in de mannelijke vorm
                                        wordt hieronder mede verstaan de vrouwelijke vorm.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vergoeding reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die regelmatig heen en weer reist tussen woning
                                        en standplaats middels gebruikmaking van een
                                        privé-vervoermiddel danwel met het openbaar vervoer kan op
                                        verzoek een vergoeding toegekend worden terzake van de
                                        noodzakelijk te maken reiskosten.</al></li><li nr="2."><al>Er is sprake van regelmatig heen en weer reizen tussen
                                        woning en standplaats indien: </al><lijst><li nr="-"><al>de ambtenaar doorgaans minstens op één dag per week
                                                heen en weer reist tussen zijn woning en
                                                standplaats, én</al></li><li nr="-"><al>de ambtenaar dit doet in tenminste 36 weken per
                                                jaar.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Uitgangspunt is dat de reiskostenvergoeding wordt berekend
                                        overeenkomstig de belastingvrij te verstrekken vaste
                                        reiskostenvergoeding woon-werkverkeer volgens de
                                        belastingwetgeving, zoals nader uitgewerkt in artikel 3 van
                                        deze regeling.</al></li><li nr="4."><al>De ambtenaar aan wie vervoer is verstrekt vanwege de
                                        werkgever komt niet voor de reiskostenvergoeding in
                                        aanmerking.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoogte vergoedingsbedrag</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De reiskostenvergoeding wordt toegekend en uitbetaald in de
                                        vorm van een vast maandelijks bedrag.</al></li><li nr="2."><al>De reisafstand welke voor de vergoeding in aanmerking wordt
                                        genomen, bedraagt maximaal 75 kilometer.</al></li><li nr="3."><al>Voor de ambtenaar die doorgaans op 5 werkdagen per week heen
                                        en weer reist tussen woonplaats en standplaats wordt de
                                        vaste maandelijkse reiskostenvergoeding berekend als volgt:
                                        dubbele reisafstand (tot maximaal 150 km) vermenigvuldigd
                                        met 206 werkdagen per jaar vermenigvuldigd met de
                                        belastingvrije kilometervergoeding ad € 0,19. De uitkomst
                                        wordt gedeeld door 12.</al></li><li nr="4."><al>De ambtenaar die vanwege thuiswerken niet op alle voor hem
                                        geldende werkdagen heen en weer reist tussen woning en
                                        standplaats behoudt aanspraak op de vast maandelijkse
                                        reiskostenvergoeding berekend volgens het derde lid, onder
                                        de voorwaarde dat hij tenminste 128 dagen per kalenderjaar
                                        heen en weer reist tussen woning en standplaats.</al></li><li nr="5."><al>Voor de ambtenaar die een arbeidspatroon heeft van minder
                                        dan 5 werkdagen per week, wordt het aantal werkdagen als
                                        bedoeld in het derde lid alsmede het aantal reisdagen als
                                        bedoeld in het vierde lid naar evenredigheid toegepast.</al></li><li nr="6."><al>Voor de ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarde van het
                                        minimaal aantal reisdagen als bedoeld in het vierde of
                                        vijfde lid, wordt de vergoeding vastgesteld naar rato van
                                        het gemiddeld aantal feitelijke reisdagen per week.</al></li><li nr="7."><al>De reisafstand wordt berekend middels gebruikmaking van een
                                        erkende routeplanner welke via het gemeentelijk intranet te
                                        raadplegen is. Bij twijfel en/of verschil van mening tussen
                                        de ambtenaar en het college omtrent de gangbare route, wordt
                                        de reisafstand berekend volgens de kortste route gehanteerd.
                                        De reisafstand wordt naar boven afgerond op hele
                                        kilometers.</al></li><li nr="8."><al>Met welk privé-vervoermiddel de reisafstand wordt afgelegd
                                        is niet van belang.</al></li><li nr="9."><al>Indien en voor zover de volgens de leden 1 tot en met 8
                                        berekende reiskostenvergoeding minder bedraagt dan € 5,00
                                        per maand wordt deze niet uitbetaald.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenloop met andere vergoedingsregelingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><structuurtekst><al>Voorzover de ambtenaar uit andere hoofde aanspraak heeft op enige
                                tegemoetkoming ter zake van reiskosten woon-/werkverkeer worden deze
                                aanspraken in mindering gebracht op de reiskostenvergoeding waarop
                                ingevolge deze regeling aanspraak bestaat.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vermindering/opschorting in verband met ziekte, non-activiteit
                            e.d.</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Bij afwezigheid van de ambtenaar wegens ziekte en/of
                                        buitengewoon verlof langer dan zes aaneensluitende weken
                                        wordt de uitbetaling van de reiskostenvergoeding stopgezet
                                        en met inachtneming van het bepaalde in de leden 2 en 3 van
                                        dit artikel verrekend.</al></li><li nr="2."><al>Bij langdurige afwezigheid als bedoeld in het eerste lid
                                        wordt de reiskostenvergoeding gedurende de lopende en de
                                        eerstvolgende kalendermaand nog doorbetaald.</al></li><li nr="3."><al>De uitbetaling van de reiskostenvergoeding wordt weer hervat
                                        vanaf de maand volgend op de maand waarin het werk weer
                                        hervat is. Indien en voorzover sprake is van gedeeltelijke
                                        werkhervatting (al dan niet bij wijze van arbeidstherapie)
                                        wordt de vergoeding naar evenredigheid van het aantal
                                        reisdagen berekend en uitbetaald.</al></li><li nr="4."><al>Over de periode waarop de ambtenaar anders dan wegens
                                        ziekte, vakantie of (buitengewoon) verlof zijn werkzaamheden
                                        feitelijk niet verricht, wordt de aanspraak en uitbetaling
                                        op een tegemoetkoming ingevolge deze regeling
                                        opgeschort.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Om in aanmerking te kunnen komen voor een
                                        reiskostenvergoeding woon-werkverkeer moet de ambtenaar een
                                        schriftelijk verzoek indienen bij het college middels
                                        gebruikmaking van het daarvoor vastgestelde
                                        aanvraagformulier zoals opgenomen in bijlage 1 van deze
                                        regeling.</al></li><li nr="2."><al>Met uitzondering van een nieuw in dienst tredende ambtenaar
                                        zal de vergoeding nimmer met terugwerkende kracht verleend
                                        worden. In voorkomende gevallen is de datum van indiening
                                        van het aanvraagformulier bepalend voor de ingangsdatum van
                                        de reiskostenvergoeding. Voor een nieuw in dienst tredende
                                        ambtenaar geldt een indieningstermijn van maximaal twee
                                        maanden met dien verstande dat een vergoeding nimmer eerder
                                        kan ingaan dan 1 januari van het lopende kalenderjaar.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verplichtingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht tijdig alle wijzigingen in zijn
                                        persoonlijke en/of werkomstandigheden schriftelijk aan het
                                        college door te geven welke van invloed zijn op een correcte
                                        uitvoering van deze regeling.</al></li><li nr="2."><al>Indien en voorzover de ambtenaar in gebreke blijft
                                        wijzigingen tijdig door te geven danwel onjuiste of
                                        onvolledige informatie heeft verstrekt, waardoor de
                                        werkgever een naheffingsaanslag vanwege de belastingdienst
                                        wordt opgelegd, worden de ter zake verschuldigde bedragen op
                                        hem verhaald en verrekend met zijn netto-salaris.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is de ambtenaar
                                        te allen tijde verplicht de ten onrechte genoten bedragen
                                        van de reiskostenvergoedingen terug te betalen. In
                                        voorkomende gevallen zullen deze bedragen verrekend worden
                                        met zijn netto-salaris.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanpassing vergoedingsbedragen aan fiscale wetgeving</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien en voorzover van toepassing wordt het volgens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3">artikel 3</extref> berekende vergoedingsbedrag
                                        aangepast aan toekomstige fiscale maatregelen. Deze
                                        aanpassing kan zowel in positieve als negatieve zin zijn,
                                        alsook betrekking hebben op de wijze van uitbetaling.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd deze regeling te wijzigen of in te
                                        trekken indien de fiscale wetgeving daartoe aanleiding
                                        geeft.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><structuurtekst><al>De uitvoering van deze regeling is opgedragen aan de teamcoach
                                afdeling Personeel en Organisatie bij de afdeling
                                Ondersteuning.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Onvoorziene/bijzondere gevallen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><structuurtekst><al>In die gevallen waarin deze regeling niet, niet geheel of niet naar
                                billijkheid voorziet, kan het college een nadere voorziening
                                treffen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Vergoedingsregeling
                                    reiskosten woon-/werkverkeer 2009” en treedt in werking met
                                    ingang van de dag volgende op die van haar bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De “Vergoedingsregeling reiskosten woon-/werkverkeer gemeente
                                    Steenbergen 2001”, zoals vastgesteld bij besluit van het college
                                    d.d. 11 maart 2002, en de “Uitruilregeling onbelaste
                                    reiskostenvergoeding woon-werkverkeer”, zoals vastgesteld bij
                                    besluit van het college d.d. 3 oktober 2006, worden
                                    ingetrokken.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 18 november 2008</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester, </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/files/reiskosten%20ww%20aanvraagformulier%20.pdf">reiskosten ww aanvraagformulier .pdf (versie geldig sinds: 24-12-2014;
                    PDF-bestand; grootte: 81.70 kB)</extref></al></bijlage><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de Vergoedingsregeling reiskosten woon-/werkverkeer gemeente
                        Steenbergen 2009.</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Doelstelling is het treffen van aanvullende regelgeving op het gebied van de
                    rechtspositie van het gemeentepersoneel ter verbetering van het
                    arbeidsvoorwaardenpakket omwille van versterking van het wervings- en
                    aanstellingsbeleid en de ontwikkeling van instrumenten tot behoud van goed
                    personeel.</al><al>Bij de inhoudelijke regeling is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de
                    voorschriften van de belastingdienst met betrekking tot belastingvrije
                    vergoedingen voor reiskosten c.a. Indien de fiscale voorschriften met betrekking
                    tot de reiskostenvergoedingen in de toekomst wijzigen zal de onderhavige
                    regeling hierop aangepast moeten worden.</al><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al>Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting op de desbetreffende
                    vergoedingsregeling, voorzover de tekst van de artikelen niet voor zichzelf
                    spreekt.</al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>De regeling is niet van toepassing op de vrijwilligers bij de gemeentelijke
                    brandweer, de buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand, de leden van het
                    college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad.</al><al>In beginsel wordt de woning als vertrekpunt genomen bij de beoordeling of en in
                    hoeverre er sprake is van woon-/werkverkeer. Als de ambtenaar, anders dan bij
                    wijze van vakantie, voor een langere periode elders verblijft, dient voor deze
                    beoordeling de feitelijke verblijfplaats als vertrekpunt te worden genomen.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te kunnen komen, moet sprake zijn van
                    regelmatig woon-/werkverkeer. Hieronder moet worden verstaan het tenminste
                    eenmaal per week plegen te reizen tussen woning en arbeidsplaats waarbij binnen
                    een tijdsbestek van 24 uur zowel heen als terug gereisd wordt.</al><al>Oproepkrachten die de ene week wel en de andere week niet werken vallen alsdan
                    niet onder de werking van deze regeling.</al><al>Het is niet van belang met welk privé-vervoermiddel de ambtenaar reist. Dit kan
                    zijn met de eigen auto, bromfiets of fiets. Ook deelnemers aan de gemeentelijke
                    fietsregeling komen in aanmerking voor de reiskostenvergoeding, evenals de
                    ambtenaren die gebruik maken van openbaar vervoer.</al><al>De term “noodzakelijke” reiskosten ziet op de zakelijk gereden kilometers.
                    Fiscaal gezien mogen immers alleen de “zakelijk” gereden kilometers
                    woon-werkverkeer voor een onbelaste kilometervergoeding in aanmerking worden
                    gebracht. Uit privé-overwegingen gereden omrijkilometers, bijvoorbeeld om een
                    kind onderweg bij de crèche af te zetten, komen niet voor vergoeding in
                    aanmerking. Dit mag eveneens niet voor kilometers die de ambtenaar tussen de
                    middag rijdt om bijvoorbeeld thuis te gaan lunchen. Deze kilometers zijn niet
                    zakelijk.</al><al>Er mag ook geen onbelaste vergoeding worden verstrekt indien voor
                    woon-werkverkeer gebruik gemaakt wordt van vervoer vanwege de werkgever. Bijv.
                    de ambtenaar die een dienstauto gebruikt voor woon-werkverkeer.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op een volgens de fiscale regelgeving
                    geaccepteerde berekeningsmethode voor het toekennen van een vaste
                    reiskostenvergoeding woon-werkverkeer.</al><al>De reisafstand wordt gezien als de enkele reisafstand tussen de woning en de
                    arbeidsplaats, gemeten langs de meest gebruikelijke weg. De afstand moet worden
                    gemeten over de weg die voor het desbetreffende vervoermiddel als de meest voor
                    de hand liggende keuze kan worden beschouwd. Hoewel niet een ieder aan de
                    factoren die de keuze bepalen -zoals afstand, drukte, veiligheid, obstakels,
                    wegdek, comfort, vrijheid, doorstroming, natuurschoon, doelmatigheid,
                    zuinigheid- eenzelfde gewicht zal toekennen, kan het resultaat van de
                    overwegingen zeer wel op zijn objectieve aanvaardbaarheid worden getoetst.
                    Hierbij kan een langere route als meer voor de hand liggend onder omstandigheden
                    worden aanvaard. Als het reisdoel kan worden bereikt via meer wegen, die alle
                    als voor de hand liggend worden beschouwd, zal -indien er niet een als het meest
                    voor de hand liggend in aanmerking komt- de kortste weg worden genomen.</al><al>Bij twijfel of verschil van mening mag de werkgever gebruik maken van de daartoe
                    geëigende, en binnen de organisatie gangbare, computerapparatuur zoals een
                    erkende routeplanner. In dergelijke gevallen zal altijd de berekening volgens de
                    kortste route gevolgd worden.</al><al>Bij de toepassing van lid 5 moet bijvoorbeeld ook gedacht worden aan de
                    ambtenaar ouderschapsverlof geniet en gedurende een langere periode op minder
                    dagen heen en weer reist dan volgens zijn normwerktijd het geval zou zijn.
                    Gedurende de periode van het ouderschapsverlof diens zijn reiskostenvergoeding
                    naar rato verminderd te worden. </al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Indien de ambtenaar op grond van enige andere regeling of (individuele) afspraak
                    in aanmerking komt voor een vergoeding van reiskosten woon-/werkverkeer, worden
                    deze bedragen in mindering gebracht op de tegemoetkoming waarop ingevolge de
                    onderhavige regeling aanspraak bestaat c.q. zou bestaan. Hierbij valt te denken
                    aan de reiskostenvergoeding woon-/werkverkeer op basis van het <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Sociaal-Statuut-gemeente-Steenbergen-2001/01-01-2001">Sociaal Statuut gemeentelijke herindeling</extref>; de overgangs- c.q.
                    garantiebepaling in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Bezoldigingsverordening-2001-gemeente-Steenbergen/01-01-2001">bezoldigingsverordening</extref> als gevolg van de gemeentelijke
                    herindeling, de tegemoetkoming woon- werkverkeer (in het kader van een opgelegde
                    verhuisplicht) als bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">hoofdstuk 18
                        van de gemeentelijke CAR/UWO-regeling</extref>.</al><al>Per saldo kan de ambtenaar dus nooit een hogere reiskostenvergoeding ontvangen
                    dan hetgeen hij ingevolge de onderhavige vergoedingsregeling zou kunnen
                    ontvangen.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Volgens de belastingvoorschriften mag voor de berekening van een vaste
                    reiskostenvergoeding worden uitgegaan van maximaal 206 dagen. Bij deze norm is
                    reeds in aanmerking genomen dat een werknemer per jaar vanwege ziekte, vakantie
                    en verlof gemiddeld 54 dagen afwezig is. Bij kortstondige afwezigheid mag de
                    vaste reiskostenvergoeding alsdan ongewijzigd doorbetaald worden.</al><al>Bij afwezigheid langer dan zes weken moet echter wel een verrekening c.q.
                    stopzetting plaatsvinden.</al><al>Als een werknemer tijdens ziekte reïntegratiewerkzaamheden verricht volgens
                    aangepaste werktijden of op arbeidstherapeutische basis dan wordt de vergoeding
                    naar evenredigheid van het aantal reisdagen uitbetaald.</al><al>Als basis voor de aanspraak op een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer geldt
                    dat regelmatig heen weer gereisd moet worden tussen woning en standplaats. Als
                    een werknemer anders dan wegens ziekte, vakantie of buitengewoon verlof zijn
                    werkzaamheden feitelijk niet meer verricht en dus niet meer heen en weer behoeft
                    te reizen tussen woning en werkplek, heeft hij geen aanspraak op een
                    tegemoetkoming in de reiskosten op grond van deze regeling. De aanspraak en
                    uitbetaling van de reiskostenvergoeding zal dan onverwijld opgeschort of
                    beëindigd moeten worden. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor ingeval de
                    ambtenaar op non-actief gesteld wordt, of ingeval van schorsing, detachering
                    e.d.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Met het oog op accountantsvoorschriften, gedragcodes integriteit,
                    belastingmaatregelen is een strakke aanvraagprocedure opgenomen.</al><al>Een aanvraag moet door de ambtenaar volledig ingevuld en ondertekend worden. Bij
                    ontbrekende gegevens zal de ambtenaar eenmaal een redelijke termijn worden
                    gegeven om de onvolkomenheden te herstellen. Als daar niet tijdig aan voldaan
                    wordt zal deze aanvraag niet meer inhoudelijk in behandeling worden genomen.
                    Uiteraard staat het de ambtenaar dan vrij een nieuw verzoek in te dienen, doch
                    als ingangsdatum voor de toe te kennen vergoeding zal dan op zijn vroegst de
                    (latere) ontvangstdatum van het nieuwe verzoek kunnen gelden.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Dit artikel biedt de werkgever de mogelijkheid om ambtshalve verrekeningen toe
                    te passen indien de ambtenaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt
                    of anderszins in gebreke is gebleven.</al><al>Artikel 7 laat onverlet dat ingeval er sprake
                    is van moedwillig misbruik c.q. fraude de disciplinaire procedure <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">ex hoofdstuk
                        16 van de CAR/UWO</extref> kan worden gevolgd.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De regeling is gebaseerd op de mogelijkheden die de belastingwetgeving biedt ten
                    aanzien van belastingvrij te verstrekken vergoedingsbedragen voor reiskosten
                    woon-werkverkeer. De vergoedingsbedragen zullen dus nooit mogen uitstijgen boven
                    hetgeen volgens de fiscale voorschriften toegestaan is. Indien de fiscale
                    regelgeving op dit punt gewijzigd wordt, zal de onderhavige vergoedingsregeling
                    hierop –zonder verplichte tussenkomst van de ondernemingsraad- aangepast
                    worden.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De uitvoering van de regeling is gemandateerd aan het hoofd P&amp;O, die ter
                    zake dus namens het college handelt en voor bezwaar/beroep vatbare besluiten
                    neemt.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De gebruikelijke hardheidsclausule.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De regeling treedt in werking per 1 januari 2009.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>