<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR731611_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2026-04-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-110942.html">gmb-2026-110942</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;titeldeel=II&amp;hoofdstuk=VI&amp;artikel=95&amp;z=2024-12-11&amp;g=2024-12-11">Artikel 95 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;titeldeel=II&amp;hoofdstuk=VI&amp;artikel=96&amp;z=2024-12-11&amp;g=2024-12-11">Artikel 96 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;titeldeel=II&amp;hoofdstuk=VI&amp;artikel=98&amp;z=2024-12-11&amp;g=2024-12-11">Artikel 98 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;titeldeel=II&amp;hoofdstuk=VI&amp;artikel=99&amp;z=2024-12-11&amp;g=2024-12-11">Artikel 99 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0041522&amp;artikel=3.1.1&amp;g=2024-07-01">artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0041522&amp;artikel=3.1.4&amp;g=2024-07-01">artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0041522&amp;artikel=3.4.2&amp;g=2024-07-01">artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0041522&amp;artikel=3.3.8&amp;g=2024-07-01">artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041573&amp;hoofdstuk=3&amp;artikel=3.1&amp;z=2024-12-14&amp;g=2024-12-14">Artikel 3.1 Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2025-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2026-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 2, 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2025-096145</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zoetermeer;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 april 2024;</al><al/><al>gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 98 en 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.7, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers</al><al/><al>besluit vast te stellen de: </al><al/><al><vet>Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Definitiebepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.</al></li><li nr="b."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="c."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend ter hoogte van het jaarlijks bij ministeriele regeling vastgestelde maximale bedrag per maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend ter hoogte van het jaarlijks bij ministeriele regeling vastgestelde maximale bedrag per maand.</al></lid><lid><lidnr> 3. </lidnr><al>Een raadslid dat is belast met het voorzitterschap van raadscommissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, wordt op grond van artikel 3.1.4a van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers een toelage toegekend ter hoogte van het jaarlijks bij ministeriele regeling vastgestelde maximale bedrag per maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Reis- en verblijfskosten raads- en commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: </al><lijst><li nr="a."><al>de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, zoals bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissielid wordt een hogere vergoeding toegekend dan de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als:</al><lijst><li nr="a."><al>het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of</al></li><li nr="b."><al>het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></li><li nr="c."><al>tot diegenen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, behoren de leden/voorzitters van de in lid 2 en 3 genoemde commissies. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding per vergadering voor de in onderstaande tabel genoemde commissies, bedraagt het daargenoemde percentage van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers:</al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Naam commissie</al></entry><entry><al>Percentage lid</al></entry><entry><al>Percentage voorzitter</al></entry></row><row><entry><al>Commissie Bezwaarschriften</al></entry><entry><al>150</al></entry><entry><al>180</al></entry></row><row><entry><al>Bezwaarschriftencommissie sociaal domein</al></entry><entry><al>150</al></entry><entry><al>180</al></entry></row><row><entry><al>Paritaire commissie</al></entry><entry><al>150</al></entry><entry><al>180</al></entry></row><row><entry><al>Adviesraad sociaal domein</al></entry><entry><al>100</al></entry><entry><al>180</al></entry></row><row><entry><al>Adviescommissie Toegankelijkheid</al></entry><entry><al>100</al></entry><entry><al>180</al></entry></row><row><entry><al>Raadscommissies bedoeld in de Verordening op de raadscommissies</al></entry><entry><al>150</al></entry><entry><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr/><al>De vergoeding wordt slechts eenmaal per vergaderavond uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding per vergadering voor de in onderstaande tabel genoemde soorten vergaderingen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, bedraagt het daargenoemde percentage van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers:</al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Naam commissie</al></entry><entry><al>Percentage lid</al></entry><entry><al>Percentage voorzitter</al></entry></row><row><entry><al>Commissie Ruimtelijke Kwaliteit</al></entry><entry><al>514</al></entry><entry><al>662</al></entry></row><row><entry><al>Erfgoedcommissie</al></entry><entry><al>193</al></entry><entry><al>248</al></entry></row><row><entry><al>Stadsbouwmeester</al></entry><entry><al>100</al></entry><entry><al>662</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr/><al>De stadsbouwmeester ontvangt voor een vergadering van de erfgoedcommissie alleen een vergoeding als deze niet op dezelfde dag plaatsvindt als de vergadering van de stadsbouwmeester of de vergadering van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Betaling en declaratie van onkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:</al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,</al></li><li nr="b."><al>betaling vooruit uit eigen middelen of</al></li><li nr="c."><al>betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 3 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zoetermeer 2021 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>