<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73122_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening bodemsanering Amsterdam 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.regelgeving.amsterdam.nl/centralestad/verordening_bodemsanering_amsterdam_2006/20060708">Gemeenteblad 2006, afd. 3A, nr. 140/241</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bodemsanering Amsterdam 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bodembescherming">Wet bodembescherming, </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 2006, afd. 1, nr. 241</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening bodemsanering Amsterdam 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Deze regeling wordt aangehaald als de Verordening Bodemsanering Amsterdam
                        2006 </al><al/><al><vet>Inhoud</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het College: het College van Burgemeester en Wethouders van de
                                    gemeente Amsterdam;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet bodembescherming;</al></li><li nr="c."><al>saneringsplan: een plan als bedoeld in artikel 39, eerste lid,
                                    van de wet;</al></li><li nr="d."><al>evaluatieverslag: een verslag als bedoeld in artikel 39c, eerste
                                    lid, van de wet;</al></li><li nr="e."><al>nazorgplan: een plan als bedoeld in artikel 39d, eerste lid, van
                                    de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Procedurele bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_2_1_"> Op de voorbereiding van een beschikking
                                zoals bedoeld in de artikelen 29 en 39 van de wet is afdeling 3.4
                                Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_2_2_"> Het College kan besluiten dat afdeling
                                3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet wordt toegepast indien
                                redelijkerwijs kan worden aangenomen dat aan die procedure geen
                                behoefte bestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijze van melden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_3_3_"> Voor de melding, bedoeld in artikel 28,
                                eerste lid, van de wet wordt gebruik gemaakt van een door het
                                College vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_3_4_"> Het meldingsformulier en het rapport van
                                het nader onderzoek worden in viervoud bij Burgemeester en
                                Wethouders ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_3_5_"> Voor de aanvraag tot het nemen van een
                                beschikking op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, van de wet
                                zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het saneringsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_4_6_"> Het saneringsplan wordt in viervoud
                                ingediend bij het College.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_4_7_"> Onverminderd de eisen, die op grond van
                                artikel 39, eerste lid van de wet aan het saneringsplan worden
                                gesteld, worden in het saneringsplan de gegevens opgenomen als
                                neergelegd in bijlage 1 bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_4_8_"> Het overleggen van de gegevens als
                                neergelegd in bijlage 1 bij deze verordening kan achterwege worden
                                gelaten indien naar het oordeel van het College:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H7053_0_0_4_8_1_"> bij de indiening van het plan
                                        duidelijk is aangegeven welke gegevens ontbreken;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H7053_0_0_4_8_2_"> deugdelijk gemotiveerd wordt
                                        aangegeven waarom die gegevens ontbreken;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H7053_0_0_4_8_3_"> die gegevens niet noodzakelijk
                                        zijn voor de beoordeling van het saneringsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Melding wijziging saneringsplan</titel></kop><al>Bij een melding inzake wijziging van het saneringsplan als bedoeld in
                            artikel 39, vierde lid van de wet worden de volgende gegevens
                            verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H7053_0_0_0_0_1_"> alle gegevens die afwijken van het
                                    saneringsplan waarmee het College heeft ingestemd;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H7053_0_0_5_8_4_"> de reden van afwijking;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H7053_0_0_5_8_5_"> de inhoud van de afwijking;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H7053_0_0_5_8_6_"> de gevolgen van de afwijking voor
                                    de oorspronkelijk beoogde sanerings-doelstelling en ter
                                    uitvoering daarvan de te treffen saneringsmaatregelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding start en einde sanering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_6_9_"> Degene die voornemens is te saneren doet
                                uiterlijk vijf werkdagen voor de feitelijke aanvang van de
                                werkzaamheden schriftelijk melding bij het College van de datum
                                waarop de werkzaamheden aanvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_6_10_"> Degene die heeft gesaneerd doet
                                uiterlijk vijf werkdagen na beëindiging van de
                                saneringswerkzaamheden schriftelijk melding bij het College van de
                                datum waarop de werkzaamheden zijn beëindigd. Voor de toepassing van
                                dit lid worden bij saneringswerkzaamheden nazorgmaatregelen niet
                                inbegrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het evaluatieverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_7_11_"> Degene die heeft gesaneerd dient
                                uiterlijk vijftien weken na beëindiging van de
                                saneringswerkzaamheden bij het College een evaluatieverslag met
                                betrekking tot de sanering in viervoud in, waarbij zo nodig
                                afzonderlijk wordt gerapporteerd over de sanering van de grond en
                                van het grondwater.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_7_12_"> Onverminderd de eisen die op grond van
                                artikel 39c, eerste lid van de wet aan een evaluatieverslag worden
                                gesteld, worden in het evaluatieverslag de gegevens opgenomen als
                                neergelegd in bijlage 2 bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_7_13_"> Het overleggen van de gegevens als
                                neergelegd in bijlage 2 bij deze verordening kan achterwege worden
                                gelaten indien naar het oordeel van het College:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H7053_0_0_7_13_7_"> bij de indiening van het plan
                                        duidelijk is aangegeven welke gegevens ontbreken;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H7053_0_0_7_13_8_"> deugdelijk gemotiveerd wordt
                                        aangegeven waarom die gegevens ontbreken;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H7053_0_0_7_13_9_"> die gegevens niet noodzakelijk
                                        zijn voor de beoordeling van het evaluatieverslag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Het nazorgplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_8_14_"> Het nazorgplan wordt uiterlijk binnen
                                zes weken na de toezending van het evaluatieverslag in viervoud bij
                                het College ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_8_15_"> Onverminderd de eisen, die op grond van
                                artikel 39d van de wet aan het nazorgplan worden gesteld, worden in
                                het nazorgplan de gegevens opgenomen als neergelegd in bijlage 3 bij
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H7053_0_0_8_16_"> Het overleggen van de gegevens als
                                neergelegd in bijlage 3 bij deze verordening kan achterwege worden
                                gelaten indien naar het oordeel van het College:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H7053_0_0_8_16_10_"> bij de indiening van het plan
                                        duidelijk is aangegeven welke gegevens ontbreken;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H7053_0_0_8_16_11_"> deugdelijk gemotiveerd wordt
                                        aangegeven waarom die gegevens ontbreken;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H7053_0_0_8_16_12_"> die gegevens niet
                                        noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het
                                        nazorgplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Sanering vanwege het College</titel></kop><al>Op saneringen vanwege het College zijn de artikelen 2 tot en met 8 van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Strafbaarstelling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij artikel 6 is een strafbaar feit en
                            wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een
                            geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            regeling zijn belast de krachtens artikel 18.4, derde lid van de Wet
                            milieubeheer aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Verordening Bodemsanering Amsterdam 1999, zoals vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 6 oktober 1999, nr. 555 (Gemeenteblad 1999, afd. 3, nr.
                            99).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking in het
                            Gemeenteblad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al/><al/></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 Aanvullende gegevens voor het saneringsplan</titel></kop><al><vet>a. algemene gegevens:</vet></al><al>1. het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van het grondgebied
                            waarop de verontreiniging zich bevindt;</al><al>2. een recente (maximum 3 maanden oude) kadastrale kaart, waarop het
                            geval van bodemverontreiniging en de oppervlakte van het te saneren
                            gedeelte is aangegeven;</al><al>3. een uittreksel van het kadaster waaruit de eigendomssituatie blijkt
                            en dat niet langer dan drie maanden voor de indiening van het
                            saneringsplan door het kadaster is afgegeven;</al><al>4. het huidig en eventueel toekomstig gebruik van de bodem;</al><al>5. de naam en het adres van degene die een zakelijk of een persoonlijk
                            recht heeft op het grondgebied, bedoeld onder 1, alsmede van de
                            gebruiker daarvan;</al><al>6. de naam en het adres van degene in wiens opdracht de sanering zal
                            plaatsvinden; </al><al>7. een tijdschema met een eventuele fasering, waarbij in ieder geval de
                            datum waarop met de sanering naar verwachting zal worden begonnen is
                            aangegeven;</al><al>8. een specificatie van de bij de uitvoering van de sanering betrokken
                            bedrijven en instanties, voor zover deze ten tijde van het indienen van
                            het saneringsplan bekend zijn;</al><al>9. een overzicht van de benodigde vergunningen, meldingen en
                            instemmingen om het werk te kunnen uitvoeren;</al><al>10. de wijze waarop belanghebbenden bij de uitvoering van de sanering
                            zullen worden betrokken;</al><al>11. de wijze van milieukundige begeleiding;</al><al><vet>b. keuze saneringsvariant:</vet></al><al>1. indien slechts een deel van de verontreiniging wordt verplaatst: het
                            verzoek om een besluit te nemen op grond van artikel 40, eerste lid, van
                            de wet;</al><al>2. indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig blijft:
                            een argumentatie op grond waarvan dit gebeurt;</al><al><vet>c. de te nemen maatregelen:</vet></al><al>1. een beschrijving van de te treffen (geo)hydrologische en technische
                            voorzieningen met de gekozen dimensionering en de invloed hiervan op de
                            omgeving;</al><al>2. een beschrijving van de veiligheids- en arbeidshygiënische
                            aspecten;</al><al>3. een beschrijving van de maatregelen die milieuhygiënisch ongewenste
                            effecten en overlast als gevolg van de sanering voorkomen of zoveel
                            mogelijk beperken;</al><al>4. gegevens over de kwaliteit van het eventueel te gebruiken
                            aanvulmateriaal;</al><al>5. grondbalans.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2 Aanvullende gegevens voor het evaluatieverslag</titel></kop><al><vet>a. algemene gegevens:</vet></al><al>1. adres van de locatie;</al><al>2. naam, adres van de opdrachtgever;</al><al>3. naam van de locatie met kadastrale gegevens, coördinaten van het werk
                            en de oppervlakte van het gesaneerde deel;</al><al>4. samenvatting van de verontreinigingssituatie, de bodemopbouw en de
                            geohydrologie, volgend uit bodemonderzoeken (met rapportnummers);</al><al>5. type sanering: deelsanering / gefaseerde sanering / volledige
                            sanering;</al><al>6. doelstelling van de sanering voor grond, grondwater, met verwijzing
                            naar het (goedgekeurde) saneringsplan (met rapportnummer) en de
                            goedkeurings-beschikking (met beschikkingnummer);</al><al>7. naam, adres directievoerder, aannemer, milieukundige begeleider,
                            tank-saneerder;</al><al>8. nummer bestek, indien er een bestek bestaat;</al><al>9. veiligheidsklassen, veiligheids- en gezondheidsplan (ontwerpfase en
                            uitvoeringsfase);</al><al><vet>b. vergunningen:</vet></al><al>1. opsomming van vergunningen en meldingen die van belang zijn voor de
                            uitvoering van de sanering (ook meldingen aan arbeidsinspectie,
                            verkeerspolitie, wegbeheerder, bouwstoffenbesluit etc.);</al><al>2. data van verstrekking en inwerkingtreding van deze vergunningen
                            (nummer vermelden);</al><al>3. verstrekte afvalstroomnummers;</al><al><vet>c. werkzaamheden voor grondsanering:</vet></al><al>1. start en einddatum van de periode waarop het evaluatieverslag
                            betrekking heeft, alsmede de totale duur van de grondsanering;</al><al>2. beschrijving van de voorbereidende werkzaamheden, zoals sloop van
                            opstallen, inrichting van werkterrein en uitvoering van
                            verkeersmaatregelen, overleg met omgeving of projectgroep;</al><al>3. maatregelen voor kabels en leidingen;</al><al>4. wijze van bemalen en zuiveren van het grondwater voor ontgraving in
                            den droge (filterstelling, debiet, gemeten invloed op de omgeving zoals
                            zettingen influentconcentraties);</al><al>5. overzicht van de hoeveelheid vrijgekomen grond (uitgedrukt in tonnen
                            en kubieke meters) en de bestemming daarvan (inclusief de wijze van
                            verwerking en afvalstroomnummers) verdeeld in de volgende
                            categorieën:</al><lijst><li nr="•"><al>ongereinigd storten;</al></li><li nr="•"><al>reinigen;</al></li><li nr="•"><al>ongereinigd hergebruiken;</al></li><li nr="•"><al>tijdelijke opslag;</al></li></lijst><al>6. overzicht van de hoeveelheden overige vrijgekomen materialen (zoals
                            eventueel vrijkomende verontreinigde klinkers en ondergrondse tanks) en
                            hun bestemmingen;</al><al>7. afmetingen van de ontgravingen;</al><al>8. inrichting van gronddepot(s);</al><al>9. beschrijving van de tijdens de uitvoering aangetroffen afwijkingen
                            ten opzichte van de in het saneringsplan beschreven situatie en gegevens
                            waaruit blijkt dat dit gemeld is bij Burgemeester en Wethouders;</al><al>10. eventueel aangelegd onttrekkingssysteem voor een nog uit te voeren
                            grondwatersanering;</al><al><vet>d. grondwatersanering/bodemluchtonttrekking:</vet></al><al>1. start en einddatum van de periode waarop het evaluatieverslag
                            betrekking heeft, alsmede de totale duur van de grondwatersanering;</al><al>2. wijze van injecteren, onttrekken en zuiveren van water en lucht bij
                            in-situ-technieken (bijvoorbeeld filterstelling, debieten en vrachten
                            verontreiniging);</al><al>3. beschrijving van de tijdens de uitvoering aangetroffen afwijkingen
                            ten opzichte van de in het saneringsplan beschreven situatie of
                            prognoses;</al><al>4. wijze van onttrekken en zuiveren van het grondwater;</al><al><vet>e. bemonstering bij grondsanering:</vet></al><al>1. bespreking van analyseresultaten controlemonsters en de consequenties
                            daarvan;</al><al>2. bespreking van analyseresultaten depotmonsters, monsters afgevoerde
                            grond e.d. en de consequenties daarvan;</al><al>3. bespreking van analyseresultaten effluentmonsters (bouwputmaling) in
                            relatie tot de verleende vergunning(en);</al><al>4. certificaten van kwaliteitsgegevens van de aanvulgrond en
                            steenachtige bouwmaterialen;</al><al><vet>f. bemonstering bij grondwatersanering:</vet></al><al>1. bespreking van analyseresultaten influentmonsters voor het volgen van
                            het verloop van de sanering;</al><al>2. bespreking analyseresultaten van effluentmonsters in relatie tot de
                            verleende vergunning(en);</al><al>3. bespreking analyseresultaten monsters uit peilbuizen;</al><al><vet>g. conclusies en aanbevelingen:</vet></al><al>1. uiteenzetting of is voldaan aan de doelstellingen van de
                            bodemsanering zoals die zijn geformuleerd in het saneringsplan en de
                            goedkeuringsbeschikking;</al><al>2. omschrijving redenen van eventuele afwijkingen van het
                            saneringsplan;</al><al><vet>h. bijlagen en tabellen bij het evaluatieverslag:</vet></al><al>1. locatiekaart;</al><al>2. begrenzing van het saneringsterrein met uittreksel uit het
                            kadaster;</al><al>3. verontreinigingsituatie uit het nader onderzoek of
                            saneringsplan;</al><al>4. ontgraving volgens het saneringsplan;</al><al>5. kaart met het tijdens de sanering ontgraven gebied met dieptes en
                            talud ingetekend;</al><al>6. kaart locatie van bemaling en lozingspunt tijdens de
                            grondsanering;</al><al>7. overzicht in-situ-maatregelen;</al><al>8. overzicht grondwateronttrekking (debieten, totale onttrokken
                            hoeveelheid, eventueel de vracht aan onttrokken verontreinigen);</al><al>9. eventueel grafische weergave van de analyseresultaten, debieten,
                            onttrokken vrachten etc.;</al><al>10. kaart met locatie van onttrekkingssysteem voor grondwatersanering of
                            in-situ-sanering;</al><al>11. kaart met locaties van genomen bodemmonsters;</al><al>12. kaart met locaties van peilbuizen met filterstelling;</al><al>13. grondbalans;</al><al>14. certificaten met betrekking tot ondergrondse tanks;</al><al>15. afvoerbewijs van eventueel vrijgekomen chemische afvalstoffen (zoals
                            sludge), inclusief afvalstroomnummers en bestemming;</al><al>16. analyseresultaten van grond- en grondwatermonsters en toetsing
                            (“nacontrole”);</al><al>17. analysecertificaten van eventueel aangevoerde grond en
                            toetsing;</al><al>18. overzicht van de bij de sanering betrokken instanties en
                            bedrijven;</al><al>19. toetsingstabel en referentiekader;</al><al>20. kadastrale tekening met eventuele restverontreiniging;</al><al>21. lijst van klachten tijdens de uitvoering en de afhandeling
                            hiervan;</al><al>22. lijst van calamiteiten tijdens de uitvoering en de afhandeling
                            hiervan;</al><al>23. een overzicht van de werkelijk gemaakte kosten van de sanering;</al><al><vet>i. overige tekeningen / kaarten:</vet></al><al>1. ontgravingskaart:</al><lijst><li nr="•"><al>ontgravingsgebieden (diepten);</al></li><li nr="•"><al>ontgravingsvoorzieningen (damwanden etc);</al></li><li nr="•"><al>ligging tijdelijke voorzieningen;</al></li></lijst><al>2. grondkaart:</al><lijst><li nr="•"><al>aard en omvang restverontreinigingen (grond en grondwater);</al></li><li nr="•"><al>kadastrale kaart van restverontreinigingen;</al></li><li nr="•"><al>aard en omvang gebruiksbeperkingen;</al></li><li nr="•"><al>plaats van toepassing van herschikkinggrond;</al></li><li nr="•"><al>plaats van toepassing van grond afkomstig buiten de
                                    locatie;</al></li></lijst><al>3. grondwatersaneringskaart:</al><lijst><li nr="•"><al>ligging van voorzieningen (b.v. drains en pompen);</al></li><li nr="•"><al>invloed op omgeving en mogelijke effecten (isohypsen);</al></li></lijst><al>4. kabel- en leidingenkaart.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 3 Aanvullende gegevens voor het nazorgplan</titel></kop><al><vet>a. overzicht organisatie:</vet></al><al>1. overzicht betrokken instanties (naam- en adresgegevens
                            contactpersonen), taken en verantwoordelijkheden;</al><al>2. verantwoordelijkheden (juridisch/organisatorisch/financieel);</al><al>3. administratieve werkzaamheden;</al><al><vet>b. aanvangssituatie:</vet></al><al>1. gehalten en plaats (grond/grondwater en locatie) van de
                            restverontreiniging;</al><al>2. beschrijving locatie en omgeving: geohydrologie, kwetsbare
                            objecten;</al><al><vet>c. maatregelen:</vet></al><al>onderhoud en investering:</al><al>1. indien de restverontreiniging wordt geïsoleerd:</al><lijst><li nr="•"><al>de wijze waarop de instandhouding van de isolerende
                                    voorzieningen worden gewaarborgd en gecontroleerd; </al></li><li nr="•"><al>de wijze waarop het betrokken grondgebied in verband met het
                                    isoleren van de verontreiniging wordt beheerd; </al></li><li nr="•"><al>een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het
                                    ruimtegebruik; </al></li><li nr="•"><al>de relatie tussen restverontreiniging en eventuele
                                    gebruiksbeperkingen;</al></li></lijst><al>2. indien de restverontreiniging wordt gemonitord:</al><lijst><li nr="•"><al>een monitoringsplan met bemonsteringsfrequentie, geplande
                                    activiteiten met actiewaarden, ijkmomenten en verwachte
                                    tijdsduur; </al></li><li nr="•"><al>een onderbouwing van dit monitoringsplan middels een inschatting
                                    van de te verwachten mobiliteit/verspreiding; </al></li><li nr="•"><al>plaats en filterstelling monitoringspeilbuizen; </al></li><li nr="•"><al>een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het
                                    ruimtegebruik; </al></li><li nr="•"><al>wijze waarop het ruimtegebruik de ontwikkelingen beïnvloedt;
                                </al></li><li nr="•"><al>toets of de voorgestelde maatregelen adequaat zijn met het oog
                                    op doelstellingen. Een rol hierbij spelen de aard van de
                                    maatregelen, de frequentie en de duur;</al></li></lijst><al><vet>d. overig:</vet></al><al>1. beschrijving welke beperkingen van het terreingebruik noodzakelijk
                            zijn als gevolg van de restverontreiniging of nazorgmaatregelen;</al><al>2. welke risico’s de nazorg bedreigen;</al><al>3. een beschrijving van de maatregelen om te zorgen dat de
                            saneringsmaatregelen in stand blijven;</al><al>4. een beschrijving van de evaluatie van de nazorg;</al><al>5. hoe wordt gehandeld wanneer de feitelijke situatie afwijkt van de
                            beoogde situatie;</al><al>6. een beschrijving van hoe wordt gehandeld bij calamiteiten, met
                            vermelding van aanspreekpunt;</al><al>7. een beschrijving hoe wordt gehandeld wanneer het terreingebruik of de
                            bestemming verandert;</al><al>8. benodigde vergunningen, meldingen;</al><al>9. veiligheids- en arbeidshygiënische aspecten.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>